Stel dat u op straat een bekende tegenkomt. U groet hem vriendelijk, maar hij reageert nauwelijks. Misschien kijkt hij u zelfs even aan zonder iets terug te zeggen. Wat gebeurt er vervolgens in uw hoofd? Waarschijnlijk vormt u vrijwel onmiddellijk een verklaring. Hij heeft geen belangstelling meer voor mij. Misschien is hij boos. Heb ik soms iets verkeerd gedaan? Voor u het weet, voelt u zich afgewezen of gekwetst. Maar wat weet u eigenlijk? U weet dat iemand niet of nauwelijks op uw begroeting heeft gereageerd. De rest is een interpretatie. Misschien had hij zijn gedachten bij iets anders, voelde hij zich niet lekker of heeft hij u eenvoudigweg niet goed opgemerkt.
Toch kan het behoorlijk wat moeite kosten om die eerste interpretatie los te laten. Dat komt doordat ons denken voor een belangrijk deel automatisch verloopt. We reageren niet eerst bewust op iedere situatie om vervolgens te bedenken wat we ervan moeten vinden. Vaak heeft ons brein al een oordeel gevormd voordat we goed en wel beseffen wat er gebeurt.
In de vorige blog hebben we gezien hoe de theorie van ‘predictive processing' probeert te verklaren hoe onze hersenen de werkelijkheid waarnemen en interpreteren. Ons brein registreert niet eenvoudigweg wat onze zintuigen doorgeven, maar gebruikt voortdurend verwachtingen, herinneringen en eerdere ervaringen om betekenis te geven aan de informatie die binnenkomt. Een interessante aanvulling hierop vinden we in het werk van de psycholoog Daniel Kahneman. Hij beschrijft twee manieren waarop ons denken functioneert: systeem 1 en systeem 2. Wanneer we deze inzichten combineren met de stoïcijnse filosofie, ontstaat een interessant beeld van de manier waarop we onze oordelen vormen en hoe we daar verstandiger mee om kunnen gaan.
In zijn bekende boek ‘Thinking, Fast and Slow' beschrijft Daniel Kahneman twee verschillende systemen die betrokken zijn bij ons denken. Systeem 1 werkt snel, automatisch en grotendeels onbewust. Het herkent patronen, legt verbanden, trekt conclusies en reageert op situaties zonder dat we daar bewust moeite voor hoeven te doen. Het is het systeem dat ervoor zorgt dat we onmiddellijk opzij springen wanneer er een auto op ons afkomt. We hoeven niet eerst uitgebreid te redeneren over de snelheid en de afstand van het voertuig. Ons brein herkent het gevaar en zet ons aan tot handelen. Ook bij alledaagse situaties speelt systeem 1 een belangrijke rol. We herkennen gezichten, begrijpen eenvoudige zinnen, schatten afstanden in en reageren op de emoties van anderen. Het maakt ons leven een stuk gemakkelijker. Zonder deze automatische verwerking zouden we voor vrijwel iedere handeling bewust moeten nadenken. Maar systeem 1 heeft ook beperkingen. Het maakt gebruik van vuistregels, verwachtingen en associaties. Het kan daardoor gemakkelijk verkeerde conclusies trekken. We zien bijvoorbeeld een somber gezicht en denken dat iemand boos op ons is. We horen een vreemd geluid en vermoeden onmiddellijk gevaar. We lezen een kritisch bericht en voelen ons aangevallen. Systeem 1 probeert snel een samenhangend verhaal te maken van de informatie die beschikbaar is. Daarbij kan het informatie over het hoofd zien, verkeerde verbanden leggen of zich laten leiden door vooroordelen en angsten.
Systeem 2 werkt anders. Dit systeem is langzamer, bewuster en analytischer. Het vraagt inspanning en aandacht. Het helpt ons ingewikkelde problemen op te lossen, argumenten af te wegen, berekeningen te maken en onze eerste conclusies kritisch te onderzoeken. Wanneer iemand bijvoorbeeld niet op onze begroeting reageert, kan systeem 1 onmiddellijk concluderen dat die persoon ons niet mag. Systeem 2 kan vervolgens de tijd nemen om die conclusie te onderzoeken. Wat weet ik eigenlijk? Welke andere verklaringen zijn mogelijk? Heb ik voldoende aanwijzingen om mijn vermoeden voor waar aan te nemen? Dat betekent niet dat systeem 2 altijd betere conclusies trekt. Ook bewust en zorgvuldig nadenken kan tot verkeerde oordelen leiden. We kunnen uitgebreid redeneren vanuit onjuiste aannames of juist argumenten zoeken om een overtuiging die we al hebben te verdedigen. Systeem 2 is dus geen onfeilbare waarheidsmachine. Het biedt ons wel de mogelijkheid om afstand te nemen van onze eerste automatische reacties.
De twee systemen van Kahneman hebben een overlap met de theorie van ‘predictive processing’ die we in de vorige blog besproken hebben. Volgens deze theorie proberen onze hersenen voortdurend te voorspellen wat er aan de hand is. Ze gebruiken eerdere ervaringen en verwachtingen om de informatie van onze zintuigen te interpreteren. Wanneer de binnenkomende informatie niet overeenkomt met onze verwachtingen, kan het brein zijn voorspellingen aanpassen. Systeem 1 speelt een belangrijke rol bij de snelle, automatische interpretatie van die informatie. Systeem 2 kan vervolgens helpen om bepaalde interpretaties bewust te onderzoeken en eventueel te corrigeren.
U moet deze theorieën overigens niet met elkaar vereenzelvigen. ‘Predictive processing' is een benadering uit de neurowetenschappen en cognitieve wetenschap die probeert de werking van waarneming en informatieverwerking te verklaren. Kahnemans systeem 1 en systeem 2 zijn een psychologisch model om verschillende vormen van denken te beschrijven. Ze hebben raakvlakken, maar zijn niet hetzelfde en de precieze relatie tussen beide theorieën is nog onderwerp van wetenschappelijk onderzoek. Voor ons doel is vooral van belang dat beide benaderingen duidelijk maken dat onze eerste interpretatie van een situatie niet noodzakelijk de juiste is. Ons denken verloopt voor een groot deel automatisch en wordt beïnvloed door verwachtingen en eerdere ervaringen. We kunnen daardoor iets heel anders ervaren dan wat er feitelijk aan de hand is.

Met AI gegenereerde afbeelding
De stoïcijnen hielden zich lang geleden al bezig met een vergelijkbaar probleem. Natuurlijk beschikten zij niet over de moderne kennis van de hersenen en de cognitieve psychologie. Maar zij hadden wel degelijk oog voor de manier waarop mensen indrukken vormen en daar vervolgens conclusies aan verbinden. De stoïcijnen maken onderscheid tussen een indruk (phantasia) en de instemming (synkatathesis) die we daaraan geven. We worden voortdurend geconfronteerd met indrukken. Sommige ontstaan door wat we zien, horen of voelen. Andere bestaan uit gedachten, verwachtingen en interpretaties van gebeurtenissen. Wanneer iemand ons beledigt, kan onmiddellijk de indruk ontstaan dat we onrechtvaardig behandeld zijn. Wanneer iemand ons niet groet, kunnen we denken dat hij ons bewust negeert. Wanneer we een lichamelijke klacht ervaren, kan de gedachte opkomen dat we ernstig ziek zijn.
Die eerste indrukken dienen zich vaak vanzelf aan. We kunnen niet altijd voorkomen dat ze ontstaan. Maar volgens de stoïcijnen hoeven we niet onmiddellijk in te stemmen met de betekenis die we eraan geven. We kunnen onze indrukken onderzoeken voordat we ze als waarheid aanvaarden. Hier ligt een opvallende overeenkomst met het onderscheid tussen systeem 1 en systeem 2. Systeem 1 produceert snelle, automatische beoordelingen. Systeem 2 biedt ons de mogelijkheid om die beoordelingen kritisch te onderzoeken. De stoïcijnse filosofie voegt daar een belangrijke praktische en morele dimensie aan toe: we moeten leren verantwoordelijkheid te nemen voor de oordelen waarmee we instemmen. Het gaat er dus niet om dat we onze eerste indrukken moeten onderdrukken. Dat zou nauwelijks mogelijk zijn. Het gaat erom dat we leren onderscheid te maken tussen een indruk en een oordeel dat we daadwerkelijk voor waar aannemen.
Stel bijvoorbeeld dat u een bericht stuurt aan een goede vriend, maar dat u dagenlang geen antwoord krijgt. Systeem 1 komt onmiddellijk met een verklaring: blijkbaar heeft hij geen belangstelling meer voor mij. Misschien heb ik iets verkeerd gezegd. U voelt zich afgewezen en misschien zelfs boos. Vervolgens ontstaat de neiging om zelf ook geen moeite meer te doen. Als u zich door deze eerste reactie laat leiden, kan een betrekkelijk onschuldige situatie uitgroeien tot een conflict of een verwijdering. Een modern stoïcijn probeert op zo'n moment bewust afstand te nemen. Hij schakelt als het ware systeem 2 in en stelt zichzelf enkele vragen.Wat weet ik eigenlijk? Ik weet dat mijn vriend nog niet heeft gereageerd. Dat is een feit. Dat hij geen belangstelling meer voor mij heeft, is een mogelijke verklaring, maar zeker niet de enige. Misschien is hij druk, heeft hij het bericht over het hoofd gezien of weet hij niet goed wat hij moet antwoorden.
Ik hoef mezelf niet wijs te maken dat er beslist niets aan de hand is. Misschien is er inderdaad iets veranderd in onze vriendschap. Maar zolang ik daar onvoldoende aanwijzingen voor heb, is het onverstandig om mijn vermoeden als een vaststaand feit te behandelen. Ik kan dus besluiten nog even af te wachten of op een later moment contact op te nemen. Ik hoef me niet alvast te laten beheersen door een conclusie waarvoor ik onvoldoende bewijs heb. Dat betekent niet dat ik mijn teleurstelling of verdriet moet ontkennen. Ik mag die gevoelens hebben. Maar ik hoef er niet automatisch een verhaal aan te verbinden dat misschien helemaal niet klopt.
Het zou trouwens een misverstand zijn om te denken dat u voortaan iedere gedachte en iedere reactie uitgebreid moet onderzoeken. Dat zou uw leven bijzonder ingewikkeld maken. Systeem 1 is juist onmisbaar. Het zorgt ervoor dat u snel kunt reageren en gebruik kunnen maken van uw ervaringen. Wanneer u een naderende auto ziet, moet u niet eerst een filosofische beschouwing houden over de betrouwbaarheid van uw waarneming. Dan moet u handelen. Ook in veel andere situaties kunt u prima op uw automatische piloot vertrouwen. U hoeft niet iedere keer opnieuw te bedenken hoe u moet fietsen, lopen of een bekende begroeten. De kunst is om te herkennen wanneer uw automatische reacties mogelijk onbetrouwbaar zijn. Vooral wanneer er sterke emoties in het spel zijn, is het verstandig om even pas op de plaats te maken. Angst, boosheid, jaloezie en gekwetstheid kunnen uw interpretatie van een situatie beïnvloeden. Juist dan kan het nuttig zijn om systeem 2 in te schakelen.
Dat betekent overigens niet dat emoties altijd een teken zijn dat uw gedachten verkeerd zijn. Angst kan u terecht waarschuwen voor gevaar en boosheid kan u wijzen op onrecht. Het gaat erom dat u onderzoekt of de conclusies die u aan uw emoties verbindt voldoende onderbouwd zijn. Wijsheid bestaat niet uit het voortdurend wantrouwen van uw automatische reacties, maar uit het vermogen om te herkennen wanneer nader onderzoek nodig is.
De vraag of we onze automatische reacties kunnen veranderen is voor het modern stoïcisme misschien wel het interessantst. Het zou mooi zijn wanneer we na voldoende oefening steeds minder vaak een beroep op systeem 2 hoeven te doen. Wanneer we onze eerste reacties geleidelijk verstandiger kunnen maken. Stel dat u regelmatig oefent om niet onmiddellijk negatieve bedoelingen aan anderen toe te schrijven. In het begin zult u misschien bewust moeten nadenken wanneer iemand kortaf reageert. U herinnert uzelf eraan dat er verschillende verklaringen mogelijk zijn en dat u niet alles hoeft op te vatten als een persoonlijke afwijzing. Na verloop van tijd kan deze manier van denken een gewoonte worden. U zult misschien minder snel automatisch tot een negatieve conclusie komen. Uw eerste reactie kan geleidelijk veranderen. Dat is een belangrijk onderdeel van de stoïcijnse levenskunst. De oefeningen die we doen, zijn niet bedoeld om ons voortdurend te dwingen bewust en rationeel na te denken. Ze zijn bedoeld om onze manier van denken en handelen geleidelijk te verbeteren. We willen uiteindelijk niet alleen verstandiger redeneren, maar ook spontaner verstandig reageren. Dat geldt niet alleen voor onze omgang met anderen. We kunnen ook oefenen met onze reacties op tegenslag, onzekerheid, lichamelijke ongemakken en teleurstellingen. Door regelmatig onze indrukken te onderzoeken, kunnen we leren om minder impulsief en meer evenwichtig te reageren. We moeten daarbij wel realistisch blijven. Onze automatische reacties verdwijnen niet zomaar en we kunnen ze niet volledig naar onze hand zetten. Bovendien zijn sommige gewoonten diepgeworteld en vragen ze langdurige oefening. Maar we kunnen wel proberen onze denkgewoonten stap voor stap te veranderen.
Een praktische stoïcijnse oefening
Wanneer u merkt dat u sterk emotioneel reageert op een gebeurtenis, kunt u proberen de volgende oefening toe te passen.
1. Herken uw eerste reactie.
Wat gebeurt er in uw hoofd? Welke gedachte of interpretatie dient zich onmiddellijk aan? Probeer die eerste reactie te herkennen zonder haar direct te veroordelen.
2. Maak onderscheid tussen feiten en interpretaties.
Wat hebt u daadwerkelijk waargenomen? Wat hebt u daar zelf aan toegevoegd? Probeer de feiten zoveel mogelijk los te maken van uw vermoedens en verwachtingen.
3. Schakel uw kritische denken in en onderzoek uw oordeel.
Welke andere verklaringen zijn mogelijk? Welke informatie ontbreekt nog? Welk bewijs hebt u eigenlijk voor uw eerste conclusie? Is uw interpretatie voldoende onderbouwd om haar te aanvaarden? Is het verstandig om nog even te wachten met een conclusie? En als uw interpretatie juist blijkt te zijn, hoe kunt u dan op een verstandige manier handelen?
4 Oefen regelmatig.
Probeer deze manier van kijken niet alleen toe te passen wanneer u boos of bang bent. Maak er een gewoonte van om uw eigen gedachten en oordelen regelmatig te onderzoeken. Na verloop van tijd kan dat ook uw automatische reacties beïnvloeden.
De moderne neurowetenschappen en de cognitieve psychologie leren ons dat onze hersenen niet simpelweg een neutrale registratie van de werkelijkheid produceren. Ze interpreteren voortdurend informatie en maken daarbij gebruik van verwachtingen, herinneringen en eerdere ervaringen. Een groot deel van dat proces verloopt automatisch en buiten ons bewustzijn. De stoïcijnen hadden geen kennis van deze mechanismen, maar hun filosofie biedt wel een praktische manier om ermee om te gaan. We hoeven niet iedere indruk die bij ons opkomt onmiddellijk te geloven. We kunnen afstand nemen, onze interpretaties onderzoeken en pas daarna besluiten of we ermee instemmen. Daarbij moeten we niet denken dat bewust nadenken ons altijd de waarheid oplevert. Ook onze redeneringen kunnen onjuist zijn. Daarom blijft het belangrijk om onze overtuigingen te blijven toetsen aan feiten, argumenten en ervaringen en bereid te zijn ze te herzien.
We kunnen niet altijd bepalen welke eerste indrukken bij ons opkomen. We kunnen evenmin voorkomen dat ons brein soms verkeerde voorspellingen doet of ons met overtuigende maar onjuiste verhalen confronteert. Wat we wel kunnen ontwikkelen, is het vermogen om onze eigen gedachten kritisch te onderzoeken en niet iedere automatische reactie onmiddellijk te volgen. Uiteindelijk gaat het er niet om dat we voortdurend bewust en rationeel moeten nadenken. Het gaat erom dat we door oefening steeds vaker vanzelf verstandig leren reageren. Wijsheid is misschien wel de kunst om niet alles te geloven wat ons brein ons vertelt, maar ook niet te vergeten dat we het brein nodig hebben om de wereld te begrijpen. Iets anders hebben we nu eenmaal niet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten