zaterdag 6 juni 2026

STAP EENS IN DE SCHOENEN VAN EEN ANDER

 In deze blog gaat u de strijd aan met uw onrealistische verwachtingen over het gedrag van anderen. Of u het nu leuk vindt of niet, de anderen doen gewoon hun eigen ding. En dat zal vaak iets anders zijn dan wat u van ze wil zien. In plaats van meteen kwaad te worden over het in uw ogen ongewenste gedrag gaat u onderzoeken waarom die mensen doen wat ze doen. Doorgaans kunt u waarschijnlijk moeilijker begrip opbrengen voor de gevoelens van de anderen dan voor die van uzelf. Het is nu eenmaal makkelijker om uw eigen gevoelens te rechtvaardigen dan die van uw buurman. Marcus Aurelius herkende dat bij zichzelf en probeerde daar wat aan te doen. In zijn dagboek schreef hij:


Wanneer iemand je iets heeft aangedaan, vraag je dan eerst af: 'Hoe denkt hij, wat maakt dat hij dit doet?’ Wanneer je weet wat hem beweegt zul je compassie met hem voelen en niet verbaasd of boos worden. Misschien zou je in zijn schoenen wel hetzelfde gedaan hebben en dan moet je helemaal begrip voor hem hebben. Als je al zo ver bent dat je dat soort dingen niet meer belangrijk vindt, dan zul je zelfs nog sneller compassie met hem voelen omdat je beseft dat hij niet beter weet. (Marcus Aurelius; Dagboeken: boek 7, paragraaf 26)


Het is wel heel makkelijk om verontwaardigd te zijn over het gedrag van iemand die u in uw ogen onrecht heeft aangedaan. U wilt terugslaan om de ander te straffen voor zijn slechte daden. Daden die ongetwijfeld voortkomen uit een ook verder slecht karakter. Kortom die ander deugt niet en u zelf natuurlijk wel. Die boosheid noemde Seneca een vlaag van tijdelijke krankzinnigheid. Door die krankzinnigheid maakt u het voor uzelf en de ander alleen maar moeilijker. U bent blind voor het feit dat die ander de werkelijkheid nu eenmaal net iets anders ziet. Hij vindt het volkomen gerechtvaardigd wat hij gedaan heeft en is ervan overtuigd dat uw woedende reactie juist een bewijs is van uw slechte karakter.


Deze neiging om ons eigen gedrag als een logisch gevolg van de omstandigheden te beschouwen en het gedrag van de anderen als een gevolg van hun verdorven karakter wordt de ‘fundamentele attributiefout' genoemd. Deze fundamentele attributiefout (Fundamental Attribution Error, FAE) is een concept uit de sociale psychologie, geïntroduceerd door Lee Ross (samen met onder anderen Richard Nisbett en Edward E. Jones). Het beschrijft de neiging van mensen om het gedrag van anderen vooral toe te schrijven aan interne, stabiele persoonlijkheidskenmerken (zoals karakter, intenties of attitude), terwijl ze de invloed van externe, situationele factoren (zoals omstandigheden, context of toeval) onvoldoende meewegen. Als iemand bijvoorbeeld te laat komt, denkt u al snel: "Hij is onbetrouwbaar" (intern), in plaats van: "Misschien had hij pech onderweg" (extern). Bij uzelf maakt u deze fout minder: als u te laat bent, wijdt u het aan externe factoren ("Er was een file"). Het is voor u als leerling stoïcijn belangrijk om dat onderscheid goed te kennen. De fundamentele attributiefout kan namelijk leiden tot: 

  • Vooroordelen: Snelle oordelen over anderen zonder context.

  • Conflicten: Misverstanden in relaties (privé of professioneel).

  • Stereotypering: Het aan groepen toeschrijven van negatieve eigenschappen (bijvoorbeeld. "Alle politici zijn corrupt").

Marcus Aurelius kende de term niet maar was zich wel bewust van deze gevaren en had een strategie om te voorkomen dat hij de fundamentele attributiefout maakte. Als iemand hem onrechtvaardig behandelde (bij de meeste Romeinse keizers stond dat trouwens gelijk aan een doodvonnis, maar Marcus was anders) probeerde hij zichzelf eerst een paar vragen te stellen. Vragen die ook u kunnen helpen. Marcus spoort u aan om eerst te bedenken welke opvatting de persoon die u in uw ogen onheus heeft behandeld ertoe heeft gebracht om te doen wat hij deed. Deze analyse spoort aan om u de situatie van de ander voor te stellen. U kunt achterhalen wat hij belangrijk vindt en waarom hij doet wat hij doet.


Nu u weet wat de ander belangrijk vindt, kunt u zich afvragen of hij andere waarden hanteert of misschien dezelfde waarden hanteert als u, maar ze foutief toepast. Ik weet dat het bijna onmogelijk is, maar het zou zelfs kunnen dat u het zelf bent die uw waarden verkeerd toepast. In dat onwaarschijnlijke geval wordt het hoog tijd dat u uw oordeel over de situatie aanpast. Maar dat is natuurlijk niet het geval en het is uw kwelgeest die het bij het verkeerde eind heeft. Dit betekent dat u eigenlijk niet kwaad op hem zou moeten zijn. U wordt toch ook niet kwaad als een kleuter een fout in een som maakt? Misschien heeft u zelf vroeger, voordat u zich in stoïcisme ging verdiepen, wel dezelfde fout gemaakt. Als u van uw fouten heeft geleerd en iets verstandiger bent geworden, kunt u het zich toch wel veroorloven om wat barmhartiger te zijn tegenover iemand die nog niet zo ver is. De volgende keer dat u zich kwaad maakt over het gedrag van een van de anderen telt u dan ook tot tien en stelt u uzelf in de geest van Marcus de volgende vragen:


  • Waarom vindt u dat u onheus behandeld bent? Hoe staat u tegenover die persoon? Mocht u hem al niet of had u een vooroordeel over hem? Onderzoek de context en verzamel informatie over de omstandigheden.

  • Waarom denkt u dat de ander gedaan heeft wat hij heeft gedaan? Wat drijft hem? Wat zijn zijn achterliggende waarden? Zijn het vooral externe waarden die buiten zijn macht liggen? Probeer te begrijpen wat de ander drijft.

  • Hoe zit het trouwens met uw eigen waarden? Probeer van perspectief te wisselen en vraag uzelf af hoe zou u zelf zou reageren in deze situatie? Heeft u misschien zelf ooit net zo gereageerd en weet u nu beter?

  • Hanteert de ander verkeerde externe waarden of beoordeelt hij de situatie foutief? Moet u dan eigenlijk geen compassie met hem hebben in plaats van boos te worden?


U wordt virtuoser en gelukkiger als u afstand neemt en uw perspectief verandert. Niemand wordt er beter van als u woedend uitvalt tegenover iemand die u onheus bejegent. Het vergroot uw begrip als u uzelf dwingt om het standpunt van de ander serieus te onderzoeken. U hoeft het niet eens te zijn met de ander maar u moet hem wel de gelegenheid bieden zijn standpunt te onderbouwen. U verlaagt daarmee de kans dat u zich emotioneel zo verbonden voelt met uw eigen perspectief dat u wel kwaad moet worden als dat perspectief door anderen in twijfel wordt getrokken. Het is een stoïcijns grondbeginsel dat niemand opzettelijk het slechte doet. Iedereen streeft zijn eigen welzijn na en denkt goede redenen te hebben voor zijn daden. Door de context te onderzoeken en in de schoenen van de ander te stappen komt u er misschien wel achter dat de ander gelijk heeft of dat u eigenlijk compassie met hem zou moeten hebben omdat hij het bij het verkeerde eind heeft.