Vrijwel iedereen kent het gevoel. U kijkt maandenlang uit naar een vakantie, een nieuwe smartphone, een promotie of een groter huis. U bent ervan overtuigd dat u daarna gelukkiger zult zijn. Wanneer het moment eindelijk aanbreekt, voelt u inderdaad enthousiasme en voldoening. Maar na enkele weken, soms zelfs dagen, is het bijzondere verdwenen. Wat eerst uitzonderlijk leek, is de nieuwe standaard geworden. Er ontstaat alweer een nieuw verlangen.
De moderne psychologie noemt dit verschijnsel de hedonistische tredmolen (hedonic treadmill of hedonic adaptation). Het beschrijft onze neiging om telkens terug te keren naar een min of meer stabiel geluksniveau, ongeacht positieve of negatieve veranderingen in ons leven. Opmerkelijk genoeg beschreven de stoïcijnen meer dan tweeduizend jaar geleden al precies hetzelfde mechanisme, zij het in andere woorden. Zij zagen dat mensen voortdurend achter zaken aanrennen die uiteindelijk geen blijvende voldoening geven. Volgens hen ligt ware levenskunst niet in het najagen van steeds meer plezier, maar in het ontwikkelen van een karakter dat onafhankelijk wordt van voortdurende verlangens. Een dergelijk virtuoos karakter leidt vanzelf tot een stabiel en hoger geluksgevoel en wie wil dat nu niet? Het moderne stoïcisme sluit daarin verrassend goed aan bij de hedendaagse wetenschappelijke inzichten.
Stel u een loopband in de sportschool voor. U loopt steeds harder, maar blijft op dezelfde plaats. Zo werkt ook de menselijke geest. We blijven streven naar meer bezit, meer status, meer succes of meer comfort, terwijl ons geluksniveau na verloop van tijd altijd weer terugkeert naar het oude niveau. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat:
mensen na een salarisverhoging snel wennen aan hun hogere inkomen;
winnaars van grote loterijen na enige tijd niet veel gelukkiger zijn dan daarvoor;
zelfs mensen die ernstige tegenslagen meemaken vaak na verloop van tijd gedeeltelijk herstellen naar hun eerdere geluksniveau.
Ons brein past zich voortdurend aan nieuwe omstandigheden aan. Het gevolg is een eindeloze cyclus:
Verlangen → verkrijgen → genieten → gewenning → nieuw verlangen
Zolang we denken dat het volgende doel ons definitief gelukkig zal maken, blijven we op deze psychologische loopband rennen. Vanuit de evolutiebiologie is deze eigenschap goed te begrijpen. Onze voorouders leefden in een wereld waarin voedsel schaars was, roofdieren voortdurend gevaar vormden en voortplanting onzeker was. Individuen die na een succes langdurig tevreden achterover gingen leunen, hadden minder kans om te overleven dan degenen die snel opnieuw gemotiveerd raakten. Ons beloningssysteem is daarom ontworpen om vooral motivatie te stimuleren. Dopamine zorgt niet zozeer voor langdurig geluk, maar vooral voor het verlangen naar de volgende beloning. Met andere woorden: de natuur heeft ons niet gemaakt om tevreden te zijn, ze heeft ons gemaakt om te blijven streven. Dat was een uitstekend overlevingsmechanisme in de prehistorie. In de moderne consumptiemaatschappij kan hetzelfde mechanisme echter leiden tot chronische ontevredenheid.
De moderne consumptiemaatschappij speelt hierop in en doet er alles aan om onze instincten te versterken. Onze economie draait grotendeels op het voortdurend opwekken van nieuwe verlangens. Reclames vertellen ons voortdurend:
u bent nog niet aantrekkelijk genoeg;
uw telefoon is verouderd;
uw keuken kan moderner;
uw vakantie kan luxer;
uw carrière kan succesvoller.
Vrijwel iedere advertentie speelt in op dezelfde gedachte: "Je bent nog niet compleet." Daardoor wordt de hedonistische tredmolen voortdurend versneld. Niet omdat we werkelijk ongelukkig zijn, maar omdat ons voortdurend wordt verteld dat we nóg gelukkiger zouden kunnen worden.
De stoïcijnen herkenden dit mechanisme al. Epictetus schreef dat mensen niet ongelukkig worden door de werkelijkheid, maar doordat zij voortdurend verlangen naar wat zij niet hebben. Seneca merkte op: "Armoede bestaat niet uit weinig bezitten, maar uit veel verlangen." Dat is een opmerkelijk moderne observatie. Volgens de stoïcijnen ontstaat lijden wanneer ons geluk afhankelijk wordt van externe zaken: geld; status; gezondheid; bezit; bewondering of macht. Al deze zaken behoren tot wat de stoïcijnen de ‘preferente indifferenten’ noemen: dingen die prettig zijn om te hebben, maar die niet bepalen of iemand werkelijk een virtuoos mens is. De enige bron van duurzaam geluk is volgens hen de ontwikkeling van de virtuositeit door karaktereigenschappen als wijsheid, rechtvaardigheid, moed en zelfbeheersing te stimuleren.
Het moderne stoïcisme neemt deze gedachte grotendeels over, maar onderbouwt haar met inzichten uit de psychologie en de neurowetenschap. Geluk wordt niet gezien als een voortdurende stroom van prettige gevoelens. Het wordt eerder opgevat als:
psychologische veerkracht;
innerlijke stabiliteit;
betekenis;
verbondenheid met anderen;
leven overeenkomstig de werkelijkheid.
Met andere woorden: niet de intensiteit van positieve emoties bepaalt een goed leven, maar de kwaliteit van ons karakter. Dit inzicht heeft zoals altijd bij het stoïcisme praktische gevolgen voor uw leven. Laten we eens kijken waar dat toe leidt.
AI-gegenereerde afbeelding
Hoe stapt u uit deze hedonistische tredmolen?
1. Besef dat gewenning normaal is
Het eerste inzicht is misschien wel het belangrijkste. Wanneer een nieuwe aankoop na enkele weken minder bijzonder voelt, betekent dat niet dat u de verkeerde keuze hebt gemaakt. Het betekent dat uw brein precies doet waarvoor het geëvolueerd is. Dit besef voorkomt dat u telkens denkt: "Dan heb ik blijkbaar nóg iets anders nodig."
2. Richt u op processen in plaats van resultaten
De stoïcijnen richten hun aandacht op datgene waar zij invloed op hebben.
Niet: "Ik wil beroemd worden." Maar: "Ik wil iedere dag virtuoos zijn." Niet: "Ik wil rijk zijn." Maar :"Ik wil verstandig omgaan met mijn middelen." Processen blijven betekenisvol, ook nadat een doel is bereikt.
3. Oefen vrijwillige eenvoud
Seneca adviseerde zijn leerlingen af en toe bewust eenvoudig te leven. Niet omdat armoede een ideaal is, maar om te ontdekken dat geluk niet afhankelijk is van luxe. U kunt bijvoorbeeld:
een dag zonder sociale media leven;
eenvoudig eten;
lopend ergens heen gaan;
een periode niets nieuws kopen.
Hierdoor herstelt uw waardering voor gewone dingen.
4. Beoefen dankbaarheid
Dankbaarheid werkt als een tegenkracht tegen gewenning. Wanneer we bewust stilstaan bij wat we al hebben, verschuift onze aandacht van gemis naar overvloed. Een moderne stoïcijn vraagt zich bijvoorbeeld iedere avond af:
Waar ben ik vandaag dankbaar voor?
Welke vanzelfsprekendheden zijn eigenlijk bijzonder?
Welke gebeurtenissen hebben mijn leven vandaag verrijkt?
5. Gebruik negatieve visualisatie
De ‘premeditatio malorum’ is misschien wel de krachtigste stoïcijnse oefening tegen de hedonistische tredmolen. Door u voor te stellen dat u iets zou kunnen verliezen, gaat u uw huidige bezit opnieuw waarderen. U denkt bijvoorbeeld:
Wat als mijn partner er morgen niet meer zou zijn?
Wat als mijn gezondheid tijdelijk zou verdwijnen?
Wat als ik mijn huis moest verlaten?
Bedenk goed dat het doel hierbij niet is angst opwekken, maar waardering verdiepen.
6. Verleg de aandacht van bezit naar karakter
Bezittingen raken gewoon. Karakter groeit. Niemand raakt uitgekeken op eerlijkheid. Of moed. Of wijsheid. Of rechtvaardigheid.
Juist daarom beschouwden de stoïcijnen de virtuositeit als de enige bron van duurzaam geluk.
7. Vergroot uw kring van betrokkenheid
Het moderne stoïcisme bouwt voort op het stoïcijnse begrip ‘oikeiôsis’: het geleidelijk uitbreiden van onze zorg van onszelf naar familie, vrienden, de samenleving en uiteindelijk alle bewuste wezens. Wie zijn geluk vooral ontleent aan bijdragen aan anderen, ervaart doorgaans minder de eindeloze honger naar steeds meer persoonlijke beloningen. Zorg, samenwerking en rechtvaardigheid verschuiven de aandacht van "wat krijg ik?" naar "wat kan ik bijdragen?". Dat maakt de hedonistische tredmolen minder dominant.
Misschien wel de grootste paradox van de hedonistische tredmolen is deze: Hoe harder we proberen gelukkig te worden,
hoe moeilijker geluk bereikbaar wordt. En omgekeerd: Wanneer we onze aandacht richten op de ontwikkeling van wijsheid, rechtvaardigheid, moed en zelfbeheersing, ontstaat geluk vaak als een bijproduct. De stoïcijnen zouden zeggen dat geluk niet het doel is, maar het natuurlijke gevolg van een virtuoos leven.
De hedonistische tredmolen is geen karakterfout, maar een gevolg van onze evolutionaire geschiedenis. Ons brein is ontworpen om steeds nieuwe doelen na te streven en zich snel aan verbeterde omstandigheden aan te passen. Dat mechanisme hielp onze voorouders te overleven, maar kan in de moderne consumptiemaatschappij leiden tot een voortdurende ervaring van tekort. Het moderne stoïcisme biedt een overtuigend alternatief. Door te erkennen dat externe zaken slechts tijdelijk bevredigen, kunnen we onze aandacht verleggen naar datgene wat minder aan gewenning onderhevig is: de ontwikkeling van een virtuoos karakter, dankbaarheid, vrijwillige eenvoud, betekenisvolle relaties en een leven in overeenstemming met de werkelijkheid. Wie de hedonistische tredmolen verlaat, stopt niet met genieten van het leven. Integendeel: juist doordat hij niet voortdurend achter de volgende beloning aanrent, leert hij de rijkdom van het huidige moment opnieuw te waarderen. Voor de moderne stoïcijn is geluk daarom geen prijs die aan het einde van een eindeloze race wacht, maar een vrucht die groeit uit wijsheid, zelfbeheersing en betrokkenheid bij de wereld om ons heen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten