vrijdag 19 juli 2019

STOÏCISME IS GEEN KINDERSPEL


Hoofdstuk 29 van het Handboekje van Epictetus
Bij alles wat je gaat ondernemen moet je eerst goed kijken wat het precies betekent wat je wilt gaan doen. Anders begin je ergens vol enthousiasme aan, maar druip je al weer af zodra het een beetje moeilijk wordt. Zo vriend, jij wil dus Olympisch kampioen worden. Ik ook, dat zou geweldig zijn! Maar kijk eerst eens wat dat zou betekenen. Je moet je aan een strenge training onderwerpen. Je kunt niet zomaar eten waar je zin in hebt. Gebak en zoetigheid zijn uit den boze. Je moet trainen op de voorgeschreven tijden. Wat voor weer het ook is. Je mag geen frisdrank of alcohol drinken. Je moet je volledig aan je trainer overgeven. Bij wedstrijden kan je je pols verdraaien, je enkel verzwikken, lelijk vallen en bij dat alles ook nog eens verliezen. Laat dit goed tot je doordringen voor je met sporten begint.
Als je dan nog steeds sporter wilt worden ga er dan helemaal voor. Als je dat niet doet, weet dan dat je je kinderachtig gedraagt. Kinderen spelen vandaag dat ze sporter zijn, morgen zijn ze weer gladiator, trompetspeler of ze spelen in een toneelstukje. Zo ben jij dan ook de ene keer sporter, de andere keer gladiator, redenaar of filosoof, maar niets met hart en ziel. Je aapt alles na wat je ziet en vindt telkens weer iets anders leuk. Dat komt doordat je ergens zomaar zonder nadenken aan begint, zonder echt te onderzoeken wat het betekent, zonder dat je echt weet wat je wilt. Sommigen zien een filosoof spreken als Socrates, en wie wil niet zo mooi kunnen spreken, en denken dan dat wil ik ook. Ik word filosoof.
Man kijk eerst eens wat dat nu eigenlijk betekent, wat zijn je talenten, kun je het wel aan? Wil je een vijfkamper of een worstelaar worden? Kijk dan naar je armen, je dijen en je heupen. Niet iedereen is overal even goed in. Als je filosoof wilt worden kijk dan eerst naar wat dat inhoudt, en kijk daarna naar jezelf. Kan je het aan? Ben je bereid de prijs te betalen? Denk je dat je als stoïcijn net zo kunt blijven eten, drinken, boos worden en je ergeren als voorheen? Je moet altijd attent zijn, hard werken, je vrienden en bekenden achterlaten. Je zult veracht worden door een slaafje, door iedereen uitgelachen worden, in alles de laatste zijn, in aanzien, in carrière, in de rechtbank, bij alles wat je doet. Laat dat goed tot je doordringen en bedenk dan of je bereid bent om deze prijs te betalen voor rust, vrijheid en onverstoorbaarheid. Zo niet, begin er dan niet aan. Gedraag je niet als een kind door eerst filosoof en dan weer belastinginspecteur, redenaar of gouverneur in dienst van de keizer te willen worden. Dat gaat niet samen. Je moet kiezen: goed of slecht. Of je richt je op het vervolmaken van je intellect of je richt je op uiterlijkheden, je spant je in voor je binnenwereld of voor de buitenwereld, met andere woorden je speelt de rol van filosoof of van een gewoon mens.

Bezint eer ge begint. Epictetus waarschuwt zijn leerlingen er regelmatig voor dat het stoïcisme niets vrijblijvends heeft. In tegendeel het is juist enorm veeleisend. Hij vergelijkt het hier zelfs met het mee willen doen aan de Olympische Spelen. Een Olympisch sporter moet talent hebben en heel wat ontberingen doorstaan om mee te mogen doen aan de Spelen. Hij moet een grondige zelfkennis hebben, zijn sterke en zwakke kanten kennen en bereid zijn om alles op zij te zetten voor zijn sport. Epictetus houdt zijn leerlingen voor dat ook filosofie topsport is. Het is niet iets wat je er even bij doet als een interessante hobby. Het is een manier van zijn die je hele leven op zijn kop zet.

