Wanneer moderne mensen het woord "deugd" horen, denken zij vaak aan moralistische braafheid. Aan iemand die zich netjes aan de regels houdt, eerlijk is, zijn belasting betaalt en zijn medemens respecteert. Kortom, een brave en saaie blauwkous. Hoewel de stoïcijnen dergelijke eigenschappen zeker waardeerden, doet deze interpretatie geen recht aan wat zij bedoelden met ‘arrêté’. Het Griekse woord 'arrêté' betekent oorspronkelijk namelijk niet zozeer deugd als wel excellentie. Een mes bezit 'arrêté' wanneer het scherp is. Een paard bezit 'arrêté' wanneer het snel en krachtig loopt. Een musicus bezit 'arrêté' wanneer hij zijn instrument meesterlijk bespeelt. 'Arrêté' verwijst naar het volledig realiseren van een potentieel. De Romeinen vertaalden dit begrip met virtus, maar ook dat woord had oorspronkelijk een bredere betekenis dan de moderne term "deugd". Het verwees naar kracht, voortreffelijkheid en karaktervolle excellentie. Ik geef in mijn boeken en blogs daarom de voorkeur aan het woord virtuositeit.
Virtuositeit is een woord dat vooral in de kunst gebruikt wordt. Iemand kan tegenwoordig een virtuoos musicus, danser of schilder genoemd worden. Maar in de oudheid bleef het daar dus niet bij. 'Arrêté' had zelfs betrekking op hoe we ons leven leiden. Filosofie was bij uitstek de plek waar het om 'arrêté' draaide. Een filosoof was in die tijd niet alleen een theoreticus maar vooral iemand die er naar streefde een levenskunstenaar te worden. Voor de stoïcijnen is de wijze zo’n levenskunstenaar. Hij is iemand die de kunst van het leven tot in de puntjes beheerst. Zoals een meesterschaker patronen herkent die anderen ontgaan en een ervaren kapitein zelfs tijdens een storm koers weet te houden, zo weet de wijze hoe hij moet handelen onder alle omstandigheden. Hij beheerst niet slechts een techniek of een beroep. Hij beheerst zichzelf. Zijn emoties overheersen hem niet. Zijn verlangens slepen hem niet mee. Zijn angst vertroebelt zijn oordeel niet. Hij handelt vanuit inzicht, redelijkheid en karakter. Dat maakt hem tot een virtuoos van het mens-zijn. De stoïcijnen benadrukten daarbij vooral de vier kardinale deugden: wijsheid, moed, rechtvaardigheid en zelfbeheersing. Deze vormen het fundament van alle andere menselijke excellentie. Zonder karakter wordt talent gevaarlijk. Zonder wijsheid wordt ambitie destructief. Zonder zelfbeheersing verandert succes gemakkelijk in verslaving. Maar daarmee houdt stoïcijnse virtuositeit niet op.
De stoïcijnen maakten onderscheid tussen wat moreel goed is en wat zij "preferabele indifferenten" noemden. Zaken als gezondheid, rijkdom, schoonheid, opleiding en sociale status zijn volgens hen niet noodzakelijk voor geluk, maar zij hebben wel degelijk waarde.
Hetzelfde geldt voor vaardigheden. Een stoïcijn hoeft geen kunstenaar te zijn. Hij hoeft geen atleet te zijn. Hij hoeft geen wetenschapper te zijn. Maar als hij ervoor kiest een van deze rollen te vervullen, dan zal hij proberen dat zo goed mogelijk te doen. De stoïcijnse houding is niet: "Het maakt niet uit hoe goed ik ben." De stoïcijnse houding is: "Mijn geluk hangt niet af van succes, maar ik zal toch streven naar excellentie." Een stoïcijn schrijft daarom zo goed mogelijk. Hij werkt zo zorgvuldig mogelijk. Hij luistert zo aandachtig mogelijk. Hij leert zo grondig mogelijk. Niet omdat zijn eigenwaarde ervan afhangt, maar omdat het in overeenstemming is met zijn natuur om zijn vermogens volledig te ontwikkelen. Maar ook daar blijft het niet bij.
Hetzelfde geldt namelijk ook voor menselijke relaties. Een stoïcijn probeert een goede vriend te zijn, een betrouwbare collega, een liefdevolle ouder en een betrokken burger. De menselijke natuur is volgens de stoïcijnen fundamenteel sociaal. Wij zijn niet gemaakt om als geïsoleerde individuen te leven. Wij floreren in verbinding met anderen. Virtuositeit uit zich daarom niet alleen in wat iemand bereikt, maar ook in de manier waarop hij met mensen omgaat. Een werkelijk voortreffelijk mens brengt rust in plaats van onrust, vertrouwen in plaats van wantrouwen en moed in plaats van angst.
Opmerkelijk genoeg beperkte de stoïcijnse visie op excellentie zich zelfs niet tot intellectuele of morele prestaties. Van Chrysippus wordt verteld dat hij stelde dat de wijze ook een uitstekende minnaar is. Dat klinkt misschien verrassend, maar het is wel een goed voorbeeld van wat stoïcijnen met ‘deugd’ oftewel virtuositeit bedoelen. Veel mensen associëren filosofen met ascese, wereldvreemdheid of een zekere ongemakkelijkheid in het dagelijkse leven. De stoïcijnen dachten echter heel anders. Voor hen vormt seksualiteit een natuurlijk onderdeel van het menselijk bestaan. Zoals eten, slapen en vriendschap behoort ook erotiek tot de menselijke natuur. De eerste stoïcijnen lijken zelfs te suggereren dat erotiek meer is dan een preferabele indifferent. Zeno beschouwt het in zijn 'Republiek' als het bindmiddel van zijn ideale samenleving. De vraag is daarom niet óf men seksualiteit beleeft, maar hoe. De virtuoze mens wordt niet gedreven door obsessie, onzekerheid of egoïsme. Hij gebruikt de ander niet als object voor zijn eigen verlangens. Evenmin onderdrukt hij zijn natuurlijke gevoelens uit angst of schuld. Hij benadert intimiteit met dezelfde kwaliteiten waarmee hij de rest van zijn leven benadert: aandacht, respect, zelfbeheersing, empathie en wijsheid. Een uitstekende minnaar is in deze visie niet alleen degene die indruk maakt in bed, maar vooral degene die werkelijk aanwezig is. Niet degene die verleidt uit ijdelheid, maar degene die zich oprecht verbindt. Niet degene die het meeste begeert, maar degene die het beste liefheeft.
Hierin ligt misschien wel het meest kenmerkende aspect van stoïcijnse virtuositeit. De stoïcijn streeft naar excellentie in alles wat hij doet, maar zonder zijn geluk ervan afhankelijk te maken. Hij probeert een voortreffelijke schrijver te worden, maar blijft onverstoorbaar wanneer zijn boek slecht verkoopt. Hij probeert een goede partner te zijn, maar beseft dat liefde niet volledig onder zijn controle staat.
Hij verzorgt zijn lichaam, maar weet dat ziekte hem alsnog kan treffen. Hij ontwikkelt zijn talenten, maar accepteert dat anderen hem kunnen overtreffen. Zijn streven is intens, maar zijn gehechtheid gering. Juist daardoor kan hij zich volledig inzetten zonder voortdurend te worden verteerd door angst voor mislukking.
De moderne stoïcijn streeft niet slechts naar morele correctheid. Hij streeft naar meesterschap. Hij wil wijs denken, moedig handelen en rechtvaardig leven. Maar daarnaast wil hij ook leren, creëren, liefhebben, samenwerken, genieten en groeien. Hij probeert van zijn leven een kunstwerk te maken. Niet een kunstwerk dat bewondering afdwingt, maar een kunstwerk dat getuigt van menselijke excellentie.
Dat is de diepste betekenis van 'arrêté'. Niet perfectie. Maar virtuositeit.