Google+ Followers

donderdag 6 december 2018

STOÏCIJNEN EN ZWARTE PIET


Het kan u nauwelijks ontgaan zijn. Er heerst een verhitte en zelfs agressieve discussie over de toelaatbaarheid van een zwart geschminkte persoon die in het kader van een traditioneel kinderfeest het knechtje van een cadeautjes uitdelende voormalige heilige zou moeten voorstellen. Deze zogenoemde Zwarte Piet is potsierlijk uitgedost in kledij die ten tijde van Lodewijk de Veertiende als exotisch werd aangemerkt. Zo exotisch dat modieuze Franse hofdames het nodig vonden hun slaafjes daarin te moeten kleden tijdens het jaarlijkse Sinterklaas feest. Het feest dat ook bij de Hollandse adel in de mode kwam en zo zijn weg vond naar het huidige traditionele kinderfeest. Een feest dat door de opkomst van de Amerikaanse versie van de Kerstman geruime tijd op sterven na dood leek te zijn, maar nu toch weer voor de nodige nationalistische en populistische commotie weet te zorgen.

Deze discussie leek me aanvankelijk bij uitstek een kwestie die een stoïcijn als totaal onverschillig en onbelangrijk ter zijde legt. Een kwestie te kinderachtig om ook maar een woord aan vuil te maken. Wat kan het een kind tenslotte schelen of hij snoepgoed van een zwart, blauw of geel met rode stippen geschminkt schertsfiguur krijgt aangereikt? En als het een kind al niets uitmaakt dan moet het voor een stoïcijn al helemaal iets zijn dat tot het immense rijk van de niet alleen onbelangrijke maar zelfs onbenullige dingen behoort. Maar nu dit ‘kinderfeest’ aanleiding geeft voor een gewelddadige confrontatie tussen ‘goede’, pro Zwarte Piet, en ‘foute’ anti Zwarte Piet Nederlanders kan het dienen als een illustratie voor de stoïcijnse gedachten over groepsvorming en groepsdwang.

Aan de bron van de controverse lijkt een doorgeschoten groepsgevoel te liggen. Een traditioneel ritueel feest van belang voor de groepsband lijkt door ‘buitenstaanders’ te worden aangevallen. Er bestaat weinig twijfel aan dat de mens een groepsdier is. Al in de prehistorie leefden mensen in kleine groepjes. Door samen te werken konden ze meer voedsel verzamelen en in tijden van schaarste voedsel delen. Ook konden roofdieren en concurrerende groepen mensen beter op een afstand worden gehouden. Door samen te werken konden de toen nog kleine groepjes zich te midden van allerlei bedreigende omstandigheden handhaven. De vorming van een hechte groep was dus van levensbelang voor de mensen. Alles wat het groepsverband kon versterken, was dan ook uiterst belangrijk: herkenning van elkaars gevoelens en wensen, het vertonen van betrouwbaar gedrag, het op elkaar afstemmen van gedrag, de ontwikkeling van taal, het vertellen van verhalen, het maken van muziek, het opstellen van regels, het gezamenlijk geloof in voorouders en goden, gezamenlijke rituelen en feesten, etc. etc.

Groepen zijn essentieel voor het voortbestaan, andere groepen en groepsleden die zich tegen de gangbare ideeën verzetten vormen een gevaar. Het handhaven van de groepsorde en de strijd tegen andere concurrerende groepen is zo een tweede natuur van de mens geworden. Zonder zich ervan bewust te zijn zet hij allerlei middelen in om die samenhang te bevorderen. Men zou kunnen zeggen dat de natuur een mens heeft voortgebracht die voorgeprogrammeerd is om gedragsregels en rituelen te ontwikkelen. Hij heeft een intuïtie die maakt dat hij zijn eigen groep ten alle tijden steunt en verdedigt. Dit ingebakken groepsgevoel leidt zo echter al gauw tot een soort bekrompen eenkennigheid: eigen stam eerst.

Zoals we nu in de onderhavige discussie zo mooi geïllustreerd zien ontgroeien de meeste mensen deze intuïtieve fase van hun ethisch besef nooit. Van een stoïcijn wordt echter meer verwacht. Een stoïcijn weet dat een mens zich met behulp van zijn rede aan zijn intuïtie kan en ook moet onttrekken. Hij kan tot de conclusie komen dat onze biologische moraal niet onder alle omstandigheden optimaal functioneert. De stoïcijnen stimuleren hun leerlingen juist om met inzet van hun rationele vermogens door die barrière van kleinzieligheid heen te breken en de stamgroep steeds verder uit te breiden tot die uiteindelijk de gehele mensheid omvat. Als hij daarbij merkt dat sommige van de rituelen en tradities van zijn groep contraproductief of kwetsend zijn voor andere mensen, dan zou dat voor hem aanleiding moeten geven om die rituelen en tradities aan te passen.

Hij zal daarbij wel merken dat dat sterk tegen zijn gevoel in gaat. Tegelijkertijd zal hij een sterke en agressieve groepsdruk ervaren om zich aan de biologische groepsmoraal te onderwerpen. Het is haast ondoenlijk om je tegen die groepsmoraal te verzetten. Toch is dat wel wat het stoïcisme van u eist. Het is weliswaar heel natuurlijk om de biologische moraal te volgen, maar ook uw rede is een onderdeel van de menselijke natuur. Uw denkvermogen wijst u erop dat er omstandigheden bestaan die u noodzaken om van de biologische moraal af te wijken. Zo is het niet alleen uw eigen groep die eerlijk en goed behandeld moet worden. Op grond van uw vermogen tot redelijk denken hebben ook andere groepen recht op een dergelijke behandeling. Hoe zeer dat misschien ook in gaat tegen het biologische gevoel van eigen groep eerst. Eigenlijk bestaat er voor een stoïcijn maar één groep, namelijk de groep van alle rationele wezens. Maar ja een dergelijk groepsgevoel is dan weer vooral iets voor de imaginaire stoïcijnse wijze en voor een leerling misschien wat te veel gevraagd.

Het is bepaald niet eenvoudig om uw intuïtieve groepsethiek opzij te zetten voor een meer rationeel standpunt. Mensen zullen uw goede bedoelingen niet altijd begrijpen, en begrijpen vaak al evenmin welk gedrag echt in hun voordeel werkt. U moet dan ook niet verbaasd zijn als uw goede bedoelingen met een kwaadaardige tegenreactie worden beloond. Bedenk daarbij wel dat het gedrag van een ander hoe dom, vijandig of zelfs gruwelijk ook u als stoïcijn er niet toe mag verleiden uw gemoedsrust en vriendelijke houding te verliezen. U heeft controle over uw eigen gedrag en houding, op het gedrag en de houding van anderen heeft u nauwelijks of geen invloed.

vrijdag 23 november 2018

BLACK FRIDAY EN DE STOÏCIJNEN



Black Friday is een naar Europa overgewaaide Amerikaanse traditie. Een massa mensen die ’s nachts voor de deur van een winkel staan te wachten om bij de opening vechtend naar binnen te stormen met de bedoeling om zo snel mogelijk zo veel mogelijk goedkope spullen te pakken te krijgen. Mensen die ruzie maken en elkaar omver duwen om toch maar die laatste spotgoedkope aanbieding te kunnen bemachtigen. Het zijn de typische Black Friday beelden die we zien op het nieuws. Massaconsumptie ten top. Het doel: de consument moet kopen, kopen, kopen. Of hij die spullen nu nodig heeft of niet.

Als het milieu in de media komt, gaat het meestal over groene energie, plasticvervuiling, mobiliteit en dergelijken. Maar daarmee wordt de essentie van het probleem over het hoofd gezien: we consumeren veel. Te veel. Tegenwoordig zijn spullen zo goedkoop dat we aan het massa consumeren zijn geslagen. Maar die overconsumptie nekt het milieu. Denk maar aan het gebruik van fossiele brandstoffen voor de productie, het verslindende water- en grondstoffenverbruik, het wereldwijde transport en wat al niet meer. Daarnaast staat kwantiteit steeds meer boven kwaliteit, en worden spullen gemaakt met een opzettelijke korte levensduur. En vergeet ook de vaak onrechtvaardige arbeidsomstandigheden waaronder al die goedkope hebbedingen gemaakt worden niet.

Het is duidelijk we hebben een op een zo hoog mogelijk consumptieniveau gericht systeem. Het valt daarbij niet te ontkennen dat het bedrijfsleven profiteert van het telkens in de markt zetten van nieuwe producten, het aanjagen van de consumptie, de hebzucht en de statusdrang van mogelijke klanten en het zo geraffineerd mogelijk verleiden van consumenten om deze te prikkelen om meer te begeren en aan te schaffen. Aandeelhouders en andere grote investeerders verlangen een aantrekkelijk rendement op de door hen geïnvesteerde gelden. Het management streeft naar hogere salarissen en bonussen en de werknemers zoeken werkzekerheid en voldoende beloning. Een heel leger aan hoog opgeleide, goed getrainde en zwaar betaalde lobbyisten van het bedrijfsleven bestookt onze overheden om het beleid en de wetgeving in de door hen gewenste richting om te buigen. Ook de overheid zelf heeft belang bij het in stand houden van een zo hoog mogelijk consumptieniveau. De afdrachten in de vorm van winstbelasting, inkomstenbelasting, sociale lasten en btw heffingen zijn immers nodig om de overheid te kunnen financieren.

Eigenlijk iedereen in onze samenleving heeft belang bij het systeem van steeds maar groeiende productie en consumptie. De huidige consumptiemaatschappij is dus niet een soort mysterieuze samenzwering van het grootkapitaal die zich over de ruggen van een uitgebuite en onschuldige massa verrijkt. U bent geen weerloos slachtoffer van hogere en ondefinieerbare machten. Natuurlijk u wordt onder druk gezet met reclame en andere subtiele verleidingstechnieken, maar het blijft uw eigen stoïcijnse verantwoordelijkheid om uw consumptieve keuzes te maken. U wordt niet met een mes op de keel gedwongen goederen aan te schaffen. U bent niet een machteloze speelbal in de handen van het bedrijfsleven dat naar hogere aandelenkoersen en winsten, persoonlijke financiële rijkdom en ongelimiteerde weelde streeft.

Een stoïcijn zal de hierboven omschreven stand van zaken met een zekere distantie proberen te bekijken. Hij zal daarom proberen de samenleving waarin hij leeft en eventuele misstanden en tekortkomingen in het bestaande maatschappelijke, economische en politieke stelsel zo objectief mogelijk te analyseren. Een stoïcijn zal zich dan ook serieus moeten afvragen of onze moderne consumptieve levensstijl wel leidt tot een goed, virtuoos en gelukkig leven. Het is een levensstijl die u waarschijnlijk volledig verinnerlijkt hebt. Het is alles wat u kent en het is zo vertrouwd, maar brengt het wel het welzijn en geluk dat alle mensen op aarde zoeken? Leidt het streven naar een als maar stijgende economische groei, een hoger niveau van consumptie en een toenemende materiële welvaart wel tot een virtuozer leven? Een rationeel en objectief redenerend stoïcijn zal tot de conclusie moeten komen dat een virtuoos mens er geen genoegen mee kan nemen door het leven te gaan als niets meer dan consumptie vee.

Een stoïcijn kan zijn ethische verplichtingen niet beperken tot zijn gezin en directe naasten. Stoïcijnen zijn kosmopolieten die het welzijn van ieder huidig en toekomstig rationeel denkend wezen voor ogen zouden moeten houden. Dit betekent dat zijn ethische verantwoordelijkheden en verplichtingen in tijd en ruimte behoorlijk moeten worden opgerekt. Deze verplichtingen en verantwoordelijkheden strekken zich dan ook niet alleen uit over de minderbedeelden van nu, maar ook over toekomstige generaties. Het ‘na ons de zondvloed’ kan nooit de lijfspreuk van een stoïcijn worden. U zult er rekening mee moeten houden dat u morele verplichtingen hebt tegenover huidige vaak in honger en armoede levende bevolkingsgroepen, tegenover toekomstige generaties en tegenover de natuurlijke leefomgeving waarin zij een bestaan moeten zien op te bouwen.

De huidige vormen van productie en consumptie zijn onhoudbaar. Ze staan niet alleen het persoonlijk geluk en welzijn in de weg, maar vormen ook een bedreiging voor de mensheid als geheel. Het kiezen voor een andere eenvoudigere en rustigere levensstijl ligt voor een stoïcijn dan ook voor de hand en een hype als ‘black Friday’ past daar absoluut niet in.


maandag 5 november 2018

EEN STOÏCIJNSE ‘ELEVATOR PITCH’


Laats vroeg iemand me om nu eens in een paar woorden te vertellen wat dat stoïcisme van mij nou eigenlijk inhoudt. Na een kwartier aan het woord te zijn geweest begon het eindelijke tot me door te dringen dat dit niet toch niet helemaal was waar om gevraagd was. Ik realiseerde me dat ik eigenlijk helemaal niet goed wist hoe ik het stoïcisme kort onder woorden moest brengen. Wat ik nodig had was een zogenaamde ‘elevator pitch’, een kort verhaaltje van niet langer dan twee minuten waarin ik de stoïcijnse levenskunst aan een toevallige voorbijganger zou kunnen uitleggen. Ik gebruik u, waarde lezer, nu even als proefkonijn en val u lastig met mijn poging een ‘elevator pitch’ over het stoïcisme te maken.

Stoïcisme was één van de belangrijkste filosofiescholen uit de Oudheid. Het heeft niet alleen een enorme invloed gehad op de moderne filosofie, maar zelfs op veel christelijke doctrines. Toch vindt u daar, als u er een woordenboek op naslaat weinig van terug. U leest dan vooral termen als ‘gelijkmoedig, onverstoorbaar en zelfs gevoelloos’. Hoewel daar een kern van waarheid in zit zou u makkelijk de indruk kunnen krijgen dat het stoïcisme vooral gaat over het moedig ondergaan van allerlei tegenslag en het onderdrukken van gevoelens. Niets is echter minder waar. Het stoïcisme is alles behalve een harde filosofie voor ‘die hards’ en frontsoldaten. Het is juist heel vriendelijk en zelfs liefdevol.

In werkelijkheid is het stoïcisme een filosofische school die rond 300 voor Christus door ene Zeno van Citium is gesticht. Deze Zeno gaf les in een overdekte markt in Athene. Een dergelijke markt werd in het Grieks een stoa genoemd, vandaar dus de naam stoïcisme. De lessen werden niet voor niets op de markt gehouden. Ze waren openbaar en iedereen die dat wilde kon aanschuiven om te luisteren naar wat Zeno zo al te vertellen had. Er waren in die periode veel verschillende filosofiescholen in Athene. Zo had je de Academie van Plato, het Lyceum van Aristoteles en het besloten landgoed van Epicurus. Dit waren echter privé scholen waar je als particulier niet zo maar, zonder te betalen, terecht kon. De school van Zeno was anders, zijn vaste leerlingen bezorgde hem ongetwijfeld een inkomen, maar ook zonder geld kon je zijn lessen volgen.

Zeno werd immens populair en al snel trokken zijn lessen grote groepen mensen. Zijn opvolgers Cleanthes en Chrisyppos zetten de traditie voort. Er zijn aanwijzingen dat stoïcijnen tot ver in de eerste eeuw voor Christus les gaven op dezelfde overdekte markt in Athene. Dat duurde tot de opkomst van het Romeinse rijk en het centrum van de stoïcijnse filosofie verplaatste zich van Athene naar het nieuwe centrum van de destijds bekende wereld: Rome. De Romeinen waren wel gecharmeerd van de stoïcijnse levenskunst. Prominente Romeinen als Cicero en Scipio namen les bij stoïcijnse filosofen en maakten vertalingen in het Latijn van hun Griekse boeken. Het stoïcisme kwam nu echt in de mode en het werd de heersende filosofie bij de Romeinse elite. Stoïcijnse filosofen als Seneca, Musonius en Epictetus werden beroemd en in de tweede eeuw na Christus zat er met Marcus Aurelius zelfs een stoïcijn op de keizerstroon.

Het stoïcisme behandelt iedereen gelijk en sprak daardoor mensen van over het hele Romeinse rijk en uit alle lagen van de bevolking aan. Zo kwam Seneca uit Spanje, de westkant van het rijk, en Diogenes van Babylon uit, hoe kan het ook anders, Babylon in het oostelijke puntje van de Romeinse wereld. En zo stond de stoïcijnse leraar Epictetus een voormalige slaaf, helemaal onder aan de maatschappelijke ladder, terwijl zijn leerling Marcus Aurelius als keizer op de bovenste trede van die ladder stond. Wat maakte deze filosofie nu zo aantrekkelijk voor zulke geografisch en maatschappelijk uiteenlopende mensen?

Dit zo populaire stoïcisme was meer dan wat we tegenwoordig een filosofisch systeem zouden noemen. Zeker het had net als elke filosofie een mening over dingen als de aard van de werkelijkheid, de basis van goed en kwaad en de mogelijkheid of onmogelijkheid van ware kennis. Het stoïcisme is echter meer dan alleen dat: het is een levenskunst. Naast traditionele onderwerpen als ontologie, logica, epistemologie, fysica en ethiek gaat het stoïcisme vooral over de manier waarop je je leven het best kunt leiden. Het had heel eigen ideeën over de beste manier om een gelukkig en zinvol leven te kunnen leiden. Het propageerde een levenskunst die veel Romeinen aansprak en die tegenwoordig nog net zo actueel is als tweeduizend jaar geleden.

Een levenskunst die trouwens wel een solide basis in de filosofie heeft. De stoïcijnse filosofie is systematisch en zit goed in elkaar. Zo zijn stoïcijnen materialisten die er van overtuigd zijn dat alles, ook emoties en gedachten, uiteindelijk tot materie kan worden herleid. De werkelijkheid bestaat voor hen uit materie en energie. Stoïcijnen geloven niet in een door zielen, god of goden bewoonde spirituele wereld. Toch blijft het daar niet bij en zijn ze niet alleen materialisten maar ook pantheïsten. Dat betekent dat ze er ook van overtuigd zijn dat al dat bestaande zich bewust is van zijn eigen bestaan. Alleen al door het bestaan van mensen, die nu eenmaal deel uitmaken van de werkelijkheid, wordt de ogenschijnlijk zo dode materie een levend en denkend ding. Eigenlijk een wel heel spiritueel materialisme dus.

Deze stoïcijnse metafysica vormde de basis voor hun levenskunst. Stoïcijnen zien het als een soort morele plicht om door zichzelf te ontplooien en ontwikkelen hun eigen ‘bewustzijn’ en daarmee dus eigenlijk ook het bewustzijn van het universum te vergroten. Iemand die dit doet leidt een, zoals de stoïcijnen dat noemen, virtuoos leven. Zo’n virtuoos leven leidt dan ook nog eens vol automatisch tot een gelukkig leven. Iemand die zichzelf ontplooit leert namelijk dat de werkelijkheid uiteenvalt in twee delen: een deel waar je invloed op hebt en een deel waar je niets aan kunt doen. Alleen de dingen waar je echt invloed op hebt zijn voor een stoïcijn waardevol. Ze denken daarbij dan vooral aan je eigen wil, meningen en oordelen, eigenlijk aan alles wat zich in je binnenwereld afspeelt. Als je je ongelukkig en ellendig voelt heb je dat onderscheid niet goed gemaakt. Je hebt te veel waarde gehecht aan iets waar je geen invloed op hebt. Het gaat dan meestal om iets externs, om dingen als geld en je reputatie. Als je dit onderscheid goed maakt en je vooral richt op de dingen waar je wel invloed op hebt kun je volgens de stoïcijnen een gelukkig leven leiden.

Ze zijn zich er trouwens wel van bewust dat alleen een theoretisch begrip onvoldoende is om gelukkig te worden. Het besef van het verschil tussen de dingen waar je invloed op hebt en de dingen waar je geen invloed op kunt uitoefenen moet helemaal tot je wezen zijn doorgedrongen om het gewenste effect te kunnen bewerkstelligen. De stoïcijnse filosofen hebben dan ook een heel scala aan technieken en oefeningen ontwikkeld om hun leerlingen daarbij te helpen. Ze zijn trouwens wel zo eerlijk om er bij te vertellen dat alleen een perfecte wijze de vereiste totale beheersing kan bereiken en een dergelijke wijze is volgens de stoïcijnen net zo zeldzaam als een Ethiopische feniks. Tsja de oude stoïcijnen wisten zelf ook wel dat een dergelijk fabeldier niet bestond. Dat neemt natuurlijk niet weg dat zelfs een gebrekkige beheersing van het stoïcisme je leven al een stuk aangenamer en zinvoller kan maken. Het stoïcisme is dan ook nog steeds een heel actuele levenskunst, die zijn nut nog lang niet heeft verloren.

Hm, ik ben bang dat dit al te lang is voor twee minuten en dan heb ik het nog niet eens gehad over de sociale kant van de stoa, de stoïcijnse ideeën over vrijheid en gelijkheid en al helemaal niet over het stoïcijnse rationalisme en realisme. O ja, de stoïcijnse mindfulness is ook nog niet aan bod geweest. Ik vrees dat mijn ‘elevator pitch’ nu al mislukt is. Misschien dat ik u in de toekomst nog een keer moet gaan lastig vallen met een nieuwe poging.


vrijdag 19 oktober 2018

VRIJE WIL OF NOODLOT?


Het stoïcijnse determinisme en de menselijke autonomie lijken elkaar uit te sluiten. De wetenschap probeert alle natuurlijke verschijnselen te verklaren als het gevolg van causale processen. Alles wat er gebeurt is het resultaat van voorafgaande oorzaken. De moderne wetenschap stelt dat de beweging van objecten in de natuur wordt veroorzaakt door van buitenaf inwerkende doelloze krachten. Ze stelt vast dat indien zich bepaalde oorzaken voordoen zich ook bepaalde gevolgen zullen gaan manifesteren. Als je alle oorzaken zou kennen zou je in principe alle gebeurtenissen in de werkelijkheid kunnen voorspellen. Maar als dit ook geldt voor het menselijk bewustzijn, zijn alle menselijke keuzes van te voren gedetermineerd door oorzaken als biologische behoeften, opvoeding en maatschappelijke verwachtingen. Als het determinisme waar is wordt uw wil volledig bepaalt door uw aangeboren karakter en biologische drijfveren. Uw keuzes zijn daarmee dus voorspelbaar en daarmee komt er een abrupt einde aan de zo geliefde menselijke vrije wil. U bent dan ook niet langer verantwoordelijk voor uw handelen. Om verantwoordelijk te zijn zou u immers invloed moeten kunnen uitoefenen op wat u wilt en doet. De mens degradeert zo van een autonoom subject tot niet meer dan een object dat net als alle andere natuurverschijnselen causaal beïnvloed wordt. Hij wordt een soort biologische robot die niets anders kan doen dan zijn programma afdraaien.

Een dergelijke redenering is onverenigbaar met het bestaan van de menselijke vrije wil. Sommige filosofen denken dat die onverenigbaarheid op een spraakverwarring berust. Vrije wil heeft twee fundamentele kenmerken, zeggen ze. De eerste is het gevoel om in controle te zijn. U bent de oorzaak van deze gebeurtenis. De tweede is het gevoel dat u het anders had kunnen doen. U had een andere keuze kunnen maken. In een volledig gedetermineerde wereld hebt u geen enkele invloed op uw handelen. U bent noch zelf de oorzaak van wat u doet, noch had u iets anders kunnen kiezen. Maar doet dat er wel toe? In het normale spraakgebruik zeggen we dat iemand vrij is als niets er aan in de weg staat dat hij de dingen doet die hij wil doen. Dat is helemaal niet in tegenspraak met het idee dat de dingen die hij wil doen het gevolg zijn van voorafgaande oorzaken. Het feit dat ik nu een slok thee wil nemen uit de mok die hier voor me op tafel staat wordt veroorzaakt door mijn dorst. Maar dat mijn wil een oorzaak heeft maakt mijn wil niet minder vrij. Het is helemaal geen onlogisch idee dat ook mijn verlangens en ideeën een daar aan voorafgaande oorzaak hebben. Integendeel de gedachte dat iets volkomen zonder oorzaak uit het niets verschijnt is juist vreemd en onlogisch. Een wereld waarin van alles gebeurt zonder oorzaak is pas echt gek. Volgens deze redenering wordt u dus niet door externe factoren belemmerd in uw gedachten. U hebt de mogelijkheid om te willen wat u wil en te verlangen wat u verlangt. Dat betekent echter nog niet persé dat die wil en dat verlangen zelf volkomen vrij zijn, dat u zelf kunt kiezen wat u denkt, wilt of verlangt. Ook uw ‘vrije’ wil heeft immers een oorzaak. U kunt dan misschien wel doen wat u wil, maar kunt niet ook willen wat u wilt.

Spraakverwarring of niet de vrije wil staat daarmee nog steeds op losse schroeven. Het is dan ook de moeite waard om toch nog even wat dieper in te gaan op het probleem van die vrije wil. Wat zegt de wetenschap over onze vrije wil? We denken natuurlijk graag aan onszelf als zelfstandige denkende wezens. U hebt immers een levendig bewustzijn van uw subjectieve ervaringen en het gevoel dat u kunt kiezen hoe u wilt handelen. Met andere woorden, u bent er van overtuigd dat het uw bewustzijn is dat uw gedrag veroorzaakt. U kunt immers achteraf uitleggen wat u gedaan hebt en waarom u het gedaan hebt. Maar het achteraf rechtvaardigen van uw handelingen is iets anders dan het zelfstandig en onafhankelijk beslissen wat u al dan niet gaat doen. Wacht even, zult u nu denken, hoe zo achteraf? Ik beslis van te voren of ik iets al dan niet doe. Dat blijkt echter niet te kloppen, uw bewustzijn doet niets anders dan het achteraf reageren op de dingen die u al gedaan hebt. Volgens de moderne wetenschap is dat zelfs het enige waar uw bewustzijn toe in staat is. Het achteraf rechtvaardigen van wat u denkt en doet.

De Amerikaanse neurofysioloog Benjamin Libet ontdekte dat er zoiets als een ‘bewustzijnsvertraging’ bestaat. Uit zijn onderzoek blijkt dat we ons pas nadat een handeling heeft plaatsgevonden bewust worden van die handeling. We krijgen pas het gevoel dat we iets willen nadat we het al gedaan hebben. Libet ontdekte dat het signaal naar onze spieren om op een knop te drukken al vertrokken is op het moment dat we ons bewust worden van de wil om op die knop te gaan drukken. Dat betekent dat handelen vooraf gaat aan denken. Het blijkt dat onze waarneming van bewuste controle een illusie is. Een achteraf door onze hersenen geconstrueerd beeld. Ook veel andere neurowetenschappelijke en psychologische studies bevestigen dat het doorgaans de 'automatische piloot' van uw hersenen is die achter het stuur zit. Die ‘automatische piloot’ heeft er weinig of geen behoefte aan om ‘u’ op de hoogte te houden van wat er speelt. Vreemd genoeg hebben we ook in de situatie dat de ‘automatische piloot’ aan de knoppen zit het intense gevoel dat wij zelf de controle hebben over wat we doen. Als dat niet zo is, waar komt dit gevoel dan vandaan? Het komt in ieder geval niet doordat u rechtstreeks toegang hebt tot de hersenprocessen die uw acties onderbouwen. U heeft immers geen enkel inzicht in de elektrochemische details van hoe uw zenuwen elektrische signalen afvuren of van de wijze waarop neurotransmitters en hormonen door uw hersenen en bloedvaten stromen. In plaats daarvan lijkt onze ervaring van controle afkomstig uit afleidingen die we maken over de oorzaken van onze acties, gebaseerd op ruwe zintuiglijke gegevens. En, net als bij elk soort perceptie, kan onze ervaring misleid worden.

U kent allemaal wel die afbeeldingen die eerst op een konijn lijken, maar een paar seconde later ook als een eend kunnen worden gezien. Of het bekende plaatje van een mooie jonge dame die even later ook als een oude vrouw kan worden aangemerkt. Het is hetzelfde met uw ervaring van controle en vrije wil. Ook die perceptie zou verkeerd kunnen zijn en uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dus dat het dat meestal ook is. Zo blijkt uit experimenten dat het helemaal niet zo moeilijk is om iemand te laten geloven dat hij iets doet terwijl het in werkelijkheid een ander is die handelt. Net zo makkelijk is het om iemand te laten geloven dat iemand anders iets doet terwijl hij het eigenlijk zelf is die de handeling uitvoert.

Dergelijke illusies zijn niet beperkt tot zeer gecontroleerde laboratorium situaties. Neem bijvoorbeeld de bekende rubberen hand illusie. Een proefpersoon legt beide handen plat op een tafel. Zijn linkerhand ligt buiten het zicht door een houten schot, maar naast het schot ligt een rubberen nep hand. De proefpersoon ziet dus naast zijn eigen rechterhand een rubberen nep hand liggen. Nu strijkt iemand met een kwastje over de nep hand en doet dat gelijktijdig over de verborgen linkerhand. Na een tijdje krijgt de proefpersoon het gevoel dat de nep hand bij zijn eigen lichaam hoort. Als iemand met een hamer op de nep hand slaat, trekt de proefpersoon in een reflex zijn echte hand terug. De rubberen hand wordt in zijn perceptie een onderdeel van zijn lichaam en de verborgen echte hand bestaat niet meer. U kunt dit in dit filmpje nog eens nakijken.

Dergelijke waarnemingen wijzen op het bestaan van een fundamentele paradox in wat we menen te weten over onze vrije wil. We hebben de sterke indruk dat we zelf van te voren kiezen wat we doen. We houden onszelf en andere mensen dan ook verantwoordelijk voor hun acties. Toch doen we maar heel weinig dingen echt bewust. Bijna alles wat we in de wereld tegenkomen en bijna al onze reacties op die wereld vereisen geen echte bewuste verwerking en worden op de automatische piloot gedaan. Het gevoel dat u controle hebt over wat u denkt en doet is dan ook diep misleidend. Het is slechts schijn. Een schijn die u als alles al achter de rug is door uw brein krijgt voorgeschoteld.

Als uw ervaring van controle over wat u denkt en doet niet echt is, hoe zit het dan met de vrije wil? Ook de stoïcijnen dachten dat het gevoel van controle grotendeels misleidend is. Als de wereld een complex netwerk van onderling verbonden oorzaken en gevolgen is en dus volledig gedetermineerd is en als er daardoor werkelijk niet zoiets als vrije wil bestaat waarom willen de stoïcijnen dan dat u probeert een virtuoos leven te leiden. Het stoïcijns determinisme is in tegenspraak met de stoïcijnse vrije wil. Als alles gedetermineerd is heeft het toch zeker geen enkel nut meer om te proberen gelukkig en virtuoos te worden? Wat voor zin heeft het nog om naar uw stoïcijnse leraar te luisteren als hij u aanraadt om A te doen omdat dat tot een virtuozer leven leidt? Als van te voren vast staat dat u niet A maar B zult doen heeft toch geen enkel advies nut. U gaat gewoon doen waartoe u gedetermineerd bent. Het heeft geen zin meer om te proberen wat dan ook te ondernemen. Waarom zou u als u ziek bent nog naar de dokter gaan? Het staat toch al vast of u zult genezen of niet. Chrysippus was het niet eens met deze zogenaamde ‘redenering van de luilak’. Hij zei: ‘het kan dan wel zo zijn dat het gedetermineerd is of je zult genezen of niet, maar het zou heel goed kunnen zijn dat je alleen geneest door bij de dokter een behandeling te ondergaan’. Gebeurtenissen hebben vaak meerdere oorzaken en sommige oorzaken komen tot stand door de dingen die je doet. De redenering van de luiaard houdt dus geen stand en het determinisme is geen excuus om op de bank te blijven liggen.

Chrysippus redenering over meerdere oorzaken voor één gebeurtenis verandert niets aan het probleem van het determinisme. Dat uw genezing mede veroorzaakt wordt door uw gang naar de huisarts maakt dat bezoek nog niet minder gedetermineerd. Het feit dat de meeste gebeurtenissen meerdere oorzaken hebben werkt dan misschien tegen het argument van de luiaard, maar zegt nog niets over de vrije wil. Ondanks dat ze geloofden dat het universum vooraf bepaald wordt door de wetten van de natuur, wilden de stoïcijnen toch het idee van vrije wil niet volledig opgeven. Voor een stoïcijn bent u meer dan een biologische voorgeprogrammeerde robot.

Maar ook daarmee schiet u nog niet zo heel veel op. De door de stoïcijnen gekoesterde vrije wil is nog steeds niet gered uit de klauwen van hun eigen determinisme. De stoïcijnen denken echter nog een andere oplossing voor het vraagstuk van de vrije wil te hebben gevonden. Chrysippus komt nu met het voorbeeld van een cilinder die van een helling wordt afgeduwd. Het naar beneden rollen van die cilinder heeft volgens hem twee verschillende soorten oorzaken. In de eerste plaats is er de externe oorzaak. Iemand heeft de cilinder een duwtje gegeven waardoor die in beweging is gekomen. In de tweede plaats is er de interne oorzaak. De cilinder rolt alleen naar beneden door zijn cilindrische vorm. Als het een kubus was geweest zou die misschien een klein stukje zijn verschoven, maar niet naar beneden zijn gerold.

Er bestaan volgens Chrysippus dus twee soorten oorzaken: externe oorzaken, het duwtje tegen de cilinder, en interne oorzaken, de ronde vorm van de cilinder. Beide oorzaken zijn causaal gedetermineerd, maar ze zijn toch wezenlijk verschillend. Vervolgens past hij dit voorbeeld toe op een mens. Stel, zegt hij, u ziet een taart op tafel staan. In wezen velt u dan het oordeel dat uw zintuigen u de indruk geven dat er iets dat u herkent als een taart op tafel staat. Uw stemt in met de indruk dat er een taart is. Dit hele proces is de externe oorzaak van uw bevestiging dat er een taartachtig iets op tafel staat. Het is de duw die de cilinder in beweging bracht. Chrysippus gaat verder en zegt dat dat nog niet alles is. Er is nog meer nodig om dit mogelijk te maken. Minstens zo noodzakelijk is het bewustzijn van de persoon die instemt met de indruk van de taart. Zonder een bewustzijn, een ‘hegemonikon’ dat kan verlangen, willen en oordelen is er helemaal niets dat met de aanwezigheid van de taart kan instemmen. Dat bewustzijn is de interne oorzaak, de vorm van de cilinder. En op de vorm van de cilinder heeft u volgens Chrysippus weldegelijk invloed. U kunt uw karakter, uw ‘hegemonikon’, trainen en aanscherpen. U schaaft dan als het ware aan de vorm van de cilinder. U maakt hem aan de ene kant wat gladder en aan de andere kant wat ruwer om zo de manier waarop hij rolt te beïnvloeden. Aan de externe oorzaak, het noodlot, kunt u niets veranderen, maar aan de interne oorzaak, uw karakter, kunt u wel wat veranderen. Wat er gebeurt ligt buiten uw sfeer van invloed, maar hoe u daar dan vervolgens mee omgaat niet.

“Het noodlot leidt de willige, maar sleept de onwillige over de grond mee”. (Seneca, Brieven aan Lucilius 107).

Dit bekende gezegde van Seneca illustreert de tegenstelling tussen voorbeschikking en vrije wil nog eens extra. Aan het noodlot, de externe oorzaken, kunt u niets veranderen, maar u kunt wel vrijelijk besluiten om u neer te leggen bij wat u overkomt. Het interne oordeel dat u velt over wat er in de externe wereld gebeurt is volkomen vrij. Het ‘hegemonikon’ kan het verloop van de natuurwetten niet veranderen, maar is wel vrij in wat hij daar over denkt. Een mens is geen biljartbal die volgens de wetten van de dynamica beweegt als het een zetje krijgt. Een mens kan met zijn ‘hegemonikon’ kiezen om al dan niet in te stemmen met de indruk die zijn zintuigen hem voorleggen. Chrysippus zegt dat deze menselijke vrije wil bestaat doordat zijn bewustzijn (‘hegemonikon’, rede, logos of hoe u het ook maar wilt noemen) een heel klein stukje van het universele bewustzijn vormt. Doordat ieder mens een minuscuul partje van het alomvattende kosmisch bewustzijn is kan hij een heel klein beetje mee bepalen wat er in die kosmos gebeurt. Het zelfbewustzijn is de innerlijke oorzaak, de vorm van de cilinder, die maakt dat de mens een vrij wil heeft. De menselijke natuur die dit mogelijk maakt is op zijn beurt natuurlijk ook weer het gevolg van causale processen. Dat staat er volgens Chrysippus niet aan in de weg dat het ‘hegemonikon’ vrij is om zijn keus te maken. De menselijke vrije wil in een deterministisch universum is daarmee gered. Of misschien toch nog niet helemaal?

Er valt nog wel wat af te dingen op Chrysippus’ scherpzinnige redeneringen. Ook de menselijke natuur is uiteindelijk door causale processen gevormd. Het is nog maar de vraag hoe veel je wint met het onderscheid tussen externe en interne oorzaken. Eén ding is in elke geval wel zeker. Het voelt wel alsof we een vrije wil hebben. De meeste mensen zijn daar van overtuigd. Als u een stukje van de taart uit het vorige voorbeeld wilt proeven, dan ervaart u dat als uw persoonlijke keuze. Als u geen vrije wil zou hebben zou het alternatief zijn dat uw hand zomaar uit het niets naar voren schiet om een stuk taart te grijpen. Het zou ook nog kunnen dat u een bewustzijn bent dat geen enkele invloed heeft op wat uw lichaam doet. U bent dan niet meer dan een toeschouwer die vast zit in een biologische robot die geheel gedetermineerd zijn programma afdraait. Een minstens net zo onprettig idee als de gedachte dat ook ons ‘hegemonikon’ niet meer dan een illusie is. De redenering van Chrysippus is dan misschien wel niet helemaal vlekkeloos, maar voor mij valt die voorlopig nog wel te prefereren boven de alternatieven.


dinsdag 18 september 2018

Kom uit uw comfortzone! Of toch maar liever niet?


Wees meester en vormgever van uzelf. U bent zelf verantwoordelijk voor de persoon die u bent. Het zijn uw eigen keuzes die u maken tot wat u bent en zult zijn. Daag uzelf uit en plan uw carrière. Stippel voor uzelf een glorieuze toekomst uit. Kom uit uw comfortzone en toon durf. Allemaal kreten die u ongetwijfeld bekend voor zullen komen. Kreten die uitgaan van de volledige maakbaarheid van uw persoon en levensloop.

De stoïcijnen zagen het anders. Uw leven en levensloop zijn helemaal niet maakbaar. Ook uw karakter is dat niet. De wereld, de grote allesomvattende universele natuur, stelt nu eenmaal beperkingen aan uw mogelijkheden. Maar niet alleen dit noodlot beperkt u, ook uzelf. U beschikt nu eenmaal over een bepaalde hoeveelheid talenten. Er zijn een aantal dingen waar u heel goed in bent en een ontelbaar aantal zaken waar u maar beter nooit aan moet beginnen. Het is niet een kwestie van het kiezen van de persoon die u wilt worden. Nee het gaat erom dat u ontdekt wat uw persoonlijke sterke eigenschappen zijn. U moet uw eigen individuele vaardigheid opsporen. Richt u daar op en probeer die te versterken. De beste manier om daar achter te komen is door te kijken naar de dingen waar u plezier aan beleeft. U wordt het gelukkigst en voelt u het meest op uw gemak op de momenten waarop u uw vermogens weet te verwezenlijken. Let dus op de momenten waarop u plezier in het leven hebt en kijk naar de dingen waar u van houdt. Het is heel waarschijnlijk dat nu net de dingen zijn waar u talent voor hebt. Let ook op de dingen waar u een hekel aan hebt en de momenten waarop u uzelf rottig voelt, dat zijn de dingen die u moet proberen te ontlopen.

Uw individuele natuur bepaalt waar u goed in bent. Het gaat er de stoïcijnen om dat u ontdekt wat dat is. Aan de hand van die zelfkennis kunt u uzelf levensdoelen stellen en richting aan uw carrière geven. Het gaat er daarbij niet alleen om dat u weet waar uw talenten liggen, u moet ook uw zwakke kanten goed in de gaten houden. Het zijn ook die zwakke kanten en ‘gebreken’ die richting aan uw leven kunnen geven. Als u eenmaal weet waar u goed in bent moet u u daar ook op gaan richten. U moet uzelf ontwikkelen en steeds meer kennis en ervaring proberen te verwerven. De stoïcijnse zelfverwerkelijking is allesbehalve een excuus voor gemakzucht of luiheid. Integendeel u moet serieus aan de bak met uw talenten.

