vrijdag 24 januari 2020

WAAROM LEVER JE JE LEVEN UIT AAN DE GRILLEN VAN HET LOT?


De meeste mensen denken dat ze het verloop van hun leven in eigen hand hebben. Het is zelfs één van de belangrijkste dogma’s van onze moderne maatschappij. Als je maar goed genoeg je best doet, hard werkt, ondernemend bent en volhardend bent, dan ligt de wereld aan je voeten en kun je alles bereiken wat je wilt. Er zijn zelfs mensen die zeggen dat je als je het maar hard genoeg wilt allerlei afschuwelijke ziektes kunt overwinnen. Stoïcijnen weten dat dat de groots mogelijke onzin is. Het is gewoon lariekoek dat je je leven naar je hand kunt zetten als je je maar voldoende inspant. Dat betekent niet dat je helemaal geen invloed hebt. De stoïcijnen denken zelfs dat er een deel van de werkelijkheid is waar ze de volledige onaantastbare controle over hebben.

Epictetus zegt het in zijn Handboekje zo:

‘De werkelijkheid valt in twee delen uit één: een deel waar we controle over hebben en een deel waar we geen controle over hebben. Wel controle hebben we over onze overtuigingen, impulsen, verlangens en angsten, kortom over alles wat met ons innerlijk te maken heeft; geen controle hebben we over ons lichaam, bezit, status en carrière, kortom over alles wat buiten ons gebeurt. Waar we controle over hebben is van nature vrij, onbeperkt en ongehinderd; waar we geen controle over hebben is zwak, onderworpen, beperkt en van een ander.’

De werkelijkheid wordt door de stoïcijnen dus in twee categorieën ingedeeld: dat deel waar we wel volledige controle over hebben en dat deel waar we geen of slechts een heel beperkte controle over hebben. Een simpele tweedeling die, mits echt doorleeft, uw leven volledig op zijn kop kan zetten. Alleen de dingen die u werkelijk zelf kunt beheersen zijn nodig om een gelukkig en virtuoos leven te leiden. Al het andere is daarvoor overbodig, misschien wel leuk en misschien ook wel rationeel om na te streven, maar voor een gelukkig leven uiteindelijk niet noodzakelijk. Epictetus waarschuwt dat het allesbehalve makkelijk is om die tweedeling ook echt te doorleven. Het vergt een behoorlijke inspanning en is doorgaans niet bevorderlijk voor wat als een succesvolle carrière wordt aangemerkt.

Epictetus stelt dat je je volledig moet inzetten voor de dingen waar je een volledige controle over hebt en dat je je tegenover al het andere neutraal moet opstellen. Die neutrale houding betekent niet dat je je er niet meer om hoeft te bekommeren. Het betekent dat je leert dat er geen enkele garantie bestaat dat de wereld zich naar jouw wensen zal schikken. Hoe hard je ook je best doet. Het leven wordt er een stuk eenvoudiger en prettiger op als je je dit inzicht weet eigen te maken.

Maar wat bedoelen de stoïcijnen met zaken waar we controle over hebben? Epictetus zegt dat we onze opvattingen, onze overtuigingen, onze impulsen, onze verlangens, onze afkeer, onze angsten en in het algemeen alles waarmee we reageren op de wereld om ons heen in onze macht hebben. Met ‘overtuigingen’ bedoelt Epictetus zowel je expliciete oordelen: je zegt bewust bij jezelf (of hard op) ‘die vent is stapelgek’, als je impliciete meningen. Als je kwaad bent op iemand denk je waarschijnlijk niet bewust: ‘hij doet iets wat slecht is en ik word daar kwaad over’. Je wordt gewoon boos. Zowel je expliciete bewuste oordelen als je impliciete onbewuste oordelen vallen dus onder datgene wat Epictetus met ‘overtuigingen’ bedoelt. Met ‘impulsen’ doelt hij op je neiging tot handelen. Het doelt daarbij niet (alleen) op ondoordachte impulsieve handelingen, maar op bewuste keuzes om bepaalde acties uit te voeren. Je denkt (oordeelt) dat iets goed is en krijgt de neiging om iets te ondernemen om het te verkrijgen. Je streeft en verlangt er naar. Of je denkt dat iets slecht is en probeert dat te vermijden. Een impuls wordt dan een neiging tot handelen gebaseerd op een waardeoordeel.

De overtuigingen (waardeoordelen) leiden tot een impuls (neiging tot handelen) wat weer leidt tot de wil om bepaalde handelingen te ondernemen waarmee je naar iets streeft of waarmee je iets vermijdt. Het zijn deze drie dingen waardeoordelen, impulsen en je handelen waar je volgens Epictetus een volledige controle over kunt hebben. Dat betekent niet dat ze niet kunnen worden beïnvloed door externe factoren. Andere mensen kunnen je waardeoordelen beïnvloeden, dorst kan je streven naar een glas koud bier aanwakkeren en slecht weer kan je plannen in de war schoppen. Toch ben je het in laatste instantie zelf die bepaalt of je je door anderen laat beïnvloeden, of je je door je hunkering laat verleiden en of je je al dan niet door het weer laat beperken.

Al het andere waaronder je lichaam, bezittingen, reputatie en je baan, behoren tot de zaken waar je geen volledige invloed over kunt uitoefenen. Wat een onzin, zult u misschien denken. Dat controleverhaaltje mag leuk klinken, maar dat betekent toch zeker nog niet dat ik mijn leven niet in eigen hand kan nemen. Dat ik geen invloed heb op het weer, daar kan ik nog inkomen, maar over mijn eigen lichaam en mijn carrière heb ik wel degelijk controle. Iedereen weet toch dat je met hard werken je doelen kunt bereiken. Als ik maar lang en hard genoeg train kan ik de marathon van Rotterdam winnen of op z’n minst een goede classificatie maken. Als ik hard studeer en me volledig inzet voor mijn bedrijf kan ik carrière maken. Op dit soort dingen kan ik toch zeker invloed uitoefenen.

Epictetus was niet gek en wist dit natuurlijk ook wel. Als u denkt dat u uw lot in eigen hand hebt, dan hebt u misschien niet helemaal ongelijk, maar toch wel voor het grootste deel. Hoe hard u ook getraind hebt, het is nooit helemaal zeker dat u zult winnen. Iemand anders kan immers harder getraind hebben of een betere aanleg hebben, u kunt een slechte dag hebben of over een bananenschil struikelen, zodat u de marathon helemaal mist. Voor uw carrière geldt hetzelfde. U kunt nog zo goed uw best doen, als uw baas u niet mag, als de markt uw product niet meer ziet zitten, of als er op een examen net die ene verkeerde vraag wordt gesteld kan alles toch nog mis lopen.

De stoïcijnen verfijnen daarom hun onderscheid. Ze verdelen de werkelijkheid in dingen waar u, helemaal geen controle over hebt, zoals het weer of het aantal haren op het hoofd van uw buurman, de dingen waar u een directe en volledige controle over kunt uitoefenen, uw wil, oordelen en verlangens, en de dingen waar u niet meer dan een indirecte en gedeeltelijke controle over hebt. U kunt nog zo uw best doen, u bent er nooit echt helemaal zeker van dat u ook zult slagen in uw bedoelingen. Over het resultaat van alles wat u onderneemt heeft u dan ook slechts een indirecte en gedeeltelijke controle. Wat u wel direct en volledig kunt beïnvloeden is uw intentie. U kunt uzelf voornemen uw uiterste best te doen om een wedstrijd te winnen, een examen te halen of een bepaalde baan te krijgen. De uitkomst blijft echter altijd onzeker, omdat die nu eenmaal mede afhankelijk is van externe omstandigheden waarop u geen invloed hebt. Waar u dus wel invloed op hebt is uw interne motivatie om u ergens voor in te zetten. Als je je gemoedsrust laat afhangen van zaken die niet volledig in je macht liggen lever je je geluk welbewust over aan de grillen van het lot. Misschien niet zo’n goed idee.

vrijdag 17 januari 2020

PANPSYCHISME OF EEN BEWUST UNIVERSUM


Panpsychisme is de filosofische leer dat alle materie een vorm van bewustzijn bezit. Een bewustzijn dat zo ver gaat dat ook het universum als verzameling van al het bestaande als een soort bewust organisme wordt aangemerkt. De stoïcijnen waren fervente aanhangers van een dergelijke wereldziel. Het klinkt gek en wel heel esoterisch voor een zo door en door rationele en materialistische filosofische stroming als het stoïcisme. Toch is dat stoïcijnse panpsychisme minder irrationeel dan het lijkt en zit er misschien wel meer achter dan je zo op het eerste gezicht zou denken.

Eén van de moeilijkste en meest prangende wetenschappelijke vragen van dit moment is de vraag waar bewustzijn vandaan komt. De gangbare mening is dat bewustzijn alleen voorkomt in de hersenen van de meer ontwikkelde dieren. Van alle dieren heeft eigenlijk alleen de mens een verder ontwikkeld zelfbewustzijn. Als dat klopt zou dat betekenen dat bewustzijn iets is dat nog niet zo heel lang bestaat en dat in niet meer dan een heel klein deeltje van het universum voorkomt. Bewustzijn wordt dan gezien als de capaciteit van mensen tot zelfbeschouwing en nadenken over zijn omgeving en handelen.

De stoïcijnen hanteren een heel wat ruimer bewustzijnsbegrip. Ze gaan er vanuit dat zelfs de meest eenvoudige bestanddelen van het universum, zoals quarks en elektronen, onderworpen zijn aan één of andere vorm van gewaarwording. Deze fundamentele deeltjes reageren op elkaar en gaan verbindingen met elkaar aan. Ze zijn zich zo op een heel primitieve en basale manier van elkaar bewust. Het is dit basale bewustzijn dat volgens de stoïcijnen ook ten grondslag ligt aan het dierlijke en menselijke bewustzijn. Het verschil in bewustzijn tussen een elektron, een steen, een bacterie, een hond en een mens is volgens hen niet meer dan een verschil in gradatie. Het gaat in hun ogen dus om de capaciteit tot gewaarwording die bepaalt of iets bewust is of niet. Dat betekent dat al het bestaande een zekere mate van bewustzijn kent. Maar daar blijft het niet bij ook grotere structuren zoals sterrenstelsels en uiteindelijk het hele bestaande universum hebben op die manier een soort van eigen bewustzijn. Een bewustzijn dat zonder enige twijfel anders is dan het ‘normale’ dierlijke en menselijke bewustzijn, maar dat daarom nog niet minder bewust is.

Binnen deze redenering hebben mensen een heel rijk en complex bewustzijn, zijn apen en huisdieren als honden en paarden zich zeker ook bewust en muizen al weer een stuk minder. Maar hoe zit het dan met slakken, planten en bacteriën? Volgens de gangbare ideeën zou er een bepaald moment moeten zijn waarop het bewustzijn ophoudt te bestaan. Van planten is het bekend dat ze zich bewustzijn van de stand van de zon, de plek waar water en voedingsstoffen zijn te vinden en zelfs dat ze met hun buren communiceren door een chemische noodkreet te slaken als ze door insecten worden aangevreten. Het lijkt misschien wel een heel ander niveau van bewustzijn dan het bewustzijn van een mens, maar is het in wezen echt zo anders? Is er wel een grens waarbij het bewustzijn helemaal verdwijnt en de grote duisternis van de onbewuste materie begint? Ligt die grens dan misschien bij levende wezens? Maar die grens is ook al niet altijd even duidelijk. De grens tussen levende wezens en dode materie is heel wat minder helder dan vroeger werd gedacht. In hoeverre zijn sporen, virussen en prionen nog wel als levende wezens te beschouwen? Virussen zijn niets meer dan pakketjes erfelijk materiaal dat een levende cel infecteert om zich zelf te kunnen voortplanten en een prion is niets anders dan een eiwitstructuur dat andere eiwitten weet aan te zetten om zich op een abnormale, doorgaans ziekteverwekkende, manier te gaan vouwen.

Waarom zou bewustzijn niet ook een soort glijdende schaal van steeds verminderende sterkte kunnen hebben? Bewustzijn niet als een lamp die aan of uit staat, maar als een soort continuüm dat van levende materie overgaat op wat doorgaans tot de dode materie wordt gerekend. Zo bezien is het eigenlijk helemaal niet zo irrationeel om bewustzijn te definiëren als het vermogen tot gewaarwording en reactie. Een vermogen dat anders en minder is maar dat zelfs op het niveau van elementaire deeltjes nog tot op zekere hoogte aanwezig blijft. Maar past dit wel binnen een wetenschappelijk wereldbeeld?

Mensen zijn zich bewust van de buitenwereld. Ze scheppen voor zichzelf een beeld van de buitenwereld dat bestaat uit een mengeling van kleuren, geluiden, gevoelens, geuren en smaken. Met neurologisch onderzoek kan worden vastgesteld dat bepaalde delen van het menselijk brein betrokken zijn bij de totstandkoming van dat beeld. Met steeds verdergaande technieken en onderzoeken kan steeds beter worden vastgesteld welke processen betrokken zijn bij de verschillende menselijke bewustzijnstoestanden. Tot in detail kunnen bepaalde elektrochemische reacties worden aangewezen die ten grondslag liggen aan de mogelijkheid van ervaring. Dat is spannende wetenschap en erg mooi, maar beantwoord nog steeds niet de vraag wat het is om een bepaalde ervaring te hebben. De kwantitatieve beantwoording van de vraag van wat het bewustzijn is, is nog steeds niet hetzelfde als de beantwoording van de kwalitatieve vraag wat het is om bewustzijn te ondergaan.

De discussie over het bewustzijnsfenomeen lijkt zich zo te concentreren rond twee polen. Eén pool waarin wordt gezegd dat bewustzijn een puur kwantitatief probleem is dat alleen met neurologisch onderzoek kan worden opgelost, en een andere pool waarin bewustzijn als iets ongrijpbaars mystieks en spiritueels wordt aangemerkt. Het fundamentele verschil ligt hierbij in de werkwijze van de wetenschap. Wetenschap beantwoord de vraag hoe de materie zich gedraagt, maar eigenlijk niet de vraag wat materie nu eigenlijk is. Het houdt zich bezig met vragen als aantrekking, afstoting, beweging en verbinding, maar het zegt niets over de intrinsieke aard van de materie. De wetenschap geeft daarmee dus een kwantitatieve maar geen kwalitatieve verklaring voor het bestaan van zoiets als bewustzijn. Dat neemt niet weg dat de wetenschappelijke verklaring voor bewustzijn onontbeerlijk is voor een goed begrip van dit fenomeen, maar door deze kwantitatieve verklaring samen te nemen met de kwalitatieve stoïcijnse bewustzijnsleer denk ik dat je een heel eind komt met het geven van een verklaring voor zowel de externe als de interne aspecten van iets dat zo ongrijpbaar lijkt te zijn als het bewustzijn.

Dat betekent dan wel dat je opeens met een bewust universum zit opgescheept. Toch is dat heel wat minder raar dan het lijkt. Mensen zijn bewuste wezens. Ze zijn in staat tot gewaarwording en vormen zich een beeld van de buitenwereld. Maar ze zijn zelf ook een onderdeel van die buitenwereld. Door het bestaan van bewuste wezens als de mens is het universum zich dus van zichzelf bewust. Er bestaat ontegenzeggelijk een stukje van het universum dat zich bewust is van zichzelf en daarmee is het universum dus een bewust wezen geworden. De stoïcijnse leer van de wereldziel is daarmee een stukje minder irrationeel en onwaarschijnlijk geworden.

zaterdag 11 januari 2020

STOÏCISME ALS DE GROOTSTE KANS OP GELUK


Veel mensen voelen zich gestrest, gefrustreerd en zelfs mislukt. Ze lijken maar geen wat te kunnen krijgen op de dingen waar ze in hun leven zo naar verlangen. Of, erger nog, het lijkt het erop dat hen vooral de dingen overkomen die ze met alle macht proberen te vermijden. Ze willen carrière maken, afvallen, aardig gevonden worden, dat mooie huis en die mooi auto krijgen. Maar wat krijgen ze een saaie stressvolle baan, ontspoorde kinderen, geld problemen en daarbij worden ze ook nog eens ziek en steeds ouder. Ook op kleine schaal loopt het vaak niet zoals ze het graag zouden zien, ze staan weer eens in de file, de trein is te laat en bovendien propvol en ze moeten op visite bij hun schoonmoeder. Grote en kleine gebeurtenissen die maken dat ze zich maar zelden echt gelukkig en tevreden voelen.

Krijgen wat je niet wilt kan net zo vervelend en zelfs pijnlijk zijn als niet krijgen wat je graag wilt hebben. Toch blijft u maar doorgaan met het vermijden van het één en het streven naar het andere. Al uw energie en al uw emotionele kracht wordt hier in gestoken. Het dringt maar niet door dat het om zaken gaat waar u in wezen geen invloed op hebt. Maar zelfs als u tot de weinigen behoort die er wel in slagen om al hun projecten te realiseren, dan komt u er al gauw achter dat er altijd wel weer iets te wensen over blijft. Wat vandaag een droom lijkt is morgen al weer gewoon. Die mooie en leuke partner wordt een paar jaar later uw grootste bron van ergernis, die prachtige glimmende bolide heeft al snel zijn eerste kras opgelopen en wordt hoe langer hoe gewoner. Soms lijkt het wel dat juist de rijkste en succesvolste mensen het minst tevreden zijn. Ze willen altijd meer. Miljonairs willen multimiljonairs worden, sporters die de landstitel veroveren willen de Olympische Spelen winnen en u, u wilt promotie maken en afdelingschef worden.

Het stoïcisme leert dat het er niet om gaat om steeds maar weer te proberen al die vluchtige verlangens te bevredigen. Het gaat er om hoe u met die verlangens, met uw bezittingen en met al uw talenten, omgaat. Kortom het gaat om uw karakter. Het is uw karakter dat bepaalt hoe u de dingen die u overkomen beleeft en hoe u zich daarbij voelt. Het is uw karakter dat bepaalt of een goed en prettig leven leidt. En dat karakter is nu net het enige waar u echt invloed op hebt. Of u rijk en succesvol wordt is afhankelijk van een hele reeks aan externe factoren, maar uw eigen karakter is het enige waar u altijd en overal de volledige beschikking over hebt. U maakt een enorme stap naar een zinvol en gelukkig leven als u zich dat realiseert. Dat betekent niet dat alles meteen rozengeur en maneschijn wordt. U zult uw karakter moeten ontwikkelen en trainen. De filosofie van het stoïcisme biedt een combinatie van diepzinnige inzichten, rationeel zelfonderzoek en praktische oefeningen om uw karakter te trainen. Het stoïcisme is waarschijnlijk uw grootste kans op een gelukkig leven.



dinsdag 31 december 2019

EEN EINDEJAARSGEDICHT VAN EPICTETUS


Hoofdstuk 53 van het Handboekje van Epictetus

De volgende dichtregels moet je altijd en overal bij de hand hebben:

‘Zeus en Noodlot voer me,
naar de bestemming die je voor me in gedachten hebt.
Ik zal zonder aarzelen volgen. En als ik zo dom ben dat ik dat niet wil,
dan moet ik toch volgen.
Wie zich vrijwillig schikt in zijn Lot
geldt voor ons als wijs en een kenner van de wil van de goden.
‘Maar Crito als de goden het zo willen, laat het dan zo gebeuren.
Natuurlijk, Anytus en Meletus kunnen me wel doden, maar ze kunnen me geen kwaad doen’.

Het is gelukt een jaar lang alle hoofdstukjes van het Handboekje van Epictetus vertaald en van commentaar voorzien. Ik had nooit verwacht dat ik het zou volhouden en ik had al helemaal niet verwacht dat u als trouwe lezer mijn wekelijks gekrabbel zou willen blijven lezen. Gelukkig heeft u dat wel gedaan. Zonder de steun van mijn lezers zou ik de moed algauw opgegeven hebben. Hiervoor dan ook mijn oprechte dank. En dan heb ik u bij het begin van deze serie nog een beetje om de tuin geleid ook. Het Handboekje heeft weliswaar 52 echte hoofdstukjes, maar sluit af met een gedichtje van de stoïcijnse filosoof Cleanthes.

In dit laatste hoofdstukje van het Encheiridion citeert Epictetus dus een paar regels uit een gedicht van Cleanthes. Het gaat om een ander gedicht dan de bekendere ‘Hymne aan Zeus’. Sommige geleerden denken weliswaar dat het om een verdraaid citaat uit de ‘Hymne’ gaat, maar in brief 107 van zijn brieven aan Lucilius citeert ook Seneca uit dit gedicht. Het lijkt er dus op dat het echt een ander stukje poëzie van Cleanthes was. Cleanthes was de opvolger van Zeno. Daarmee was deze voormalig Olympisch bokser de tweede scholarch, het tweede schoolhoofd, van de stoïcijnen in Athene. Van hem wordt verteld dat hij ’s nachts als waterdrager werkte om overdag de filosofielessen van Zeno te kunnen volgen. Het stadsbestuur van Athene vond het verdacht dat hij zonder enige merkbare bron van inkomsten al zijn tijd aan filosofie leek te besteedden en daagden hem voor de rechter. Toen hij echter kon bewijzen dat hij ’s nachts werkte om overdag te kunnen studeren, waren ze daar zo van onder de indruk dat hem een studiebeurs werd aangeboden. Een beurs die hij trouwens, volledig in lijn met zijn filosofie, weigerde te accepteren.

Met Cleanthes kreeg de nog jonge stoïcijnse filosofie een meer religieuze draai. Hij was de eerste die de materie, in tegenstelling tot wat in die tijd gebruikelijk was, niet langer zag als een dode inerte substantie, maar als iets waar krachten in leefden. In zijn ogen maakten die krachten dat materie een zeker bewustzijn had. In zekere zin herenigt hij de logos, de ziel of het bewustzijn van het universum, met de tot dan toe dode materie. Hoe complexere de materie, hoe sterker dat bewustzijn werd, met als ultiem uitvloeisel dat al het bestaande, de volledige kosmos een zelfbewust wezen was. Een wezen dat hij vereenzelvigde met de oppergod Zeus. Ook zijn bekendere ‘Hymne aan Zeus’ lijkt religieus geïnspireerd. Dit quasi religieuze gedicht maakt hem echter nog niet tot een ware gelovige. In één van de weinige fragmenten die verder nog van hem bekend zijn noemt hij de goden mythische figuren die de hemellichamen en natuurkrachten verbeelden. Met Zeus bedoelde hij dus niet de Griekse god die boven op de Olympus met bliksemschichten speelde, maar de natuur, de gehele kosmos al het bestaande. Om niet als goddeloze atheïst te worden bestempeld gaf hij dit wezen de gebruikelijke naam van de Griekse oppergod.

Deze stoïcijnse god bepaalt de loop van de gebeurtenissen. Het is het noodlot waar niemand aan kan ontkomen. Het heeft dan ook geen enkele zin om je te verzetten en je druk te maken over de dingen waar je toch niets aan kan doen. Het is vergeefse moeite en nog dom ook. Je kunt je energie beter in de dingen steken waar je wel invloed op hebt: je verlangens, oordelen en bedoelingen. Als je dat begrijpt en je innerlijke wereld onder controle hebt weten te krijgen ben je in stoïcijnse ogen een wijze. Iemand die zich klagend en scheldend tegen zijn lot probeert te verzetten is een dwaas. Volgens de stoïcijnen zijn we trouwens allemaal dwazen. De enige die dat niet is, de stoïcijnse wijze, is net zo zeldzaam als de Ethiopische feniks. En ook Epictetus wist wel dat een dergelijk fabeldier niet bestond. Klinkt niet zo bemoedigend, maar gelukkig vertelden onze stoïcijnse helden er ook bij dat alleen al de poging om een klein beetje wijzer te worden het leven een stuk dragelijker kon maken.

Het is niet toevallig dat het Handboekje met Socrates eindigt. Socrates was misschien wel de grootste filosofische held van Epictetus. De laatste twee zinnen van het gedicht zijn een stukje uit de Crito van Plato. Dit boek gaat over de veroordeling en terechtstelling van Socrates. Anytus en Meletus waren de aanklagers van Socrates die voor zijn terdoodveroordeling verantwoordelijk waren. In zijn laatste woorden zegt Socrates dat deze twee er dan in geslaagd mogen zijn om hem te doden, maar dat ze heb geen echte schade hebben kunnen toebrengen. Socrates zegt hier, net als later de stoïcijnen, dat de dood iets onbelangrijks is dat geen rol speelt bij een gelukkig en virtuoos leven. Het gaat om de manier waarop je leeft en sterft die bepaalt of je een goed leven leidt. Het gaat om de kwaliteit van leven niet om de kwantiteit. Met deze laatste goede raadgeving van Epictetus en Socrates sluit ik het Handboekje af en wens ik u een heel virtuoos 2020.


vrijdag 27 december 2019

PRAKTIJK BOVEN THEORIE


Hoofdstuk 52 van het Handboekje van Epictetus

Het eerste en belangrijkste onderwerp van de filosofie is het in de praktijk brengen van levenswaarden, neem bijvoorbeeld het principe dat je niet mag liegen. Het tweede onderwerp van de filosofie gaat over de bewijzen, dus hoe je kunt bewijzen dat je niet mag liegen. Het derde onderwerp gaat over het vaststellen en beargumenteren van die bewijzen: Wat maakt dit een bewijs? Wat is dat eigenlijk, een bewijs, een conclusie, een tegenstelling, waarheid, onwaarheid?
Het derde onderwerp is dus nodig voor het tweede en het tweede voor het eerste. Maar het belangrijkste onderwerp, waar je dan ook alle tijd voor moet nemen, is het eerste. Wij doen het echter precies andersom, we richten al onze aandacht op het derde punt en verwaarlozen het eerste punt. Zo komt het dat we liegen terwijl we wel perfect kunnen bewijzen waarom we niet zouden mogen liegen.

Het lijkt er een beetje op maar toch is dit een andere indeling dan de in de inleiding behandelde drie ‘topoi’ van Epictetus’ filosofie. Het eerste onderwerp zou onder de ‘topos’ van het juiste handelen of de ethiek kunnen worden geschoven, het tweede en derde onderwerp uit dit hoofdstukje zouden dan onder de ‘topos’ van het juiste oordeel of de logica vallen. Epictetus wijst hier op de logische redeneringen die overal aan de stoïcijnse filosofie ten grondslag liggen. Je moet tenslotte eerst weten wat concepten als bewijs en waarheid inhouden voordat je er mee kunt beginnen om iets te bewijzen. Pas op het moment dat je iets kunt bewijzen kun je ook echt geldende levensprincipes voor jezelf opstellen.

Epictetus waarschuwt hier weer eens tegen de ivorentoren waar je als filosoof maar al te makkelijk in terecht kan komen. Hij wist dat het voor veel van zijn leerlingen heel verleidelijk was om zich te verliezen in complexe redeneringen en retorische hoogstandjes. De meeste filosofiescholen besteden hun tijd voornamelijk aan de formele kant van hun leer. Ze zijn tot in den treure bezig met het perfectioneren van hun redeneringen en het voeren van eindeloze theoretische discussies, maar ze vergeten daarbij waar het uiteindelijk allemaal om draait: de levenspraktijk. Het gaat Epictetus om het in het hier en nu, midden in de hectiek van de maatschappij, naleven van filosofische levenswaarden en veel minder om de theorie die daar achter ligt. Een theorie die bij de stoïcijnen trouwens wel prima doortimmerd was. De stoïcijnse logica wordt pas in de twintigste eeuw geëvenaard door onze moderne logica. Dat neemt echter niet weg dat voor stoïcijnen de nadruk altijd op de levenspraktijk is blijven liggen.

vrijdag 20 december 2019

NIET MORGEN MAAR NU



Hoofdstuk 51 van het Handboekje van Epictetus

Hoe lang wil je er nog mee wachten om je verstand te gebruiken en voor jezelf te kiezen? De boeken heb je gelezen. Je hebt de leraren gehad die je nodig had. Waar wacht je nog op? Je bent geen kind meer, maar volwassen. Als je nu lui bent en luchthartig en uitstel op uitstel blijft stapelen op zoek naar het juiste moment om voor jezelf te kiezen dan zal je leven ongemerkt voorbij gaan en zal je er bij je dood achter komen dat je niets bereikt hebt.
Er is geen uitstel mogelijk. Nu is het moment om je leven op te eisen en als een volwassene te kiezen voor de goede weg. De goede principes waar mee je ingestemd hebt moeten nu een wet zijn die je niet meer overtreedt. Als het moeilijk wordt en je tegenslag ontmoet, plezierige dingen, roem of hoon bedenk dan dat de wedstrijd nu plaatsvindt, de trainingen zijn voorbij de Olympische Spelen zijn al begonnen. Eén nederlaag één moment van verslapping kan betekenen dat al je vorderingen verloren gaan. Zo werd Socrates de persoon die hij was, door zich onder alle omstandigheden te richten op virtuositeit. En al ben jij dan nog geen Socrates, je moet wel leven alsof je Socrates zou willen zijn.


Nu het Encheiridion zijn einde nadert komt er ook aan de schooltijd van de studenten van Epictetus een einde. Hij roept ze nog één keer op om nu ze de theorie geleerd hebben, het geleerde ook echt in de praktijk te gaan brengen. De tijd van oefenen is voorbij, de leerlingen zijn geen kinderen meer, ze zijn inmiddels oud en wijs genoeg geworden om op eigen benen te staan. Het wordt nu tijd voor actie, in het echte leven buiten de bescherming van de schoolmuren.

Met het behalen van hun ‘diploma’ is de scholing echter nog niet voltooid. Het worden van een stoïcijns filosoof is een levenswerk, waar nooit een einde aan komt. Hoewel het waarschijnlijk onmogelijk is een echte wijze te worden, is het toch iets waar je altijd naar moet blijven streven. Epictetus is hier trouwens wel heel streng, hij zegt dat één enkel foutje, één moment van zwakte al tot een totale nederlaag kan leiden. Dat klopt natuurlijk niet, en dat zegt hij zelf ook. In de Colleges vertelt hij zijn studenten herhaaldelijk dat ze iedere keer nadat ze gevallen zijn weer op kunnen krabbelen en opnieuw kunnen beginnen. Hij is hier zo streng om zijn leerlingen nog een laatste keer op hun hart te drukken dat ze extreem voorzichtig moeten zijn. Ze moeten zichzelf permanent in de gaten houden. Het is ondoenlijk om nooit de fout in te gaan. Op het moment dat je geen fouten meer zou maken, ben je al een wijze.

De schooltijd is voorbij en het leven wordt de volgende leerschool voor de studenten. Volgens Epictetus is dat leven datgene wat er om je heen gebeurt, terwijl je met andere dingen bezig bent. De wedstrijd is al begonnen, je moet oefenen en leren terwijl de strijd om je heen in volle gang is. Je leert en leeft midden in een veldslag die in alle hevigheid gaande is. Epictetus weet dat zijn leerlingen het zwaar gaan krijgen. Het leven van een Romeinse aristocraat, want dat waren zijn studenten, was nauwelijks minder stressvol dan het moderne leven. Er stond hen zonder uitzondering een drukke en verantwoordelijke baan in de keizerlijke hiërarchie te wachten. Het stoïcisme was hun beste kans om de veldslag van het leven op een prettige manier door te komen. En het is in deze hectische tijden ook uw beste kans om een zinvol en gelukkig leven te leiden.

zaterdag 14 december 2019

EENS EEN STOÏCIJN ALTIJD EEN STOÏCIJN


Hoofdstuk 50 van het Handboekje van Epictetus
Wat je je voorneemt om te doen, daar moet je je aan houden als was het een wet, alsof het een doodzonde zou zijn wanneer je die wet zou overtreden. Maak je daarbij niet druk over wat anderen daarvan vinden, daar heb je niets mee te maken.

Epictetus vindt dat zijn leerlingen een duidelijke en bewuste keuze moeten maken om de stoïcijnse principes in hun leven te gaan toepassen. Tijdens hun studie leren ze de theorie van het stoïcisme en krijgen ze inzicht in de consequenties die die theorie voor hun manier van leven zou moeten hebben. Ze weten dat het stoïcisme geen strenge of dogmatische levensleer is en dat het flexibel genoeg is om zich aan veranderende inzichten aan te passen. Maar ze weten ook dat het geen vrijblijvende filosofie is en dat het van zijn aanhangers verlangt dat ze het beste uit zich zelf halen. Op basis van die kennis moeten Epictetus’ studenten op een gegeven moment een weloverwogen keuze maken het stoïcisme als hun levensfilosofie te aanvaarden. Dat ze door hun ouders naar zijn school zijn gestuurd betekent voor Epictetus nog niet dat zijn leerlingen ook automatisch zouden moeten kiezen voor het stoïcisme als levensleer. Ze zijn vrij om hun eigen richting te kiezen en hij stimuleerde zijn leerlingen zelfs om ook eens een kijkje bij concurrerende scholen te nemen. Als ze er uiteindelijk toch voor kiezen om stoïcijns filosoof te worden dan moeten ze dat weloverwogen en met heel hun hart doen. Ze moeten zich dan ook echt voornemen om zich aan de stoïcijnse principes te gaan houden.

De toekomstige stoïcijnen worden dus geacht zich aan hun keuzes te houden. Een keuze voor het stoïcisme is een keuze voor het leven. Ergens anders vergelijkt Epictetus amateurfilosofen die voor de lol een beetje liefhebberen in de filosofie, met kleine kinderen. Het ene moment spelen ze soldaatje of gladiator en even later zijn het toneelspelers of spelen ze met een bal. Stoïcijnen zijn geen kleine kinderen. Als je er echt voor kiest om een stoïcijn te worden dan houd je je daar ook aan. Je kunt niet zodra het een beetje moeilijk wordt van gedachten veranderen en opeens weer hedonist worden.

Epictetus waarschuwt er nog wel voor dat dat waarschijnlijk betekent dat heel wat mensen hen zullen bespotten. Het is zelfs mogelijk dat een aantal van hun oude vrienden en kennissen zich van hen zullen afwenden. In hun ogen zijn het opeens saaie heilige boontjes geworden of rare alternatievelingen. Aan de andere kant lopen ze het risico in de problemen te raken. Stoïcijnen hebben de neiging regelmatig op de lange tenen van machtige personen te gaan staan en die zijn daar maar zelden blij mee. In dit hoofdstukje drukt Epictetus zijn leerlingen op het hart dat de reactie van anderen een stoïcijns filosoof koud moet laten. Hij moet doen wat hij denkt dat goed is om te doen, ongeacht wat anderen daar van vinden.

Epictetus vertelt zijn leerlingen dat de oprechte keuze om stoïcijn te worden niet zonder consequenties zal blijven. Het zal hoe dan ook je leven op zijn kop zetten. Je zult sommige dingen een stuk serieuzer gaan nemen dan vroeger en andere dingen die eerst heel belangrijk leken zullen je voortaan koud laten. Het zijn van stoïcijn heeft dus ook sociale gevolgen. Mensen zullen je een rare snuiter gaan vinden en de kans is groot dat op z’n minst een deel van je ‘vrienden’ zich van je af zal keren. Klinkt misschien allemaal nogal vervelend, maar daar staat dan wel tegenover dat het stoïcisme je een geslaagd en prettig leven kan bezorgen.