Ja, andere manieren van de wereld ervaren zijn mogelijk, en dat is misschien wel een van de fascinerendste onderwerpen op het snijvlak van neurowetenschap, psychologie, filosofie en mystiek. We kunnen de wereld niet alleen anders interpreteren; onder bepaalde omstandigheden kunnen we haar ook daadwerkelijk anders ervaren. De manier waarop ruimte, tijd, ons lichaam, ons zelf en de verhouding tussen onszelf en de buitenwereld aanvoelen, kan ingrijpend veranderen. Dat roept een interessante vraag op, die nauw aansluit bij het moderne stoïcisme: als onze gewone ervaring van de werkelijkheid mede door onze hersenen wordt geconstrueerd, wat gebeurt er dan wanneer de gebruikelijke organisatie van die ervaring verandert? Misschien ontdekken we dan vooral hoe onze geest normaal gesproken werkt. Misschien worden aspecten van onze ervaring zichtbaar die we gewoonlijk over het hoofd zien. En misschien, dat is de meest speculatieve mogelijkheid, kunnen bepaalde ervaringen ons iets leren over de aard van de werkelijkheid zelf. Om die mogelijkheden uit elkaar te houden, moeten we eerst bekijken wat er precies kan veranderen. Wat kan er veranderen aan onze ervaring?
1. Wat we waarnemen
U kent vast wel de plaatjes die u zowel als een konijn als een eend kunt zien. Een dubbelzinnige afbeelding kan opeens een ander beeld opleveren, terwijl de afbeelding zelf niet verandert. Ook verwachtingen en aandacht kunnen bepalen welke aspecten van een situatie we opmerken.
2. Hoe we waarnemen
Tijdens meditatie kan iemand gedachten en geluiden helderder opmerken, zonder er onmiddellijk betekenis aan toe te kennen. De ervaring kan minder automatisch worden ingevuld door verwachtingen en persoonlijke associaties.
3. Hoe we onszelf ervaren
Het gevoel een afzonderlijk, centraal 'ik' te zijn kan verzwakken. Sommige mensen ervaren meer verbondenheid met hun omgeving of een vermindering van de gebruikelijke grens tussen zichzelf en de wereld. Er bestaat zelfs zoiets als dissociatie, de mentale toestand waarbij u losraakt raakt van uw gedachten, gevoelens, omgeving of uw eigen identiteit, alsof het niet helemaal "echt" of bij u hoort.
4. Hoe de werkelijkheid als geheel aanvoelt
In mystieke of extatische ervaringen kan de wereld volkomen nieuw, buitengewoon werkelijk, tijdloos of onderling verbonden lijken. De ervaring kan diepgaand zijn, maar de verklaring ervan blijft een afzonderlijke kwestie.
Deze vier mogelijkheden lopen in elkaar over, maar zijn niet hetzelfde. Een verandering in wat u ziet, hoeft niet te betekenen dat u een andere werkelijkheid ervaart. Een verandering in uw zelfgevoel kan daarentegen wel uw hele beleving van de wereld veranderen. En het is vooral die laatste mogelijkheid die filosofisch interessant wordt. Een van de interessantste mogelijkheden is dat we niet zozeer andere dingen gaan waarnemen, maar dat de voortdurende mentale activiteit die onze waarneming begeleidt verandert. Probeer eens na te gaan wat er gebeurt wanneer u naar een boom kijkt. U ziet niet alleen de boom. Uw geest benoemt hem, herkent de soort, vergelijkt hem misschien met bomen uit uw jeugd en beoordeelt of hij mooi is. U denkt aan het weer, de tuin, de herfst of de vraag of de boom gesnoeid moet worden. Dat gebeurt meestal zo snel dat u het niet als een afzonderlijk proces ervaart. U ziet gewoon een boom. Maar wat gebeurt er wanneer u uw aandacht langdurig op het waarnemen zelf richt? U kunt proberen de boom te bekijken zonder hem voortdurend te benoemen. Let op de verschillende groentinten, de onregelmatige vormen van de bladeren, het licht dat ertussen valt en de beweging van de takken. Merk op wanneer gedachten ontstaan en laat ze weer gaan, zonder ze verder uit te werken. Misschien verandert er weinig. Misschien merkt u opeens veel meer details op. Of misschien valt u vooral op hoeveel mentale activiteit er normaal gesproken tussen u en uw ervaring staat. Dat laatste is al een belangrijk inzicht.
In onderzoek naar meditatie wordt soms onderscheid gemaakt tussen twee aspecten van ons zelfgevoel. Het verhalende zelf: het beeld dat u van uzelf hebt, met uw herinneringen, toekomstplannen, overtuigingen en levensverhaal. En het ervarende zelf: het gevoel van aanwezig zijn, lichamelijke gewaarwordingen en het besef dat u op dit moment iets ervaart. Deze indeling is een theoretisch model, geen bewijs dat er twee afzonderlijke zelven in onze hersenen bestaan. Wel biedt ze een bruikbare manier om verschillende aspecten van onze zelfervaring te onderzoeken. Uit onderzoek blijkt dat meditatie, interoceptie en hersennetwerken samenhangen met veranderingen in de ervaring van het zelf. Bij meditatie kan het verhalende zelf tijdelijk minder dominant worden. U bent dan bijvoorbeeld minder bezig met wat een gebeurtenis over u zegt, hoe u ervoor staat ten opzichte van anderen of wat u straks nog moet doen. Dat kan de ervaring opleveren dat u minder als een afzonderlijke persoon tegenover de wereld staat en meer deel uitmaakt van wat er op dat moment gebeurt. U hoort vogels zingen, voelt de wind en merkt lichamelijke gewaarwordingen op. De ervaring hoeft niet voortdurend te worden voorzien van het commentaar: ik hoor dit, ik voel dat, ik vind dit prettig, ik moet daar iets mee.
Dat betekent niet dat het zelf verdwenen is of dat u een diepere werkelijkheid hebt ontdekt. Het betekent dat een bepaalde manier waarop u uzelf en uw ervaringen organiseert minder op de voorgrond staat. Uw verhalende zelf doet een stapje terug ten faveure van uw ervarende zelf. De filosofisch interessante vraag is of ons gewone gevoel van afgescheidenheid een noodzakelijke eigenschap van de werkelijkheid is, of mede een manier waarop ons brein die werkelijkheid organiseert. Meditatie kan helpen die vraag van binnenuit te onderzoeken. Ze kan het antwoord echter niet op eigen kracht bewijzen.
Bij sommige meditatieve, religieuze en extatische ervaringen verandert het zelfgevoel veel ingrijpender. Mensen beschrijven dan dat de grens tussen henzelf en de omgeving tijdelijk lijkt te verdwijnen. Ze ervaren eenheid, verbondenheid of een werkelijkheid die uitzonderlijk helder en direct aanvoelt. Dergelijke ervaringen worden in verschillende tradities beschreven, hoewel de interpretaties sterk uiteenlopen.
Een boeddhistische beoefenaar kan de ervaring begrijpen als het tijdelijk doorzien van de gebruikelijke identificatie met het zelf. Een christelijke mysticus kan spreken over vereniging met God. Iemand zonder religieuze overtuiging kan dezelfde algemene kenmerken beschrijven als een diep gevoel van verbondenheid met het universum.
We moeten hierbij niet voetstoots aannemen dat al deze ervaringen identiek zijn. De culturele achtergrond, de beoefening en de precieze ervaring kunnen sterk verschillen.Toch zijn er terugkerende kenmerken die het onderzoeken waard zijn:
Het gewone gevoel van een afzonderlijk zelf kan verzwakken.
De ervaring van tijd kan veranderen.
Het onderscheid tussen waarnemer en waargenomene kan minder vanzelfsprekend voelen.
Er kan een intens gevoel van betekenis, verbondenheid of helderheid ontstaan.
De ervaring kan moeilijk in gewone taal uit te drukken zijn.
Neurowetenschappelijk onderzoek naar meditatie en spirituele ervaringen vindt verbanden met verschillende hersennetwerken die betrokken zijn bij aandacht, zelfreferentie, lichaamswaarneming en emotieverwerking. Een onderzoekslijn betreft het ‘default mode network', een netwerk dat onder meer betrokken is bij bepaalde vormen van zelfgerichte gedachten en autobiografische verwerking. Het is een stelsel van samenwerkende hersengebieden (mediale prefrontale cortex, posterior cingulate cortex en de angulus van de parietale kwab) die samen actiever worden wanneer uw aandacht naar binnen is gericht in plaats van naar de buitenwereld. Het wordt actief wanneer u niet met een taak bezig bent, dus tijdens rust, dagdromen, mediteren of "niets doen". Maar de precieze rol van dit ‘default mode’ netwerk verschilt per taak en toestand; er bestaat geen eenvoudige hersenknop voor mystiek.
Maar waarom voelen zulke ervaringen soms echter dan het gewone leven? Dat is misschien wel het meest intrigerende aspect.
Iemand kan na een mystieke ervaring zeggen: Ik heb nog nooit iets meegemaakt dat zo werkelijk aanvoelde. Soms wordt de ervaring beschreven alsof de gewone werkelijkheid slechts een oppervlakkige laag is en de persoon nu iets diepers heeft gezien. Maar hier moeten we twee betekenissen van het woord werkelijk uit elkaar houden. De eerste is fenomenologisch: iets voelt buitengewoon helder, onmiddellijk en onmiskenbaar aan. Dat is een feit over de ervaring van die persoon. De tweede is epistemisch: de ervaring levert betrouwbare kennis op over hoe de wereld onafhankelijk van die ervaring in elkaar zit. Dat is een veel sterkere bewering.
Het eerste kan waar zijn zonder dat het tweede automatisch volgt. Ook dromen kunnen buitengewoon werkelijk aanvoelen terwijl we dromen. En bij bepaalde neurologische of psychologische toestanden kunnen mensen ervaringen hebben die zeer overtuigend zijn, maar waarvan de inhoud niet overeenkomt met de buitenwereld. Dat maakt mystieke ervaringen niet betekenisloos. Ze kunnen iemand helpen zijn angsten, identiteit en verhouding tot andere mensen anders te begrijpen. Ze kunnen bovendien interessante vragen oproepen over de structuur van het bewustzijn. Maar hun intensiteit alleen is geen bewijs dat de interpretatie ervan klopt.
Bijna-doodervaringen worden vaak aangevoerd als een ‘bewijs’ voor het bestaan van een ziel. Het is een bijzondere neurologische of psychologische toestand, waarbij mensen soms melden dat ze tijdens een levensbedreigende situatie een sterk veranderd bewustzijn ervaren. Veelgenoemde kenmerken zijn een gevoel van vrede, een ervaring buiten het eigen lichaam, een tunnel of licht, een terugblik op het leven en een gevoel van eenheid. Deze ervaringen kunnen een grote invloed hebben op iemands latere leven. Er zijn verschillende mogelijke mechanismen, waaronder veranderingen in hersendoorbloeding, zuurstof- en kooldioxide huishouding, neurotransmittersystemen en psychologische processen die zo’n bijna-doodervaring kunnen veroorzaken. De precieze verklaring van alle kenmerken is echter nog niet volledig vastgesteld. Sommige mensen interpreteren hun ervaring als aanwijzing dat bewustzijn onafhankelijk van het lichaam kan bestaan. Anderen zien haar als een uitzonderlijke bewustzijnstoestand die ontstaat onder extreme fysiologische en psychologische omstandigheden.
De ervaring zelf beslist niet tussen die verklaringen. Een bijna-doodervaring is absoluut geen bewijs voor het bestaan van een bewustzijn dat onafhankelijk is van het lichaam. Daarvoor zouden we onafhankelijk bewijs nodig hebben dat onderscheid kan maken tussen wat iemand tijdens de ervaring daadwerkelijk heeft waargenomen en wat later door herinnering, interpretatie of reconstructie is ontstaan. Dat is een moeilijke wetenschappelijke opgave, maar wel de juiste manier om de vraag te benaderen. Een bijna-doodervaring kan ons veel leren over de mogelijkheden van het menselijke bewustzijn, zonder dat we al weten wat ze ons leert over de uiteindelijke aard van bewustzijn. En hier verschijnt opnieuw de centrale vraag: kunnen we een uitzonderlijke ervaring gebruiken om de werkelijkheid beter te leren kennen, of leren we er vooral door hoe uitzonderlijk flexibel onze ervaring van de werkelijkheid is? Waarschijnlijk moeten we beide mogelijkheden onderzoeken, zonder ze bij voorbaat gelijkwaardig te verklaren.
Maar wat als we niet alleen anders kijken, maar ook anders begrijpen wat we zien? Tot nu toe hebben we vooral gekeken naar veranderingen in de ervaring zelf. Maar een andere benadering is dat we de wereld op een andere manier leren begrijpen, waardoor onze ervaring van die wereld eveneens verandert. Hier komen de filosofen Spinoza en Schopenhauer in beeld. Volgens Spinoza moet u uzelf niet langer als middelpunt van het universum beschouwen. Stel dat u uzelf niet langer in de eerste plaats beschouwt als een individu dat tegenover een buitenwereld staat, maar als een onderdeel van de natuur, gevormd door dezelfde natuurlijke processen als alle andere dingen. Dat is verwant aan Spinoza's filosofie. Mens en natuur zijn bij hem geen twee onafhankelijk bestaande werelden. De mens maakt deel uit van de ene werkelijkheid die Spinoza aanduidt als God of Natuur (Deus sive Natura). Dat inzicht kan uw perspectief veranderen. Uw lichaam, uw gedachten, uw emoties en uw verlangens zijn dan niet langer verschijnselen die u los van de natuur hoeft te begrijpen. Ze zijn zelf onderdelen van die natuur.
Uw boosheid kan bijvoorbeeld iets anders gaan betekenen wanneer u haar niet meer beschouwt als een persoonlijke tekortkoming, maar probeert te begrijpen hoe zij voortkomt uit uw lichamelijke toestand, eerdere ervaringen en de situatie waarin u zich bevindt. Dat is geen mystieke waarneming in strikte zin. Het is een verandering in uw begrip van uzelf en uw plaats in het geheel. Maar die verandering kan uw ervaring wel degelijk beïnvloeden. U kunt minder geneigd raken uzelf als een geïsoleerd middelpunt te beschouwen en meer aandacht krijgen voor de onderlinge afhankelijkheid van mensen en andere natuurlijke verschijnselen. Spinoza's metafysica is daarmee nog niet bewezen. Wel biedt zijn filosofie een manier om de gebruikelijke tegenstelling tussen 'ik hierbinnen' en 'de wereld daarbuiten' kritisch te onderzoeken.
Schopenhauer stelt een andere vraag. We ervaren de wereld als een verzameling objecten die tegenover ons staan. Maar ons eigen lichaam kennen we niet alleen als een object. We ervaren het ook van binnenuit, als verlangen, drang en handelen. Vanuit die dubbele ervaring ontwikkelt Schopenhauer zijn metafysica van de wil. U hoeft zijn theorie niet als een bewezen beschrijving van de werkelijkheid te accepteren om haar filosofisch interessant te vinden. Ze nodigt ons uit om te onderzoeken of onze gewone, objectiverende manier van kijken misschien niet de enige manier is om ons tot de wereld te verhouden. Ook de ervaring van schoonheid kan hier een rol spelen. Wanneer u volledig opgaat in muziek, een landschap of een kunstwerk, kan het gebruikelijke denken over uzelf tijdelijk naar de achtergrond verdwijnen. U bent dan minder bezig met wat het voor u betekent, wat u ermee kunt doen of hoe het zich verhoudt tot uw persoonlijke doelen. Dat kan aanvoelen alsof u de dingen meer op zichzelf ervaart. Maar ook hier moeten we voorzichtig blijven. Dat u minder bezig bent met uzelf, betekent niet automatisch dat u toegang krijgt tot de dingen zoals ze onafhankelijk van iedere waarnemer zijn. Het kan wel een ervaring opleveren waarin u minder door uw eigen belangen en verwachtingen wordt gedomineerd. En voor een modern stoïcijn is dat al waardevol.
Dit brengt vanzelf de vraag op: Hoe kunt u zelf onderzoeken of u anders kunt waarnemen? U hoeft daarvoor geen mysticus te worden of jarenlang in een klooster te gaan zitten. U kunt beginnen met eenvoudige oefeningen die uw aandacht richten op het verschil tussen waarnemen, interpreteren en uzelf ergens mee identificeren. Ik zou drie oefeningen voorstellen.
Oefening 1 Waarnemen zonder onmiddellijk te benoemen
Duur: 5–10 minuten
Kijk naar een boom, een plant, een wolk of een ander voorwerp.
Observeer kleuren, vormen, bewegingen en details.
Merk op wanneer uw geest het voorwerp benoemt of er herinneringen en associaties aan verbindt.
Keer rustig terug naar de zintuiglijke details, zonder te proberen gedachten volledig te onderdrukken.
Vraag uzelf achteraf af wat u hebt opgemerkt dat u normaal gesproken niet zou hebben gezien.
Wat onderzoekt u? Het verschil tussen zintuiglijke informatie en de automatische betekenisgeving die daarop volgt.
Oefening 2 De waarnemer observeren
Duur: 10 minuten
Ga rustig zitten en richt uw aandacht op de ademhaling en lichamelijke gewaarwordingen.
Merk gedachten op wanneer ze verschijnen.
Probeer ze niet weg te duwen en werk ze ook niet automatisch verder uit.
Merk op dat gedachten veranderen en dat uw aandacht steeds ergens anders naartoe kan gaan.
Onderzoek voorzichtig hoe het voelt om een gedachte waar te nemen zonder haar onmiddellijk als waarheid of als onderdeel van uw identiteit te behandelen.
Wat onderzoekt u? Hoe het gevoel van een voortdurend, samenhangend zelf zich verhoudt tot de wisselende inhoud van het bewustzijn.
Oefening 3 De stoïcijnse controle van uw indrukken
Duur: 5 minuten, bijvoorbeeld na een emotionele gebeurtenis
Neem een gebeurtenis die u heeft geraakt.
Beschrijf zo feitelijk mogelijk wat er gebeurde.
Schrijf op welke conclusie u onmiddellijk trok.
Onderzoek welke verwachtingen, angsten of verlangens die conclusie kunnen hebben beïnvloed.
Bedenk twee alternatieve verklaringen.
Vraag welk oordeel het best door de beschikbare informatie wordt ondersteund en welke reactie verstandig en rechtvaardig zou zijn.
Wat onderzoekt u? Hoe u van een automatische interpretatie naar een beter onderbouwd oordeel kunt komen.
Deze oefeningen zijn geen methode om een verborgen werkelijkheid te onthullen. Ze helpen u vooral om de gebruikelijke processen van aandacht, interpretatie en zelfervaring beter te herkennen. Doe ze ook niet met de verwachting dat u een bijzondere toestand móét bereiken. Gewone, alledaagse ervaringen zijn voldoende om uw eigen waarneming te onderzoeken.

Met Ai gegenereerde afbeelding
U vraagt zich waarschijnlijk af wat dit uiteindelijk betekent voor het moderne stoïcisme? Ik zie hierin drie mogelijke niveaus van ontwikkeling.
Het eerste niveau: beter leren oordelen.
U leert dat uw indrukken niet automatisch de waarheid vertegenwoordigen. U onderzoekt aannames, zoekt bewijs en stelt uw overtuigingen bij wanneer dat nodig is. Dit sluit rechtstreeks aan bij Epictetus en bij de moderne cognitieve wetenschap.Het tweede niveau: anders leren ervaren.
Door aandachtstraining en zelfonderzoek leert u gedachten en emoties eerder herkennen, minder automatisch opgaan in uw persoonlijke verhaal en bewuster waarnemen van wat er gebeurt. Dit sluit aan bij bepaalde boeddhistische en stoïcijnse praktijken en bij onderzoek naar een veranderde zelfervaring.Het derde niveau: de aard van de werkelijkheid onderzoeken.
U stelt de fundamentelere vraag of onze gewone ervaring ons iets wezenlijks onthult over de werkelijkheid, of vooral over de manier waarop ons bewustzijn die werkelijkheid organiseert. Hier ontmoeten het stoïcisme, Spinoza, Kant, Schopenhauer en de filosofie van het bewustzijn elkaar. Dit niveau kent geen algemeen aanvaard definitief antwoord.
Het eerste niveau is praktisch goed onderbouwd. Het tweede heeft wetenschappelijke ondersteuning, al verschillen de effecten per persoon en praktijk. Het derde blijft grotendeels een filosofische en wetenschappelijke open vraag. Dat onderscheid lijkt me essentieel. Het voorkomt dat we praktische voordelen van meditatie verwarren met bewijs voor een metafysische theorie.
Ik zou de mogelijkheid dat we de werkelijkheid soms anders kunnen ervaren daarom serieus nemen. Niet omdat we daarmee noodzakelijkerwijs achter de sluier van de waarneming kijken, maar omdat zulke ervaringen ons kunnen laten zien dat onze gewone manier van waarnemen niet de enige mogelijke manier is. Misschien kunnen we leren minder automatisch te interpreteren. Misschien kunnen we ervaren hoe veranderlijk ons zelfgevoel is. Misschien ontdekken we dat we onszelf en de wereld vaak door de bril van onze verlangens en angsten bekijken. Dat zijn geen geringe inzichten. Maar de stap van ik ervaar de wereld anders naar ik heb ontdekt hoe de werkelijkheid op zichzelf is blijft een te grote stap.
Daarom zou ik een modern stoïcijn willen aanraden om twee houdingen tegelijkertijd te ontwikkelen: een open geest voor wat de menselijke ervaring ons kan leren, en een kritische geest ten aanzien van de conclusies die we daaruit trekken. Misschien is dat zelfs een van de mooiste toepassingen van het stoïcisme. We hoeven niet te kiezen tussen wetenschappelijke nuchterheid en verwondering. We kunnen ons laten verrassen door wat mensen ervaren, zorgvuldig onderzoeken wat we daarvan kunnen leren en tegelijk erkennen dat onze kennis haar grenzen heeft. En dan blijft uiteindelijk deze vraag over: Als u leert om de wereld met minder automatische interpretaties te ervaren, ontdekt u dan iets meer van de wereld, of ontdekt u vooral hoeveel van uw gewone werkelijkheid altijd al door uw eigen geest werd gevormd? Misschien is het antwoord gedeeltelijk beide. En misschien is juist het onderzoeken van dat verschil een vruchtbare vorm van filosofische oefening.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten