We spreken gemakkelijk over goede en slechte emoties. Angst is bijvoorbeeld een negatieve emotie, boosheid is ongezond en verdriet moeten we proberen te overwinnen. Blijdschap, liefde en enthousiasme daarentegen noemen we positieve emoties. Het modern stoïcisme kan daar een andere kijk op bieden. Een emotie is op zichzelf niet goed of slecht. Een emotie is een menselijke reactie op hoe wij een situatie interpreteren. Niet de emotie zelf is het probleem, maar het oordeel dat eraan ten grondslag ligt. Dat betekent niet dat iedere emotie automatisch verstandig of nuttig is. Integendeel. Sommige emoties kunnen ons leven behoorlijk ontregelen. Maar de vraag is dan niet: "Hoe kom ik van deze emotie af?" De interessantere vraag is: "Welk oordeel veroorzaakt deze emotie?" Dat verschil is belangrijk. Het maakt van emoties geen vijanden die bestreden moeten worden, maar signalen die onderzocht kunnen worden.
De oude stoïcijnen hadden een buitengewoon interessant beeld van emoties. Voor hen ontstond een emotionele reactie niet zomaar rechtstreeks uit een gebeurtenis. Tussen gebeurtenis en emotie zat een oordeel. Een emotie is voor de stoïcijnen een reactie op een oordeel. Stel dat iemand u beledigt. De gebeurtenis zelf is eenvoudig: iemand spreekt beledigende woorden tegen u uit. Maar vervolgens kan uw geest daar verschillende betekenissen aan geven:
- "Hij heeft mij vernederd."
- "Dit is onrechtvaardig en dat mag ik niet over mijn kant laten gaan."
- "Iedereen zal nu denken dat ik niets waard ben."
- "Deze persoon heeft kennelijk behoefte om mij te kleineren."
- "Zijn woorden veranderen niets aan mijn karakter."
- "Ik kan zelf bepalen hoe ik hierop reageer."
Stoïcisme wordt meestal voorgesteld als de kunst om emoties uit te schakelen. De stoïcijn zou nergens bang voor zijn, nooit boos worden en zich door niets laten raken. Dat is echter een veel te eenvoudige voorstelling van zaken. De klassieke stoïcijnen maakten onderscheid tussen ‘pathē’, de passies of ongefundeerde emoties, en ‘eupatheiai’, de goede of passende affectieve reacties van de wijze. Zij vonden dus niet dat een mens helemaal gevoelloos moest worden.
Voor het modern stoïcisme ligt het voor de hand om daar nog een stap aan toe te voegen: Er bestaan geen intrinsiek slechte emoties. Er bestaan wel emoties die voortkomen uit slechte of onjuiste oordelen. Dat lijkt misschien een klein verschil, maar het heeft grote gevolgen.
Angst is bijvoorbeeld niet per definitie verkeerd. Verdriet is niet per definitie verkeerd. Boosheid is niet per definitie verkeerd. Zelfs hebzucht of jaloezie kunnen we niet eenvoudigweg verbieden door te zeggen dat ze "slechte emoties" zijn. De echte vraag is steeds: Is de emotionele reactie in overeenstemming met de werkelijkheid en met wat voor mij werkelijk van waarde is?
Laten we eens naar het verhaal van de sabeltandtijger en de muis kijken. Dit eenvoudige voorbeeld maakt het verschil duidelijk. Stel dat u in een bos loopt en plotseling een sabeltandtijger op u af ziet komen. U voelt angst. Dat lijkt me een volkomen begrijpelijke reactie. Sterker nog: angst kan hier buitengewoon nuttig zijn. Uw lichaam maakt zich onmiddellijk klaar om te vluchten. Uw aandacht verscherpt. Uw hartslag gaat omhoog. U denkt niet rustig na over de metafysische status van de tijger, maar zoekt een boom om in te klimmen. In deze situatie is angst een passende reactie op een reëel gevaar. Stel nu dat u thuiskomt en een klein muisje over de vloer ziet trippelen. U reageert opnieuw met enorme angst. U springt op een stoel, uw hart bonst en u schreeuwt dat iemand het dier moet verwijderen. Hier lijkt dezelfde emotie ineens veel minder passend. Het verschil zit niet noodzakelijk in de lichamelijke reactie zelf. Uw hart zal in beide gevallen sneller gaan kloppen. Uw spieren zullen zich aanspannen. Uw aandacht zal zich vernauwen. Het verschil zit in het oordeel over het gevaar. Bij de tijger is het oordeel "dit kan mij ernstig verwonden" redelijk. Bij het muisje is hetzelfde oordeel onjuist. De emotie is dus niet zomaar "goed" of "slecht". Haar passendheid hangt samen met de werkelijkheid waarop zij betrekking heeft.
Met AI gegenereerde afbeelding
Hier kunnen we een subtiel onderscheid maken dat ook bij de klassieke stoïcijnen terugkomt. De stoïcijnen beschouwden angst als een ‘pathos’: een ongeordende emotionele reactie die voortkomt uit het oordeel dat iets toekomstigs werkelijk slecht voor ons is. Maar dat betekent niet dat een stoïcijn gedachteloos een drukke snelweg zou oversteken omdat hij nergens bang voor mag zijn. Een wijze kan immers zien dat een vrachtwagen die met honderd kilometer per uur op hem afkomt een reëel lichamelijk gevaar vormt. Hij zal dus uit de weg gaan. Wat ontbreekt, is niet noodzakelijk iedere vorm van emotionele of lichamelijke reactie. Wat ontbreekt is het onjuiste oordeel dat het vermijden van dat gevaar noodzakelijk is om een goed en waardevol leven te kunnen leiden. In moderne termen zouden we bijvoorbeeld kunnen spreken over voorzichtigheid, alertheid of waakzaamheid. De stoïcijn hoeft niet te denken: "Ik mag absoluut niet bang zijn." Hij kan denken: "Dit is gevaarlijk. Ik wil dit vermijden als dat redelijkerwijs kan. Maar mocht het toch gebeuren, dan bepaalt dat niet mijn waarde als mens." Daarmee verandert de psychologische betekenis van de situatie.
Dit alles betekent dat hetzelfde gevoel verschillende betekenissen kan hebben. Dit maakt emoties ingewikkelder dan het simpele onderscheid tussen positieve en negatieve emoties. Neem bijvoorbeeld boosheid. Boosheid kan voortkomen uit het oordeel: "Deze persoon heeft mij iets aangedaan en daarom moet ik hem terugpakken." Dat kan leiden tot wraakzucht en escalatie. Maar dezelfde energie kan een andere vorm aannemen wanneer het oordeel bijvoorbeeld luidt: "Dit gedrag is schadelijk voor anderen en ik moet er iets verstandigs tegen ondernemen." Dan kan de emotionele energie zich vertalen in vastberadenheid of morele verontwaardiging. Ook verdriet hoeft niet noodzakelijk een negatieve emotie te zijn. Als iemand van wie u houdt sterft, is het niet vreemd dat u verdriet voelt. Liefde en gehechtheid zijn immers onderdeel van het menselijk leven. De vraag voor een modern stoïcijn hoeft dan niet te zijn: "Hoe snel kan ik van mijn verdriet afkomen?" Een betere vraag is: "Welke overtuigingen maken mijn verdriet groter dan de werkelijkheid rechtvaardigt?" Het verdriet zelf hoeft dus niet als vijand behandeld te worden.
Daarmee krijgen emoties ook een andere functie. Een emotie kan worden gezien als een soort informatie over onze beoordeling van de werkelijkheid. Angst zegt bijvoorbeeld: "Ik beoordeel dit als bedreigend." Boosheid kan zeggen: "Ik beoordeel dit als onrechtvaardig."
Verdriet kan zeggen: "Ik beoordeel dit verlies als belangrijk." Schaamte kan zeggen: "Ik beoordeel het oordeel van anderen als belangrijk voor mijn waarde." Blijdschap kan zeggen: "Ik beoordeel dit als iets waardevols." Dat betekent natuurlijk niet dat de informatie altijd correct is. Een rookmelder kan afgaan omdat er brand is, maar ook omdat iemand een toastje heeft laten aanbranden. Het signaal is echt, maar de interpretatie ervan kan verkeerd zijn. Zo kan een emotie heel echt zijn terwijl het oordeel waarop zij gebaseerd is niet klopt. De intensiteit van een emotie is daarom geen bewijs voor de juistheid van het oordeel. Dat is een belangrijke les. Dat iets heel sterk voelt, betekent nog niet dat het waar is.
Hier komt nog een interessant aspect bij. De ene mens is de andere niet. Of een emotionele reactie passend is, kan gedeeltelijk afhangen van de persoon en de omstandigheden. Stel dat een groepje agressief ogende jongeren op u afkomt. Een jonge, grote en sterke man die regelmatig met dergelijke situaties te maken heeft gehad, kan betrekkelijk rustig blijven. Een kleine, kwetsbare oudere man kan in precies dezelfde situatie veel meer angst voelen. Is die angst dan automatisch irrationeel? Niet noodzakelijk. De werkelijke risico's zijn voor beide mensen immers niet identiek. Wat voor de een een betrekkelijk klein gevaar is, kan voor de ander een serieus gevaar vormen. Dit betekent dat een modern stoïcijn voorzichtig moet zijn met het beoordelen van de emoties van anderen.
Het is gemakkelijk om tegen iemand te zeggen: "Je hoeft helemaal niet bang te zijn." Maar daarmee weet u nog niet of diens oordeel werkelijk onjuist is. U beschikt misschien over andere informatie, andere ervaringen of andere fysieke mogelijkheden. Stoïcijnse wijsheid vraagt daarom niet alleen om controle over onze eigen oordelen, maar ook om rechtvaardigheid in onze beoordeling van anderen. De klassieke stoïcijnen gingen hierin uiteindelijk nog veel verder. De ‘sophos’, de wijze, heeft zijn oordelen zodanig geordend dat hij niet langer wordt meegesleept door de passies. Hij weet wat werkelijk goed en slecht is: virtuositeit is goed, ondeugd is slecht en externe omstandigheden zijn uiteindelijk geen bepalende factoren voor een goed leven.
Daarom kan de wijze in principe een enorme innerlijke vrijheid bereiken. Misschien wordt hij geconfronteerd met gevaar, maar hij hoeft daar niet de overtuiging aan te verbinden: "Als dit gebeurt, is mijn leven geruïneerd." Misschien wordt hij beledigd, maar hij hoeft niet te oordelen: "Mijn waarde is aangetast." Misschien verliest hij bezit, maar hij hoeft niet te denken: "Nu kan ik niet meer gelukkig zijn." Dat betekent niet dat hij een gevoelloze robot wordt. Integendeel. De stoïcijnse wijze zou juist in staat zijn om precies passend op de werkelijkheid te reageren. Hij heeft geen emotionele verdoving bereikt, maar emotionele vrijheid.
Het gaat modern stoïcijnen niet om het onderdrukken van emoties maar om het begrijpen van emoties. Dat is misschien wel een van de belangrijkste verschillen tussen een modern stoïcisme en een oppervlakkige vorm van "stoïcijns zijn". Wie emoties probeert te onderdrukken, voert oorlog tegen zichzelf. Wie emoties onderzoekt, probeert zichzelf te begrijpen. Wanneer ik boos ben, kan ik mezelf afvragen: Welk oordeel maakt mij boos? Wanneer ik bang ben: Wat denk ik dat er gaat gebeuren? Wanneer ik verdrietig ben: Wat ben ik kwijtgeraakt en welk oordeel verbind ik daaraan? Wanneer ik jaloers ben: Welke waarde ken ik toe aan datgene wat de ander heeft? Wanneer ik mij schaam: Waarom laat ik het oordeel van deze persoon mijn eigenwaarde bepalen? Op die manier wordt iedere sterke emotie een mogelijkheid tot zelfonderzoek.
Oefening; Stoïcijns emotieonderzoek in de praktijk
U kunt dit alles heel eenvoudig oefenen. Wanneer u een sterke emotie ervaart, doorloopt u vijf stappen.
1. Benoem de emotie.
"Ik ben boos."
"Ik ben bang."
"Ik voel verdriet."
2. Beschrijf de gebeurtenis zonder interpretatie.
Niet:
"Hij behandelt mij respectloos."
Maar:
"Hij zei deze woorden tegen mij."
3. Zoek het oordeel dat daar tussen zit.
"Ik vind dat hij mij niet zo had mogen behandelen."
"Ik denk dat dit slecht voor mij zal aflopen."
"Ik denk dat ik hiermee iets belangrijks heb verloren."
4. Onderzoek het oordeel.
Klopt het?
Is het volledig?
Overdrijf ik het belang ervan?
Verwar ik iets onaangenaams met iets werkelijk slechts?
5. Kies vervolgens bewust uw reactie.
Niet:
"Ik mag dit niet voelen."
Maar: "Nu ik beter begrijp wat er gebeurt, hoe wil ik hiermee omgaan?"
Dat laatste is wezenlijk. Het doel is niet om iedere emotionele reactie onmiddellijk weg te redeneren. Het doel is om ruimte te creëren tussen emotie en handelen.
Stoïcijnen voeren geen oorlog tegen emoties Een modern stoïcijn die emoties als vijanden beschouwt, loopt het risico precies het tegenovergestelde te bereiken van wat het beoogt. Wie voortdurend denkt: "Ik mag niet bang zijn." kan uiteindelijk bang worden voor zijn eigen angst. Wie denkt: "Een stoïcijn mag niet boos worden." kan zijn boosheid gaan onderdrukken in plaats van begrijpen. Wie denkt:
"Ik mag niet verdrietig zijn." kan bovenop het oorspronkelijke verdriet ook nog schuldgevoel krijgen omdat hij verdrietig is. Dat lijkt mij niet nodig. Een emotie is geen moreel falen. Een gevoel is geen zonde. Een gedachte is nog geen daad. En een eerste emotionele reactie is niet hetzelfde als een bewuste keuze. De stoïcijnse oefening begint juist ná die eerste reactie. Daar kunnen we onze oordelen verder onderzoeken.
Uiteindelijk draait modern stoïcisme daarom niet om het bereiken van een leven zonder emoties. Het gaat om iets subtielers: een leven waarin emoties niet langer automatisch onze oordelen en handelingen bepalen. Angst kan ons waarschuwen. Verdriet kan ons laten zien wat voor ons belangrijk is. Boosheid kan ons opmerkzaam maken op een vermeend onrecht. Blijdschap kan ons laten ervaren wat wij waarderen. Maar vervolgens mogen we vragen: "Klopt mijn beoordeling van deze situatie eigenlijk wel?" Dat is de stoïcijnse stap van automatische reactie naar bewust leven. De sabeltandtijger en de muis laten daarbij mooi zien waarom het te simpel is om emoties simpelweg in goede en slechte categorieën te verdelen. Angst kan in de ene situatie volkomen passend zijn en in een andere situatie buitenproportioneel. Hetzelfde geldt voor vrijwel iedere andere emotie.
Daarom zou ik het uitgangspunt van modern stoïcisme als volgt formuleren: Er bestaan geen slechte emoties. Er bestaan wel emoties die voortkomen uit slechte oordelen. En misschien is zelfs dat nog iets te streng geformuleerd. Want ook een onjuist oordeel is geen morele misdaad. Het is vooral een kans om iets te leren. De echte stoïcijnse vraag is daarom uiteindelijk niet: "Hoe raak ik mijn emoties kwijt?" maar: "Welk oordeel ligt onder mijn emotie, klopt dat oordeel met de werkelijkheid, en welke reactie past vervolgens bij de mens die ik wil zijn?" Daarmee wordt emotie geen obstakel voor stoïcijnse virtuositeit, maar juist grondstof voor de beoefening ervan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten