Niet alles wat belangrijk voor ons is, is noodzakelijk voor een gelukkig leven Volgens de stoïcijnen is voor een gelukkig en virtuoos leven uiteindelijk maar één ding absoluut noodzakelijk: de manier waarop u met uzelf en de wereld omgaat. Een mens moet leren om verstandig te oordelen, zijn verlangens en emoties op een goede manier te hanteren en overeenkomstig zijn waarden te handelen. Dat zijn de zaken die werkelijk binnen zijn macht liggen.
Maar daarmee zijn alle andere dingen nog niet opeens waardeloos. Wie voor het eerst met het stoïcisme kennismaakt, kan gemakkelijk een nogal onaantrekkelijk beeld van de stoïcijnse wijze krijgen. Misschien ziet u hem voor u als een kil, rationeel en emotieloos wezen dat onder alle omstandigheden tevreden blijft. Liefde, vriendschap, gezondheid, plezier, kunst, natuur, politiek, geld en materiële welvaart zouden hem allemaal volkomen koud laten. Als hij gemarteld wordt, zou hij zich eenvoudigweg gelukkig blijven voelen omdat zijn innerlijke houding nog steeds in orde is. Dat beeld is begrijpelijk, maar het klopt niet. De stoïcijnen maken namelijk een subtieler onderscheid. Sommige dingen zijn noodzakelijk voor een goed leven, terwijl andere dingen niet noodzakelijk zijn, maar wel degelijk de moeite van het nastreven waard zijn. En weer andere dingen doen er inderdaad vrijwel helemaal niet toe.
Het probleem zit vooral in het woord onverschillig. Het Griekse begrip ‘adiaphoron’, dat vaak met “onverschillig” of “indifferent” wordt vertaald, betekent niet: iets waar ik niets om geef. Het betekent: iets dat op zichzelf geen morele waarde heeft. Een goede gezondheid is bijvoorbeeld geen deugd en een slechte gezondheid is geen ondeugd. Maar dat betekent natuurlijk niet dat gezondheid ons niets kan schelen.
De stoïcijnen kennen een hiërarchie van waarden en maken daarbij onderscheid tussen goede dingen, slechte dingen en indifferente dingen. Echte goedheid vinden zij uitsluitend in deugd of virtuositeit: wijsheid, moed, rechtvaardigheid en matigheid. Het tegenovergestelde daarvan, dwaasheid, lafheid, onrechtvaardigheid en onmatigheid, is slecht. Alle overige zaken zijn in morele zin indifferent. Daarbij maken de stoïcijnen echter opnieuw een belangrijk onderscheid. Sommige indifferente zaken zijn te prefereren en andere zijn niet te prefereren. Een goede gezondheid is bijvoorbeeld te prefereren boven een ernstige ziekte. Vriendschap is te prefereren boven eenzaamheid. Vrijheid is te prefereren boven gevangenschap. Voldoende geld is te prefereren boven armoede. En een veilige samenleving is te prefereren boven oorlog en geweld. Maar geen van deze zaken maakt u op zichzelf tot een beter mens. Dat is een fundamenteel punt. U kunt rijk zijn en toch een slecht mens worden. U kunt arm zijn en toch een buitengewoon deugdzaam mens zijn. U kunt gezond zijn en uw gezondheid gebruiken om anderen kwaad te doen. En u kunt ziek zijn en desondanks moedig, rechtvaardig en verstandig handelen. Het bezit van iets maakt u dus niet virtuoos. De manier waarop u ermee omgaat kan dat wel doen.
Geprefereerde indifferente zaken
De stoïcijnen noemen gezondheid, bezit, vriendschap, een goede maatschappelijke positie en vergelijkbare zaken geprefereerde indifferente zaken. Ze zijn indifferent omdat ze niet bepalen of u een goed of slecht mens bent. Ze zijn geprefereerd omdat het rationeel en natuurlijk is om ze, wanneer dat mogelijk is, te verkiezen. Dat klinkt misschien als een tegenstelling, maar dat is het niet. Het ligt bijvoorbeeld in de menselijke natuur om gezond te willen zijn. Gezondheid maakt het gemakkelijker om te leven, te werken, voor anderen te zorgen en onze mogelijkheden te benutten. Het is daarom volkomen rationeel om gezond te eten, voldoende te bewegen en medische hulp te zoeken wanneer dat nodig is. Hetzelfde geldt voor vriendschap. De mens is volgens de stoïcijnen van nature een sociaal wezen. Een goede vriend willen hebben is dus geen zwakte of onstoïcijnse gehechtheid. Het is juist heel menselijk en in overeenstemming met onze natuur. Hetzelfde kunnen we zeggen over wetenschap, kunst, cultuur, natuur, een comfortabel huis of voldoende geld. Een modern stoïcijn hoeft daar beslist geen afstand van te doen.
Het cruciale verschil zit niet in wat u nastreeft, maar in hoe u ermee omgaat. U mag proberen een goede baan te krijgen. U mag proberen een partner te vinden. U mag sparen voor een mooi huis. U mag proberen gezond te blijven. U mag zich inzetten voor een beter milieu of voor een rechtvaardiger samenleving. Maar u moet tegelijkertijd beseffen dat het uiteindelijke resultaat nooit volledig van u afhankelijk is. U kunt uitstekend solliciteren en toch worden afgewezen. U kunt zorgvuldig leven en toch ziek worden. U kunt uw best doen voor een relatie en toch verlaten worden. U kunt zich inzetten voor een politieke zaak en toch verliezen. U kunt alles goed doen en toch door omstandigheden worden ingehaald waar u geen enkele invloed op had. Daarom richt de stoïcijn zijn wil uiteindelijk niet op het resultaat, maar op de kwaliteit van zijn eigen handelen. Hij zegt als het ware: Ik zal mijn best doen om dit te bereiken, omdat het waardevol en wenselijk is. Maar ik eis niet dat de wereld zich aan mijn wens aanpast. Dat is iets heel anders dan onverschilligheid.
Er is ook niets stoïcijns aan het verbieden van plezier. Genieten mag gewoon. Als u een mooie wandeling maakt, lekker eet, geniet van muziek, met vrienden praat of een fijne avond met uw partner doorbrengt, hoeft u daar geen schuldgevoel over te hebben. U mag van het leven genieten. De stoïcijn zegt alleen: maak uw geluk niet afhankelijk van het voortduren van dit plezier. Het verschil is subtiel maar belangrijk. U kunt blij zijn dat u gezond bent zonder te denken: ik kan alleen gelukkig zijn als ik gezond blijf. U kunt genieten van uw partner zonder te denken: zonder deze persoon is mijn leven niets meer waard. U kunt genieten van geld zonder te denken: ik ben pas gelukkig als mijn vermogen blijft groeien. U kunt genieten van uw huis zonder te denken: als ik dit huis kwijtraak, is mijn leven geruïneerd. De eerste houding is waardering. De tweede is afhankelijkheid.
Een ander interessant aspect van het stoïcijnse denken is dat veel geprefereerde zaken zowel goed als slecht kunnen worden gebruikt.
Wetenschap is bijvoorbeeld buitengewoon waardevol voor de mensheid. Maar wetenschappelijke kennis kan ook worden gebruikt voor wapens, onderdrukking of vernietiging. Geld kan worden gebruikt om een gezin te onderhouden, goede doelen te steunen en anderen te helpen. Het kan ook worden gebruikt voor uitbuiting of criminaliteit. Maatschappelijke invloed kan worden ingezet om de samenleving te verbeteren, maar ook om macht over anderen uit te oefenen. Zelfs vriendschap is niet automatisch goed. Een hechte vriendenkring kan een bron van steun en menselijkheid zijn, maar een groep vrienden kan iemand ook meeslepen in destructief gedrag. Daarom is niet het bezit van deze zaken bepalend, maar de manier waarop u ze gebruikt. En precies daar komt de stoïcijnse virtuositeit weer om de hoek kijken.
Het Boeddhabeeldje
Neem een eenvoudig voorbeeld. Stel dat u een Boeddhabeeldje in uw voortuin hebt staan. U vindt het mooi en u bent er aan gehecht geraakt. Op een nacht komt een jongere na een avondje stappen langs en slaat het beeldje aan stukken. U kunt daar natuurlijk verdrietig of boos om worden. Maar volgens de stoïcijnen zit het probleem niet zozeer in het feit dat u het jammer vindt. Het probleem ontstaat wanneer u tegen uzelf zegt: Dit had nooit mogen gebeuren. Dit is verschrikkelijk. Mijn avond is verpest. Wat een ellende. Ik kan hier niet tegen. Waarom? Omdat u daarmee meer waarde aan het beeldje toekent dan het volgens de stoïcijnse filosofie toekomt. Het beeldje was mooi en u genoot ervan. Dat is prima. Het was een geprefereerde indifferente zaak. Maar het was geen voorwaarde voor uw geluk en geen onderdeel van uw morele karakter. U kunt dus rustig denken: Jammer. Ik vond het een mooi beeldje en ik had het liever heel gehouden. Maar het was een stenen beeldje. Het is nu kapot. Wat kan ik nu verstandig doen? Misschien belt u de politie. Misschien ruimt u de stukken op. Misschien koopt u een nieuw beeldje. Misschien besluit u het voortaan binnen te zetten. Wat u niet hoeft te doen, is uzelf urenlang kwellen over iets wat niet meer ongedaan kan worden gemaakt. Niet het beeldje zelf is bepalend voor uw gemoedsrust, maar uw oordeel over wat er is gebeurd en uw manier van handelen daarna.
Hier ligt een gevaarlijke misinterpretatie van het stoïcisme op de loer. U zou kunnen denken: Als ik maar zeg dat ik niets nodig heb, hoef ik ook niets meer te doen. Dat is beslist niet de bedoeling. Als gezondheid een geprefereerde zaak is, betekent dat niet dat u maar moet stoppen met gezond eten en bewegen. Als rechtvaardigheid belangrijk is, betekent het niet dat u politieke problemen maar moet accepteren. Als het milieu u ter harte gaat, betekent stoïcijnse acceptatie niet dat u niets hoeft te doen tegen klimaatverandering. Integendeel. De stoïcijn doet juist wat redelijkerwijs van hem gevraagd kan worden. Hij probeert de wereld te verbeteren, helpt anderen, zorgt voor zijn lichaam, onderhoudt zijn relaties en gebruikt zijn bezittingen verstandig. Alleen maakt hij zijn innerlijke welzijn niet afhankelijk van de vraag of zijn inspanningen het gewenste resultaat opleveren. Hij accepteert de uitkomst, maar niet noodzakelijkerwijs de situatie. Dat onderscheid is voor het moderne stoïcisme van groot belang.
Vier categorieën
We kunnen het stoïcijnse onderscheid als volgt samenvatten.
Er is daarbij nog een belangrijke nuance: “geprefereerd” betekent niet dat u er recht op hebt of dat u het móét krijgen. Het betekent alleen dat, wanneer alle andere omstandigheden gelijk zijn, een redelijk mens het ene boven het andere zal verkiezen. Gezondheid is bijvoorbeeld te verkiezen boven ziekte. Maar wanneer ziekte eenmaal uw deel is geworden, verandert dat niets aan de mogelijkheid om er nog steeds verstandig en deugdzaam mee om te gaan.
De titel van dit artikel kan daarom gemakkelijk verkeerd worden begrepen. Stoïcijnse onverschilligheid betekent niet: “Het kan me allemaal niets schelen.” Het betekent eerder: “Ik laat mijn vermogen om goed te leven niet afhankelijk worden van dingen die ik niet volledig kan beheersen.” Dat is een heel andere houding. Een stoïcijn kan heel veel van zijn partner houden. Hij kan dol zijn op zijn vrienden. Hij kan genieten van lekker eten, muziek en kunst. Hij kan trots zijn op zijn huis, houden van de natuur en zich inzetten voor een betere samenleving. Maar achter al die waardering zit een soort innerlijke reserve: Ik waardeer dit, maar ik bezit het niet absoluut.
Ik geniet ervan, maar ik heb het niet volledig in de hand. Ik zal er goed voor zorgen, maar ik weet dat ik het uiteindelijk kan verliezen.
En misschien is dat wel de diepste betekenis van stoïcijnse onverschilligheid. U hoeft niet minder van het leven te houden. U moet alleen leren het leven niet te bezitten. Streef dus naar wat u redelijkerwijs kunt bereiken. Doe uw best. Zorg voor de dingen die u dierbaar zijn. Geniet ervan wanneer u ze hebt. Gebruik ze op een goede manier. Maar wanneer het leven anders beslist dan u had gehoopt, probeer dan niet uw geluk achteraf aan die verloren zaken vast te ketenen. Niet alles wat u gelukkig maakt, is noodzakelijk voor uw geluk. En precies daarin ligt de vrijheid van de stoïcijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten