zaterdag 31 januari 2026

Waar hebben we controle over en waarover niet?

 Je kunt alleen dingen veranderen waar je controle over hebt, maar waar heeft u nu echt controle over? De stoïcijnen zeggen dat we om gelukkig te worden moeten leren ons alleen druk te maken over de dingen die echt belangrijk zijn. Houd je bezig met de dingen die ertoe doen en laat de rest aan zichzelf over. De wereld van het menselijk geluk valt volgens hen in te delen in een intern en een extern deel. De meeste mensen houden zich vooral bezig met het externe deel, met de buitenwereld. De wereld van auto’s, huizen, stoelen en tafels, werk, vrienden en familie. Ze denken gelukkig te kunnen worden door zo veel mogelijk personen en spullen uit de externe wereld om zich heen te verzamelen. De gemiddelde mens zal u zeggen dat u om gelukkig te worden aan het werk moet, u moet studeren, een baan zoeken, carrière maken, om salarisverhoging vragen en een mooie partner veroveren. Uiteindelijk zult u dan dat voorbeeldgezinnetje, dat droomhuis, die prachtige auto en die 3D-tv hebben die u gelukkig zullen maken.

De stoïcijnen geloven daar niet in. Ze zien te veel voorbeelden van rijke, succesvolle mensen die in wezen diep ongelukkig zijn. Het klinkt als tegeltjeswijsheid, maar het klopt wel: succes in de wereld biedt geen enkele garantie voor persoonlijk geluk. Het kost bovendien heel wat moeite om succesvol te worden en stoïcijnen zijn niet zo van het moderne keiharde werken. Soms zijn ze zelfs een beetje lui. Zij vinden dat u het uzelf niet te moeilijk moet maken, u moet u gaan concentreren op de dingen die binnen handbereik liggen. Ze zeggen dan ook dat u moet leren alleen die dingen te willen die makkelijk te verkrijgen zijn. Dingen die volledig vrij zijn, die niemand van u kan afpakken. U moet uw geluk niet in de externe wereld zoeken, maar juist in uzelf. Daar bevindt zich een wereld waar u altijd bij kunt en waar u de volledige controle over hebt. Een stoïcijn zoekt virtuositeit en geluk daarom in zijn interne wereld. In wat hij zijn innerlijke kasteel noemt. Daar zetelt een wereld die vrij en altijd toegankelijk is.

‘Van al het bestaande hebben wij over sommige dingen controle en over andere niet. Controle hebben wij over onze meningen, onze wil, onze verlangens en angsten. Al deze dingen zijn eigen aan ons wezen.

Over ons lichaam hebben wij geen controle. Ook niet over bezit of over reputatie en carrière. Kortom, alles wat niet eigen is aan ons wezen. Bedenk, dat de dingen waar we controle over hebben van nature vrij zijn. Zij kunnen niet gehinderd of belemmerd worden. Maar de dingen waar we geen controle over hebben, zijn krachteloos, onderworpen, vol belemmeringen en vreemd aan ons wezen.’ (Epictetus, Handboek 1).

Zo begint het Handboekje (het Encheiridion in het Grieks) van Epictetus. Hij zegt hier eigenlijk dat feiten als feiten niet te veranderen zijn, dat is nu eenmaal hun realiteit. Het weer, de politiek, andere mensen, de economie, onze carrière, zelfs ons eigen lichaam vallen buiten onze directe controle. Wat we wel volledig kunnen beheersen zijn onze meningen over die feiten en onze wijze van observeren. Deze paar zinnetjes van Epictetus zijn enorm belangrijk. Ze vormen de kern van de stoïcijnse filosofie en gaan dan ook helemaal terug tot de grondlegger van deze levensleer, Zeno. Het wordt echter nergens zo duidelijk en kort weergegeven als in deze eerste paragraaf van het ‘Handboekje’.

De werkelijkheid wordt door de stoïcijnen dus in twee categorieën opgedeeld: een intern deel waar we wel volledige controle over hebben en een extern deel waar we geen, of slechts een heel beperkte controle over kunnen uitoefenen. Dingen waar we iets aan kunnen doen en dingen waar we niets aan kunnen doen. Een simpele tweedeling die, mits echt doorleeft, uw leven volledig op zijn kop kan zetten. Alleen de dingen die u werkelijk zelf kunt beheersen zijn nodig om een virtuoos leven te leiden. Al het andere is daarvoor overbodig, misschien wel leuk en misschien ook wel rationeel om na te streven, maar voor een goed en gelukkig leven uiteindelijk niet noodzakelijk.

Wel in ons vermogen liggen dus onze opvattingen, onze overtuigingen, onze verlangens, onze afkeer, onze angsten en in het algemeen alles waarmee we reageren op de wereld om ons heen. Al het andere ligt niet volledig in onze macht: succes in de maatschappij, rijkdom, gezondheid, ziekte, relaties, ongelukken, dood, kortom alles wat van buiten komt en waarop we geen volledige invloed kunnen uitoefenen. Dit is het belangrijkste onderscheid binnen de stoïcijnse filosofie. Het is iets wat u echt goed door moet hebben om profijt te hebben van uw nieuwe levensfilosofie. Om dat te verzekeren gaan we eerst nog wat dieper in op het verschil tussen de dingen waar u volledige controle over hebt en de dingen waarover die controle slechts zeer beperkt is of zelfs helemaal ontbreekt.

Wat een onzin, zult u nu misschien denken. Dat controle verhaaltje mag leuk klinken, maar dat betekent toch zeker nog niet dat ik mijn leven niet in eigen hand kan nemen. Dat ik geen invloed heb op het weer, daar kan ik nog inkomen, maar over mijn eigen lichaam en mijn carrière heb ik wel degelijk controle. Iedereen weet toch dat je met hard werken je doelen kunt bereiken. Als ik maar lang en hard genoeg train kan ik de marathon van Rotterdam winnen of op z’n minst een goede klassering maken. Als ik hard studeer en me volledig inzet voor mijn bedrijf, kan ik een diploma halen en carrière maken. Op dit soort dingen kan ik toch zeker invloed uitoefenen.

Epictetus was niet gek en wist dit natuurlijk ook wel. Als u denkt dat u uw lot in eigen hand hebt, dan hebt u misschien niet helemaal ongelijk, maar toch wel voor het grootste deel. Hoe hard u ook getraind hebt, het is nooit helemaal zeker dat u zult winnen. Iemand anders kan immers harder getraind hebben of een betere aanleg hebben. Ook kunt u een slechte dag hebben of uitglijden over een bananenschil zodat u de marathon helemaal mist. Voor uw carrière geldt hetzelfde. U kunt nog zo goed uw best doen, als uw baas u niet mag, als de markt uw product niet meer ziet zitten, of als er op een examen net die ene verkeerde vraag wordt gesteld, kan alles toch nog mis lopen.

De stoïcijnen verfijnen daarom hun onderscheid. Ze verdelen de werkelijkheid in dingen waar u, helemaal geen controle over hebt, zoals het weer of het aantal haren op het hoofd van uw buurman, de dingen waar u een directe en volledige controle over kunt uitoefenen, uw wil, meningen en verlangens, en de dingen waar u niet meer dan een indirecte en gedeeltelijke controle over hebt. Het winnen van de marathon, het vinden van die ene droompartner of het maken van carrière. U kunt nog zo uw best doen, u bent er nooit helemaal zeker van dat u ook zult slagen in uw bedoelingen. Over het resultaat van alles wat u onderneemt heeft u dan ook slechts een indirecte en gedeeltelijke controle. Wat u wel direct en volledig kunt beïnvloeden is uw intentie. U kunt uzelf voornemen uw uiterste best te doen om een wedstrijd te winnen, een examen te halen of een bepaalde baan te krijgen. De uitkomst blijft echter altijd onzeker, omdat die nu eenmaal mede afhankelijk is van externe omstandigheden waarover u geen invloed hebt. Waar u dus wel invloed op hebt is uw interne motivatie om u ergens voor in te zetten.

‘Okay, okay’, hoor ik u mopperen,’ maar hoe zit dat met die volledige controle die ik over mijn opvattingen, wil, verlangens en angsten zou moeten hebben. Daar heb ik nog steeds zo mijn twijfels over. Als ik mijn verlangens onder controle zou hebben hoefde ik nu geen dieet te volgen, en ik heb me ook weleens door de praatjes van een slimme verkoper iets laten aansmeren. Die volledige controle valt in de praktijk nogal tegen. Epictetus zal met meer moeten komen om me te kunnen overtuigen’. Reken maar dat hij dat doet. In de volgende paragraaf zullen we kijken naar wat hij verder nog over dit onderwerp te vertellen had.


zaterdag 24 januari 2026

De stoïcijnse invloed op Spinoza: inspiratie of logische voortzetting?

 De filosofie van Baruch Spinoza (1632–1677) wordt vaak gelezen als radicaal nieuw: streng rationeel, geometrisch opgebouwd en compromisloos in haar metafysische consequenties. Tegelijkertijd herkennen veel lezers er oudere motieven in, vooral uit de stoïcijnse filosofie. Dat roept een intrigerende vraag op: is Spinoza slechts beïnvloed door de stoïcijnen, of vormt zijn systeem zelfs een logische uitwerking van hun metafysica? Om die vraag te beantwoorden, moeten we eerst kijken naar wat de stoïcijnen dachten, vervolgens naar wat Spinoza overneemt, en tenslotte naar waar hij een beslissende stap verder gaat.


De klassieke stoïcijnen, Zeno, Chrysippos, later Seneca, Epictetus en Marcus Aurelius,  ontwikkelden een strikt immanent wereldbeeld. Immanent betekent dat er voor hen geen transcendente god buiten de wereld bestaat. Net als Spinoza zijn de oude stoïcijnen pantheïsten, ze noemen hun wereldgod meestal gewoon natuur. Die god is dus eigenlijk alles wat er bestaat, of beter: het rationele, ordenende principe in het universum. Dit principe wordt vaak aangeduid als logos, een goddelijke rede die alles doordringt en structureert. De kosmos is volgens de stoïcijnen volledig deterministisch. Alles gebeurt volgens noodzakelijke causale verbanden. Toeval bestaat niet; wat wij toeval noemen, is onwetendheid over oorzaken. De mens maakt hier volledig deel van uit. Ook menselijke emoties, keuzes en handelingen volgen uit natuurlijke oorzaken. Ethiek vloeit hier rechtstreeks uit voort. Wie begrijpt hoe de natuur werkt, zal leren instemmen met de noodzakelijkheid van wat er gebeurt. De beroemde stoïcijnse houding van berusting, of liever: rationele aanvaarding, is geen passiviteit maar inzicht. Vrijheid betekent niet ontsnappen aan causaliteit, maar handelen in overeenstemming met de rede.


Wie Spinoza’s Ethica leest, herkent onmiddellijk een vergelijkbaar wereldbeeld. Ook bij Spinoza is god geen persoonlijke schepper die buiten de wereld staat. Zijn beroemde formule ‘Deus sive Natura’, God oftewel de Natuur, drukt dezelfde immanentie uit die we bij de stoïcijnen vinden. Spinoza stelt dat er slechts één substantie bestaat, met oneindig veel attributen. Alles wat bestaat is een modus van die ene substantie. Ook hier is er geen plaats voor toeval: alles volgt noodzakelijk uit de aard van de natuur. Spinoza is, net als de stoïcijnen, een radicale determinist. Ook de menselijke geest en emoties worden strikt naturalistisch verklaard. Passies zijn geen morele fouten, maar noodzakelijke gevolgen van hoe wij door externe oorzaken worden beïnvloed. Vrijheid is inzicht in die noodzakelijkheid. Wie begrijpt waarom hij handelt zoals hij handelt, is vrijer dan wie denkt dat hij uit vrije wil handelt terwijl hij in feite door oorzaken wordt meegesleurd. De parallellen zijn moeilijk te missen.


Toch moeten we voorzichtig zijn. Spinoza kende de stoïcijnen vooral via secundaire bronnen: Latijnse auteurs, renaissancedenkers en vooral via Descartes, die zelf stoïcijnse ideeën over emoties verwerkte. Er is weinig bewijs dat Spinoza systematisch de originele stoïcijnse teksten bestudeerde. De invloed is dus deels indirect. Maar belangrijker: Spinoza neemt niet zomaar stoïcijnse ideeën over. Hij herstructureert ze fundamenteel.


Het grootste verschil zit in de metafysische precisie. De stoïcijnen combineerden hun determinisme met een vorm van materialisme: alles wat bestaat is uiteindelijk lichamelijk, inclusief god als een soort verfijnd vuur of pneuma. Spinoza’s substantie is niet per se materieel, maar ontologisch fundamenteel, met zowel denken als uitgebreidheid als gelijkwaardige attributen. Daarnaast ontbreekt bij Spinoza elk spoor van finalisme. De oude stoïcijnen spraken nog over een rationele orde die “goed” is of “gericht” op het geheel. Spinoza snijdt dit radicaal weg. De natuur heeft geen doelen. Goed en kwaad zijn menselijke begrippen, ontstaan uit onze verlangens, niet uit de structuur van de werkelijkheid zelf. Het moderne stoïcisme neigt er naar om Spinoza gelijk te geven. In de meeste vormen van het modern stoïcisme wordt het finalisme afgewezen. Ook ethisch verschuift het accent. Stoïcijnse ethiek is normatief en moreel geladen: de wijze streeft een virtuoos leven na. Spinoza’s ethiek is eerder therapeutisch en verklarend. Hij wil laten zien hoe we noodzakelijk functioneren, zodat we minder lijden onder illusies over vrije wil, schuld en schuldgevoel. Voor Spinoza is een mens een bewustzijn dat machteloos vast zit in een soort biologische robot waar hij geen enkele controle over heeft. Hij ziet en beleeft wat er gebeurt, maar heeft er geen enkele invloed op. De stoïcijnen geven u iets meer vrijheid. Ze zien een mens als onderdeel van het universele bewustzijn en geven u als zodanig nog enige invloed op wat u voelt en doet.


Is Spinoza een logische uitwerking van de stoïcijnse metafysica? In zekere zin wel. Als je de stoïcijnse intuïties, immanentie, determinisme, rationaliteit van de natuur, volledig serieus neemt en ontdoet van mythologische, teleologische en morele restanten, kom je opvallend dicht bij Spinoza uit. Maar dat betekent niet dat Spinoza simpelweg “de stoïcijnen consequent afmaakt”. Zijn systeem is mede gevormd door moderne wiskunde, cartesiaanse metafysica en een streng rationalistisch ideaal dat de oudheid vreemd was. De geometrische methode van de Ethica alleen al markeert een breuk. Misschien is het beter om Spinoza te zien als iemand die een oude levenshouding, leven in overeenstemming met de natuur, herdenkt binnen een nieuw filosofisch kader. Hij erft de stoïcijnse ernst, maar vervangt hun kosmische orde door een onpersoonlijke, noodzakelijke structuur van zijn eigen makelij.


De stoïcijnse filosofie vormt geen blauwdruk voor Spinoza, maar wel een diepe onderstroom. Waar de stoïcijnen intuïtief en ethisch formuleerden, werkt Spinoza systematisch en metafysisch uit. Zijn filosofie is geen herhaling, maar een radicale herformulering. Maar eigenlijk is ook Spinoza’s bewerking stoïcijns. Stoïcijnen benadrukken dat hun filosofie niet af is en dat latere generaties er nog heel veel aan zullen moeten bijstellen en veranderen. Al met al zou je kunnen zeggen: Spinoza is geen stoïcijn, maar zonder het stoïcisme is hij nauwelijks denkbaar.




zaterdag 17 januari 2026

Waarom logica essentieel is voor een moderne stoïcijn

 Op 14 januari jongstleden was het de dag van de logica. Dat soort dagen interesseren me niets en gaan doorgaans ongemerkt aan me voorbij, maar deze keer was het de inspiratie voor een nieuwe blog. Voor het stoïcisme is logica altijd van groot belang geweest. Logica is namelijk het meest fundamentele en krachtigste gereedschap van de menselijke geest. Logica is niet alleen een academische discipline; het is de ruggengraat van ons vermogen om de wereld te begrijpen, beslissingen te nemen en betekenis te geven aan ons bestaan. Voor filosofen, wetenschappers en denkers door de eeuwen heen is logica de sleutel geweest tot het ontrafelen van mysteries, het oplossen van problemen en het bereiken van innerlijke rust. Maar wat maakt logica zo belangrijk, en hoe speelt het een rol in het moderne stoïcisme?


Logica is de kunst en wetenschap van correct redeneren. Het helpt ons om argumenten te structureren, valse conclusies te herkennen en waarheid van fictie te onderscheiden. Zonder logica zouden we gevangen zitten in een wereld van tegenstrijdigheden en misvattingen. Of het nu gaat om het nemen van dagelijkse beslissingen of het oplossen van complexe problemen, logica zorgt ervoor dat we helder en consistent kunnen denken. Van wiskunde tot informatica, logica is de basis van veel wetenschappelijke en technologische vooruitgang. Het stelt ons in staat om algoritmen te ontwikkelen, hypotheses te testen en systemen te bouwen die ons leven verbeteren. Zonder logica zouden we geen computers, kunstmatige intelligentie of zelfs moderne geneeskunde hebben.


Logica is een wat onderschat onderdeel van het stoïcisme, terwijl het juist het fundament vormt onder alles wat we “stoïcijns” noemen. Wanneer mensen vandaag de dag over stoïcisme spreken, gaat het vaak over rust bewaren, emoties beheersen of “je niet zo veel aantrekken van wat je niet kunt veranderen”. Wat daarbij bijna altijd onderbelicht blijft, is logica. En dat is vreemd, want voor de klassieke stoïcijnen was logica geen bijzaak maar een kernonderdeel van de filosofie, even belangrijk als ethiek en natuurfilosofie. Voor het modern stoïcisme geldt dat misschien nog wel sterker. In een wereld vol prikkels, framing, algoritmes en emotionele manipulatie is logisch denken geen academische luxe, maar een praktijk van innerlijke vrijheid.


Het stoïcisme legt een sterke nadruk op logica als een van de drie pijlers van de filosofie. Voor de stoïcijnen was logica niet alleen een instrument voor redeneren, maar ook een manier om innerlijke rust en wijsheid te bereiken. Hoe past logica in het moderne stoïcisme?

De stoïcijnen verdeelden filosofie traditioneel in drie onlosmakelijk met elkaar verbonden delen:


  • Logica of kritisch denken: Hoe we denken, oordelen en redeneren.

  • Fysica of natuurfilosofie: Hoe de werkelijkheid in elkaar zit.

  • Ethiek of de kunst van het virtuoos leven: Hoe we een goed leven kunnen leiden.


Ze gebruikten graag metaforen om dit te verduidelijken. Logica was bijvoorbeeld het skelet, fysica de ziel en ethiek het vlees van de filosofie. Zonder skelet zakt alles in elkaar. Met andere woorden: zonder logica is ethiek stuurloos. Voor de stoïcijnen begon iedere morele vooruitgang niet bij gedrag, maar bij oordeelsvorming. 


Stoïcijnen gebruiken logica om automatische gedachten te onderzoeken en te herformuleren, vergelijkbaar met de moderne cognitieve gedragstherapie (die trouwens stoïcijnse invloeden erkent). Zo opent Epictetus zijn Encheiridion met een beroemd onderscheid: “Het zijn niet de dingen zelf die ons van streek maken, maar onze oordelen over die dingen.” Dat zinnetje alleen is al pure logica. Het veronderstelt dat indrukken (phantasiai) niet automatisch waar zijn, dat wij een keuze hebben in hoe we ze beoordelen en dat emotionele onrust voortkomt uit denkfouten. Het is essentieel om te beseffen dat u al dan niet kunt instemmen met een indruk. Deze keuzemogelijkheid (synkatathesis) is een kernbegrip in de stoïcijnse logica. Tussen wat er gebeurt en hoe u zich voelt, zit altijd een moment, hoe kort ook, waarin u dingen kunt zeggen als: “Dit lijkt zo, maar is het ook zo?” “Volgt deze conclusie wel logisch uit de feiten?” “Is dit oordeel in lijn met wat ik werkelijk belangrijk vind?” Dat korte moment is geen emotionele vaardigheid, maar een logische. Wanneer sterke negatieve emoties ontstaan, kunt u deze logisch ontleden in de componenten: trigger, interpretatie, lichaamssensatie en gedragsneiging. Daarmee kunt u beoordelen of uw pre-emotie wel reëel is en of u er wel mee door wil gaan. Door logisch te redeneren, kunnen we irrationele angsten en zorgen identificeren en loslaten voordat ze in een echte negatieve emotie ontaarden. Het stelt ons in staat om onze emoties te beheersen en gefocust te blijven op wat echt belangrijk is. Wie geen helder denkraamwerk heeft, kan ook geen verstandige instemming geven. Dan regeert de impuls van het moment, de gewoonte of vaak ook de angst. Modern stoïcisme zonder logica verwordt al snel tot leeg positivisme (“alles komt goed”), emotionele onderdrukking en morele slogans zonder diepgang. 


Ook in de post-waarheidswereld waarin we tegenwoordig leven is logica van essentieel belang. Voor de klassieke stoïcijnen was logica al belangrijk, maar voor ons is ze misschien zelfs wel existentieel. We leven nu eenmaal in een tijd van permanente informatie-overload met morele verontwaardiging als verdienmodel. Sociale media stellen heftige emoties boven waarheid en we zitten vast in een identiteitsdenken dat logische kritiek verwart met een persoonlijke aanval. In zo’n wereld is stoïcijnse logica een vorm van verzet. Ze leert u om niet elk gevoel als moreel kompas te behandelen, om onderscheid te maken tussen waarschijnlijk, mogelijk en waar, om uzelf niet te laten meeslepen door collectieve hysterie en vooral om verantwoordelijkheid te nemen voor uw eigen oordelen. Een modern stoïcijn is geen cynicus, maar ook zeker geen goedgelovige.


In het stoïcisme zijn alle deugden uiteindelijk uitdrukkingen van één kernkwaliteit: wijsheid (phronèsis). En wijsheid zonder logica is onmogelijk. Moed zonder helder denken wordt roekeloosheid. Rechtvaardigheid zonder logica wordt tribaliteit. Zelfbeheersing zonder logica verwordt tot krampachtig en dogmatisch gedrag. Logica is wat de vier stoïcijnse deugden richting en samenhang geeft. Ze zorgt ervoor dat morele intenties niet ontsporen in irrationeel gedrag.


Het is belangrijk om uw logische vaardigheden scherp te houden. Het kan absoluut geen kwaad om eens iets over kritisch denken of praktische logica te lezen. Het behandelen van die onderwerpen gaat voor dit blog te ver, maar deze blog zou niet compleet zijn zonder een paar praktische tips. Modern stoïcisme vraagt niet dat u formules leert, maar dat u een denkdiscipline cultiveert. Oefen kritisch denken, stel vragen, onderzoek aannames en wees bereid om uw eigen overtuigingen te herzien. Dit helpt u om beter geïnformeerde beslissingen te nemen. Gebruik logica in conflicten. Wanneer u geconfronteerd wordt met meningsverschillen, probeer dan de argumenten van beide kanten logisch te analyseren. Dit bevordert begrip en helpt bij het vinden van oplossingen. Pas logica toe: Gebruik logica om uw focus te richten op wat binnen uw macht ligt en laat de rest los. Stel u bijvoorbeeld regelmatig de volgende vragen:


  • "Wat kan ik controleren en wat niet?"

  • “Welke oordelen heb ik vandaag als vanzelf aangenomen?"

  • “Is dit een feit, een interpretatie of een emotionele projectie?"

  • “Wat zou iemand met een tegengesteld standpunt logisch kunnen aanvoeren?"

  • “Hoe zeker ben ik hier eigenlijk van en waarom?"


Dergelijke simpele logische vragen hebben directe ethische gevolgen en kunnen uw gedrag en uw emoties direct een positieve wending geven. De stoïcijnen geloofden dat innerlijke vrede voortkomt uit het begrijpen van de wereld en onze plaats daarin. Logica stelt ons in staat om de wereld rationeel te analyseren en onze overtuigingen te baseren op feiten in plaats van op emoties of vooroordelen. Dit leidt tot een dieper gevoel van rust en tevredenheid, zelfs in tijden van onzekerheid.


Logica transformeert stoïcisme van een verzameling inspirerende citaten naar een robuust raamwerk voor helder denken en ethisch handelen. In een tijd van polarisatie en emotionele reactiviteit biedt deze combinatie een waardevol tegenwicht: de ruimte tussen stimulus en respons waarin menselijke vrijheid en redelijkheid wonen. Door logica en kritisch denken te omarmen als kernpraktijken, blijft modern stoïcisme relevant, niet als een filosofie van passieve berusting, maar als een actieve discipline van helder denken en intentioneel leven. Voor het modern stoïcisme is logica dan ook geen koud instrument, maar een morele praktijk. Ze beschermt ons tegen zelfbedrog, tegen collectieve waanzin en tegen het verwarren van gevoel met waarheid. In een tijd waarin emoties luid zijn en oordelen snel, is logisch denken een vorm van innerlijke discipline en misschien wel de meest stoïcijnse die er is.




zondag 11 januari 2026

Stoïcijnse technieken bij zelfsabotage


In het vorige blog heeft u gelezen hebt dat zelfsaboterend gedrag geen teken van zwakte is, maar van een brein dat veiligheid hoger waardeert dan groei. Het probleem is niet dat dit systeem bestaat, maar dat het in de moderne wereld vaak te scherp afgesteld staat. Wie dat begrijpt, hoeft zichzelf niet te bevechten, maar kan leren samenwerken met zijn eigen beschermingsmechanismen. Niet door geweld of zelfverwijt, maar door begrip, geleidelijke verandering en het herwaarderen van wat “falen” werkelijk betekent.

Nu u dit weet kunnen we eens wat praktische stoïcijnse oefeningen bekijken die ons hierbij kunnen helpen. Voor de stoïcijnen was filosofie meer dan alleen een systeem van overtuigingen, maar vooral een dagelijkse training (askēsis). Zelfsaboterend gedrag werd niet bestreden met zelfverwijt, maar onderzocht, ontmanteld en geleidelijk heropgevoed. De volgende oefeningen zijn geïnspireerd op Epictetus, Seneca en Marcus Aurelius, en vertaald naar een moderne context.


De dichotomie van controle

Doel: Het herdefiniëren van risico en het brein loskoppelen van irreële angsten rondom falen.


Oefening:
Wanneer u merkt dat u uitstelt of vastloopt in perfectionisme, stel uzelf dan twee vragen:

  1. Wat ligt hier werkelijk binnen mijn controle?
    (bijvoorbeeld: beginnen, aandachtig werken, mijn intentie)

  2. Wat ligt buiten mijn controle?
    (bijvoorbeeld: beoordeling, succes, reacties van anderen)

Schrijf dit letterlijk op. Zelfs één zin is voldoende.


Stoïcijnse kern: Epictetus leerde dat lijden ontstaat wanneer we proberen controle uit te oefenen over wat niet van ons is. Zelfsaboterend gedrag verdwijnt vaak vanzelf zodra het risico wordt teruggebracht tot alleen datgene wat werkelijk onder uw invloed valt.


‘Premeditatio malorum’: Falen ontgiften

Doel: Het alarmsysteem van het brein kalmeren door het ergste scenario bewust toe te laten.


Oefening:
Neem een taak die u angst aanjaagt en telkens uitstelt en stel uzelf de volgende vragen:

  • Wat is het ergste realistische gevolg als dit mislukt?

  • Hoe groot is de schade écht?

  • Hoe zou ik hiermee omgaan als het gebeurt?

Ga niet dramatiseren, maar ook niet bagatelliseren. Blijf feitelijk.


Stoïcijnse kern: Seneca adviseerde om rampscenario’s vooraf te oefenen, niet om jezelf bang te maken, maar om ze hun macht te ontnemen. Wat mentaal doorleefd is, schrikt minder af. Veel zelfsabotage verdwijnt zodra het “onuitsprekelijke” uitgesproken is.


Micro-actie: Handelen onder de radar van de angst

Doel: Vooruitgang boeken zonder het evolutionaire alarmsysteem te activeren.


Oefening:
Kies een handeling die:

  • Maximaal 5 minuten duurt,

  • Geen meetbaar succes vereist,

  • niet “goed of perfect” hoeft te zijn.


Bijvoorbeeld:

  • Eén alinea schrijven.

  • Eén bestand openen.

  • Eén e-mailconcept beginnen zonder te versturen.

Stop na die actie, zelfs als u door zou kunnen.


Stoïcijnse kern: De stoïcijnen waren meesters in graduele training. Grote morele sprongen zijn zeldzaam; karakter wordt gevormd door kleine, herhaalde handelingen. Door de lat radicaal te verlagen, omzeilt u het beschermingsmechanisme zonder het te forceren. Ook met babystapjes kunt u uw doel bereiken.


Ontmasker uw innerlijke criticus

Doel: Zelfkritiek transformeren van vijand naar signaal of zelfs naar vriend.


Oefening:
Wanneer zelfkritiek opkomt, noteer letterlijk wat de stem zegt. Vraag uzelf daarna:

  • Probeert deze stem mij te beschermen?

  • Waar tegen dan precies?

  • Is deze bescherming nog nodig in deze situatie?

Herformuleer de boodschap in een realistische, mildere vorm.

Voorbeeld: 

  • “Als dit mislukt, ben je een loser.”

  • “Ik wil niet afgewezen worden, maar één poging bepaalt mijn waarde niet.”


Stoïcijnse kern: Marcus Aurelius benadrukte dat het niet de indrukken zelf zijn die ons kwellen, maar onze instemming ermee. Door uw innerlijke criticus te onderzoeken in plaats van te gehoorzamen, herwint u uw keuzevrijheid. U kunt uw innerlijke criticus zelfs transformeren tot een coach, die u vriendelijk en mild aanspoort om stapje voor stapje virtuoser te worden. Verander uw criticus in de ‘daimonion’ van de eerder behandelde oefening.


Avondreflectie: zelfsabotage zonder oordeel

Doel: Leren zonder zelfbestraffing.


Oefening (dagelijks, 5 minuten):
Beantwoord ’s avonds drie vragen:

  1. Waar vermeed ik vandaag actie?

  2. Welke angst of bescherming zat daaronder?

  3. Wat zou morgen een iets veiligere eerste stap zijn?

Geen conclusies. Geen “ik had beter moeten…”.


Stoïcijnse kern: Seneca beschreef deze oefening als een innerlijke boekhouding. Niet om schuld op te bouwen, maar om bewustzijn te vergroten. Zelfkennis was voor de stoïcijnen het begin van vrijheid, niet van schaamte.


Vrijwillige imperfectie

Doel: Perfectionisme actief verzwakken.


Oefening:
Kies één kleine handeling per dag waarin u bewust niet optimaliseert:

  • Een mail die duidelijk maar niet elegant is.

  • Een taak afronden zonder laatste check.

  • Iets delen dat niet perfect is maar “goed genoeg”.

Observeer wat er daadwerkelijk gebeurt.


Stoïcijnse kern: Door vrijwillig comfort en controle los te laten (voluntary discomfort), traint u het zenuwstelsel om onzekerheid te verdragen. Perfectionisme verliest zijn macht wanneer het geen gevoel van catastrofe meer kan afdwingen.


Voor de stoïcijnen was innerlijke weerstand geen vijand, maar trainingsmateriaal. Zelfsaboterend gedrag is geen karakterfout, maar een oud beschermingssysteem dat heropvoeding nodig heeft, maar niet hoeft te worden uitgeroeid. Wie leert handelen met zijn angst in plaats van ertegen, ontdekt iets paradoxaal stoïcijns: moed is niet de afwezigheid van angst en terughoudendheid, maar het vermogen om ondanks die angst toch verstandig te handelen.




zaterdag 10 januari 2026

Wat kunt u doen tegen zelfkritiek, uitstel gedrag en perfectionisme?

 Uitstelgedrag, perfectionisme en meedogenloze zelfkritiek, u heeft er allemaal ongetwijfeld persoonlijke ervaring mee. Dit soort zelfsaboterend gedrag voelt voor veel mensen als een persoonlijke tekortkoming. Alsof er iets “mis” is met hun discipline, karakter of wilskracht. Maar wie iets dieper kijkt, ontdekt iets verrassends: zelfsaboterend gedrag kan worden begrepen als een oeroude beschermingsstrategie. Gericht op het ontlopen van risico’s.


Onze hersenen zijn niet geëvolueerd om u gelukkig of virtuoos te maken, maar om ervoor te zorgen dat u blijft leven. Uw brein maalt er niet om hoe u zich voelt, zolang u het maar lang genoeg overleeft om uw genen door te geven. Duizenden generaties lang betekenden fouten maken, afwijken van de groep of opvallen, soms letterlijk levensgevaar. Wie te veel risico nam, werd sneller uitgesloten, verwond of gedood. Voorzichtigheid loonde. Vanuit dat perspectief is het logisch dat uw reptielenbrein, het deel van uw brein dat over uw emoties gaat, sterk gericht is op het vermijden van verlies; het beperken van sociale afwijzing en het minimaliseren van onzekerheid. Verandering is in evolutionaire zin per definitie riskant. Nieuw gedrag kan grote voordelen opleveren, maar ook onvoorziene negatieve consequenties hebben. Ons brein weegt die potentiële verliezen vaak zwaarder dan mogelijke winsten: ‘Better safe than sorry.’ Dit is een principe dat in de moderne psychologie bekendstaat als ‘loss aversion'.


Zelfsabotage is dus niet een bewijs van uw onvermogen, maar van de wijze waarop uw geest, gevormd door millennia van overleving, u probeert te behoeden voor pijn. Een moderne stoïcijn weet echter dat de ware bedreiging niet in de buitenwereld ligt, maar in de interpretatie daarvan. Uw perfectionisme, uitstelgedrag en zelfkritiek zijn slechts strategieën van een brein dat denkt te vechten tegen onzekerheid en falen. Het is een poging tot controle waar geen controle mogelijk is.


Wat wij tegenwoordig ‘loss aversion’ noemen, was dus bedoeld om ons te beschermen en onze overlevingskans te vergroten. Ironisch genoeg werkt dit mechanisme in de moderne wereld vaak averechts. Wat ooit bescherming bood, ondermijnt nu creativiteit, initiatief en leervermogen. Besef wel dat die innerlijke stem van kritiek, die drang om alles uit te stellen of tot in het perfecte te polijsten, niets anders dan de onhandige bewaker van uw reptielenbrein is. Hij is geplaatst bij de poort van uw gemoedsrust, maar hij kent alleen de taal van angst. Zijn doel is nobel, u beschermen, maar zijn methodes zijn nogal klungelig en werken in onze moderne tijd averechts.


Heb dus wat compassie met uw reptielenbrein. Hij weet niet beter. Erken dit zonder woede. Zeg niet: "Ik moet dit gedrag uitroeien." Maar zeg: "Ik hoor je, ik zie je, ik weet dat je me wilt beschermen, maar je werk is overbodig geworden." Het helpt niet om tegen uzelf te vechten. U moet de wetten van uw eigen geest leren kennen. Wanneer uw innerlijke criticus u weer eens lastig valt, zie het dan voor wat het is: een overdreven reactie op de dreiging van een oordeel, een mislukking, of de onvoorspelbaarheid van het leven. Die dreiging is niet reëel. Wat wél reëel is, is uw vermogen om die gedachte te aanvaarden, te onderzoeken, en haar haar macht te ontnemen.


Vervang de kritiek niet met blind zelfvertrouwen en overdreven optimisme, maar met een heldere, objectieve blik. Oefen uzelf in ‘apatheia’, niet in ongevoeligheid, maar vrijheid van verstorende passies. Vraag uzelf af: "Helpt deze zelfkritiek mij om wijzer, moediger of rechtvaardiger te handelen?" Bijna altijd is het antwoord: nee. Het verlamt slechts. Richt uw aandacht dan op wat wél binnen uw macht ligt: uw volgende handeling, uw huidige inspanning, de integriteit van dit moment. Verander uw innerlijke criticus langzaam maar zeker in uw innerlijke coach. Een stem die u op een milde vriendelijke manier helpt om virtuoser te worden.


Perfectionisme is de angst dat hetgeen wat u maakt of doet, niet goed genoeg zal zijn om de afkeuring van de wereld of van uzelf te weerstaan. Maar als stoïcijn herinnert u zich: "Mijn waarde ligt niet in het volmaakte resultaat, dat tenslotte altijd buiten mijn volledige controle ligt. Mijn waarde ligt in de intentie en de toegewijde poging”. Een fout is geen moreel falen; het is data. Leer ervan en ga verder.


Uitstelgedrag is een list van de geest om de confrontatie met mogelijke teleurstelling uit te stellen. Het zegt: "De pijn van het niet-doen is nu draaglijker dan de mogelijke pijn van het falen." Maar het berooft u van de enige tijd die u werkelijk hebt: het nu. Oefen in het onderscheiden tussen wat moeilijk is en wat ondraaglijk is. De taak zelf is zelden ondraaglijk; de angst ervoor wel. Begin. Het begin ontkracht de tirannie van de verbeelding.


Wanneer we deze aangeboren neigingen zien als signalen van een beschermend systeem, ontstaat ruimte voor mildheid en verandering. Kleine, incrementele stappen voelen voor het brein veiliger dan radicale sprongen. Zo kan vooruitgang plaatsvinden zonder het alarmsysteem volledig te activeren.


De stoïcijnen begrepen dit intuïtief. Zij benadrukten het onderscheid tussen wat binnen en buiten onze controle ligt. Falen was voor hen geen kwaad. Door de betekenis van falen te herdefiniëren, verlaagden zij het ervaren risico van handelen. Niet door roekeloos te worden, maar door hun oordeel over risico te herzien. Wees daarom geen vijand van uw eigen beschermingsmechanismen. Wees hun soevereine leider. Erken hun aanwezigheid met een kalme, onverstoorde geest. Bedank ze voor hun waakzaamheid, en leg dan uit dat hun diensten niet langer nodig zijn. De echte veiligheid wordt niet gevonden in het vermijden van alle risico's, maar in de onwankelbare overtuiging dat u, ongeacht de uitkomst, met wijsheid en moed kunt handelen. U bent niet het slachtoffer van dit gedrag. U bent de enige die het kan observeren, en dus de enige die er afstand van kan nemen. De gedachte komt, maar u bepaalt zelf of u erin gelooft en ernaar handelt. Dat is de kern van de stoïcijnse vrijheid. Saboteer uzelf niet door te vechten tegen de sabotage. Omarm de regie door helder te zien, en rustig te kiezen.


Zelfsaboterend gedrag is geen teken van zwakte, maar van een brein dat veiligheid hoger waardeert dan groei. Het probleem is niet dat dit systeem bestaat, maar dat het in de moderne wereld vaak te scherp afgesteld staat. Wie dat begrijpt, hoeft zichzelf niet te bevechten, maar kan leren samenwerken met zijn eigen beschermingsmechanismen. Niet door geweld of zelfverwijt, maar door begrip, geleidelijke verandering en het herwaarderen van wat “falen” werkelijk betekent. 


zaterdag 3 januari 2026

Schaduwen op de wand

 Wie zijn we? Waarom bestaan we? Waarom moeten wij, als een minuscuul deeltje van de eeuwigheid, een kort, doorgaans onaangenaam leven doorlopen? Wat is onze plaats in het grote geheel? Is er een plan, een bepaald doel? Of is alles volkomen zinloos en heeft het geen enkele betekenis? Ontwikkelt alles zich volgens blinde en volstrekt neutrale in de natuur verscholen krachten zonder enig gevoel? Eeuwige vragen waar de mensheid al sinds haar bestaan mee worstelt.

Waarom stellen we deze vragen? Waarom doen we aan wetenschap? Kennis en inzicht geeft ons natuurlijk meer controle over onze omgeving. We kunnen de toekomst beter voorspellen en kunnen machines bouwen die ons helpen te overleven in dit nogal ruwe universum. Maar dat is niet de enige en misschien zelfs niet de belangrijkste reden waarom we ons dergelijke vragen stellen. Mensen hebben een aangeboren innerlijke neiging om hun sterfelijkheid, hun oorsprong en hun wezen beter te leren kennen. Hoe en waarom dat zo gekomen is weten we niet. Tot nu toe hebben we geen stem gehad in onze eigen evolutie. We zijn geëvolueerd tot een rationeel wezen, geprogrammeerd om te overleven door problemen op te lossen. Dit vermogen tot rationeel nadenken geeft ons een enorm evolutionair voordeel. Een voordeel dat zo groot is dat er tijd en ruimte overblijft om onze ratio in te zetten voor andere dingen dan het vinden van voedsel of het ontsnappen aan een hongerige sabeltandtijger. Zo kunnen vragen gesteld worden naar het hoe en waarom van ons bestaan en het bestaan van het universum.

Daardoor weten we nu dat we zijn beland op een 4,5 miljard jaar oude planeet die rond zweeft in een 13,2 miljard jaar oud melkwegstelsel in een uitdijend 13,8 miljard jaar oud universum met een ongewisse toekomst. Wat moeten we met al die kennis? Helpt dat inzicht in de werking en het bestaan van dat onmetelijke universum ons om ons te verzoenen met de grandeur en tragiek van ons eigen bestaan? Hebben we er wat aan bij het beantwoorden van onze vragen over het menselijk verhaal?

Ondanks wat de meeste religies ons willen vertellen is het onaannemelijk dat dit immense universum speciaal voor ons is gemaakt. Religies komen elk met hun eigen pasklare antwoord op de eeuwige vragen. Zogenaamd gedicteerd door hun god of goden, maar in werkelijkheid opgeschreven door hun aanhangers. Antwoorden die verschillen naar plaats en cultuur en die met het verloop van de geschiedenis volop mee evolueren. Van een door geesten en demonen bewoonde platte Aarde, met heksenvervolgingen en onvolwaardige ongelovigen tot het humanitaire wetenschappelijke wereldbeeld van de moderne mens. Zelfs religies als het christendom zijn in de loop der eeuwen onherkenbaar veranderd. Zo zou de huidige paus in de Middeleeuwen, alleen al omdat hij niet in heksen gelooft, als ketter op de brandstapel zijn beland. Toch houden velen nog steeds vast aan de oude vertrouwde sprookjes en mythes van hun voorouders. Voortschrijding in menselijk inzicht gaat traag en er zijn lange periodes van achteruitgang. In de donkere Middeleeuwen ging veel van de inzichten en humaniteit die in de klassieke wereld was ontdekt weer verloren in de barbarij van het christelijke geloof.

Het idee dat het universum speciaal voor ons geschapen is, is wel een geruststellende en verleidelijke gedachte die hoop geeft in een wereld waarin alles om strijd, dood en verderf lijkt te draaien. Een stoïcijn kiest echter niet voor troost en hoop, maar voor wat aannemelijk en redelijk is. Al die religieuze mythen en verhalen, die allemaal anders zijn en veranderen al naargelang de tijd en cultuur, zijn allesbehalve aannemelijk. Een kennelijk doelloos, gewelddadig en vijandig universum maakt ons eigen bestaan niet opeens waardeloos en onbetekenend. Ook een niet speciaal voor ons gemaakt universum blijft ontzagwekkend, wonderlijk en waardevol. Het is juist onze rationaliteit die het mogelijk maakt om dat universum te leren kennen en onderzoeken. Alleen dat al is voldoende om zin te geven aan het menselijk bestaan.

Ook de stoïcijnen hebben een antwoord op de eeuwige vragen van het hoe en waarom van het universum en ons eigen bestaan. Een antwoord dat gelukkig heel wat minder dogmatisch is dan dat van de meeste religies. Een antwoord dat open staat voor en zelfs rekening houdt met veranderingen en nieuwe inzichten. Voor een stoïcijn is niets heilig. Geen enkel idee, geen enkele religie is onaantastbaar. Het verhaal van het universum en het verhaal van ons verleden en onze toekomst is niet af. Ook zonder dogma’s is dat verhaal niet gespeend van spiritualiteit en poëzie. Een spiritualiteit die niet alleen gericht is op het bevredigen van onze dromen en hoop, maar die gericht is op de werkelijke wereld. Een wereld die veel vreemder en fantastischer is dan de wildste religieuze dromen. Het stoïcisme staat dan ook open voor herziening en baseert zich op wetenschap en het beginsel van causaliteit. Alles heeft een oorzaak en alles in het universum verloopt volgens natuurlijke processen. Seneca verwoordt het in zijn boek ’Natuurverschijnselen’ als volgt:

“Er zal een tijd komen dat de dingen die we nu niet weten en die nog verborgen blijven, aan het licht gebracht zullen worden door het nauwkeurige onderzoek van latere generaties. Voor de bestudering van zulke belangrijke dingen is één mensenleven niet genoeg, zelfs al zou je je met niets anders dan de sterrenhemel bezighouden. Wat moeten we dan als we ons korte leven in een onevenwichtige verhouding verdelen tussen ernstige en onbenullige zaken? Daarom zullen veel kwesties pas door studie van een reeks aan generaties opgelost worden. Er zal een tijd komen dat onze nakomelingen zich verbazen dat wij zulke overduidelijke zaken niet geweten hebben”. (Natuurverschijnselen Boek VII, 25).

Het stoïcisme is de wetenschap vriendelijk gezind, maar kent wel degelijk een eigen spirituele metafysica. De moderne wetenschap zelf is echter ook een stuk spiritueler dan u misschien denkt. Zij leert ons dat de wereld van onze dagelijkse ervaring niet meer dan een schaduw van de echte werkelijkheid is. Kosmologie en kwantummechanica laten ons zien dat wat wij als de werkelijkheid zien misschien genoeg kennis geeft om te kunnen overleven, maar nauwelijks iets met de realiteit te maken heeft. We leven in een wereld vol illusies. Plato’s allegorie van de grot blijkt de huidige wetenschappelijke inzichten over wat als werkelijk en waar kan worden aangemerkt prima te verwoorden. Voor wie die schitterende vergelijking nog niet kent of een beetje vergeten is volgt hier een korte samenvatting.

In zijn boek ‘De Staat’ vertelt Plato bij monde van zijn held Socrates zijn beroemde allegorie. Hij wil daarmee laten zien dat de werkelijkheid zich onttrekt aan wat vanzelfsprekend lijkt en buiten het bereik ligt van wat onze directe zintuigen ons vertellen. Socrates vergelijkt daartoe onze beleving van de werkelijkheid met een groep gevangenen die al hun hele leven vastgebonden zitten in een grot. Het enige wat ze kunnen zien zijn bewegende schaduwen op een muur die wordt verlicht door een vuur dat zich achter hen bevindt. De schaduwen worden veroorzaakt door voorwerpen die voor het vuur langs worden gedragen. De gevangenen zien de schaduwen als hun enige werkelijkheid en geven zelfs namen aan de verschillende vormen die ze langs zien komen. Socrates zegt dat mensen net zulke gevangenen zijn die schaduwen als hun werkelijkheid beschouwen, maar dat er zo nu en dan onder hen een filosoof opstaat die zich van zijn boeien weet te bevrijden. Die filosoof ontsnapt, klimt naar boven en ziet het vuur en de voorwerpen zoals ze werkelijk zijn. Hij gaat zelfs nog verder naar boven en verlaat de grot. Hier wordt hij eerst verblind door het felle zonlicht, maar langzaam maar zeker lukt het hem, als zijn ogen aan het licht gewend raken, om de echte werkelijkheid te onderscheiden. Als onze filosoof terugkeert naar de gevangenen in de grot zullen er volgens Socrates twee dingen gebeuren. In de eerste plaats zal hij de schaduwen op de muur minder goed kunnen zien omdat zijn ogen niet meer aan het donker gewend zijn. Daardoor zullen zijn lotgenoten hem uitlachen en dom vinden. En in de tweede plaats zal hij de discussies van zijn medemensen over de schaduwen voortaan als onbelangrijk geneuzel zien. De onbelangrijke prioriteiten en de kortzichtigheid van de andere gevangenen zullen hem voortaan koud laten. Dat maakt hem wel eenzaam en levert het risico op dat de anderen hem als een afvallige en ongelovige zullen willen vervolgen.

Het is volgens Socrates, en de stoïcijnen zijn dat roerend met hem eens, de taak van de filosofie en wetenschap om te onderzoeken wat er achter de schaduwen steekt en om aan het licht te brengen wat niet verdwijnt als je je vooroordelen laat vallen. We zijn ons er niet van bewust dat we leven in een wereld van illusies, maar achter onze dagelijkse werkelijkheid ligt een onvoorstelbaar en fantastisch universum verscholen. De stoïcijnen gaan ervan uit dat de werkelijkheid rationeel in elkaar steekt en in principe met de rede te begrijpen valt. In hun ogen bestaat er geen transcendente wereld vol met goden en godinnen, maar bestaat er weldegelijk een ordenend principe. Een principe dat zij de natuur of de logos en soms zelfs God noemden. Het is geen persoonlijke god, maar wel het ordenende, rationele bewustzijn van het universum.