zondag 21 april 2013

Geluk volgens de oude Grieken

Deepak Chopra is misschien niet direct een schoolvoorbeeld van een stoïcijns filosoof, maar dit is wel een heel stoïcijnse gedachte. Er is geen reden om gelukkig te zijn. Geluk is een levenshouding die onafhankelijk is van de omstandigheden. Een levenshouding die misschien niet altijd even makkelijk te realiseren valt, maar zeker niet gevonden kan worden in ons o zo populaire hedonisme. Tegenwoordig wordt geluk gemeten aan de hand van de hoeveelheid speelgoedjes die je hebt verzameld, je score op de populariteitsladder en het aantal spannende dingen die je hebt meegemaakt.




dinsdag 9 april 2013

MYSTIEKE IDEEËN VAN EEN OUDE MOPPERAAR


Volgens de oude Grieken kon je ethische vragen niet scheiden van wetenschappelijke vragen. De wereld van goed en kwaad was voor hen dezelfde wereld als de wereld van sterren, planeten en tafelpoten. Toen de eerste filosofen de verhalen over goden en godinnen niet meer voor zoete koek aannamen en naar andere verklaringen voor de dingen in de wereld begonnen te zoeken ontstond er meteen een groot ethisch probleem. Als natuurwetten de gang van zaken bepalen en niet de wil van de goden, hoe moeten de mensen zich dan gedragen?

Heraclitus was één van die eerste Griekse filosofen en wetenschappers die op die vraag een antwoord probeerde te vinden. Hij leefde 2.500 jaar geleden in Efeze, een destijds Griekse stad, in het huidige Turkije. Hij moest niet veel hebben van zijn medemens, die hij beschouwde als een kudde koeien die alleen maar bezig waren met eten, seks en dom vermaak. Andere mensen zouden hem zelfs zo hebben tegengestaan dat hij op een gegeven moment in zijn eentje de wildernis in wilde trekken. De hoge priesteres van Artemis hield hem tegen en vroeg hem om voor zijn vertrek zijn ideeën op te schrijven om het resulterende boek voor het nageslacht in de tempel van Artemis te bewaren. Na dat gedaan te hebben vertrok hij uit de stad en is nooit meer iets van hem vernomen.

Een enkele lezer zal dit verhaal ongetwijfeld aan de grondlegger van het Chinese Taoïsme, Lao Zi, doen denken. Gek genoeg houdt de overeenkomst daar niet op. De overgebleven fragmenten van Heraclitus zijn net zo raadselachtig als de Tao Te Ching, en lijken vaak naar dezelfde dingen te verwijzen.

Zijn beroemdste uitspraak is de stelling dat je nooit twee keer in dezelfde rivier kunt stappen. Als je een tweede keer in de rivier stapt stroomt er immers ander water doorheen. Alles is voortdurend in stroming; niets bestaat, niets is blijvend, maar alles vloeit en vervloeit. Alles wat we om ons heen zien, bestaat niet onafhankelijk van de rest van het universum, maar ontstaat, groeit 'stroomt' in verbinding met al het andere. Het universum is een dans van tegengestelden die permanent in elkaar overvloeien (these en antithese, yin en yang).

De Stoïcijnen namen deze dynamische kosmologie over en voegden er nog iets aan toe. Volgens hen zette het universum uit en zou het steeds groter worden tot het moment dat alles in een enorme vlammenzee uiteen gereten zou worden. Waarna alles weer opnieuw zou beginnen. Een idee dat na een paar duizend jaar in de vergetelheid te zijn geraakt, met de moderne astronomie weer helemaal terug is.

Achter de eeuwige beweging van tegenstellingen ligt volgens Heraclitus, en de Stoïcijnen, een verenigend principe. Achter de schijnbare chaos verschuilt zich een universele intelligentie, die Heraclitus de logos noemde. Alles verloopt in een vaste orde, volgens een universele natuurwet, die zich bewust is van zich zelf. Deze logos is eigenlijk 'de ziel van de wereld', de wereld is een openbaring van die logos. Al het bestaande, het hele universum is een uitkristallisering van de logos. Maar de logos is meer dan alleen het bestaande, het is zich ook nog eens bewust van zich zelf. Het weet dat het bestaat en het weet wat het is.

Deze 'theorie van alles' vormt de basis voor een ethisch systeem. De mens heeft (iets van) die logos in zichzelf. Hij is niet alleen een materieel onderdeel van het universum, hij is zich ook bewust van zich zelf en dat universum. Hij kan daardoor tot op zekere hoogte de orde in de wereld begrijpen, en zich één voelen met die wereld en de logos.

In navolging van Heraclitus is volgens de Stoïcijnen het doel van het leven het ontwikkelen van ons bewustzijn. We moeten onze egoïstische beperkingen overstijgen en ons bewustzijn uitbreiden om zo contact te kunnen leggen met het universele bewustzijn. Om dit kosmisch bewustzijn te bereiken moet je afstand nemen van egocentrische verlangens en afkeren. Vanuit een kosmisch perspectief bestaat er geen "goed of kwaad". Alles is zoals het behoort te zijn. Volgens Heraclitus kan alleen de wijze, verlichte mens boven de chaos van tegenstellingen uitstijgen en zo de schoonheid van de logos als geheel aanschouwen.

Zelfs voor een filosoof is Heraclitus een vreemde snuiter. Toch hebben vooral de Stoïcijnen veel van zijn ideeën overgenomen. Gelukkig zijn ze niet zo chagrijnig geworden als hun voorbeeld. Waar Heraclitus bekend staat als de "huilende filosoof" staat de Stoïcijn Chryssipus juist bekend als de "lachende filosoof".



maandag 25 maart 2013

DE BANKENCRISIS EN HET STOICISME


Beroof een bank van enkele tienduizenden euro’s en je loopt een goede kans een jaar of tien in de cel te belanden. Leidt een bank en laat door roekeloos winstbejag de wereldeconomie instorten en het ergste wat je kan overkomen is een gouden handdruk van een paar miljoen.
Dubieuze en vaak ronduit illegale beleggingen hebben de nationale en internationale economie ernstige problemen opgeleverd. De schandalen volgen elkaar in hoog tempo op. De publieke verontwaardiging is groot, maar van reële maatregelen om de bankiers en neoliberalen aan banden te leggen is geen sprake. Een verontwaardiging en volkswoede die trouwens wel wat schijnheiligs heeft. De jongens van het snelle geld in hun maatpakken en snelle bolides zijn immers jarenlang de grote voorbeelden en de helden van onze wereld geweest.

Wat is er aan de hand? Waarom wil het maar niet lukken om deze witteboordencriminaliteit aan te pakken? Veel van de dubieuze handelingen zijn gewoon legaal, maar dat verklaart lang niet alles. Er blijven nog genoeg witwaspraktijken, dubbele boekhoudingen, omkopingsschandalen en andere frauduleuze praktijken over om een serieuze vervolging van onze bankiers mogelijk te maken. En toch gebeurt dat niet. Ondanks een enorme publieke verontwaardiging wil de juridische vervolging en bestraffing van deze mensen niet van de grond komen. Ook een aanscherping van de regelgeving die goochelpraktijken met miljarden aan banden zou kunnen leggen wil maar niet tot stand komen. Ons gevoel voor rechtvaardigheid lijkt vast te lopen in een moeras van grote internationale bedrijven. Een rechtstreekse bestraffing van een bankrover is veel makkelijker. Het is duidelijk wat hij heeft gedaan en wie hij heeft benadeeld. Het wordt stukken moeilijker om hetzelfde te doen bij een ondoorzichtige organisatie waar honderden mensen in een ondoorzichtige brei van transacties miljarden weten weg te toveren zonder dat er één persoon duidelijk verantwoordelijk voor is. 
Onvoldoende regulering en ondoorzichtige handelspraktijken maken de aanpak van de internationale financiële sector al een stuk moeilijker. Daarnaast bestaat er ook nog het systeem van de lobbyisten. Voor iedere volksvertegenwoordiger staan tientallen goed betaalde lobbyisten klaar om hem of haar van hun belangen te overtuigen. Dit is een systeem dat op zijn minst op de grens van het toelaatbare ligt en zoals uit allerlei omkopingsschandalen blijkt regelmatig die grens overschrijdt. Gelukkig lopen niet alle volksvertegenwoordigers achter het advertentiegeld van het bedrijfsleven aan. Toch leidt al die verontwaardiging nog steeds niet tot echte veranderingen.

De hele machinerie komt knarsend en puffend tot stilstand. Een ding is in elk geval duidelijk om de boel weer op gang te krijgen: moet er iets fundamenteels veranderen aan de heersende graaicultuur. De op het moment beschikbare middelen om het aan te pakken werken niet. Maar wat werkt dan wel? De teloorgang van het communisme heeft ons geleerd dat overregulering tot een onwerkbare inefficiëntie leidt. Het geldbelust neoliberalisme heeft inmiddels de hele wereld in een crisis weten te storten. Wat blijft er nog over? Een nieuw moreelbesef? De waarden en normen van de jaren vijftig hebben inmiddels ook wel afgedaan.
Het wordt tijd dat de neoliberale zakenman en de door lobbyisten achtervolgde politicus hun sociale verantwoordelijkheid nemen. Het vergaren van zoveel mogelijk geld en luxe is niet de enige waarde in het menselijk bestaan. Misschien is het tijd om terug te grijpen op de antieken. De door Aristoteles uitgevonden en door de stoïcijnen geperfectioneerden deugdenethiek zou een goede ingang kunnen zijn.
In die deugdenethiek gaat het niet om het volgen van een setje waarden en normen, maar om het perfectioneren van je karakter. De deugd wordt op die manier een karaktertrek. De deugdenethiek van het stoïcisme biedt een systeem waarin de mens en de maatschappij centraal staan en niet alleen het persoonlijk gewin. Net als in het liberalisme ben je als stoïcijn verantwoordelijk voor je eigen ontplooiing, maar die zelfontplooiing moet je vervolgens wel in dienst stellen van de maatschappij. Je kunt je niet rücksichtslos richten op het verwerven van rijkdom, de mensheid als geheel staat altijd op de eerste plaats. Een op deze manier deugdzame bankier zal dus niet alleen proberen de winst van zijn cliënten te maximaliseren om zo een zo hoog mogelijke bonus op te strijken. Nee hij zal vooral kijken naar de maatschappelijke functie van zijn bank. En ook een politicus zal zich niet langer voor het karretje van de lobbyisten laten spannen, maar keuzes maken die het algemeen belang dienen en niet het belang van de neoliberale zakenman.

zondag 10 maart 2013

FILOSOFIE IN DE SPORTSCHOOL

Zoals ik in mijn vorige blog al schreef, wordt filosofie tegenwoordig als een volledig intellectuele activiteit beschouwd. Vanuit je luie stoel met een glaasje cognac in je hand kom je als modern filosoof een heel eind. Klinkt aanlokkelijk. Ten tijd van de stoïcijnen was het toch anders. Filosofie werd gezien als een 'full-body workout' die net zo goed op de sportschool als in de collegezaal werd onderwezen.
Veel antieke filosofen stonden in hun tijd net zo bekend om hun sportieve prestaties als om hun intellectuele lenigheid. Zo was Socrates de meeste geharde soldaat uit het Atheense leger, leefde Diogenes in een wijnton, was Plato een beroemd worstelaar die zelfs furore maakte op de Olympische spelen (zijn naam betekent eigenlijk: 'de breedgeschouderde')  en was de stoïcijn Cleanthes een professioneel bokser.
Filosofie is geen puur theoretisch vak. Je moet die leunstoel uitkomen en laten zien hoe je omgaat met het echte leven. Epictetus waarschuwde zijn leerlingen dat het er niet om ging om hoge cijfers op school te halen. Pas in het echte leven wordt het duidelijk of je iets van je filosofiestudies geleerd hebt. De leraar van Epictetus, Musonius Rufus, is het beste voorbeeld van een filosoof die leerde dat geestelijke en lichamelijke training hand in hand gaan.
Musonius is tegenwoordig een vrij onbekende stoïcijn, maar in zijn eigen tijd was het een echte beroemdheid. Hij werd zelfs de 'Romeinse Socrates' genoemd. Hij was de eerste filosoof die pleitte voor gelijkberechtiging van vrouwen en slaven. Hij vond dat slaven onrechtvaardige bevelen van hun meesters moesten negeren en ook zijn politieke standpunten stak hij niet onder stoelen of banken. Zijn radicale ideeën werden hem niet in dank afgenomen. Hij werd twee keer uit Rome verbannen en kon maar net een terdoodveroordeling ontlopen.
Musonius vond de praktijk dus minstens zo belangrijk als de theorie. Hij zei tegen zijn leerlingen:
De deugd bestaat niet alleen uit theoretische kennis, maar ook uit praktische toepassing, net als de geneeskunde en de muziek. Net als de arts en de musicus die zich niet alleen de theorie van hun vak moeten eigen maken, maar ook de praktijk moet ook de filosoof niet alleen leren wat iemand een goed mens maakt, maar zich ook vol ijver daarin oefenen. Daarom moet op het leren van de lessen die bij iedere deugd horen altijd ook de praktische oefening volgen.
Hoe en op welke manier moeten zij dan geoefend worden? Omdat een mens nu eenmaal niet alleen een ziel is en ook niet alleen een lichaam, maar een combinatie van alle twee, moet de leerling filosoof aan alle twee aandacht besteden. Want ook het lichaam van de filosoof moet goed voorbereid worden op zijn taken.
 
Musonius wil dus dat filosofisch onderwijst zowel mentaal als lichamelijk is. Lichaam en geest moeten gelijkelijk getraind worden. Een aspirant filosoof moet zijn lichaam harden door simpel voedsel te eten en enkel water te drinken, hij moet in een koude kamer op een hard bed slapen en een zware lichamelijke training volgen. Gelukkig alleen als training. Een stoïcijn leidt een normaal leven en mag best van een beetje luxe genieten, maar hij moet wel voorbereid zijn op slechtere tijden.
Toch nog een flinke opgave voor een aartsluiaard als uw schrijver. Het beeld van de filosoof die vanuit zijn leunstoel, met een glaasje wijn onder handbereik, de dingen in de wereld becommentarieert spreekt mij wel aan. Misschien moet ik toch maar eens een blik over de tuinschutting van de epicuristen werpen. In de tuin van Epicurus schijnt het er nogal gezellig aan toe te gaan.
 

zaterdag 23 februari 2013

WISHFUL THINKING?

De filosofie van de afgelopen eeuwen staat wel erg ver af van de filosofie in de Griekse en Romeinse tijd. Vandaag de dag wordt filosofie vooral onderwezen als een puur theoretisch vak. Leerlingen krijgen de theorie van een oude of moderne filosoof voorgeschoteld en worden vervolgens met een proefwerk of een scriptie getest of ze zich die kennis voldoende hebben ingeprent. In de antieke tijd was filosofie een veel praktischere aangelegenheid.Van een leerling werd meer dan alleen een intellectuele prestatie verwacht. Van hem (slechts zelden een haar) werd verwacht dat hij zich een geheel nieuwe manier van leven zou aanleren. Een manier van leven die hem een gelukkig en voorspoedig leven moest garanderen.

Volgens Socrates bestaat er een rechtstreeks verband tussen de filosofie die iemand aanhangt en zijn geestelijke en lichamelijke gezondheid. Hoe je de wereld ziet en wat je denkt dat belangrijk in je leven is bepaalt hoe je je voelt. Socrates spoorde zijn leerlingen aan om zich om hun 'ziel' te bekommeren. Het ging hem niet alleen om de theorie, maar ook om hoe zijn leerlingen zich voelden, om hoe ze in het leven stonden en om wat ze met hun leven deden. Antieke filosofie ging dus heel wat verder dan alleen het bestuderen van theoretische modellen.

Socrates. en met hem de meeste latere Griekse en Romeinse filosofen, ging uit van de optimistische vooronderstelling dat we in staat zijn onszelf te genezen. Door onze meningen en manier van kijken te veranderen kunnen we ook onze emoties aanpassen en kunnen we gelukkiger worden. We hoeven niet te knielen voor de priesters van één of andere religie, of ons uit te strekken op de divan van Freud, evenmin hoeven we naar de apotheek te rennen voor de allernieuwste anti-deppresiva. Nee het vermogen om een gelukkig leven te leiden ligt in onszelf. We zijn alleen vergeten dat dat vermogen in ons zit en daarom zoeken we de oplossing in allerlei externe middeltjes.

Maar is dit niet een al te optimistische inschatting van het menselijk denkvermogen? Zijn we echt in staat om met ons vermogen tot redelijk denken onze emoties te beïnvloeden? Veel moderne psychologen en neurowetenschappers wijzen ons er telkens weer op dat ons hele doen en laten bepaald wordt door onze genen en door de toevallige chemische samenstelling in onze hersenen. Onze besluiten worden vooral onbewust genomen en de menselijke rationaliteit heeft geen of hooguit een verwaarloosbare invloed op onze emoties. We zijn materiële wezens in een materiële wereld en net als alle andere materiële dingen zijn we onderworpen aan de natuurwetten. Volgens  deze wetenschappers hebben we geen vrije wil en kunnen we onze gebruikelijke manier van denken en handelen niet veranderen. We zijn gedoemd om dezelfde fouten telkens opnieuw te maken. Als je de pech hebt aanleg te hebben voor depressies of stress rest alleen nog maar een materiële oplossing. Je kunt hooguit proberen met chemicaliën de chemische disbalans in je hersenen te neutraliseren. Een materiële oplossing voor een materieel probleem.

Er zijn echter steeds meer psychologen en neurologen die denken dat Socrates en zijn opvolgers toch gelijk hadden. Er lijkt hoe langer hoe meer  bewijs te komen voor de stelling dat we door ons denken te veranderen ook onze emoties veranderen. Neurowetenshappers noemen dit 'cognitive reappraissel'. Volgens hen hebben we dan misschien wel geen directe controle over onze emoties, maar kunnen we in de loop der tijd onze ingesleten emotionele reacties veranderen. Het duurt een paar maanden, maar door consequent een andere rationele boodschap aan onze hersenen te sturen verandert ook de neurochemische situatie in ons brein en daarmee onze semi-automatische emoties.

Daarnaast blijkt uit studies naar de zogenaamde 'cognitieve gedragstherapie' dat deze, op de uitgangspunten van de stoïcijnse filosofie gebaseerde, psychotherapie bij depressiviteit en paniekaanvallen een genezingspercentage van ongeveer 70% weet te bewerkstelligen. Met dit percentage verslaat de antieke filosofie ruimschoots onze moderne anti-depressiva. Als we volledig materieel gedetermineerd zouden zijn, zou dit niet mogelijk zijn.

Veel hedendaagse psychologen en neurologen denken dat we twee manieren van denken hebben. Een denksysteem dat snel, onbewust en volautomatisch reageert op alles wat ons overkomt en zich daarbij vooral richt op vaste ingesleten gedragspatronen en gewoontes. En een ander denksysteem dat langzamer en rationeel reflecteert op wat er is gebeurd. Met dit bewuste reflectieve denksysteem, dat trouwens ook meer energie blijkt te kosten en daarom misschien minder populair is, kunnen we op den duur onze gewoontes en gedragspatronen aanpassen. Dit heeft tot gevolg dat ook ons onbewuste en automatische denksysteem anders gaat reageren en dat onze emotionele reacties anders worden.

De oude stoïcijnen zeiden al dat we ons niet kunnen verschuilen achter mooie theorieën. Filosofie is een dagelijkse mentale en vaak ook fysieke training die er toe moet leiden dat we op den duur van nature positieve emoties gaan ervaren. De ingesleten irrationele reactie op wat ons overkomt kan dan vervangen worden door een rationele en veel prettigere reactie. De oude Grieken en Romeinen waren zo gek nog niet toen ze hun kinderen niet alleen naar school stuurden om feitjes te leren, maar ook om een goede manier van leven te leren.

donderdag 29 november 2012

THE OLD STOIC

THE OLD STOIC

 
Riches I hold in ligth esteem,
And love I laugh to scorn,
And lust of fame was but a dream
That vanished with te morn.
 
And if I pray, the only prayer
That moves my lips for me is,
"Leave the heart that now I bear,
And give me liberty"

Yes, as my swift days near their goal,
'tis all that I implore'
In life and death, a chainless soul,
With courage to endure

Uit 'Poems of Solitude' van Emily Brontë



 

zaterdag 24 november 2012

VRIJE WIL EN DETERMINISME BIJ DE STOÏCIJNEN

In het Stoïcijnse wereldbeeld gebeurt alles volgens de wet van oorzaak en gevolg. De Stoïcijnen noemen dat de ratio of de Logos. Dit oorzakelijkheidsbeginsel is wezenlijk voor al het bestaande. De wereld is daardoor een samenhangend, rationeel geheel. In die wereld gebeurt niets volgens het toeval, want de wet van oorzaak en gevolg (de Logos) bestuurt alles. Alles heeft een doel. Alles wat gebeurt, moest ook gebeuren, en gebeurt dus noodzakelijkerwijs.

Alles heeft een oorzaak. Weliswaar is de oorzaak van een gebeurtenis soms onbekend of zo complex dat hij onherleidbaar is, maar het zou absurd zijn om te veronderstellen dat er helemaal geen oorzaak voor die gebeurtenis is. Als alles dus een oorzaak heeft, is alles ook bepaald door zijn oorzaken. Zou een gebeurtenis immers niet bepaald zijn door zijn oorzaken, dan zou die gebeurtenis niet veroorzaakt zijn en dus geen oorzaken hebben, en dat is absurd. Als een gebeurtenis bepaald wordt door zijn oorzaken, betekent dit dat die gebeurtenis ook noodzakelijk plaatsvindt. Het idee dat alle gebeurtenissen noodzakelijk door hun oorzaken bepaald zijn, heet determinisme.

Het idee van noodzakelijkheid speelt een belangrijke rol in de ethiek van de Stoïcijnen. Een goed leven is een leven in overeenstemming met de natuur. Je moet inzien dat alles wat gebeurt noodzakelijk gebeurt in overeenstemming met de wet van oorzaak en gevolg (de rationele Logos). Ook omdat je noodzakelijke gebeurtenissen toch niet kan veranderen, dien je je ‘neer te leggen’ bij die gebeurtenissen. Of beter gezegd: je moet je niet door de gebeurtenissen van streek laten brengen. Dit kan bijvoorbeeld door geen waarde te hechten aan allerlei externe goederen, omdat die immers door het lot zomaar ‘afgenomen’ kunnen worden. Zaken als rijkdom, gezondheid en eer zijn volkomen onbelangrijk. Het enige wat telt, is de eigen mentaliteit. De eigen mentaliteit bepaalt immers, hoe je op bepaalde gebeurtenissen reageert. Dit is ook het enige waar je zelf greep op hebt en wat niet door het lot bepaald wordt.

Zeno vergeleek de menselijke situatie daarom met die van een hond die als extra trekkracht ingespannen was onder een handkar. Die hond kon "kiezen', om of spontaan mee te lopen (en het zich dus "gemakkelijk" te maken), of om tegen te stribbelen om uiteindellijk tócht, met geweld, meegsleurd te worden. Zo gaat het volgens Zeno ook met mensen: zelfs als ze het niet willen zullen ze toch gedwongen worden om wat voorbestemd is te volgen.

Nu ontstaat er echter een probleem. De Stoïcijnse ethiek verlangt dat we op een bepaalde manier reageren op de gebeurtenissen om ons heen, maar zijn die gebeurtenissen niet de oorzaken van onze reactie? Als alles immers bepaald is door oorzaken, is ook het gedrag van mensen bepaald. Maar als ons gedrag bepaald is, hoe kunnen we dan ooit verantwoordelijk zijn voor ons gedrag? Verantwoordelijkheid impliceert dat we een vrije (dus niet van tevoren bepaalde) keuze gemaakt hebben, en dat we ook anders hadden kunnen handelen. Het lijkt er dus op, dat het binnen het Stoïcijnse wereldbeeld niet mogelijk is, mensen op hun verantwoordelijkheid aan te spreken. Als alle handelingen van mensen bovendien noodzakelijk in overeenstemming met de wet van oorzaak en gevolg gebeuren, dan zijn ook alle handelingen goed. Het wordt onmogelijk om nog te spreken over goed en kwaad. Je kan iemand onmogelijk veroordelen voor iets waar hij geen enkele invloed op heeft kunnen uitoefenen. Hoe kan je zonder de begrippen goed en kwaad en verantwoordelijkheid nog het bestaan van wetten en van een rechtssysteem rechtvaardigen?

Al in de periode van de Oude Stoa kwam Chrysippus met een oplossing. Volgens hem gebeurde alles weliswaar volgens het noodlot, maar niet alles gebeurde met noodzakelijkheid. Oftewel: alles heeft een oorzaak, maar niet alles gebeurt noodzakelijk. Dit lijkt strijdig met wat we hierboven over het oorzakelijkheidsbeginsel gezegd hebben. Chrysippus maakt echter een onderscheid tussen verschillende oorzaken, en zijn begrip van noodzakelijkheid heeft slechts betrekking op één soort oorzaak. Chrysippus onderscheidt dus twee soorten oorzaken: externe directe oorzaken, en interne indirecte oorzaken. Externe directe oorzaken zijn onder andere de gebeurtenissen die iemand overkomen en de prikkels uit zijn omgeving; het zijn de indrukken van buiten die iemand aandrijven tot een bepaalde handeling. De interne indirecte oorzaken zijn de kwaliteiten en de mentaliteit van de persoon.

Chrysippus vergelijkt dit met een cilinder, die aan het rollen wordt gebracht doordat er een steen tegen aan stoot (directe externe oorzaak). De cilinder blijft rollen door zijn eigen ronde vorm (interne indirecte oorzaak). Zo wordt ook een mens tot een bepaalde handeling aangezet door een oorzaak van buiten, maar is die handeling alleen mogelijk als hij er zelf mee instemt. Dit instemmen is een interne handeling van de geest, en wordt alleen bepaald door de mentaliteit van de betreffende persoon. Omdat de mens zelf meedoet met zijn handelingen is hij er ook verantwoordelijk voor. Nu wordt ook duidelijk wat Chrysippus bedoelt, als hij zegt dat niet alles met noodzakelijkheid gebeurt: onze handelingen worden niet uitsluitend bepaald door oorzaken die buiten ons liggen.

Een mens is niet vrij om te bepalen wat er in de externe wereld om hem heen gebeurd.Hij heeft geen macht over de externe directe oorzaken. Hij is wel vrij om te bepalen wat hij van een gebeurtenis vindt. Hij kan kiezen wat hij voelt, hij kan zijn eigen interne reactie, en daarmee uiteindelijk ook zijn mentaliteit, zelf bepalen. uit die interne reactie komt een handeling voort, een handeling die voortvloeit uit een interne indirecte oorzaak: de persoonlijke mentaliteit. In zoverre is de mens dus weldegelijk vrij.