Verleidingen zijn nu eenmaal verleidelijk. Dat klinkt bijna als een open deur, maar het is een belangrijk uitgangspunt wanneer we willen begrijpen waarom het soms zo moeilijk is om ons gedrag te veranderen. We kunnen ons voornemen om minder te snoepen, minder op onze telefoon te kijken, meer te bewegen, minder impulsief geld uit te geven of geduldiger op andere mensen te reageren. Toch blijkt het vaak verrassend moeilijk om ons goede voornemen daadwerkelijk uit te voeren. Dat betekent niet noodzakelijk dat we over te weinig wilskracht beschikken. Een deel van het probleem is dat we onszelf voortdurend blootstellen aan omstandigheden die precies het gedrag uitlokken dat we eigenlijk willen vermijden. De moderne mens leeft bovendien in een omgeving die bijzonder goed is geworden in het uitlokken van verlangens. Reclames, aanbiedingen, notificaties, sociale media, supermarkten en online winkels zijn allemaal ontworpen om onze aandacht te trekken en ons tot een bepaalde reactie te bewegen. We leven daardoor in een wereld waarin verleiding niet toevallig aanwezig is, maar vaak bewust wordt geproduceerd. Juist hier blijkt de oude stoïcijnse psychologie verrassend modern.
Wanneer we aan zelfbeheersing denken, stellen we ons vaak iemand voor die midden in een verleiding staat en deze met pure wilskracht weet te weerstaan. U staat bijvoorbeeld 's avonds voor de koelkast. U ziet iets lekkers liggen. U hebt zich die ochtend nog voorgenomen om gezonder te eten. Vervolgens begint er een innerlijke strijd: "Ik zou het niet moeten nemen." Maar even later: "Één keer kan toch geen kwaad?" En uiteindelijk: "Morgen begin ik echt."
We stellen ons zelfbeheersing dan voor als het vermogen om op het laatste moment de juiste keuze te maken. Maar dat is misschien wel een onnodig moeilijke manier om zelfbeheersing te beoefenen. Als u weet dat u 's avonds moeilijk weerstand kunt bieden aan snacks, kunt u er bijvoorbeeld voor zorgen dat u ze niet in huis haalt. Dan hoeft u 's avonds geen heroïsche overwinning op uzelf te behalen. De verleiding heeft eenvoudigweg geen plaats meer om haar werk te doen. Dat lijkt misschien minder indrukwekkend dan een verleiding overwinnen, maar vanuit het perspectief van zelfbeheersing is het juist buitengewoon verstandig. De stoïcijn hoeft niet voortdurend zijn eigen kracht te demonstreren. Hij probeert zijn leven zo in te richten dat hij zo min mogelijk in situaties terechtkomt waarin hij voortdurend tegen zijn eigen impulsen moet vechten.
De klassieke stoïcijnen zagen de mens niet als een wezen dat uitsluitend door rationele overwegingen wordt bestuurd. Zij hadden een genuanceerd beeld van menselijke verlangens, emoties en gewoonten. Een mens kan bijvoorbeeld rationeel begrijpen dat iets niet goed voor hem is en het toch blijven doen. Dat is helemaal niet vreemd. Onze automatische reacties zijn vaak sneller dan ons bewuste nadenken. Een moderne manier om dit te beschrijven is spreken over triggers. Een trigger is een prikkel die een bepaalde automatische reactie uitlokt. U krijgt bijvoorbeeld een melding op uw telefoon. U kijkt. U opent een bericht. U ziet vervolgens een interessante video. U bekijkt nog een video. En voor u het weet bent u twintig minuten verder. Het merkwaardige is dat u niet noodzakelijk twintig minuten eerder bewust hebt besloten: "Ik ga nu twintig minuten mijn telefoon bekijken." Er was een prikkel, gevolgd door een automatische reactie. Hetzelfde mechanisme kan bij eten, winkelen, alcohol, sociale media, gokken, boosheid en allerlei andere gewoonten optreden.
De eerste stap naar zelfbeheersing is daarom niet noodzakelijk: meer wilskracht ontwikkelen. Het kan veel verstandiger zijn om te vragen: Welke omstandigheden zorgen ervoor dat ik steeds opnieuw in dit gedrag terechtkom?
De verleiding begint eerder dan u denkt. Stel dat u iedere avond te veel eet. Op het eerste gezicht lijkt het probleem te zijn: te veel eten.
Maar wanneer we beter kijken, kan er een hele keten aan voorafgaan. Misschien begint het met vermoeidheid. De vermoeidheid leidt tot minder zelfcontrole. Daarna gaat iemand op de bank zitten. De televisie gaat aan. Tijdens het televisie kijken verschijnt een reclame voor eten. Vervolgens ontstaat het verlangen naar iets lekkers. U loopt naar de keuken. Daar staat een schaal koekjes. De koekjes worden gegeten. Als we alleen naar het laatste moment kijken, lijkt het probleem simpel: Waarom kon u die koekjes niet gewoon laten liggen?
Maar de werkelijke keten is veel langer:
Vermoeidheid → televisie → reclame → verlangen → koekjes in het zicht → eten.
Wie alleen probeert het laatste onderdeel te bestrijden, maakt het zichzelf onnodig moeilijk. Een veel effectievere aanpak kan zijn om ergens eerder in de keten in te grijpen. Misschien de koekjes niet kopen. Misschien de televisie uitzetten. Misschien eerder naar bed gaan. Misschien na het eten een wandeling maken. Misschien de keuken opruimen zodat voedsel niet voortdurend zichtbaar is.
Zelfbeheersing wordt dan geen gevecht dat pas bij het koekje begint. Zelfbeheersing begint al bij de inrichting van de omstandigheden die aan het koekje voorafgaan.
De wereld om u heen is niet neutraal
Dit is tegenwoordig extra belangrijk omdat onze omgeving steeds beter is geworden in het beïnvloeden van ons gedrag. Een supermarkt legt producten niet willekeurig in de winkel. Een reclame probeert niet alleen informatie over een product te geven, maar wil verlangen opwekken. Sociale media zijn ontworpen om onze aandacht zo lang mogelijk vast te houden. Online winkels maken het kopen steeds gemakkelijker. Daar is op zichzelf niets mysterieus aan. Het is simpelweg een gevolg van het feit dat bedrijven er belang bij hebben dat wij bepaalde dingen doen. Maar het betekent wel dat het naïef zou zijn om te denken dat ons gedrag uitsluitend wordt bepaald door onze bewuste beslissingen. Wie in een omgeving leeft die voortdurend impulsen produceert, zal vaker met die impulsen geconfronteerd worden. De stoïcijnse reactie hoeft echter niet te zijn dat hij die wereld veroordeelt. Hij kan eenvoudig constateren: Dit is de wereld waarin ik leef. Hoe kan ik daar verstandig mee omgaan? Dat is een veel stoïcijnser uitgangspunt.
Er bestaat een merkwaardige opvatting over karaktersterkte: hoe meer verleidingen iemand kan weerstaan, hoe sterker zijn karakter zou zijn. Daar zit iets in, maar het kan ook misleidend zijn. Als iemand bijvoorbeeld weet dat hij 's avonds voortdurend naar ongezonde snacks verlangt, is het misschien helemaal niet verstandig om iedere avond een zak chips naast zich op de bank te leggen om vervolgens zijn zelfbeheersing te testen. Dat is geen wijsheid. Dat is jezelf onnodig blootstellen aan een probleem. Een beginnende stoïcijn kan daarom beter denken: Ik hoef niet iedere verleiding te overwinnen. Ik wil mijn leven zo inrichten dat ik minder vaak in gevecht hoef te gaan met mijn eigen impulsen. Dat is geen zwakte. Het is strategie.
Hier ligt echter wel een potentieel gevaar. Als we iedere mogelijke verleiding ons hele leven proberen te vermijden, ontwikkelen we misschien onvoldoende zelfbeheersing. Uiteindelijk is het onmogelijk om in de moderne wereld iedere prikkel te vermijden. Daarom kunnen we onderscheid maken tussen twee fasen. De eerste fase is het verstandig vermijden van onnodige verleiding. De tweede fase is het oefenen van zelfbeheersing wanneer verleiding zich toch aandient. Wie bijvoorbeeld probeert minder op zijn telefoon te kijken, kan beginnen door onnodige notificaties uit te zetten en de telefoon niet voortdurend binnen handbereik te leggen. Maar vervolgens kan hij oefenen met het bewust negeren van een notificatie. Daarmee verandert vermijding langzaam in training. Eerst maakt u de omstandigheden gemakkelijker. Daarna maakt u uzelf sterker. Dat lijkt veel op trainen met gewichten. Iemand die nog nooit heeft gesport, begint ook niet met een gewicht dat hij nauwelijks kan optillen. Hij begint met een belasting die haalbaar is en bouwt vervolgens geleidelijk kracht op. Hetzelfde kan gelden voor zelfbeheersing.
De korte tijd tussen impuls en handelen
Een van de belangrijkste vaardigheden die een moderne stoïcijn kan ontwikkelen, is het creëren van een kleine ruimte tussen wat er gebeurt en wat hij vervolgens doet. Iemand maakt een irritante opmerking. De eerste impuls is boos reageren. Maar tussen die impuls en de reactie bestaat een kleine pauze. U merkt: "Ik word boos." Daarmee bent u nog niet boos geworden in de zin dat u uw oordeel al volledig hebt gevolgd. U hebt de impuls waargenomen. Daarna kunt u zich afvragen: "Wat is hier eigenlijk mijn oordeel?" Misschien denkt u: "Deze persoon behandelt mij respectloos en dat mag niet." Maar misschien is er ook een andere interpretatie mogelijk. De stoïcijn probeert dus niet noodzakelijk zijn eerste impuls te vernietigen. Hij probeert te voorkomen dat de impuls automatisch verandert in gedrag. Dat is een cruciaal verschil.
Hier raakt moderne psychologie aan een van de interessantste inzichten van de stoïcijnen. Een gebeurtenis veroorzaakt niet automatisch een volledig uitgewerkte reactie. Tussen gebeurtenis en handelen zitten waarneming, interpretatie, verlangen en keuze. Een bericht op uw telefoon is bijvoorbeeld slechts een bericht. "Wat een belachelijk bericht!" is al een interpretatie. "Ik moet hier onmiddellijk op reageren!" is vervolgens een impuls of oordeel. De stoïcijn probeert die stappen zichtbaar te maken. Hij vraagt: Wat gebeurt er werkelijk?
Wat voeg ik daar zelf aan toe? Welke impuls ontstaat daardoor? Moet ik die impuls volgen? Juist die vragen kunnen een automatische gewoonte langzaam veranderen in bewust handelen.
Laten we eens naar een voorbeeld kijken. Stel dat u zich hebt voorgenomen om iedere dag meer te bewegen. 's Morgens hebt u goede bedoelingen. Maar 's middags bent u moe. Het regent. U hebt geen zin. De automatische gedachte verschijnt: "Vandaag maar even niet. Morgen ga ik wel." Als u die gedachte onmiddellijk gelooft, is de beslissing eigenlijk al genomen. Maar u kunt de gedachte ook leren herkennen als een mentale gebeurtenis: "Ik merk dat mijn hoofd mij vertelt dat ik vandaag niet hoef te wandelen." Dat klinkt misschien als een klein verschil, maar het is een belangrijk verschil. U bent niet langer volledig samengevallen met uw gedachte. U observeert haar.
Vervolgens kunt u beslissen: "Ik hoef geen zin te hebben om te wandelen. Ik heb besloten dat bewegen belangrijk voor mij is. Ik loop daarom toch twintig minuten." De wandeling wordt daarmee meer dan lichaamsbeweging. Het wordt een oefening in karakter.
Virtuositeit is een gewoonte
Voor de stoïcijnen is virtuositeit geen verzameling mooie gedachten. Wijsheid, moed, rechtvaardigheid en zelfbeheersing moeten zichtbaar worden in het handelen. Daarom is iedere alledaagse verleiding eigenlijk een kleine oefening. U hoeft daarvoor geen dramatische morele keuzes te maken. Niet onmiddellijk reageren op een irritant bericht kan een oefening in zelfbeheersing zijn. Niet kopen wat u eigenlijk niet nodig hebt kan een oefening in zelfbeheersing zijn. Een wandeling maken terwijl u liever op de bank blijft zitten kan een oefening in zelfbeheersing zijn. Een stuk taart laten liggen terwijl u eigenlijk genoeg hebt gegeten kan een oefening zijn. Maar ook het tegenovergestelde is belangrijk: soms betekent zelfbeheersing juist dat u iets wel doet. De verleiding is niet altijd iets wat u wilt hebben. Soms is de verleiding juist om iets niet te doen. De verleiding om niet te sporten. De verleiding om een moeilijk gesprek uit te stellen. De verleiding om niets te zeggen wanneer iemand onrechtvaardig wordt behandeld. Zelfbeheersing betekent daarom niet simpelweg: nee zeggen tegen plezier. Het betekent leren handelen overeenkomstig verstandige waarden, ook wanneer uw onmiddellijke impulsen een andere richting op wijzen.
Wie hiermee serieus aan de slag wil, kan beginnen met iets eenvoudigs: onderzoek niet alleen wat u doet, maar vooral wat eraan voorafgaat. Neem een gedrag waarvan u merkt dat u het eigenlijk liever zou veranderen. Bijvoorbeeld:
te veel eten;
te veel op de telefoon kijken;
te weinig bewegen;
impulsief kopen;
uitstelgedrag;
snel geïrriteerd raken;
eindeloos nieuws blijven lezen.
Kies er één. Probeer vervolgens een recente situatie terug te halen waarin u aan de verleiding toegaf. Vraag uzelf af:
1. Wat gebeurde er vlak daarvoor? Welke interne en/of externe trigger was aanwezig?
Was ik moe, verveeld, gestrest, alleen of juist ontspannen? Kreeg ik een telefoontje? Was er reclame? Voedsel in het zicht? Een bepaalde website? Een persoon?
2. Welke gedachte kwam als eerste op?
Bijvoorbeeld:
"Ik heb dit verdiend."
"Eén keer kan geen kwaad."
"Ik doe het straks wel."
"Ik moet hier onmiddellijk op reageren."
3. Welke emotie of welk verlangen ontstond?
Wat voelde ik en wilde ik doen?
4. Wat deed ik uiteindelijk echt?
Volgde ik mijn impuls en gaf ik toe aan mijn verlangen?
5. Op welk moment had ik nog kunnen ingrijpen?
Dit is misschien wel de belangrijkste vraag. Want vaak ontdekken we dat het moment waarop we dachten dat we geen keuze meer hadden, niet het eerste moment van de keten was. Bedenk tenslotte welke keuze beter zou aansluiten bij de persoon die u wil zijn?
Het doel is nadrukkelijk niet om uzelf te veroordelen. U bent geen slechte stoïcijn omdat u een koekje hebt gegeten, te lang op uw telefoon hebt gekeken of geïrriteerd hebt gereageerd. Het doel is leren kijken. Iedere keer dat u een automatische gewoonte zichtbaar maakt, wordt die gewoonte iets minder automatisch.
U kunt daarnaast ook nog een eenvoudige oefening gebruiken wanneer u een sterke impuls voelt opkomen: Stop en tel tot tien. Doe gedurende ongeveer tien seconden niets. Adem rustig. Benoem wat er gebeurt: "Ik merk dat ik dit nu heel graag wil." Vraag vervolgens: "Is dit een verlangen dat ik wil volgen?" Daarna: "Welke keuze past bij mijn waarden?" En pas dan handelt u. Tien seconden lijken misschien onbeduidend. Maar juist die kleine onderbreking kan belangrijk zijn. U oefent namelijk niet alleen het weigeren van een bepaalde verleiding. U oefent het vermogen om niet automatisch van impuls naar actie te springen. En dat is precies de vaardigheid die u in allerlei andere situaties kunt gebruiken.
Misschien is dit uiteindelijk de belangrijkste les. Zelfbeheersing betekent niet dat u iedere dag opnieuw een oorlog met uzelf moet voeren.
Een verstandig mens probeert zijn omgeving zo in te richten dat goed gedrag gemakkelijker wordt en ongewenst gedrag moeilijker. Wilt u minder snoepen? Koop dan minder snoep. Wilt u meer bewegen? Leg uw wandelschoenen klaar. Wilt u minder op uw telefoon kijken? Schakel onnodige meldingen uit en leg het apparaat buiten handbereik. Wilt u minder impulsief kopen? Maak het uzelf moeilijker om onmiddellijk iets te bestellen. Wilt u minder snel boos reageren? Neem de gewoonte aan om niet onmiddellijk op provocerende berichten te antwoorden. Wilt u meer lezen? Leg een boek zichtbaar neer. Wilt u mediteren? Maak er een vast moment van. Dit zijn geen spectaculaire stoïcijnse heldendaden. Maar juist daarin zit de kracht. Een karakter wordt niet alleen gevormd door de grote beslissingen van het leven. Het wordt voortdurend gevormd door duizenden kleine beslissingen.
U hoeft niet te vechten tegen de verleiding, maar moet haar leren begrijpen. Een modern stoïcijn hoeft daarom niet bang te zijn voor verleidingen. Hij hoeft ze ook niet voortdurend te bestrijden. Hij kan ze onderzoeken. Wat lokt mijn gedrag uit? Welke gedachte gaat eraan vooraf? Welke omgeving maakt het gedrag waarschijnlijker? Waar in de keten kan ik ingrijpen? Welke keuze past bij mijn waarden? Langzaam ontstaat daardoor iets wat veel waardevoller is dan pure wilskracht: zelfkennis. En zelfkennis maakt zelfbeheersing mogelijk. De stoïcijnse wijze reageert uiteindelijk niet meer volledig automatisch op iedere prikkel die op hem afkomt. Hij heeft geleerd de eerste indruk te herkennen, zijn oordeel te onderzoeken en vervolgens bewust te handelen. Wij zijn zover waarschijnlijk nog niet. Maar dat hoeft ook niet. Iedere keer dat u een trigger herkent voordat u automatisch handelt, hebt u al een kleine stap gezet. Iedere keer dat u een verleiding uit uw omgeving verwijdert, hebt u uw leven een beetje verstandiger ingericht. En iedere keer dat u ondanks een sterke impuls toch kiest voor wat u werkelijk belangrijk vindt, traint u uw karakter. Zelfbeheersing begint daarom niet bij het moment waarop u de verleiding overwint. Ze begint vaak al veel eerder: bij de beslissing om uzelf niet onnodig aan de verleiding bloot te stellen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten