dinsdag 17 juli 2018

Goede manieren, etiquette en andere heilige huisjes


Zeden en gewoonten, gangbare omgangsvormen, goede manieren en etiquette zijn in de ogen van stoïcijnen allemaal zinloze en betekenisloze conventies. Ze verschillen qua tijd en cultuur en zijn allesbehalve rationeel, maar zijn daarom niet minder dwingend. Dwingende regeltjes die dikwijls leiden tot een vervelende en knellende groepsdwang. Zo werd het schudden van handen hier vroeger als onbeschaafd en kleinburgerlijk aangemerkt, totdat het op een gegeven moment de algemene regel werd. Tegenwoordig ziet de rechter het zelfs als een geldige ontslaggrond als mensen geen handen willen schudden want dat zou gelden als een teken van disrespect. Sinds wanneer zijn conventies heilig en rationeel?

Voor een stoïcijn in elk geval niet. Preoccupatie met goede manieren is kenmerkend voor kleinburgerlijkheid. Toch beseffen ook stoïcijnen dat leven en samenleven niet goed mogelijk zijn zonder deze nogal willekeurige omgangsvormen. Het zijn maatschappelijke feiten waar rekening mee moet worden gehouden als je deel wilt blijven uitmaken van een samenleving. In tegenstelling tot hun inspiratiebron de antiburgerlijke hippies van de cynici aanvaarden stoïcijnen goede manieren als een soms zinvol smeermiddel noodzakelijk voor een goede verstandhouding. De conventies van de goede manieren moeten zo nu en dan tegen wil en dank geaccepteerd worden. Toch moet niet vergeten worden dat het in wezen niets anders is dan irrationele groepsdwang die zelfs tot uitsluitingen en uitstoting uit de maatschappij kan leiden. Een stoïcijn moet kiezen tussen weglopen of meedoen op grond van niet meer dan de hypothetische imperatief dat wie niet eenzaam wil zijn zich tot op zekere hoogte aan de gangbare zeden en gewoonten moet houden. Neem er in elk geval af en toe afstand van, al hoeft dat niet altijd duidelijk te blijken. Blijf er van doordrongen dat ‘goede manieren’ nooit meer zijn dan willekeurige maatschappelijke feiten.


donderdag 12 juli 2018

DE WIJZE ALS ROLMODEL


Net als kinderen hielden veel stoïcijnen er een denkbeeldig vriendje op na. Het was geen speelkameraadje voor eenzame uurtjes, maar een steun en toeverlaat om ze te helpen met hun stoïcijnse praktijk. Ze maakten zich een voorstelling van een stoïcijnse wijze die hen bij alles wat ze deden ondersteunden. Bij alles wat op hun pad kwam, bij ieder obstakel en probleem haalden ze zich deze imaginaire wijze voor de geest om hem te vragen wat hij gedaan zou hebben. Tijdens de ‘ochtendmeditatie’ bespraken ze met hem de uitdagingen van de komende dag, en bij de ‘avondmeditatie’ keken ze naar de belevenissen van die dag. Wat was er goed gegaan en wat zou een volgende keer anders aangepakt moeten worden. Ze noemden hem of haar in navolging van Socrates hun ‘daimonion’. Deze ‘daimonion’ was steeds op de achtergrond aanwezig om hen als imaginaire vriend of vriendin te helpen een betere stoïcijn te worden. Om hen bij te staan op hun queeste op weg naar wijsheid.

Voor de stoïcijnen heeft die wijsheid natuurlijk vooral veel te maken met de goede werking van de ratio, het menselijke verstand. Een wijze is voor de stoïcijnen iemand met een uitmuntend stel hersenen. Hij kent zijn eigen, de menselijke en de universele natuur als geen ander. Hij is daardoor volledig afgestemd op de natuurwetten en de loop van de geschiedenis. Wat de natuur of zijn medemensen ook doen hij ziet het van te voren aankomen. Hij weet precies hoe hij moet reageren en wat het beste is voor hem zelf en de mensheid als geheel. Geen enkele gebeurtenis komt voor hem als een verrassing, niets en niemand kan hem dan ook uit zijn evenwicht halen. Iemand die zijn rede volkomen heeft weten te perfectioneren en in volledige harmonie met de natuur leeft.

De stoïcijnse wijze is dus een soort mengeling tussen superman en de verlichte Boeddha. In tegenstelling tot boeddhisten is heiligenverering niets voor stoïcijnen. Ze waren zich er veel te goed van bewust dat in de echte wereld perfecte mensen niet bestaan. Voor de stoïcijnen was de wijze dan ook vooral een hypothetisch figuur. Een ideaalbeeld dat, hoewel onhaalbaar, toch nagestreefd moest worden. Zelfs de stoïcijnen zelf geloofden niet dat een wijze bestaat of ooit bestaan had. Ook stoïcijnse helden als Socrates, Diogenes en Zeno waren volgens hen geen echte wijzen. Misschien goed op weg, maar toch nog steeds geen wijze. De wijze was volgens hen net zo zeldzaam als de Ethiopische Phoenix en er waren maar heel weinig stoïcijnen die in het bestaan van dit mythische dier geloofden. Dat klinkt misschien ontmoedigend, maar een stoïcijn hoeft niet persé de top te bereiken om toch goed bezig te zijn. Hij is volkomen tevreden met het besef dat hij zijn best heeft gedaan. Epictetus zei het zo:

“Ik zal nooit een Milo worden [destijds een beroemde sportheld en kampioen op de Olympische Spelen], maar ik train mijn lichaam wel. Ik zal ook nooit een nieuwe Croesus [een in de Oudheid bekende multimiljardair] worden, maar ik heb mijn zaakjes wel op orde. Een stoïcijn geeft niet op, alleen omdat hij ergens nooit de beste in zal worden.” (Epictetus; Colleges Boek I, hoofdstuk 2)

Toch staan de stoïcijnse teksten vol met verwijzingen naar de wijze. Dat lijkt een beetje raar als je er aan twijfelt of er ooit een wijze heeft bestaan en er al helemaal geen hoge verwachtingen van hebt dat er in de toekomst ooit één zal bestaan. De wijze is niets meer dan een rolmodel, een ideaal dat nagestreefd moet worden, ook al is het onbereikbaar. Een imaginair voorbeeld, een onhaalbaar einddoel dat het desondanks waard is om na te jagen. Het is hier voor een stoïcijn niet het einddoel dat telt, maar de weg er naar toe. De weg is het doel. Het is ook het enige doel dat haalbaar is.


donderdag 28 juni 2018

Eudaimonia: stoïcijns geluk


In uw studies in de stoïcijnse filosofie bent u vast het woord ‘eudaimonia’ wel eens tegengekomen. Deze Griekse term wordt meestal vertaald met ons woord geluk. Toch is dat niet helemaal de goede vertaling. Er zit meer in ‘eudaimonia’ dan alleen geluk. Het woord bestaat uit twee delen: ‘eu’ wat ‘goed’ of eerder nog ‘aangenaam’ betekent, en een variant op ‘daimon’. ‘Daimon’ betekent ‘demon’, ‘geest’, of ook wel ‘deugniet’. Samen verschuift de betekenis dan naar ‘geluk hebben’, ‘welzijn’, ‘bloeien’. Kortom naar een leven waar uitgehaald wordt wat er in zit.

Op het eerste gezicht lijkt er niet zo’n groot verschil tussen de oorspronkelijke Griekse betekenis en ons ‘geluk’ te bestaan. Toch werd er in de Oudheid fel gediscuteerd over allerlei nuance verschillen in de betekenis van ‘eudaimonia’. Is het een kunde die je kunt aanleren? Is het een gemoedstoestand? Een manier van leven? Of is het puur hedonistisch genoegen?

Socrates dacht dat geluk te leren was. Het had iets met kennis en het juist inzicht te maken. In de ‘Apologia’ zei hij het zo:

Schaam je je niet dat je al je tijd en energie steekt in het verkrijgen van rijkdom, macht en eer, terwijl je niets doet om wijsheid en waarheid te vergaren?

Socrates ziet het hoogste menselijk geluk dus in het zoeken naar kennis en wijsheid. Plato, zijn belangrijkste leerling, zocht ‘eudaimonia’ in een soort zweverig en metafysisch idee van het ‘goede’. Iemand die kennis wist te verkrijgen van ‘het goede’ zou in een staat van zielsharmonie en ultieme wijsheid terecht komen. Een generatie verder had Aristoteles, die weer een leerling van Plato was, eigen gedachten over ‘eudaimonia’. Hij was al ruim twintig jaar lang Plato’s leerling en ondersteunende leerkracht in de Academie, voordat hij genoeg kreeg van het occulte karakter van Plato’s ‘eudaimonia’. Ook hij dacht dat geluk niet te vinden was in zinnelijke genoegens, rijkdom of eer. Volgens Aristoteles lag het menselijk geluk in het vervullen van onze diepste innerlijke functie. De unieke menselijke functie lag volgens hem in ons vermogen tot logisch nadenken. De persoon die die functie het best vervult is volgens hem het gelukkigst. Het gelukkigst en verhevenste wat een mens maar kan ondernemen was het zijn van filosoof.

Aristoteles was de leraar van de veldheer Alexander de Grote. Alexander wist in zijn korte leven een immens rijk bij elkaar te veroveren. Het huidige Afghanistan en Pakistan maakten opeens deel uit van de Griekse wereld. Op zijn veldtochten nam hij niet alleen soldaten, maar ook filosofen mee. De Griekse filosofie kwam daardoor in aanraking met allerlei bijzondere Oosterse religies en filosofieën. Er ontstond een interessante kruisbestuiving van ideeën waaruit een heel scala aan nieuwe filosofiescholen ontsproot. De zogenoemde Hellenistische scholen als het epicurisme, het scepticisme, het cynisme en natuurlijk ook ons stoïcisme.

De stoïcijnen kwamen met een heel eigen filosofie over het begrip ‘eudaimonia’. Zij betrokken menselijke emoties bij het begrip ‘eudaimonia’ en kwamen met de term ‘apatheia’ op de proppen. U zult er wel tureluurs van worden.’ Weer zo’n rare Griekse term. Het lijkt een beetje op ons woord ‘apathie’, maar dat zal er natuurlijk wel niet mee bedoeld worden. Dat zou te makkelijk zijn’. Ik vrees dat u gelijk hebt ‘apatheia’ heeft niet zo veel met ons woord ‘apathie’ te maken, het betekent ‘onverstoorbaarheid’, ‘gemoedsrust’ en vooral ‘sereniteit’. ‘Eudaimonia’ is niet te bereiken met het zoeken naar kennis van Socrates, niet met de zielenharmonie van Plato en ook niet met het perfectioneren van logisch denken van Aristoteles, maar door het elimineren van negatieve gevoelens als angst en zorgen.

Om gelukkig te worden wilden de stoïcijnen dat hun leerlingen hun leven zouden versimpelen. Zeno zou het tijdens één van zijn lessen op het marktplein in Athene zo gezegd kunnen hebben:
“Jullie hebben maar weinig dingen echt nodig, en alles wat je wel nodig hebt is makkelijk te verkrijgen. Maak je leven niet onnodig moeilijk en ingewikkeld met triviale doelen als rijkdom en roem. Dat soort dingen zijn de vijand van ‘apatheia’. Roem bestaat uit de opvattingen van anderen en maakt het noodzakelijk dat je je leven leidt zoals anderen dat willen. Om roem te bereiken en vast te houden moet je waarderen wat anderen waarderen en mijden wat andere mijden. Je moet je vrijheid en rust opgeven om anderen te behagen. Met rijkdom gaat het niet anders. Het is een verraderlijke valkuil. Hoe meer je weet te vergaren, hoe meer je er van wilt hebben. En hoe ellendiger je je voelt als je er niet in slaagt je verlangen te bevredigen. Je voelt je jaloers en ellendig als het je niet lukt om rijkdom te vergaren, en als het je wel lukt ben je bezorgd dat het je weer ontnomen wordt. Nee leerlingen, als jullie ‘eudaimonia’ zoeken moet je je tijd niet verspillen aan geworstel om dingen te verkrijgen die je helemaal niet nodig hebt.’

‘Apatheia’, het je bevrijden van negatieve gevoelens, wordt zo voor de stoïcijnen een onmisbaar ingrediënt voor ‘eudaimonia’. Als het daarbij zou blijven, zou er geen verschil bestaan tussen de stoïcijnen en een andere Hellenistische school: de epicuristen. Volgens Epicurus kon je het hoogste goed bereiken door je te bevrijden van vervelende gevoelens. Een eenvoudig leven in het verborgene, met zo weinig mogelijk grote emoties was alles wat je nodig zou hebben om gelukkig te zijn.

Dat was voor de stoïcijnen niet genoeg. Ze kenden nog een ander essentieel ingrediënt voor ‘eudaimonia’: ‘areté’. Hier zadel ik u opnieuw op met zo’n lastig te vertalen Griekse term. ‘Areté’ wordt vaak met ‘deugd’ vertaald, maar ook dat dekt weer niet helemaal de Griekse lading. Het gaat niet zo zeer om ‘deugd’ in de zin van ‘deugdzaam’ en ‘braaf’. De betekenis ligt dichter bij ons ‘deugdelijk’, geschikt voor waar het voor bedoeld is. Met een deugdelijke hamer kun je goed spijkers in een plank slaan en een deugdelijk persoon is iemand die uit zijn leven weet te halen wat er voor hem in zit. Gelukkig was iemand die zijn talenten kent en die ook echt in de praktijk brengt. ‘Eudaimonia’ was voor de stoïcijnen dus niet zomaar een prettig gevoel, maar een levensdoel. Een levensdoel dat je uit je luie stoel jaagt en dat van je verlangt dat je in actie komt, risico’s neemt. Zelfs dat je je blootstelt aan situaties die je ‘apatheia’ bedreigen. Maar een stoïcijn gaat dat soort situaties juist niet uit de weg, maar moet leren om ook dan zijn sereniteit te bewaren.

De stoïcijnse ‘eudaimonia’ is dan ook vooral een geesteshouding waarbij u leert om ook met onzekerheden en pijn om te gaan. Het is een vorm van alomvattend geluk dat onafhankelijk is van gunstige of ongunstige toevalligheden. Voor een ‘eudaimonisch’ leven moet u leren omgaan met zowel succes als teleurstelling, met genot en pijn, vreugde en verdriet. Het is een levenshouding waarbij u alles wat u maar kan overkomen leert accepteren. Het is de enige vorm van geluk die echt bestendig is en onder alle omstandigheden blijft bestaan. Op de momenten dat u een ‘eudaimonisch’ geluksgevoel ervaart komt u terecht in wat vroeger in ‘new age’ termen weleens de ‘flow’ werd genoemd. Het is een soort overgave aan het leven waarin de tijd lijkt stil te staan en u volledig geconcentreerd bent. Het leidt tot een blijvend gevoel van sereniteit, evenwicht en tevredenheid. ‘Eudaimonia’ impliceert naast een gevoel van sereniteit ook een geslaagd en vervuld leven. Een leven waarin u zich bezighoudt met de dingen die er voor u echt toe doen. Voor het stoïcijnse geluk is dan ook heel wat meer nodig dan het je alleen maar prettig voelen.


vrijdag 1 juni 2018

WIE NIET WIL STERVEN WIL OOK NIET LEVEN


De meeste mensen hebben grote moeite met hun eigen sterfelijkheid. Ze praten en denken niet graag over de dood. Het wordt ver weggestopt en zoveel mogelijk genegeerd. Sterven, maar ook levensbedreigende ziektes zijn eng. Het is zelfs vaak een taboe onderwerp waarom je het niet hebt. Stoïcijnen zijn juist veel met de dood bezig. Dat betekent niet dat ze zich er zorgen over maken. Ze hebben een misschien wel wat vreemde en afwijkende, maar toch vooral heel gezonde visie over het onvermijdelijke einde van ieder levend wezen. Wat de meeste mensen het ergste vinden dat je kan overkomen was voor Epictetus iets luchtigs. Hij nam de dood niet al te zwaar op:

“Eens moet ik sterven: moet het nu direct al? Dan sterf ik nu meteen. Moet het straks pas? Dan eet ik nog even een hapje. Het is nu immers etenstijd. Ik sterf dan wel na het eten.” (Epictetus, Colleges, boek I hoofdstuk 1).

Waarom neemt Epictetus de dood zo luchthartig op? Zo leuk is het toch niet om te moeten sterven? De stoïcijnen hadden zo hun redenen om zich niet al te druk te maken over hun sterfelijkheid:

·        In de eerste plaats is de dood iets natuurlijks. Voor de stoïcijnen is sterven de normaalste zaak van de wereld. Het is nu eenmaal de natuurlijke biologische gang van zaken. We zijn een sterfelijke diersoort. Als we een bacterie of een virus waren geweest hadden we vermoedelijk het eeuwige leven gehad, maar in dat geval waren we ons niet bewust geweest van onszelf en onze omgeving. Gelukkig zijn we geen virus, maar een bewust en rationeel wezen. Doodsangst komt voort uit onwetendheid, als we echt doordrongen zouden zijn van de menselijke conditie zou die angst van zelf verdwijnen. Een mens die eeuwig wil blijven leven heeft niet begrepen wat het betekent om een mens te zijn. Wie niet oud wil worden en wil sterven snapt niet dat een mensenleven een bepaalt patroon volgt, waar de dood een onlosmakelijk onderdeel van vormt. Wie niet wil sterven wil ook niet echt leven.

·        In de tweede plaats is het niet de dood zelf waar we zo bang voor zijn. Dat het vooruitzicht van onze eigen dood ons zo ontzettend angstig maakt komt vooral doordat we over ons eigen einde kunnen nadenken. We zijn misschien wel de enige soort op Aarde die zich bewust is van zijn eigen sterfelijkheid. Dit bewustzijn verandert natuurlijk niets aan die sterfelijkheid, maar maakt de dood wel een stuk akeliger. Het akelige aan onze doodsangst is niet de dood zelf, maar onze houding tegenover de dood. Het zijn dus uw eigen gedachten en gevoelens die de dood zo erg maken. Hier komt weer de stoïcijnse tweedeling over dingen waar we geen en dingen waar we wel invloed op hebben om de hoek kijken. Op uw sterfelijkheid heeft u geen invloed, maar op de manier waarop u er mee omgaat wel. Dat is het stoïcijnse handvat waaraan u de dood moet aanpakken.

Het zogenaamde afschuwelijke kwaad van de dood kan ons niet raken. Zolang wij bestaan is de dood er niet en zodra de dood komt, zijn wij er niet. Doodsangst wordt niet veroorzaakt door de dood zelf, maar door onze mening dat het om iets verschrikkelijks gaat. Iets wat hoe dan ook vermeden moet worden. Het gaat om een natuurlijke angst gericht op het zo goed mogelijk beschermen en in stand houden van uw lichaam. Het is heel rationeel en dus stoïcijns om dat te willen doen, maar het is niet rationeel om te verwachten dat u het eeuwige leven hebt en daar dan ook nog eens die niet aflatende angstgevoelens bij te hebben. Pas op het moment dat u zich er van doordrongen hebt dat de dood niets vreeswekkends heeft kunt u echt volledig vrij leven. De aanvaarding van uw eigen sterfelijkheid opent voor u de weg om echt met leven te beginnen. Zonder doodsangst kan niemand u echt bedreigen. U kunt dan vrijelijk uw eigen keuzes maken, zonder nog voor iets of iemand bang te hoeven zijn.

Maar, zult u misschien wel tegenwerpen, het is niet zozeer de dood zelf waar ik bang voor ben. Het is de pijn en het stervensproces waar ik bang voor ben. Ik kan ziek worden en er kan me een lange lijdensweg te wachten staan. Een leerling van Epictetus kwam met dezelfde bezwaren:

“Maar wat als ik ernstig ziek word? Dan zul je die ziekte goed verdragen. Maar wie zal er dan voor me zorgen? Je vrienden of anders de natuur zelf. Dan lig ik misschien wel ergens op de grond te creperen. Maar wel als een virtuoos mens. Ik heb niet eens een goed huis. Dan ben je ziek in een lekkend krot.” (Epictetus, Colleges boek 3, hoofdstuk 26)

Epictetus laat het daar niet bij. Hij gaat zelfs nog een stap verder:

“Waarom heb je het toch steeds zo omzichtig over ‘heen gaan’ en ‘overlijden’. Man, maak er niet zo’n drama van en noem de dingen bij hun naam. De dood is het moment waarop je lichaam verrot en in stukken uit elkaar valt. Wat is daar eng aan? Vergaat de wereld? Wat voor bijzonders gebeurt er? Niets dat in strijd is met de natuur.” (Epictetus, Colleges boek 4, hoofdstuk 7).

Behoorlijk hardvochtig niet waar? Toch past een dergelijke strenge reactie perfect binnen de stoïcijnse filosofie. Ziektes en dood horen nu eenmaal bij het leven. Je kunt niet verzekerd zijn van liefhebbende vrienden om je te verzorgen, van een comfortabel huis en een zacht bed op het moment dat je ziek wordt en je leven zijn einde bereikt. Dat zijn allemaal dingen die verkieselijk zijn, maar waar je geen zekerheid over kunt hebben. Het enige waar u zeker van kan zijn is de manier waarop u reageert. Dat is het enige waar u volkomen zeker en vrij in bent. Dat is dan ook waar u zich op moet richten. Oefen uw wilskracht, uw oordeelsvermogen en uw daadkracht en leidt een virtuoos leven.


zaterdag 26 mei 2018

Helpt stoïcisme bij somberheid en een depressie?


De stoïcijnse filosofie wil mensen helpen bij het zo veel mogelijk ontplooien van hun talenten en mogelijkheden. Maar wat als die talenten en mogelijkheden beperkt worden door ernstige lichamelijke of psychische problemen? Zoals een neiging tot somberheid of zelfs een depressie. Stoïcisme is natuurlijk geen wondermiddel, en het is maar zeer de vraag of het u van een serieuze depressie kan genezen. Maar toch ook op dat soort zwaardere obstakels heeft het weldegelijk een antwoord.

Het is natuurlijk niet zo dat alles zo maar weer in orde komt als u een paar stoïcijnse boeken leest en wat van de in dit boek beschreven oefeningen uitvoert. Zo werkt het nu eenmaal niet. Het stoïcisme werkt alleen voor mensen die er over blijven lezen en nadenken. Ook in de antieke tijd werd al beseft dat alleen aandachtige herhaling in staat was een langzame maar wel gestage verandering in gedrag en gemoedsbeweging te bewerkstelligen. Filosofie is dus geen Haarlemmerolie maar helpt wel.

Als u vatbaar bent voor gevoelens van somberheid of zelfs depressie is het van het grootste belang om uzelf en uw psychische conditie continu in de gaten te houden. Een kleine verandering in uw gemoedstoestand kan immers al leiden tot een nieuwe crisis. Als er iets is waar het stoïcisme de nadruk op legt dan is het op het constant alert zijn op uw eigen reacties en het permanent kritisch kijken naar de wijze waarop u op de wereld reageert. ‘Wat gebeurt er nu echt? Hoe interpreteer ik dat en vooral wat voel ik daarbij?’, zijn typische vragen die een stoïcijn zich telkens weer stelt. Door deze stoïcijnse gerichtheid op het heden (denk bijvoorbeeld aan de hic et nunc oefening) kunt een nieuwe aanval zien aankomen en misschien zelfs in de kiem smoren.

Depressieve mensen zijn zich vaak, net als een stoïcijn, sterk bewust van zichzelf. Daar stopt de overeenkomst echter al meteen. Het verschil tussen een lijder aan depressies en een stoïcijn ligt vooral in het negatieve zelfbeeld dat door een depressie wordt opgeroepen. Als u aan een depressie lijdt kunt u nooit voldoen aan de hoge eisen die u aan uzelf stelt. U piekert eindeloos over mislukkingen in het verleden, wat weer nieuwe mislukkingen in het heden tot gevolg heeft. Ook de wereld zal zich nooit aan uw eisen van perfectie kunnen aanpassen. U raakt in een vicieuze cirkel waarbij uw beeld van uzelf en de wereld om u heen steeds negatiever wordt.

Het stoïcijnse onderscheid tussen de dingen waar u controle over hebt, zoals uw meningen, beslissingen en gedrag, en de dingen waar u geen controle over hebt, zoals de wereld en andere mensen, kan helpen die vicieuze cirkel te doorbreken. Over uw bedoelingen hebt u macht, over de resultaten van uw inspanningen gaat de wereld en hebt u geen macht. Zodra u dat gaat beseffen heeft u al een belangrijke stap op weg naar een verbetering gezet.

Een ander aspect van het stoïcisme dat zou kunnen helpen is de gerichtheid op gemoedsrust. Het bereiken van gemoedsrust is één van de belangrijkste doelen van deze filosofie en dat is precies wat ook depressieve mensen wanhopig proberen te bereiken. Een stoïcijn probeert dit, zoals we hierboven zagen, te verwezenlijken door alert te zijn op negatieve emoties en die in de kiem te smoren en door iedere positieve emotie te koesteren. Een stoïcijn probeert alles wat er uit een prettig gevoel te halen valt er ook echt uit te persen. Klinkt behoorlijk hedonistisch niet waar? En dat voor een filosofie die bekend staat om zijn strengheid en somberheid.

Nog een aspect van het stoïcisme dat bij somberheid kan helpen is de techniek om tegenspoed bewust te gebruiken als een karakteroefening. Marcus Aurelius zei het zo:

“Het leven heeft meer weg van een partijtje worstellen dan van dansen. Je moet altijd bedacht zijn op een onverwachte aanval en stevig in je schoenen staan.” (Marcus Aurelius, Meditaties, boek VII, hoofdstuk 61)

Het stoïcisme beschouwt het leven als een trainingspartner bij het worstellen. Zo iemand wil je niet verslaan, maar probeert je wel sterker te maken. Hij haalt allerlei onverwachte trucjes met je uit om je te trainen en beter te maken. Kortom om je karakter te vormen. Door tegenslagen als een training te gaan zien, worden ze misschien wel minder moeilijk te dragen.

Soms gebeurt er iets onverwachts waar u van slag door raakt. Een dergelijke donderslag bij heldere hemel kan iemand die gevoelig is voor somberheid een flinke terugslag bezorgen. Voor dergelijke situaties helpt de stoïcijnse techniek die wel de ‘premeditatio malorum’, letterlijk ‘het slechte zien’ wordt genoemd. Het idee daar achter is dat u zich regelmatig voorstelt dat er iets helemaal fout gaat. Door deze negatieve visualisatie een aantal malen te doen gaat u zich als vanzelf realiseren dat het voorgestelde scenario misschien wel wat minder erg is dan het op het eerste gezicht lijkt. U doet deze oefening bovendien onder het voorbehoud dat u zich realiseert dat u beschikt over de benodigde innerlijke veerkracht om met de situatie om te gaan. Een ‘erge’ gebeurtenis wordt een stuk minder erg als u er op voorbereid bent.

U kunt deze oefening het best met kleine ergernissen beginnen. Bijvoorbeeld met een lange rij voor de kassa op een moment dat u eigenlijk ontzettend veel haast hebt. Maar de oefening kan u ook voorbereiden op akeligere gebeurtenissen zoals de dood van een geliefde of zelfs uw eigen dood. Dat klinkt een depressief persoon misschien wel wat erg morbide in de oren. Ik voel me al somber, waarom moet ik me dan opzettelijk het ‘allerergste’ voor de geest gaan halen? Simpelweg omdat het helpt. Door u regelmatig een vervelende situatie in te beelden vermindert uw angst voor die situatie en bereidt u zich mentaal voor op een crisis. U bent er minder bang voor en bovendien ook nog eens beter tegen opgewassen. Daarnaast heeft de ‘premeditatio malorum’ ook nog een vrolijkere kant. Ze versterkt uw waardering voor de keren dat het allemaal wel goed gaat. Voor de keren dat u wel succes hebt en niet angstig of somber wordt.

Soms staan we onszelf in de weg. We willen ons leven wel verbeteren en weten zelfs waar we naar toe willen en hoe we dat zouden kunnen doen, maar toch kunnen we ons daar op de één of andere manier niet toe zetten. Somberheid en zelfs depressies houden ons tegen om een beter en prettiger leven te leiden. Stoïcisme wil mensen een andere manier om tegen het leven aan te kijken bieden. Het wil uw perspectief op u zelf en de wereld veranderen. Zo’n perspectief wisseling maakt dat u zich beter staande kunt houden. Het stoïcisme biedt vaardigheden die u daarbij kunnen helpen. Vaardigheden die niet alleen van nut zijn voor sombere mensen, maar voor ons allemaal. Iedereen zal immers geconfronteerd worden met tegenslagen en moeilijkheden. Stoïcisme is misschien dan ook wel de moeite waard om eens te proberen.


donderdag 10 mei 2018

WAAROM IK EEN STOÏCIJN BEN GEWORDEN


Stoïcijnen dat zijn toch die norse, chagrijnige zuurpruimen uit de Oudheid die hun leven wijdden aan een sober en somber leven? Altijd in afwachting van een volgende ramp of tegenslag om die dan onbewogen als een standbeeld te kunnen ondergaan? Kille gevoelloze mensen, die na een leven van hard werken en sombere gedachten het einde van hun vreugde- en passieloze bestaan met enthousiasme verwelkomen?

Dat dacht ik tenminste altijd. Totdat mijn leraar antieke talen me de werken van Seneca, Marcus Aurelius en Epictetus liet lezen. Er ging een wereld voor me open. Ze bleken heel anders te zijn dan ik had gedacht. Alles wat ik meende te weten over die antieke Mr. Spocks was fout. Stoïcijnen waren alles behalve ‘stoïcijns’ in de moderne betekenis van het woord. Als ik ze nu zou moeten beschrijven dan zou ik ze juist vrolijk en optimistisch noemen. Voor ik het wist was ik aan het experimenteren met de stoïcijnse technieken voor een prettig leven.

Zo gebeurde het dat ik op weg naar huis weer eens geërgerd op een winderig en regenachtig perron stond te wachten op een hopeloos vertraagde trein plotseling aan het advies van Epictetus moest denken. ‘Maak het jezelf niet onnodig moeilijk en maak je alleen druk om de dingen waar je echt iets aan kunt doen’. Ik vroeg me af welk aspect van de situatie in mijn macht lag en welk aspect niet. Ik had al snel door dat hoe kwaad en geërgerd ik ook werd, ik de trein daar geen seconde eerder het station mee binnen zou krijgen. Ik kon mijn energie veel beter steken in dingen waar ik wel controle over had. Zoals het voorkomen dat de vertraagde trein mijn humeur zo zou verpesten dat ook mijn hele avond bedorven zou zijn.

Ik besefte opeens dat stoïcisme niet alleen maar gaat over het met een ‘stiff upper lip’ ondergaan van allerlei vreselijke rampen en ziektes, maar eigenlijk vooral over kleine ergernisjes en probleempjes. Kleine ongemakken die ongemerkt je humeur behoorlijk kunnen verzieken. En niet alleen je eigen humeur, maar ook dat van je omgeving. Niet alleen vrolijkheid werkt aanstekelijk. Ook boosheid kan behoorlijk besmettelijk zijn. Ik herinnerde me dat de stoïcijnen een heleboel eenvoudige technieken kenden waarmee je kunt voorkomen dat dit soort kleinigheden je dag verstieren.

Zo ging ik, bijvoorbeeld, de stoïcijnse techniek van de ‘negatieve visualisatie’ gebruiken. Een van de ‘heftigste’ technieken, die op het eerste gezicht behoorlijk akelig lijkt te zijn, maar die je wel leert om ook van kleine eenvoudige dingen te kunnen genieten. Het begint er mee dat je je allerlei persoonlijke rampen en tegenspoed voor de geest haalt. Als ik ’s ochtends naar mijn werk vertrok bedacht ik me dat dit wel eens de laatste keer zou kunnen zijn dat ik mijn vrouw had gekust. Of als ik in een trein stapte dacht ik dat die trein wel eens een frontale botsing met een tegenligger zou kunnen krijgen. Dit klinkt natuurlijk nogal morbide en zelfs vrij afschuwelijk. Maar het helpt je wel om de wereld en de mensen in je omgeving niet zo maar als vanzelfsprekend te beschouwen. Negatieve visualisatie kan je helpen om te genieten van ieder moment in je leven en van ieder moment dat je samen bent met je geliefden.

Dit betekent niet dat je als stoïcijn de hele dag bezig bent te bedenken wat er nu weer allemaal mis zou kunnen gaan. Dat soort gedachten zouden je inderdaad een miserabel leven geven. Wat de stoïcijnen aanraden is niet dat je blijft hangen in pessimistische vooruitzichten, maar dat je in gedachten houdt dat het niet uitgesloten is dat dingen fout gaan, ‘Shit happens’. Een paar keer per dag een korte gedachte is genoeg om je te laten realiseren hoe gelukkig je eigenlijk wel niet bent. En ja, het is misschien niet zo verstandig om dan meteen te beginnen met het je inbeelden van het verlies van je partner en kinderen. Maar je zou ook kunnen beginnen met de gedachte dat er helemaal geen trein zou komen en dat je een uur door de regen zou moeten lopen om weer thuis te komen. Met dat in het achterhoofd wordt zo’n vertraging van een paar minuten al wat minder irritant.

Op deze manier ‘reset’ de techniek van de negatieve visualisatie het referentiekader waaraan je je geluk afmeet. Dingen die je tot nu toe als vanzelfsprekend beschouwde kunnen nu een onverwachte bron van geluk worden. Je baan, je huis, je vrouw, je gezondheid, je bestaan, een zonnestraal door de wolken al die heel gewone dingen kunnen plotseling de basis gaan vormen voor een gevoel van innerlijk geluk. Je leert hoe kleine dingen je een beetje vrolijker kunnen maken en dat is een stuk prettiger dan je avond te laten verpesten door een vertraagde trein.

Daar op dat regenachtige station realiseerde ik me dat stoïcisme over veel meer gaat dan een ‘stiff upper lip’ als het je tegen zit. Het is een manier om in het leven te staan waarmee je je bestaan behoorlijk kunt opvrolijken. Het heeft ook iets te vertellen over de kleine dingen uit het dagelijks leven en kan de sleur van een doorsnee leven behoorlijk veraangenamen. Niks somber en streng, maar juist blij en lichtvoetig. Stoïcisme kent geen verlichting of het na jaren van meditatie opgaan in het nirwana, er wacht geen hemel na een leven van soberheid, bidden en hard werken. Niets van dat alles. Het geeft een set van adviezen en strategieën voor het dagelijks leven (negatieve visualisatie is maar één van de vele technieken). Adviezen die je leven in het hier en nu aangenamer kunnen maken en ook nog eens betekenis kunnen geven. De adviezen zijn eenvoudig en makkelijk te gebruiken (het zou me niets verbazen als u stiekem al een poging tot negatieve visualisatie heeft gedaan). Dat neemt niet weg dat het behoorlijk moeilijk kan zijn om de stoïcijnse filosofie ook echt een deel van je leven te laten worden. Om hun volledige werking te krijgen zouden de adviezen een soort reflex een automatisme moeten worden.

Mijn experimenten met stoïcisme waren zo succesvol dat ik besloot er mee door te gaan en in de voetsporen te treden van Zeno van Citium. De Griek die meer dan tweeduizend jaar geleden de stoïcijnse school heeft opgericht. Ik besloot een levend anachronisme te worden. Een eenentwintigsteeeuwse aanhanger van een al geruime tijd ten onrechte dood verklaarde levensfilosofie. Hier op deze plek wil ik u deelgenoot maken van mijn pogingen om mezelf een stoïcijnse levensstijl aan te meten en wil ik u een verslag geven van mijn worstelingen op het pad van de Stoa.

zaterdag 14 april 2018

STOÏCIJNSE ADVIEZEN BIJ TEGENSLAGEN EN HANDICAPS



Zoals u eerder al gelezen hebt wil het stoïcisme u vooral helpen om een virtuoos leven te leiden. Het wil u bijstaan bij een zo volledig mogelijke ontplooiing van uw leven. Maar wat als de mogelijkheden om u te ontplooien beperkt zijn, als het leven u met allerlei belemmeringen in de weg zit. Ik doel hier niet op kleine tegenslagen die relatief makkelijk overwonnen of gedragen kunnen worden, maar op grotere, serieuzere problemen. U heeft een ernstig ongeluk gehad en bent voortaan aan een rolstoel gebonden, u heeft een levensbedreigende aandoening onder de leden, u heeft een ernstige sociale fobie ontwikkeld of u bent door een faillissement en scheiding in de keiharde wereld van de daklozen terecht gekomen. Heeft het stoïcisme een antwoord voor mensen die lichamelijk of psychisch gehandicapt zijn? Voor mensen waarvoor alleen het in leven blijven zelf al een enorme uitdaging is geworden?

Het antwoord op die vraag is een volmondig ja. Het stoïcisme is een filosofie die bedoeld is voor alle omstandigheden, dus ook voor situaties waarin het lijkt alsof er geen ruimte meer bestaat voor wat voor ontplooiing en virtuositeit dan ook. Het is geen wondermiddel, dat soort middeltjes bestaan alleen in sprookjes en reclameboodschappen, maar het is wel een filosofie die bekend staat om zijn technieken om met tegenslagen om te gaan.

Om hun leerlingen te helpen zich te wapenen tegen allerlei tegenslagen als ziektes, verwondingen en armoede gebruikten de stoïcijnse professoren vaak het voorbeeld van rolmodellen. Het ging daarbij vaak om de klassieke superhelden als Heracles en Socrates, maar het konden ook bekende hedendaagse persoonlijkheden zijn die iets bijzonders hadden gepresteerd of die geleerd hadden op een virtuoze wijze met een specifieke tegenslag of handicap om te gaan. Er werd soms zelfs verwezen naar het vermoedelijke gedrag van de fantasiefiguur van de ideale stoïcijnse wijze. Deze techniek van het zoeken van een rolmodel wordt verderop in dit boek nog uitvoerig beschreven, maar het is goed om de techniek alvast in uw achterhoofd te hebben. Het idee is dat je je door het gedrag van anderen in moeilijke situaties kunt laten inspireren om zelf je eigen, soortgelijke, problemen het hoofd te kunnen bieden.

Uit de voorbeelden die onze stoïcijnse leraren gebruikten valt een soort patroon af te leiden. Een patroon van praktische adviezen waarmee je ondanks allerlei handicaps en tegenslagen vorm en richting aan je leven kunt geven. Het zijn geen opzienbarende dingen, eigenlijk niets anders dan praktische gezond verstand adviezen. De stoïcijnse adviezen om na een ernstige tegenslag je leven weer op te pakken vallen in een aantal punten uit één:

I. Probeer de controle terug te krijgen. Een stoïcijn past de slachtofferrol niet. Ga uzelf dus vooral niet als slachtoffer van het noodlot beschouwen. Ik besef dat dat bepaald geen eenvoudige opgave is als u totaal verlamd in een rolstoel zit en voor de kleinste dingetjes afhankelijk bent van anderen. Toch vormt die verlamming alleen een belemmering voor uw lichaam en niet voor uw geest. U heeft nog steeds een rationele geest die u in staat stelt de controle over uw leven terug te veroveren. U bent misschien dan wel een deel van de regie over uw leven kwijtgeraakt, maar hebt nog steeds het vermogen om op z’n minst iets van die regie te herwinnen.

II. Als u de controle eenmaal hebt herwonnen moet u er voor zorgen die controle ook vast te houden. Het is vaak aanlokkelijk en zeker makkelijker om de boel de boel te laten en de zorg over uw leven weer aan anderen over te laten. Om de controle te behouden moet u uw waarden, doelstellingen en besluiten goed op een rijtje hebben. Wat vindt u echt belangrijk in uw leven? Wat is rationeel om nu na te streven en wat moet u daar voor doen. Maak uw keuzes en handel daar ook naar. Kijk daarbij nog eens goed naar de levenswaarden uit les één.

III. Laat uw beperkingen voor wat ze zijn en negeer ze. Zie het als iets wat onbelangrijk en onbeduidend is. U heeft er toch geen controle over, het is dus onbelangrijk voor een virtuoos en gelukkig leven. Uw dwarslaesie gaat niet weg, hardlopen zult u niet meer kunnen dat is nu eenmaal zo, maar er zijn dingen die u wel kunt. Richt u op de mogelijkheden die u hebt. Zeg niet tegen uzelf ‘dat kan ik niet meer’, maar zeg tegen uzelf ‘dit zou ik kunnen doen’. Het is niet eenvoudig en vergt ontzettend veel inspanning en zelfkennis om u, ondanks alles, toch telkens weer te blijven richten op uw mogelijkheden.

IV. Wees daarbij echter wel rationeel en realistisch. Onderzoek goed wat uw mogelijkheden en onmogelijkheden zijn. Weet goed wat uw huidige lichamelijke, psychische en sociale mogelijkheden en beperkingen zijn. Houd er rekening mee dat die beperkingen in de loop der tijd ook kunnen veranderen. Neem uzelf dus niet in de maling en zorg er voor dat u goed weet wat voor u behapbaar is. Onderneem geen dingen die u niet meer aan kunt. Het is niet nodig om uzelf met onnodige teleurstellingen op te zadelen. Uw tegenslag is zonder zelf toegebracht leed al groot genoeg.

V. Maak lange termijn plannen. Bedenk waar u over tien, twintig, dertig jaar wil staan. Of als uw leven een kortere horizon heeft, wat u voor het einde van uw leven nog bereikt wil hebben. Wees ook hierbij weer realistisch en houd uw levenswaarden in de gate. Zorg dat uw plannen samenhangend en ambitieus zijn. Probeer al de onderdelen van uw plannen met elkaar in overeenstemming te brengen. Laat uw leven zo een samenhangend en harmonieus geheel worden. Een harmonieus levensplan geeft richting aan en rust in uw leven. Zorg ook dat uw plannen niet te star zijn. De wereld verandert en ook u verandert dus zorg dat uw plannen aangepast kunnen worden. Als u een plan hebt kies dan een aantal korte termijn doelen uit die binnen dat plan passen en ga daarmee aan de slag. Uw levensomstandigheden bepalen wat voor doelen u uzelf kunt stellen. Maak het uzelf niet te moeilijk en kies ook nu weer voor reële en haalbare doelstellingen binnen de grenzen van uw mogelijkheden. Neem beslissingen en handel daar ook naar. Beperk uw keuzes te veel mogelijkheden werken verlammend. Maak een keuze en houdt daar aan vast zolang dat rationeel lijkt te zijn.

VI. Wees er op bedacht dat er onoverkomelijke hindernissen bestaan. In tegenstelling tot wat de moderne maatschappij u wil doen geloven zijn er gewoon problemen die niet opgelost kunnen worden. Niet alles kan met inzet en hard werken worden bereikt. U moet weten wanneer u ergens mee moet stoppen. Geef het niet te snel op, maar zeker ook niet te laat. Het is natuurlijk niet altijd direct duidelijk welke obstakels onoverwinnelijk zijn en welke niet. U kunt en hoeft niet iedere hindernis te overwinnen. Kijk naar uw levenswaarden en gebruik ze om te bepalen welke obstakels u te lijf gaat en welke u laat voor wat ze zijn.

Laat u niet uit het veld slaan door tegenslagen en handicaps. Volhard en beheers u, zoals Epictetus zijn leerlingen aanraadde. Maar wees u er tegelijkertijd van bewust dat u niet altijd alles kunt bereiken wat u zichzelf ten doel stelt. Zorg dat de dingen die u wil ondernemen realistisch en rationeel zijn.