Welkom op deze blog over moderne stoïcijnse filosofie als praktische levenskunst. Hier ontdekt u toegankelijke inzichten en mindfulness oefeningen, geïnspireerd op deze tweeduizend jaar oude wijsheid, maar vertaald naar hedendaagse uitdagingen. Ik bied een actuele en op nieuwe inzichten gebaseerde interpretatie van het stoïcisme, die u helpt meer richting, innerlijke rust en persoonlijke groei in uw leven te vinden. Leer hoe u zelf stoïcijnse principes kunt toepassen om een beter mens te worden.
donderdag 5 april 2018
HET ENIGE DAT ECHT BELANGRIJK IS
De stoïcijnen zeggen dat we om gelukkig te worden moeten leren ons alleen druk te maken over de dingen die echt belangrijk zijn. Ze zeggen dat de wereld van het menselijk geluk valt in te delen in een intern en een extern deel. De meeste mensen houden zich vooral bezig met het externe deel, met de buitenwereld. De wereld van auto’s, huizen, werk, vrienden en familie. Ze denken gelukkig te kunnen worden door zo veel mogelijk personen en spullen uit de externe wereld om zich heen te verzamelen. De gemiddelde mens zal u zeggen dat u om gelukkig te worden aan het werk moet, u moet studeren, een baan zoeken, carrière maken, om salarisverhoging vragen en een mooie partner veroveren. Uiteindelijk zult u dan dat voorbeeld gezinnetje, dat droomhuis, die prachtige auto en die 3D-tv hebben die u gelukkig zullen maken.
De stoïcijnen geloven daar niks van. Ze zagen te veel voorbeelden van rijke, succesvolle mensen die in wezen diep ongelukkig waren. Zij zeggen dat u moet leren alleen die dingen te willen die makkelijk te verkrijgen zijn. Dingen die volledig vrij zijn die niemand u kan afpakken. U moet uw geluk niet in de externe wereld zoeken, maar juist in u zelf. Daar bevindt zich een wereld waar u altijd bij kunt en waar u de volledige controle over hebt. Een stoïcijn zoekt virtuositeit en geluk daarom in zijn interne wereld. Een wereld die vrij en makkelijk toegankelijk is.
‘Van al het bestaande hebben wij over sommige dingen controle en over andere niet. Controle hebben wij over onze meningen, onze wil, onze begeerte en afkeer. Al deze dingen zijn eigen aan ons wezen.
Over ons lichaam hebben wij geen controle. Ook niet over bezit of over reputatie en carrière. Kortom, alles wat niet eigen is aan ons wezen. Bedenk, dat de dingen waar we controle over hebben van nature vrij zijn. Zij kunnen niet gehinderd of belemmerd worden. Maar de dingen waar we geen controle over hebben, zijn krachteloos, onderworpen, vol belemmeringen en vreemd aan ons wezen.’ (Epictetus, Handboek 1).
Zo begint het Handboekje (het Encheiridion in het Grieks) van Epictetus. Hij zegt hier eigenlijk dat feiten als feiten niet te veranderen zijn, dat is nu eenmaal hun realiteit. Het weer, de politiek, andere mensen, de economie, onze carrière, zelfs ons eigen lichaam vallen buiten onze directe controle. Wat we wel volledig kunnen beheersen zijn onze meningen over die feiten en onze wijze van observeren. Deze korte paragraaf vormt de kern van de stoïcijnse filosofie en gaat dan ook helemaal terug tot de grondlegger van deze levensleer, Zeno. Het wordt echter nergens zo duidelijk en kort weergegeven als in deze eerste zinnen van het ‘Handboekje’.
De werkelijkheid wordt door de stoïcijnen dus in twee categorieën ingedeeld: dat deel waar we wel volledige controle over hebben en dat deel waar we geen of slechts een heel beperkte controle over hebben. Een simpele tweedeling die, mits echt doorleeft, uw leven volledig op zijn kop kan zetten. Alleen de dingen die u werkelijk zelf kunt beheersen zijn belangrijk en nodig om een virtuoos leven te leiden. Al het andere is daarvoor overbodig, misschien wel leuk en misschien ook wel rationeel om na te streven, maar voor een gelukkig leven uiteindelijk niet noodzakelijk.
Epictetus zegt hier dus eigenlijk dat alleen uw bedoelingen, overtuigingen en verlangens volledig vrij zijn. Niets kan u hierin belemmeren. Zo is het onmogelijk om in te stemmen met iets waar u niet volledig van overtuigd bent. Ik geef hier nog een paar voorbeelden om helemaal zeker te zijn dat u dit centrale thema van het stoïcisme goed onder de knie hebt. Probeer maar eens akkoord te gaan met de gedachte dat één plus één drie is. Dat lukt u nooit. Of de overtuiging dat één plus één niet gelijk aan twee is. Ook dat gaat u nooit lukken. Een beul kan u misschien zo pijnigen dat u uitschreeuwt: ‘ja één plus één is drie!’ Maar in uw hoofd weet u nog steeds zeker dat dat niet klopt. Hetzelfde geldt voor uw intenties om iets te gaan doen. U bent, bijvoorbeeld, van plan om op te staan. Niets kan u van die intentie af houden. Ho, wacht eens even zult u nu zeggen. Ik kan verlamd zijn of een schurk kan me aan mijn stoel hebben vastgebonden. Dat klopt, maar daarmee worden alleen uw benen in bedwang gehouden. Niet uw wil om op te staan. Niets en niemand kan uw wil om in beweging te komen tegenhouden, dat het u uiteindelijk niet lukt is een ander verhaal. Het externe resultaat van uw intentie is immers weer één van de dingen waar u geen controle over hebt.
Epictetus noemt een scala aan dingen waar we geen controle over hebben. Onze lichamen, zegt hij, zijn niet in onze macht: of we een sterk lichaam hebben, of we gezond of knap zijn, en evenmin of we blijven leven of niet. Het lichaam is dus niet van ons. Hij gaat verder met een reeks van externe goederen waar we geen controle over hebben: het bezitten van een landgoed, hippe kleding, een huis, slaven (tegenwoordig noemen we die werknemers) en paarden (misschien kunnen we die nu vervangen door 'auto's). Epictetus heeft het ook over andermans lichamen: het maakt niet uit hoe graag we het willen, het ligt niet in onze macht dat onze kinderen in leven blijven, noch onze echtgenoten, broers en zussen, of vrienden.
Op het eerste gezicht, lijkt dit een wel erg somber beeld te geven. Alles om ons heen, zelfs ons eigen lichaam, ligt geheel buiten onze macht. U zou zich kunnen afvragen of het wel zo extreem is. Klopt dit wel helemaal? De gedachte dat mijn gezondheid geheel buiten mijn controle ligt lijkt tenslotte niet helemaal correct. Het is aan mij om gezond te eten, en het is aan mij om allerlei soorten gevaren te vermijden. Als ik me ziek voel kan ik naar de dokter gaan. Ik kan tenslotte een breed scala aan maatregelen nemen om goed voor mijn lichaam en spullen te zorgen.
Epictetus zou het hier mee eens zijn. Hij zou zeggen dat iedereen een verantwoordelijkheid heeft om goed te zorgen voor zijn eigen lichaam, en dat geldt al helemaal voor leerling stoïcijnen die streven naar wijsheid. Maar hij zou ook zeggen dat de 'controle' die we hebben over de zorg voor ons lichaam gedeeltelijk en beperkt is, hoeveel zorg we er ook aan besteden. Als we ons ziek voelen, is het verstandig om naar de dokter te gaan, maar of we ziek worden of niet (al nemen we alle mogelijke voorzorgsmaatregelen om uit de buurt van besmettelijke mensen en besmet voedsel te blijven) ligt niet in onze macht. En aangekomen bij de dokter (ook al doen we er alles aan om een goede arts te vinden) ligt het wederom niet in onze macht of we een juiste diagnose krijgen, laat staan een effectieve behandeling. En we hebben er zeker geen controle over of we knap geboren worden. En of we het nu leuk vinden of niet, we hebben absoluut geen controle over de vraag of we een van de weinige zijn die het ongeluk hebben om een plotselinge en fatale hersenbloeding te krijgen, en al evenmin of we zullen omkomen door een asteroïde uit de ruimte die op aarde neerstort.
Wat voor stappen we ook ondernemen om te bereiken wat we willen, of om te vermijden wat we niet willen, we hebben geen enkele garantie dat het met succes wordt bekroond. Zeker het is verstandig en rationeel om ons best te doen. Maar of we ook echt krijgen wat we willen bereiken, ligt buiten onze controle. Epictetus, en de stoïcijnen in het algemeen, leggen de nadruk niet op het krijgen van wat ze willen. Als we al onze hoop zetten op het krijgen wat we willen, zullen we waarschijnlijk vaak teleurgesteld worden. Maar als we in plaats daarvan onze hoop vestigen op de dingen die vrij en echt belangrijk zijn: onze verlangens, oordelen en intenties en als we onszelf opleiden tot experts in deze vaardigheid, dan zullen we nooit teleurgesteld worden. Als we dat eenmaal onder de knie hebben kunnen we een onder alle omstandigheden een virtuoos en gelukkig leven leiden.
vrijdag 16 maart 2018
STOÏCIJNEN EN ETTERS
Waarom doet iemand vervelend tegen u? Omdat hij denkt dat er
een goede reden is om dat te doen. Hij denkt dat hij gelijk heeft en u ongelijk
of hij denkt dat u hem tegenwerkt of op de één of andere manier slecht voor hem
bent. Het ligt in de menselijke aard, en dus ook in de aard van uw lastpak, om
de dingen te doen die hem goed en voordelig lijken. Niemand doet vrijwillig
iets waarvan hij denkt dat het slecht en nadelig voor hem is. Epictetus zei
hier het volgende over:
“Als iemand je kwaad doet of kwaad
over je spreekt, bedenk dan dat hij dat doet omdat hij denkt dat dat goed is.
Het is ondenkbaar dat hij handelt op een manier die jij goed vindt: hij kan
niet anders dan doen wat hijzelf goed vindt. Als hij daarover een onjuiste
opvatting heeft, dan is hij degene die er nadeel van heeft, omdat hij een
verkeerd oordeel heeft. Immers als iemand een verkeerd beeld van de werkelijkheid
heeft dan is hij het die daar schade van ondervindt, het verandert de
werkelijkheid niet. Als je daarvan uitgaat, zul je rustig blijven tegenover
iemand die je uitscheldt. Als er zoiets gebeurd, moet je bij jezelf zeggen:
‘Hij vindt dat blijkbaar nodig.” (Epictetus, Handboek 42).
Wees dus niet verbaasd dat mensen doen wat mensen nu eenmaal
doen. Ze doen wat zij denken dat in de gegeven situatie het beste is om te
doen. De meesten menen nu eenmaal dat status, geld, hun groep en pleziertjes de
belangrijkste dingen in het leven zijn. Wees dan ook niet verbaasd als ze daar
dan ook naar handelen. U als leerling stoïcijn weet dat ze zich vergissen. Die
mensen zijn daardoor echter niet slecht of kwaadaardig. Ze zien de wereld
verkeerd en begrijpen niet wat echt belangrijk is. Het kan zijn dat ze daardoor
verkeerde en soms zelfs afschuwelijke dingen doen, maar dat maakt het niet
anders. Het zijn net kinderen die nog niet goed weten wat wel en niet mag.
