zaterdag 20 juni 2026

PREMEDITATIO MALORUM

 Een van de bekendste mentale oefeningen uit het stoïcisme is de ‘premeditatio malorum’, letterlijk: het vooraf overdenken van mogelijke tegenslagen. Voor veel moderne mensen klinkt dat somber. Waarom zou je bewust nadenken over ziekte, verlies, mislukking of de dood? Is het leven zo al niet moeilijk genoeg? Voor de stoïcijnen was deze oefening echter geen vorm van pessimisme, maar juist een manier om meer rust, veerkracht en dankbaarheid te ontwikkelen. Door vrijwillig stil te staan bij wat er mis kan gaan, verminderen we de schok wanneer het daadwerkelijk gebeurt en leren we het heden meer te waarderen.


Bij een tegenslag hebt u vast weleens gedacht: “Hoe kan dit nou? Waarom overkomt mij dit nou weer?” Mensen hebben de neiging zichzelf te bedriegen en denken dat de dingen die zij bezitten vanzelfsprekend zijn. We houden er geen rekening mee dat dingen ook verkeerd kunnen lopen. We gaan ervan uit dat onze gezondheid ook morgen nog aanwezig zal zijn, dat onze partner bij ons blijft, dat onze vrienden ons trouw zullen blijven en dat ons inkomen niet plotseling wegvalt. De werkelijkheid is anders. Alles wat wij bezitten is tijdelijk. Gezondheid kan van het ene op het andere moment omslaan in ziekte. Rijkdom kan verdwijnen. Relaties kunnen eindigen. Zelfs ons eigen leven is kwetsbaar en eindig. Volgens de stoïcijnen ontstaat veel menselijk leed doordat wij deze werkelijkheid vergeten. Niet de gebeurtenis zelf veroorzaakt onze grootste pijn, maar de schok dat iets waarvan wij dachten dat het blijvend was, toch verloren gaat.


Stoïcijnen willen dat u voorbereid bent op die onverwachte nukken van Vrouwe Fortuna. De ‘premeditatio malorum’ is bedoeld als een vorm van mentale voorbereiding. De stoïcijn vraagt zich af:


  • Wat als ik morgen ziek word?

  • Wat als ik mijn baan verlies?

  • Wat als mijn plannen mislukken?

  • Wat als iemand mij onrecht aandoet?

  • Wat als ik afscheid moet nemen van iemand die ik liefheb?


Het doel is niet om deze gebeurtenissen waarschijnlijker te laten lijken of er voortdurend bang voor te zijn. Het doel is om te erkennen dat zij mogelijk zijn. Door regelmatig over dergelijke situaties na te denken, worden zij minder onvoorstelbaar. De geest raakt gewend aan het idee dat het leven onzeker is. Wanneer zich dan daadwerkelijk een tegenslag voordoet, bent u minder geneigd in paniek te raken. 

De Romeinse stoïcijn Lucius Annaeus Seneca raadde zijn lezers aan om zich bewust voor te stellen dat Fortuna hen alles zou afnemen. Niet omdat hij geloofde dat dit zou gebeuren, maar omdat iemand die voorbereid is op verlies minder afhankelijk wordt van het noodlot.

In zijn brieven schrijft Seneca dat wij alles moeten beschouwen als een lening van het lot. We mogen ervan genieten zolang we het hebben, maar we moeten niet vergeten dat het ooit teruggevraagd kan worden. Deze houding leidt volgens hem niet tot verdriet, maar juist tot vrijheid. Wie beseft dat alles tijdelijk is, klampt zich minder vast aan bezit, status en zekerheid. Seneca benadrukt dat we ons moeten voorbereiden op alles wat het lot ons kan brengen:

Laten wij alles oefenen wat ons kan sterken tegen plotselinge aanvallen van het lot; laten wij vooraf overdenken wat kan gebeuren. Niet alleen de gebruikelijke gebeurtenissen, maar alles wat zich mogelijk kan voordoen, moeten wij in onze geest doornemen. (Seneca; Brieven aan Lucilius; brief 76)

Een opmerkelijk effect van de ‘premeditatio malorum’ is dat zij angst kan verminderen. Angst wordt vaak gevoed door onduidelijkheid en vaagheid. Zolang we een rampscenario niet onder ogen zien, blijft het als een schimmige onderbewuste dreiging rondspoken in onze gedachten. Door bewust te onderzoeken wat er zou gebeuren, verliest het een deel van zijn macht. Stel dat iemand bang is zijn baan bij een reorganisatie te verliezen. Een stoïcijnse benadering zou zijn om de situatie concreet te onderzoeken:


  • Wat zou er werkelijk gebeuren?

  • Welke mogelijkheden heb ik dan nog?

  • Welke vaardigheden bezit ik?

  • Wie zou mij kunnen helpen?

  • Welke aspecten van de situatie liggen nog steeds binnen mijn controle?


Na zo'n onderzoek blijkt vaak dat een gevreesde gebeurtenis weliswaar vervelend is, maar niet het einde van de wereld. Met de ‘premeditatio malorum’ kunt u uw angsten verminderen of zelfs voorkomen. ‘Imaginaire exposure' wordt dit tegenwoordig genoemd. Er is wel een verschil tussen het stoïcisme en deze moderne psychologische techniek. Bij ‘imaginaire exposure' probeert men vaak te ontdekken dat de gevreesde uitkomst minder waarschijnlijk of minder gevaarlijk is dan gedacht. Bij de ‘premeditatio malorum’ gaat men er juist van uit dat het ergste daadwerkelijk kan gebeuren. Een moderne therapeut zou kunnen zeggen: "Misschien verlies je je baan helemaal niet." Een stoïcijn zou eerder zeggen: "Misschien verlies je je baan morgen. Wat dan nog? Welke innerlijke kwaliteiten blijven je dan over?" De stoïcijn zoekt dus niet primair geruststelling, maar voorbereiding. Je zou kunnen zeggen dat de ‘premeditatio malorum’ inderdaad een vorm van ‘imaginaire exposure' is, maar dan ingebed in een bredere levensfilosofie. Waar exposure vooral vraagt: "Kun je deze angst verdragen?", vraagt de stoïcijnse oefening: "Kun je zelfs onder deze omstandigheden nog een goed en virtuoos mens zijn?" Dat perspectief geeft de oefening haar bijzondere diepgang.


De oefening heeft nog een tweede functie: zij vergroot onze dankbaarheid. Wanneer we ons realiseren dat onze gezondheid niet vanzelfsprekend is, waarderen we een pijnvrije dag meer. Wanneer we beseffen dat geliefden niet voor altijd bij ons zijn, worden we aandachtiger in onze omgang met hen. De stoïcijn kijkt naar zijn partner, vrienden of kinderen en denkt niet: "Zij zijn van mij." Hij denkt eerder: "Ik heb het voorrecht om vandaag met hen samen te zijn." Daardoor wordt het gewone leven rijker en betekenisvoller.


Er is zelfs nog een derde functie. Een heel praktische functie. Door u een mislukking of tegenslag voor te stellen kunt u meteen bedenken wat u het beste kunt doen als die situatie zich onverhoopt voordoet. U bent al voorbereid als het mis gaat. U hebt wat tegenwoordig een ‘implementatie intentie’ wordt genoemd. Een ’implementatie intentie' is een psychologische techniek die vaak wordt samengevat als: "Als situatie X zich voordoet, dan doe ik Y." Onderzoek van de psycholoog Peter Gollwitzer laat zien dat zulke vooraf gemaakte plannen de kans aanzienlijk vergroten dat u daadwerkelijk handelt zoals u wilt wanneer de situatie zich voordoet. Bijvoorbeeld:


  • "Als ik de neiging krijg om te snoepen, dan drink ik eerst een glas water."

  • "Als iemand mij beledigt, dan haal ik eerst diep adem voordat ik reageer."

  • "Als ik me angstig voel tijdens een presentatie, dan richt ik mijn aandacht op mijn boodschap in plaats van op mijn zenuwen."


De stoïcijnen deden vaak iets vergelijkbaars. Bij de ‘premeditatio malorum’ stelt u zich niet alleen voor wat er mis kan gaan; u bereidt ook uw reactie voor. Een stoïcijn zou bijvoorbeeld kunnen denken: "Vandaag zal ik waarschijnlijk ondankbare, ongeduldige of arrogante mensen ontmoeten. Als dat gebeurt, zal ik mij herinneren dat zij handelen vanuit onwetendheid en zal ik kalm blijven." Dat lijkt sterk op een ‘implementatie intentie’: "Als iemand zich onaangenaam gedraagt, dan reageer ik met geduld." Sterker nog, in de dagboeken (Meditationes) van Marcus Aurelius zie je voortdurend dit patroon terug. In feite maakt hij een mentale lijst van mogelijke verstoringen en koppelt daar vooraf een passende reactie aan.


Critici beschouwen de ‘premeditatio malorum’ soms als een vorm van somberheid en negativiteit. De stoïcijnen zagen dat anders.

Pessimisme verwacht dat alles slecht zal aflopen. Optimisme verwacht dat alles goed zal aflopen. Stoïcisme probeert beide verwachtingen los te laten en de werkelijkheid onder ogen te zien zoals zij is: sommige dingen zullen goed gaan, andere niet. Onze taak is niet om de toekomst te controleren, maar om ons karakter zo te ontwikkelen dat wij elke toekomst aankunnen, goed of slecht. De ‘premeditatio malorum’ is daarom geen oefening in somberheid, maar in realisme.


U zou kunnen zeggen dat de stoïcijnen niet alleen rampscenario's visualiseerden; ze oefenden ook hun virtuoze reactie daarop.

Dat is precies waar implementatie-intenties zo krachtig zijn. Ze verminderen de noodzaak om op het moment zelf een beslissing te nemen. U hebt als het ware al een script voorbereid. Vanuit een modern psychologisch perspectief zou u zelfs kunnen stellen dat een groot deel van de ‘premeditatio malorum’ bestaat uit twee componenten:


  • Exposure: het mentaal onder ogen zien van een mogelijke tegenslag.

  • Implementatie-intentie: het vooraf bepalen van een wijze en virtuoze reactie.


Dat maakt de oefening niet alleen een middel om angst te verminderen, maar ook een manier om uw karakter actief te trainen. De stoïcijn vraagt niet alleen: "Wat als dit gebeurt?", maar ook: "Wie wil ik zijn wanneer dit gebeurt?" Wie deze techniek zelf wil toepassen, kan beginnen door elke ochtend enkele minuten te nemen om na te denken over mogelijke moeilijkheden van de dag. Vraag uzelf bijvoorbeeld af:


  • Welke tegenslagen zou ik vandaag kunnen tegenkomen?

  • Hoe zou een wijs en beheerst mens daarop reageren?

  • Welke dingen liggen buiten mijn controle?

  • Welke houding ligt wel binnen mijn controle?


Sluit vervolgens af met de gedachte dat geen enkele gebeurtenis uw vermogen om verstandig, rechtvaardig, moedig en beheerst te handelen kan afnemen.


De ‘premeditatio malorum’ behoort tot de krachtigste oefeningen uit het stoïcisme. Zoals Seneca in brief 91 schrijft: "Hij die haar komst lang tevoren heeft voorzien berooft de huidige rampspoed van haar kracht,". Door vrijwillig stil te staan bij  verlies, mislukking en tegenslag worden we minder afhankelijk van geluk en beter voorbereid op de onvermijdelijke onzekerheden van het leven. De oefening leert ons twee lessen tegelijk. Ten eerste dat alles wat wij bezitten vergankelijk is. Ten tweede dat onze innerlijke vermogens, onze rede, ons karakter en onze virtuositeit, zelfs onder moeilijke omstandigheden behouden kunnen blijven. Juist door de mogelijkheid van verlies onder ogen te zien, leren we zowel moediger als dankbaarder te leven. De ‘premeditatio malorum' leert ons daarom niet bang te zijn voor de toekomst, maar haar met open ogen tegemoet te treden. Wie zich heeft voorbereid op verlies, ziekte en tegenslag, ontdekt dat het lot veel kan afnemen, maar nooit zijn vermogen om virtuoos en verstandig te handelen.


zaterdag 13 juni 2026

ROMEINSE WINTERTRAINING

In de Oudheid was oorlog een 'zomersport', er werd alleen gevochten als het weer een beetje meezat. Dat betekende niet dat legionairs in de winter op hun lauweren konden rusten. De winter was de tijd voor training; lange marsen, schijngevechten en het bouwen van kampen. Door zichzelf te harden en goed voorbereid en getraind te zijn konden de Romeinse legioenen een enorm rijk veroveren. Ook de stoïcijnen vonden dat hun leerlingen zich aan een dergelijke wintertraining moesten onderwerpen. Ze wisten dat lichamelijk ongemak soms tot emotionele onevenwichtigheid leidt. Het valt niet mee om uw gemoedsrust te bewaren wanneer u lichamelijk of geestelijk ongemak ervaart. Of het nu om pijn, stress, honger of vermoeidheid gaat, het maakt u kriegelig of anderszins ongemakkelijk. Wanneer uw lichaam onder druk staat, staat ook uw geest onder spanning. De stoïcijnen willen dit voorkomen en moedigen u daarom aan om u voor te bereiden op dit soort ellende. Stel u een marathonloper voor, die wacht toch ook niet tot de dag van de race om zijn grenzen te verkennen? In plaats daarvan traint hij maandenlang in gure regen, snijdende wind en bijtende kou. Hij doet dit niet omdat hij van lijden houdt, maar omdat hij zijn lichaam en geest wil conditioneren. Op de wedstrijddag zelf, wanneer de omstandigheden tegenzitten, twijfelt hij niet. Hij weet: "Dit heb ik al vaker doorstaan. Dit kan ik aan."


De stoïcijnen zien het menselijk bewustzijn als leidend, maar verwaarlozen het lichaam niet. Ze wisten dat lichaam en geest onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en elkaar beïnvloeden. Stoïcijnen moeten daarom zowel hun geest als hun lichaam trainen. Daarom willen ze niet alleen dat u uw lichaam sterk en gezond houdt, maar ook dat u uzelf aan allerlei vormen van licht lichamelijk ongemak blootstelt. Dit is geen moderne sportpsychologie; het is een eeuwenoude levensfilosofie. De Romeinse legionairs pasten precies deze discipline toe. Seneca beschreef hoe deze soldaten in de winter trainden. Niet om de kou te ontvluchten, maar om erdoor gehard te worden. Ook de stoïcijnse filosoof Musonius Rufus benadrukte dat zowel lichamelijke als geestelijke training essentieel zijn om weerbaar te zijn tegen de grillen van het lot. De kernboodschap is simpel, maar krachtig: wie leert omgaan met ongemak in tijden van welvaart, zal niet breken in tijden van nood. Maar hoe vertaal je deze antieke wijsheid naar een moderne wereld die volledig is ingericht op comfort, constante afleiding en voorspelbaarheid?


De stoïcijnen zagen het leven niet als een lineair pad van geluk, maar als een dynamisch verhaal waarin tegenslag een vast onderdeel is. Seneca merkte op dat de kwaliteit van je leven niet afhangt van de lengte ervan, maar van hoe je het inricht. Hij adviseerde niet om te hopen op een probleemloos bestaan, maar om je actief voor te bereiden op uitdagingen. Door bewust ongemak op te zoeken, een concept dat bekendstaat als ‘voluntary discomfort', traint u uw geest om kalm en rationeel te blijven wanneer het leven onverwacht tegenzit. Een legionair die leert navigeren door modder en sneeuw, raakt niet in paniek als de werkelijkheid op het slagveld afwijkt van de blauwdruk. Hij is getraind in de realiteit, niet in de theorie. Musonius Rufus leerde dat training een dubbel doel dient. Het is niet alleen een overlevingsstrategie, maar ook een methode om dankbaarheid te cultiveren. Wie de intensiteit van kou heeft gevoeld, ervaart warmte als een luxeproduct. Wie weet hoe honger voelt, proeft zijn maaltijd met meer aandacht. Door periodiek te leven alsof u minder hebt, leert u de vanzelfsprekende luxe van het nu weer te koesteren.


Wat de stoïcijnen intuïtief aanvoelden, wordt tegenwoordig ondersteund door moderne psychologie en neurowetenschap:


  • Veerkracht (Resilience): Onderzoek (Keng & Smoski, 2020) toont aan dat mensen die controle ervaren over hun stressreactie, bijvoorbeeld door meditatie of bewuste blootstelling, beter in staat zijn tot ‘cognitive reappraisal’. Ze zien een probleem niet langer als een bedreiging, maar als een kans om hun karakter te versterken.

  • Hormese: Dit is het biologische principe waarbij systemen sterker worden door blootstelling aan kleine, beheersbare hoeveelheden stress (Calabrese & Mattson, 2011). Net zoals spieren groeien door de 'schade' van krachttraining, wordt uw zenuwstelsel robuuster door bewust ongemak.

  • Neuroplasticiteit: Uw brein is kneedbaar. Door regelmatig situaties op te zoeken die u uitdagen, versterkt u de neurale paden die verantwoordelijk zijn voor zelfbeheersing en emotieregulatie (Davidson & McEwen, 2012).


U hoeft geen legionair te zijn om dit toe te passen. Probeer bijvoorbeeld één dag per week in te richten als "wintertraining". Het doel van deze dag is niet om uw leven nodeloos moeilijk te maken, maar om uzelf eraan te herinneren dat uw fundament sterker is dan u denkt.

Hier is hoe u uw "wintertraining" vandaag nog zou kunnen vormgeven:


Lichamelijk

  • De koude douche: Begin uw ochtend met 30 seconden koud water. Dit dwingt uw sympathische zenuwstelsel tot actie en traint uw vermogen om kalm te blijven onder een acute fysieke prikkel.

  • Vasten: Probeer periodiek een maaltijd over te slaan. Het herinnert u eraan dat honger een signaal is, geen catastrofe.

  • Stilte in beweging: Ga naar de sportschool, ga wandelen of fietsen zonder podcasts, muziek of telefoon. Voel uw ademhaling en de omgeving in plaats van uzelf te verdoven met entertainment.


Geestelijk

  • Digitale detox: Leg uw telefoon een uur per dag volledig weg. Leer weer te verdragen dat er even niets gebeurt.

  • Journaling: Reflecteer dagelijks: Wat ging er goed? Waar had ik moeite mee? Hoe had ik mijn reactie kunnen verbeteren?

  • De pre-meditatio malorum: Bedenk van tevoren wat er mis zou kunnen gaan.

  • Meditatie: Zit minstens tien minuten in stilte. Observeren zonder oordelen is de ultieme training in geestelijke beheersing.


Let wel, u hoeft uzelf niet over te geven aan zelfkastijding. Het idee is dat u zich zo nu en dan iets van uw luxe en comfort ontzegt. Dit versterkt uw karakter en standvastigheid en bereidt u voor op de zware tijden die onvermijdelijk uw pad zullen kruisen. Nu heeft u nog de kans om u te oefenen in ontberingen, wanneer die u straks worden opgelegd bent u al gewend aan het idee dat u prima met die ontberingen kunt leven. Als anderen een vergelijkbaar ongemak prima kunnen doorstaan, waarom zou u dan jammeren en boos worden als het uw beurt is? De Romeinse krijgers begrepen iets fundamenteels: de beste tijd om te trainen is wanneer je het nog niet nodig hebt. Wanneer de storm komt en die komt in ieder mensenleven vroeg of laat, wordt u niet overvallen, maar hebt u uzelf reeds voorbereid. Zoals Epictetus treffend zei: "Het is niet wat je overkomt, maar hoe je ermee omgaat, wat je definieert."


zaterdag 6 juni 2026

STAP EENS IN DE SCHOENEN VAN EEN ANDER

 In deze blog gaat u de strijd aan met uw onrealistische verwachtingen over het gedrag van anderen. Of u het nu leuk vindt of niet, de anderen doen gewoon hun eigen ding. En dat zal vaak iets anders zijn dan wat u van ze wil zien. In plaats van meteen kwaad te worden over het in uw ogen ongewenste gedrag gaat u onderzoeken waarom die mensen doen wat ze doen. Doorgaans kunt u waarschijnlijk moeilijker begrip opbrengen voor de gevoelens van de anderen dan voor die van uzelf. Het is nu eenmaal makkelijker om uw eigen gevoelens te rechtvaardigen dan die van uw buurman. Marcus Aurelius herkende dat bij zichzelf en probeerde daar wat aan te doen. In zijn dagboek schreef hij:


Wanneer iemand je iets heeft aangedaan, vraag je dan eerst af: 'Hoe denkt hij, wat maakt dat hij dit doet?’ Wanneer je weet wat hem beweegt zul je compassie met hem voelen en niet verbaasd of boos worden. Misschien zou je in zijn schoenen wel hetzelfde gedaan hebben en dan moet je helemaal begrip voor hem hebben. Als je al zo ver bent dat je dat soort dingen niet meer belangrijk vindt, dan zul je zelfs nog sneller compassie met hem voelen omdat je beseft dat hij niet beter weet. (Marcus Aurelius; Dagboeken: boek 7, paragraaf 26)


Het is wel heel makkelijk om verontwaardigd te zijn over het gedrag van iemand die u in uw ogen onrecht heeft aangedaan. U wilt terugslaan om de ander te straffen voor zijn slechte daden. Daden die ongetwijfeld voortkomen uit een ook verder slecht karakter. Kortom die ander deugt niet en u zelf natuurlijk wel. Die boosheid noemde Seneca een vlaag van tijdelijke krankzinnigheid. Door die krankzinnigheid maakt u het voor uzelf en de ander alleen maar moeilijker. U bent blind voor het feit dat die ander de werkelijkheid nu eenmaal net iets anders ziet. Hij vindt het volkomen gerechtvaardigd wat hij gedaan heeft en is ervan overtuigd dat uw woedende reactie juist een bewijs is van uw slechte karakter.


Deze neiging om ons eigen gedrag als een logisch gevolg van de omstandigheden te beschouwen en het gedrag van de anderen als een gevolg van hun verdorven karakter wordt de ‘fundamentele attributiefout' genoemd. Deze fundamentele attributiefout (Fundamental Attribution Error, FAE) is een concept uit de sociale psychologie, geïntroduceerd door Lee Ross (samen met onder anderen Richard Nisbett en Edward E. Jones). Het beschrijft de neiging van mensen om het gedrag van anderen vooral toe te schrijven aan interne, stabiele persoonlijkheidskenmerken (zoals karakter, intenties of attitude), terwijl ze de invloed van externe, situationele factoren (zoals omstandigheden, context of toeval) onvoldoende meewegen. Als iemand bijvoorbeeld te laat komt, denkt u al snel: "Hij is onbetrouwbaar" (intern), in plaats van: "Misschien had hij pech onderweg" (extern). Bij uzelf maakt u deze fout minder: als u te laat bent, wijdt u het aan externe factoren ("Er was een file"). Het is voor u als leerling stoïcijn belangrijk om dat onderscheid goed te kennen. De fundamentele attributiefout kan namelijk leiden tot: 

  • Vooroordelen: Snelle oordelen over anderen zonder context.

  • Conflicten: Misverstanden in relaties (privé of professioneel).

  • Stereotypering: Het aan groepen toeschrijven van negatieve eigenschappen (bijvoorbeeld. "Alle politici zijn corrupt").

Marcus Aurelius kende de term niet maar was zich wel bewust van deze gevaren en had een strategie om te voorkomen dat hij de fundamentele attributiefout maakte. Als iemand hem onrechtvaardig behandelde (bij de meeste Romeinse keizers stond dat trouwens gelijk aan een doodvonnis, maar Marcus was anders) probeerde hij zichzelf eerst een paar vragen te stellen. Vragen die ook u kunnen helpen. Marcus spoort u aan om eerst te bedenken welke opvatting de persoon die u in uw ogen onheus heeft behandeld ertoe heeft gebracht om te doen wat hij deed. Deze analyse spoort aan om u de situatie van de ander voor te stellen. U kunt achterhalen wat hij belangrijk vindt en waarom hij doet wat hij doet.


Nu u weet wat de ander belangrijk vindt, kunt u zich afvragen of hij andere waarden hanteert of misschien dezelfde waarden hanteert als u, maar ze foutief toepast. Ik weet dat het bijna onmogelijk is, maar het zou zelfs kunnen dat u het zelf bent die uw waarden verkeerd toepast. In dat onwaarschijnlijke geval wordt het hoog tijd dat u uw oordeel over de situatie aanpast. Maar dat is natuurlijk niet het geval en het is uw kwelgeest die het bij het verkeerde eind heeft. Dit betekent dat u eigenlijk niet kwaad op hem zou moeten zijn. U wordt toch ook niet kwaad als een kleuter een fout in een som maakt? Misschien heeft u zelf vroeger, voordat u zich in stoïcisme ging verdiepen, wel dezelfde fout gemaakt. Als u van uw fouten heeft geleerd en iets verstandiger bent geworden, kunt u het zich toch wel veroorloven om wat barmhartiger te zijn tegenover iemand die nog niet zo ver is. De volgende keer dat u zich kwaad maakt over het gedrag van een van de anderen telt u dan ook tot tien en stelt u uzelf in de geest van Marcus de volgende vragen:


  • Waarom vindt u dat u onheus behandeld bent? Hoe staat u tegenover die persoon? Mocht u hem al niet of had u een vooroordeel over hem? Onderzoek de context en verzamel informatie over de omstandigheden.

  • Waarom denkt u dat de ander gedaan heeft wat hij heeft gedaan? Wat drijft hem? Wat zijn zijn achterliggende waarden? Zijn het vooral externe waarden die buiten zijn macht liggen? Probeer te begrijpen wat de ander drijft.

  • Hoe zit het trouwens met uw eigen waarden? Probeer van perspectief te wisselen en vraag uzelf af hoe zou u zelf zou reageren in deze situatie? Heeft u misschien zelf ooit net zo gereageerd en weet u nu beter?

  • Hanteert de ander verkeerde externe waarden of beoordeelt hij de situatie foutief? Moet u dan eigenlijk geen compassie met hem hebben in plaats van boos te worden?


U wordt virtuoser en gelukkiger als u afstand neemt en uw perspectief verandert. Niemand wordt er beter van als u woedend uitvalt tegenover iemand die u onheus bejegent. Het vergroot uw begrip als u uzelf dwingt om het standpunt van de ander serieus te onderzoeken. U hoeft het niet eens te zijn met de ander maar u moet hem wel de gelegenheid bieden zijn standpunt te onderbouwen. U verlaagt daarmee de kans dat u zich emotioneel zo verbonden voelt met uw eigen perspectief dat u wel kwaad moet worden als dat perspectief door anderen in twijfel wordt getrokken. Het is een stoïcijns grondbeginsel dat niemand opzettelijk het slechte doet. Iedereen streeft zijn eigen welzijn na en denkt goede redenen te hebben voor zijn daden. Door de context te onderzoeken en in de schoenen van de ander te stappen komt u er misschien wel achter dat de ander gelijk heeft of dat u eigenlijk compassie met hem zou moeten hebben omdat hij het bij het verkeerde eind heeft.


zaterdag 30 mei 2026

Zou een stoïcijn vegetariër moeten zijn?

 Het korte antwoord is: niet per se, maar zo makkelijk komt u er niet van af. Het beantwoorden van de vraag of stoïcijnen vegetariër waren, of misschien zouden moeten zijn, is namelijk verrassend ingewikkeld. Het klassieke stoïcisme schreef geen vegetarisch dieet voor, zoals sommige religieuze of filosofische stromingen dat wel deden. Toch bestond er binnen het stoïcisme wel degelijk sympathie voor sober eten, mededogen met dieren en een terughoudende houding tegenover overmatige vleesconsumptie. Sommige stoïcijnen waren vegetariër, anderen niet. Maar de onderliggende waarden van het stoïcisme roepen wel degelijk interessante vragen op over onze omgang met dieren en voedsel.


De kern van het stoïcisme is het ideaal om te leven “overeenkomstig de natuur”. Daarmee bedoelden stoïcijnen niet simpelweg “doen wat natuurlijk voelt”, maar leven in overeenstemming met rede, zelfbeheersing en de werkelijkheid zoals die is. Een goed mens leeft verstandig, matig, rechtvaardig en moedig. Voedsel speelde daarin een belangrijke rol. Stoïcijnen wantrouwden luxe en overdaad. Een mens die afhankelijk wordt van verfijnde smaken, overvloedige banketten of zintuiglijk genot verliest volgens hen een deel van zijn innerlijke vrijheid. Eenvoudig eten was daarom een oefening in onafhankelijkheid en discipline. Dat betekende echter niet automatisch vegetarisme. De meeste klassieke stoïcijnen accepteerden vleesconsumptie als onderdeel van het natuurlijke leven. De mens stond volgens hen binnen de natuur hiërarchisch boven dieren, omdat mensen beschikken over rede. Dieren konden daarom gebruikt worden voor voedsel, arbeid of kleding, zolang dit redelijk en zonder buitensporige wreedheid gebeurde.


De bekendste stoïcijn met vegetarische sympathieën was waarschijnlijk Seneca. In zijn brieven schrijft hij dat hij in zijn jeugd enige tijd vegetarisch leefde. Dat deed hij onder invloed van de leer van de stoïcijnse filosoof Sextius, die stelde dat het doden van dieren moreel problematisch was en dat een plantaardig dieet de geest zuiverder maakte. Seneca beschrijft hoe hij merkte dat een sober en vleesloos dieet hem lichamelijk lichter en geestelijk scherper maakte. Toch stopte hij uiteindelijk met vegetarisme. Niet omdat hij de argumenten volledig verwierp, maar omdat keizerlijke autoriteiten wantrouwend stonden tegenover bepaalde ascetische praktijken. Vegetarisme werd soms geassocieerd met vreemde sekten of politieke dissidentie. Interessant genoeg schrijft Seneca met duidelijke sympathie over zijn vegetarische periode. Hij lijkt het idee van eenvoud en matigheid zeer serieus te nemen, ook al beschouwde hij vlees eten niet als intrinsiek verkeerd.


Een ander belangrijk stoïcijns ideaal is kosmopolitisme: het idee dat alle rationele wezens deel uitmaken van één grote morele gemeenschap. Stoïcijnen benadrukten menselijke verbondenheid en universele rechtvaardigheid. Moderne denkers hebben zich daarom afgevraagd of deze houding niet logischerwijs uitgebreid zou moeten worden naar dieren. Klassieke stoïcijnen maakten meestal een scherp onderscheid tussen mensen en dieren. Alleen rationele wezens maakten volledig deel uit van de morele gemeenschap. Toch ligt daar een spanning. Als een stoïcijn compassie, zelfbeheersing en rechtvaardigheid belangrijk vindt, hoe verhoudt zich dat dan tot de massale bio-industrie van de moderne wereld?


Veel hedendaagse stoïcijnen stellen dat de antieke filosofen onmogelijk de schaal van modern dierenleed konden voorzien. Een Romein die af en toe vlees at van lokaal gehouden dieren leefde in een totaal andere werkelijkheid dan een moderne consument die vlees koopt uit industriële veehouderij. Vanuit stoïcijnse deugdenethiek kan daarom worden beargumenteerd dat onnodig dierenleed vermijden een rationele en morele keuze is.


Er zijn verschillende argumenten waarmee een moderne stoïcijn vegetarisme zou kunnen verdedigen:


  • Matigheid: vleesconsumptie is vaak verbonden met luxe, overdaad en impulsbevrediging. Een eenvoudiger dieet past beter bij ascese en zelfdiscipline.

  • Rechtvaardigheid: als dieren kunnen lijden, verdient hun welzijn morele aandacht.

  • Leven volgens de rede: wanneer een gezond plantaardig dieet mogelijk is, kan onnodig doden irrationeel lijken.

  • Onafhankelijkheid: sober eten vermindert afhankelijkheid van genot en consumptie.


Sommige moderne stoïcijnen zien vegetarisme zelfs als een logische uitbreiding van het stoïcijnse ideaal van universele verbondenheid. Tegelijkertijd zijn er ook sterke stoïcijnse argumenten tegen het idee dat vegetarisme verplicht zou zijn. Voor klassieke stoïcijnen lag moraliteit vooral in intentie en karakter, niet in specifieke leefregels. Een mens wordt niet virtuoos door een bepaald dieet te volgen. Een arrogante vegetariër is volgens stoïcijnse maatstaven minder wijs dan een bescheiden vleeseter met zelfbeheersing en rechtvaardigheidsgevoel. Bovendien waarschuwden stoïcijnen vaak tegen moreel exhibitionisme: jezelf beter voelen dan anderen vanwege ascetische gewoonten. Eenvoud moest voortkomen uit innerlijke vrijheid, niet uit identiteitspolitiek of morele ijdelheid. Ook is het stoïcisme traditioneel pragmatisch. Het lichaam is belangrijk, maar uiteindelijk ondergeschikt aan de ontwikkeling van karakter. Voedselkeuzes zijn daarom geen absolute morele wetten, maar praktische kwesties die afhankelijk zijn van omstandigheden, gezondheid, cultuur en persoonlijke mogelijkheden.


Laten we proberen het duidelijker te maken  met een paar voorbeelden. Stel u twee mensen voor. Beiden noemen zichzelf stoïcijn. Beiden proberen verstandig, rechtvaardig en beheerst te leven. Toch maken ze andere keuzes rond vlees eten.

Voorbeeld 1: Marcus, de bewuste vleeseter

Marcus woont op het platteland. Hij koopt af en toe vlees van een lokale biologische boer waar dieren relatief goed behandeld worden. Hij eet eenvoudige maaltijden, zonder luxe of overdaad. Soms eet hij wekenlang vegetarisch zonder daar een punt van te maken. Voor hem is voedsel vooral brandstof, geen bron van genotzucht. Wanneer iemand hem vraagt waarom hij geen vegetariër is, antwoordt hij:

“Ik probeer matig en redelijk te leven. Ik eet weinig vlees, verspil niets en probeer onnodig lijden te vermijden. Maar ik geloof niet dat virtuositeit afhangt van een absoluut dieet.” Een klassieke stoïcijn als Epictetus zou daar waarschijnlijk begrip voor hebben. Marcus leeft sober, beheerst en zonder obsessie.

Voorbeeld 2: Julia, de stoïcijnse vegetariër

Julia verdiept zich in de moderne bio-industrie. Ze ziet beelden van dieren die onder slechte omstandigheden leven en concludeert dat haar vleesconsumptie indirect bijdraagt aan onnodig lijden. Omdat ze gezond vegetarisch kan leven, besluit ze geen vlees meer te eten.

Niet uit sentimentaliteit of morele superioriteit, maar vanuit rationele overwegingen: “Als ik zonder noodzaak schade kan verminderen, waarom zou ik dat dan niet doen? Zelfbeheersing betekent ook dat ik mijn smaakvoorkeuren niet boven mededogen plaats.” Ook dit standpunt past verrassend goed binnen het stoïcisme. Julia probeert bewust, rationeel en rechtvaardig te handelen.

Wie van de twee is de “echte” stoïcijn?

Dat is precies het interessante punt: waarschijnlijk allebei. Het stoïcisme draait minder om een specifieke leefregel en meer om de houding waarmee iemand handelt. Waarschijnlijk bestaat er geen volledig “stoïcijns dieet”. Maar het is aannemelijk dat veel klassieke stoïcijnen kritisch zouden kijken naar moderne consumptiegewoonten, zeker naar verspilling, overdaad en industrieel dierenleed. Een moderne stoïcijn zou zichzelf wellicht vragen stellen als:


  • Heb ik vlees werkelijk nodig?

  • Draagt mijn consumptie bij aan onnodig lijden?

  • Handel ik bewust en redelijk, of puur uit impuls?

  • Ben ik slaaf van genot of meester over mezelf?

  • Neem ik verantwoordelijkheid voor de gevolgen van mijn keuzes?

  • Leef ik matig en redelijk?


Dat zijn typisch stoïcijnse vragen. Niet omdat stoïcisme een dieet voorschrijft, maar omdat het vraagt om bewust, rationeel en virtuoos leven. Een stoïcijn zou waarschijnlijk meer moeite hebben met iemand die gedachteloos consumeert, overmatig eet en geen enkele reflectie toont, dan met de concrete keuze vóór of tegen vlees. De moderne wereld maakt de kwestie wel scherper dan in de oudheid. Een Romeinse stoïcijn zag geen megastallen, transporten of industriële slachthuizen. Daardoor ontstaat vandaag een nieuwe vraag:

Als een stoïcijn rechtvaardigheid, rationaliteit en matigheid serieus neemt, kan hij dan nog onverschillig blijven tegenover grootschalig dierenleed? Daarom voelen veel moderne stoïcijnen zich aangetrokken tot vegetarisme of in elk geval tot bewuster consumeren. Niet omdat het verplicht is, maar omdat het misschien beter aansluit bij de stoïcijnse deugden. U zou kunnen zeggen:


  • Het klassieke stoïcisme verplicht niet tot vegetarisme.

  • Maar het stoïcisme verplicht wél tot morele reflectie.

  • En die reflectie kan iemand heel goed richting vegetarisme leiden.


De klassieke stoïcijnen waren over het algemeen geen vegetariërs, maar binnen het stoïcisme bestond wel waardering voor soberheid, matigheid en soms ook vegetarische levenswijzen. Seneca experimenteerde zelf met vegetarisme en sprak daar positief over. Andere stoïcijnen zagen eenvoudig eten als een nuttige oefening in zelfdiscipline. Of een stoïcijn vegetariër “zou moeten” zijn blijft uiteindelijk een open vraag. Het stoïcisme biedt geen expliciet dieetvoorschrift. Maar de filosofie nodigt wel uit tot kritisch nadenken over consumptie, mededogen en de vraag hoeveel lijden wij bereid zijn te veroorzaken voor ons eigen gemak.


zaterdag 23 mei 2026

EMPATHIE VERSUS COMPASSIE

 Je kunt de menselijke natuur leren kennen door naar anderen te kijken. Als, bijvoorbeeld, andermans slaaf een kopje breekt, zeg je direct: ‘dat kan nu eenmaal gebeuren’. Als het nu jouw kopje is dat breekt bedenk dan dat je net zo moet reageren als wanneer het een ander overkomt. Dit moet je ook doen bij belangrijkere dingen. Het kind of de vrouw van een vreemde is overleden. Iedereen zegt dan: ‘Zo gaat dat nu eenmaal in het leven’. Maar als je eigen kind of vrouw overlijdt, dan is het meteen: ‘Ach en wee’ en ‘arme ik’. (Hoofdstuk 26 van het Handboekje van Epictetus)


Het is waarschijnlijk even schrikken als u dit leest. Het is gebruikelijk en zelfs natuurlijk om empathie te voelen als u andere mensen ziet lijden. Zeker als het om mensen gaat waar u zichzelf makkelijk mee kunt vereenzelvigen. Deze oproep van Epictetus voelt voor u als moderne eenentwintigste- eeuwer niet goed en hij maakt het nog erger door u op te roepen om ook uw eigen tegenslagen te bekijken alsof ze iemand anders waren overkomen. Het lijkt er op dat Epictetus wil dat zijn leerlingen gevoelloos en onmenselijk worden. Dit klinkt best hard, toch heeft hij het beste met u voor en wil hij weldegelijk dat u om uw medemensen geeft. Hij wil echter voorkomen dat u zich inleeft in de situatie van onfortuinlijke anderen en dat u daardoor letterlijk met ze meevoelt. Medelijden is een heftige en onplezierige reactie die makkelijk gemanipuleerd kan worden. Denk maar aan de populariteit van emotie-tv. Medelijden beperkt zich tot de mensen die u kent of waar u op de één of andere manier een band mee hebt. Het is moeilijk zo niet onmogelijk om empathie te voelen voor duizenden abstracte hongerende mensen in Afrika. De empathie komt pas op het moment dat een liefdadigheidsorganisatie u beelden van een zielig kindje laat zien. Als u die beelden ziet, voelt u medelijden en dat stimuleert u weer om uw portemonnee te trekken.


Stoïcijnen willen alle medelijden uitbannen. Het is een onprettig gevoel, afhankelijk van de situatie en heel makkelijk manipuleerbaar. De mensen die cultureel van u verschillen of anderszins niet in beeld zijn laten u koud en worden door u vergeten. Soms worden ze zelfs gedemoniseerd en niet langer als menselijk gezien. Denk maar aan hoe er tegenwoordig over vluchtelingen wordt gedacht. Het voorkomen van gevoelens van medelijden betekent niet dat stoïcijnen willen dat u zich het lijden van andere mensen niet aantrekt. In de stoïcijnse psychologie maken we een scherp onderscheid tussen twee begrippen die we in het dagelijks leven vaak op één hoop gooien:


  • Empathie (of medelijden): Dit is een affectieve toestand waarbij u de emotie van een ander overneemt. U ziet iemand lijden en gaat zelf ook lijden. Voor een stoïcijn is dit een 'passie', een emotie die uw ratio vertroebelt en uw veerkracht ondermijnt.

  • Compassie (of mededogen): Dit is de altruïstische motivatie om de situatie van de ander te verbeteren. U herkent het lijden, maar laat u er niet door verlammen.


Compassie is voor de stoïcijnen een positieve emotie terwijl empathie een irrationele negatieve emotie is die zo veel mogelijk moet worden voorkomen. De stoïcijnen hadden hier iets belangrijks te pakken, ook de moderne psychologie komt tot vergelijkbare conclusies. De psycholoog Paul Bloom schreef hierover het prikkelende boek Against Empathy: The Case for Rational Compassion (2016). Zijn kernboodschap is dat empathie, hoewel het een goede reputatie heeft, vaak een slechte en zelfs gevaarlijke raadgever is bij morele beslissingen. Ook Bloom maakt het onderscheid tussen empathie (specifiek emotionele empathie: de pijn van een ander zelf voelen) en mededogen (compassie: om iemand geven en willen helpen, zonder hun pijn over te nemen). Bloom heeft forse kritiek op die eerste vorm. Dit zijn zijn belangrijkste argumenten waarom emotionele empathie problematisch is:


1. Empathie is bevooroordeeld en racistisch (Parochiaal)

Empathie werkt als een schijnwerper: het verlicht specifieke individuen, maar laat de rest in het donker. We voelen heel gemakkelijk empathie voor mensen die op ons lijken, die dezelfde taal spreken, of die we aantrekkelijk vinden. Het is veel moeilijker om empathie op te brengen voor mensen uit een andere cultuur, religie of politieke hoek. Het mishandelde kind van de buren wekt medelijden op, het verwaarloosde vluchtelingenkind laat ons koud. Als we onze moraal laten leiden door empathie, bevoordelen we onbewust onze eigen 'in-group' en negeren we de rest.


2. Empathie is 'cijferblind' (Slecht in statistiek)

Empathie kan niet rekenen. We kunnen intens meevoelen met het verhaal van één specifiek kind dat vastzit in een waterput (het identifiable victim effect). Tegelijkertijd laat een statistiek over tienduizenden mensen die sterven door een gebrek aan schoon drinkwater ons emotioneel koud. Empathie zorgt ervoor dat we overdreven veel middelen inzetten voor dat ene zichtbare slachtoffer, ten koste van effectievere oplossingen voor de massa.


3. Het leidt tot kortzichtigheid en slechte beslissingen

Omdat empathie gericht is op het verminderen van directe pijn, kan het leiden tot beslissingen die op de lange termijn schadelijk zijn.

  • Voorbeeld: Een ouder die uit empathie weigert zijn kind een pijnlijke maar noodzakelijke vaccinatie te geven.

  • Voorbeeld: Direct geld geven aan een bedelend kind, wat op korte termijn helpt, maar op lange termijn het achterliggende netwerk van uitbuiting in stand houdt.


4. Empathie kan agressie en oorlog aanwakkeren

Empathie voor een slachtoffer kan heel snel omslaan in intense haat en een roep om wraak jegens de dader. Veel wreedheden, oorlogen en politieke conflicten worden volgens Bloom niet gedreven door een gebrek aan empathie, maar juist door een overvloed aan empathie voor de eigen achterban, wat leidt tot de demonisering van de tegenstander.


5. Het leidt tot burn-out

Als je als arts, verpleegkundige of therapeut de pijn van al je patiënten daadwerkelijk zelf gaat voelen, raak je emotioneel uitgeput. Empathie zorgt voor overbelasting en vermijdingsgedrag (mensen trekken zich terug uit de zorg omdat het te zwaar wordt).


De stoïcijnen en Bloom is het hier roerend mee eens, pleiten ervoor om empathie te vervangen door rationeel mededogen of compassie (rational compassion). Hierbij combineert u de oprechte wens om anderen te helpen met logica, verstand en statistiek (vergelijkbaar met de filosofie van het Effectief Altruïsme). Met rationeel mededogen helpt u mensen niet omdat u hun pijn voelt, maar omdat u inziet dat het verminderen van lijden het juiste is om te doen. Dit stelt u in staat om objectiever, eerlijker en op veel grotere schaal goed te doen in de wereld.


Hetzelfde mechanisme is aan het werk bij uzelf. Als u of uw naasten met tegenslagen worden geconfronteerd dan voelt u empathie voor uzelf. ‘Ach en wee, wat ben ik zielig.’ Als iemand anders hetzelfde overkomt, laat het u koud of voelt u mededogen. ‘Tsja, dat kan nu eenmaal gebeuren. That’s life.’ Dat komt doordat u geneigd bent gebeurtenissen rationeler en evenwichtiger te beoordelen wanneer deze u niet rechtstreeks raken. Epictetus wil dat u die onevenwichtigheid rechttrekt. Dat maakt u niet gevoelloos, maar redelijk. Door uw problemen in een breder perspectief te plaatsen kunt u de vervelende natuurlijke passie van zelfmedelijden afzwakken. Uzelf aanleren dat tegenslagen nu eenmaal gebeuren en niet alleen u overkomen kan u troost bieden. Epictetus wil dat u zo leert om gelijkmoedig te zijn tegenover dingen die niet in uw macht liggen. Als er moeilijkheden op uw pad komen en dat is onvermijdelijk, dan kunt u de moed opbrengen om ze beter het hoofd te bieden. 


zondag 17 mei 2026

Is stoïcisme een religie? (of wordt het er één?)

 Stel u voor: u zit op een regenachtige zondagmiddag met een kop koffie. U bladert door het boek van Marcus Aurelius of luistert naar een podcast over Epictetus. U voelt een diepe rust, een besef van orde in de chaos, een oproep om beter te leven. Het voelt bijna... religieus. En dat roept een eerlijke vraag op: is het stoïcisme eigenlijk een religie? Of is het een filosofie die zich stiekem gedraagt als een geloof? En met de moderne opleving van stoïcijnse praktijken (dagelijkse meditaties, journaling, gemeenschappen online) wordt het dan misschien nu pas een religie?


Het korte antwoord is helder: Nee, stoïcisme is geen religie en het wordt er ook geen. Maar het volledige antwoord is fascinerender. Want het stoïcisme deelt zoveel kenmerken met religies dat het soms lijkt alsof het op het randje balanceert. Laten we het eens wat dichterbij gaan bekijken. We kijken naar: wat een religie definieert, waarom het stoïcisme daar niet aan voldoet, waarom de verwarring zo begrijpelijk is, en of de moderne stoïcijnse beweging stilletjes een sekte aan het worden is.


Voordat we het stoïcisme kunnen beoordelen, hebben we een meetlat nodig. Religiewetenschappers zijn het niet over alles eens, maar de meeste religies vertonen een aantal van de volgende kenmerken:


1.  Een bovennatuurlijke dimensie: Goden, geesten, een hiernamaals, een transcendente realiteit.

2.  Aanbidding, ritueel en gebed: Gericht op die bovennatuurlijke dimensie.

3.  Geloof en openbaring: Waarheden die worden aangenomen op gezag van een god of heilig boek, niet alleen uit logica.

4.  Een soteriologie: Een leer van 'redding' of 'bevrijding' van een fundamenteel menselijk gebrek (zonde, lijden, onwetendheid).

5.  Een geloofsgemeenschap (kerk, sangha, umma): Mensen die samenkomen om te aanbidden en rituelen te delen.


Houd deze lijst in uw achterhoofd. Nu gaan we het stoïcisme erlangs leggen. Het stoïcisme, van Zeno via Seneca en Epictetus tot Marcus Aurelius, faalt op bijna al deze punten.


1. God? Ja, maar niet zoals u denkt

Het stoïcisme heeft een 'God', maar het is geen persoonlijke, transcendente Schepper die op een wolk zit. De stoïcijnen geloofden in de ‘Logos’: het universele, rationele netwerk van natuurwetten dat door de hele werkelijkheid stroomt. De Logos is immanent, hij is de natuur zelf, het vuur, de energie, de adem (pneuma die het universum als een ziel doorweeft. Dit is pantheïsme (God = Alles), geen theïsme. Je bidt niet tot de Logos. Je kunt er geen gunsten van verwachten. Je stemt je eigen rede af op de universele rede. Dat is een intellectuele en morele oefening, geen gebed.


2. Geen aanbidding, geen rituelen

De oude stoïcijnen vonden tempeloffers en traditionele gebeden op zijn best symbolisch nuttig voor de samenleving, maar eigenlijk vooral bijgelovige onzin. Epictetus zei letterlijk dat de ware 'tempel van God' je eigen bewuste keuzevermogen (‘prohairesis’) is. Het enige zinvolle gebed is: "Leid mij, Zeus, en jij, Noodlot, waarheen jullie mij bestemd hebben."


 3. Geen geloof, alleen rede

Stoïcisme is radicaal rationalistisch en empirisch. De claims zijn gebaseerd op logica, observatie van de natuur en ervaring, niet op heilige teksten of goddelijke openbaring. Je gelooft niet 'op gezag' in de Logos; je begrijpt hem in een logische redenering over hoe de wereld in elkaar zit. En als nieuwe ontdekkingen daar aanleiding toe geven, verander je je mening. Stoïcisme kent geen dogma. Het is fluïde en past zich altijd aan aan nieuwe inzichten.


4. Geen redding, alleen virtuositeit

Het doel van het stoïcisme is geen 'redding' van zonde of een toegangskaartje tot de hemel. Het doel is ‘eudaimonia’, een gelukkig, bloeiend, vervuld leven, bereikt door ‘aretè’ (deugd, virtuositeit of morele excellentie). Lijden is geen 'zonde', maar een oordeel. Virtuositeit (deugd) is haar eigen beloning; ondeugd is haar eigen straf. Er is geen oordeel, geen hemel, geen hel. De ziel (ook een fysiek, luchtig iets) lost na uw dood simpelweg weer op in de kosmos.


5. Geen kerk

Het stoïcisme was een filosofische school. Je had leraren en leerlingen, net zoals je nu een cursus logica of natuurfilosofie volgt. Geen priesters, geen sacramenten, geen verplichte gezamenlijke erediensten. Je kunt het in je eentje doen, in een dagboek, aan je bureau.


Op papier is het stoïcisme dus allesbehalve een religie. Het is een complete, rationele levensfilosofie met een eigen natuurkunde (kosmologie), logica en ethiek. Waarom denken sommige mensen dan toch dat het een religie is? Het heeft tenslotte wel degelijk een spirituele uitstraling. De verwarring is daarom niet gek. Het stoïcisme pakt namelijk dezelfde diepe menselijke behoeften aan als religies:


- Zingeving: U bent geen toevallig kluitje cellen. U bent een deel van een rationeel, samenhangend geheel. De kosmos heeft een logica.

- Hoe om te gaan met lijden: Het biedt een krachtige psychologische gereedschapskist voor dood, verlies, angst en woede. De 'Dichotomie van Controle' en de 'Panoramablick' zijn voorbeelden van oefeningen die spiritueel genoemd zouden kunnen worden.

- Discipline en transformatie: Het schrijft dagelijkse 'spirituele oefeningen' voor (de ochtendmeditatie, de ’premeditatio malorum’, het stoïcijnse dagboek). Het is geen intellectueel spelletje; het is een 'ascetische levensstijl’.

- Een gevoel van heiligheid: Een diep, eerbiedig ontzag voor de rationele orde van de natuur. Lees Marcus Aurelius maar eens: hij schrijft vaak met een toon van vrome aanvaarding, bijna alsof hij bidt. Maar hij was zeker niet religieus.


De Franse filosoof Pierre Hadot noemde het stoïcisme daarom treffend een ‘spirituele levenswijze’. Voor de Romeinse elite, die al lang niet meer in de heersende volksmythologie geloofde, functioneerde het stoïcisme precies zoals een religie functioneert, maar dan zonder de bovennatuurlijke bagage.


En nu? Er is een enorme stoïcijnse renaissance gaande. Influencers als Ryan Holiday verkopen miljoenen boeken. Miljoenen mensen houden een 'stoïcijns dagboek' bij. Is dit de geboorte van een nieuwe religie? We moeten hier een aantal bewegingen uit elkaar houden.


1. Het seculiere, therapeutische stoïcisme (verreweg de grootste stroming)

Deze moderne variant gooit de stoïcijnse natuurkunde (de Logos, het pantheïsme) volledig overboord en houdt alleen de ethiek en psychologie over. Het is verwerkt in Cognitieve Gedragstherapie (CGT) en populaire zelfhulp. Je zou het zelfs stoïcijnse mindfulness kunnen noemen. Hier is niets religieus aan. Het is een gereedschapskist. Een seculiere, agnostische of zelfs atheïst kan hier prima mee uit de voeten.


2. Het stoïcisme als volledig filosofisch systeem

Een andere moderne variant die het stoïcisme als een alomvattend filosofisch systeem ziet. Het heeft alles wat het therapeutisch stoïcisme ook heeft, maar verwerpt de onderliggende theorie niet. De fysica en metafysica van het klassieke stoïcisme wordt aangepast aan de hand van de nieuwste wetenschappelijke inzichten om zo een filosofisch model te construeren dat alle menselijke kennis en ervaring kan omvatten. De ethische en therapeutische aspecten van de vorige beweging vloeien logisch voort uit het onderliggende theoretische systeem. Het heeft zeker ook een spirituele dimensie, maar die gaat niet zo ver als de volgende groep.


3. Het neo-paganistische of spirituele stoïcisme (een hele kleine randgroep)

Een kleine minderheid, soms zelfs binnen het modern paganisme of pantheïsme, probeert het volledige stoïcijnse systeem te reconstrueren, inclusief de eerbiedige, pantheïstische natuurbeleving. Maar het is een marginale subcultuur, geen wereldwijde beweging. Er is geen stoïcijnse kerk, geen doopritueel, en geen dogma over de Logos dat u zou moeten volgen.


4. Dogmatisme in online gemeenschappen

Hier wordt het interessant. In sommige internetfora, subreddits en Facebookgroepen gedragen leden zich sociologisch als een religieuze sekte. Ze behandelen Marcus Aurelius als een onfeilbare profeet, Epictetus' ‘Handboekje’ als een heilige tekst, en ze kennen alleen hun eigen gelijk (gatekeeping, rigid moralisme). Dit is gedrag dat op religie lijkt, maar het mist de metafysische kern. Het is meer een 'cult van persoonlijkheid' rond oude auteurs dan een echte religie. Noem het een 'filosofische subcultuur met een sneetje dogmatiek'. En is eigenlijk zelfs in strijd met de stoïcijnse ‘dogma’ die zegt dat de waarheid altijd belangrijker is dan de heersende leer.


Betekent dit dat er een kans bestaat dat stoïcisme ooit een religie wordt? Dat lijkt me zeer onwaarschijnlijk. En wel om één simpele, allesbeslissende reden: het ontbreekt aan het bovennatuurlijke. Juist in een tijd waarin secularisatie, wetenschap en atheïsme wijdverbreid zijn, is de aantrekkingskracht van het stoïcisme dat morele ernst, veerkracht en zelfs verwondering biedt zonder dat u in een god of hiernamaals hoeft te geloven bijzonder groot. Mensen willen de voordelen van religie (zingeving, omgang met lijden, ritueel, gemeenschap) zonder de dogma's, het geloof en de kerken. 


Modern stoïcijnen zullen geen kerken bouwen, geen sacramenten bedienen of beweren dat Marcus Aurelius uit de dood is opgestaan. Het stoïcisme is dus zeker geen religie, maar wél meer dan zomaar een gewone filosofie. Het is een rationele, allesomvattende levensfilosofie met een eigen natuurkunde, logica en ethiek. U kunt het prima combineren met een bestaande religie (een christen-stoïcijn, een joods-stoïcijn) óf (logischer) met atheïsme. Het wordt ook geen religie. De moderne heropleving wordt gedreven door seculiere mensen en psychologen die juist afstand nemen van de bovennatuurlijke elementen die een religie definiëren. De kleine groep die er een spiritualiteit in vindt, is eerder pantheïst of neo-stoïcijn, geen stichter van een nieuwe ‘Stoïcijnse Kerk'.


Maar, het stoïcisme is ook meer dan zomaar een academische filosofie. Het is een spirituele levenskunst en voor degenen die de Logos omarmen een manier om met eerbied en ontzag in de kosmos te staan. Het kan als filosofische basis dienen voor de gehele menselijke kennis en ervaring. Het vult voor veel moderne mensen het gat dat religie heeft achtergelaten. En dat is misschien wel het mooiste compliment dat je een filosofie kunt geven.


Bent u dus op zoek naar een religie? Dan moet u elders zijn. Bent u op zoek naar een helder, rationeel en toch diep menselijk kompas voor een chaotisch leven? Dan bent u bij het stoïcisme aan het juiste adres, zonder geloofsbelijdenis, zonder kerk, en zonder dat u iets hoeft te aanbidden behalve uw eigen beste zelf.