Bij de beslissing om een stoïcijns filosoof te willen worden moet je dus niet over één nacht ijs gaan. Je moet je goed realiseren wat het betekent. Je moet om te beginnen een goed beeld van de theorie krijgen. Zonder een grondige theoretische basis heb je geen idee waar je aan begint. Pas als je de theorie onder de knie hebt kun je met het echte werk beginnen; de stoïcijnse levenspraktijk. Alles wat je tot nu toe gewent was te voelen, denken en doen wordt ter discussie gesteld. Net als een sporter kun je niet meer zo maar eten en drinken waar je zin in hebt. Je moet leren je verlangens, irritaties en angsten onder ogen te zien en aan te passen. Je levensstijl zal eenvoudiger en soberder worden. Niet omdat je je bewust aan één of ander dieet of training wilt onderwerpen, maar omdat je echt geen behoefte meer hebt aan luxe en rijkdom. Tot nu toe dacht je bijvoorbeeld dat lekker eten en drinken iets goeds en prettigs was, als stoïcijn zal je op een gegeven moment tot de ontdekking komen dat de door je familie en vrienden zo aanbeden liflafjes en dure wijnen je koud laten. Geld, roem, carrière, voetbal, auto’s, luxe al die dingen waar anderen zo gek op zijn, zijn onbelangrijk voor je geworden. Het is niet dat je opeens een ascetisch calvinist bent geworden. Nee, je zal echt nog wel eens een wijntje of biertje met je vrienden drinken en misschien zelfs nog wel eens een voetbalwedstrijd of ander sportevenement bezoeken, maar je vrienden zullen merken dat het je allemaal niet meer echt boeit. Het zal je worst zijn of die club waarvan je ooit zo’n fanatiek supporter was wint of verliest. Je bent heel anders gaan denken en voelen.

Je hoeft er niet mee te koop lopen dat je je niet meer interesseert voor dezelfde dingen als je omgeving. Epictetus raadt je zelfs aan om daar een beetje geheimzinnig over te doen. Maar dat zal niet kunnen voorkomen dat je familie en vrienden er gauw genoeg achter zullen komen dat je veranderd bent en hun reactie zal niet prettig zijn. Je zult als een loser worden beschouwd, als een sneue dromer. Nu auto’s, voetbalwedstrijden en bier je niet meer boeien zullen je vrienden je saai gaan vinden. Nu status en ambitie je niets meer kunnen schelen zal je bij sollicitaties en promoties overgeslagen worden. Epictetus waarschuwt er hier zelfs voor dat je er op moet rekenen dat je uitgelachen zal worden en nauwelijks nog serieus genomen zult worden.

Het is niet altijd zo zwart-wit als Epictetus het hier afschildert, soms wil een onverschillige stoïcijnse levenshouding wel eens carrière bevorderend werken. Mensen willen nog wel eens onder de indruk raken van iemand die zich het stoïcisme eigen heeft gemaakt. Maar zelfs als dat het geval zou zijn, dan zou ook die bewondering een echte stoïcijn volkomen koud laten. Het is de prijs die je moet betalen voor gemoedsrust en virtuositeit. Als die prijs je te hoog is en je te veel waarde blijft hechten aan externe zaken dan is het stoïcisme dus niks voor je. Je moet een keuze maken. Of je richt je op de vervolmaking van je karakter of je richt je op carrière, rijkdom en macht. Een tussenweg bestaat niet. Het is het één of het ander.


zaterdag 13 juli 2019

SCHELDEN DOET GEEN PIJN


Hoofdstuk 28 van het Handboekje van Epictetus

Je zou kwaad worden als iemand je lichaam aan zomaar iemand op straat zou uitleveren. Schaam je je er dan niet over dat je overstuur raakt als iemand je uitscheldt. Dan lever je je gemoedsrust immers uit aan zomaar de eerste de beste.

Epictetus wist als geen ander wat het betekende geen controle over je eigen lichaam te hebben. Als voormalig slaaf wist hij wat het betekende om uitgeleverd te zijn aan een meester die de volledige macht had over je lichaam, hij bepaalde wat je deed, wat je at en hoe je gekleed ging. Waar hij echter nooit controle over kan krijgen is je geest. Epictetus legt er steeds weer de nadruk op dat je altijd en onder alle omstandigheden de volledige macht over je gedachten hebt.

Niemand zou zomaar vrijwillig zijn lichaam aan iemand anders toevertrouwen. Gevangenschap, slavernij en een absolute kadaverdiscipline werden in de Oudheid net zo verafschuwd als tegenwoordig. Epictetus vond het gek dat zijn leerlingen hun geestestoestand wel zomaar en zonder slag of stoot aan een ander uitleverden. Eén enkele kritische opmerking, een neerbuigend lachje of soms zelfs een wat meewarige blik kon sommige van hen totaal laten ontploffen. Anderen werden onder de zelfde omstandigheden juist verdrietig en teruggetrokken. Kortom: ze hadden hun gemoedstoestand met huid en haar aan iemand anders uitgeleverd. Mensen die er niet over zouden piekeren om hum lichaam aan een toevallige voorbijganger uit te leveren, raken wel totaal overstuur als iemand ze uitscheldt of een middenvinger naar ze opsteekt. Ze geven daarmee andere mensen de macht over hun emoties en dus ook over hun welzijn.

De studenten zagen iedere dag voorbeelden van mensen die hun gemoedstoestand in handen van andere overgaven. Waarschijnlijk hadden een flink aantal van die voorbeelden op hen zelf betrekking. Anderen kunnen zo, bedoeld of onbedoeld, je geluk behoorlijk in de weg staan. Epictetus wilde dat zijn studenten zich hier goed van bewust waren, zodat ze één van de stoïcijnse technieken konden inzetten om dit te voorkomen. Andere mensen kunnen je doelstellingen dwarsbomen en kunnen er zelfs op uit zijn om je treiteren, maar dat zegt iets over hen en heeft niets met jou persoonlijk te maken. Je hebt zelf de volledige macht over je gedachten en gevoelens en je kunt iemand anders de toegang tot je innerlijke kasteel ontzeggen.

Dat betekent niet dat de meningen van anderen een stoïcijn volkomen koud zouden moeten laten. Hoe beledigend een bepaalde opmerking ook bedoeld is, een stoïcijn moet altijd even nagaan of er toch niet een kern van waarheid in zit. Ook de bron van de kritiek speelt hierbij een rol. Gaat het om een nitwit of is het iemand die weldegelijk iets over het onderwerp te melden heeft? De emotionele bedoeling van de opmerking of belediging laat een stoïcijn van zijn schouders glijden, maar inhoudelijk moet wel even gekeken worden of er misschien ruimte voor verbetering bestaat.


vrijdag 5 juli 2019

STOÏCISME EN DE KUNST VAN HET BOOGSCHIETEN


Hoofdstuk 27 van het Handboekje van Epictetus

Net zo min als een schietschijf wordt neergezet om te worden gemist bestaat het kwaad in de wereld.

Dit is een kort en op het eerste gezicht nogal raadselachtig hoofdstukje. Laten we toch eens kijken of we er achter kunnen komen wat Epictetus hier bedoelt. Het doel dat de stoïcijnse boogschutter probeert te raken is de virtuositeit. Volgens Epictetus is het daarbij in principe altijd mogelijk om de roos van de schietschijf te raken. De wereld van goed en kwaad speelt zich voor hem volledig af in de binnenwereld van het beoordelen van gebeurtenissen uit de buitenwereld. Het is wat je denkt over een bepaalde gebeurtenis wat bepaalt hoe je je voelt. Je gedachten en oordelen zijn de enige echte bron van goed en kwaad. Een juist oordeel over de buitenwereld is goed en een verkeerd oordeel is slecht. Juiste oordelen zijn het equivalent van een schot in de roos en onjuiste oordelen zijn de missers van onze stoïcijnse boogschutter.

In de wilde buitenwereld bestaat niet zoiets als goed en kwaad. Dat is de wereld van feiten van dingen waar je geen noemenswaardige invloed op kunt uitoefenen. Er gebeurt natuurlijk van alles in die boze wereld wat we liever niet hadden gehad. Er zijn natuurrampen, ziektes en kwaadaardige mensen. Dingen die je het leven behoorlijk zuur kunnen maken. Maar voor de stoïcijnen is daar niets slechts aan. Het zijn ‘facts of life’ waar je mee moet leren omgaan. Ze zijn in wezen niet goed of slecht maar gewoon neutraal. De stoïcijnse filosofie is er vooral op gericht om te leren om te gaan met de wisselvalligheden van het lot. De geschiedenis beweegt zich langs door natuurwetten uitgesleten paden. Als nietig persoontje kan je daar niet zo heel veel aan veranderen. Het enige waar je wel iets aan kunt doen is de houding die je tegenover die gebeurtenissen aanneemt. Dat is voor Epictetus de enige echte bron van goed en kwaad. Dat is de schietschijf waar onze stoïcijnse boogschutter op mikt.

zaterdag 29 juni 2019

DE STOÏCIJNSE TECHNIEK VAN DE PROJECTIEVE VISUALISATIE


Hoofdstuk 26 van het Handboekje van Epictetus
Als, bijvoorbeeld, andermans slaaf een kopje breekt, zeg je direct: ‘dat kan nu eenmaal gebeuren’. Als het nu jouw kopje is dat breekt bedenk dan dat je net zo moet reageren als wanneer het een ander overkomt. Dit moet je ook doen bij belangrijkere dingen. Het kind of de vrouw van een vreemde is overleden. Iedereen zegt dan: ‘Zo gaat dat nu eenmaal in het leven’. Maar als je eigen kind of vrouw overlijdt, dan is het meteen: ‘Ach en wee’ en ‘arme ik’.

De stoïcijnen kenden een heel scala aan psychologische technieken om beter met de ups en downs van het leven om te kunnen gaan. In dit hoofdstukje legt Epictetus de techniek van de ‘projectieve visualisatie’ uit. Deze techniek is bedoeld om allerlei tegenslag beter het hoofd te kunnen bieden. Het laatste voorbeeld dat Epictetus geeft is voor een beginnend stoïcijn echt wel een beetje te extreem. Maar als uw kind een kopje breekt, heeft u waarschijnlijk de neiging boos te worden. Zou u dat ook zijn als het zoontje van de buren hetzelfde overkwam? Vermoedelijk niet. Door u voor te stellen dat de vervelende dingen die u overkomen niet u, maar iemand anders overkomen, kunt u de gebeurtenissen beter relativeren. Maak er een gewoonte van om iedere keer dat u zich ergens aan ergert of ergens angstig van wordt te bedenken of u net zo zou reageren als hetzelfde iemand anders zou overkomen. U leert zo de vervelende gebeurtenissen in uw leven vanuit een ander, relatief perspectief te bezien.

Deze techniek werkt vooral goed bij klein leed, zoals het breken van een kopje of het missen van de bus. Bij deze techniek leert u vervelende dingen te relativeren door te bedenken hoe u zou reageren als hetzelfde andere mensen zou overkomen. U projecteert als het ware uw eigen situatie op iemand anders en kijkt dan wat u dat doet. U neemt een beetje afstand van uw eigen zielige ik en probeert wat objectiever naar de werkelijkheid te kijken. Door de dingen zo te relativeren kunt u leren minder van uw stuk te raken als er iets mis gaat.

Stoïcisme is zeker niet alleen bedoeld om klein leed te verzachten. Epictetus noemt niet voor niets, naast het breken van een kopje ook het overlijden van vrouw of kind als voorbeeld. Ook iemand die emotioneel, financieel of op een andere manier totaal aan de grond zit kan profiteren van de techniek van de projectieve visualisatie. Iemand die onder een brug woont en niets anders bezit dan de kleding aan zijn lijf heeft tenminste dat nog. Iemand die ziek is, leeft in elk geval nog. Er bestaat bijna altijd wel een mogelijkheid om deze techniek toe te passen. Het zal dan misschien wel niet tot een groots geluksgevoel leiden, maar kan weldegelijk helpen om het leven iets te verzachten.


vrijdag 21 juni 2019

POPULARITEIT HEEFT EEN TE HOGE PRIJS


Hoofdstuk 25 van het Handboekje van Epictetus
Wees blij wanneer iemand terecht een betere plaats heeft gekregen bij een diner of receptie, of wanneer iemand die het beter weet om advies wordt gevraagd. Wordt niet boos als je gepasseerd wordt en iemand anders ten onrechte voor jou wordt uitgenodigd of om advies gevraagd. Bedenk dat je geen aanspraak kunt maken op de dingen waar je geen controle over hebt, zonder daarvoor de prijs te betalen.
Hoe kan iemand die alle feestjes afloopt verwachten hetzelfde behandeld te worden als iemand die dat niet doet? Hoe kan iemand die anderen niet steeds naar de mond praat verwachten hetzelfde behandeld te worden als iemand die dat wel doet. Hoe kan iemand die niet steeds complimentjes uitdeelt verwachten net zo behandeld te worden als iemand die dat wel doet? Je bent dom en onverzadigbaar als je een voorkeursbehandeling verwacht zonder daar de prijs voor te betalen.
Wat betaal je voor een krop sla. Een euro? Denk niet dat je niets hebt als iemand anders een euro betaalt en daar een krop sla voor krijgt terwijl jij die euro niet betaalt en geen sla krijgt. Hij heeft zijn krop sla, maar jij hebt een euro. Zo is het ook met populariteit. Je bent niet uitgenodigd voor een feestje? Natuurlijk niet: je hebt de prijs niet betaald die je daarvoor betalen moet. De uitnodiging wordt verkocht voor complimentje en attenties. Betaal de prijs als je daar beter van wordt. Je bent onverzadigbaar en dom als je de prijs niet wilt betalen en toch wilt worden uitgenodigd. Heb je dan niets in plaats van dat feestje? Natuurlijk wel. Je hebt hem geen complimentjes hoeven maken terwijl je dat niet wilde, je hebt niet voor hem en zijn vriendjes hoeven kruipen.

De stoïcijnen denken dat de meeste mensen ongelukkig zijn omdat ze niet goed weten welke dingen echt belangrijk en waardevol zijn. Ze brengen hun dagen door met het najagen van dingen waar ze ten onrechte van denken dat ze belangrijk zijn voor hun geluk. Ze beseffen niet dat het juist vaak het najagen van die dingen is die de voornaamste oorzaak is van hun ellende. Het lijkt tegenwoordig wel een epidemie, die hedendaagse zucht naar zichtbaarheid. Je hoeft niet persé iets te kunnen, het gaat er gewoon om dat anderen je kennen en leuk vinden. Bijvoorbeeld op YouTube, Facebook, Instagram of televisie. Hoe meer ‘likes’ je weet te verzamelen hoe beter je je voelt. Het gaat daarbij niet alleen om het streven naar internationale of nationale bekendheid, ook de drang om populair te zijn binnen de eigen vriendenkring valt hier onder. Zelfs de mensen die niet actief op zoek zijn naar hun ‘moment of fame’ in de media, streven toch nog naar populariteit binnen hun eigen groep en verlangen daarnaast ook nog eens naar erkenning via hun werk.

Ze denken dat dit soort roem, in de ruimste zin van het woord, hen gelukkig zal maken. Deze eerzucht vindt zijn biologische oorsprong in de evolutie. Voor uw overleven is het belangrijk om een gewaardeerd lid van uw stam te zijn. Hoe populairder en machtiger u bent hoe groter de kans dat anderen u helpen als het even tegen zit. Een heel natuurlijke en sociale emotie, die volgens de stoïcijnen toch een voorname bron van ongemak en negatieve gevoelens kan vormen. Zelfs het simpelweg populair blijven binnen uw eigen vriendenkring kost heel wat energie. U moet op feestjes verschijnen, complimentjes maken, doen alsof u lelijke dingen mooi vindt, op het juiste moment berichtjes op facebook liken en al de activiteiten, grappige katten en andere onzin van uw vrienden op de voet blijven volgen. Kortom een heel gedoe dat u heel wat van uw vrijheid en energie kost. En dan gaat het alleen nog maar om uw populariteit bij uw directe vrienden, om lokale of nationale bekendheid te verwerven moeten er nog veel meer inspanningen worden verricht.

Een stoïcijn maakt zich niet druk om zijn sociale status. Dat scheelt een hoop frustraties en levert een heleboel extra vrijheid op. Stoïcijnen hechten aan hun vrijheid en zijn erg terughoudend met het betalen van de prijs voor wat doorgaans als goede sociale contacten wordt aangemerkt. Door die prijs niet te betalen hoeft u de inspanningen die populariteit vereist niet te maken, en tegelijkertijd bespaart u zich de frustraties van het ondanks al die inspanningen niet uitgenodigd worden. Populariteit is afhankelijk van de reactie van anderen. Als u sociale status najaagt geeft u zich over aan de anderen. U levert uw welzijn en uw geluksgevoel uit aan de instemming van mensen waar u geen grip op hebt.

Door u te beperken tot uw eigen gedrag en er voor te zorgen dat dat gedrag virtuoos is, voorkomt u de stress van het als maar proberen bij anderen in de gunst te komen of blijven. Daar komt nog eens bij dat u nauwelijks invloed hebt op wat anderen over u denken. U kunt nog zo uw best doen om aardig en leuk gevonden te worden, maar uiteindelijk beslissen die anderen er toch zelf over of ze u wel of niet mogen. Het enige waar u wel echte invloed op hebt is op uw eigen gedrag. Zorg er dus gewoon voor dat u de dingen doet waarvan u zelf vindt dat ze goed en virtuoos zijn en laat de mening van anderen aan hen over.

vrijdag 14 juni 2019

DE STOÏCIJN ALS CARRIÈRETIJGER


Hoofdstuk 24 van het Hanboekje van Epictetus
Laat je niet dwarszitten door dit soort gedachten: ‘Ik zal nooit succes hebben, ik zal altijd een loser blijven, een absolute nul.’ Gebrek aan virtuositeit dat is pas echt iets slechts, maar bedenk dat dat niet van iemand anders afhangt, niemand kan je dwingen je virtuositeit op te geven. Jij bepaalt toch niet zelf of je een goede baan krijgt aangeboden of dat je op een belangrijke receptie wordt uitgenodigd? Absoluut niet. Hoe kan zoiets een tekort aan virtuositeit zijn? Hoezo zal je een loser zijn, iemand die niets voorstelt? Je hoeft je toch alleen maar bezig te houden met de dingen die in je macht liggen? Alleen daarmee kun je laten zien wat je echt waard bent.
‘Maar ik kan mijn vrienden niet helpen om rijk te worden en carrière te maken.’ Wat bedoel je daarmee? Ze zullen geen kruiwagen hebben? Ze zullen geen geld van je krijgen, ze zullen door jou geen carrière maken. Wie heeft je dan verteld dat dat dingen zijn waar je controle over hebt en dat dat niet andermans zaken zijn? Wie kan een ander geven wat hij zelf niet heeft? ‘Zorg dan dat je carrière maakt en rijk wordt’, zegt iemand, ‘dan kan je ons helpen.’ Als ik dat kan bereiken zonder mijn zelfrespect, betrouwbaarheid en virtuositeit te verliezen, laat me dan maar zien hoe dat kan en ik zal er voor zorgen dat ik carrière maak. Maar als jullie willen dat ik mijn virtuositeit opgeef om er voor te zorgen dat jullie rijk en succesvol worden, bedenk dan eens hoe onredelijk en dwaas jullie zijn. Wat hebben jullie nu liever, geld of een betrouwbare vriend met zelfrespect? Help me dan liever met dat laatste en vraag me niet om dingen te doen waardoor ik mijn virtuositeit kwijt raak.
Dan zegt iemand: ‘Maar ik zal dan niets bijdragen aan mijn land en de maatschappij.’ Ook hier geldt weer: Om wat voor bijdrage gaat het dan? Nee de gemeenschap zal door jouw inspanningen geen winkelcentra en zwemparadijzen krijgen. En wat zou dat? Je krijgt toch ook geen schoenen van de smid of wapens van de schoenmaker? Het is genoeg als iedereen zijn eigen ding doet. Als jij er nu voor zou zorgen dat je een virtuoos burger met zelfvertrouwen wordt, zou je je gemeenschap dan geen dienst bewijzen? ‘Zeker’. Dan ben je dus helemaal niet nutteloos voor je gemeenschap. ‘Maar’, zegt hij, ‘wat voor werk zou ik dan moeten gaan doen?’ Dat maakt niets uit. Zolang je in je werk je virtuositeit en zelfrespect maar kunt behouden. Wat voor dienst bewijs je je gemeenschap nog als je door je werk vals en onbetrouwbaar zou worden?

Epictetus is hier in gesprek met een leerling die de les uit het vorige hoofdstuk nog niet helemaal tot zich heeft laten doordringen. Hij is bang als een totale mislukkeling te worden gezien als hij niet probeert carrière te maken en rijk te worden. Ook is hij bang dat zijn vrienden zich van hem zullen afkeren als blijkt dat mooie leaseauto’s, het nieuwste model iPhone, hippe barbershops en vakanties met exotische bestemmingen hem voortaan koud laten. Wat heb je aan zo’n loser? Je kunt niet meer normaal met hem praten of feesten en als kruiwagen voor een mooie positie heb je ook al niets meer aan hem.

Epictetus wijst zijn leerling er op dat het daar helemaal niet om gaat. Al die materiële ballast waar de maatschappij van verwacht dat je er gek op bent valt niet te verwerven zonder andere mensen te vleien en smerige trucjes uit te halen. Stoïcijnen propageren niet een leven van armoede en onthouding, maar weten dondersgoed dat de welvaart en rijkdom, de populariteit en status waar iedereen zo naar lijkt te verlangen wel ten koste moeten gaan van anderen. Je moet concurreren met je collega’s en komt alleen vooruit door naar boven te likken en naar beneden te trappen. En alsof dat nog niet erg genoeg is verlies je als carrièretijger bovendien ook nog eens je vrijheid, zelfrespect en betrouwbaarheid. Dit zijn deugden waar een virtuoos stoïcijn onder geen beding afstand van wil doen. Dan maar geen carrière, status en macht.

De leerling sputtert nog tegen dat hij dan ook geen bijdrage aan de gemeenschap kan leveren en van een stoïcijn wordt toch ook een sociale instelling verwacht. In het oude Rome waren het vooral rijke en machtige mensen die publieke gebouwen als luxe markthallen en prachte badhuizen aanlegden. Epictetus vraagt hem of hij door een eerlijk en rechtschapen burger te zijn al niet genoeg aan de maatschappij bijdraagt. Volgens hem heeft de gemeenschap meer aan een virtuoos maar arm en vrij mens dan aan een rijke aan consumptie verslaafde carrièretijger.

Wanhopig vraagt de leerling wat hij dan wel met zijn leven moet gaan doen. Hij volgt een dure opleiding aan de eliteschool van Epictetus en die vertelt hem dan doodleuk dat hij geen carrière mag maken. Onze arme leerling raakt helemaal van slag. Toch is daar geen reden voor. Epictetus vertelt hem dat hij in principe iedere carrière mag kiezen die hij maar wil, zolang hij er maar voor zorgt dat dat niet ten koste gaat van zijn vrijheid, betrouwbaarheid en zelfrespect. Kortom van zijn virtuositeit. Zonder de gebruikelijke vleierij en onderdanigheid naar meerderen betekent dat dan natuurlijk wel dat die carrière heel wat stroever zal verlopen dan bij zijn niet stoïcijnse collega’s. Bovendien loopt onze leerling daarbij ook nog eens een goede kans om als klokkenluider in de goot te eindigen. Maar Epictetus leert hem dat dat allemaal dingen zijn die buiten zijn macht liggen en die voor een virtuoos en gelukkig leven geen rol spelen.

vrijdag 7 juni 2019

BLIJF JEZELF


Hoofdstuk 23 van het Handboekje van Epictetus
Als je jezelf er op betrapt dat je je aanpast om bij iemand in de smaak te vallen, bedenk dan dat je je levensfilosofie hebt verraden. Wees er gewoon tevreden mee dat je een filosoof bent. Je hoeft het niet aan anderen te laten zien dat je dat bent. Het is genoeg om voor jezelf filosoof te zijn.

Epictetus zegt hier dat andere mensen er maar aan moeten wennen dat zijn leerlingen zijn wie ze zijn en niets anders. Ook die leerlingen zelf moeten trouwens leren er tevreden mee te zijn dat ze de persoon zijn die ze zijn. Ze mogen zich in geen geval beter voordoen of de pretentie hebben dat ze iets voorstellen. Sterker nog, ergens anders zegt hij zelfs dat je je zorgen moet gaan maken als mensen tegen je op kijken en denken dat je iets voorstelt. Hij bedoelt daarmee niet dat je bescheiden en timide moet zijn. Maar als je op de één of andere manier uitblinkt in de dingen die de mensen belangrijk en prijzenswaardig vinden, dan is de kans wel heel groot dat je je niet al te goed aan je stoïcijnse waarden houdt. De dingen die de meeste mensen waarderen, zoals een mooie auto, veel volgers op Instagram en een goed betaalde baan, zijn nu net schoolvoorbeelden van dingen die een stoïcijn koud laten.

Dat betekent niet dat je andere mensen maar moet gaan negeren en links moet laten liggen. Je moet weldegelijk de verantwoordelijkheid nemen voor de maatschappelijke rollen die je speelt. Een stoïcijn behandelt andere mensen daarom altijd vriendelijk, hij is geduldig en tolerant. Dat kan tot gevolg hebben dat die mensen je aardig gaan vinden, maar dat kan en mag nooit het doel van het vriendelijke gedrag zijn. De stoïcijnse levensfilosofie is er op gericht een virtuoos mens te worden, niet iemand die geliefd is. Dat is hooguit een prettige bijkomstigheid, maar niet het doel van de filosofie.

Epictetus zegt hier dat zijn leerlingen andere mensen niet mogen ‘pleasen’ door dezelfde kleren te kopen, dezelfde films en muziek te gaan bekijken of door voor een bepaalde carrière te kiezen. Allemaal om er maar bij te horen. Een stoïcijn hoort nergens bij en wil ook nergens bij horen. Hij weet waar hij goed in is en waar hij slecht in is en volgt zijn eigen pad. Hij is niets meer en niets minder dan wat hij werkelijk is. Het enige wat hij echt wil zijn is een stoïcijns filosoof en zelfs dat hangt hij niet aan de grote klok maar houdt hij liever voor zich zelf.