Behandel ze dan ook net als kinderen met mildheid en geduld.
De volgende keer als iemand u een kunstje flikt of ten
onrechte ergens van beticht moet u proberen zich zijn positie in te denken. Kennelijk
vond hij of zij het nodig en zinvol om u dwars te zitten of iets vervelends
tegen u te zeggen. In hun ogen was hun gedrag passend en helemaal niet
verkeerd. Wat voor reden zou hij gehad kunnen hebben om dat te doen? Is het
begrijpelijk vanuit zijn positie? Welke vergissing maakt hij? Is er iets wat
hij verkeerd ziet, of is er misschien iets wat u zelf niet goed door heeft? Zoals
we zagen heeft het geen enkel nut om kwaad te worden op iemand die nu eenmaal
niet beter weet. U kunt proberen hem tot inzicht te laten komen en op andere
gedachten te brengen of, als dat niet lukt, hem van zijn verkeerde handelingen
te weerhouden. Ga daarin trouwens niet te ver. Een stoïcijn is geen
heilssoldaat die anderen tot inkeer moet brengen. Iedereen is tenslotte
verantwoordelijk voor zijn eigen leven. Als u het idee hebt dat het geen zin
heeft om iemand iets te leren dan moet u dat ook zeker niet proberen. Zo nodig,
en zo mogelijk kunt u corrigerend optreden, maar vaak zal het om iets
onbelangrijks gaan wat maar beter genegeerd kan worden. Door uw geduld en
waardigheid te bewaren kunt u dan een voorbeeld vormen dat andere mensen al dan
niet hoeven na te volgen. Wat in elk geval niet mag gebeuren is dat u uw
gemoedsrust verliest door het domme gedrag van één of andere etter.
vrijdag 2 maart 2018
STOÏCIJNSE COMPROMISSEN
De leraar van Epictetus, de stoïcijnse filosoof Musonius
Rufus, stond bekend om zijn praktische inslag. Hij gaf zijn leerlingen
werkelijk overal advies over. Adviezen die destijds trouwens behoorlijk vaak als
behoorlijk controversieel werden aangemerkt. Zo vond hij dat slaven de gelijken
waren van hun meesters en dat vrouwen in niets onder deden voor mannen. Vrouwen
moesten volgens Musonius dan ook het zelfde onderwijs als mannen krijgen. Maar
hij gaf ook adviezen over banale dingen zoals het knippen van je haar, alleen
weghalen wat in de weg zit, de inrichting van je huis, mooie maar vooral
degelijke en efficiënte meubels, seks, alleen met wederzijdse instemming, en
voeding, makkelijk verkrijgbaar en makkelijk te bereiden.
Musonius vond dus dat je je niet te druk moest maken om de
voor je virtuositeit onbelangrijke maar verder wel wenselijke doelen. Volgens
hem is het prima om je er mee bezig te houden, maar je moet er niet al te veel
energie in steken. Daar wordt je maar onnodig moe van. Niet alles is zo belangrijk
als het zich laat aanzien. Een flinke dosis relativeringsvermogen is voor een
stoïcijn onmisbaar. Musonius bracht zijn leerlingen bij dat de wereld zelden
zwart-wit is, maar meestal grijs. Dat geldt zelfs voor levensdoelen en
principes. Ook stoïcijnse principes botsen soms en u zult merken dat het vaak
nodig is om compromissen te sluiten. Stel bijvoorbeeld dat u zich, met Musonius
in gedachten, hebt voorgenomen om alleen nog maar eenvoudig en makkelijk
verkrijgbaar voedsel te zullen eten. Uw partner wil echter uw trouwdag vieren
met een romantisch etentje in een exclusief restaurant. U kunt er donder op
zeggen dat wat u daar voorgeschoteld krijgt niet eenvoudig en makkelijk
verkrijgbaar zal zijn. Moet u nu stug vasthouden aan uw principes en het
romantisch etentje botweg van de hand wijzen? Een stoïcijn zou u voor gek
verklaren als u dat deed. Dit is bij uitstek een moment om een compromis te
sluiten tussen uw voedingsprincipes en de deugd van het zijn van een
liefhebbende partner.
De stoïcijnse ethiek is vooral redelijk. Een stoïcijn weet
dat het niet altijd en overal mogelijk is om aan al uw principes vast te
houden. Sterker nog het is vaak zelfs onredelijk en absoluut niet virtuoos om
dat altijd te willen doen. Musonius hamerde er telkens weer op dat het er niet
alleen om gaat wat u doet, maar ook en vooral om de karaktereigenschappen die u
nodig hebt om in de dynamische en ingewikkelde maatschappij waarin u leeft het
hoofd boven water te houden. Er bestaan geen eenvoudige regels die u vertellen
wat u wel en niet moet doen. Het leven is simpelweg te moeilijk om er altijd
zeker van te zijn dat u op de juiste manier handelt. Het is onvermijdelijk dat
u fouten en vergissingen zult maken.
U wordt aan alle kanten voor moeilijke soms zelfs
onmogelijke ethische keuzes gesteld. U moet u kleden en u moet eten, maar waar
komen die kleren en dat voedsel vandaan? Worden er mensen uitgebuit voor de
kleding die ik draag, hoe zit het met het milieu en draag ik onbewust bij aan
dierenleed, wat doet mijn bank met het geld dat ik op mijn rekening heb staan? Het
stoïcisme helpt u met het verwerven van de karaktereigenschappen die nodig zijn
om dergelijke belangenconflicten te kunnen hanteren. Het eist geen volmaakt
gedrag en geeft geen onfeilbare antwoorden, maar het leert u hoe u dit soort en
andere dillema’s op een redelijke en efficiënte manier kunt aanpakken. Volgens
Musonius komt u er niet onder uit. U zult zo goed als altijd compromissen moeten
sluiten. Absolute antwoorden zijn voor dwazen alleen die denken dat er altijd
een duidelijke keuze bestaat tussen goed en slecht, tussen heiligen en
monsters. De wereld is niet zwart-wit en het is dom en zelfs gevaarlijk om te
denken dat dat wel zo is.
dinsdag 20 februari 2018
STOÏCIJNSE ETHIEK EN DE NATURALISTISCHE DROGREDEN
De stoïcijnen zijn niet zo van de geboden en verboden. U zult
bij hen niet snel zo iets als de ‘Tien geboden’ tegen komen. Inzet en goede
bedoelingen zijn voor hen een stuk belangrijker dan allerlei wetten en
regeltjes. Toch is er één gebod waar geen enkele stoïcijn omheen kan: ‘Gij zult
rationeel en sociaal zijn’.
Volgens de stoïcijnen zijn mensen bij uitstek sociale
en redelijke wezens. Voor hen zijn het verstand en de sociale drang wezenlijk
voor de menselijke soort. Zijn rationele vermogens maken van de mens een
bewuste toeschouwer en onderzoeker van de natuurverschijnselen. De stoïcijnen
geloven dan ook dat dat één van de belangrijkste taken is die de natuur aan ons
mensen oplegt. We moeten kennis en inzicht verwerven over het hoe en waarom van
het universum. Het gaat bovendien om meer dan alleen een theoretisch inzicht. We
moeten onze rationaliteit dan ook niet alleen gebruiken voor contemplatie van
de universele natuur, maar ook voor het realiseren van een zo prettig mogelijke
samenleving. De verworven inzichten zien dus ook op de vraag wat er gedaan moet
worden en hoe dat dan het best aangepakt kan worden. Door uw persoonlijke
talenten en mogelijkheden zoveel mogelijk te realiseren groeit uw virtuositeit.
U wordt een beter, wijzer mens. U moet kortom dat wat de stoïcijnen ‘wijsheid’
noemen proberen te vinden. Het gaat hier om de morele en praktische wijsheid
die de grondslag vormt voor alle andere vormen van een virtuoos leven. Die
praktische wijsheid kan u vertellen wat goed is en daarom de moeite van het
nastreven waard, en wat slecht is en dus vermeden moet worden.
Hier stuiten we echter op het filosofische probleem van de
naturalistische drogreden van de Schotse filosoof Hume. Volgens hem wordt er
ten onrechte beweerd dat iets goed is omdat het natuurlijk is. De oorsprong van
de moraal wordt gezocht in de natuur. Mensen zijn van nature redelijk en
sociaal dus horen mensen zich redelijk en sociaal te gedragen. Maar niet alles
wat natuurlijk is is ook echt goed. Ziektes, aardbevingen en
vulkaanuitbarstingen zijn heel natuurlijk, maar om die dingen nu als goed te
kenschetsen. Uit de constatering dat iets is kan dus niet worden afgeleid dat
het ook zo hoort. Uit een zijn kan niet zomaar een behoren worden afgeleid en
dat is nu precies wat de stoïcijnen hier wel doen.
Wordt hiermee de hele stoïcijnse ethiek onderuit gehaald of
is er misschien nog een uitweg? Tegenwoordig worden in discussies over de
oorsprong van de moraal vier standpunten onderscheiden:
·
Je kunt net als Hume scepticus zijn en vinden
dat uit een zijn nooit een behoren kan worden afgeleid. Wie beweert dat moord
verkeerd is maakt volgens de sceptici een denkfout.
·
Je kunt empirist zijn en vinden dat je door uitgebreid
te onderzoeken wat mensen goed en slecht vinden uiteindelijk kunt bepalen wat
de moraal echt inhoudt.
·
Je kunt rationalist zijn en vinden dat je met
logisch redeneren tot de best mogelijke morele regels kunt komen.
·
En tenslotte kun je intuïtionalist zijn en
vinden dat mensen een soort ingebouwde moraal hebben en daardoor voelen wat
goed of slecht is.
De sceptici waren in de Oudheid een geduchte concurrent van
de stoïcijnen. De stoïcijnen waren dan ook absoluut geen sceptici. Je kunt ze
echter ook niet zomaar bij één van de drie andere groepen in delen. Misschien
denkt u dat rationalisme voor de hand ligt, maar zo simpel is het niet. Hun theorie
over de oorsprong van de moraal gebruikte iets uit alle drie de overgebleven categorieën.
Volgens hen worden mensen in hun jeugd geleid door instinctieve op overleven en
het eigen welzijn gerichte intuïties. In deze fase bekommeren we ons alleen om
ons zelf en onze directe verwanten. Als we wat ouder worden beginnen we te
leren dat het voortbestaan van dit kerngezinnetje afhankelijk is van een
heleboel andere mensen. We ontdekken dat er zonder boeren, molenaars en bakkers
geen brood op de plank komt. De mens komt nu in een overwegend empiristische
fase van zijn ethisch besef terecht. Nog later als hij echt de jaren des
onderscheids heeft bereikt, en sommige mensen bereiken die fase nooit, begint
hij met zijn rationele vermogens te beseffen dat het in je persoonlijke belang
is om het algemeen belang constant in het oog te houden. De mens heeft in deze
fase geleerd dat hij niet kan bestaan zonder de hulp van anderen, dat alles wat
je doet ten behoeve van het algemeen belang uiteindelijk ook aan jezelf ten
goede komt.
Dit idee van een soort ethisch groeimodel wordt door de
stoïcijnen wel de ‘oikeiosis’, letterlijk het gezin, genoemd. Een systeem
waarbij het ethisch besef groeit en de kring van ‘gezinsleden’ langzaam maar
zeker wordt uitgebreid tot het uiteindelijk de gehele mensheid omvat. Deze intuïtieve,
empirische en rationele redenering zal een verstokte scepticus waarschijnlijk
niet weten te overtuigen. Toch denk ik dat het een prima rechtvaardiging vormt
van de stoïcijnse overtuiging dat het de menselijke natuur is die de grondslag
vormt voor zijn moraal.
zaterdag 10 februari 2018
HET SERENITEITSGEBED
‘God geve me de kalmte
om te aanvaarden waaraan ik niets kan veranderen, de moed om de dingen te
veranderen die ik kan veranderen, en de wijsheid om het verschil tussen beiden
te kunnen zien.’
Het beroemde sereniteitsgebed van de Amerikaan Reinhold
Niebuhr. Obama noemde hem zijn favoriete filosoof, maar ook onder conservatieve
politici is deze filosoof en protestants theoloog immens populair. Dit al uit
1934 stammende gebed is vooral bekend van de Anonieme Alcoholisten (AA), die het
gebruiken in hun afkick programma’s. Het gebed lijkt een christelijke
achtergrond te hebben maar is behoorlijk ouder. In de elfde eeuw schreef de
Joodse Schriftgeleerde Solomon ibn Gabirol: ‘Zij zeiden dat aan de oorsprong
van al het inzicht het besef ligt van wat is en van wat niet kan zijn, en de
troost te weten wat niet in ons vermogen ligt om te veranderen’. Nog langer
geleden in de achtste eeuw schreef de boeddhist Shantideva: ‘Als er een remedie
bestaat voor het moment waarop het noodlot toeslaat. Waarom zou je je dan nog druk
maken? En als er toch niets aan te doen is waarom zou je dan zo somber zijn?’
Er bestaat echter nog een veel oudere stoïcijnse versie. Een
versie waar geen god in voorkomt en het alleen om de mens zelf gaat. In de
eerste zinnen van het ‘Handboekje’ van Epictetus staat dit:
‘Van
al het bestaande hebben wij over sommige dingen controle en over andere niet.
Controle hebben wij over onze meningen, onze wil, onze begeerte en afkeer. Al
deze dingen kunnen wij zelf bewerkstelligen.
Over ons lichaam
hebben wij geen controle. Ook niet over bezit of over reputatie en carrière.
Kortom, alles wat niet ons eigen werk is. Bedenk, dat de dingen waar we
controle over hebben van nature vrij zijn. Zij kunnen niet gehinderd of
belemmerd worden. Maar de dingen waar we geen controle over hebben, zijn
krachteloos, onderworpen, vol belemmeringen en vreemd aan ons wezen.’
Deze korte paragraaf vormt de kern van de stoïcijnse
filosofie en gaat dan ook terug tot de grondlegger van deze levensleer Zeno.
Hij wordt echter nergens zo duidelijk en kort weergegeven als in het eerste
hoofdstuk van het ‘Handboekje’. Het stoïcisme is veel ouder dan de hedendaagse
religies van het christendom, het jodendom en de islam, de stoïcijnse leer ligt
dan ook aan de basis van een aantal van hun leerstellingen. Maar ook in het
boeddhisme en taoïsme komen met het bovenstaande citaat vergelijkbare ideeën
voor. Als verschillende tradities door de eeuwen heen allemaal tot dezelfde
conclusie komen zou je haast gaan denken dat er toch iets van waarheid in de
stoïcijnse filosofie zit.
Wat een onzin, zult u misschien denken. Het mag dan wel zo zijn
dat dat controleverhaaltje in heel wat oude tradities voorkomt, maar dat maakt
het nog niet waar. Wat is er gebeurd met dat beroemde rationalisme van jullie?
Waar halen die stoïcijnen het idee vandaan dat ik mijn leven niet in eigen hand
kan nemen? Dat ik geen invloed heb op het weer, daar kan ik nog inkomen, maar
over mijn eigen lichaam en mijn carrière heb ik wel degelijk controle. Iedereen
weet toch dat je met hard werken je doelen kunt bereiken. Als ik maar lang en
hard genoeg train kan ik de marathon van Rotterdam winnen of op z’n minst een
goede classificatie maken. Als ik hard studeer slaag ik voor mijn examen en als
ik me volledig inzet voor mijn bedrijf kan ik carrière maken. Op dit soort
dingen kan ik toch zeker invloed uitoefenen.
Epictetus was niet gek en wist dit natuurlijk ook wel. Hij
ontkende niet dat je dingen kon ondernemen om uw doelen te bereiken, maar dat
is volgens hem iets anders. Als u denkt dat u uw lot in eigen hand hebt, dan
hebt u misschien niet helemaal ongelijk, maar toch wel voor het grootste deel.
Iemand anders kan harder getraind hebben of een betere aanleg hebben, u kunt
een slechte dag hebben of over een bananenschil struikelen. Voor uw carrière
geldt hetzelfde. U kunt nog zo goed uw best doen, als uw baas u niet mag, als
de markt uw product niet meer zit zitten, of als er op een examen net die ene
verkeerde vraag wordt gesteld kan alles mis lopen.
De stoïcijnen maken een onderscheid tussen de dingen waar u een
directe en volledige controle over kunt uitoefenen en de dingen waar u niet
meer dan een indirecte en gedeeltelijke controle over hebt. U kunt nog zo uw
best doen, u bent er nooit echt zeker van dat u ook zult slagen in uw
bedoelingen. Over het resultaat van alles wat u doet heeft u dan ook slechts
een indirecte en gedeeltelijke controle. Wat u wel direct en volledig kunt
beïnvloeden is uw intentie. U kunt uzelf voornemen uw uiterste best te doen om
een wedstrijd te winnen, een examen te halen of een bepaalde baan te krijgen.
De uitkomst blijft echter altijd onzeker, omdat die nu eenmaal mede afhankelijk
is van externe omstandigheden waarover u geen invloed hebt. Waar u dus wel
invloed op hebt is uw interne motivatie om u ergens voor in te zetten. En dat
is nu precies waar het sereniteitsgebed over gaat.
zondag 21 januari 2018
WAT DE FILOSOFIE VERMAG
Naar alle waarschijnlijkheid zijn termen als ‘dynamisch,
actief, levenslustig en vrolijk’ niet het eerste wat in u op komt als u aan het
woord ‘filosofie’ denkt. ‘Boekenwijsheid, ivorentoren, wereldvreemd en
verstrooid’ liggen veel meer voor de hand. Als u in een woordenboek bij
filosofisch kijkt komt u echter termen als ‘kalm, gematigd en rustig’ tegen. Soortgelijke
termen vindt u bij ‘stoïcijns’. De Van Dale heeft het over ‘rustig en
onverstoorbaar’. Van iemand die zich niet druk maakt en ook onder moeilijke
omstandigheden kalm blijft wordt vaak gezegd dat hij iets ‘filosofisch of
stoïcijns opneemt’. Gek genoeg worden ‘filosofisch’ en ‘stoïcijns’ in het dagelijks
spraakgebruik bijna als elkaars synoniemen aangemerkt. Het is dan ook geen
toeval dat de betekenis van woorden als ‘filosofisch’ en ‘stoïcijns’ meer met
een bepaalde levenshouding te maken lijken te hebben dan met de dorre
academische boekenwijsheid waar ‘filosofie’ meestal mee wordt geassocieerd.
Het gebruik van deze woorden stamt uit de Oudheid, een
periode dat filosofie veel minder over boeken en geleerdheid ging en veel meer
over leven en handelen. Filosofie was in die tijd een levenshouding, een manier
om in het leven te staan, een houvast voor alles wat een mens maar kan
overkomen. Theorie was wel belangrijk, maar de nadruk lag toch op de levenspraktijk.
Filosofie had in die tijd wel wat weg van een religie, maar dan veel
doordachter en rationeler, zonder goden, allerlei mythes en rituelen. Eeuwen
voor het ontstaan van de huidige wereldgodsdiensten bood de filosofie al een
hele reeks aan theoretisch, psychologisch, maar vooral ook praktisch goed
doorwrochte stelsels die richting konden geven aan een mensenleven. Rationeel
en logisch goed in elkaar stekende systemen zonder wonderverhalen, beloftes van
een hiernamaals en vervolgingen van ongelovigen. Stelsels die zelfs open
stonden voor kritiek en vatbaar waren voor aanpassingen als de feiten daar om
vroegen.
Het stoïcisme is één van die stelsels. De laatste jaren
staat vooral deze filosofische stroming weer in de belangstelling. Niet in het
minst omdat het een levensfilosofie is die niet alleen bekend staat om zijn
rationaliteit en logica, maar ook om zijn psychische oefeningen die mensen
kunnen leren om gelukkiger te worden en sterker in het leven te staan. De
hernieuwde aandacht voor de stoa komt dan ook niet alleen uit de filosofie,
maar vooral uit de hoek van de psychologie. De stoïcijnse levenstechnieken en
oefeningen blijken uitermate effectief te zijn in de preventieve en
therapeutische psychologie. De Logotherapie en Existentiële Analyse van Viktor Frankl vinden hier hun filosofische oorsprong. En ook de moderne Rationeel-emotieve therapie (RET) en de
Cognitieve gedragstherapie (CGT) zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op de
eeuwenlang vergeten stoïcijnse oefeningen. Albert Ellis die, naast Aaron Beck,
wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne psychologie had zelfs een
borstbeeld van de stoïcijnse filosoof Epictetus in zijn instituut staan.
Dat is allemaal mooi en aardig, maar waarom zou u stoïcijn
willen worden? Stoïcisme is een moeilijke en veeleisende levensfilosofie en
heeft eerlijk gezegd een vrij slechte naam. Veel mensen, en daaronder zitten
zelfs beroepsfilosofen, denken dat het vooral een filosofie voor moeilijke
tijden is. Een filosofie die ‘diehards’ moet helpen het hoofd boven water te
houden in tijden van crisis. De eigenschappen die in het normale spraakgebruik
aan een stoïcijn worden toegedicht zijn dan ook helemaal niet zo aantrekkelijk.
Volgens hetzelfde woordenboek als daarnet is een stoïcijn iemand die leed en
pijn onverstoord en zonder klagen draagt. Dat lijkt een nogal harde en sombere
levenshouding. Helemaal niet leuk en gezellig en zeker niet geschikt voor het
dagelijks leven in een welvarend land. Is er naast al dat leed nog ruimte voor
plezier? Als u het woordenboek mag geloven niet. Dus ja, waarom zou u de moeite
nemen om stoïcijn te worden?
Ik zou het stoïcisme toch niet meteen opzij leggen, als
misschien leuk voor een commando op weg naar het slachtveld, maar niets voor
het dagelijks leven van de gemiddelde mens. Het stoïcisme heeft zeker ook een
antwoord op extreme situaties, maar gaat toch vooral over het gewone leven. Het
is wel stevige kost die u op alles wil voorbereiden, ook op ellende en
rampspoed. Toch is deze filosofie vooral bedoeld om houvast te bieden in een
doodnormaal leven, met gewone alledaagse problemen. Het wil een alomvattende
levensleer bieden. Een leidraad voor een mensenleven. Te vergelijken met een
religie, maar dan wel een religie zonder kerk of god, niet dogmatisch en met
eerbied voor nieuwe ontwikkelingen in wetenschap en filosofie.
Net als boeddhisten denken stoïcijnen dat een belangrijk
deel van een doorsnee mensenleven uit lijden bestaat. Dat kan het grote lijden
van oorlogen, rampen en ziektes zijn, maar ook het kleine lijden van een
stressvolle baan of gewoon zoiets simpels als het breken van uw favoriete
koffiekopje. Een lijden dat volgens de stoïcijnen valt te voorkomen, omdat het
nooit het gevolg is van de uiterlijke omstandigheden, maar van de innerlijke
gesteldheid van de lijdende mens. Dit lijden kan niet alleen worden voorkomen
maar kan zelfs vervangen worden door een stabiel geluksgevoel. Daarvoor moet
dan wel een filosofische levenshouding worden aangeleerd.
Ik zal zeker niet ontkennen dat stoïcisme een moeilijke
filosofie is. Het bereiken van een stoïcijnse levenshouding vergt meer dan
alleen het lezen van een paar boeken en het doen van een aantal oefeningen. Een
theoretisch begrip van de stoïcijnse filosofie alleen is dus niet genoeg. Het
is een levenslange weg die constante inspanning vereist en nooit echt makkelijk
gaat worden. Maar het is nu ook weer niet totaal ondoenlijk. Het stoïcisme
belooft geen hiernamaals na een leven van onthouding en gehoorzaamheid, of een
nirwana na een hele reeks van voornamelijk mediterend doorgebrachte levens. Het
is een heel aardse filosofie, weliswaar met spirituele trekjes, maar toch
vooral met beide benen op de grond. Het is een levenshouding die heel goed te
combineren valt met een gewoon alledaags leven. Haalbaar dus voor normale
mensen met een gezin en een baan.
Aards betekent echter niet dat het ook een simpele filosofie
is. Het is een alomvattend denksysteem dat behoorlijk diepzinnig is en niet
altijd even makkelijk te begrijpen zal zijn. Het stelt zowel intellectueel als
praktisch eisen aan zijn beoefenaren. Het is niet dogmatisch en staat open voor
nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen en ontwikkelingen. Dat betekent dat het
stoïcisme nog steeds in beweging is en dat er niet zo iets als een orthodoxe
leer bestaat. Het stoïcisme is niet af en zal dat vermoedelijk ook nooit zijn,
maar het biedt wel uw beste kans op een geslaagd en gelukkig leven en geeft u
een stevig houvast voor alles wat u in uw leven kunt tegenkomen.
maandag 1 januari 2018
STOÏCIJNSE GOEDE VOORNEMENS
Het is weer de tijd voor goede voornemens en het stellen van
doelen voor het nieuwe jaar. U wilt dit jaar nu eens echt afvallen en gezonder
gaan leven, een opleiding volgen en uw examen halen of gewoon uw huis en tuin
wat schoner houden. De stoïcijnen zijn niet zo van de goede voornemens. Ze
houden niet van regels en hebben ook niet zoveel met doelen en de gevolgen van
wat ze deden. Ze laten zich niet door wetten de les lezen. Een stoïcijn
accepteert geen: ‘Gij zult niet …’ of een ‘Gij zult wel…’, hij bepaalt zelf wat
hij wel of niet doet en laat zich daarbij de wet niet voorschrijven. Zelfs niet
door door hem zelf verzonnen doelen en goede voornemens.
Een stoïcijn vervangt regeltjes,
doelen en gevolgen door principes, waarden en deugden. Principes en deugden
zouden u moeten leiden en motiveren. Een stoïcijn vraagt zich niet af of een
bepaalde handeling naar een vooropgezet doel leidt. Nee hij vraagt zich af of
die handeling in overeenstemming is met de waarden die hij aanhangt. Maar wat
zijn dat dan die waarden? Het zijn de standaarden waaraan u uw eigen handelen
afmeet. Het geeft richting aan de dingen die u onderneemt. Waarden moeten goed
onderscheiden worden van doelen en goede voornemens. Doelen zijn extern en gaan
over iets wat al dan niet bereikt kan worden door de dingen die u doet. Iets
waar u mee klaar kunt komen. Iets wat af kan zijn. Ze zijn het gevolg van de
dingen die u doet. Bijvoorbeeld het bereiken van uw ideale gewicht door een
dieet te volgen, of het halen van een diploma door een studie te volgen. Waarden
zijn intern en gaan over de manier waarop u iets doet. Het zijn karaktereigenschappen.
Niet iets wat u in de toekomst bereikt, maar iets dat in het hier en nu
gebeurt. Het gaat dan niet meer om het bereiken van een bepaald gewicht of het
behalen van een diploma, maar om het leiden van een gezond leven of om het
uzelf ontwikkelen.
In de Oudheid ging men uit van vier kardinale waarden of deugden:
de wijsheid, de matigheid, de rechtvaardigheid en de moed. Deze hoofddeugden
omvatten alle andere deugden. Zo waren bijvoorbeeld deugden als voorzichtigheid
en slimheid onderdeel van de hoofddeugd wijsheid en werden deugden als mildheid
en vriendelijkheid onder de rechtvaardigheid geschoven. De vier klassieke
deugden werden dan ook vooral als een soort overkoepelende indeling van alle
andere deugden beschouwd.
De stoïcijnen hielden dus vast aan de vier klassieke deugden
maar gaven er wel een eigen interpretatie aan. De vier belangrijkste deugden
zoals de stoïcijnen ze zagen:
·
De deugd wijsheid werd in verband gebracht met
de logica en heeft dan ook te maken met een goede manier van denken. Het gaat
de stoïcijnen niet zo zeer alleen om een theoretisch juiste denkwijze. Het gaat
ze vooral om de praktische wijsheid waarmee de dingen en gebeurtenissen die een
mens in zijn leven tegenkomt op een rationele en verstandige manier kunnen
worden beoordeeld.
·
De deugd rechtvaardigheid staat in verband met
de ethiek en richt zich op de juiste manier van omgaan met de medemens. Het
gaat de stoïcijnen vooral om het op een eerlijke, integere en vriendelijke
manier benaderen van andere mensen. Hieronder valt ook de stoïcijnse plicht om
zich als een sociaal dier nuttig te maken voor de samenleving.
·
De deugd matigheid wordt tot de fysica gerekend,
omdat het over de natuurlijke biologische neigingen gaat. De stoïcijnen denken
hierbij vooral aan bescheidenheid en zelfbeheersing tegenover verleidingen.
Maar ook zaken als netheid en geordendheid vallen voor hen onder deze deugd.
·
De deugd moed wordt eveneens tot de fysica
gerekend. Het gaat hier de stoïcijnen niet om de ridderlijke moed op het
slagveld. Het gaat hen om ijver en volharding bij tegenslag of tegenwerking.
Deze deugd heeft bij de stoïcijnen dan ook meer met doorzettingsvermogen dan
met heldhaftigheid te maken.
Deze levensprincipes of deugden beperken de speelruimte van
uw handelingsmogelijkheden lang niet zoveel als regeltjes en doelstellingen.
Een doel vertelt u wat u moet doen om iets te bereiken. Om iets te leren, om
een bepaald object uit de buitenwereld te verkrijgen waardoor u dan denkt
gelukkiger te worden. Een waarde vertelt u, daarentegen, of u iets doet waar u
achter staat. Of het iets is dat met uw wezen als mens overeenstemt. Volgens
Seneca heeft alles wat u doet zijn doel al bereikt als de handeling in
overeenstemming met uw waarden is. Het uiteindelijke resultaat van uw
handelingen doet er niet meer toe, zolang de intentie maar deugt.
Als u u van de dwang van een doelgericht door regels bepaalt
leven weet te bevrijden en kunt handelen in overeenstemming met uw waarden en
idealen kan letterlijk alles wat u doet bevredigend worden. U bevrijdt uzelf
van arrogantie: ‘kijk eens hoe goed ik ben, ik heb al mijn goede voornemens
gehaald’, maar ook van zelfvernedering: ‘ik ben waardeloos, ik kan zelfs de
makkelijkste doelen niet halen, binnen een week staan mijn goede voornemens al weer
bij het grof vuil’. Voortaan kunt u tegen uzelf zeggen: ‘ik heb mijn best
gedaan en dat is alles wat ik wilde doen’. Zelfs een in wezen onaangename
handeling die in overeenstemming met uw waarden is, kan op die manier
vervulling brengen. Een op waarden gericht leven kan zo een stuk prettiger en
gelukkiger worden dan een doelgericht leven.
Toch zijn er weldegelijk goede voornemens denkbaar voor een
leerling stoïcijn. Zolang het maar geen streng omschreven doelen of in beton
gegoten regels zijn. Het moeten intenties, manieren om iets aan te pakken zijn.
Hieronder een lijstje met dergelijke intenties, die prima als goede voornemens
voor het nieuwe jaar kunnen gelden. Het zijn al jaren mijn goede voornemens en
ik ben er nog steeds tevreden over.
Goede voornemens voor
een leerling stoïcijn:
I.
Ik neem mij voor zoveel mogelijk in
overeenstemming met de natuur te leven door zo virtuoos mogelijk te zijn en te
streven naar zowel theoretische als praktische wijsheid.
II.
Ik beloof me te richten op de dingen waar ik
controle over heb en mezelf alleen interne doelen te stellen. Ik zal proberen me
hierbij niet door tegenslagen uit het veld te laten slaan of door voorspoed te
laten verblinden en zal telkens weer opnieuw proberen virtuoos te leven.
III.
Ik neem me voor om mijn leven niet door mijn
vingers te laten glippen en zal daarom proberen zo bewust mogelijk in het hier
en nu te leven en zoveel mogelijk te genieten van mijn bestaan.
IV.
Ik beloof niemand te veroordelen en iedereen,
ongeacht afkomst of mening, vriendelijk en mild te behandelen. Ik beschouw hierbij
de wereld als mijn vaderland en de mensheid als mijn landgenoten.
V.
Ik neem mij voor in mijn doen en laten het
welzijn van de mensheid zoveel mogelijk in het oog te houden ongeacht de vraag
of dit door mijn omgeving wordt gewaardeerd.
VI.
Ik beloof mijn filosofie in voorkomend geval uit
te dragen, maar daarbij zoveel mogelijk op de achtergrond te blijven en niet op
te vallen, me bescheiden op te stellen en mijn ideeën niet aan anderen op te
dringen.
VII.
Ik neem me voor een minimalistische levensstijl
na te streven, geen waarde aan materiële zaken te hechten, maar daarbij wel
naar eenvoud en elegantie te streven.
VIII.
Ik beloof mijn stoïcijnse programma te volgen.
Daaronder vallen de meditaties, lichamelijke oefeningen, mantra’s, het dagboek en
een grotendeels vegetarisch dieet.
IK WENS AL MIJN LEZERS EEN VIRTUOOS 2018
Abonneren op:
Posts (Atom)