De management goeroes houden u juist voor dat u zou moeten werken aan uw gebreken. U moet uw zwaktes opheffen om verder te kunnen groeien. Alleen door uw comfortzone te verlaten kunt u tot volle ontplooiing komen. Alles is mogelijk voor wie maar zijn best doet. Alles is haalbaar als je het maar echt wilt. Voor een stoïcijn is dat dus klinkklare onzin. Als u uw comfortzone verlaat zult u vooral ongelukkig worden en dingen van uzelf eisen die u helemaal niet kunt waarmaken. Dergelijke adviezen zijn een recept voor burn-outs en depressies. U maakt uzelf er alleen maar ongelukkig mee en laat daardoor de dingen waar u wel goed in bent versloffen. Een stoïcijn ontwikkelt zijn talenten en blijft ver van zijn defecten. Hij kent zijn zwakke en sterke punten en probeert daar optimaal gebruik van te maken. Dat voorkomt heel wat frustratie en leidt tot een veel gelukkiger en virtuozer leven.

donderdag 6 september 2018

EEN BEWUST UNIVERSUM?


De stoïcijnse metafysica ziet de natuur als een bewust en zelfs goddelijk wezen. In onze seculiere tijden kan dat een moeilijk te verteren idee zijn. Voor mij was (is) het dat in elk geval wel. Ik beschouw mezelf eigenlijk als een atheïst, maar de bestudering van het stoïcisme brengt me wel hoe langer hoe meer aan het twijfelen. Ik ben er niet meer zo zeker van dat er niet een soort van bewustzijn in ons universum huist. En zelfs de moderne wetenschap is er tegenwoordig niet zo heel zeker meer van.

De hele stoïcijnse filosofie is gebouwd op de vooronderstelling dat de kosmos een doelgericht en bewust wezen is dat sturing geeft aan alles wat er in die kosmos gebeurt. Ook de dingen die een mens overkomen zijn allemaal ‘bedacht’ door dit kosmisch bewustzijn. De stoa kent niet een soort heilsleer en er bestaat in hun ‘geloof’ ook geen leven na de dood. Van rituelen, offers, altaars en godenbeelden is al helemaal geen sprake. Het enige gebed dat een stoïcijn kent is misschien wel een gevoel van ontzag voor de natuur. Er ontstaat een gevoel van ontzag als u kijkt naar het hemelgewelf bij nacht, naar de zee, naar een bergketen, een verstild bos, de cyclus van leven en dood of als u de kracht van een woeste rivier, een storm of een aardbeving aanschouwt.

Dit ontzag doet stoïcijnen denken dat er in die overweldigende natuur een creatief en bewust wezen schuilt. Het gaat daarbij niet om een oude man met een lange baard op een wolk, of een Zeus die zijn bliksemschichten vanaf de Olympus op zondige mensen doet neerkomen. Nee het is het totale bestaande, het geheel van materie, ruimte en tijd, met zijn wetten en regelmatigheden dat door de stoïcijnen als god wordt gezien. Volgens hen wordt de kosmos niet door toeval geregeerd, maar is zij het gevolg van een samenhangend geheel van regels en wetten.

Stoïcijnen zijn dan ook pantheïsten, ze geloven dat de hele kosmos, bewust is, van zich zelf weet dat het bestaat en weet wat er gebeurt. Zelfs aan de bron ligt van alles wat er gebeurt en misschien ook wel een soort wil heeft en daardoor wil dat de dingen die gebeuren, gebeuren. Ze zeggen dat iets dat zo complex en zo veel omvattend is wel bewust moet zijn. De mens zelfs is immers een complex en zelfbewust wezen. Als de mens al over zelfbewustzijn beschikt dan moet iets zo immens als het universum dat toch ook hebben? De mens is zich niet alleen bewust van zijn eigen bestaan, maar is zich ook bewust van de wereld om hem heen en vergaart steeds meer kennis van het universum waarin hij leeft. Doordat een ontegenzeggelijk zelfbewust wezen als de mens onderdeel is van de kosmos is die kosmos zich ook bewust van zichzelf. Alleen al door het bestaan van zoiets als de mens is het universum zich dus in zekere zin van zichzelf bewust. De mens is een stukje van het universum dat zich bewust is van de wereld om hem heen. Hij is zich in elk geval bewust van een deel van het universum. Een bewustzijn dat met de groeiende kennis zich steeds verder uitbreidt. Zo bekeken kun je er eigenlijk niet meer omheen dat het universum over een soort van bewustzijn beschikt. Zelfs al is dat niet meer dan het beperkte menselijke bewustzijn.

In de moderne tijd lijkt er een keuze te bestaan tussen theïsme, het geloof in een persoonlijke god of goden, en reductionistisch materialisme, de leer dat er niets meer is dan door natuurwetten geregeerde materie. Een andere keuze lijkt niet te bestaan of je bent religieus, christen, moslim, pagan het maakt niet uit, of je bent een reductionistisch materialist. Toch is er nog een alternatief. Het pantheïsme van de stoïcijnen neemt wel degelijk een tussenpositie in. Het stoïcisme is materialistisch, maar niet op dezelfde manier als de moderne materialisten. Het universum bestaat in hun ogen inderdaad uit door natuurwetten geregeerde materie, maar die materie en natuurwetten zijn zich bewust van het eigen bestaan. Die tussenpositie heeft wel tot gevolg dat de stoïcijnen aan de ene kant door gelovigen als atheïsten worden beschouwd en aan de andere kant door reductionistische materialisten tot naïeve gelovers in sprookjes worden gebombardeerd. Een middenpositie kan zo zijn nadelen hebben.


maandag 20 augustus 2018

NEEM UW REPTIELENBREIN IN DE MALING

Instincten en de daaraan verbonden emoties kunnen behoorlijk lastig zijn. In de oertijd waren ze misschien handig om aan een sabeltandtijger of de kwade echtgenoot van een minnares te ontkomen, maar nu zijn ze vooral vervelend. Stoïcijnen zijn zich er van bewust dat onze natuurlijke instincten uit de pas lopen met de uitdagingen en behoeften van de moderne tijd. Ze weten ook dat hun natuurlijke denkvermogen hen de mogelijkheid biedt om het verstoorde evenwicht weer te herstellen. Makkelijk is anders. Onze emoties zitten diep verankerd in onze genen en in onze hersenen. De hersenstam, de plek waar onze reflexen vandaan komen, is evolutionair het oudste deel van de hersenen. Dit deel van het brein is verantwoordelijk voor het automatisch regelen van dingen als reflexen, ademhaling, bloedsomloop, hartslag en temperatuur. Daarnaast zitten hier ook onze primaire overlevingsinstincten zoals honger, dorst, lust en pijn. Met andere woorden onze meest primitieve levensfuncties die noodzakelijk zijn voor ons eigen voortbestaan en het voortbestaan van de menselijke soort. Het stamt nog uit de tijd dat van de dinosauriërs en krokodillen. Daarom wordt het ook wel eens het reptielenbrein genoemd. Dit is het gebied waar de indrukken van de buitenwereld het eerst de hersenen bereiken. Hier wordt onmiddellijk een reflex aan de dingen en gebeurtenissen uit de buitenwereld verbonden.

Het reptielenbrein veroorzaakt wat de stoïcijnen pre-emoties of driften noemen. Een haast automatische neiging die tot lichamelijke reacties die ons van gevaar weg moeten leiden, of juist richting een beloning moeten voeren. Dit soort driften worden voortdurend in ons opgewekt, al zijn we ons daarvan meestal niet bewust. Onze driften zijn universeel en gelden voor alle tijden en alle plaatsen. Ze liggen vast in onze biologie en zijn genetisch bepaald. De bron van deze driften of pre-emoties is heel moeilijk te beïnvloeden. Via het reptielenbrein komen indrukken uit de buitenwereld terecht in wat ik maar het mensenbrein zal noemen. Pas op het moment dat een indruk het mensenbrein bereikt heeft wordt u zich bewust van die indruk. Het mensenbrein bekijkt de pre-emotie en verbindt er een mening aan. Vanaf dat moment ontstaat er een echte emotie.Maar door geduldig over langere tijd vanuit het mensenbrein corrigerend op te treden kunt u dit oerbrein toch een beetje in het gareel krijgen en daarmee uw persoonlijkheid aanpassen.

De pre-emotie van ons reptielenbrein is, zoals we zagen, onvermijdelijk. U zult die input gewoon moeten aanvaarden. Er zit niets anders op. Maar voorlopig zult u ook het waardeoordeel dat uw mensenbrein daar aan verbindt nog niet weten te beheersen. Een jaren lange praktijk van automatische gedachtetreinen en bijpassende negatieve emoties leert u niet zo één, twee, drie weer af. Probeer maar eens niet aan die o zo bekende roze olifant te denken. Dat lukt u niet. Vooralsnog kunt u er dan ook mee volstaan om de aanwezigheid van uw negatieve emoties gewoon te accepteren. Probeer er niet tegen te vechten. Als u zich verzet dwingt u uw hersenen juist er extra aandacht aan te schenken. In plaats van te verminderen zal het vervelende gevoel nu of in de toekomst u met hernieuwde kracht weten te raken. Aanvaard het gevoel, maar besef tegelijkertijd dat het maar een gedachte is. Het is niet meer dan een mening over iets in de buitenwereld. Een mening die misschien helemaal niet klopt met de werkelijkheid.

Verzet u dus niet, laat het gevoel er gewoon zijn. Verzet kost u alleen maar energie die u veel beter voor iets anders kunt gebruiken. Wees ook niet kwaad op uzelf. Het leren voorkomen van negatieve emoties is geen kleinigheid. U kunt uzelf beter vergeven voor de aanwezigheid van dit vervelende gevoel. Net als iedereen denkt u vermoedelijk dat uw negatieve emoties een absoluut en reëel beeld van de werkelijkheid geven. Uw mensenbrein dikt uw pre-emoties nog eens extra aan met akelige herinneringen uit het verleden en zelf gefabriceerde toekomstvoorspellingen. Hierdoor wordt de indruk uit uw reptielenbrein omgezet in een zich zelf versterkende en behoorlijk vervelende emotie. Volgens u is dit gevoel echt en helemaal waar. Wees u er echter van bewust dat die vervelende gedachten en gevoelens, maar een mening zijn. Een mening die kan kloppen, maar die naar alle waarschijnlijkheid niet volledig met de werkelijkheid overeenstemt en voor een belangrijk deel het gevolg is van uw op hol geslagen mensenbrein.

Door automatisch achter al uw gevoelens aan te rennen verliest u het contact met de werkelijkheid en construeert u in uw hoofd een eigen schijnwerkelijkheid vol met verschrikkingen en fantasieën. Ons brein probeert ons een beeld van de werkelijkheid te geven dat ons moet helpen om te overleven in een harde, woeste prehistorische wereld. Het is van nature nogal pessimistisch ingesteld. De overlevingskansen van een angstig en voorzichtig mens zijn nu eenmaal groter dan die van een blijmoediger persoon. Het is echter een beeld van de buitenwereld dat niet meer klopt. Uw brein denkt ‘better safe than sorry’, maar zadelt u daarmee wel met een vals wereldbeeld en de daarbij behorende vervelende emoties op.

Het is dan ook belangrijk om u te realiseren dat dit automatische emotioneel gekleurde beeld niet de werkelijkheid zelf is. Het is maar een mening en hoe echt het ook lijkt te voelen het is niet de realiteit. Benader deze met emoties gekleurde gedachten als wat ze zijn: een mening. Realiseer u dat het om een volkomen normale en onschuldige automatische reactie op de buitenwereld gaat. Accepteer hun aanwezigheid, maar doe wel een stapje terug en vraag uzelf af of u iets aan dit gevoel hebt. Kunt u er iets mee? Bekijk de situatie nog eens van een afstandje. Blijft het hetzelfde of verandert er iets? Is het gevoel bij nader inzien misschien minder reëel dan het zich in eerste instantie liet aanzien?

De pre-emoties van uw reptielenbrein zijn onontkoombaar, daar kunt u niet omheen en zit u gewoon mee opgescheept. Maar uw reptielenbrein is niet de slimste thuis. Met wat handigheid valt het soms te bedotten. Met de bodyscan oefening uit de vorige les heeft u geleerd dat emoties gepaard gaan met bepaalde lichamelijke toestanden. Zo spannen uw spieren zich, gaat u sneller ademen en slaat uw hart op hol wanneer u ergens bang voor bent of boos over wordt. Uw reptielenbrein bereidt uw lichaam daarmee voor op een vecht of vlucht reactie. Deze lichamelijke reactie kunt u echter met uw mensenbrein overrulen. U kunt uw spieren bewust ontspannen en u kunt rustiger door uw buik gaan ademhalen. Door dit te doen raakt uw reptielenbrein in de war. Het weet niet wat het er mee aan moet, uw lichaam reageert anders dan zou moeten. Het krijgt tegenstrijdige signalen en vermindert de uitstoot van de stresshormonen die bij de emotie horen. Dwing uw mond in een glimlach als u verdrietig bent, uw wat dommige reptielenbrein denkt dat u vrolijk bent en stopt enigszins verward met de uitstoot van ‘verdriethormonen’. Accepteer de aanwezigheid van de emotie, maar laat uw lichaam een tegengesteld signaal afgeven. U kunt zo de emotie niet helemaal uitschakelen, maar wel de intensiteit beperken.

Door uw spieren niet te spannen wanneer u angstig bent, door te glimlachen wanneer u verdrietig bent accepteert u de aanwezigheid van de negatieve emotie eigenlijk nog vollediger. Uw reptielenbrein denkt dat u er van afziet om te vluchten of te vechten, dat u er van afziet om met huilen de troostende aandacht van uw stamgenoten te trekken. Het krijgt zo de indruk dat de emotie overbodig is geworden. De volgende stap op weg naar het zo veel mogelijk verminderen van uw negatieve emoties, uw ‘patheiai’ is het leren beheersen van uw gedachten.