woensdag 3 augustus 2022

De emotionele stoïcijn

Uit de vorige blog zou u de indruk hebben kunnen krijgen dat stoïcijnen emoties als iets slechts beschouwen. In de volksmond zijn het de kampioenen van de stiff upperlip, gevoelloos en hard. Is dat echt zo? Zijn stoïcijnen echt van die kille gevoelloze types? Emoties worden tenslotte vaak gezien als iets menselijks. Ieder mens wordt wel eens boos, blij of verliefd. Ze geven kleur aan het leven en maken het leven de moeite waard. Een leven zonder liefde, blijdschap of lust zou een mens tot een soort biologische robot maken. Tegenwoordig worden we zelfs opgeroepen om onze emoties niet weg te stoppen. We moeten luisteren naar ons lichaam en onze gevoelens, dat zou goed voor ons zijn en ons leven beter en voller maken. Een leven zonder gevoelens zoals de Stoa lijkt aan te prijzen moet haast wel saai en kleurloos zijn. Emoties zoals wij die kennen zijn echter niet hetzelfde als de emoties waar de Stoa het over heeft. De Stoa heeft een heel eigen emotieleer die behoorlijk afwijkt van de hedendaagse voorstelling van menselijke gevoelens.

In de vorige blog hadden we het over de 'patheiai', de passies of vervelende emoties die vermeden moeten worden. Ze maakten daarbij onderscheid tussen vier hoofdpassies: angst, verlangen, pijn en lust. Die passies worden beschouwd als een verkeerde en excessieve reactie op een gebeurtenis omdat ze een oordeel vormen die niet passen bij de werkelijke situatie. Het zijn eigenlijk denkfouten, vergissingen. Naast de negatieve passies onderscheiden de stoïcijnen nog een andere categorie emoties: de ‘eupatheiai’. Deze ‘eupatheiai’ zijn goede en kloppende responsen op een gebeurtenis. Deze zijn niet excessief en irrationeel, maar het zijn juiste rationele oordelen die in de gegeven omstandigheden passend zijn. Valt het u op dat dit betekent dat er voor een stoïcijn geen slechte emoties bestaan? Alleen slechte oordelen. Eén en dezelfde emotie kan onder wisselende omstandigheden zowel een negatieve passie als een positieve ‘eupatheia’ zijn. Neem bijvoorbeeld de emotie angst: het is niet rationeel om bang te zijn voor het donker en een boeman onder uw bed, deze angst is dus een passie. Maar het zou dom en behoorlijk irrationeel zijn om niet bang te zijn voor een tijger die op u af komt stormen. Dezelfde emotie is hier dus een ‘eupatheia’, een goede passende emotie.

Ik kan me voorstellen dat een en ander bij u wat verwarrend overkomt. Dezelfde emotie kan de ene keer een ‘eupatheia’ zijn en de andere keer een ‘foute’ passie blijken te zijn. Dat klinkt niet logisch en maakt het leven er voor u als leerlingstoïcijn niet makkelijker op. Ik had u natuurlijk al wel gewaarschuwd: het stoïcisme is niet altijd even simpel, maar het leven zelf is dat ook niet. Onder alle omstandigheden goed oordelen is bovendien nogal moeilijk, misschien zelfs wel onmogelijk. Alleen de zogenaamde stoïcijnse wijze zou dat kunnen. Maar die wijze is een ideaalbeeld van een haast mythische persoon die zich nooit vergist en enkel juiste oordelen heeft. De wijze is verbonden met zowel de menselijke als de universele natuur en kent daardoor de rationele orde die de wereld bestuurt door en door. Het ontbreken van onjuiste oordelen houdt ook het ontbreken van ongepaste negatieve emoties in. De wijze verkeert in een toestand van ‘apatheia’. Letterlijk betekent dat passieloosheid. Dat is dus iets anders dan ons woord apathie, het is een gemoedsrust die niet door negatieve emoties wordt verstoord. De stoïsche wijze is dan ook vrij van passies, maar is geen gevoelloos persoon omdat hij in plaats daarvan de ’eupatheiai’ heeft. Het verschil is dat de wijze zich niet laat meeslepen door zijn gevoelens, doordat zijn reacties in de juiste mate overeenkomen met de waarde van de gebeurtenis, doordat zijn impulsen rationeel gedrag zijn en doordat hij over de aard van elke gebeurtenis het juiste oordeel vormt. Een stoïcijn probeert het ideaalbeeld van een wijze zo dicht mogelijk te benaderen. Een loffelijk streven dat misschien wel nooit helemaal behaald kan worden. Maar zelfs babystapje richting wijsheid kunnen uw leven al een stukje prettiger maken. En daar gaat het in het stoïcisme om.

woensdag 27 juli 2022

Emoties: onbelangrijk maar zeer gewenst

 Laten we eens aannemen dat er echt zoiets als een stoïcijnse wijze zou bestaan. Deze wijze zou dan volledig vrij en rationeel zijn. Hij zou zich nooit vergissen en alleen maar instemmen met ware proposities (uitspraken). Al zijn overtuigingen over de werkelijkheid zouden kloppen. Hierdoor zou hij ook perfect gelukkig zijn en door niets en niemand van zijn stuk kunnen worden gebracht. In zijn Handboekje zei  Epictetus het als volgt:

Mensen worden niet in verwarring gebracht door de gebeurtenissen zelf, maar door hun overtuigingen over die gebeurtenissen. Neem bijvoorbeeld de overtuiging dat de dood iets vreselijks is, want als dat zo zou zijn dan zou Socrates ook wel bang zijn geweest voor de dood. Wat verschrikkelijk is, is alleen de overtuiging dat de dood iets slechts is. Als u gestrest, verward of  verdrietig bent kunt u dus alleen u zelf de schuld geven, of eigenlijk uw overtuigingen. (Epictetus; Handboekje; hoofdstuk 5)

Onze stoïcijnse wijze zou net als Epictetus zeggen dat er is niets inherent verschrikkelijks is aan de dood. De dood is gewoon de dood en niets anders. Als de dood voor u iets verschrikkelijks lijkt dan komt dat doordat u op de één of andere manier de overtuiging hebt dat de dood iets goeds of slechts is. HIer maakt u een denkfout. De dood zelf is iets neutraals. Het is dus niet de dood zelf die slecht is, maar het is uw overtuiging die maakt dat u de dood verschrikkelijk vindt die niet klopt. U verbindt een waardeoordeel aan een situatie die niet normatief is. Waarde ligt alleen in uw virtuositeit en het verbinden van een waardeoordeel aan iets dat buiten de wereld van goed en kwaad ligt is een denkfout. Emoties zijn voor stoïcijnen dus denkfouten, het hechten van waarde aan iets wat geen werkelijke waarde heeft.

Maakt dit onze stoïcijnse wijze niet tot een soort monster? Als de dood niet slecht is, dan zou immers ook de dood van uw kind niet erg zijn. Onze stoïcijnse wijze zou niet eens treuren om de dood van zijn eigen kind? Dat is toch onmenselijk en zelfs monsterlijk? U zou de stoïcijnen kunnen verwijten dat ze iets normaals en zelfs nobels als het rouwen om de dood van een geliefde degenereren tot een denkfout.

De stoïcijnen verwerpen deze kritiek. Een stoïcijnse wijze zal emotieloos zijn omdat hij elke gebeurtenis goed zal beoordelen. Hij weet precies wat wel en wat geen waarde heeft. Vervelende emoties, of passies zoals zij ze noemen, zijn het gevolg van het hechten van waarde aan in wezen waardeloze zaken.  

Laten we nog even teruggaan naar het voorbeeld van de vertraagde trein. Het waardeoordeel dat de vertraging iets slechts is, is niet onvermijdelijk. U kunt zich prima een wereld voorstellen waarin het u niets uitmaakt of de trein op tijd op Schiphol arriveert of niet. Als u zich aan de vertraging ergert dan is het uw eigen oordeel dat die vertraging iets ergerlijks is die maakt dat u zich geagiteerd voelt. De wereld is zoals die is en uw toekomst is zoals die is. U heeft er in elk geval wat vertragingen op het spoor aangaat geen invloed op. De vertraging is een minuscuul stukje van het verloop van de wereldgeschiedenis. Een stukje waar u absoluut geen invloed op hebt. Als u van oordeel bent dat de vertraging een ramp is dan is het uw eigen overtuiging (waardeoordeel) die er een ramp van maakt; niet de vertraging zelf. U voegt aan een in wezen neutrale gebeurtenis een negatieve waarde toe die er helemaal niet aan vast zit. Met andere woorden u trekt een verkeerde emotionele conclusie uit de situatie. De conclusie die u zou moeten trekken is niets meer of minder dan dat het er op lijkt dat deze trein u niet op tijd op het vliegveld zal afzetten. Een simpele waardevrije feitelijke vaststelling. 

Toch voelt het raar om zo met een vervelende situatie om te gaan. De stoïcijn zeggen hier eigenlijk dat een emotie niets anders is dan een soort van overtuiging of geloof. Het geloof dat een bepaalde situatie goed of slecht is. Een geloof dat lichamelijke gevolgen heeft: een rood hoofd als u zich kwaad maakt, een akelig gevoel in uw maag als u bang wordt, tranen als u verdrietig bent. Maar dat neemt niet weg dat het nog steeds een oordeel over een gebeurtenis is. In zijn filosofische bloemlezing omschreef Stobaeus het stoïcijnse standpunt als volgt:

De stoïcijnen zeggen dat een passie een doorgeschoten impuls is die in strijd is met de rationaliteit, of ook wel dat het een geestesgesteldheid is die strijdig is met de natuur. Ze zeggen dat al onze emoties bestuurd worden door ons bewustzijn… De vier belangrijkste emoties zijn: verlangen en angst, en genot en pijn…. Als ze het in hun uitleg over passies over 'strijdig met de natuur' hebben dan bedoelen ze dat een passie een denkfout is, een verkeerde toepassing van de natuurlijke rationaliteit…. Mensen die door emoties overmand worden komen daar niet meer uit; zelfs niet als ze verteld of geleerd wordt dat hun passie het resultaat is van een fout oordeel. Ze worden volledig door de tirannie van hun passie gecontroleerd. (Stobaeus; Bloemlezing; boek 2.88 8-90)

De stoïcijnen onderscheiden dus vier hoofdemoties: Angst, Verlangen, Pijn en Genot. Angst is het geloof dat een toekomstige gebeurtenis slecht is en vermeden moet worden. Verlangen is het geloof dat iets in de toekomst goed is een nagejaagd moet worden. Pijn is het geloof dat een actuele situatie slecht is en beëindigd moet worden. Genot is het geloof dat een bestaande situatie goed is en behouden moet blijven. Alle andere soorten emoties vallen op de één of andere manier te herleiden tot deze vier basisemoties. Het zijn varianten op één van de basisemoties.

Al deze emoties hebben met elkaar gemeen dat het denkfouten zijn en dat er een tijdselement en een oordeelelement in zit. Het is opvallend dat de stoïcijnen lijken te beseffen dat eenmaal opgewekte passies niet zomaar weer verdwijnen. Het is blijkbaar niet genoeg om iemand die door emoties overmand is, uit te leggen dat hij een denkfout maakt. Hij zal daar niet minder emotioneel door worden. De stoïcijnen gebruiken het voorbeeld van een jaloerse echtgenoot (jaloezie valt onder de basisemotie pijn) die er achter komt dat zijn  vrouw vreemd gaat. Als hem wordt uitgelegd dat dit niet echt iets slechts is zal dat niet veel helpen bij het terugdringen van zijn brandende gevoelens van jaloezie en woede. Hij is volledig onderworpen aan de tirannie van zijn passies.

Op het eerste gezicht lijkt deze stoïcijnse emotieleer absurd. 'Emoties gaan toch over wat je voelt en hebben niets te maken met wat je denkt. Een emotie is een soort gevoel. Een gevoel dat soms onredelijk kan zijn, maar niettemin een gevoel. Iets wat je overkomt waar je verder niets aan kunt doen.' Stoïcijnen denken daar heel anders over en dat betekent dat ze vaak als gevoelloze robots worden weggezet. De stoïcijnen kunnen hier tegenin brengen dat op z'n minst een deel van onze emoties een waardeoordeel behelzen. Stel bijvoorbeeld dat Alex een hekel aan Ben heeft. Hij vindt Ben echt de meest akelige en irritante persoon ter wereld. Dat is toch niets anders dan dat Alex een nogal negatief waardeoordeel over Ben heeft? U kunt er niet omheen dat waardeoordelen een cruciaal onderdeel uitmaken van uw emoties. Maar de stoïcijnen laten het hier niet bij. Ze gaan nog een stap verder. Ze beweren immers niet alleen dat waardeoordelen een belangrijk onderdeel van uw emoties vormen, maar dat de emoties zelf een soort waardeoordelen zijn.

De meeste mensen denken dat emoties rationele oordelen in de weg staan. Iemand die overmand is door emoties kan niet goed meer nadenken. Zo denkt een stoïcijn echter niet. Emoties zijn niet iets dat door de ratio onderdrukt moet worden. Aan stoïcijnse emoties zit niets affectiefs, ze zijn volledig en voor de volle honderd procent waardeoordelen. Sterker nog het zijn niet alleen waardeoordelen, het zijn ook nog eens foutieve waardeoordelen. Een emotie heeft dus niets te maken met een oncontroleerbaar losgebroken gevoel dat los staat van de menselijke rede. Niet ieder verkeerd oordeel is een emotie, maar iedere emotie is wel een vals waardeoordeel. Ze zeggen daar wel bij dat als een emotie u eenmaal stevig in zijn greep heeft het welhaast onmogelijk is om die nog terug te draaien. De losgebroken hormonen die uw emoties regeren zijn niet meer terug te dringen. Ze overspoelen uw bloed en organen en zijn niet meer te controleren.

Voor de stoïcijnen liggen denkfouten dus altijd ten grondslag aan uw emoties. Verkeerde overtuigingen slepen u mee in  de maalstroom van uw passies. Een stoïcijn wil te allen tijde rationeel denken. Een leven in overeenstemming met de natuur is een leven waarbij u alleen juiste oordelen velt en juiste overtuigingen hebt. Alleen de stoïcijnse wijze is onfeilbaar in zijn oordelen, wat dus betekent dat alleen een wijze volkomen emotieloos is. 'Zie je wel!' Zult u nu uitroepen. 'Stoïcijnen proberen gevoelloze robots te worden. Dat stoïcisme is voor psychopaten en echt niets voor een mens van vlees en bloed.' Wacht nog even voor u het stoïcisme definitief de rug toekeert. Er zit nog een stoïcijns addertje verborgen onder het hoge en wel heel rationele gras.

Het addertje zit hem vooral in het woord emotie. We zagen eerder dat stoïcijnen het bestaan kenden van een soort emotionele reflex die ze een pre-emotie noemden. De schrik die u voelt als er in een donker steegje opeens iemand uit de schaduw achter u opduikt is een, ook in stoïcijnse ogen, onvermijdelijke emotionele reflex. Hier is niets mis mee. Het wordt pas problematisch op het moment dat u zich angstig blijft voelen op het moment dat de persoon in kwestie u haastig passeert. U hebt een foutief waardeoordeel geveld. De persoon is volkomen ongevaarlijk en het door u ervaren angstige gevoel is dan ook overbodig. Een dergelijk angstig gevoel is gebaseerd op een denkfout. Een emotionele reflex verandert pas in een echte emotie op het moment dat er een foutief waardeoordeel aan wordt verbonden. Let wel alleen de foute waardeoordelen leiden tot wat de stoïcijnen een emotie noemen. Dat betekent dat een correcte beoordeling van de situatie in stoïcijnse ogen nooit tot een echte emotie leidt. Stel dat onze steegsluiper niet zo onschuldig was maar een gewelddadige straatrover die het op uw portemonnee voorzien had. Uw angst zou dan terecht zijn geweest. Uw emotioneel waardeoordeel zou dan gewoon kloppen. Volgens de stoïcijnse terminologie zou u dan geen emotie voelen maar een correcte rationele analyse hebben gemaakt. Uw angst is dan niet langer een emotie maar een kloppende overtuiging.

Zo'n terminologie is natuurlijk heel onhandig. Het is een heel ander gebruik van het woord emotie dan tegenwoordig gebruikelijk is. Gelukkig gebruiken de stoïcijnen vooral het woord 'passie' waar ze een 'emotie' bedoelen. Het lijkt me een goed idee om voortaan het woord 'emotie' te reserveren voor een op een kloppende overtuiging gebaseerd gevoel. 'Passies' worden dan een op een fout waardeoordeel gebaseerd gevoel en 'passende gevoelens' worden dan op een goed waardeoordeel gebaseerde emoties. Je krijgt dan drie verschillende soorten emoties:

  1. Pre-emoties; de onvermijdelijke emotionele reflexen.

  2. Passende emoties; emoties die op een kloppend waardeoordeel zijn gebaseerd.

  3. Passies; emoties die op een foutief waardeoordeel zijn gebaseerd.

Het zijn de passies die zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Dit zijn in wezen overbodige gevoelens die u het leven onnodig moeilijk maken. De op kloppende overtuigingen gebaseerde emoties zijn daarentegen volkomen terecht en kunnen u helpen de situatie te doorstaan. Dat betekent dat alle menselijke gevoelens, en dus ook de vervelende, onder de juiste omstandigheden een passende en dus gewenste emotie kunnen vormen. Dit soort gevoelens worden door de stoïcijnen 'eupatheiae' genoemd. Hieronder vallen in elk geval alle prettige emoties, maar dus ook rationele onprettige gevoelens. Stoïcijnen willen echter vooral dat u prettige gevoelens zoveel mogelijk stimuleert. Ze willen dat u een zo  goed en gelukkig mogelijk leven leidt. Het idee dat stoïcijnen gevoelloze robots van u zouden willen maken klopt dan ook van geen kant. In de volgende blog zullen we daarom wat dieper ingaan op de stoïcijnse 'eudaimonia'. 



zaterdag 16 juli 2022

11.3 Gebrekkig maar werkbaar

 Ons beeld van de werkelijkheid is voorzichtig uitgedrukt dus wat wankel. De stoïcijnen waren zich hier min of meer van bewust. Ze wisten echter ook dat deze door zowel onze zintuigen als hersenen gemanipuleerde ervaringen de enige manier zijn waarop het ‘hegemonikon’ (zelfbewustzijn) zich bewust kan zijn van de werkelijkheid. Ze gaan er dan ook vanuit dat een mens zich door een combinatie van de indrukken van de zintuigen en een goed gebruik van zijn denkvermogen een realistisch beeld van de werkelijkheid kan vormen. Dat beeld zal niet altijd kloppen en nieuwe gebeurtenissen zullen regelmatig een ander licht op de situatie werpen, maar dat neemt niet weg dat een goed werkend ‘hegemonikon’ tot een aannemelijk en werkbaar beeld van de buitenwereld kan komen. Het is trouwens helemaal niet zo gek om er vanuit te gaan dat we een adequaat idee hebben van de wereld buiten ons. Wij zijn tenslotte aan dezelfde natuurwetten onderworpen als die wereld. Als ons beeld niet redelijk zou kloppen zouden we allang zijn uitgestorven. Wie niet in staat is een aanstormende sabeltandtijger te onderscheiden van een wegvluchtend hert is nu eenmaal gedoemd het loodje te leggen.

Om wat meer grip op het zojuist beschreven proces te krijgen kunnen we het hele proces van zintuiglijke waarnemingen en manipulatie van die waarnemingen door de hersenen in vier fases verdelen:

  1. In de eerste fase komen de zintuiglijke waarneming van een voorwerp of een gebeurtenis in onze hersenen binnen.

  2. In de tweede fase worden die waarnemingen door ons reptielenbrein gewogen en wordt er onbewust en vol automatisch een pre-emotie aan verbonden.

  3. In de derde fase dringt de informatie ook door tot onze hersenschors, de plek waar ons denkvermogen en ‘hegemonikon’ zetelt.

  4. In de vierde en laatste fase beslist dit centrum van zelfbewustzijn of we willen instemmen met de waarneming en de daaraan door ons reptielenbrein verbonden pre-emotie. We kunnen ermee instemmen, het verwerpen of zelfs het oordeel opschorten.

De eerste drie fases zijn volledig automatisch en kunnen door ons niet of nauwelijks beïnvloed worden. De vierde fase ligt wel in onze macht, hier kunnen we beslissen of beeld en emotie lijken te kloppen. Voor de stoïcijnen is het geven van een ‘juist oordeel’ dus essentieel om een goed beeld van de werkelijkheid te kunnen krijgen. Tegelijkertijd is het duidelijk dat we ons er doorgaans helemaal niet van bewust zijn dat we vol automatisch aan iedere ervaring uit de buitenwereld een emotie verbinden. Toch is het juist de vraag of het om een gepaste emotie gaat die bepaalt of we ons gelukkig of ellendig voelen en of we op een wijze of domme manier op een gebeurtenis reageren. Door dingen en gebeurtenissen juist te beoordelen kunnen we ons een heleboel onnodige ellende besparen. Het volgende voorbeeld kan dit wat verduidelijken.

Wandelend naar uw werk krijgt u op een zebrapad geen voorrang van een voorbij razend scooter. U schrikt en in een reflex springt u nog net op tijd opzij. Maar daar blijft het niet bij uw reptielenbrein overspoelt u onmiddellijk met de emoties angst en verontwaardiging. Misschien waagt u het er zelfs op om de haastige scooterbestuurder een paar scheldwoorden na te schreeuwen. Uw hartslag en bloeddruk gaan omhoog en de adrenaline zorgt voor een vecht- of vlucht reactie. Dit is een schoolvoorbeeld van wat de stoïcijnen een negatieve emotie of passie noemen. Misschien voelt u zich daardoor de rest van de dag wel narrig. De eerste schrik en reflex waren terecht en goed, misschien zelfs levensreddend, maar de latere instemming met de gedachte dat u iets angstigs en uw boosheid waardigs is overkomen is dat niet. Als u in het vierde stadium tot het juiste oordeel was gekomen, dat het hier om iets dat buiten uw invloedssfeer ligt gaat, dan was u die negatieve emotie wellicht bespaard gebleven en was de rest van uw dag een stuk prettiger verlopen.

Uit dit triviale voorbeeldje blijkt hoe belangrijk het is om in het vierde stadium een juist oordeel te geven. Dat geldt helemaal als het om belangrijkere zaken gaat zoals ontslag, slecht nieuws van uw arts of het overlijden van een dierbare. Ik vermoed dat de gemiddelde lezer nu onmiddellijk begint te steigeren en verontwaardigd uitroept: “het stoïcisme wil me toch zeker niet verbieden om verdrietig te zijn als een van mijn dierbaren iets overkomt. Als het echt zo’n kille en harteloze filosofie is dan is het absoluut niets voor mij. Eigenlijk denk ik zelfs dat het dan hooguit een geschikte filosofie voor psychopaten is”. Toch zijn de stoïcijnen van oordeel dat zoiets kleins als een wat te haastige scooterbestuurder en het overlijden van een dierbare in principe onder dezelfde categorie vallen. In beide gevallen is het oordeel dat u iets slechts is overkomen volgens de stoïcijnen onjuist. Het gaat om iets waar uw ‘hegemonikon’ geen invloed op heeft dus mag het voor de gemoedsrust van een stoïcijn geen verschil maken. Dat lijkt misschien wel onmenselijk en voor een normaal mens zeker onhaalbaar. Toch wil ik u vragen geduld te hebben en dit boek niet onmiddellijk in de openhaard te laten belanden. De stoïcijnen waren allesbehalve kil en harteloos. Integendeel als u door blijft lezen zult u merken dat liefde en het koesteren van warme gevoelens voor uw naasten een belangrijke rol spelen in de stoïcijnse filosofie. Voorlopig zou het al een enorme vooruitgang zijn als u het voor elkaar zou kunnen krijgen dat kleine en triviale dingen en gebeurtenissen u niet meteen uit uw evenwicht brengen. Het gaat daarbij natuurlijk om de minder intense negatieve emoties, maar het zou toch al plezierig zijn om daar wat minder last van te hebben.

Het menselijk oordeelsvermogen speelt dus een zeer belangrijke rol in het lesprogramma van een leerling stoïcijn. Het gaat erom er altijd en overal op te letten dat u zich niet door een indruk van wat er buiten u gebeurt laat meeslepen. U moet constant ‘mindful’ zijn en u bewust zijn van de manier waarop u de dingen en gebeurtenissen beoordeelt. Op deze manier kunt u voor uzelf een soort innerlijk kasteel bouwen. Een veilige plek waar u zich kunt terugtrekken uit de hectiek van de wereld om u heen en de daarbij horende emoties. Om dat mogelijk te maken moet u leren u heel sterk bewust te worden van de dingen buiten uw kasteelmuren.


maandag 11 juli 2022

WOEDE MANAGEMENT

 Woede en haat vallen de laatste tijd niet meer weg te denken. Het lijkt wel alsof iedereen ergens verontwaardigd over is. Tenen zijn nog nooit zo lang geweest en u hoeft maar iets te zeggen of zelfs maar een verkeerd gezicht te trekken om de wind van voren te krijgen. En dan heb ik het nog niet eens over de media, sociaal of niet, waarin bedreigingen en beledigingen de norm lijken te zijn geworden. Hoog tijd dus om daar wat stoïcijnse nuchterheid tegenover te zetten.

Volgens de stoïcijnen zijn mensen van nature rationele en sociale dieren. Een mens komt in hun ogen pas echt tot zijn recht door met andere mensen samen te werken. Dat neemt niet weg dat die andere mensen voor u waarschijnlijk ook de grootste bron van ergernis zijn. Uw irritatie over het gedrag van uw medemensen vormt echter geen objectief feit over de werkelijkheid. In de wereld bestaat niet zoiets als een irritant mens. Wat wel bestaat zijn mensen waar ù zich aan ergert. Het is uw oordeel over het gedrag van een ander dat maakt dat iemand door u als ergerlijk wordt ervaren.

De stoïcijnen wisten natuurlijk ook wel dat alleen hun adagium dat het uw eigen oordeel is dat maakt dat u zich ergert, onvoldoende is om de frustratie ook echt weg te nemen. Ze hadden dan ook een aantal simpele praktische adviezen die ze konden inzetten om hun omgang met de anderen wat te vereenvoudigen. De stoïcijnse keizer Marcus Aurelius wist van zichzelf dat hij heet gebakerd was en snel uit zijn slof schoot. Als rechtgeaard stoïcijn wilde hij daar iets tegen ondernemen. Daarom had Marcus voor zichzelf een puntenlijstje gemaakt om beter voorbereid te zijn op de dagelijkse frustraties van zijn keizerlijke werkzaamheden (Boek 11; hoofdstuk 18 van zijn Dagboeken). Hij noemde het zijn negen muzen en drukte zichzelf op het hart om niet te snel kwaad te worden op andere mensen. Tegelijkertijd waarschuwde hij zichzelf om mensen ook niet naar de mond te praten. Zowel boosheid als toegeeflijkheid zijn improductief. Hij voegde er nog een tiende advies van Apollo, de leider van de muzen, aan toe. 

Iedere keer dat hij merkte dat hij kwaad werd telde hij tot tien en liep zijn lijstje na. Om u te helpen bij uw volgende confrontatie met een irritant persoon zal ik u hieronder een aangepaste versie van Marcus’ muzenlijstje geven zodat ook u beter voorbereid de confrontatie met de anderen kunt aangaan.

  1. We zijn een sociaal dier en hebben elkaar nodig om ons te kunnen ontplooien. U bent afhankelijk van uw medemens. Zonder de anderen kunt u niet overleven. Samenwerken is altijd beter dan anderen kwaad doen.

  2. Elk mens heeft een eigen levensgeschiedenis en een eigen karakter. Dat bepaalt de redenen waarom hij doet wat hij doet. Misschien dat u zich minder zou ergeren als u wist waarom iemand doet wat hij doet. Probeer zijn motieven te achterhalen.

  3. Mensen doen wat ze doen, omdat ze denken dat het goed is wat ze doen. Zelfs de meest verschrikkelijke dingen worden gedaan door mensen die er van overtuigd zijn dat ze iets goeds doen.

  4. Weet u trouwens wel zeker dat ze een fout maken? Misschien bent u niet goed geïnformeerd en is het voor u zo ergerlijke gedrag gewoon een heel rationele reactie.

  5. Ook u bent niet onfeilbaar en maakt fouten. Waarschijnlijk bent u zelf ook een bron van ergernis voor andere mensen.

  6. Is al die ergernis wel de moeite waard. Een mensenleven is kort. U kunt uw tijd wel beter gebruiken.

  7. Het is niet het gedrag van anderen dat tot ergernis leidt, maar uw mening over de ergerlijkheid van het gedrag. Over het gedrag van anderen hebt u geen controle, maar over uw mening wel.

  8. Wat is er nu echt gebeurd? Is het werkelijk zo erg? Bedenk dat uw woede en verdriet u waarschijnlijk veel meer schade toebrengen dan het door u zo verfoeide gedrag zelf.

  9. Als iemand u ten onrechte irriteert, moet u proberen hem van zijn vergissing bewust te maken. Zorg er echter voor dat u dat op een vriendelijke manier doet, zonder ironisch of hooghartig te worden.

  10. Bedenk tenslotte dat er nu eenmaal slechte mensen bestaan. Het is dom om te verlangen dat er alleen maar aardige en vriendelijke mensen zouden bestaan. Zo zit de wereld nu eenmaal niet in elkaar.

Marcus' muzenlijstje is nu nog net zo actueel als tweeduizend jaar geleden. Misschien is het tegenwoordig zelfs nog wel belangrijker om te leren om gaan met woede en haat. Het lijkt alsof de mensen alleen maar kwader en agressiever worden. Veel mensen die hun zin niet krijgen staan meteen op hun achterste benen. Scheldpartijen, bedreigingen en intimidaties zijn aan de orde van de dag. Sociale media en protestacties staan bol van verbaal geweld en ook fysieke aanvallen worden niet geschuwd. De volgende keer dat u in de media of de echte wereld met een dergelijke vervelende situatie te maken krijgt kunt u, voordat ook u boos wordt, tot tien tellen om ondertussen het muzenlijstje even langs te lopen. Het is geen wondermiddel, die bestaan niet, maar misschien helpt het u wel een beetje om niet te snel kwaad of verdrietig te worden. Het leven is te kort om uw tijd te verspillen aan allerlei overbodige irritaties.


zaterdag 9 juli 2022

11.2 Hoe werkelijk is uw werkelijkheid?

 Het is duidelijk dat de topos van de juiste denkkracht een geestelijke activiteit betreft. Net als trouwens de waarneming van de buitenwereld en het zich in gedachten voorstellen van dingen (fantaseren). Met uw verstandelijke vermogens bent u in staat de waarheid over iets uit de buitenwereld vast te stellen. Voor een stoïcijn is het essentieel dat het daarbij wel moet gaan om dingen uit de buitenwereld en niet om de eigen fantasie. Je kunt je een prachtige logisch kloppende fantasiewereld voor de geest halen, die niets met de werkelijkheid te maken heeft. Misschien leuk om eens in weg te dromen, maar het leidt tot niets en is niets meer dan tijdverdrijf, of hooguit een oefenterrein om je alvast een beetje te trainen voor de echte wereld. Bij het gebruik van de rede gaat het vooral om het vermogen van logische voortgang, van het doorzien van logische en causale verbanden en van het trekken van conclusies uit de gegevens uit de buitenwereld.

Logica lijkt nou niet direct het belangrijkste vak voor iemand die vooral wil leren om gelukkiger en virtuozer te worden. Dat er maar weinig geschriften van de stoïcijnse logica de tand des tijds hebben doorstaan betekent niet dat er tijdens de opleiding weinig aandacht aan werd besteed. Epictetus vond het een essentieel onderdeel van zijn opleiding. In één van zijn lessen vertelt hij dat hij als jonge leerling van Musonius Rufus zelf nog wel eens moeite had met het vak. Toen hij een uitbrander kreeg omdat hij een redeneerfout had gemaakt vond hij dat nogal overdreven.

Epictetus: “Djeemie, is dat nou echt zo erg, je doet alsof ik het Capitool in brand heb gestoken!’
Musonius: ‘Die redeneerfout van jou dat is het Capitool! Denk maar niet dat de enige fouten die je kunt maken dingen zijn als het in brand steken van het Capitool, of het vermoorden van je vader. Willekeurig en slordig omgaan met je indrukken, het niet goed kunnen volgen van een redenering of bewijsvoering, het over het hoofd zien van een drogreden, het in een discussie niet kunnen zien wat wel en niet klopt, wat wel of niet te rijmen valt met wat eerder is gezegd, zijn dat soms niet net zulke erge fouten?” (Epictetus, Colleges I, hoofdstuk 7)

Voor de leraar van Epictetus was het vermogen om een juist oordeel te geven dus essentieel om een virtuoos mens te kunnen worden. Het vak was misschien nog wel belangrijker dan de andere twee vakken, omdat het ook bij de bestudering en toepassing van beide andere vakken een cruciale rol speelt. En ook in onze tijd van verdachtmakingen, 'fake news' en complottheorieën is een goede dosis rationaliteit alles behalve een overbodige luxe.

In een moderne filosofieklas zou het topos van het juiste denken in het stoïcijnse curriculum niet alleen de vakken logica en retorica omvatten maar ook het moderne vak van de epistemologie. In de epistemologie of kenleer gaat het om de vraag hoe je kennis kunt verkrijgen en wat kennis eigenlijk is. Een dergelijke kenleer is niet alleen interessant voor filosofen die vanuit hun ivorentoren op de mensheid neer kijken, het heeft weldegelijk ook praktische consequenties. Het is dan ook de moeite waard om ook in deze cursus wat verder op de stoïcijnse kenleer in te gaan.

In de moderne kenleer wordt een onderscheid tussen rationalisten en empiristen gemaakt. De stoïcijnen worden vaak als empiristen beschouwd, omdat ze van mening zijn dat alle kennis afkomstig is uit de ervaring. Het centrum van zelfbewustzijn (hegemonikon in het Grieks) ervaart dingen uit de werkelijkheid en die ervaring is de basis van alle kennis die een mens kan verkrijgen. Toch waren stoïcijnen ook rationalisten, omdat ze vonden dat de indrukken van de ervaring eerst door de zeef van de ratio bewerkt moesten worden voordat tot een kloppend oordeel over de werkelijkheid gekomen kon worden. Dat maakt de stoïcijnen tot voorlopers van de beroemde verlichtingsfilosoof Kant.

De buitenwereld geeft u via uw zintuigen indrukken van wat er in de wereld gebeurt. Het blijft echter niet bij het alleen ervaren van dingen. Alle informatie die via de zintuigen binnen komt moet eerst nog het filter van uw hersenen passeren. Uw hersenen schotelen u onbewust en volautomatisch een beeld van de werkelijkheid voor dat niet persé waarheidsgetrouw hoeft te zijn. Neem bijvoorbeeld uw zichtvermogen. Uw ogen kunnen maar een heel klein stukje van het elektromagnetisch spectrum zien. Radiogolven en röntgenstralen zijn overal om u heen, maar zijn onzichtbaar voor het blote oog. Ze zijn in wezen niet anders dan het ‘gewone’ licht dat we wel kunnen waarnemen. Het enige verschil is de golflengte. 

Het kleine stukje van het spectrum dat we kunnen zien wordt dan ook nog eens vervormd door onze hersenen. Zo komen de zichtsignalen van uw ogen op zijn kop in uw hersen binnen. Die zetten dat dan wel weer netjes voor u rechtop, maar deinzen er vervolgens helemaal niet voor terug om u alleen maar een beeld van de dingen waar u toevallig uw aandacht op richt aan te bieden. Van al de andere dingen nemen uw hersen gemakshalve maar aan dat ze niet veranderen. Neem bijvoorbeeld het beroemde experiment van de onzichtbare gorilla (http://www.theinvisiblegorilla.com/videos.html) waarbij mensen die bij een basketbalwedstrijd gevraagd zijn om het aantal keren dat de bal de grond raakt te tellen, niet merken dat er ondertussen een gorilla tussen de spelers door wandelt. Het beeld dat onze hersenen ons van de buitenwereld voorschotelen is dus allesbehalve betrouwbaar.

Uw zintuigen geven u informatie over de omgeving waarin u zich bevindt; uw ogen, oren, neus, tong en uw tastzin maken het mogelijk om u te oriënteren. Al deze zintuigen ontvangen prikkels, zoals het licht dat op het netvlies valt, de aardbei die u proeft en de doorn van een roos die u in uw vingers prikt. Dit zijn allemaal sensibele (door een zintuig waargenomen) prikkels. Deze prikkels worden waargenomen door zintuigen, die het licht en de smaak omzetten in een elektrisch signaal. Dit elektrisch signaal wordt via neuronen naar uw hersenen gestuurd.

U kunt niet alle signalen uit de buitenwereld waarnemen. Van licht zagen we dat al, maar er zijn ook geluiden die te hoog of laag zijn om door uw oren gehoord te kunnen worden. Geluiden die voor uw hond geen enkel probleem zijn ontgaan u volledig. Ook ziet u dus niet alle kleuren uit het spectrum. U voelt de warmte van uw kachel, maar ziet de infrarode straling niet. Er zijn ook zintuigen die u helemaal niet heeft. Een slang ‘ziet’ bijvoorbeeld met zijn tong de infrarode straling van zijn prooi en een vleermuis ‘ziet’ de insecten waar hij op jaagt met echolocatie. Vlinders zien de in hun ogen waarschijnlijk prachtige ultraviolette kleuren van bloemen die ons mensen volkomen ontgaan.

Uw dus nogal beperkte zintuigen lijken losse apparaatjes die onafhankelijk van elkaar hun werk doen. Zo ziet u met uw ogen, hoort u met uw oren en ruikt u met uw neus. Ook in de hersenen lijkt de verschillende informatie in aparte gebieden verwerkt te worden. Maar hoe weten we dan welke beelden bij welke geluiden horen? Uw hersenen bewerken al die binnenkomende prikkels tot een samenhangend beeld van de buitenwereld. Ze zijn daarbij echter niet altijd even nauwkeurig. Ze laten u alleen de dingen zien waarvan ze ‘denken’ dat die belangrijk zijn voor uw overleven en verbinden daar dan ook nog eens een emotie aan. U mist niet alleen door de beperkingen van uw zintuigen een groot deel van de werkelijke buitenwereld, maar ook door de bewerking die uw hersenen daarvan maken ontgaat u opnieuw het één en ander. Kortom wat u voor de werkelijkheid aanziet, is niet meer dan een wazige sentimentele film van wat er echt gebeurt.

De informatie die u krijgt voorgeschoteld is dus behoorlijk gebrekkig, maar dat is nog niet eens alles. Aan wat wij zien wordt dus ook nog eens onmiddellijk een emotionele lading meegegeven. De informatie van uw zintuigen komt eerst bij uw hersenstam binnen. Dit deel van uw hersenen wordt zoals u weet ook wel het reptielenbrein genoemd, omdat het evolutionair het oudste deel van de hersenen is. Dit reptielenbrein weegt de binnenkomende gegevens en geeft er in de vorm van een pre-emotie een waardeoordeel aan. Als u, bijvoorbeeld, per ongeluk een stuk touw aanziet voor een gifslang, ziet u niet alleen iets wat er niet is, maar krijgt u op de koop toe ook nog eens de emotie angst te verwerken. Als u in een reclameboodschap een mooie slanke dame (of heer, sorry dames) smakelijk een nieuw soort koek ziet verorberen, krijgt u er gratis en voor niks de emotie honger en seksuele begeerte bij cadeau. Kortom wat wij ervaren met onze zintuigen kan ons behoorlijk op het verkeerde been zetten. Als stoïcijn is het belangrijk dat u zich goed bewust bent van het feit dat u het in uw leven met een nogal gebrekkig beeld van de werkelijkheid moet doen.



vrijdag 24 juni 2022

Redelijkheid als belangrijkste eigenschap van de wijze

In de vorige blog zagen we dat de stoïcijnen dachten dat een wijze net zo zeldzaam was als de mythische phoenix vogel. Extreem zeldzaam dus. En ze waren toch al niet zo van de mythische toverwezens. Dat betekent echter niet dat het niet de moeite waard is om te proberen een wijze te worden. De weg naar de wijsheid is geplaveid met waardevolle eigenschappen.

De belangrijkste eigenschap van een stoïcijnse wijze is, zoals we zagen, zijn rede. Het vermogen tot redelijk denken is voor een stoïcijn dan ook datgene wat een mens tot iets bijzonders maakt. U wordt door het noodlot van hort naar her geslingerd, u heeft geen of nauwelijks invloed op wat er met u, uw bezittingen en uw geliefden gebeurt, maar over uw ratio kunt u altijd en overal vrij beschikken. Ieder gezond mens beschikt immers over het vermogen tot redelijk nadenken. Daarin zijn alle mensen gelijk, rijk of arm, blank of zwart, man of vrouw het maakt allemaal niets uit. Het vermogen tot redelijkheid, de menselijke intelligentie is voor iedereen hetzelfde. Dat maakt dat er voor een stoïcijn geen wezenlijk verschil tussen mensen onderling bestaat. Iedereen is gelijk en iedereen beschikt over die ratio. Dat is iets heel bijzonders want daarmee zijn zij de eerste filosofische stroming die uitgaat van de fundamentele gelijkwaardigheid van alle mensen. In de oudheid was dat behoorlijk radicaal, afstamming, rijkdom en geslacht speelden een cruciale rol in de manier waarop er tegen iemand werd aangekeken. Een slaaf was een absolute nul, een vrouw nauwelijks meer dan dat en hetzelfde gold natuurlijk ook voor al die barbaren die tot een andere cultuur behoorden. Zelfs in onze moderne tijd is dat voor de meeste mensen niet anders. Ook in onze zogenaamd zo egalitaire Westerse maatschappij bepaalt je geslacht, huidskleur, culturele achtergrond en vooral de omvang van je bankrekening nog steeds wie en wat je bent. De stoïcijnen zijn daar dus anders in. Iedereen is gelijk, omdat iedereen tot redelijk denken in staat is.

Die rede legt u de plicht op om uw overtuigingen te onderbouwen. De dooddoener: ‘Dat voel ik nu eenmaal zo, ik weet niet goed waarom en heb er eigenlijk ook geen argumenten voor, maar het is wat ik voel en daarom is het waar’, is voor een stoïcijn een doodzonde. Zeker, het kan best zin hebben om ergens zonder sluitende onderbouwing in te geloven. U hoeft niet iedere wetenschappelijke theorie of uitspraak van een specialist persoonlijk te gaan controleren. En ook in het dagelijks leven is het meestal voldoende dat iets aannemelijk is. U hebt als u ’s-ochtends slaapdronken uit uw bed stapt geen absoluut sluitende gronden voor de vooronderstelling dat er zich naast uw bed geen afgrond, maar gewoon de slaapkamervloer bevindt. Toch is de aanwezigheid van een solide vloer een stuk geloofwaardiger dan een onpeilbare diepte. Dat iets aannemelijk is betekent echter nog niet dat u zomaar iets kunt gaan beweren zonder daar een onderbouwing voor te hebben. Voor een stoïcijn is en blijft het verstand altijd de leidraad.

Dat vermogen tot redelijk nadenken brengt wel verplichtingen met zich mee. Het moet gekoesterd en getraind worden. Zeker van u als stoïcijn in opleiding wordt verwacht dat u uw oordeelsvermogen en redeneerkunst en ontwikkelt. De kunst van het redeneren wordt ook wel de logica genoemd. De logica geeft regels voor het helder en kloppend nadenken en argumenteren. Logica speelt dan ook een belangrijke rol in het stoïcijnse curriculum. Van Epictetus wordt wel gezegd dat hij zich vooral op de ethiek richt en de fysica en logica links laat liggen. Het is echter maar de vraag of dat wel klopt. Dat de overgebleven collegeaantekeningen van Arrianus voornamelijk over ethiek gaan betekent nog niet dat vakken als logica en fysica in het lesplan van Epictetus geen belangrijke rol speelden. Misschien zijn Arrianus’ aantekeningen over die vakken wel verloren gegaan, of heeft hij ze gewoon weggegooid. Ik vermoed zelfs dat het op de school van Epictetus behoorlijk belangrijke vakken waren. In Arrianus zijn aantekeningen staat namelijk ook het volgende:

“Net als ik vroeger, realiseren de meeste mensen zich niet dat redeneringen met dubbelzinnige premissen, hypothetische redeneringen, redeneringen in vraag-en-antwoord vorm, en al dat soort redeneringen relevant zijn voor de discussie over een virtuoos leven. Bij elke gelegenheid onderzoeken we immers hoe een virtuoos mens op een manier van doen en een soort gedrag kan uitkomen dat bij die gelegenheid past.” (Epictetus, Colleges I, hoofdstuk 7)

In de oudheid stonden de stoïcijnen er juist om bekend de meest geavanceerde logica van alle filosofiescholen te hebben. Tegenwoordig wordt logica bijna uitsluitend op universiteiten of tijdens programmeercursussen onderwezen. Een doorsnee mens komt niet of nauwelijks met deze leer van het helder denken in aanraking. En dat is raar en eigenlijk best wel jammer. Bij alles wat u doet wordt er van u verwacht dat u nadenkt. Er is geen enkel beroep, studie of bezigheid te verzinnen die niet gebaat is bij helder en rationeel denken. En dan te bedenken dat u met een paar simpele tips en weetjes al een enorme verbetering in uw capaciteit tot logisch denken kunt maken. Daarom is het ook zo gek dat op geen enkele school les gegeven wordt in de vrij eenvoudige basis technieken van de logica.

Deze cursus gaat vooral over technieken waarmee u kunt leren wat u moet doen om u prettiger te voelen. U zou hierdoor de indruk kunnen krijgen dat stoïcijnen zich vooral bezighouden met het vinden van methoden die gericht zijn op het verbeteren van hun welzijn. Virtuositeit gaat echter om meer. Het doel van virtuositeit is excelleren in de levenskunst, en daar hoort ook het helder leren denken en redeneren bij. Bij de topos van het juiste oordeelsvermogen wordt dan ook de nadruk gelegd op de kunst van het rationeel denken en oordelen. Dat is meer dan alleen logisch nadenken, de logica in de oudheid omvatte ook dingen die we tegenwoordig onder de retorica, kennisleer en zelfs spiritualiteit zouden rangschikken. Een stoïcijn werd geacht ook op deze terreinen behoorlijk virtuoos te zijn.

U weet inmiddels dat helder denken bepalend is voor hoe u zich voelt. Zoals u in een eerdere les gezien heeft, waarde lezer, is het van het grootste belang om een binnenkomende pre-emotie van een juist oordeel te voorzien. Het is tenslotte dat oordeel dat uiteindelijk gaat bepalen hoe u zich voelt. De volgende logische redenering zou u ondertussen bekend voor moeten komen.

  • Wat een mens denkt bepaalt hoe hij zich voelt.

  • Een mens kan denken wat hij wil.

  • Dus kan een mens ook voelen wat hij wil.

Op de achtergrond spelen de rationaliteit en de principes van de logica een belangrijke rol in de stoïcijnse filosofie. Zelfs een korte inleiding in de logica gaat het kader van deze cursus te buiten. Ik kan u echter zeker aanraden om eens een boek over logica en drogredeneringen open te slaan. Het zal niet alleen uw studie van het stoïcisme ten goede komen, maar zal bij alles wat u ook maar zou willen ondernemen van nut zijn.



zaterdag 18 juni 2022

11.1 Wat is dat een wijze?

 LES 11

DE ONMOGELIJKE STOÏCIJNSE WIJZE


11.1 Wat is dat een wijze?

We laten de ‘leer of topos van de juiste wilskracht’ even voor wat hij is en komen nu toe aan de tweede van de drie hoofdonderdelen van het stoïcijnse curriculum: de topos of leer van de juiste denkkracht. Het zal u ondertussen wel zijn opgevallen dat stoïcijnen het steeds maar hebben over de ratio, de rede of gewoon over het verstand. U heeft vast wel een idee van wat daar zo ongeveer mee bedoeld wordt, maar het is voor het stoïcisme iets dat zo belangrijk is dat het de moeite waard is om er wat dieper op in te gaan. Het zal u tijdens uw stoïcijnse studies ook wel zijn opgevallen dat als het woord ratio opduikt een verwijzing naar de wijze nooit veraf is. De wijze zou dan iemand moeten zijn die zijn rationele vermogens perfect weet te beheersen. Daar schiet u natuurlijk niet echt veel mee op. Wat bedoelen de stoïcijnen nu eigenlijk echt als ze het over de ratio hebben en wat heeft dat met een wijze te maken?

We beginnen met een wat formele definitie van de ratio of rede. Als de stoïcijnen het begrip ratio gebruiken gaat het ze om het zowel bewust als onbewust analyseren van een situatie of een gebeurtenis, die zich uit de buitenwereld aan het bewustzijn van een persoon opdringt. Het vermogen tot analyse, tot het geven van een bewust of onbewust oordeel over die impressie is dan de menselijke ratio. Over elke impressie uit de externe wereld moet in de binnenwereld een oordeel geveld worden voordat er iets mee gedaan kan worden. Een oordeel dat als het even kan zo redelijk en rationeel mogelijk moet zijn. Meningen en oordelen over bepaalde situaties zijn volgens de stoïcijnen pas redelijk als ze gebaseerd zijn op, op feiten gebaseerde redeneringen. In tegenstelling tot oordelen die op niets anders dan een gevoel zijn gebaseerd, worden op de rede gestoelde meningen ondersteund door goede gronden. Dergelijke oordelen vallen te verdedigen. Je kunt uitleggen waarom je ze aanhangt. Dat betekent niet dat ze ook correct zijn. Het kan heel goed zijn dat de feiten achteraf niet blijken te kloppen of dat er iets mis is met de redenering, maar dat neemt niet weg dat een op de rede gebaseerde mening veel beter te verdedigen valt dan een simpel: ‘Zo voel ik dat nu eenmaal’ of ‘zo ben ik nu één keer’.

Alleen de wijze heeft altijd een kloppende mening, zijn denkkracht is ongeëvenaard. Een wijze kan zich nooit vergissen en heeft het altijd bij het rechte eind. Een wijze heeft een perfecte ratio en komt altijd tot een kloppend oordeel. De stoïcijnen verwijzen vaak als ideaalbeeld naar deze wijze filosoof. Het is de bedoeling dat iedere stoïcijn probeert om wijs te worden. Ook van u als beginnend stoïcijn wordt dus verwacht dat u er naar streeft om een wijze te worden. Maar wat is dat eigenlijk een wijze? Is het iemand met een grote algemene ontwikkeling? Iemand die goede cijfers op school en op de universiteit heeft gehaald, en bovendien ook nog eens verstandige dingen doet en zegt? Of misschien iemand die carrière weet te maken en mensen makkelijk naar zijn hand kan zetten? Of dan toch iemand die goed kan bluffen en overtuigen waardoor hij een rijke zakenman is geworden? Dat is in elk geval niet wat in het dagelijks taalgebruik onder een wijze wordt verstaan. Praktische kennis en kunde zijn dus niet echt de eerste dingen waar je aan denkt bij het begrip wijze. Integendeel een wijze wordt vaak gezien als verstrooid, als iemand die niet al te handig en praktisch is. Maar een wijze is ook niet iemand die zich alleen maar volgestopt heeft met theoretische kennis of iemand die professor aan een universiteit is. Een wijze is meer iemand die antwoorden heeft gevonden op de grote levensvragen. Iemand die het grote plan van het universum begrijpt. Maar ook iemand die dat inzicht niet voor zichzelf houdt en het deelt met anderen. Wijsheid heeft dus zeker een sociale kant. Maar daar blijft het niet bij wijsheid heeft ook nog een spirituele kant. Een wijze is iemand die een bijzonder contact met de kosmos onderhoudt. Hij weet of voelt wat het universum is en van plan is. Hij is wat in boeddhistische termen een verlichte of bodhisattva wordt genoemd.

Voor de stoïcijnen heeft wijsheid natuurlijk vooral veel te maken met de goede werking van de ratio, het menselijke verstand. Een wijze is voor de stoïcijnen iemand met een uitmuntend stel hersenen, die bovendien weet wat hij daar mee moet doen. Hij kent zijn eigen, de menselijke en de universele natuur als geen ander. Hij is daardoor volledig afgestemd op de natuurwetten en de loop van de geschiedenis. Wat de natuur of zijn medemensen ook doen hij ziet het van te voren aankomen. Hij (of zij natuurlijk, gender speelt hierbij geen enkele rol) beheerst zijn lichaam, emoties en gedachten volkomen. Hij weet precies hoe hij moet reageren en wat het beste is voor hem zelf in het bijzonder en de mensheid als geheel in het algemeen. Geen enkele gebeurtenis komt voor hem als een verrassing, niets en niemand kan hem dan ook uit zijn evenwicht brengen. Hij is iemand die zijn rede volkomen heeft weten te perfectioneren en in volledige harmonie met de natuur leeft. Al zijn handelingen zijn onfeilbaar gericht op het algemeen welzijn.

Volgens de stoïcijnen is het bestaan van een dergelijk perfect persoon eigenlijk onmogelijk. Dat klinkt misschien ontmoedigend, maar een stoïcijn hoeft niet persé de top te bereiken om toch goed bezig te zijn. Hij is volkomen tevreden met het besef dat hij zijn best heeft gedaan. Epictetus zei het zo:

“Ik zal nooit een Milo worden [destijds een beroemde sportheld en kampioen op de Olympische Spelen], maar ik train mijn lichaam wel. Ik zal ook nooit een nieuwe Croesus [een in de oudheid bekende multimiljardair] worden, maar ik heb mijn zaakjes wel op orde. Een stoïcijn geeft niet op, alleen omdat hij weet dat hij ergens nooit de beste in zal worden.” (Epictetus; Colleges Boek I, hoofdstuk 2)

De stoïcijnse wijze is dus een soort mengeling tussen superman en de verlichte Boeddha. Een ideaalbeeld dat, hoewel onhaalbaar, toch nagestreefd moet worden. Zelfs de stoïcijnen zelf geloofden niet dat een wijze bestaat of ooit bestaan had. Ook stoïcijnse helden als Socrates, Diogenes en Zeno waren volgens hen nog steeds geen echte wijzen. Misschien goed op weg, maar toch nog geen wijze. De wijze was volgens hen net zo zeldzaam als de Ethiopische Phoenix en er waren maar heel weinig stoïcijnen die in het bestaan van deze mythische vuurvogel geloofden.