zaterdag 20 juni 2026

PREMEDITATIO MALORUM

 Een van de bekendste mentale oefeningen uit het stoïcisme is de ‘premeditatio malorum’, letterlijk: het vooraf overdenken van mogelijke tegenslagen. Voor veel moderne mensen klinkt dat somber. Waarom zou je bewust nadenken over ziekte, verlies, mislukking of de dood? Is het leven zo al niet moeilijk genoeg? Voor de stoïcijnen was deze oefening echter geen vorm van pessimisme, maar juist een manier om meer rust, veerkracht en dankbaarheid te ontwikkelen. Door vrijwillig stil te staan bij wat er mis kan gaan, verminderen we de schok wanneer het daadwerkelijk gebeurt en leren we het heden meer te waarderen.


Bij een tegenslag hebt u vast weleens gedacht: “Hoe kan dit nou? Waarom overkomt mij dit nou weer?” Mensen hebben de neiging zichzelf te bedriegen en denken dat de dingen die zij bezitten vanzelfsprekend zijn. We houden er geen rekening mee dat dingen ook verkeerd kunnen lopen. We gaan ervan uit dat onze gezondheid ook morgen nog aanwezig zal zijn, dat onze partner bij ons blijft, dat onze vrienden ons trouw zullen blijven en dat ons inkomen niet plotseling wegvalt. De werkelijkheid is anders. Alles wat wij bezitten is tijdelijk. Gezondheid kan van het ene op het andere moment omslaan in ziekte. Rijkdom kan verdwijnen. Relaties kunnen eindigen. Zelfs ons eigen leven is kwetsbaar en eindig. Volgens de stoïcijnen ontstaat veel menselijk leed doordat wij deze werkelijkheid vergeten. Niet de gebeurtenis zelf veroorzaakt onze grootste pijn, maar de schok dat iets waarvan wij dachten dat het blijvend was, toch verloren gaat.


Stoïcijnen willen dat u voorbereid bent op die onverwachte nukken van Vrouwe Fortuna. De ‘premeditatio malorum’ is bedoeld als een vorm van mentale voorbereiding. De stoïcijn vraagt zich af:


  • Wat als ik morgen ziek word?

  • Wat als ik mijn baan verlies?

  • Wat als mijn plannen mislukken?

  • Wat als iemand mij onrecht aandoet?

  • Wat als ik afscheid moet nemen van iemand die ik liefheb?


Het doel is niet om deze gebeurtenissen waarschijnlijker te laten lijken of er voortdurend bang voor te zijn. Het doel is om te erkennen dat zij mogelijk zijn. Door regelmatig over dergelijke situaties na te denken, worden zij minder onvoorstelbaar. De geest raakt gewend aan het idee dat het leven onzeker is. Wanneer zich dan daadwerkelijk een tegenslag voordoet, bent u minder geneigd in paniek te raken. 

De Romeinse stoïcijn Lucius Annaeus Seneca raadde zijn lezers aan om zich bewust voor te stellen dat Fortuna hen alles zou afnemen. Niet omdat hij geloofde dat dit zou gebeuren, maar omdat iemand die voorbereid is op verlies minder afhankelijk wordt van het noodlot.

In zijn brieven schrijft Seneca dat wij alles moeten beschouwen als een lening van het lot. We mogen ervan genieten zolang we het hebben, maar we moeten niet vergeten dat het ooit teruggevraagd kan worden. Deze houding leidt volgens hem niet tot verdriet, maar juist tot vrijheid. Wie beseft dat alles tijdelijk is, klampt zich minder vast aan bezit, status en zekerheid. Seneca benadrukt dat we ons moeten voorbereiden op alles wat het lot ons kan brengen:

Laten wij alles oefenen wat ons kan sterken tegen plotselinge aanvallen van het lot; laten wij vooraf overdenken wat kan gebeuren. Niet alleen de gebruikelijke gebeurtenissen, maar alles wat zich mogelijk kan voordoen, moeten wij in onze geest doornemen. (Seneca; Brieven aan Lucilius; brief 76)

Een opmerkelijk effect van de ‘premeditatio malorum’ is dat zij angst kan verminderen. Angst wordt vaak gevoed door onduidelijkheid en vaagheid. Zolang we een rampscenario niet onder ogen zien, blijft het als een schimmige onderbewuste dreiging rondspoken in onze gedachten. Door bewust te onderzoeken wat er zou gebeuren, verliest het een deel van zijn macht. Stel dat iemand bang is zijn baan bij een reorganisatie te verliezen. Een stoïcijnse benadering zou zijn om de situatie concreet te onderzoeken:


  • Wat zou er werkelijk gebeuren?

  • Welke mogelijkheden heb ik dan nog?

  • Welke vaardigheden bezit ik?

  • Wie zou mij kunnen helpen?

  • Welke aspecten van de situatie liggen nog steeds binnen mijn controle?


Na zo'n onderzoek blijkt vaak dat een gevreesde gebeurtenis weliswaar vervelend is, maar niet het einde van de wereld. Met de ‘premeditatio malorum’ kunt u uw angsten verminderen of zelfs voorkomen. ‘Imaginaire exposure' wordt dit tegenwoordig genoemd. Er is wel een verschil tussen het stoïcisme en deze moderne psychologische techniek. Bij ‘imaginaire exposure' probeert men vaak te ontdekken dat de gevreesde uitkomst minder waarschijnlijk of minder gevaarlijk is dan gedacht. Bij de ‘premeditatio malorum’ gaat men er juist van uit dat het ergste daadwerkelijk kan gebeuren. Een moderne therapeut zou kunnen zeggen: "Misschien verlies je je baan helemaal niet." Een stoïcijn zou eerder zeggen: "Misschien verlies je je baan morgen. Wat dan nog? Welke innerlijke kwaliteiten blijven je dan over?" De stoïcijn zoekt dus niet primair geruststelling, maar voorbereiding. Je zou kunnen zeggen dat de ‘premeditatio malorum’ inderdaad een vorm van ‘imaginaire exposure' is, maar dan ingebed in een bredere levensfilosofie. Waar exposure vooral vraagt: "Kun je deze angst verdragen?", vraagt de stoïcijnse oefening: "Kun je zelfs onder deze omstandigheden nog een goed en virtuoos mens zijn?" Dat perspectief geeft de oefening haar bijzondere diepgang.


De oefening heeft nog een tweede functie: zij vergroot onze dankbaarheid. Wanneer we ons realiseren dat onze gezondheid niet vanzelfsprekend is, waarderen we een pijnvrije dag meer. Wanneer we beseffen dat geliefden niet voor altijd bij ons zijn, worden we aandachtiger in onze omgang met hen. De stoïcijn kijkt naar zijn partner, vrienden of kinderen en denkt niet: "Zij zijn van mij." Hij denkt eerder: "Ik heb het voorrecht om vandaag met hen samen te zijn." Daardoor wordt het gewone leven rijker en betekenisvoller.


Er is zelfs nog een derde functie. Een heel praktische functie. Door u een mislukking of tegenslag voor te stellen kunt u meteen bedenken wat u het beste kunt doen als die situatie zich onverhoopt voordoet. U bent al voorbereid als het mis gaat. U hebt wat tegenwoordig een ‘implementatie intentie’ wordt genoemd. Een ’implementatie intentie' is een psychologische techniek die vaak wordt samengevat als: "Als situatie X zich voordoet, dan doe ik Y." Onderzoek van de psycholoog Peter Gollwitzer laat zien dat zulke vooraf gemaakte plannen de kans aanzienlijk vergroten dat u daadwerkelijk handelt zoals u wilt wanneer de situatie zich voordoet. Bijvoorbeeld:


  • "Als ik de neiging krijg om te snoepen, dan drink ik eerst een glas water."

  • "Als iemand mij beledigt, dan haal ik eerst diep adem voordat ik reageer."

  • "Als ik me angstig voel tijdens een presentatie, dan richt ik mijn aandacht op mijn boodschap in plaats van op mijn zenuwen."


De stoïcijnen deden vaak iets vergelijkbaars. Bij de ‘premeditatio malorum’ stelt u zich niet alleen voor wat er mis kan gaan; u bereidt ook uw reactie voor. Een stoïcijn zou bijvoorbeeld kunnen denken: "Vandaag zal ik waarschijnlijk ondankbare, ongeduldige of arrogante mensen ontmoeten. Als dat gebeurt, zal ik mij herinneren dat zij handelen vanuit onwetendheid en zal ik kalm blijven." Dat lijkt sterk op een ‘implementatie intentie’: "Als iemand zich onaangenaam gedraagt, dan reageer ik met geduld." Sterker nog, in de dagboeken (Meditationes) van Marcus Aurelius zie je voortdurend dit patroon terug. In feite maakt hij een mentale lijst van mogelijke verstoringen en koppelt daar vooraf een passende reactie aan.


Critici beschouwen de ‘premeditatio malorum’ soms als een vorm van somberheid en negativiteit. De stoïcijnen zagen dat anders.

Pessimisme verwacht dat alles slecht zal aflopen. Optimisme verwacht dat alles goed zal aflopen. Stoïcisme probeert beide verwachtingen los te laten en de werkelijkheid onder ogen te zien zoals zij is: sommige dingen zullen goed gaan, andere niet. Onze taak is niet om de toekomst te controleren, maar om ons karakter zo te ontwikkelen dat wij elke toekomst aankunnen, goed of slecht. De ‘premeditatio malorum’ is daarom geen oefening in somberheid, maar in realisme.


U zou kunnen zeggen dat de stoïcijnen niet alleen rampscenario's visualiseerden; ze oefenden ook hun virtuoze reactie daarop.

Dat is precies waar implementatie-intenties zo krachtig zijn. Ze verminderen de noodzaak om op het moment zelf een beslissing te nemen. U hebt als het ware al een script voorbereid. Vanuit een modern psychologisch perspectief zou u zelfs kunnen stellen dat een groot deel van de ‘premeditatio malorum’ bestaat uit twee componenten:


  • Exposure: het mentaal onder ogen zien van een mogelijke tegenslag.

  • Implementatie-intentie: het vooraf bepalen van een wijze en virtuoze reactie.


Dat maakt de oefening niet alleen een middel om angst te verminderen, maar ook een manier om uw karakter actief te trainen. De stoïcijn vraagt niet alleen: "Wat als dit gebeurt?", maar ook: "Wie wil ik zijn wanneer dit gebeurt?" Wie deze techniek zelf wil toepassen, kan beginnen door elke ochtend enkele minuten te nemen om na te denken over mogelijke moeilijkheden van de dag. Vraag uzelf bijvoorbeeld af:


  • Welke tegenslagen zou ik vandaag kunnen tegenkomen?

  • Hoe zou een wijs en beheerst mens daarop reageren?

  • Welke dingen liggen buiten mijn controle?

  • Welke houding ligt wel binnen mijn controle?


Sluit vervolgens af met de gedachte dat geen enkele gebeurtenis uw vermogen om verstandig, rechtvaardig, moedig en beheerst te handelen kan afnemen.


De ‘premeditatio malorum’ behoort tot de krachtigste oefeningen uit het stoïcisme. Zoals Seneca in brief 91 schrijft: "Hij die haar komst lang tevoren heeft voorzien berooft de huidige rampspoed van haar kracht,". Door vrijwillig stil te staan bij  verlies, mislukking en tegenslag worden we minder afhankelijk van geluk en beter voorbereid op de onvermijdelijke onzekerheden van het leven. De oefening leert ons twee lessen tegelijk. Ten eerste dat alles wat wij bezitten vergankelijk is. Ten tweede dat onze innerlijke vermogens, onze rede, ons karakter en onze virtuositeit, zelfs onder moeilijke omstandigheden behouden kunnen blijven. Juist door de mogelijkheid van verlies onder ogen te zien, leren we zowel moediger als dankbaarder te leven. De ‘premeditatio malorum' leert ons daarom niet bang te zijn voor de toekomst, maar haar met open ogen tegemoet te treden. Wie zich heeft voorbereid op verlies, ziekte en tegenslag, ontdekt dat het lot veel kan afnemen, maar nooit zijn vermogen om virtuoos en verstandig te handelen.


zaterdag 13 juni 2026

ROMEINSE WINTERTRAINING

In de Oudheid was oorlog een 'zomersport', er werd alleen gevochten als het weer een beetje meezat. Dat betekende niet dat legionairs in de winter op hun lauweren konden rusten. De winter was de tijd voor training; lange marsen, schijngevechten en het bouwen van kampen. Door zichzelf te harden en goed voorbereid en getraind te zijn konden de Romeinse legioenen een enorm rijk veroveren. Ook de stoïcijnen vonden dat hun leerlingen zich aan een dergelijke wintertraining moesten onderwerpen. Ze wisten dat lichamelijk ongemak soms tot emotionele onevenwichtigheid leidt. Het valt niet mee om uw gemoedsrust te bewaren wanneer u lichamelijk of geestelijk ongemak ervaart. Of het nu om pijn, stress, honger of vermoeidheid gaat, het maakt u kriegelig of anderszins ongemakkelijk. Wanneer uw lichaam onder druk staat, staat ook uw geest onder spanning. De stoïcijnen willen dit voorkomen en moedigen u daarom aan om u voor te bereiden op dit soort ellende. Stel u een marathonloper voor, die wacht toch ook niet tot de dag van de race om zijn grenzen te verkennen? In plaats daarvan traint hij maandenlang in gure regen, snijdende wind en bijtende kou. Hij doet dit niet omdat hij van lijden houdt, maar omdat hij zijn lichaam en geest wil conditioneren. Op de wedstrijddag zelf, wanneer de omstandigheden tegenzitten, twijfelt hij niet. Hij weet: "Dit heb ik al vaker doorstaan. Dit kan ik aan."


De stoïcijnen zien het menselijk bewustzijn als leidend, maar verwaarlozen het lichaam niet. Ze wisten dat lichaam en geest onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en elkaar beïnvloeden. Stoïcijnen moeten daarom zowel hun geest als hun lichaam trainen. Daarom willen ze niet alleen dat u uw lichaam sterk en gezond houdt, maar ook dat u uzelf aan allerlei vormen van licht lichamelijk ongemak blootstelt. Dit is geen moderne sportpsychologie; het is een eeuwenoude levensfilosofie. De Romeinse legionairs pasten precies deze discipline toe. Seneca beschreef hoe deze soldaten in de winter trainden. Niet om de kou te ontvluchten, maar om erdoor gehard te worden. Ook de stoïcijnse filosoof Musonius Rufus benadrukte dat zowel lichamelijke als geestelijke training essentieel zijn om weerbaar te zijn tegen de grillen van het lot. De kernboodschap is simpel, maar krachtig: wie leert omgaan met ongemak in tijden van welvaart, zal niet breken in tijden van nood. Maar hoe vertaal je deze antieke wijsheid naar een moderne wereld die volledig is ingericht op comfort, constante afleiding en voorspelbaarheid?


De stoïcijnen zagen het leven niet als een lineair pad van geluk, maar als een dynamisch verhaal waarin tegenslag een vast onderdeel is. Seneca merkte op dat de kwaliteit van je leven niet afhangt van de lengte ervan, maar van hoe je het inricht. Hij adviseerde niet om te hopen op een probleemloos bestaan, maar om je actief voor te bereiden op uitdagingen. Door bewust ongemak op te zoeken, een concept dat bekendstaat als ‘voluntary discomfort', traint u uw geest om kalm en rationeel te blijven wanneer het leven onverwacht tegenzit. Een legionair die leert navigeren door modder en sneeuw, raakt niet in paniek als de werkelijkheid op het slagveld afwijkt van de blauwdruk. Hij is getraind in de realiteit, niet in de theorie. Musonius Rufus leerde dat training een dubbel doel dient. Het is niet alleen een overlevingsstrategie, maar ook een methode om dankbaarheid te cultiveren. Wie de intensiteit van kou heeft gevoeld, ervaart warmte als een luxeproduct. Wie weet hoe honger voelt, proeft zijn maaltijd met meer aandacht. Door periodiek te leven alsof u minder hebt, leert u de vanzelfsprekende luxe van het nu weer te koesteren.


Wat de stoïcijnen intuïtief aanvoelden, wordt tegenwoordig ondersteund door moderne psychologie en neurowetenschap:


  • Veerkracht (Resilience): Onderzoek (Keng & Smoski, 2020) toont aan dat mensen die controle ervaren over hun stressreactie, bijvoorbeeld door meditatie of bewuste blootstelling, beter in staat zijn tot ‘cognitive reappraisal’. Ze zien een probleem niet langer als een bedreiging, maar als een kans om hun karakter te versterken.

  • Hormese: Dit is het biologische principe waarbij systemen sterker worden door blootstelling aan kleine, beheersbare hoeveelheden stress (Calabrese & Mattson, 2011). Net zoals spieren groeien door de 'schade' van krachttraining, wordt uw zenuwstelsel robuuster door bewust ongemak.

  • Neuroplasticiteit: Uw brein is kneedbaar. Door regelmatig situaties op te zoeken die u uitdagen, versterkt u de neurale paden die verantwoordelijk zijn voor zelfbeheersing en emotieregulatie (Davidson & McEwen, 2012).


U hoeft geen legionair te zijn om dit toe te passen. Probeer bijvoorbeeld één dag per week in te richten als "wintertraining". Het doel van deze dag is niet om uw leven nodeloos moeilijk te maken, maar om uzelf eraan te herinneren dat uw fundament sterker is dan u denkt.

Hier is hoe u uw "wintertraining" vandaag nog zou kunnen vormgeven:


Lichamelijk

  • De koude douche: Begin uw ochtend met 30 seconden koud water. Dit dwingt uw sympathische zenuwstelsel tot actie en traint uw vermogen om kalm te blijven onder een acute fysieke prikkel.

  • Vasten: Probeer periodiek een maaltijd over te slaan. Het herinnert u eraan dat honger een signaal is, geen catastrofe.

  • Stilte in beweging: Ga naar de sportschool, ga wandelen of fietsen zonder podcasts, muziek of telefoon. Voel uw ademhaling en de omgeving in plaats van uzelf te verdoven met entertainment.


Geestelijk

  • Digitale detox: Leg uw telefoon een uur per dag volledig weg. Leer weer te verdragen dat er even niets gebeurt.

  • Journaling: Reflecteer dagelijks: Wat ging er goed? Waar had ik moeite mee? Hoe had ik mijn reactie kunnen verbeteren?

  • De pre-meditatio malorum: Bedenk van tevoren wat er mis zou kunnen gaan.

  • Meditatie: Zit minstens tien minuten in stilte. Observeren zonder oordelen is de ultieme training in geestelijke beheersing.


Let wel, u hoeft uzelf niet over te geven aan zelfkastijding. Het idee is dat u zich zo nu en dan iets van uw luxe en comfort ontzegt. Dit versterkt uw karakter en standvastigheid en bereidt u voor op de zware tijden die onvermijdelijk uw pad zullen kruisen. Nu heeft u nog de kans om u te oefenen in ontberingen, wanneer die u straks worden opgelegd bent u al gewend aan het idee dat u prima met die ontberingen kunt leven. Als anderen een vergelijkbaar ongemak prima kunnen doorstaan, waarom zou u dan jammeren en boos worden als het uw beurt is? De Romeinse krijgers begrepen iets fundamenteels: de beste tijd om te trainen is wanneer je het nog niet nodig hebt. Wanneer de storm komt en die komt in ieder mensenleven vroeg of laat, wordt u niet overvallen, maar hebt u uzelf reeds voorbereid. Zoals Epictetus treffend zei: "Het is niet wat je overkomt, maar hoe je ermee omgaat, wat je definieert."


zaterdag 6 juni 2026

STAP EENS IN DE SCHOENEN VAN EEN ANDER

 In deze blog gaat u de strijd aan met uw onrealistische verwachtingen over het gedrag van anderen. Of u het nu leuk vindt of niet, de anderen doen gewoon hun eigen ding. En dat zal vaak iets anders zijn dan wat u van ze wil zien. In plaats van meteen kwaad te worden over het in uw ogen ongewenste gedrag gaat u onderzoeken waarom die mensen doen wat ze doen. Doorgaans kunt u waarschijnlijk moeilijker begrip opbrengen voor de gevoelens van de anderen dan voor die van uzelf. Het is nu eenmaal makkelijker om uw eigen gevoelens te rechtvaardigen dan die van uw buurman. Marcus Aurelius herkende dat bij zichzelf en probeerde daar wat aan te doen. In zijn dagboek schreef hij:


Wanneer iemand je iets heeft aangedaan, vraag je dan eerst af: 'Hoe denkt hij, wat maakt dat hij dit doet?’ Wanneer je weet wat hem beweegt zul je compassie met hem voelen en niet verbaasd of boos worden. Misschien zou je in zijn schoenen wel hetzelfde gedaan hebben en dan moet je helemaal begrip voor hem hebben. Als je al zo ver bent dat je dat soort dingen niet meer belangrijk vindt, dan zul je zelfs nog sneller compassie met hem voelen omdat je beseft dat hij niet beter weet. (Marcus Aurelius; Dagboeken: boek 7, paragraaf 26)


Het is wel heel makkelijk om verontwaardigd te zijn over het gedrag van iemand die u in uw ogen onrecht heeft aangedaan. U wilt terugslaan om de ander te straffen voor zijn slechte daden. Daden die ongetwijfeld voortkomen uit een ook verder slecht karakter. Kortom die ander deugt niet en u zelf natuurlijk wel. Die boosheid noemde Seneca een vlaag van tijdelijke krankzinnigheid. Door die krankzinnigheid maakt u het voor uzelf en de ander alleen maar moeilijker. U bent blind voor het feit dat die ander de werkelijkheid nu eenmaal net iets anders ziet. Hij vindt het volkomen gerechtvaardigd wat hij gedaan heeft en is ervan overtuigd dat uw woedende reactie juist een bewijs is van uw slechte karakter.


Deze neiging om ons eigen gedrag als een logisch gevolg van de omstandigheden te beschouwen en het gedrag van de anderen als een gevolg van hun verdorven karakter wordt de ‘fundamentele attributiefout' genoemd. Deze fundamentele attributiefout (Fundamental Attribution Error, FAE) is een concept uit de sociale psychologie, geïntroduceerd door Lee Ross (samen met onder anderen Richard Nisbett en Edward E. Jones). Het beschrijft de neiging van mensen om het gedrag van anderen vooral toe te schrijven aan interne, stabiele persoonlijkheidskenmerken (zoals karakter, intenties of attitude), terwijl ze de invloed van externe, situationele factoren (zoals omstandigheden, context of toeval) onvoldoende meewegen. Als iemand bijvoorbeeld te laat komt, denkt u al snel: "Hij is onbetrouwbaar" (intern), in plaats van: "Misschien had hij pech onderweg" (extern). Bij uzelf maakt u deze fout minder: als u te laat bent, wijdt u het aan externe factoren ("Er was een file"). Het is voor u als leerling stoïcijn belangrijk om dat onderscheid goed te kennen. De fundamentele attributiefout kan namelijk leiden tot: 

  • Vooroordelen: Snelle oordelen over anderen zonder context.

  • Conflicten: Misverstanden in relaties (privé of professioneel).

  • Stereotypering: Het aan groepen toeschrijven van negatieve eigenschappen (bijvoorbeeld. "Alle politici zijn corrupt").

Marcus Aurelius kende de term niet maar was zich wel bewust van deze gevaren en had een strategie om te voorkomen dat hij de fundamentele attributiefout maakte. Als iemand hem onrechtvaardig behandelde (bij de meeste Romeinse keizers stond dat trouwens gelijk aan een doodvonnis, maar Marcus was anders) probeerde hij zichzelf eerst een paar vragen te stellen. Vragen die ook u kunnen helpen. Marcus spoort u aan om eerst te bedenken welke opvatting de persoon die u in uw ogen onheus heeft behandeld ertoe heeft gebracht om te doen wat hij deed. Deze analyse spoort aan om u de situatie van de ander voor te stellen. U kunt achterhalen wat hij belangrijk vindt en waarom hij doet wat hij doet.


Nu u weet wat de ander belangrijk vindt, kunt u zich afvragen of hij andere waarden hanteert of misschien dezelfde waarden hanteert als u, maar ze foutief toepast. Ik weet dat het bijna onmogelijk is, maar het zou zelfs kunnen dat u het zelf bent die uw waarden verkeerd toepast. In dat onwaarschijnlijke geval wordt het hoog tijd dat u uw oordeel over de situatie aanpast. Maar dat is natuurlijk niet het geval en het is uw kwelgeest die het bij het verkeerde eind heeft. Dit betekent dat u eigenlijk niet kwaad op hem zou moeten zijn. U wordt toch ook niet kwaad als een kleuter een fout in een som maakt? Misschien heeft u zelf vroeger, voordat u zich in stoïcisme ging verdiepen, wel dezelfde fout gemaakt. Als u van uw fouten heeft geleerd en iets verstandiger bent geworden, kunt u het zich toch wel veroorloven om wat barmhartiger te zijn tegenover iemand die nog niet zo ver is. De volgende keer dat u zich kwaad maakt over het gedrag van een van de anderen telt u dan ook tot tien en stelt u uzelf in de geest van Marcus de volgende vragen:


  • Waarom vindt u dat u onheus behandeld bent? Hoe staat u tegenover die persoon? Mocht u hem al niet of had u een vooroordeel over hem? Onderzoek de context en verzamel informatie over de omstandigheden.

  • Waarom denkt u dat de ander gedaan heeft wat hij heeft gedaan? Wat drijft hem? Wat zijn zijn achterliggende waarden? Zijn het vooral externe waarden die buiten zijn macht liggen? Probeer te begrijpen wat de ander drijft.

  • Hoe zit het trouwens met uw eigen waarden? Probeer van perspectief te wisselen en vraag uzelf af hoe zou u zelf zou reageren in deze situatie? Heeft u misschien zelf ooit net zo gereageerd en weet u nu beter?

  • Hanteert de ander verkeerde externe waarden of beoordeelt hij de situatie foutief? Moet u dan eigenlijk geen compassie met hem hebben in plaats van boos te worden?


U wordt virtuoser en gelukkiger als u afstand neemt en uw perspectief verandert. Niemand wordt er beter van als u woedend uitvalt tegenover iemand die u onheus bejegent. Het vergroot uw begrip als u uzelf dwingt om het standpunt van de ander serieus te onderzoeken. U hoeft het niet eens te zijn met de ander maar u moet hem wel de gelegenheid bieden zijn standpunt te onderbouwen. U verlaagt daarmee de kans dat u zich emotioneel zo verbonden voelt met uw eigen perspectief dat u wel kwaad moet worden als dat perspectief door anderen in twijfel wordt getrokken. Het is een stoïcijns grondbeginsel dat niemand opzettelijk het slechte doet. Iedereen streeft zijn eigen welzijn na en denkt goede redenen te hebben voor zijn daden. Door de context te onderzoeken en in de schoenen van de ander te stappen komt u er misschien wel achter dat de ander gelijk heeft of dat u eigenlijk compassie met hem zou moeten hebben omdat hij het bij het verkeerde eind heeft.