vrijdag 1 juni 2018

WIE NIET WIL STERVEN WIL OOK NIET LEVEN


De meeste mensen hebben grote moeite met hun eigen sterfelijkheid. Ze praten en denken niet graag over de dood. Het wordt ver weggestopt en zoveel mogelijk genegeerd. Sterven, maar ook levensbedreigende ziektes zijn eng. Het is zelfs vaak een taboe onderwerp waarom je het niet hebt. Stoïcijnen zijn juist veel met de dood bezig. Dat betekent niet dat ze zich er zorgen over maken. Ze hebben een misschien wel wat vreemde en afwijkende, maar toch vooral heel gezonde visie over het onvermijdelijke einde van ieder levend wezen. Wat de meeste mensen het ergste vinden dat je kan overkomen was voor Epictetus iets luchtigs. Hij nam de dood niet al te zwaar op:

“Eens moet ik sterven: moet het nu direct al? Dan sterf ik nu meteen. Moet het straks pas? Dan eet ik nog even een hapje. Het is nu immers etenstijd. Ik sterf dan wel na het eten.” (Epictetus, Colleges, boek I hoofdstuk 1).

Waarom neemt Epictetus de dood zo luchthartig op? Zo leuk is het toch niet om te moeten sterven? De stoïcijnen hadden zo hun redenen om zich niet al te druk te maken over hun sterfelijkheid:

·        In de eerste plaats is de dood iets natuurlijks. Voor de stoïcijnen is sterven de normaalste zaak van de wereld. Het is nu eenmaal de natuurlijke biologische gang van zaken. We zijn een sterfelijke diersoort. Als we een bacterie of een virus waren geweest hadden we vermoedelijk het eeuwige leven gehad, maar in dat geval waren we ons niet bewust geweest van onszelf en onze omgeving. Gelukkig zijn we geen virus, maar een bewust en rationeel wezen. Doodsangst komt voort uit onwetendheid, als we echt doordrongen zouden zijn van de menselijke conditie zou die angst van zelf verdwijnen. Een mens die eeuwig wil blijven leven heeft niet begrepen wat het betekent om een mens te zijn. Wie niet oud wil worden en wil sterven snapt niet dat een mensenleven een bepaalt patroon volgt, waar de dood een onlosmakelijk onderdeel van vormt. Wie niet wil sterven wil ook niet echt leven.

·        In de tweede plaats is het niet de dood zelf waar we zo bang voor zijn. Dat het vooruitzicht van onze eigen dood ons zo ontzettend angstig maakt komt vooral doordat we over ons eigen einde kunnen nadenken. We zijn misschien wel de enige soort op Aarde die zich bewust is van zijn eigen sterfelijkheid. Dit bewustzijn verandert natuurlijk niets aan die sterfelijkheid, maar maakt de dood wel een stuk akeliger. Het akelige aan onze doodsangst is niet de dood zelf, maar onze houding tegenover de dood. Het zijn dus uw eigen gedachten en gevoelens die de dood zo erg maken. Hier komt weer de stoïcijnse tweedeling over dingen waar we geen en dingen waar we wel invloed op hebben om de hoek kijken. Op uw sterfelijkheid heeft u geen invloed, maar op de manier waarop u er mee omgaat wel. Dat is het stoïcijnse handvat waaraan u de dood moet aanpakken.

Het zogenaamde afschuwelijke kwaad van de dood kan ons niet raken. Zolang wij bestaan is de dood er niet en zodra de dood komt, zijn wij er niet. Doodsangst wordt niet veroorzaakt door de dood zelf, maar door onze mening dat het om iets verschrikkelijks gaat. Iets wat hoe dan ook vermeden moet worden. Het gaat om een natuurlijke angst gericht op het zo goed mogelijk beschermen en in stand houden van uw lichaam. Het is heel rationeel en dus stoïcijns om dat te willen doen, maar het is niet rationeel om te verwachten dat u het eeuwige leven hebt en daar dan ook nog eens die niet aflatende angstgevoelens bij te hebben. Pas op het moment dat u zich er van doordrongen hebt dat de dood niets vreeswekkends heeft kunt u echt volledig vrij leven. De aanvaarding van uw eigen sterfelijkheid opent voor u de weg om echt met leven te beginnen. Zonder doodsangst kan niemand u echt bedreigen. U kunt dan vrijelijk uw eigen keuzes maken, zonder nog voor iets of iemand bang te hoeven zijn.

Maar, zult u misschien wel tegenwerpen, het is niet zozeer de dood zelf waar ik bang voor ben. Het is de pijn en het stervensproces waar ik bang voor ben. Ik kan ziek worden en er kan me een lange lijdensweg te wachten staan. Een leerling van Epictetus kwam met dezelfde bezwaren:

“Maar wat als ik ernstig ziek word? Dan zul je die ziekte goed verdragen. Maar wie zal er dan voor me zorgen? Je vrienden of anders de natuur zelf. Dan lig ik misschien wel ergens op de grond te creperen. Maar wel als een virtuoos mens. Ik heb niet eens een goed huis. Dan ben je ziek in een lekkend krot.” (Epictetus, Colleges boek 3, hoofdstuk 26)

Epictetus laat het daar niet bij. Hij gaat zelfs nog een stap verder:

“Waarom heb je het toch steeds zo omzichtig over ‘heen gaan’ en ‘overlijden’. Man, maak er niet zo’n drama van en noem de dingen bij hun naam. De dood is het moment waarop je lichaam verrot en in stukken uit elkaar valt. Wat is daar eng aan? Vergaat de wereld? Wat voor bijzonders gebeurt er? Niets dat in strijd is met de natuur.” (Epictetus, Colleges boek 4, hoofdstuk 7).

Behoorlijk hardvochtig niet waar? Toch past een dergelijke strenge reactie perfect binnen de stoïcijnse filosofie. Ziektes en dood horen nu eenmaal bij het leven. Je kunt niet verzekerd zijn van liefhebbende vrienden om je te verzorgen, van een comfortabel huis en een zacht bed op het moment dat je ziek wordt en je leven zijn einde bereikt. Dat zijn allemaal dingen die verkieselijk zijn, maar waar je geen zekerheid over kunt hebben. Het enige waar u zeker van kan zijn is de manier waarop u reageert. Dat is het enige waar u volkomen zeker en vrij in bent. Dat is dan ook waar u zich op moet richten. Oefen uw wilskracht, uw oordeelsvermogen en uw daadkracht en leidt een virtuoos leven.


zaterdag 26 mei 2018

Helpt stoïcisme bij somberheid en een depressie?


De stoïcijnse filosofie wil mensen helpen bij het zo veel mogelijk ontplooien van hun talenten en mogelijkheden. Maar wat als die talenten en mogelijkheden beperkt worden door ernstige lichamelijke of psychische problemen? Zoals een neiging tot somberheid of zelfs een depressie. Stoïcisme is natuurlijk geen wondermiddel, en het is maar zeer de vraag of het u van een serieuze depressie kan genezen. Maar toch ook op dat soort zwaardere obstakels heeft het weldegelijk een antwoord.

Het is natuurlijk niet zo dat alles zo maar weer in orde komt als u een paar stoïcijnse boeken leest en wat van de in dit boek beschreven oefeningen uitvoert. Zo werkt het nu eenmaal niet. Het stoïcisme werkt alleen voor mensen die er over blijven lezen en nadenken. Ook in de antieke tijd werd al beseft dat alleen aandachtige herhaling in staat was een langzame maar wel gestage verandering in gedrag en gemoedsbeweging te bewerkstelligen. Filosofie is dus geen Haarlemmerolie maar helpt wel.

Als u vatbaar bent voor gevoelens van somberheid of zelfs depressie is het van het grootste belang om uzelf en uw psychische conditie continu in de gaten te houden. Een kleine verandering in uw gemoedstoestand kan immers al leiden tot een nieuwe crisis. Als er iets is waar het stoïcisme de nadruk op legt dan is het op het constant alert zijn op uw eigen reacties en het permanent kritisch kijken naar de wijze waarop u op de wereld reageert. ‘Wat gebeurt er nu echt? Hoe interpreteer ik dat en vooral wat voel ik daarbij?’, zijn typische vragen die een stoïcijn zich telkens weer stelt. Door deze stoïcijnse gerichtheid op het heden (denk bijvoorbeeld aan de hic et nunc oefening) kunt een nieuwe aanval zien aankomen en misschien zelfs in de kiem smoren.

Depressieve mensen zijn zich vaak, net als een stoïcijn, sterk bewust van zichzelf. Daar stopt de overeenkomst echter al meteen. Het verschil tussen een lijder aan depressies en een stoïcijn ligt vooral in het negatieve zelfbeeld dat door een depressie wordt opgeroepen. Als u aan een depressie lijdt kunt u nooit voldoen aan de hoge eisen die u aan uzelf stelt. U piekert eindeloos over mislukkingen in het verleden, wat weer nieuwe mislukkingen in het heden tot gevolg heeft. Ook de wereld zal zich nooit aan uw eisen van perfectie kunnen aanpassen. U raakt in een vicieuze cirkel waarbij uw beeld van uzelf en de wereld om u heen steeds negatiever wordt.

Het stoïcijnse onderscheid tussen de dingen waar u controle over hebt, zoals uw meningen, beslissingen en gedrag, en de dingen waar u geen controle over hebt, zoals de wereld en andere mensen, kan helpen die vicieuze cirkel te doorbreken. Over uw bedoelingen hebt u macht, over de resultaten van uw inspanningen gaat de wereld en hebt u geen macht. Zodra u dat gaat beseffen heeft u al een belangrijke stap op weg naar een verbetering gezet.

Een ander aspect van het stoïcisme dat zou kunnen helpen is de gerichtheid op gemoedsrust. Het bereiken van gemoedsrust is één van de belangrijkste doelen van deze filosofie en dat is precies wat ook depressieve mensen wanhopig proberen te bereiken. Een stoïcijn probeert dit, zoals we hierboven zagen, te verwezenlijken door alert te zijn op negatieve emoties en die in de kiem te smoren en door iedere positieve emotie te koesteren. Een stoïcijn probeert alles wat er uit een prettig gevoel te halen valt er ook echt uit te persen. Klinkt behoorlijk hedonistisch niet waar? En dat voor een filosofie die bekend staat om zijn strengheid en somberheid.

Nog een aspect van het stoïcisme dat bij somberheid kan helpen is de techniek om tegenspoed bewust te gebruiken als een karakteroefening. Marcus Aurelius zei het zo:

“Het leven heeft meer weg van een partijtje worstellen dan van dansen. Je moet altijd bedacht zijn op een onverwachte aanval en stevig in je schoenen staan.” (Marcus Aurelius, Meditaties, boek VII, hoofdstuk 61)

Het stoïcisme beschouwt het leven als een trainingspartner bij het worstellen. Zo iemand wil je niet verslaan, maar probeert je wel sterker te maken. Hij haalt allerlei onverwachte trucjes met je uit om je te trainen en beter te maken. Kortom om je karakter te vormen. Door tegenslagen als een training te gaan zien, worden ze misschien wel minder moeilijk te dragen.

Soms gebeurt er iets onverwachts waar u van slag door raakt. Een dergelijke donderslag bij heldere hemel kan iemand die gevoelig is voor somberheid een flinke terugslag bezorgen. Voor dergelijke situaties helpt de stoïcijnse techniek die wel de ‘premeditatio malorum’, letterlijk ‘het slechte zien’ wordt genoemd. Het idee daar achter is dat u zich regelmatig voorstelt dat er iets helemaal fout gaat. Door deze negatieve visualisatie een aantal malen te doen gaat u zich als vanzelf realiseren dat het voorgestelde scenario misschien wel wat minder erg is dan het op het eerste gezicht lijkt. U doet deze oefening bovendien onder het voorbehoud dat u zich realiseert dat u beschikt over de benodigde innerlijke veerkracht om met de situatie om te gaan. Een ‘erge’ gebeurtenis wordt een stuk minder erg als u er op voorbereid bent.

U kunt deze oefening het best met kleine ergernissen beginnen. Bijvoorbeeld met een lange rij voor de kassa op een moment dat u eigenlijk ontzettend veel haast hebt. Maar de oefening kan u ook voorbereiden op akeligere gebeurtenissen zoals de dood van een geliefde of zelfs uw eigen dood. Dat klinkt een depressief persoon misschien wel wat erg morbide in de oren. Ik voel me al somber, waarom moet ik me dan opzettelijk het ‘allerergste’ voor de geest gaan halen? Simpelweg omdat het helpt. Door u regelmatig een vervelende situatie in te beelden vermindert uw angst voor die situatie en bereidt u zich mentaal voor op een crisis. U bent er minder bang voor en bovendien ook nog eens beter tegen opgewassen. Daarnaast heeft de ‘premeditatio malorum’ ook nog een vrolijkere kant. Ze versterkt uw waardering voor de keren dat het allemaal wel goed gaat. Voor de keren dat u wel succes hebt en niet angstig of somber wordt.

Soms staan we onszelf in de weg. We willen ons leven wel verbeteren en weten zelfs waar we naar toe willen en hoe we dat zouden kunnen doen, maar toch kunnen we ons daar op de één of andere manier niet toe zetten. Somberheid en zelfs depressies houden ons tegen om een beter en prettiger leven te leiden. Stoïcisme wil mensen een andere manier om tegen het leven aan te kijken bieden. Het wil uw perspectief op u zelf en de wereld veranderen. Zo’n perspectief wisseling maakt dat u zich beter staande kunt houden. Het stoïcisme biedt vaardigheden die u daarbij kunnen helpen. Vaardigheden die niet alleen van nut zijn voor sombere mensen, maar voor ons allemaal. Iedereen zal immers geconfronteerd worden met tegenslagen en moeilijkheden. Stoïcisme is misschien dan ook wel de moeite waard om eens te proberen.


donderdag 10 mei 2018

WAAROM IK EEN STOÏCIJN BEN GEWORDEN


Stoïcijnen dat zijn toch die norse, chagrijnige zuurpruimen uit de Oudheid die hun leven wijdden aan een sober en somber leven? Altijd in afwachting van een volgende ramp of tegenslag om die dan onbewogen als een standbeeld te kunnen ondergaan? Kille gevoelloze mensen, die na een leven van hard werken en sombere gedachten het einde van hun vreugde- en passieloze bestaan met enthousiasme verwelkomen?

Dat dacht ik tenminste altijd. Totdat mijn leraar antieke talen me de werken van Seneca, Marcus Aurelius en Epictetus liet lezen. Er ging een wereld voor me open. Ze bleken heel anders te zijn dan ik had gedacht. Alles wat ik meende te weten over die antieke Mr. Spocks was fout. Stoïcijnen waren alles behalve ‘stoïcijns’ in de moderne betekenis van het woord. Als ik ze nu zou moeten beschrijven dan zou ik ze juist vrolijk en optimistisch noemen. Voor ik het wist was ik aan het experimenteren met de stoïcijnse technieken voor een prettig leven.

Zo gebeurde het dat ik op weg naar huis weer eens geërgerd op een winderig en regenachtig perron stond te wachten op een hopeloos vertraagde trein plotseling aan het advies van Epictetus moest denken. ‘Maak het jezelf niet onnodig moeilijk en maak je alleen druk om de dingen waar je echt iets aan kunt doen’. Ik vroeg me af welk aspect van de situatie in mijn macht lag en welk aspect niet. Ik had al snel door dat hoe kwaad en geërgerd ik ook werd, ik de trein daar geen seconde eerder het station mee binnen zou krijgen. Ik kon mijn energie veel beter steken in dingen waar ik wel controle over had. Zoals het voorkomen dat de vertraagde trein mijn humeur zo zou verpesten dat ook mijn hele avond bedorven zou zijn.

Ik besefte opeens dat stoïcisme niet alleen maar gaat over het met een ‘stiff upper lip’ ondergaan van allerlei vreselijke rampen en ziektes, maar eigenlijk vooral over kleine ergernisjes en probleempjes. Kleine ongemakken die ongemerkt je humeur behoorlijk kunnen verzieken. En niet alleen je eigen humeur, maar ook dat van je omgeving. Niet alleen vrolijkheid werkt aanstekelijk. Ook boosheid kan behoorlijk besmettelijk zijn. Ik herinnerde me dat de stoïcijnen een heleboel eenvoudige technieken kenden waarmee je kunt voorkomen dat dit soort kleinigheden je dag verstieren.

Zo ging ik, bijvoorbeeld, de stoïcijnse techniek van de ‘negatieve visualisatie’ gebruiken. Een van de ‘heftigste’ technieken, die op het eerste gezicht behoorlijk akelig lijkt te zijn, maar die je wel leert om ook van kleine eenvoudige dingen te kunnen genieten. Het begint er mee dat je je allerlei persoonlijke rampen en tegenspoed voor de geest haalt. Als ik ’s ochtends naar mijn werk vertrok bedacht ik me dat dit wel eens de laatste keer zou kunnen zijn dat ik mijn vrouw had gekust. Of als ik in een trein stapte dacht ik dat die trein wel eens een frontale botsing met een tegenligger zou kunnen krijgen. Dit klinkt natuurlijk nogal morbide en zelfs vrij afschuwelijk. Maar het helpt je wel om de wereld en de mensen in je omgeving niet zo maar als vanzelfsprekend te beschouwen. Negatieve visualisatie kan je helpen om te genieten van ieder moment in je leven en van ieder moment dat je samen bent met je geliefden.

Dit betekent niet dat je als stoïcijn de hele dag bezig bent te bedenken wat er nu weer allemaal mis zou kunnen gaan. Dat soort gedachten zouden je inderdaad een miserabel leven geven. Wat de stoïcijnen aanraden is niet dat je blijft hangen in pessimistische vooruitzichten, maar dat je in gedachten houdt dat het niet uitgesloten is dat dingen fout gaan, ‘Shit happens’. Een paar keer per dag een korte gedachte is genoeg om je te laten realiseren hoe gelukkig je eigenlijk wel niet bent. En ja, het is misschien niet zo verstandig om dan meteen te beginnen met het je inbeelden van het verlies van je partner en kinderen. Maar je zou ook kunnen beginnen met de gedachte dat er helemaal geen trein zou komen en dat je een uur door de regen zou moeten lopen om weer thuis te komen. Met dat in het achterhoofd wordt zo’n vertraging van een paar minuten al wat minder irritant.

Op deze manier ‘reset’ de techniek van de negatieve visualisatie het referentiekader waaraan je je geluk afmeet. Dingen die je tot nu toe als vanzelfsprekend beschouwde kunnen nu een onverwachte bron van geluk worden. Je baan, je huis, je vrouw, je gezondheid, je bestaan, een zonnestraal door de wolken al die heel gewone dingen kunnen plotseling de basis gaan vormen voor een gevoel van innerlijk geluk. Je leert hoe kleine dingen je een beetje vrolijker kunnen maken en dat is een stuk prettiger dan je avond te laten verpesten door een vertraagde trein.

Daar op dat regenachtige station realiseerde ik me dat stoïcisme over veel meer gaat dan een ‘stiff upper lip’ als het je tegen zit. Het is een manier om in het leven te staan waarmee je je bestaan behoorlijk kunt opvrolijken. Het heeft ook iets te vertellen over de kleine dingen uit het dagelijks leven en kan de sleur van een doorsnee leven behoorlijk veraangenamen. Niks somber en streng, maar juist blij en lichtvoetig. Stoïcisme kent geen verlichting of het na jaren van meditatie opgaan in het nirwana, er wacht geen hemel na een leven van soberheid, bidden en hard werken. Niets van dat alles. Het geeft een set van adviezen en strategieën voor het dagelijks leven (negatieve visualisatie is maar één van de vele technieken). Adviezen die je leven in het hier en nu aangenamer kunnen maken en ook nog eens betekenis kunnen geven. De adviezen zijn eenvoudig en makkelijk te gebruiken (het zou me niets verbazen als u stiekem al een poging tot negatieve visualisatie heeft gedaan). Dat neemt niet weg dat het behoorlijk moeilijk kan zijn om de stoïcijnse filosofie ook echt een deel van je leven te laten worden. Om hun volledige werking te krijgen zouden de adviezen een soort reflex een automatisme moeten worden.

Mijn experimenten met stoïcisme waren zo succesvol dat ik besloot er mee door te gaan en in de voetsporen te treden van Zeno van Citium. De Griek die meer dan tweeduizend jaar geleden de stoïcijnse school heeft opgericht. Ik besloot een levend anachronisme te worden. Een eenentwintigsteeeuwse aanhanger van een al geruime tijd ten onrechte dood verklaarde levensfilosofie. Hier op deze plek wil ik u deelgenoot maken van mijn pogingen om mezelf een stoïcijnse levensstijl aan te meten en wil ik u een verslag geven van mijn worstelingen op het pad van de Stoa.

zaterdag 14 april 2018

STOÏCIJNSE ADVIEZEN BIJ TEGENSLAGEN EN HANDICAPS



Zoals u eerder al gelezen hebt wil het stoïcisme u vooral helpen om een virtuoos leven te leiden. Het wil u bijstaan bij een zo volledig mogelijke ontplooiing van uw leven. Maar wat als de mogelijkheden om u te ontplooien beperkt zijn, als het leven u met allerlei belemmeringen in de weg zit. Ik doel hier niet op kleine tegenslagen die relatief makkelijk overwonnen of gedragen kunnen worden, maar op grotere, serieuzere problemen. U heeft een ernstig ongeluk gehad en bent voortaan aan een rolstoel gebonden, u heeft een levensbedreigende aandoening onder de leden, u heeft een ernstige sociale fobie ontwikkeld of u bent door een faillissement en scheiding in de keiharde wereld van de daklozen terecht gekomen. Heeft het stoïcisme een antwoord voor mensen die lichamelijk of psychisch gehandicapt zijn? Voor mensen waarvoor alleen het in leven blijven zelf al een enorme uitdaging is geworden?

Het antwoord op die vraag is een volmondig ja. Het stoïcisme is een filosofie die bedoeld is voor alle omstandigheden, dus ook voor situaties waarin het lijkt alsof er geen ruimte meer bestaat voor wat voor ontplooiing en virtuositeit dan ook. Het is geen wondermiddel, dat soort middeltjes bestaan alleen in sprookjes en reclameboodschappen, maar het is wel een filosofie die bekend staat om zijn technieken om met tegenslagen om te gaan.

Om hun leerlingen te helpen zich te wapenen tegen allerlei tegenslagen als ziektes, verwondingen en armoede gebruikten de stoïcijnse professoren vaak het voorbeeld van rolmodellen. Het ging daarbij vaak om de klassieke superhelden als Heracles en Socrates, maar het konden ook bekende hedendaagse persoonlijkheden zijn die iets bijzonders hadden gepresteerd of die geleerd hadden op een virtuoze wijze met een specifieke tegenslag of handicap om te gaan. Er werd soms zelfs verwezen naar het vermoedelijke gedrag van de fantasiefiguur van de ideale stoïcijnse wijze. Deze techniek van het zoeken van een rolmodel wordt verderop in dit boek nog uitvoerig beschreven, maar het is goed om de techniek alvast in uw achterhoofd te hebben. Het idee is dat je je door het gedrag van anderen in moeilijke situaties kunt laten inspireren om zelf je eigen, soortgelijke, problemen het hoofd te kunnen bieden.

Uit de voorbeelden die onze stoïcijnse leraren gebruikten valt een soort patroon af te leiden. Een patroon van praktische adviezen waarmee je ondanks allerlei handicaps en tegenslagen vorm en richting aan je leven kunt geven. Het zijn geen opzienbarende dingen, eigenlijk niets anders dan praktische gezond verstand adviezen. De stoïcijnse adviezen om na een ernstige tegenslag je leven weer op te pakken vallen in een aantal punten uit één:

I. Probeer de controle terug te krijgen. Een stoïcijn past de slachtofferrol niet. Ga uzelf dus vooral niet als slachtoffer van het noodlot beschouwen. Ik besef dat dat bepaald geen eenvoudige opgave is als u totaal verlamd in een rolstoel zit en voor de kleinste dingetjes afhankelijk bent van anderen. Toch vormt die verlamming alleen een belemmering voor uw lichaam en niet voor uw geest. U heeft nog steeds een rationele geest die u in staat stelt de controle over uw leven terug te veroveren. U bent misschien dan wel een deel van de regie over uw leven kwijtgeraakt, maar hebt nog steeds het vermogen om op z’n minst iets van die regie te herwinnen.

II. Als u de controle eenmaal hebt herwonnen moet u er voor zorgen die controle ook vast te houden. Het is vaak aanlokkelijk en zeker makkelijker om de boel de boel te laten en de zorg over uw leven weer aan anderen over te laten. Om de controle te behouden moet u uw waarden, doelstellingen en besluiten goed op een rijtje hebben. Wat vindt u echt belangrijk in uw leven? Wat is rationeel om nu na te streven en wat moet u daar voor doen. Maak uw keuzes en handel daar ook naar. Kijk daarbij nog eens goed naar de levenswaarden uit les één.

III. Laat uw beperkingen voor wat ze zijn en negeer ze. Zie het als iets wat onbelangrijk en onbeduidend is. U heeft er toch geen controle over, het is dus onbelangrijk voor een virtuoos en gelukkig leven. Uw dwarslaesie gaat niet weg, hardlopen zult u niet meer kunnen dat is nu eenmaal zo, maar er zijn dingen die u wel kunt. Richt u op de mogelijkheden die u hebt. Zeg niet tegen uzelf ‘dat kan ik niet meer’, maar zeg tegen uzelf ‘dit zou ik kunnen doen’. Het is niet eenvoudig en vergt ontzettend veel inspanning en zelfkennis om u, ondanks alles, toch telkens weer te blijven richten op uw mogelijkheden.

IV. Wees daarbij echter wel rationeel en realistisch. Onderzoek goed wat uw mogelijkheden en onmogelijkheden zijn. Weet goed wat uw huidige lichamelijke, psychische en sociale mogelijkheden en beperkingen zijn. Houd er rekening mee dat die beperkingen in de loop der tijd ook kunnen veranderen. Neem uzelf dus niet in de maling en zorg er voor dat u goed weet wat voor u behapbaar is. Onderneem geen dingen die u niet meer aan kunt. Het is niet nodig om uzelf met onnodige teleurstellingen op te zadelen. Uw tegenslag is zonder zelf toegebracht leed al groot genoeg.

V. Maak lange termijn plannen. Bedenk waar u over tien, twintig, dertig jaar wil staan. Of als uw leven een kortere horizon heeft, wat u voor het einde van uw leven nog bereikt wil hebben. Wees ook hierbij weer realistisch en houd uw levenswaarden in de gate. Zorg dat uw plannen samenhangend en ambitieus zijn. Probeer al de onderdelen van uw plannen met elkaar in overeenstemming te brengen. Laat uw leven zo een samenhangend en harmonieus geheel worden. Een harmonieus levensplan geeft richting aan en rust in uw leven. Zorg ook dat uw plannen niet te star zijn. De wereld verandert en ook u verandert dus zorg dat uw plannen aangepast kunnen worden. Als u een plan hebt kies dan een aantal korte termijn doelen uit die binnen dat plan passen en ga daarmee aan de slag. Uw levensomstandigheden bepalen wat voor doelen u uzelf kunt stellen. Maak het uzelf niet te moeilijk en kies ook nu weer voor reële en haalbare doelstellingen binnen de grenzen van uw mogelijkheden. Neem beslissingen en handel daar ook naar. Beperk uw keuzes te veel mogelijkheden werken verlammend. Maak een keuze en houdt daar aan vast zolang dat rationeel lijkt te zijn.

VI. Wees er op bedacht dat er onoverkomelijke hindernissen bestaan. In tegenstelling tot wat de moderne maatschappij u wil doen geloven zijn er gewoon problemen die niet opgelost kunnen worden. Niet alles kan met inzet en hard werken worden bereikt. U moet weten wanneer u ergens mee moet stoppen. Geef het niet te snel op, maar zeker ook niet te laat. Het is natuurlijk niet altijd direct duidelijk welke obstakels onoverwinnelijk zijn en welke niet. U kunt en hoeft niet iedere hindernis te overwinnen. Kijk naar uw levenswaarden en gebruik ze om te bepalen welke obstakels u te lijf gaat en welke u laat voor wat ze zijn.

Laat u niet uit het veld slaan door tegenslagen en handicaps. Volhard en beheers u, zoals Epictetus zijn leerlingen aanraadde. Maar wees u er tegelijkertijd van bewust dat u niet altijd alles kunt bereiken wat u zichzelf ten doel stelt. Zorg dat de dingen die u wil ondernemen realistisch en rationeel zijn.

donderdag 5 april 2018

HET ENIGE DAT ECHT BELANGRIJK IS



De stoïcijnen zeggen dat we om gelukkig te worden moeten leren ons alleen druk te maken over de dingen die echt belangrijk zijn. Ze zeggen dat de wereld van het menselijk geluk valt in te delen in een intern en een extern deel. De meeste mensen houden zich vooral bezig met het externe deel, met de buitenwereld. De wereld van auto’s, huizen, werk, vrienden en familie. Ze denken gelukkig te kunnen worden door zo veel mogelijk personen en spullen uit de externe wereld om zich heen te verzamelen. De gemiddelde mens zal u zeggen dat u om gelukkig te worden aan het werk moet, u moet studeren, een baan zoeken, carrière maken, om salarisverhoging vragen en een mooie partner veroveren. Uiteindelijk zult u dan dat voorbeeld gezinnetje, dat droomhuis, die prachtige auto en die 3D-tv hebben die u gelukkig zullen maken.

De stoïcijnen geloven daar niks van. Ze zagen te veel voorbeelden van rijke, succesvolle mensen die in wezen diep ongelukkig waren. Zij zeggen dat u moet leren alleen die dingen te willen die makkelijk te verkrijgen zijn. Dingen die volledig vrij zijn die niemand u kan afpakken. U moet uw geluk niet in de externe wereld zoeken, maar juist in u zelf. Daar bevindt zich een wereld waar u altijd bij kunt en waar u de volledige controle over hebt. Een stoïcijn zoekt virtuositeit en geluk daarom in zijn interne wereld. Een wereld die vrij en makkelijk toegankelijk is.

‘Van al het bestaande hebben wij over sommige dingen controle en over andere niet. Controle hebben wij over onze meningen, onze wil, onze begeerte en afkeer. Al deze dingen zijn eigen aan ons wezen.
Over ons lichaam hebben wij geen controle. Ook niet over bezit of over reputatie en carrière. Kortom, alles wat niet eigen is aan ons wezen. Bedenk, dat de dingen waar we controle over hebben van nature vrij zijn. Zij kunnen niet gehinderd of belemmerd worden. Maar de dingen waar we geen controle over hebben, zijn krachteloos, onderworpen, vol belemmeringen en vreemd aan ons wezen.’ (Epictetus, Handboek 1).


Zo begint het Handboekje (het Encheiridion in het Grieks) van Epictetus. Hij zegt hier eigenlijk dat feiten als feiten niet te veranderen zijn, dat is nu eenmaal hun realiteit. Het weer, de politiek, andere mensen, de economie, onze carrière, zelfs ons eigen lichaam vallen buiten onze directe controle. Wat we wel volledig kunnen beheersen zijn onze meningen over die feiten en onze wijze van observeren. Deze korte paragraaf vormt de kern van de stoïcijnse filosofie en gaat dan ook helemaal terug tot de grondlegger van deze levensleer, Zeno. Het wordt echter nergens zo duidelijk en kort weergegeven als in deze eerste zinnen van het ‘Handboekje’.

De werkelijkheid wordt door de stoïcijnen dus in twee categorieën ingedeeld: dat deel waar we wel volledige controle over hebben en dat deel waar we geen of slechts een heel beperkte controle over hebben. Een simpele tweedeling die, mits echt doorleeft, uw leven volledig op zijn kop kan zetten. Alleen de dingen die u werkelijk zelf kunt beheersen zijn belangrijk en nodig om een virtuoos leven te leiden. Al het andere is daarvoor overbodig, misschien wel leuk en misschien ook wel rationeel om na te streven, maar voor een gelukkig leven uiteindelijk niet noodzakelijk.

Epictetus zegt hier dus eigenlijk dat alleen uw bedoelingen, overtuigingen en verlangens volledig vrij zijn. Niets kan u hierin belemmeren. Zo is het onmogelijk om in te stemmen met iets waar u niet volledig van overtuigd bent. Ik geef hier nog een paar voorbeelden om helemaal zeker te zijn dat u dit centrale thema van het stoïcisme goed onder de knie hebt. Probeer maar eens akkoord te gaan met de gedachte dat één plus één drie is. Dat lukt u nooit. Of de overtuiging dat één plus één niet gelijk aan twee is. Ook dat gaat u nooit lukken. Een beul kan u misschien zo pijnigen dat u uitschreeuwt: ‘ja één plus één is drie!’ Maar in uw hoofd weet u nog steeds zeker dat dat niet klopt. Hetzelfde geldt voor uw intenties om iets te gaan doen. U bent, bijvoorbeeld, van plan om op te staan. Niets kan u van die intentie af houden. Ho, wacht eens even zult u nu zeggen. Ik kan verlamd zijn of een schurk kan me aan mijn stoel hebben vastgebonden. Dat klopt, maar daarmee worden alleen uw benen in bedwang gehouden. Niet uw wil om op te staan. Niets en niemand kan uw wil om in beweging te komen tegenhouden, dat het u uiteindelijk niet lukt is een ander verhaal. Het externe resultaat van uw intentie is immers weer één van de dingen waar u geen controle over hebt.

Epictetus noemt een scala aan dingen waar we geen controle over hebben. Onze lichamen, zegt hij, zijn niet in onze macht: of we een sterk lichaam hebben, of we gezond of knap zijn, en evenmin of we blijven leven of niet. Het lichaam is dus niet van ons. Hij gaat verder met een reeks van externe goederen waar we geen controle over hebben: het bezitten van een landgoed, hippe kleding, een huis, slaven (tegenwoordig noemen we die werknemers) en paarden (misschien kunnen we die nu vervangen door 'auto's). Epictetus heeft het ook over andermans lichamen: het maakt niet uit hoe graag we het willen, het ligt niet in onze macht dat onze kinderen in leven blijven, noch onze echtgenoten, broers en zussen, of vrienden.

Op het eerste gezicht, lijkt dit een wel erg somber beeld te geven. Alles om ons heen, zelfs ons eigen lichaam, ligt geheel buiten onze macht. U zou zich kunnen afvragen of het wel zo extreem is. Klopt dit wel helemaal? De gedachte dat mijn gezondheid geheel buiten mijn controle ligt lijkt tenslotte niet helemaal correct. Het is aan mij om gezond te eten, en het is aan mij om allerlei soorten gevaren te vermijden. Als ik me ziek voel kan ik naar de dokter gaan. Ik kan tenslotte een breed scala aan maatregelen nemen om goed voor mijn lichaam en spullen te zorgen.

Epictetus zou het hier mee eens zijn. Hij zou zeggen dat iedereen een verantwoordelijkheid heeft om goed te zorgen voor zijn eigen lichaam, en dat geldt al helemaal voor leerling stoïcijnen die streven naar wijsheid. Maar hij zou ook zeggen dat de 'controle' die we hebben over de zorg voor ons lichaam gedeeltelijk en beperkt is, hoeveel zorg we er ook aan besteden. Als we ons ziek voelen, is het verstandig om naar de dokter te gaan, maar of we ziek worden of niet (al nemen we alle mogelijke voorzorgsmaatregelen om uit de buurt van besmettelijke mensen en besmet voedsel te blijven) ligt niet in onze macht. En aangekomen bij de dokter (ook al doen we er alles aan om een goede arts te vinden) ligt het wederom niet in onze macht of we een juiste diagnose krijgen, laat staan een effectieve behandeling. En we hebben er zeker geen controle over of we knap geboren worden. En of we het nu leuk vinden of niet, we hebben absoluut geen controle over de vraag of we een van de weinige zijn die het ongeluk hebben om een plotselinge en fatale hersenbloeding te krijgen, en al evenmin of we zullen omkomen door een asteroïde uit de ruimte die op aarde neerstort.

Wat voor stappen we ook ondernemen om te bereiken wat we willen, of om te vermijden wat we niet willen, we hebben geen enkele garantie dat het met succes wordt bekroond. Zeker het is verstandig en rationeel om ons best te doen. Maar of we ook echt krijgen wat we willen bereiken, ligt buiten onze controle. Epictetus, en de stoïcijnen in het algemeen, leggen de nadruk niet op het krijgen van wat ze willen. Als we al onze hoop zetten op het krijgen wat we willen, zullen we waarschijnlijk vaak teleurgesteld worden. Maar als we in plaats daarvan onze hoop vestigen op de dingen die vrij en echt belangrijk zijn: onze verlangens, oordelen en intenties en als we onszelf opleiden tot experts in deze vaardigheid, dan zullen we nooit teleurgesteld worden. Als we dat eenmaal onder de knie hebben kunnen we een onder alle omstandigheden een virtuoos en gelukkig leven leiden.

vrijdag 16 maart 2018

STOÏCIJNEN EN ETTERS


Waarom doet iemand vervelend tegen u? Omdat hij denkt dat er een goede reden is om dat te doen. Hij denkt dat hij gelijk heeft en u ongelijk of hij denkt dat u hem tegenwerkt of op de één of andere manier slecht voor hem bent. Het ligt in de menselijke aard, en dus ook in de aard van uw lastpak, om de dingen te doen die hem goed en voordelig lijken. Niemand doet vrijwillig iets waarvan hij denkt dat het slecht en nadelig voor hem is. Epictetus zei hier het volgende over:

“Als iemand je kwaad doet of kwaad over je spreekt, bedenk dan dat hij dat doet omdat hij denkt dat dat goed is. Het is ondenkbaar dat hij handelt op een manier die jij goed vindt: hij kan niet anders dan doen wat hijzelf goed vindt. Als hij daarover een onjuiste opvatting heeft, dan is hij degene die er nadeel van heeft, omdat hij een verkeerd oordeel heeft. Immers als iemand een verkeerd beeld van de werkelijkheid heeft dan is hij het die daar schade van ondervindt, het verandert de werkelijkheid niet. Als je daarvan uitgaat, zul je rustig blijven tegenover iemand die je uitscheldt. Als er zoiets gebeurd, moet je bij jezelf zeggen: ‘Hij vindt dat blijkbaar nodig.” (Epictetus, Handboek 42).

Wees dus niet verbaasd dat mensen doen wat mensen nu eenmaal doen. Ze doen wat zij denken dat in de gegeven situatie het beste is om te doen. De meesten menen nu eenmaal dat status, geld, hun groep en pleziertjes de belangrijkste dingen in het leven zijn. Wees dan ook niet verbaasd als ze daar dan ook naar handelen. U als leerling stoïcijn weet dat ze zich vergissen. Die mensen zijn daardoor echter niet slecht of kwaadaardig. Ze zien de wereld verkeerd en begrijpen niet wat echt belangrijk is. Het kan zijn dat ze daardoor verkeerde en soms zelfs afschuwelijke dingen doen, maar dat maakt het niet anders. Het zijn net kinderen die nog niet goed weten wat wel en niet mag. Behandel ze dan ook net als kinderen met mildheid en geduld.

De volgende keer als iemand u een kunstje flikt of ten onrechte ergens van beticht moet u proberen zich zijn positie in te denken. Kennelijk vond hij of zij het nodig en zinvol om u dwars te zitten of iets vervelends tegen u te zeggen. In hun ogen was hun gedrag passend en helemaal niet verkeerd. Wat voor reden zou hij gehad kunnen hebben om dat te doen? Is het begrijpelijk vanuit zijn positie? Welke vergissing maakt hij? Is er iets wat hij verkeerd ziet, of is er misschien iets wat u zelf niet goed door heeft? Zoals we zagen heeft het geen enkel nut om kwaad te worden op iemand die nu eenmaal niet beter weet. U kunt proberen hem tot inzicht te laten komen en op andere gedachten te brengen of, als dat niet lukt, hem van zijn verkeerde handelingen te weerhouden. Ga daarin trouwens niet te ver. Een stoïcijn is geen heilssoldaat die anderen tot inkeer moet brengen. Iedereen is tenslotte verantwoordelijk voor zijn eigen leven. Als u het idee hebt dat het geen zin heeft om iemand iets te leren dan moet u dat ook zeker niet proberen. Zo nodig, en zo mogelijk kunt u corrigerend optreden, maar vaak zal het om iets onbelangrijks gaan wat maar beter genegeerd kan worden. Door uw geduld en waardigheid te bewaren kunt u dan een voorbeeld vormen dat andere mensen al dan niet hoeven na te volgen. Wat in elk geval niet mag gebeuren is dat u uw gemoedsrust verliest door het domme gedrag van één of andere etter.

vrijdag 2 maart 2018

STOÏCIJNSE COMPROMISSEN


De leraar van Epictetus, de stoïcijnse filosoof Musonius Rufus, stond bekend om zijn praktische inslag. Hij gaf zijn leerlingen werkelijk overal advies over. Adviezen die destijds trouwens behoorlijk vaak als behoorlijk controversieel werden aangemerkt. Zo vond hij dat slaven de gelijken waren van hun meesters en dat vrouwen in niets onder deden voor mannen. Vrouwen moesten volgens Musonius dan ook het zelfde onderwijs als mannen krijgen. Maar hij gaf ook adviezen over banale dingen zoals het knippen van je haar, alleen weghalen wat in de weg zit, de inrichting van je huis, mooie maar vooral degelijke en efficiënte meubels, seks, alleen met wederzijdse instemming, en voeding, makkelijk verkrijgbaar en makkelijk te bereiden.

Musonius vond dus dat je je niet te druk moest maken om de voor je virtuositeit onbelangrijke maar verder wel wenselijke doelen. Volgens hem is het prima om je er mee bezig te houden, maar je moet er niet al te veel energie in steken. Daar wordt je maar onnodig moe van. Niet alles is zo belangrijk als het zich laat aanzien. Een flinke dosis relativeringsvermogen is voor een stoïcijn onmisbaar. Musonius bracht zijn leerlingen bij dat de wereld zelden zwart-wit is, maar meestal grijs. Dat geldt zelfs voor levensdoelen en principes. Ook stoïcijnse principes botsen soms en u zult merken dat het vaak nodig is om compromissen te sluiten. Stel bijvoorbeeld dat u zich, met Musonius in gedachten, hebt voorgenomen om alleen nog maar eenvoudig en makkelijk verkrijgbaar voedsel te zullen eten. Uw partner wil echter uw trouwdag vieren met een romantisch etentje in een exclusief restaurant. U kunt er donder op zeggen dat wat u daar voorgeschoteld krijgt niet eenvoudig en makkelijk verkrijgbaar zal zijn. Moet u nu stug vasthouden aan uw principes en het romantisch etentje botweg van de hand wijzen? Een stoïcijn zou u voor gek verklaren als u dat deed. Dit is bij uitstek een moment om een compromis te sluiten tussen uw voedingsprincipes en de deugd van het zijn van een liefhebbende partner.

De stoïcijnse ethiek is vooral redelijk. Een stoïcijn weet dat het niet altijd en overal mogelijk is om aan al uw principes vast te houden. Sterker nog het is vaak zelfs onredelijk en absoluut niet virtuoos om dat altijd te willen doen. Musonius hamerde er telkens weer op dat het er niet alleen om gaat wat u doet, maar ook en vooral om de karaktereigenschappen die u nodig hebt om in de dynamische en ingewikkelde maatschappij waarin u leeft het hoofd boven water te houden. Er bestaan geen eenvoudige regels die u vertellen wat u wel en niet moet doen. Het leven is simpelweg te moeilijk om er altijd zeker van te zijn dat u op de juiste manier handelt. Het is onvermijdelijk dat u fouten en vergissingen zult maken.

U wordt aan alle kanten voor moeilijke soms zelfs onmogelijke ethische keuzes gesteld. U moet u kleden en u moet eten, maar waar komen die kleren en dat voedsel vandaan? Worden er mensen uitgebuit voor de kleding die ik draag, hoe zit het met het milieu en draag ik onbewust bij aan dierenleed, wat doet mijn bank met het geld dat ik op mijn rekening heb staan? Het stoïcisme helpt u met het verwerven van de karaktereigenschappen die nodig zijn om dergelijke belangenconflicten te kunnen hanteren. Het eist geen volmaakt gedrag en geeft geen onfeilbare antwoorden, maar het leert u hoe u dit soort en andere dillema’s op een redelijke en efficiënte manier kunt aanpakken. Volgens Musonius komt u er niet onder uit. U zult zo goed als altijd compromissen moeten sluiten. Absolute antwoorden zijn voor dwazen alleen die denken dat er altijd een duidelijke keuze bestaat tussen goed en slecht, tussen heiligen en monsters. De wereld is niet zwart-wit en het is dom en zelfs gevaarlijk om te denken dat dat wel zo is.