zaterdag 28 januari 2023

16.1 De anderen

 STOÏCIJNSE MEEDOGENLOOSHEID


16.1 De anderen

Zoals ondertussen ongetwijfeld tot u zal zijn doorgedrongen, gaat het stoïcisme er van uit dat er dingen zijn waar wij mensen geen invloed op kunnen uitoefenen. Het gaat dan met name om de dingen en gebeurtenissen in de externe wereld. Deze externe wereld is vreemd aan ons wezen. De enige dingen waar we wel invloed op hebben zijn allemaal intern. Deze interne zaken zijn onze verlangens en afkeren, onze meningen en onze wil tot handelen. Echte invloed en controle hebt u dus alleen maar over uw binnenwereld. Dit zou gemakkelijk de indruk kunnen wekken dat er van stoïcijnen verwacht wordt dat ze zich in zichzelf terugtrekken, dat ze het sociale en openbare leven links laten liggen om zich volledig op hun zelfontplooiing te kunnen richten.

Een stoïcijn als een heremiet mediterend en studerend in een grot? Als u zich het leven van de belangrijkste stoïcijnse filosofen in herinnering roept loopt u al gauw tegen een contradictie aan. Schoolleiders, tragediedichters, opstandelingen, ontdekkingsreizigers, wetenschappers, zakenlui, advocaten, politici en zelfs een heuse keizer staan in het lijstje van de bekendste stoïcijnse filosofen. Het lijkt paradoxaal maar het stoïcisme vraagt zowel van u dat u uw eigen gedachten observeert en u terugtrekt in uw eigen innerlijke kasteel, als dat u naar buiten treedt en maatschappelijke betrokkenheid toont. Het verwacht van u dat u de mensheid, ondanks al zijn tekortkomingen, lief hebt.

Stoïcijnen beschouwen de sociale natuur van de mensen als een gegeven. Mensen zijn van nature groepsdieren. Ze waren, en zijn nog steeds, voor hun overleven afhankelijk van samenwerking met anderen. Musonius Rufus vergeleek de menselijk conditie met die van bijen.

“Denk je ook niet dat de menselijke natuur het meest lijkt op die van een bij? Die kunnen niet alleen leven, als ze alleen zijn gaan ze snel dood. Hun leven is gericht op het gemeenschappelijke belang van de korf. Ze werken allemaal samen aan hetzelfde doel.” (Musonius Rufus; Colleges 14)

De anderen zijn dan ook belangrijk voor uw welzijn en daarom één van de voornaamste bronnen van emotionele reacties. Positieve emoties als liefde, vriendschap en lust, maar de anderen zijn tegelijkertijd ook de belangrijkste oorzaak van veel van onze negatieve emoties. We ergeren ons aan een bumperklever op de weg, aan onze baas die onze kwaliteiten niet weet te waarderen, aan onze buren die te veel lawaai maken en aan nog veel meer door onze medemensen opgeroepen ergernissen. Maar de anderen verstoren onze rust niet alleen met actieve handelingen. Ook door het simpele bestaan van een maatschappij met een bepaalde cultuur worden we van ons stuk gebracht. We kennen allemaal een natuurlijke angst om uit de groep gestoten te worden en hebben allemaal een sterke neiging om een zo hoog mogelijke status binnen die groep te willen veroveren. Ons reptielenbrein vertelt ons dat het belangrijk is dat andere groepsleden een goede indruk van ons hebben en ons waarderen. Daarom voelen we een sterke drang om bepaalde kleren te dragen, om in een bepaald soort huis te wonen in een bepaalde wijk en met een bepaalde baan. Onze tuin, ons voedsel onze auto, ons gedrag en ook de opvoeding van onze kinderen moeten aan de eisen van de groep voldoen. Deze groepsdruk brengt stress en angstgevoelens met zich mee. We zijn bang dat we er niet in slagen aan de groepseisen te kunnen voldoen. We zijn jaloers op de mensen die in onze ogen een hogere status hebben weten te veroveren en we hebben problemen met de jaloezie van mensen die in hun ogen een lagere positie bekleden.

Er bestaat een heel systeem van regels, gebruiken en waarden die we geacht worden in acht te nemen om niet door onze samenleving te worden afgewezen. Een moralistisch systeem dat u kan steunen en tot plezierige emoties kan leiden, maar dat ook heel veel stress met zich mee kan brengen. Alle reden om eens nader in te gaan op de wijze waarop een stoïcijn met de anderen omgaat. Om te beginnen gaan we in de volgende blog de biologische oorsprong van onze sociale neigingen eens wat beter bekijken.


maandag 23 januari 2023

15.6 Tenslotte

 In deze les hebt u geleerd dingen wat meer in proportie te zien. De oefeningen zijn gericht op het veranderen van uw perspectief op de wereld. Dit kan door de wereld vanuit verschillende gezichtspunten te bekijken:

  • Beschouw uw wereld en problemen vanuit de onmetelijkheid van de tijd. Visualiseer bij de oefening van een blik in de eeuwigheid niet alleen de menselijke geschiedenis, maar ook het begin en einde van ruimte en tijd.

  • Zie uw wereld en problemen vanuit de onmetelijkheid van de ruimte. Visualiseer bij de oefening van de panoramablik de plek waar u zit of ligt, ga in gedachten omhoog en kijk neer op uw huis, uw wijk, uw stad, uw land en uiteindelijke de Aarde.

  • Bekijk de proportionaliteit van uw problemen. Vergelijk uw situatie met de problemen waar andere mensen mee zitten.

  • Ontwikkel u. Hoe meer u weet, hoe makkelijker het wordt om uw problemen te relativeren.


Volgens de stoïcijnen is alleen een wijze echt gelukkig en verstandig. Alle andere mensen zijn dwaas en ongelukkig. En zelfs de stoïcijnen geloofden niet in het bestaan van een echt volmaakte wijze. Geen optimistisch beeld. Een wereld vol bazelende idioten. Toch is er hoop. Doordat ieder mens van nature het vermogen tot redelijk nadenken bezit kan hij vorderingen maken op zijn weg naar wijsheid. Iedereen ongeacht opleiding, afkomst of geslacht bezit de potentie tot zelfverbetering. En dat betekent dat je je zelf toch een beetje beter kunt gaan voelen. Zelfverbetering is dan ook een stoïcijnse plicht. Studie en onderzoek zijn absoluut noodzakelijk om voortgang te boeken en nieuwe inzichten hoeven lang niet altijd uit stoïcijnse bronnen geput te worden. De waarheid staat altijd voorop.

Daarom zagen we in deze les dat de stoïcijnen bij het studievak van de juiste daadkracht zochten naar rolmodellen. In hun ogen had iedereen wel één of andere goede eigenschap waar iets van geleerd kon worden. Het ultieme rolmodel is natuurlijk de mythische stoïcijnse wijze. Hij is volledig rationeel, hij is het toonbeeld van virtuositeit in alles wat hij doet en hij is absoluut goedertieren, sereen en verlicht. Kortom hij bestaat niet, maar het is wel de moeite waard om te proberen er één te worden. Probeer daarom wat meer afstand te nemen van de gebeurtenissen in de wereld om u heen en al uw drukke bezigheden om uw externe doelstellingen te bereiken. De oefeningen en het verwerven van meer kennis en inzicht kunnen u daarbij helpen.

In eerdere lessen hebben we geleerd dat een stoïcijn zich in de dingen die hij doet laat leiden door zijn persoonlijke deugden. Soms zijn compromissen onvermijdelijk, maar toch probeert hij hoe dan ook binnen de grenzen van zijn eigen deugden te handelen. Daarnaast doet hij alles wat hij dan onderneemt onder het voorbehoud dat de wereld andere plannen zou kunnen hebben. Om hem daarbij te helpen kan hij zichzelf een imaginair vriendje of vriendinnetje aanmeten: zijn persoonlijke ‘daimonion’ of privé wijze. Die ‘daimonion’ helpt hem om de wereld in perspectief te zetten en om op zoek te gaan naar nieuwe informatie en kennis die hem daarbij kan steunen. Hoe meer u weet, hoe meer u begrijpt hoe beter u de wereld kunt relativeren en hoe makkelijker het wordt een virtuoos leven te leiden.

Tot slot van deze les wil ik u dan ook de opdracht meegeven om u niet tot dit ene boekje over stoïcijnse filosofie te beperken. Ontwikkel uzelf: lees boeken over filosofie, wetenschap en cultuur, leer een vreemde taal, lees romans, bekijk documentaires, ga naar musea, theaters en concerten. Probeer een overzicht van al de bestaande kennis van het menselijk ras te verkrijgen. Hoe meer u weet, hoe ruimer uw blik en hoe makkelijker u de ups en downs van uw leven in perspectief kunt plaatsen. En wie weet, wordt u uiteindelijke wel één van de mensen die de stoïcijnse filosofie een stap verder kan brengen. In de volgende les gaan we nog wat verder in op de ‘topos’ van de juiste actie. We gaan de stoïcijnse menslievendheid van dichterbij bekijken.


zondag 22 januari 2023

15.5 Bekijk het van boven

 Ik weet het, waarde leerling, het worden wel wat veel oefeningen voor één les, maar de stoïcijnen kenden nog een oefening die hen moest helpen om een universeel perspectief te verwerven. Het is een variant op de vorige oefening en net als deze ‘blik in de eeuwigheid’ is ook ‘de panoramablik’ bedoeld om u te leren dingen te relativeren en vanuit een ander perspectief te bekijken. In plaats van de wereld te bekijken vanuit het perspectief van de tijd gaat u nu een blik werpen op de onmetelijke ruimte. Zo kan ook de ‘panoramablik’ u helpen om wat makkelijker afstand te nemen van de dagelijkse beslommeringen.


Oefening: De panoramablik

Ga op een rustige plek zitten of liggen waar u de komende twintig minuten niet gestoord kan worden. Ontspan u en stel u voor dat u uit uw lichaam opstijgt. Bekijk de kamer waar u zit alsof u aan het plafond zweeft. Besteed hierbij ook aandacht aan uzelf. Hoe ziet u eruit vanaf het plafond? Ga verder omhoog en zweef door het dak van uw huis. Hoe ziet uw huis er van boven uit? Ga nog verder omhoog en bekijk uw stad of dorp alsof u er in een luchtballon overheen vliegt. Ga nog hoger en bekijk uw land vanuit de ruimte. Is het dag of nacht? Ziet u de lichtjes van de steden? De rivieren, meren of zee? Ga nog verder de ruimte in en bekijk de Aarde alsof u naast de Maan zweeft. Besef dat uw lichaam daar ergens beneden op die kleine blauwe knikker zijn of haar leven leidt. Dat het daar beneden krioelt van de mensen die zich over van alles en nog wat druk maken. U maakt daar deel van uit en bent er op de één of andere manier mee verbonden. Keer na een poosje terug naar het hier en nu en de realiteit van uw lichaam op uw bed of in uw stoel. Wat heeft deze imaginaire reis voor u betekent? Is er iets veranderd in uw perspectief?


Als dit u allemaal wat te serieus wordt kunt u natuurlijk altijd nog naar De ‘Galaxy song’ van Monty Python kijken. Humor was tenslotte ook één van de eigenschappen en zelfs deugden van de stoïcijnse wijze. Dit leert u alles een beetje te relativeren zo belangrijk zijn al onze bezigheden nu ook weer niet.

Het helpt ook als u probeert uw horizon te verruimen. Hoewel kennis en wijsheid absoluut niet hetzelfde zijn, is wijsheid zonder kennis niet mogelijk. Probeer dus letterlijk wijzer te worden door nieuwe dingen te ontdekken. Leer, ontwikkel uzelf en probeer zoveel mogelijk over uw wereld te weten te komen. U hoeft natuurlijk niet overal een specialist in te worden, maar doe uw best om een zogenaamde ‘homo universalis’ te worden en verwerf een overzicht van de beschikbare kennis. Verdiep u in de huidige stand van de wetenschap, in filosofie en historie, kunst en cultuur. Dit helpt u om uw wereld en uw eigen plaats daarin te relativeren. Volgens Epictetus was het de plicht van iedere stoïcijn om continu naar wijsheid te streven en zoveel mogelijk over het universum te weten te komen. Niet als een specialist, maar als iemand die een overzicht heeft over al de wetenschappen waardoor hij de dwarsverbanden leert begrijpen. Het gaat daarbij niet alleen om wat we tegenwoordig onder exacte wetenschap verstaan, ook kunst, cultuur en zelfs de meer spirituele kennis werd hieronder begrepen. Seneca zei in dit verband:

“Wijsheid is iets groots en alomvattends, zij bestrijkt alles, haar belangstelling strekt zich uit over het goddelijke en het menselijke, over verleden en toekomst, over het vergankelijke en het eeuwige.” (Seneca, Brieven aan Lucilius 88-33)

Het bezitten van een grote algemene ontwikkeling verandert uw perspectief en maakt het u een stuk makkelijker om dingen in hun verband te zien. Het wordt tegelijkertijd ook een stuk moeilijker om u druk te maken over kleinigheden. Als u net iets gelezen hebt over de onmetelijke tijd en ruimte van het universum of over oorlogen van duizenden jaren geleden worden uw dagelijkse zorgen en probleempjes opeens een stukje kleiner.

Volgens Marcus Aurelius lijkt het er zelfs op dat Zeus (of de natuur, die twee zijn voor de stoïcijnen inwisselbaar) ons ons zelfbewustzijn en ons vermogen tot logisch nadenken heeft gegeven om onze wereld te onderzoeken. Volgens hem wil Zeus dat we zoveel mogelijk van hem begrijpen, waardoor de natuur door ons, als onderdeel van die natuur, bewust wordt van zichzelf. Zoals Zeus in één oogopslag zijn hele schepping in alle eeuwigheid kan overzien, kan de stoïcijnse wijze in één oogopslag alle oorzaken en consequenties van een gebeurtenis die hem overkomt begrijpen. De wijze is weliswaar niet alwetend, maar staat wel op gelijke voet met Zeus. Hij kan zijn eigen werkelijkheid vanuit een goddelijk alomvattend perspectief beschouwen. Een leerling stoïcijn zou moeten proberen een dergelijk perspectief te bereiken door studie, meditatie en contemplatie. Marcus Aurelius begreep natuurlijk wel dat het ook voor hem waarschijnlijk onmogelijk zou blijken te zijn om dat te bereiken. Hij, en met hem de andere stoïcijnen, denken dat alleen al de poging om een dergelijke wijsheid te verwerven het leven de moeite van het leven waard maakt.

Wetenschap of fysica was dan ook een belangrijk onderdeel van de filosofische studie. Zoals u zich misschien nog wel herinnert verbonden de stoïcijnen de topos van het juiste verlangen aan de fysica. Ze dachten dat de leerling door het bestuderen van de sterren, de natuur en de wetten van oorzaak en gevolg een serene geesteshouding zou ontwikkelen die het hem mogelijk zou maken de wereld vanuit een weidser perspectief te bekijken. Van een leerling, en dat zijn alle stoïcijnen zolang ze nog niet wijs zijn, wordt verwacht dat hij aan zijn algemene ontwikkeling werkt. Hij moet daarbij zeker niet vergeten ook de andere filosofen te bestuderen. Ook daar is wijsheid te vinden en iemand die de standpunten van zijn ‘tegenstanders’ niet kent zal die standpunten ook nooit kunnen weerleggen. Een stoïcijn moet leren zelfstandig na te denken. Een leerling die slaafs de ideeën van zijn leermeesters navolgt zal nooit een echte stoïcijn kunnen worden. De stoïcijnse leer was dan ook geen vaststaand leerstuk. Het was en is constant in ontwikkeling. Er werden en worden steeds weer nieuwe dingen ontdekt die op de één of andere manier in de allesomvattende leer van het stoïcisme moeten worden opgenomen. Op een stoïcijnse school werden de leerlingen dan ook uitgedaagd om hun leermeesters aan te vallen, om zelf met nieuwe theorieën te komen. Als ze goed genoeg waren en de kritiek van anderen konden doorstaan werden die theorieën opgenomen in het lespakket.

De leerling moest voor zichzelf gaan denken en niet langer klakkeloos achter de standpunten van anderen aanlopen. Zelfs niet de standpunten van zijn leraren. Hij zou zich niet meer alleen identificeren met zijn familie of land, maar hij zou een echte kosmopoliet moeten worden, een echte wereldburger, een inwoner van de kosmos. Hij of zij zou zich daardoor minder druk maken om de kleinzielige verlangens en afkeren van het alledaagse leven.



zaterdag 21 januari 2023

15.4 Een verandering van perspectief

Uw ‘daimonion’ wordt zo uw persoonlijke leraar die u altijd met raad bij kan staan. Met daad zal wat moeilijker worden, hij blijft wel een fantasie. Uw ‘daimonion’ is uw eigen ideaalbeeld van een stoïcijnse wijze. Die wijze is het ultieme rolmodel, het ideaalbeeld voor de stoïcijnen. Het doel waarnaar gestreefd moet worden, of het nu haalbaar is of niet. Het antieke concept van de wijze is een beetje te vergelijken met wat in het Oosten de verlichte Boeddha is. De wijze is perfect gelukkig onder alle omstandigheden, hij leeft niet alleen in harmonie met de universele natuur maar kent die ook door en door, hij is volledig rationeel, hij is het toonbeeld van virtuositeit in alles wat hij doet en hij is absoluut goedertieren, sereen en verlicht. Kortom hij bestaat niet. De stoïcijnen zeiden, zoals we zagen, dat de wijze net zo zeldzaam was als een Ethiopische Phoenix. Heel goed wetend dat een dergelijke vogel helemaal niet bestaat. In tegenstelling tot boeddhisten is heiligenverering niets voor stoïcijnen. Ze waren zich er veel te goed van bewust dat in de echte wereld perfecte mensen niet bestaan. Voor de stoïcijnen was de wijze dan ook vooral een hypothetisch figuur. 

Toch staan de stoïcijnse teksten vol met verwijzingen naar de wijze. Dat lijkt een beetje raar als je er aan twijfelt of er ooit een wijze heeft bestaan en er al helemaal geen hoge verwachtingen van hebt dat er in de toekomst ooit één zal bestaan. De wijze is niets meer dan een rolmodel, een ideaal dat nagestreefd moet worden, ook al is het onbereikbaar. Een imaginair voorbeeld, een onhaalbaar einddoel dat het desondanks waard is om na te jagen. Het is hier voor een stoïcijn niet het einddoel dat telt, maar de weg er naar toe. De weg is het doel. Het is ook het enige doel dat haalbaar is. 

De al dan niet imaginaire wijze bekijkt de wereld vanuit een heel ander perspectief dan de normale mens. Hij ziet de wereld ‘sub specie aeternitas’, vanuit een tijdloos en universeel gezichtspunt. Het loont echter ook voor een leerling stoïcijn om zijn perspectief te verruimen en dingen zo nu en dan eens van een andere kant te bekijken. U kunt zich erin oefenen door zo nu en dan wat meer afstand te nemen van wat er om u heen gebeurt. Probeer minder betrokken te zijn en bekijk uw buitenwereld als een objectieve onpartijdige toeschouwer. Hoe zou een stoïcijnse wijze een bepaalde gebeurtenis ervaren? Hoe kijken de andere betrokkenen er tegen aan en hoe zou een niet betrokken derde het zien? 

Zo kunt u het zoveelste nieuwsbericht over een nieuwe oorlog, politieke strubbelingen en aanslagen vanuit een historisch perspectief proberen te bekijken. Het lijkt misschien wel of alles nu veel erger en radicaler is dan vroeger, maar is dat wel zo? Zijn de huidige gebeurtenissen wel zo uniek en bijzonder als ze lijken? Het loont de moeite om als leerling stoïcijn uw oude geschiedenisboeken van zolder te halen. Is er sprake van een bepaalde ontwikkeling die al veel langer aan de gang is, is er al eens eerder iets soortgelijks gebeurd? Vanuit een historisch perspectief ziet de actualiteit van vandaag er soms heel anders uit. 

Maar ook persoonlijke tegenslagen en meevallers kunt u proberen op een wat afstandelijkere manier te ervaren. Uw leven is misschien wel heel wat minder bijzonder en uniek dan u denkt. Bekijk alles zo objectief mogelijk alsof u er niet bij betrokken bent, alsof u een onpartijdige buitenstaander bent. De volgende oefeningen kunnen u helpen afstand te nemen en een ander perspectief aan te nemen. 

Oefening: Een blik in de eeuwigheid (zie de wereld ‘sub speci aeternitas’) 

Ga op een rustige plek zitten of liggen waar u de komende twintig minuten niet gestoord kan worden. Ontspan u en wordt u bewust van het hier en nu. Waar bent u? Wat doet u? Realiseer u hoe snel dat ene momentje waarop u echt bewust aanwezig bent weer vervlogen is. Hoeveel van die momentjes zitten er wel niet in een dag, in een week, een jaar, een mensenleven? Hoeveel van die momenten heeft u in uw leven gehad en hoeveel zult u er nog krijgen? Uw ouders, grootouders, overgrootouders, al uw voorouders hebben die korte momentjes van bewustzijn gehad. Wat is er gebeurd met al die momenten? Wat gebeurt er met de momenten van de miljarden mensen die nu leven en wat is er gebeurd met de momenten van onze voorouders? Denk aan de geschiedenis van de mensheid. Mensen bestaan nog maar een fractie van de tijd dat er leven op aarde is. Richt u nu op de geschiedenis van ons zonnestelsel. Dat bestaat zo’n vijf miljard jaar, nog niet de helft van de tijd dat het universum bestaat. Besef hoe kort en onbelangrijk uw kleine momentjes van bewustzijn in verhouding tot deze eeuwigheid zijn. Laat dit een poosje tot u doordringen voordat u terugkeert naar het hier en nu en de realiteit van uw lichaam op uw bed of in een stoel. Wat heeft deze imaginaire reis in de tijd voor u betekent? Is er iets veranderd in uw perspectief? 

Een wijze bekijkt zijn leven vanuit een historisch perspectief. Hij kent zijn plaats in de wereldgeschiedenis en weet dat zijn rol, hoe bijzonder ook, nooit meer dan een fractie van het geheel kan vormen. In dit verband heeft het ook voor een leerling zin om eens een boek over ‘big history’ te lezen of een cursus over dit fascinerende onderwerp te volgen. Bij ‘big history’ wordt de geschiedenis van het universum en de mensheid vanaf de oerknal tot het heden gevolgd. Daarbij worden verschillende wetenschappelijke disciplines met elkaar in verband gebracht. Astronomie behandelt de geschiedenis van het universum, geologie de geschiedenis van de Aarde, biologie en paleontologie de geschiedenis van het leven en uiteindelijk komt ook dat waar we normaal gesproken bij het woord geschiedenis aan denken aan bod. Op deze manier kunt u een overzicht van de geschiedenis van het universum en de wereld verkrijgen. Een overzicht dat u leert dat uw momentje in de geschiedenis en al uw problemen, maar heel relatief zijn in vergelijking met het al. (Deze boeken en cursussen kunnen u een beetje op weg helpen: Big History, ook de moeite waard  en tot slot twee engelstalige Cursussen bij Coursera).

zondag 15 januari 2023

15.3 Stoïcijnse demonen en beschermengelen

 U zult wel denken wat hebben die malle stoïcijnen met spoken en geesten. Toch speelde (denkbeeldige) demonen een belangrijke rol in de klassieke filosofie. Het begrip ‘daimonion’ was een populaire manier om de innerlijke stem of het bewustzijn te beschrijven als datgene wat iemand zou kunnen ervaren als een soort van gids of raadgever. Socrates was een van de bekendste filosofen die gebruik maakte van het begrip ‘daimonion’ (demon). Hij beschreef het als een innerlijke stem die hem waarschuwde wanneer hij op het punt stond een verkeerde beslissing te nemen, of hem aanmoedigde om een bepaald pad te volgen. Hij beweerde dat deze innerlijke stem een soort van goddelijke geest of gids was die met hem communiceerde en hem hielp om de waarheid beter te begrijpen.

In de klassieke filosofie werd het begrip daimonion vaak geassocieerd met de zoektocht naar kennis en wijsheid, en werd het gezien als een hulpmiddel om een innerlijke leiding te volgen in plaats van te vertrouwen op externe autoriteiten of religieuze dogma's. Het begrip ‘daimonion’ was echter niet alleen beperkt tot de filosofie, het was ook een belangrijk onderdeel van de religieuze en culturele praktijken van de oudheid, waar het werd gezien als een soort van geestelijke gids of beschermengel.

Ook de stoïcijnen maakten gebruik van een ‘daimonion’. Ze waren zich er wel wat meer dan sommige van hun collega filosofen van bewust dat hun demonen op fantasie gebaseerd waren. Maar ze vonden het wel degelijk een nuttig concept om hen te helpen op hun levenspad. In het vorige blog hadden we het over rolmodellen en het ‘daimonion’ is eigenlijk zo’n rolmodel. En de stoïcijnen denken dat het u kan helpen om nog een stapje verder te gaan en voor uzelf een eigen fantasie wijze als rolmodel te creëren. U maakt dan uw eigen stoïcijnse superheld, die u kan helpen en bijstaan. 

Ook Socrates gebruikte, zoals we hierboven al zagen, een soort ingebeeld rolmodel. Hij zei vaak dat er een ‘daimonion’ tot hem sprak om hem te waarschuwen voor verkeerde beslissingen. In zijn ogen was het een soort spiritueel wezen dat hem constant in de gaten hield en van goede raad en adviezen voorzag. Hij luisterde altijd naar zijn ‘mentale radar’ en zei dat die hem nooit een verkeerd advies had gegeven. Later zouden de christenen zijn idee overnemen en er een beschermengel van maken. De stoïcijnen sloten het bestaan van dergelijke spirituele wezens trouwens niet per definitie uit, maar hun rolmodellen werden toch vooral als denkbeeldig beschouwd. Het is misschien helemaal niet zo’n gek idee om uzelf ook een ‘daimonion’ aan te meten. Het klopt tenslotte wel dat u zich als u zich bespied weet een stuk ‘netter’ gedraagt dan wanneer u denkt alleen te zijn. Daar komt nog bij dat het best een prettig gevoel is om te weten dat u nooit ergens helemaal alleen voor staat. Er is altijd iemand om u bij te staan, al was het maar een denkbeeldige ‘daimonion’. Hoog tijd dus om op zoek te gaan naar uw eigen ‘beschermengel’.


Oefening: Kies uw eigen ‘daimonion’

Veel kinderen hebben een onzichtbaar vriendje en ook de meeste stoïcijnse filosofen hebben het over een denkbeeldige levensgids. Als u wilt kunt ook u zich een onzichtbare gids en leraar aanschaffen. Het is helemaal niet zo raar om net als die kinderen een stukje van uw hersenen te reserveren voor een vriendelijke en wijze bondgenoot, die u kan troosten, opbeuren en op milde maar besliste wijze attent maakt op uw stoïcijnse beginselen. U zou bijvoorbeeld Epictetus, Seneca of één van de andere stoïcijnen als uw onzichtbare begeleider kunnen kiezen. Maar het kan ook heel goed een ingebeelde perfecte wijze zijn. Laat het geen boeman worden die niets anders doet dan u verwijten maken. Een stoïcijnse wijze is immers per definitie tolerant, vriendelijk en mild. Hij zal u uw fouten of vergissingen nooit kwalijk nemen.

U zou er mee kunnen beginnen om iedere keer als u een moeilijke situatie te wachten staat, bij uw privé wijze te rade te gaan. Wat zou hij gedaan hebben? Wat zou hij u adviseren? Maak in uw gedachten een zo’n duidelijk mogelijk beeld van uw ‘daimonion’. Beeldt u in dat hij of zij echt bij is en dat u echt met elkaar praat. U kunt uzelf zelfs een vaste plek inbeelden waar u elkaar spreekt. Maak er een mooie rustige plek van waar u zich altijd kunt terugtrekken om met uw ‘daimonion’ te overleggen. Maak er uw eigen innerlijke citadel van, een veilige rustige plek waar u zich volledig op uw gemak voelt.

U zou hem of haar natuurlijk ook kunnen vragen of hij de dingen net zo zou hebben aangepakt als u het gedaan hebt. U kunt er zelfs een gewoonte van maken om iedere avond voor het slapen gaan een kort gesprek met hem of haar aan te gaan, waarin u de dag bespreekt. Wat ging er vandaag goed en wat zou voor verbetering in aanmerking komen? Ook zou u iedere ochtend voor u opstaat kort met hem de komende dag kunnen doornemen. Wat staat u vandaag te wachten? Zijn er bijzondere uitdagingen die een beroep op uw stoïcijnse vaardigheden zullen doen? Deze gesprekjes kunnen dan de plaats gaan innemen van de oefening van de voor- en nabeschouwing.

Na een tijdje zult u merken dat uw wijze een, licht schizofreen, plekje in uw hersenen heeft ingenomen. De persoon zal u op een gegeven moment zelfs geheel ongevraagd van stoïcijnse op- en aanmerkingen gaan voorzien. U staat nooit meer ergens alleen voor, maar hebt altijd een vriendelijk en milde helper en adviseur aan uw zijnde. U zult u hoe langer hoe meer bewust worden van zijn of haar aanwezigheid. Op dat moment is het u gelukt, u heeft officieel uw eigen stoïcijnse ‘daimonion’, die u als u dat wilt de rest van uw leven loyaal zal blijven bijstaan.


zaterdag 14 januari 2023

15.2 Superhelden en andere rolmodellen

U hebt in de afgelopen lessen kennis gemaakt met een heel set aan stoïcijnse gedragsregels en technieken om een virtuozer en gelukkiger leven te kunnen leiden. Ondertussen zult u ook wel begrepen hebben dat het ze daarbij niet ging om de theorie, om wat u ergens over denkt of zegt, maar om wat u in het echt doet. Het gaat de stoïcijnen om de dagelijkse werkelijkheid om echte mensen en de dingen die ze doen. Daarom spelen rolmodellen een belangrijke rol in hun onderwijs. U kunt dan mensen van vlees en bloed met bepaalde voor een stoïcijn belangrijke deugden in het wild observeren en navolgen.

De moderne helden zoals managers van grote bedrijven, acteurs, zangers, sporters, vloggers en andere ‘celebrities’ zullen als stoïcijns rolmodel vrij snel door de mand vallen. Dergelijke publieke figuren blinken doorgaans niet uit in eigenschappen die een stoïcijn wenselijk acht. Een stoïcijns rolmodel hoeft echter niet volmaakt te zijn. Niet iedereen is natuurlijk even ver gevorderd op de weg naar virtuositeit en niet iedereen heeft op dezelfde gebieden vooruitgang geboekt. Sommige mensen komen hun leven lang niet veel verder dan een heel basaal kinderlijk of zelfs dierlijk ontwikkelingsniveau. Dat neemt echter niet weg dat ook deze mensen wel degelijk de potentie hebben om vooruitgang te boeken. Een verandering in hun omstandigheden, of het ontmoeten van de voor hun persoon en situatie juiste leraar kan een wereld van verschil voor ze betekenen. Deze potentie tot zelfverbetering, dit vermogen om door zich te ontwikkelen en door na te denken een beter inzicht in de werkelijkheid te verwerven ligt aan de basis van het stoïcijnse gelijkheidsbeginsel. Een stoïcijn vindt dat iedereen ongeacht zijn omstandigheden de kans geboden moet worden om zich te ontwikkelen. Stoïcijnen denken ook dat er maar weinig mensen door en door dom of slecht zijn. Iedereen heeft potentie en in iedereen zit wel iets goeds. Dat betekent dat van iedereen hoe nederig ook wel iets te leren valt. Iedereen heeft wel een eigenschap die de moeite waard is.

Het waren dus niet alleen bekende helden die als voorbeeld werden gesteld. Het was heel goed mogelijk om te verwijzen naar bepaalde goede eigenschappen van mensen in de directe omgeving. In zijn dagboek noemt Marcus Aurelius een hele rij van familieleden en leraren die hij bedankt voor de goede invloed die ze op hem hebben gehad. Hij vond bij iedereen wel een eigenschap die hij bewonderde en die hij de moeite van het navolgen waard vond. In de ogen van een stoïcijn valt er dus al gauw iets van iemand anders te leren. De anderen zijn ongetwijfeld ook alles behalve perfect, maar ze hebben vast wel een goede eigenschap die jezelf niet hebt en die het navolgen waard is.

Ook van ‘gewone’ mensen die gemiddeld genomen misschien wel helemaal niet zo wijs en bewonderenswaardig zijn kunt u dus nog bepaalde dingen leren. Als u van hen al van alles kunt opsteken, hoe moet het dan wel niet zijn met stoïcijnse filosofen die, naar u mag aannemen, een stuk verder op de weg naar wijsheid gevorderd zijn. Een brutale leerling durfde Epictetus ooit eens te vragen of hij dacht dat hij zelf een wijze was. Epictetus gaf hem geen draai om zijn oren, dat doen stoïcijnen toch al niet zo snel, maar antwoordde:

“Bij de goden, ik wou dat ik dat was, maar ik kan zelfs mijn eigen leermeesters nog niet in de ogen kijken. Ik hecht nog te veel waarde aan mijn lichaam, Ik vind het belangrijk het gaaf te houden, hoewel het dat nu niet eens is. [Epictetus was kreupel] Maar ik kan je wel iemand aanwijzen die in elk geval vrij was, dan hoef je niet meer naar een rolmodel te zoeken. Diogenes die was vrij.” (Epictetus, Colleges, Boek 4, hoofdstuk 1).

Het ideaal van de verlichte wijze was soms ook in de ogen van de stoïcijnen wat te abstract. Bij gebrek aan een wijze van vlees en bloed werd in de stoïcijnse lessen regelmatig gewezen op historische en mythische personen die in hun gedrag bepaalde stoïcijnse deugden hadden laten zien. Zo was de hierboven door Epictetus genoemde cynische filosoof Diogenes, ja die van de ton, een belangrijke stoïcijnse held. Dat hij van een concurrerende filosofieschool was, maakte dat niet anders. Ook de wat mystieke natuurfilosoof Heraclitus was één van hun grootste helden en natuurlijk Zeno, de oprichter van de school. Voor de Romeinse stoïcijnen was ook de stugge en sobere staatsman Cato, die het als één van de laatste democratische tegenstanders tegen de dictator Julius Caesar durfde op te nemen, een belangrijk rolmodel. Daarnaast werd er ook veel naar de mythologische superheld Heracles verwezen. Maar het belangrijkste rolmodel bleef zonder enige twijfel Socrates.

Een rolmodel hoefde niet persé van vlees en bloed te zijn. Net als kinderen hielden veel stoïcijnen er een denkbeeldig vriendje op na. Het was geen speelkameraadje voor eenzame uurtjes, maar een steun en toeverlaat om ze te helpen met hun stoïcijnse praktijk. Ze maakten zich een voorstelling van een stoïcijnse wijze die hen bij alles wat ze deden ondersteunde. Bij alles wat op hun pad kwam, bij ieder obstakel en probleem haalden ze zich deze imaginaire wijze voor de geest om hem te vragen wat hij gedaan zou hebben. Tijdens de ‘ochtendmeditatie’ beelden ze zich in dat ze met hem de uitdagingen van de komende dag bespraken, en bij de ‘avondmeditatie’ keken ze samen met hun imaginaire vriend terug op de belevenissen van die dag. Wat was er goed gegaan en wat zou een volgende keer anders aangepakt moeten worden. Ze noemden hem of haar in navolging van Socrates hun ‘daimonion’. Deze ‘daimonion’ was steeds op de achtergrond aanwezig om hen als imaginaire vriend of vriendin te helpen een betere stoïcijn te worden.

Aan leerling stoïcijnen werd dus vaak aangeraden om een ‘held’ uit te kiezen als rolmodel. Het ging zelfs zo ver dat die held in gedachten steeds bij de leerling aanwezig moest zijn. Het hoefde dus niet persé een bestaande of historisch figuur te zijn, het mocht ook een denkbeeldig schoolvoorbeeld van de wijze zijn. De leerling moest zich voorstellen dat die persoon hem overal en bij alles begeleidde en als het ware steeds over zijn schouder meekeek. Het waren trouwens niet alleen de stoïcijnen die deze techniek toepasten, ook de epicuristen gebruikten een denkbeeldige wijze om hen op het rechte pad te houden. In een brief aan zijn leerling en vriend Lucilius omschrijft Seneca het zo:

“Dit is, beste Lucilius, een leefregel van Epicurus. Hij geeft ons een bewaker en opvoeder mee en terecht: een groot deel van onze fouten kan voorkomen worden als er een getuige over onze schouder meekijkt. Het ‘hegemonikon’ moet iemand hebben voor wie hij respect heeft, op grond van wiens overwicht hij ook de geheimste krochten van zijn innerlijk verheft. […] Kies dus Cato uit of als die je te star lijkt kies dan Laelius, een man met een wat soepelere instelling. Kies iemand van wie de levenswijze je aanspreekt, de manier van praten, maar ook het uiterlijk. Houd hem altijd voor ogen als bewaker en als voorbeeld. Wij hebben, volgens mij, allemaal iemand nodig om ons aan te spiegelen.” (Seneca, brieven 11-9-10).


Oefening: Word een fan

In de oudheid werden er speciaal biografieën van bekende helden geschreven. Zo kan bijvoorbeeld Plutarchus’ ‘parallelle levens’ als een lijstje met potentiële rolmodellen worden gezien. Stoïcijnen in opleiding worden door hun leraar dus gestimuleerd om mensen die ergens in uitblinken te bestuderen. Wat zijn de belangrijkste eigenschappen die er voor zorgen dat ze zo goed zijn in wat ze doen. Zou u door hun manier van doen te bestuderen misschien iets van ze kunnen leren? Van een succesvol sporter zou u bijvoorbeeld volharding kunnen leren en van een bevlogen leraar geduld en liefde voor zijn leerlingen. Misschien is die fantastische leraar verder wel een enorme vrek en is die topsporter wel heel onsportief, maar ze hebben in elk geval een paar deelgebieden waar ze heel virtuoos in zijn. En van juist die gebieden kunt u als leerling iets opsteken. Net als alle andere mensen bent u gewoon nog een dwaas, maar dan wel een dwaas die op de goede weg is en stap voor stap een beetje virtuozer wordt.

Zoek daarom mensen met eigenschappen die u bewondert en probeer uit te zoeken hoe het komt dat ze zo goed zijn in wat ze doen. Het kunnen net zo goed bestaande nog levende personen zijn als historische figuren. Maak in uw dagboek een fan-lijstje met mensen die eigenschappen laten zien die u graag zelf ook zou willen hebben. Beschrijf daarin de dingen die u het meest bewonderenswaardig aan hen vindt. Wat doen uw helden om zo te worden als ze zijn? Zitten daar dingen tussen die u zou kunnen gebruiken? Misschien kunt u ze wel kopiëren en zo weer een stapje verder komen op uw tocht naar een steeds toenemende virtuositeit.


We gaan meteen verder met nog een oefening. Dit is een variant op de vorige oefening die kan helpen om de dagelijkse uitdagingen van uw leven beter aan te kunnen. Hij helpt als u met een lastige of soms zelfs ronduit dramatische gebeurtenis wordt geconfronteerd, maar ook bij kleine ongemakken kan hij goede diensten verlenen. De oefening kan ook gebruikt worden als aanvulling op de, nog te behandelen, ‘premeditatio malorum’ door te bedenken wat uw ‘held’ zou doen als hem of haar een bepaalde akelige gebeurtenis zou overkomen.


Oefening: Wat zou uw ‘held’ doen?

Er staat u een moeilijke situatie te wachten of er is net iets heel vervelends met u of met iemand uit uw omgeving gebeurd. U bent bedrijfsleider en moet een medewerker ontslaan, u moet een zware medische operatie doorstaan, uw land is getroffen door een zware aardbeving en uw huis is ingestort. Of iets met een wat minder dramatische inslag; u heeft een lekke band. Neem iemand in gedachten die onder soortgelijke omstandigheden heeft verkeerd en waarvan u vindt dat hij of zij daar op een bewonderenswaardige manier mee is omgegaan. Het hoeft niet een bestaand persoon te zijn, het kan zelfs een fantasiefiguur uit een boek of film zijn. Het hoeft niet persé een stoïcijns filosoof te zijn, zelfs niet iemand die u bewondert. Het kan heel goed iemand zijn die op een bepaald terrein uitblinkt, maar wiens karakter verder van alles te wensen over laat. U zou het zo kunnen aanpakken:

  • Verzamel zo veel mogelijk relevante informatie over de desbetreffende persoon.

  • Wat was het precies wat die persoon deed waardoor hij zich goed uit de situatie wist te redden? Wat maakte hem op dat moment virtuoos? Welke karaktereigenschappen of vaardigheden maakten dat hij kon doen wat hij deed?

  • Heeft u een aantal van die vaardigheden en karaktereigenschappen of zou u die op de één of andere manier kunnen aanleren?

  • Stel uzelf voor alsof u die vaardigheden en eigenschappen al bezat. Hoe zou u dan reageren op de situatie?

Kijk of u in uw eigen situatie iets kunt met de manier waarop uw ‘held’ een soortgelijk probleem heeft aangepakt. Zou u uw probleem op dezelfde manier kunnen oplossen?


zondag 8 januari 2023

15.1b Vergaar kennis

In de vorige blog werd duidelijk dat er van stoïcijnen verwacht wordt dat ze zich een onhaalbaar ideaal stellen. De verlichte stoïcijnse wijze heeft nooit bestaan, bestaat niet en zal waarschijnlijk ook nooit bestaan.  Het lijkt somberheid troef. Waarom zou u zich uitsloven voor iets wat u toch nooit zal kunnen bereiken? Net als bij de taoïsten gaat het de stoïcijnen niet om het einddoel maar om de weg er naar toe. Het streven naar virtuositeit alleen is al voldoende om uw leven er een stuk aangenamer op te maken. Een onderdeel van dat streven is het verwerven van kennis.

En over het vergaren van kennis waren de stoïcijnen gelukkig een stuk optimistischer. Volgens de stoïcijnen steekt de wereld zoals we zagen fundamenteel logisch in elkaar. Omdat de mens een deel van de wereld is, zo redeneerden deze stoïcijnen, moet ook de mens fundamenteel doordrongen zijn met dezelfde logica. Dit gelukkige verschijnsel betekent dat hij met behulp van zijn rede in staat is kloppende kennis over de wereld te vergaren. De vroege stoïcijnen richtten zich daarom sterk op de bestudering van wetenschap, en logica. Ze waren daarbij niet dogmatisch en beperkten zich zeker niet alleen tot hun eigen interpretatie van de werkelijkheid. Het werd als nuttig en zelfs noodzakelijk beschouwd dat ook de theorieën van de concurrerende filosofiescholen werden bestudeerd.

En daar bleef het niet bij, de stoïcijnen dachten dat ook in literatuur en andere kunstuitingen belangrijke kennis over de aard van de werkelijkheid verborgen lag. In beelden, schilderingen, muziek en drama kon een facet van de werkelijkheid aan het licht worden gebracht dat in de ‘normale’ wereld verborgen bleef. Een leerling werd dan ook aangemoedigd veel te lezen, theaters te bezoeken en lezingen van concurrerende filosofiescholen bij te wonen. Kunst en cultuur belichten een deel van de werkelijkheid die niet in gewone woorden kan worden gevangen. Ook dat deel van de werkelijkheid dient een stoïcijn zich eigen te maken.

Ook eigen onderzoek en het ontwikkelen van nieuwe ideeën werd aangemoedigd. Het stoïcisme was nooit bedoeld als een vaste onveranderlijke doctrine. De stoïcijnse filosofen gaven een richting aan die door hun leerlingen verder moest worden uitgewerkt. Er wordt niet voor niets onderscheid gemaakt tussen de oude, de midden en de jonge stoa. Er bestonden echte en fundamentele verschillen tussen de stoïcijnse filosofie in die periodes. Een veel gehoord stoïcijns gezegde was: ‘Zeno is mijn vriend, maar de waarheid is mij liever’. Zelfs van de eigen stoïcijnse leraren mocht niet alles zomaar voor zoete koek geslikt worden. Van een leerling werd en wordt verwacht dat hij of zij kritisch nadenkt, zelfstandig tot een oordeel komt en niet zomaar alles aanneemt wat hem wordt voorgeschoteld. Seneca zei het zo:

“Ik heb mezelf aan niemand verbonden, ik ben niemands volgeling. Ik bewonder de gedachten van de grote namen, maar uiteindelijk behoud ik me het recht voor om zelf mijn oordeel te vormen. Want ook zij hebben ons niet alleen antwoorden, maar juist ook nieuwe vragen nagelaten en ook zij hebben de waarheid niet in pacht en zijn dwaalwegen ingeslagen.” (Seneca Brieven aan Lucilius; 45)

Een stoïcijnse leraar schotelt zijn leerlingen dan ook niet een pakket hapklare kennisbrokken voor. Hij wil ze zelfstandig leren denken en probeert samen met zijn leerlingen uit te vinden hoe de stoïcijnse leerstellingen het best in praktijk kunnen worden gebracht. En als het meezit kunnen ze zelfs nog tot nieuwe inzichten komen die vervolgens in de zich alsmaar ontwikkelende doctrine kunnen worden opgenomen. De filosofieleraar is niet iemand die boven zijn leerlingen staat, maar hij staat tussen ze in en probeert samen met hen als een groep gelijke rationele wezens tot nieuwe en betere inzichten over de werkelijkheid te komen.