dinsdag 20 februari 2018

STOÏCIJNSE ETHIEK EN DE NATURALISTISCHE DROGREDEN

De stoïcijnen zijn niet zo van de geboden en verboden. U zult bij hen niet snel zo iets als de ‘Tien geboden’ tegen komen. Inzet en goede bedoelingen zijn voor hen een stuk belangrijker dan allerlei wetten en regeltjes. Toch is er één gebod waar geen enkele stoïcijn omheen kan: ‘Gij zult rationeel en sociaal zijn’. 

Volgens de stoïcijnen zijn mensen bij uitstek sociale en redelijke wezens. Voor hen zijn het verstand en de sociale drang wezenlijk voor de menselijke soort. Zijn rationele vermogens maken van de mens een bewuste toeschouwer en onderzoeker van de natuurverschijnselen. De stoïcijnen geloven dan ook dat dat één van de belangrijkste taken is die de natuur aan ons mensen oplegt. We moeten kennis en inzicht verwerven over het hoe en waarom van het universum. Het gaat bovendien om meer dan alleen een theoretisch inzicht. We moeten onze rationaliteit dan ook niet alleen gebruiken voor contemplatie van de universele natuur, maar ook voor het realiseren van een zo prettig mogelijke samenleving. De verworven inzichten zien dus ook op de vraag wat er gedaan moet worden en hoe dat dan het best aangepakt kan worden. Door uw persoonlijke talenten en mogelijkheden zoveel mogelijk te realiseren groeit uw virtuositeit. U wordt een beter, wijzer mens. U moet kortom dat wat de stoïcijnen ‘wijsheid’ noemen proberen te vinden. Het gaat hier om de morele en praktische wijsheid die de grondslag vormt voor alle andere vormen van een virtuoos leven. Die praktische wijsheid kan u vertellen wat goed is en daarom de moeite van het nastreven waard, en wat slecht is en dus vermeden moet worden.

Hier stuiten we echter op het filosofische probleem van de naturalistische drogreden van de Schotse filosoof Hume. Volgens hem wordt er ten onrechte beweerd dat iets goed is omdat het natuurlijk is. De oorsprong van de moraal wordt gezocht in de natuur. Mensen zijn van nature redelijk en sociaal dus horen mensen zich redelijk en sociaal te gedragen. Maar niet alles wat natuurlijk is is ook echt goed. Ziektes, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen zijn heel natuurlijk, maar om die dingen nu als goed te kenschetsen. Uit de constatering dat iets is kan dus niet worden afgeleid dat het ook zo hoort. Uit een zijn kan niet zomaar een behoren worden afgeleid en dat is nu precies wat de stoïcijnen hier wel doen.

Wordt hiermee de hele stoïcijnse ethiek onderuit gehaald of is er misschien nog een uitweg? Tegenwoordig worden in discussies over de oorsprong van de moraal vier standpunten onderscheiden:
·        Je kunt net als Hume scepticus zijn en vinden dat uit een zijn nooit een behoren kan worden afgeleid. Wie beweert dat moord verkeerd is maakt volgens de sceptici een denkfout.
·        Je kunt empirist zijn en vinden dat je door uitgebreid te onderzoeken wat mensen goed en slecht vinden uiteindelijk kunt bepalen wat de moraal echt inhoudt.
·        Je kunt rationalist zijn en vinden dat je met logisch redeneren tot de best mogelijke morele regels kunt komen.
·        En tenslotte kun je intuïtionalist zijn en vinden dat mensen een soort ingebouwde moraal hebben en daardoor voelen wat goed of slecht is.

De sceptici waren in de Oudheid een geduchte concurrent van de stoïcijnen. De stoïcijnen waren dan ook absoluut geen sceptici. Je kunt ze echter ook niet zomaar bij één van de drie andere groepen in delen. Misschien denkt u dat rationalisme voor de hand ligt, maar zo simpel is het niet. Hun theorie over de oorsprong van de moraal gebruikte iets uit alle drie de overgebleven categorieën. Volgens hen worden mensen in hun jeugd geleid door instinctieve op overleven en het eigen welzijn gerichte intuïties. In deze fase bekommeren we ons alleen om ons zelf en onze directe verwanten. Als we wat ouder worden beginnen we te leren dat het voortbestaan van dit kerngezinnetje afhankelijk is van een heleboel andere mensen. We ontdekken dat er zonder boeren, molenaars en bakkers geen brood op de plank komt. De mens komt nu in een overwegend empiristische fase van zijn ethisch besef terecht. Nog later als hij echt de jaren des onderscheids heeft bereikt, en sommige mensen bereiken die fase nooit, begint hij met zijn rationele vermogens te beseffen dat het in je persoonlijke belang is om het algemeen belang constant in het oog te houden. De mens heeft in deze fase geleerd dat hij niet kan bestaan zonder de hulp van anderen, dat alles wat je doet ten behoeve van het algemeen belang uiteindelijk ook aan jezelf ten goede komt.


Dit idee van een soort ethisch groeimodel wordt door de stoïcijnen wel de ‘oikeiosis’, letterlijk het gezin, genoemd. Een systeem waarbij het ethisch besef groeit en de kring van ‘gezinsleden’ langzaam maar zeker wordt uitgebreid tot het uiteindelijk de gehele mensheid omvat. Deze intuïtieve, empirische en rationele redenering zal een verstokte scepticus waarschijnlijk niet weten te overtuigen. Toch denk ik dat het een prima rechtvaardiging vormt van de stoïcijnse overtuiging dat het de menselijke natuur is die de grondslag vormt voor zijn moraal.

zaterdag 10 februari 2018

HET SERENITEITSGEBED

‘God geve me de kalmte om te aanvaarden waaraan ik niets kan veranderen, de moed om de dingen te veranderen die ik kan veranderen, en de wijsheid om het verschil tussen beiden te kunnen zien.’

Het beroemde sereniteitsgebed van de Amerikaan Reinhold Niebuhr. Obama noemde hem zijn favoriete filosoof, maar ook onder conservatieve politici is deze filosoof en protestants theoloog immens populair. Dit al uit 1934 stammende gebed is vooral bekend van de Anonieme Alcoholisten (AA), die het gebruiken in hun afkick programma’s. Het gebed lijkt een christelijke achtergrond te hebben maar is behoorlijk ouder. In de elfde eeuw schreef de Joodse Schriftgeleerde Solomon ibn Gabirol: ‘Zij zeiden dat aan de oorsprong van al het inzicht het besef ligt van wat is en van wat niet kan zijn, en de troost te weten wat niet in ons vermogen ligt om te veranderen’. Nog langer geleden in de achtste eeuw schreef de boeddhist Shantideva: ‘Als er een remedie bestaat voor het moment waarop het noodlot toeslaat. Waarom zou je je dan nog druk maken? En als er toch niets aan te doen is waarom zou je dan zo somber zijn?’

Er bestaat echter nog een veel oudere stoïcijnse versie. Een versie waar geen god in voorkomt en het alleen om de mens zelf gaat. In de eerste zinnen van het ‘Handboekje’ van Epictetus staat dit:

‘Van al het bestaande hebben wij over sommige dingen controle en over andere niet. Controle hebben wij over onze meningen, onze wil, onze begeerte en afkeer. Al deze dingen kunnen wij zelf bewerkstelligen.
Over ons lichaam hebben wij geen controle. Ook niet over bezit of over reputatie en carrière. Kortom, alles wat niet ons eigen werk is. Bedenk, dat de dingen waar we controle over hebben van nature vrij zijn. Zij kunnen niet gehinderd of belemmerd worden. Maar de dingen waar we geen controle over hebben, zijn krachteloos, onderworpen, vol belemmeringen en vreemd aan ons wezen.’

Deze korte paragraaf vormt de kern van de stoïcijnse filosofie en gaat dan ook terug tot de grondlegger van deze levensleer Zeno. Hij wordt echter nergens zo duidelijk en kort weergegeven als in het eerste hoofdstuk van het ‘Handboekje’. Het stoïcisme is veel ouder dan de hedendaagse religies van het christendom, het jodendom en de islam, de stoïcijnse leer ligt dan ook aan de basis van een aantal van hun leerstellingen. Maar ook in het boeddhisme en taoïsme komen met het bovenstaande citaat vergelijkbare ideeën voor. Als verschillende tradities door de eeuwen heen allemaal tot dezelfde conclusie komen zou je haast gaan denken dat er toch iets van waarheid in de stoïcijnse filosofie zit.

Wat een onzin, zult u misschien denken. Het mag dan wel zo zijn dat dat controleverhaaltje in heel wat oude tradities voorkomt, maar dat maakt het nog niet waar. Wat is er gebeurd met dat beroemde rationalisme van jullie? Waar halen die stoïcijnen het idee vandaan dat ik mijn leven niet in eigen hand kan nemen? Dat ik geen invloed heb op het weer, daar kan ik nog inkomen, maar over mijn eigen lichaam en mijn carrière heb ik wel degelijk controle. Iedereen weet toch dat je met hard werken je doelen kunt bereiken. Als ik maar lang en hard genoeg train kan ik de marathon van Rotterdam winnen of op z’n minst een goede classificatie maken. Als ik hard studeer slaag ik voor mijn examen en als ik me volledig inzet voor mijn bedrijf kan ik carrière maken. Op dit soort dingen kan ik toch zeker invloed uitoefenen.

Epictetus was niet gek en wist dit natuurlijk ook wel. Hij ontkende niet dat je dingen kon ondernemen om uw doelen te bereiken, maar dat is volgens hem iets anders. Als u denkt dat u uw lot in eigen hand hebt, dan hebt u misschien niet helemaal ongelijk, maar toch wel voor het grootste deel. Iemand anders kan harder getraind hebben of een betere aanleg hebben, u kunt een slechte dag hebben of over een bananenschil struikelen. Voor uw carrière geldt hetzelfde. U kunt nog zo goed uw best doen, als uw baas u niet mag, als de markt uw product niet meer zit zitten, of als er op een examen net die ene verkeerde vraag wordt gesteld kan alles mis lopen.

De stoïcijnen maken een onderscheid tussen de dingen waar u een directe en volledige controle over kunt uitoefenen en de dingen waar u niet meer dan een indirecte en gedeeltelijke controle over hebt. U kunt nog zo uw best doen, u bent er nooit echt zeker van dat u ook zult slagen in uw bedoelingen. Over het resultaat van alles wat u doet heeft u dan ook slechts een indirecte en gedeeltelijke controle. Wat u wel direct en volledig kunt beïnvloeden is uw intentie. U kunt uzelf voornemen uw uiterste best te doen om een wedstrijd te winnen, een examen te halen of een bepaalde baan te krijgen. De uitkomst blijft echter altijd onzeker, omdat die nu eenmaal mede afhankelijk is van externe omstandigheden waarover u geen invloed hebt. Waar u dus wel invloed op hebt is uw interne motivatie om u ergens voor in te zetten. En dat is nu precies waar het sereniteitsgebed over gaat.

zondag 21 januari 2018

WAT DE FILOSOFIE VERMAG

Naar alle waarschijnlijkheid zijn termen als ‘dynamisch, actief, levenslustig en vrolijk’ niet het eerste wat in u op komt als u aan het woord ‘filosofie’ denkt. ‘Boekenwijsheid, ivorentoren, wereldvreemd en verstrooid’ liggen veel meer voor de hand. Als u in een woordenboek bij filosofisch kijkt komt u echter termen als ‘kalm, gematigd en rustig’ tegen. Soortgelijke termen vindt u bij ‘stoïcijns’. De Van Dale heeft het over ‘rustig en onverstoorbaar’. Van iemand die zich niet druk maakt en ook onder moeilijke omstandigheden kalm blijft wordt vaak gezegd dat hij iets ‘filosofisch of stoïcijns opneemt’. Gek genoeg worden ‘filosofisch’ en ‘stoïcijns’ in het dagelijks spraakgebruik bijna als elkaars synoniemen aangemerkt. Het is dan ook geen toeval dat de betekenis van woorden als ‘filosofisch’ en ‘stoïcijns’ meer met een bepaalde levenshouding te maken lijken te hebben dan met de dorre academische boekenwijsheid waar ‘filosofie’ meestal mee wordt geassocieerd.

Het gebruik van deze woorden stamt uit de Oudheid, een periode dat filosofie veel minder over boeken en geleerdheid ging en veel meer over leven en handelen. Filosofie was in die tijd een levenshouding, een manier om in het leven te staan, een houvast voor alles wat een mens maar kan overkomen. Theorie was wel belangrijk, maar de nadruk lag toch op de levenspraktijk. Filosofie had in die tijd wel wat weg van een religie, maar dan veel doordachter en rationeler, zonder goden, allerlei mythes en rituelen. Eeuwen voor het ontstaan van de huidige wereldgodsdiensten bood de filosofie al een hele reeks aan theoretisch, psychologisch, maar vooral ook praktisch goed doorwrochte stelsels die richting konden geven aan een mensenleven. Rationeel en logisch goed in elkaar stekende systemen zonder wonderverhalen, beloftes van een hiernamaals en vervolgingen van ongelovigen. Stelsels die zelfs open stonden voor kritiek en vatbaar waren voor aanpassingen als de feiten daar om vroegen.

Het stoïcisme is één van die stelsels. De laatste jaren staat vooral deze filosofische stroming weer in de belangstelling. Niet in het minst omdat het een levensfilosofie is die niet alleen bekend staat om zijn rationaliteit en logica, maar ook om zijn psychische oefeningen die mensen kunnen leren om gelukkiger te worden en sterker in het leven te staan. De hernieuwde aandacht voor de stoa komt dan ook niet alleen uit de filosofie, maar vooral uit de hoek van de psychologie. De stoïcijnse levenstechnieken en oefeningen blijken uitermate effectief te zijn in de preventieve en therapeutische psychologie. De Logotherapie en Existentiële Analyse van Viktor Frankl vinden hier hun filosofische oorsprong. En ook de moderne Rationeel-emotieve therapie (RET) en de Cognitieve gedragstherapie (CGT) zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op de eeuwenlang vergeten stoïcijnse oefeningen. Albert Ellis die, naast Aaron Beck, wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne psychologie had zelfs een borstbeeld van de stoïcijnse filosoof Epictetus in zijn instituut staan.

Dat is allemaal mooi en aardig, maar waarom zou u stoïcijn willen worden? Stoïcisme is een moeilijke en veeleisende levensfilosofie en heeft eerlijk gezegd een vrij slechte naam. Veel mensen, en daaronder zitten zelfs beroepsfilosofen, denken dat het vooral een filosofie voor moeilijke tijden is. Een filosofie die ‘diehards’ moet helpen het hoofd boven water te houden in tijden van crisis. De eigenschappen die in het normale spraakgebruik aan een stoïcijn worden toegedicht zijn dan ook helemaal niet zo aantrekkelijk. Volgens hetzelfde woordenboek als daarnet is een stoïcijn iemand die leed en pijn onverstoord en zonder klagen draagt. Dat lijkt een nogal harde en sombere levenshouding. Helemaal niet leuk en gezellig en zeker niet geschikt voor het dagelijks leven in een welvarend land. Is er naast al dat leed nog ruimte voor plezier? Als u het woordenboek mag geloven niet. Dus ja, waarom zou u de moeite nemen om stoïcijn te worden?

Ik zou het stoïcisme toch niet meteen opzij leggen, als misschien leuk voor een commando op weg naar het slachtveld, maar niets voor het dagelijks leven van de gemiddelde mens. Het stoïcisme heeft zeker ook een antwoord op extreme situaties, maar gaat toch vooral over het gewone leven. Het is wel stevige kost die u op alles wil voorbereiden, ook op ellende en rampspoed. Toch is deze filosofie vooral bedoeld om houvast te bieden in een doodnormaal leven, met gewone alledaagse problemen. Het wil een alomvattende levensleer bieden. Een leidraad voor een mensenleven. Te vergelijken met een religie, maar dan wel een religie zonder kerk of god, niet dogmatisch en met eerbied voor nieuwe ontwikkelingen in wetenschap en filosofie.

Net als boeddhisten denken stoïcijnen dat een belangrijk deel van een doorsnee mensenleven uit lijden bestaat. Dat kan het grote lijden van oorlogen, rampen en ziektes zijn, maar ook het kleine lijden van een stressvolle baan of gewoon zoiets simpels als het breken van uw favoriete koffiekopje. Een lijden dat volgens de stoïcijnen valt te voorkomen, omdat het nooit het gevolg is van de uiterlijke omstandigheden, maar van de innerlijke gesteldheid van de lijdende mens. Dit lijden kan niet alleen worden voorkomen maar kan zelfs vervangen worden door een stabiel geluksgevoel. Daarvoor moet dan wel een filosofische levenshouding worden aangeleerd.

Ik zal zeker niet ontkennen dat stoïcisme een moeilijke filosofie is. Het bereiken van een stoïcijnse levenshouding vergt meer dan alleen het lezen van een paar boeken en het doen van een aantal oefeningen. Een theoretisch begrip van de stoïcijnse filosofie alleen is dus niet genoeg. Het is een levenslange weg die constante inspanning vereist en nooit echt makkelijk gaat worden. Maar het is nu ook weer niet totaal ondoenlijk. Het stoïcisme belooft geen hiernamaals na een leven van onthouding en gehoorzaamheid, of een nirwana na een hele reeks van voornamelijk mediterend doorgebrachte levens. Het is een heel aardse filosofie, weliswaar met spirituele trekjes, maar toch vooral met beide benen op de grond. Het is een levenshouding die heel goed te combineren valt met een gewoon alledaags leven. Haalbaar dus voor normale mensen met een gezin en een baan.

Aards betekent echter niet dat het ook een simpele filosofie is. Het is een alomvattend denksysteem dat behoorlijk diepzinnig is en niet altijd even makkelijk te begrijpen zal zijn. Het stelt zowel intellectueel als praktisch eisen aan zijn beoefenaren. Het is niet dogmatisch en staat open voor nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen en ontwikkelingen. Dat betekent dat het stoïcisme nog steeds in beweging is en dat er niet zo iets als een orthodoxe leer bestaat. Het stoïcisme is niet af en zal dat vermoedelijk ook nooit zijn, maar het biedt wel uw beste kans op een geslaagd en gelukkig leven en geeft u een stevig houvast voor alles wat u in uw leven kunt tegenkomen.


maandag 1 januari 2018

STOÏCIJNSE GOEDE VOORNEMENS

Het is weer de tijd voor goede voornemens en het stellen van doelen voor het nieuwe jaar. U wilt dit jaar nu eens echt afvallen en gezonder gaan leven, een opleiding volgen en uw examen halen of gewoon uw huis en tuin wat schoner houden. De stoïcijnen zijn niet zo van de goede voornemens. Ze houden niet van regels en hebben ook niet zoveel met doelen en de gevolgen van wat ze deden. Ze laten zich niet door wetten de les lezen. Een stoïcijn accepteert geen: ‘Gij zult niet …’ of een ‘Gij zult wel…’, hij bepaalt zelf wat hij wel of niet doet en laat zich daarbij de wet niet voorschrijven. Zelfs niet door door hem zelf verzonnen doelen en goede voornemens.

Een stoïcijn vervangt regeltjes, doelen en gevolgen door principes, waarden en deugden. Principes en deugden zouden u moeten leiden en motiveren. Een stoïcijn vraagt zich niet af of een bepaalde handeling naar een vooropgezet doel leidt. Nee hij vraagt zich af of die handeling in overeenstemming is met de waarden die hij aanhangt. Maar wat zijn dat dan die waarden? Het zijn de standaarden waaraan u uw eigen handelen afmeet. Het geeft richting aan de dingen die u onderneemt. Waarden moeten goed onderscheiden worden van doelen en goede voornemens. Doelen zijn extern en gaan over iets wat al dan niet bereikt kan worden door de dingen die u doet. Iets waar u mee klaar kunt komen. Iets wat af kan zijn. Ze zijn het gevolg van de dingen die u doet. Bijvoorbeeld het bereiken van uw ideale gewicht door een dieet te volgen, of het halen van een diploma door een studie te volgen. Waarden zijn intern en gaan over de manier waarop u iets doet. Het zijn karaktereigenschappen. Niet iets wat u in de toekomst bereikt, maar iets dat in het hier en nu gebeurt. Het gaat dan niet meer om het bereiken van een bepaald gewicht of het behalen van een diploma, maar om het leiden van een gezond leven of om het uzelf ontwikkelen.

In de Oudheid ging men uit van vier kardinale waarden of deugden: de wijsheid, de matigheid, de rechtvaardigheid en de moed. Deze hoofddeugden omvatten alle andere deugden. Zo waren bijvoorbeeld deugden als voorzichtigheid en slimheid onderdeel van de hoofddeugd wijsheid en werden deugden als mildheid en vriendelijkheid onder de rechtvaardigheid geschoven. De vier klassieke deugden werden dan ook vooral als een soort overkoepelende indeling van alle andere deugden beschouwd.

De stoïcijnen hielden dus vast aan de vier klassieke deugden maar gaven er wel een eigen interpretatie aan. De vier belangrijkste deugden zoals de stoïcijnen ze zagen:

·        De deugd wijsheid werd in verband gebracht met de logica en heeft dan ook te maken met een goede manier van denken. Het gaat de stoïcijnen niet zo zeer alleen om een theoretisch juiste denkwijze. Het gaat ze vooral om de praktische wijsheid waarmee de dingen en gebeurtenissen die een mens in zijn leven tegenkomt op een rationele en verstandige manier kunnen worden beoordeeld.
·        De deugd rechtvaardigheid staat in verband met de ethiek en richt zich op de juiste manier van omgaan met de medemens. Het gaat de stoïcijnen vooral om het op een eerlijke, integere en vriendelijke manier benaderen van andere mensen. Hieronder valt ook de stoïcijnse plicht om zich als een sociaal dier nuttig te maken voor de samenleving.
·        De deugd matigheid wordt tot de fysica gerekend, omdat het over de natuurlijke biologische neigingen gaat. De stoïcijnen denken hierbij vooral aan bescheidenheid en zelfbeheersing tegenover verleidingen. Maar ook zaken als netheid en geordendheid vallen voor hen onder deze deugd.
·        De deugd moed wordt eveneens tot de fysica gerekend. Het gaat hier de stoïcijnen niet om de ridderlijke moed op het slagveld. Het gaat hen om ijver en volharding bij tegenslag of tegenwerking. Deze deugd heeft bij de stoïcijnen dan ook meer met doorzettingsvermogen dan met heldhaftigheid te maken.
Deze levensprincipes of deugden beperken de speelruimte van uw handelingsmogelijkheden lang niet zoveel als regeltjes en doelstellingen. Een doel vertelt u wat u moet doen om iets te bereiken. Om iets te leren, om een bepaald object uit de buitenwereld te verkrijgen waardoor u dan denkt gelukkiger te worden. Een waarde vertelt u, daarentegen, of u iets doet waar u achter staat. Of het iets is dat met uw wezen als mens overeenstemt. Volgens Seneca heeft alles wat u doet zijn doel al bereikt als de handeling in overeenstemming met uw waarden is. Het uiteindelijke resultaat van uw handelingen doet er niet meer toe, zolang de intentie maar deugt.

Als u u van de dwang van een doelgericht door regels bepaalt leven weet te bevrijden en kunt handelen in overeenstemming met uw waarden en idealen kan letterlijk alles wat u doet bevredigend worden. U bevrijdt uzelf van arrogantie: ‘kijk eens hoe goed ik ben, ik heb al mijn goede voornemens gehaald’, maar ook van zelfvernedering: ‘ik ben waardeloos, ik kan zelfs de makkelijkste doelen niet halen, binnen een week staan mijn goede voornemens al weer bij het grof vuil’. Voortaan kunt u tegen uzelf zeggen: ‘ik heb mijn best gedaan en dat is alles wat ik wilde doen’. Zelfs een in wezen onaangename handeling die in overeenstemming met uw waarden is, kan op die manier vervulling brengen. Een op waarden gericht leven kan zo een stuk prettiger en gelukkiger worden dan een doelgericht leven.

Toch zijn er weldegelijk goede voornemens denkbaar voor een leerling stoïcijn. Zolang het maar geen streng omschreven doelen of in beton gegoten regels zijn. Het moeten intenties, manieren om iets aan te pakken zijn. Hieronder een lijstje met dergelijke intenties, die prima als goede voornemens voor het nieuwe jaar kunnen gelden. Het zijn al jaren mijn goede voornemens en ik ben er nog steeds tevreden over.

Goede voornemens voor een leerling stoïcijn:
       I.          Ik neem mij voor zoveel mogelijk in overeenstemming met de natuur te leven door zo virtuoos mogelijk te zijn en te streven naar zowel theoretische als praktische wijsheid.
     II.          Ik beloof me te richten op de dingen waar ik controle over heb en mezelf alleen interne doelen te stellen. Ik zal proberen me hierbij niet door tegenslagen uit het veld te laten slaan of door voorspoed te laten verblinden en zal telkens weer opnieuw proberen virtuoos te leven.
    III.          Ik neem me voor om mijn leven niet door mijn vingers te laten glippen en zal daarom proberen zo bewust mogelijk in het hier en nu te leven en zoveel mogelijk te genieten van mijn bestaan.
    IV.          Ik beloof niemand te veroordelen en iedereen, ongeacht afkomst of mening, vriendelijk en mild te behandelen. Ik beschouw hierbij de wereld als mijn vaderland en de mensheid als mijn landgenoten.
     V.          Ik neem mij voor in mijn doen en laten het welzijn van de mensheid zoveel mogelijk in het oog te houden ongeacht de vraag of dit door mijn omgeving wordt gewaardeerd.
    VI.          Ik beloof mijn filosofie in voorkomend geval uit te dragen, maar daarbij zoveel mogelijk op de achtergrond te blijven en niet op te vallen, me bescheiden op te stellen en mijn ideeën niet aan anderen op te dringen.
  VII.          Ik neem me voor een minimalistische levensstijl na te streven, geen waarde aan materiële zaken te hechten, maar daarbij wel naar eenvoud en elegantie te streven.
VIII.          Ik beloof mijn stoïcijnse programma te volgen. Daaronder vallen de meditaties, lichamelijke oefeningen, mantra’s, het dagboek en een grotendeels vegetarisch dieet.
IK WENS AL MIJN LEZERS EEN VIRTUOOS 2018


donderdag 28 december 2017

STOÏCIJNS PIEKEREN IN UW TOBHOEKJE



Iedereen piekert wel eens. U piekert waarschijnlijk vooral over dingen waar u moeite mee hebt of een beetje bang voor bent. Veel voorkomende redenen om te piekeren zijn bijvoorbeeld een examen, een bezoek aan de tandarts, moeilijkheden op het werk, problemen in de relatie of een kritische opmerking van een vriend. Natuurlijk is het nodig om zo nu en dan na te denken over de beste manier om bepaalde problemen op te lossen of te voorkomen. Stoïcijnse filosofen stimuleren hun leerlingen juist om de problemen en tegenslagen die ze ontmoeten op een zo rationeel en verstandig mogelijke manier tegemoet te treden. Dat betekent dat er grondig over moet worden nagedacht en dat er actief naar mogelijke oplossingen moet worden gezocht. Als er eenmaal een oplossingsrichting gevonden is, moet het daar wel bij blijven. Vanaf dat moment moet er gestopt worden met piekeren en begonnen worden met het werken aan de oplossing.

Er is dus niets mis met het nadenken over mogelijke problemen. Het wordt pas vervelend, wanneer u die gedachten niet meer kunt controleren. Wanneer gedachten over problemen u plotseling te binnen schieten. Dergelijke gedachten hebben de akelige neiging om zich op de meest ongeschikte momenten aan u op te dringen. En dan steeds opnieuw terug te komen en in een cirkeltje rond te draaien zonder tot een oplossing te leiden. Probleemoplossend denken is dan verworden tot piekeren. Piekeren is een zinloze activiteit die doorgaans niets oplevert. Het kost tijd en energie en gaat gepaard met gevoelens van angst. U bent bezorgd en vraagt zich steeds af “wat als…?”. Uw spieren spannen zich onnodig aan, u kunt zich slechter concentreren en u gaat zich uiteindelijk moe en lusteloos voelen. Uw gedachten gaan met u aan de loop en u verliest de controle. Kortom u voelt zich ellendig. Een situatie die de stoïcijnen juist zoveel mogelijk willen zien te voorkomen. Ze kenden dan ook verschillende anti-piekertactieken die u kunnen helpen uw sombere gedachten weer de baas te worden.

De belangrijkste tactiek zal u ondertussen wel bekend voorkomen. Piekeren is een schoolvoorbeeld van de situatie waarbij het niet de gebeurtenissen en dingen in de wereld zelf zijn die maken dat u zich ellendig voelt, maar uw meningen en verwachtingen over die dingen. Het is immers het piekeren over onzekere toekomstige gebeurtenissen dat maakt dat u zich rot voelt. De dingen waarover u zich zorgen maakt zijn nog niet gebeurd. De problemen waar u over piekert zijn nog helemaal niet aan de orde, het is zelfs maar zeer de vraag of ze zich ooit zullen gaan voordoen. Uw zorgen zijn niet meer dan een sombere gedachte, een hersenspinsel. U kunt een stapje terug doen om die gedachte eens beter te bekijken. Of uw pessimistische verwachtingen nu waar zijn of niet, voorlopig hoeft u er nog niets mee te doen. U bent gewoon een toeschouwer van de zorg of het probleem waar de gedachte over gaat, niets meer en niets minder. Neem afstand en aanschouw de ‘stream of consciousness’ van uw gedachten. Piekeren behoort definitief tot het verleden als u eenmaal van het besef doordrongen bent dat het uw meningen en verwachtingen zijn die bepalen hoe u zich voelt en niet de echte dingen uit de buitenwereld. Over die meningen en verwachtingen heeft u in principe de volledige controle. U heeft dus ook de controle over hoe u zich voelt.

De stoïcijnen waren zich er echter van bewust dat hun leerlingen dit misschien wel met hun verstand begrijpen, maar dat dit niet betekent dat ze zich het ook direct eigen hebben gemaakt. Weten hoe iets in elkaar steekt is niet hetzelfde als volledig beseffen en voelen wat het inhoud. De uitspraak ‘Don’t worry be happy’ wordt al snel een dooddoener voor iemand die zelf ook wel weet dat hij niet moet piekeren, maar er niets aan kan doen dat hij het toch doet. De stoïcijnen hadden gelukkig nog een aantal trucjes tot hun beschikking die u van dienst kunnen zijn in de periode voordat u een stoïcijnse wijze bent geworden.

Het begint met het leren herkennen van typische piekergedachten. Soms bent aan het piekeren zonder dat u er zelf erg in hebt. Wat eerst nog een doodnormale gedachtegang leek is op eens ongemerkt verworden tot somber getob. U zult vermoedelijk van uzelf wel weten over wat soort onderwerpen u zich het meest zorgen maakt. Wees alert als u merkt dat u weer eens over één van die probleempunten aan het mijmeren bent. Het is misschien een goed idee om een lijstje met de voor u relevante piekeronderwerpen te maken. U zou een dergelijk lijstje in uw stoïcijnse dagboek kunnen opnemen en kunnen turven hoe vaak u ergens op een dag of in een week over piekert. Dit helpt u niet alleen om in de gaten te houden hoe veel u tobt, maar heeft zelfs een therapeutische werking. Door het op te schrijven kunt u zich bewuster worden van uw problemen en misschien ook van de betrekkelijkheid van sommige daarvan.

U kunt piekeren ook herkennen aan een zekere vaagheid die vaak gepaard gaat met fantaseren. U stelt zich voor wat er allemaal wel niet fout zou kunnen gaan als de dingen waar u bang voor bent zouden gebeuren. Het heeft dan ook een hoog ‘wat als …’ gehalte. ‘Wat als …’ gedachten zijn niet persé verkeerd, het is verstandig om voorbereid te zijn op tegenslagen, maar dergelijke gedachten mogen uw leven niet gaan beheersen. Piekeren is namelijk een proces dat de neiging heeft om in cirkeltjes rond te gaan draaien waarbij telkens weer dezelfde gedachten worden afgedraaid. Het is een gedachtentrein die, eenmaal op gang gekomen, steeds hetzelfde traject volgt. U moet dan ook op uw hoede raken op het moment dat u merkt dat uw pogingen om een bepaald probleem op te lossen telkens weer op niets uitlopen. Dezelfde gedachtentrein komt regelmatig langs, maar gaat nergens naar toe. Roep als u merkt dat dat gebeurt keihard ‘STOP!’ in uw hoofd. Nooit hardop dat leidt maar tot verbaasde reacties uit uw omgeving. Door deze mentale uitroep, komt uw sombere gedachtentrein tot stilstand en kunt u uw gedachten een andere kant op leiden.

Misschien dat u er met deze ‘STOP!’ tactiek in slaagt de minder hardnekkige zorgen te verdrijven. Ook het bewust ontspannen van uw spieren of het in een glimlacht dwingen van uw gezicht wil nog wel eens helpen om een acute piekeraanval de kop in te drukken. Uw reptielenbrein valt met dit soort trucjes om de tuin te leiden. Het snapt gewoon weg niet dat je een ontspannen en vrolijk gezicht kunt trekken terwijl je je zorgen maakt. Het brengt uw reptielenbrein in de war en uw zorgen zullen van zelf een beetje verminderen. Serieuzere zorgen zult u er hooguit tijdelijk mee weten af te schrikken. Die hebben de nogal akelige neiging om zich even te verstoppen om later op een ongelegen moment terug te keren en zich dan met extra kracht weer aan u op te dringen.

Voor alles bestaat een geschikte plaats en tijd, ook voor piekeren. U moet echter zelf bepalen wanneer en waar u piekert. U bent de baas en niet uw reptielenbrein. De stoïcijnen raden u dan ook aan uw zorgen niet te onderdrukken, maar uit te stellen en een dagelijks ‘zorgenuurtje’ in te stellen. In plaats van dat de piekergedachten u overvallen gaat u ze bewust opzoeken en controleren tijdens de hieronder beschreven oefening van het zorgenuurtje.


Het zorgenuurtje:

U kiest een vast moment en een vaste plaats uit, speciaal voor uw zorgen. Dit persoonlijk piekermomentje in uw tobhoekje wordt het enige moment op de dag waarop u zichzelf toestaat om te piekeren. Als u op een ander moment door zorgen of angsten overvallen wordt kunt u die uitstellen. De zorg wordt niet onderdrukt en weggestopt, maar naar een later tijdstip verschoven. Een moment waarop u beter voorbereid met uw zorgen en angsten aan de slag kunt. Doe alsof u de zorg toespreekt en zeg in uzelf: ‘Ik zie je en neem je serieus, maar ik heb nu even geen tijd voor je. Ik vergeet je niet maar stel je uit tot mijn volgende ‘zorgenuurtje.’ Vergeet de zorg niet. Maak een notitie in uw hoofd of desnoods in uw dagboek en kom er tijdens uw volgende zorgenuurtje ook echt op terug. U stelt zo een vast tijdstip in waarop u de confrontatie met al uw huidige en toekomstige angsten en zorgen aangaat. Vergeet uw piekermomentje niet en gebruik hem ook echt om te piekeren. Pieker, maak u zorgen en noteer eventueel uw zorgen in uw dagboek. Als uitstellen niet lukt en u op een ander moment van de dag of nacht toch overmand raakt door zorgen, ga dan naar uw tobhoekje en besluit bewust om een kwartiertje te gaan tobben.

Als u eenmaal in uw tobhoekje zit en aan het piekeren slaat probeer dan het volgende stramien te volgen:

· Bekijk eerst het ergste scenario. Wat is het slechtste dat er zou kunnen gebeuren? Dat is meestal vrij makkelijk, daar piekerde u immers toch al over.

· Bekijk vervolgens het best mogelijke scenario. Wat zou er gebeuren als alles toch nog goed zou komen? Dit is doorgaans wat moeilijker.

· Ga dan na wat het meest waarschijnlijke scenario is. Probeer zo objectief mogelijk vast te stellen wat er echt te verwachten valt.

· Ga tenslotte op zoek naar de beste manier om met het probleem om te gaan. Bestaat er een oplossing en wat zou daarvoor moeten gebeuren? Of is het onoplosbaar en hoe kan daar dan het best mee omgegaan worden?

Benut uw zorgenuurtje dus ook om naar serieuze oplossingen voor uw problemen te zoeken. U kunt uw piekertijd zo gebruiken om plannen te maken. Misschien komt u er zelfs wel achter dat uw zorgen bij nader inzien wel meevallen en slaagt u erin om uw ‘wat als …’ gedachten om te zetten in een ‘so what’ gedachte. Er zijn natuurlijk ook zorgen waar geen oplossing voor bestaat. Het gaat om dingen waar u gewoon geen enkele invloed op hebt. Realiseer u dat dan terdege en gebruik één van de vele tactieken die de stoïcijnen gebruiken om te leren het onvermijdelijke te accepteren.

maandag 27 november 2017

WIE OF WAT BENT U EIGENLIJK?

Okay u stopt zo nu en dan even om rond te kijken en u af te vragen wat u aan het doen bent, waar u bent, wat u voelt en waar u aan denkt. Maar wie of wat is dat die zich zomaar opeens bewust is van het hier en nu? Bent u nog steeds dezelfde persoon als vorige week of als klein kind? Wat is dat ik dat zich bewust is en waar is dat ik eigenlijk? Is dat ik identiek met uw lichaam, met uw emoties of misschien met uw gedachten? Bent u wel eens ergens zo geconcentreerd mee bezig geweest dat u niet merkte dat u zich bezeerd had? Bent u wel eens zo in gedachten verzonken dat u vergeet waar u bent? Wat betekent dat voor uw bestaan als persoon? Bent u misschien een combinatie van uw lichaam, gevoelens en gedachten of bent u toch nog iets heel anders?

Moeilijke filosofische vragen waar ook de stoïcijnen zich het hoofd over braken. Vragen die rechtstreeks verbonden zijn met uw besef van persoonlijke identiteit, met uw besef van het hier en nu. De stoïcijnen realiseerden zich dat de meeste mensen zich identificeren met hun lichaam, emoties en gedachten. Maar zij realiseerden zich ook dat dat niet altijd het geval is. Mensen zijn niet continu en onlosmakelijk verbonden met de stroom van gebeurtenissen, gevoelens en gedachten die hun bestaan uitmaken. Als u, bijvoorbeeld, ergens heel ingespannen mee bezig bent voelt u pijn en verwondingen niet en bent u zich nauwelijks bewust van wat er om u heen gebeurt. Veel dingen doet u automatisch zonder er bewust mee bezig te zijn. Als u loopt, fietst of een auto bestuurt doet u dat doorgaans op de automatische piloot, zonder er echt bewust bij te zijn. En ook uw gedachten gaan meestal hun eigen gang. U hebt gedachten, maar u bent uw gedachten niet. Net zomin als de waardeoordelen van uw gedachten u een altijd juist beeld van de wereld voorschotelen bent u identiek aan de stroom van gedachten die uw mensenbrein permanent produceert. De stoïcijnen concludeerden daar uit dat u als persoonlijke identiteit los staat van uw lichaam en emoties en zelfs van uw gedachten.

Maar wat bent u volgens de stoïcijnen dan wel als u niet uw lichaam, emoties of gedachten bent? Op een rustig moment kan het soms zomaar gebeuren dat u als een buitenstaander naar uw eigen gevoelens en gedachtestroom kijkt. Het is dan net alsof u van buitenaf naar uzelf kijkt. U bent waarnemer van uw eigen lichaam, emoties en gedachten geworden. Uw persoonlijke identiteit, uw zelf, is dan niet wat er met en in u gebeurt, maar uw bewustzijn van die dingen. Het is een proces van voortdurend zelfbewustzijn, een voortdurend bewustzijn van het hier en nu. U bent zo de ruimte waar uw gevoelens, emoties en gedachten zich afspelen en niet die dingen zelf. Dit maakt u tot een centrum van zelfbewustzijn dat los staat van uw lichaam, emoties en gedachten. Volgens de stoïcijnen is dit wat u werkelijk bent. Het is uw innerlijk kasteel, een plaats in uw geest waarin u zich kunt terugtrekken en waar u veilig bent.

Dit wordt allemaal wel heel abstract, misschien voor u zelfs wel te abstract en zweverig. Om één en ander wat duidelijker te maken zou u zich uw geest kunnen voorstellen als een donkere kamer, waar van alles in staat en waar van alles gebeurt. Er staan stoelen, een tafel, kasten en in de hoek staat een bed. Ondertussen lopen er allerlei mensen de kamer in en uit, die dingen brengen en weghalen. Een enkeling gaat even op een stoel zitten of rommelt wat in een kast. U staat midden in die donkere kamer met een zaklantaarn in uw hand. Het ene moment richt u uw lichtbundel op een kast, dan weer op iemand die op een stoel zit of op een schilderij aan de muur. Er kraakt iets in een hoek en u richt uw lantaarn om te kijken wat daar gebeurt. Iemand komt de kamer binnen en roept, waarna u uw licht op hem richt. Uw persoonlijk centrum van bewustzijn is als die lichtbundel, de meubels en mensen in de kamer zijn uw lichaam, emoties en gedachten. Alleen de voorwerpen en personen waar de lichtbundel op schijnt verschijnen in uw bewustzijn. De andere voorwerpen zijn er wel maar ze zijn schemerig of zelfs helemaal onzichtbaar, hun aanwezigheid wordt niet bewust opgemerkt. Zo werkt ook uw centrum van zelfbewustzijn. U richt uw bewustzijn nu eens op het één dan weer op het ander. Het één staat u scherp voor de geest, het andere ligt in de schemering en een heleboel dingen ontgaan u volledig. Sommige dingen eisen luidkeels uw aandacht op, maar in principe bent u het altijd zelf die bepaalt of u de lichtbundel van uw bewustzijn ergens op richt.

Wat voor dingen staan er zoal in die donkere kamer? Wat zijn het voor dingen waar u zich van bewust kunt zijn? Naast de externe indrukken, pre-emoties en emoties die we eerder tegenkwamen zijn er nog een aantal zaken die zich aan ons centrum van bewustzijn opdringen.

·        In de eerste plaats dus de dingen die vanuit de buitenwereld tot u doordringen. De indrukken uit de externe wereld die uw zintuigen u aanbieden. Dat zijn niet alleen dingen die u hoort en ziet, maar ook lichamelijke gevoelens als pijn, kou en warmte.
·        Onlosmakelijk met die indrukken verbonden zijn de pre-emoties. De gevoelens van aantrekking of afstoting die uw reptielenbrein aan de externe indrukken verbindt.
·        Vervolgens de echte emoties die voortvloeien uit het waardeoordeel dat uw mensenbrein aan de indrukken en de pre-emoties toekent.
·        Dan zijn er ook nog de neigingen tot handelen. De impuls om uw kop thee te pakken of om een wandeling met de hond te gaan maken.
·        Tenslotte zijn er de gedachten, de herinneringen aan voorbije gebeurtenissen en de fantasieën over de toekomst. Uw mensenbrein heeft hierbij nog al de neiging om met u op de loop te gaan. Het houdt er niet van om stil te zitten en schotelt u ongevraagd allerlei ideeën en fantasieën met de bijbehorende emoties voor.


Stoïcijnse filosofen moedigden hun leerlingen aan om zich te identificeren met dat centrum van zelfbewustzijn en niet met hun lichaam, emoties en gedachten. Ze willen dat u uzelf gaat beschouwen als de waarnemer van niet alleen de dingen die buiten u in de externe wereld gebeuren, maar ook van wat er binnen in u gebeurt. U doet als het ware een stap achteruit en bekijkt uw lichaam, uw emoties en uw gedachten van een afstandje. U bent het zelf die bepaalt of u er aandacht aan besteedt en op welke dingen u die bewuste aandacht wilt richten. Een dergelijke afstandelijkheid maakt het bovendien makkelijker om aan de hand van uw deugden te kiezen aan welke dingen u wel of geen aandacht besteedt. Welke dingen wel en welke dingen niet van belang zijn voor een virtuoos leven. De oude stoïcijnen noemden dat centrum van zelfbewustzijn van waaruit u uw binnen- en buitenwereld beschouwd de ‘prosochê’.

zaterdag 11 november 2017

EEN STOÏCIJNSE TECHNIEK VOOR NIET TE VERMIJDEN LEED

Soms moet u iets doen of ondergaan waar u enorm tegen op ziet: een pijnlijke en ingrijpende medische behandeling, een slecht nieuws gesprek of een vervelende confrontatie met een tegenstander. Kortom een situatie waarin het niet te vermijden lijkt te zijn dat u pijn zult lijden. De stoïcijnen gebruikten voor dit soort situaties een soort verdeel en heers techniek. Zo konden ze vervelende situaties minder vervelend maken. Als ze iets akeligs moesten ondergaan probeerden ze de gebeurtenis in stukjes te verdelen. Door stap voor stap, moment na moment de confrontatie aan te gaan konden ze makkelijker hun gemoedsrust bewaren. Iedere gebeurtenis bestaat tenslotte uit een opeenvolging van kleinere gebeurtenissen, die zelf apart beter te dragen zijn dan de grote gebeurtenis in zijn geheel.

Deze techniek om het heden in isolatie te beschouwen lijkt heel erg op een soortgelijke techniek waarbij dingen worden ontleed in hun bestanddelen. Alles wat verschrikkelijk en afstotelijk of juist heel erg verleidelijk lijkt wordt daarbij teruggebracht tot zijn essentie. Op de tafel van de patholoog wordt alles in stukjes gesneden en onderdeel voor onderdeel bekeken. Is het eenmaal in stukjes verdeeld nog wel zo erg of aantrekkelijk? Als de losse momenten en de aparte onderdelen van een gebeurtenis dragelijk zijn, hoe zit het dan met het grote geheel? Is dat dan niet ook dragelijk geworden?

Als u onderstaande oefening regelmatig uitvoert zult u merken dat de dingen waar u vroeger enorm tegen op zag vanzelf een stukje makkelijker worden. Probeer het bijvoorbeeld eens uit op een bezoekje aan de tandarts. Leuk zal het vast nooit worden, maar misschien wel dragelijk.


Oefening: Compartimenteren, verdeel en heers

· Doe uw ogen dicht en stel u een situatie voor waarin u uw emotionele evenwicht verloren hebt. Een situatie waarin u geleden hebt. Probeer de voorstelling zo beeldend en levendig mogelijk te maken met alles wat u zag, hoorde en voelde. Begin met een gebeurtenis waarin u maar een klein beetje uit evenwicht raakte en niet meteen met iets wat echt indruk op u heeft gemaakt.

· Probeer nu de gebeurtenis onderdeel voor onderdeel te bekijken. Concentreer u eerst alleen op wat u zag. Concentreer u vervolgens alleen op wat u hoorde, proefde, voelde en rook. Legitimeert ieder los onderdeeltje de emoties die bij u opkwamen?

· Herleef de gebeurtenis opnieuw maar nu beeldje voor beeldje. Knip het op in losse momenten en bekijk ieder moment apart van het geheel. Legitimeren de aparte stukjes de emoties die u erbij voelde?

· Onderzoek tenslotte of de stukjes gaan over iets waar u controle over hebt. Heeft ieder apart partje iets te maken met uw oordeelsvermogen, uw gevoel of uw wil? Kijk dan nu of ook het totaal iets betreft waar u controle over hebt.

· Doorleef de gebeurtenis nog een keer, maar nu door de ogen van een stoïcijn. Welke stoïcijnse eigenschappen zou u kunnen aanwenden als tegengif tegen de vervelende gevoelens? Voelt u nog steeds de vervelende emoties of zijn ze een beetje dragelijker geworden?

· Herhaal deze oefening iedere dag totdat u zich de gebeurtenis voor de geest kunt halen zonder de vervelende emoties te voelen. Door het een aantal malen doorleefd te hebben en door u een voorstelling gemaakt te hebben van een stoïcijnse manier om er mee om te gaan ontstaat een zekere gewenning.

· Kies vervolgens een andere wat uitdagendere gebeurtenis en herhaal de oefening. Herhaal deze oefening zo vaak als nodig en op de momenten dat u denkt dat u daar behoefte aan heeft.