zaterdag 31 juli 2021

5.4 De biochemie van uw emoties

 

In de vorige paragraaf heeft u gelezen dat uw emoties een evolutionaire oorsprong hebben en dat ze een belangrijke rol speelden bij uw overleven. Die voor een jager-verzamelaar essentiële gevoelens zijn in de moderne tijd vaak een last geworden. Zonder duidelijke en rationele rede voelt u zich op het ene moment vrolijk of zelfs uitgelaten, maar op een ander moment ronduit rot. Uw humeur fluctueert nogal en dat is eigenlijk helemaal niet zo bijzonder. De meeste mensen schieten in een oogwenk van vrolijk en opgewekt naar chagrijnig of kwaad. Stoïcijnen willen echter graag dat u zich stabiel goed en prettig voelt. Om te weten hoe ze dat voor elkaar willen krijgen is het goed om eerst eens te kijken wat al die fluctuerende gevoelens nu eigenlijk zijn.

Biologen leggen, zoals we zagen, een verband tussen onze emoties en genetische factoren. Maar dat zegt nog niets over wat emoties nu eigenlijk zijn. Volgens diezelfde biologen is onze emotionele en mentale toestand het gevolg van door de evolutie gevormde biochemische processen. Het zijn in hun ogen niet bepaalde externe factoren die bepalen hoe we ons voelen. Nee onze gemoedstoestand is het resultaat van de werking van hormonen en neurotransmitters als dopamine, serotonine en oxytocine. U wordt niet gelukkig van het vinden van uw grote liefde, het winnen van de loterij of het verkrijgen van die belangrijke order. U wordt alleen gelukkig van door bepaalde stofjes opgewekte aangename gevoelens in uw lichaam. U voelt u gelukkig door een storm van elektrische stroompjes die door uw hersenen heen en weer flitsen en door allerlei hormonen die daardoor in uw bloedbaan worden losgelaten.

Emoties zijn dan ook lichamelijk, het zijn veranderingen in uw lichamelijke toestand. Als u emoties hebt ervaart u dingen als hartkloppingen, rillingen, buikpijn, of u wordt duizelig, loopt rood aan, krijgt knikkend knieën, voelt vlinders in uw buik. Kortom emoties gaan gepaard met een heel scala aan meer of minder aangename en onaangename lichamelijke sensaties. Deze aandoeningen zijn het gevolg van die hormonen en neurotransmitters. Hormonen en neurotransmitters zijn chemische stofjes die allerlei lichamelijke processen in werking zetten en besturen. Ze zijn het biochemische equivalent van uw emoties.

Zo is adrenaline een stresshormoon dat vrijkomt in levensbedreigende situaties en het lichaam in staat van paraatheid brengt om te vechten of vluchten. U krijgt een versnelde ademhaling, verhoogde hartslag en bloeddruk, verwijdde pupillen en u bent extra alert. Het gaat gepaard met emoties als woede en angst. Cortisol is ook een stresshormoon, maar dan één dat vrijkomt in spannende maar niet direct levensbedreigende situaties. Het gaat om het soort spanning dat u voelt bij een sollicitatiegesprek of bij het betreden van een nogal wilde kermisattractie. Het gaat gepaard met emoties als irritatie, nervositeit en prikkelbaarheid. Dopamine komt onder prettigere omstandigheden om de hoek kijken, het wordt ook wel het gelukshormoon genoemd. Het geeft een goed gevoel en komt bijvoorbeeld vrij bij het luisteren naar muziek, sport en bij een orgasme. Het leidt tot gevoelens van blijdschap, genot en verlangen, maar het kan ook tot obsessies en verslaving leiden. Endorfine is een verzachtend hormoon. Het stilt pijn na zware lichamelijke inspanning en geeft gevoelens van plezier en vrolijkheid. Een ander bekend hormoon is oxytocine, ook wel het knuffelhormoon genoemd. Het komt vrij bij sociaal contact en bij dingen als knuffelen, verzorgen en seks. Het leidt tot gevoelens van liefde en vertrouwen, maar ook tot jaloezie en liefdesverdriet. Serotonine is een neurotransmitter die gevoelens van trots en zelfvertrouwen opwekt en het bekende testosteron is één van de chemische verbindingen die voor uw geslachtsdrift zorgt.

Dit is nog maar een deel van de bekende hormonen en neurotransmitters die verantwoordelijk zijn voor uw emoties. Bovendien ligt het allemaal nog een stuk complexer dan dit overzichtje lijkt te suggereren. De verschillende stoffen werken op elkaar in en verschillende combinaties en concentraties leveren allemaal ook weer verschillende emotionele toestanden op. Emotionele toestanden die van cruciaal belang zijn voor uw leven en overleven als mens. Ze zorgen ervoor dat uw lichaam adequaat reageert op prikkels uit de buitenwereld. Het zou best kunnen dat ze uw leven al een paar keer gered hebben. Ze bepalen voor een belangrijk deel wat u doet en hoe u zich voelt. Zonder een flinke adrenaline stoot was u misschien niet op tijd opzij gesprongen voor die aanstormende vrachtwagen, en zonder een flinke stoot oxytocine was u waarschijnlijk nooit verliefd geraakt op uw huidige partner.

 

zaterdag 24 juli 2021

5.3 Zeus en de evolutietheorie

Emoties worden vaak gezien als iets menselijks en zijn dat natuurlijk ook. Ieder mens wordt immers wel eens boos, blij of verliefd. Het hoort bij het leven en geeft er sjeu aan. De stoïcijnen denken daar toch ietsje anders over, volgens hen dragen emoties niet bij aan een gelukkig leven. Ze brengen de mens in de war en leiden hem juist weg van het geluk. Een emotie is volgens de stoïcijnen een verkeerd oordeel over een bepaalde situatie of een bepaald ding. Wie zich door zijn emoties laat leiden, hecht een irrationele waarde aan zaken die eigenlijk onbelangrijk zijn.

Ja waarde lezer, ik kan me voorstellen dat dat allemaal niet al te vrolijk en aantrekkelijk klinkt. Emoties als liefde, vreugde, lust maar ook angst en spanning geven tenslotte kleur aan het leven. Een emotieloos leven zoals de stoïcijnen lijken aan te prijzen moet haast wel saai en kleurloos zijn. Als het al mogelijk zou zijn om alle emoties te verdringen, dan wordt het leven er zonder emoties in elk geval niet leuker op. Emoties zoals wij die kennen zijn echter niet hetzelfde als de emoties waar de Stoa het over heeft. De Stoa heeft een heel eigen emotieleer die nogal afwijkt van wat tegenwoordig gebruikelijk is. Hieronder zullen we zien dat de stoïcijnen helemaal niet zulke emotieloze robots zijn als vaak wordt beweert. Voor het zover is gaan we eerst nog even bij Zeus en Darwin op bezoek.

De stoïcijnen dachten dat ze konden bewijzen dat hun filosofie en hun ideeën over emoties de beste weergave van de werkelijkheid gaf. Ze hadden zich natuurlijk ook op het standpunt van de religies kunnen stellen en simpelweg kunnen zeggen dat het een kwestie van geloof was. Wat in de heilige boeken van Zeno en Chrysippus staat is per definitie waar en moet onvoorwaardelijk geaccepteerd worden. Iedereen die zich daar niet aan houdt gaat op de brandstapel. Maar als zichzelf respecterende filosofen konden ze er niet om heen toch een poging te wagen hun levensfilosofie ook echt te bewijzen. De rivaliserende scholen, zoals de epicuristen (volgers van Epicurus), academici (volgers van Plato) en peripatetici (volgers van Aristoteles), lieten trouwens ook geen gelegenheid voorbij gaan om te proberen om de stoïcijnse redeneringen onderuit te halen. Om serieus genomen te worden moesten ze dus wel met bewijzen komen.

Als u al een beetje aan het lezen bent geslagen in de antieke stoïcijnse boeken (wat ik u trouwens ten sterkste aanraad) is het u misschien al wel opgevallen dat in de stoïcijnse geschriften regelmatig de naam Zeus valt. Dat zou zelfs de indruk kunnen wekken dat het stoïcisme een religieuze filosofie is. Dat is echter maar in zeer beperkte mate het geval. Bij het stoïcijnse bewijs dat hun levensfilosofie de enig juiste is komt Zeus inderdaad regelmatig om de hoek kijken. Dit is echter niet de antropomorfe Zeus die als een bebaarde superman met bliksemschichten vanaf de Olympus de wereld regeert. Nee de stoïcijnse Zeus had net zo goed Natuur of Noodlot genoemd kunnen worden. Iets wat ze trouwens ook vaak doen. De andere goden worden door de stoïcijnen gezien als personifiëring van de verschillende natuurkrachten. Zo verbeelde Neptunus de krachten van water en stormen, Venus de macht van liefde en seks en was Vulcanus de personificatie van de geologische natuurkrachten van vulkanen en aardbevingen. Het waren in stoïcijnse ogen allemaal manifestaties van één en dezelfde godheid. Het lichaam van deze god is het universum en zijn wil is de keten van oorzaak en gevolg. Toch zit er weldegelijk een religieus tintje aan deze Zeus. Het mag dan wel geen man met een baard op een bergtop zijn, het is toch een soort universeel bewustzijn. Het waren immers pantheïsten, die stoïcijnen van ons. Voor de antieke stoïcijnen is de natuur dus iets levends en bewusts met een wil en een bedoeling met de wereld.

In hun bewijsvoering stellen de stoïcijnen dat Zeus de mens heeft geschapen met de bedoeling om een belangrijke rol te spelen in de ontwikkeling van de geschiedenis van het universum. Zeus is de mens vriendelijk gezind en wil graag dat hij gelukkig is. Hij is echter niet in staat om het universum zo in te richten dat de mensen altijd een prettig leven kunnen leiden. Om het toch mogelijk te maken dat mensen gelukkig worden heeft Zeus de mensheid een stukje van zichzelf gegeven: het vermogen tot bewust en rationeel nadenken. Door zelf na te denken kunnen mensen een manier van leven ontdekken die het hen mogelijk maakt om onder alle omstandigheden een goed leven te leiden. Een leven dat in overeenstemming met de Natuur is. Dat wil zeggen een leven dat zowel in overeenstemming met de universele natuur van Zeus is als met de algemeen menselijke natuur en de specifieke natuur van het desbetreffende individu. Door gebruik te maken van de hen door Zeus geschonken ratio kunnen mensen leren virtuoos te worden. Zo doorredenerend komen de antieke stoïcijnen tot de conclusie dat hun levensfilosofie de beste garantie voor een gelukkig leven geeft.

Voor een moderne stoïcijn is dit misschien toch een beetje te kort door de bocht. Iemand uit de eenentwintigste eeuw zal niet snel geloven dat een welwillende Zeus aan de bron van het menselijk intellect en handelen staat. Het is waarschijnlijker dat hij zich op de wetenschap baseert dat de mens het resultaat is van een evolutionair proces, zoals in de vorige paragraaf beschreven. Dat betekent dat het menselijk bestaan helemaal geen doel heeft, en dat er dus ook geen enkele reden is om te geloven dat we door in overeenstemming met de bedoeling van de natuur te leven gelukkig zouden worden. Als mens kun je er dan veel beter voor kiezen hedonist te worden en proberen uit ons korte en doorgaans nogal onaangename bestaan toch nog zoveel mogelijk plezier te putten. Ik denk echter dat je ook met gebruikmaking van de hedendaagse wetenschappelijke inzichten tot een conclusie komt die erg dicht bij de stoïcijnse levensfilosofie uitkomt.

Goed de mens is dus het resultaat van een hele serie evolutionaire ongelukjes. Hierdoor zijn we het kale aapachtige op zijn achterpoten lopende zoogdier geworden dat we nu zijn. We zijn uitgerust met een aantal psychologische eigenaardigheden die bedoeld zijn om onze overlevingskansen te vergroten. Zo hebben we de neiging om onder bepaalde omstandigheden, zoals een aanstormende sabeltandtijger, bang te worden of, onder andere omstandigheden, honger te krijgen. We kunnen pijn voelen om er voor te zorgen dat we voorkomen gewond te raken, en we zijn wellustig om seks te willen en ons te kunnen voortplanten. Niet omdat Zeus wil dat we al deze onaangename en aangename sensaties kunnen ervaren. Nee, alleen omdat dit het voortbestaan van de soort ten goede komt.

Dit soort natuurlijke neigingen hebben we dus niet ontwikkeld om een goed en prettig leven te kunnen leiden, maar om te kunnen overleven en om ons voort te planten. Zonder een emotie als angst en de neiging om weg te rennen van een hongerige sabeltandtijger zou de menselijke soort immers al gauw zijn uitgestorven. Zo wordt een ongelukkig zorgelijk persoon die er door overal bang voor te zijn in slaagt om in leven te blijven en zich voort te planten een evolutionair succes, en wordt een blij en zorgeloos mens die niet in iedere schaduw een sabeltandtijger vermoedt vanuit een evolutionair standpunt een totale mislukking. Deze vrolijke flierefluiter mist de tijger, wordt opgegeten en slaagt er zo niet in zich voort te planten.

Onze voorouders die bang waren voor sabeltandtijgers en die zich zorgen maakten of ze de volgende dag nog wel te eten hadden, hadden een evolutionaire voorsprong op hun vrolijke en zorgeloze soortgenoten. De ontevreden en onrustige voorouder die steeds meer voedsel wilde hebben en die maar bleef zoeken naar een nog betere en veiligere grot had een grotere kans zijn genen door te geven dan zijn vrolijkere soortgenoot die als hij zijn buik vol had liever in de zon ging zitten. De kapitalistische deugd van hebzucht geeft zo een evolutionaire voorsprong. Ontevredenheid en hebzucht samen geven zelfs een sterk evolutionair voordeel.

Ook de meer plezierige ervaringen zijn niet gericht op het gelukkig maken van de mens, maar op het overleven en het doorgeven van ons erfelijk materiaal. Daarom vinden we vet en zoet voedsel zo ontzettend lekker. In een tijd dat overvloed een uitzondering en hongersnood de regel was, was het een uitstekend idee om gek te zijn op calorierijke voeding. Het beeldje van de Venus van Willendorf was niet voor niets dik, dat was het prehistorische schoonheidsideaal. Wie slank probeerde te blijven had geen schijn van kans bij de volgende hongersnood. Ook onze gulzigheid heeft dus een evolutionaire oorsprong. Van nature zijn we dus angstig, ontevreden, hebzuchtig en gulzig.

Als de honger eenmaal gestild is komt seks in beeld als het volgende pleziertje. Als seks ons koud liet, of als we het zelfs onplezierig zouden vinden, zou er van het doorgeven van onze genen niet veel terecht komen. De voorvaderen die aseksueel waren of zelfs een hekel aan seks hadden zijn al lang geleden uitgestorven. Daarnaast heeft seks ook een sterke bindende en sociale functie. Zonder de daarmee verbonden verliefdheid, saamhorigheid en gevoel van ouderliefde zou het schreeuwende en stinkende hoopje mens dat het gevolg van onze seksuele neigingen is, genegeerd worden en geen schijn van kans hebben om te overleven.

We zijn een sociaal dier niet omdat Zeus dat wil of omdat dat gezelliger is, maar omdat we in groepsverband een grotere overlevingskans hebben. Om dezelfde reden houden we van onze kinderen en naasten en zorgen we voor ze. Tegelijkertijd hebben we een hekel aan buitenstaanders. Dat zijn concurrenten die het schaarse voedsel voor onze neus wegkapen. Net als hebzucht, gulzigheid, liefde en geilheid hebben zaken als nationalisme, vreemdelingenhaat en agressie tegen buitenstaanders op deze manier een evolutionaire oorsprong.

We zijn dus biologisch voorgeprogrammeerd om groepen te vormen. Tegelijkertijd zijn we ook geprogrammeerd om binnen zo’n groep te streven naar een zo hoog mogelijke status. Net als in een groep apen lopen de individuen met de laagste status het risico om uit de groep gestoten te worden. Ze hebben op zijn best toegang tot de restjes en het slechtste voedsel en bij de keuze voor een sekspartner staan ze al helemaal achter in de rij. Geen enkele vrouw wil een loser als partner en geen enkele man wil een lelijkerd. De sterke, populaire, mooie en vooral rijke partners zijn veruit favoriet. De voorouders die het fijn vonden om populair te zijn en zich rot voelden als hun sociale status in het nauw kwam hadden een betere toegang tot voedsel en sekspartners. Het zijn dus vooral hun genen die we hebben overgeërfd en die nu onze neigingen bepalen. Ook onze machtswellust en aandachtshonger heeft dus een evolutionaire oorsprong. Al die nu doorgaans als negatief aangemerkte eigenschappen waren ooit een evolutionair voordeel en hielpen de hebzuchtige, gulzige, agressieve en geile narcist zijn genen aan een volgende generatie door te geven. Maar de evolutie heeft ons nog een eigenschap opgeleverd. Een prachtige eigenschap die onze overlevingskansen gigantisch heeft doen toenemen.

De antieken dachten dat ons vermogen tot denken en redeneren een gift van Zeus was, die het ons mogelijk maakte een klein beetje god te zijn. Het bovenstaande in ogenschouw nemend kan je er echter niet om heen dat ook onze ratio een evolutionaire oorsprong heeft. Een slimme en handige voorouder die een goede boog kon maken had een betere kans om een prooi te vangen en zich voort te planten dan zijn wat sullige en onhandige stamgenoot. Deze prehistorische intellectueel kon ook nog eens de beste tactiek bedenken om die prooi te vangen en daarbij stelde zijn superieure geheugen hem in staat om te onthouden waar de beste prooidieren waren te vinden. Onze intellectuele vermogens hebben dus niets te maken met een soort transcendentale semi goddelijke neiging die ons de mogelijkheid biedt als een engel of heilige afstand te nemen van het dierlijke deel van ons wezen. In tegendeel zelfs het intellect heeft zich ontwikkeld om slimme plannen te kunnen smeden om onze behoeften aan voedsel, seks en sociale status beter te bevredigen.

Dat de menselijke rationele vermogens een heel wereldse oorsprong hebben betekent echter niet dat ze alleen inzetbaar zijn voor overleving en voortplanting. Ons denkvermogen heeft een onverwacht neveneffect, het kan ook ‘misbruikt’ worden en worden ingezet voor heel andere dingen dan waar het oorspronkelijk voor bedoeld is. Dat geldt trouwens voor al onze oorspronkelijk op overleven en voortplanting gerichte vaardigheden. Neem bijvoorbeeld ons vermogen tot lopen. Heel handig om te overleven. Je kan wegrennen voor een sabeltandtijger of sneller bij een stuk voedsel komen dan je concurrent. Maar je kan dit vermogen ook ‘misbruiken’ door te proberen de Mount Everest te beklimmen. Een activiteit die niet bepaald bijdraagt aan je overlevingskansen. Als bergbeklimmer loop je nu eenmaal een levensgroot risico van de berg te vallen, waarna het je doorgaans niet meer zal lukken je genen aan een volgende generatie door te geven. Zo kun je dus ook je denkvermogen ‘misbruiken’ en het aanwenden voor zaken die niets meer te maken hebben met het zo efficiënt mogelijk doorgeven van je genen.

Zo zou u uw denkvermogen kunnen gebruiken om te beslissen dat het misschien verstandiger is om uw natuurlijke drang tot voedselvergaring in te perken en wat minder te eten, of om een gelegenheid om seks te hebben voorbij te laten gaan. U zou er zelfs voor kunnen kiezen om celibatair te blijven en zo uw kans op voortplanting tot nul terugbrengen. U kunt uw ratio gebruiken om uzelf bepaalde doelen te stellen en een bepaalde levenswijze op te leggen. U kunt het gebruiken om te beslissen dat veel van uw evolutionaire programmering tot overleven en voortplanten helemaal niet in overeenstemming met uw persoonlijke doelstellingen zijn. U kunt bijvoorbeeld tot de conclusie komen dat die programmering u een hoop ellende oplevert die helemaal niet leidt tot een prettig en gelukkig leven.

Het is misschien wel een beetje ironisch dat onze evolutie en de daaruit voortvloeiende genetische programmering tot overleven en voortplanten ons een instrument in handen hebben gegeven dat ons de keuze geeft om tegen die programmering in te gaan. Een programmering die zich de afgelopen eeuwen toch al steeds meer tegen ons welzijn en tegenwoordig zelfs tegen ons overleven lijkt te keren. Het is gek maar ons vermogen om door te denken tegen onze andere natuurlijke neigingen in te gaan is in deze tijd van klimaatsverandering en uit de hand gelopen consumentisme waarschijnlijk onze enige kans om als soort te overleven.

Als we ons richten op een gelukkig leven en niet alleen op overleven en voortplanten worden zaken als onze sociale status op eens een stuk minder belangrijk. We kunnen beslissen dat het niet perse nodig is om maar steeds meer spullen te verzamelen. Door een beetje na te denken zult u vanzelf tot de conclusie komen dat er na het vervullen van uw verlangen naar de laatste smartphone algauw weer een nieuw verlangen op komt dagen. De nieuwe smartphone ligt alweer op de tekentafel en de jongens van de reclame lopen zich al warm. We zijn kampioen piekeren, een prima eigenschap als je niet weet waar je volgende maaltijd vandaan gaat komen of waar de volgende sabeltandtijger zich verstopt heeft. Maar in een tijd dat je je daar niet druk over hoeft te maken is het voor een prettig leven verstandiger om je wat minder zorgen te maken door je programmering voor bangigheid met je denkvermogen te overrulen. Er zijn tegenwoordig gewoon minder redenen om je terecht zorgen te maken.

Om terug te komen op Zeus en het onderwerp van deze paragraaf. Volgens de antieken heeft Zeus (of de natuur) ons met een doel geschapen. Hij heeft ons het vermogen gegeven om door rationeel na te denken een gelukkig leven te leiden. De stoïcijnen trekken hieruit de conclusie dat het mogelijk is door het gebruik van bepaalde technieken onaangename emoties te vermijden. Tegenwoordig kan een andere redenering gevolgd worden. Door de evolutie (of de natuur) heeft de mens bepaalde emoties en neigingen gekregen die de kans op overleven en voortplanten moesten vergroten. Neigingen die zich nu tegen ons lijken te keren. Dezelfde evolutie heeft ons daarbij ook het vermogen gegeven om door onze ratio te ‘misbruiken’ deze voorprogrammering opzij te zetten. De technieken die de oude stoïcijnen ontwikkeld hebben om minder negatieve emoties te ervaren kunnen nu nog steeds ingezet worden om ons welzijn te verhogen. De redenering is niet heel anders en leidt tot dezelfde conclusie. Namelijk dat de stoïcijnse levensfilosofie nog steeds een heel goede optie is om een goed en prettig leven te leiden.

  

zaterdag 17 juli 2021

5.2 De evolutie van de emoties en de rede

 

Om het allemaal wat beter in zijn verband te kunnen zien beginnen we met een korte paragraaf over de evolutionaire oorsprong van onze emoties en rede. Alle levende organismen verzamelen op de één of andere manier informatie uit hun omgeving, verwerken die en reageren daarop. Bij eenvoudige organismen blijft de verwerking en reactie beperkt tot simpele pijn- en genotsreflexen. Ik moet deze kant op bewegen want daar is voedsel, of ik moet maken dat ik hier wegkom het is hier giftig of gevaarlijk. Bij grotere organismen wordt goede informatie steeds belangrijker voor het overleven. Informatie is essentieel bij het vinden van de beste voedselbronnen en het weten waar roofdieren in een hinderlaag kunnen liggen. Langzaam maar zeker kregen de eerste grotere organismen ook meer en betere sensoren om hun omgeving te kunnen waarnemen. Sensoren voor licht, geluid, druk, bepaalde stoffen en dergelijken ontstonden. Er kwam daardoor steeds meer informatie over de wereld beschikbaar. Er ontstaat zelfs een soort verlangen naar die informatie. Hoe meer informatie, hoe beter de overlevingskansen. Informatie en het oplossen van problemen wordt daarmee een doel op zich. Het oplossen van een probleem of een lastige puzzel levert u dan ook net zo’n door hormonen gestuurde genotservaring op als lekker eten of seks.

De verwerking van al die extra informatie wordt steeds complexer en ook het repertoire aan reacties op gebeurtenissen in de buitenwereld neemt toe. De aanvankelijk nog heel eenvoudige zenuwknopen van wormen en insecten groeien uit tot echte hersenen die een soort beeld van de buitenwereld kunnen creëren. Dat beeld omvat niet alles, alleen informatie die voor het overleven belangrijk is krijgt een plaats. Hersenen worden steeds geavanceerder en kunnen op een gegeven moment zelfs modellen van mogelijke toekomstscenario’s schetsen.

Het is u misschien al wel opgevallen dat dit betekent dat geen enkel wezen met hersenen, dus ook wij niet, in direct contact met zijn omgeving staat. We leven allemaal in een virtuele werkelijkheid die ons door onze hersenen wordt voorgeschoteld. Onze hersenen bouwen een model op van de belangrijkste informatie die ze door onze sensoren (zintuigen) over ons lichaam en onze omgeving krijgen aangeleverd. Ze geven ons daarbij alleen die informatie die nodig is om te kunnen overleven, om snel en passend te kunnen reageren op de continue maalstroom van veranderingen om ons heen. De beelden die onze hersenen ons aanbieden zijn dan ook gekleurd en gefilterd. Alle niet relevante informatie wordt genegeerd en weggelaten. Wat onze hersenen ons voorspiegelen is dus zeker niet een volledig kloppend beeld van wat er om ons heen gebeurd. Het is belangrijk om goed te onthouden dat de wereld die u ervaart niet de echte werkelijkheid is. Alles wat u ervaart is al ingekleurd en bevooroordeeld.

De reactie op de buitenwereld van organismen met hersenen vindt plaats op verschillende niveaus. Sommige reacties moeten onmiddellijk plaatsvinden. Uw zenuwcellen voelen iets, krijgen een sensatie, dat potentieel levensbedreigend is. Er moet direct een respons gegeven worden uitstel is funest. Uw lichaam reageert direct met wat we reflexen noemen. U trekt uw hand al terug voordat u zich er zelfs maar van bewust bent dat u een gloeiend hete pan hebt aangeraakt. Het zijn uw pijnsensoren die dit soort gedrag beheersen. Uw hersenen komen hier niet eens aan te pas. Het terugtrekcommando wordt al in uw ruggenmerg gegeven. Pas nadat u uw hand hebt teruggetrokken wordt u zich bewust van wat er gebeurd is.

Een iets tragere, maar toch ook nog behoorlijk snelle, reactie vindt plaats via uw emoties. Het deel van uw hersenen dat het limbisch systeem wordt genoemd bepaalt wat voor emoties u voelt. Via dit limbisch systeem (ik noem het in dit boek uw reptielenbrein, maar daarover later meer) komen alle berichten van uw zintuigen uw hersenen binnen. Aan die berichten worden direct bepaalde neigingen, voorkeuren of een gevoel van afkeer verbonden. Die neigingen leveren doorgaans behoorlijk goede resultaten op om het individu zo lang mogelijk in leven te laten. Dat kan ook haast niet anders. De natuurlijke selectie heeft er wel voor gezorgd dat voorouders die de neiging hadden om een sabeltandtijger als een leuk en snoezig poesje te zien er niet meer aan toekwamen om nageslacht voort te brengen.

Emoties werken via hormonen die, onder andere, door de hypofyse, een onderdeel van ons reptielenbrein, worden afgegeven. Emoties als angst, woede, verrassing en afkeer lijken zomaar in ons op te wellen. Ze lijken zich aan onze bewuste controle te onttrekken. Ze zetten u ertoe aan om op bepaalde voorgeprogrammeerde manieren te reageren op de informatie die uw zintuigen u geven. Uw reptielenbrein laat hormonen in uw bloedbaan los die u erop voorbereiden om weg te rennen, aan te vallen, extra voorzichtig te zijn of te gaan vrijen.

De zoogdieren ontwikkelden naast hun reptielenbrein ook nog een zogenaamde hersenschors: de cortex. Deze organismen met relatief de grootste hersenen kennen daardoor nog een ander maar wel wat langzamer reactiemechanisme. Dit traagste reactiemechanisme is wat we gewoonlijk denken noemen. Uw gedachten zijn eigenlijk niets meer dan een wat geavanceerdere besluitvormingsprocedure in de ‘struggle for live’. Ze vormen het verlengde van uw emoties en net als uw emoties zijn ze voornamelijk gericht op uw overleven. Dit mechanisme heeft misschien wel wat meer tijd nodig, maar daar staat dan weer tegenover dat het tot veel betere beslissingen in staat is. Zo kan het gebruik maken van een geheugen. Met dit vermogen om de resultaten van eerdere besluiten en reacties te onthouden en daarvan te leren kunnen in het heden betere beslissingen worden genomen. Met uw geheugen kunt u ook geautomatiseerde reacties aanleren, waardoor u ingewikkelde dingen als fietsen en computerspelletjes spelen zonder enige moeite kunt uitvoeren. U zult begrijpen dat vooral het kunnen spelen van dergelijke computerspelletjes de mens een ongelooflijk krachtig evolutionair voordeel oplevert.

Sensaties, emoties en gedachten vormen zo gezamenlijk de subjectieve innerlijke wereld die uw beeld van de werkelijkheid vormt. Dit beeld is wat de stoïcijnen de rede of het ‘hegemonikon’ noemen en wat wij tegenwoordig de naam bewustzijn geven. Het is een toestand van scherpgerichte aandacht die onze hersenen kunnen oproepen op het moment dat een moeilijk besluit moet worden genomen. Waarschijnlijk heeft ieder dier met relatief grote hersenen en het vermogen om complexe besluiten te nemen een zekere vorm van bewustzijn. Het informatie verwerkend en probleemoplossend vermogen van de menselijke hersenen is gigantisch. Uw rede biedt u daarmee ongekende mogelijkheden om uw eigen leven en virtuositeit vorm te geven.

 

zaterdag 5 juni 2021

5.1 Stoïcijnen en emoties

 

DEEL II

DE TOPOS VAN DE STOÏCIJNSE WILSKRACHT

 

 

LES 5

EVOLUTIE, EMOTIES EN REDE

 

5.1 Stoïcijnen en emoties

In deze les maken we een begin met de topos van de juiste wilskracht. Dit onderdeel van het stoïcijnse lesprogramma gaat over wat u wel en wat u niet zou moeten willen. Over dingen als het verlangen naar voedsel, seks en macht en de afkeer van pijn en sociale uitsluiting. Kortom over de emoties. Het gaat daarbij trouwens vooral over de vervelende emoties, die de stoïcijnen, zoals we zagen ‘passies’ noemden. Volgens Epictetus was dit voor de beginnend stoïcijn het belangrijkste vak:

“Het belangrijkst en meest urgent is het terrein van de passies: passies ontstaan immers alleen wanneer je niet bereikt waar je naar streeft.“ (Epictetus, Colleges III, Hoofdstuk 2)

Dit vak wordt in verband gebracht met de fysica omdat de leerling hier moet leren hoe hij in overeenstemming met de natuur kan leven. Door de natuur te bestuderen leert u hoe de wereld werkt. U leert welke dingen de moeite waard zijn om na te streven en welke dingen u maar beter links kunt laten liggen. U leert ook over wat voor zaken u controle hebt en op wat voor dingen u geen enkele invloed kunt uitoefenen. Mensen die de fysica onvoldoende bestudeerd hebben en niet goed weten hoe de wereld in elkaar steekt lopen het risico het onmogelijke te willen. Alleen iemand die de wereld kent weet ook wat hij van de wereld kan verwachten en waar hij wel en niet op mag hopen. Zo iemand leeft, volgens de stoïcijnen in harmonie met de natuur.

Een natuurlijke manier van leven doet tegenwoordig al gauw denken aan geitenwollensokken types die hun eigen groente verbouwen en zelf een stinkende drab die ze bier noemen, proberen te brouwen. Hoewel een stoïcijn een ecologische manier van leven wel zou bevallen is dit toch niet wat ze met een leven in overeenstemming met de natuur bedoelen. Het gaat er bij hen om te leren om zowel in overeenstemming met hun individuele menselijke natuur als in overeenstemming met de universele kosmische natuur te leven. U zult al gauw merken dat het eigenlijk om één en dezelfde natuur gaat. Het onderscheid is kunstmatig, maar wel makkelijk voor een beter begrip.

De universele, kosmische natuur omvat al het bestaande. Ruimte, tijd, energie, materie en de zogenaamde natuurwetten. De mens maakt daar deel van uit en is onderworpen aan de gang van zaken in het universum. Hij kan zich er niet aan onttrekken en moet accepteren dat de wereld is zoals hij is. Volgens de stoïcijnen heeft dit universum een bewustzijn. Al het bestaande is niet alleen maar dode materie en ruimtetijd, nee het is zich bewust van zijn bestaan. Het weet dat het er is en het beseft dat er dingen in en met hem gebeuren. Dat klinkt een beetje gek en zweverig, maar is eigenlijk heel logisch. In de ogen van de stoïcijnen kan het gewoon niet anders dat nu de mens zich al bewust is van zijn bestaan, iets dat veel groter en ingewikkelder is dan die mens ook bewustzijn moet hebben. Een heel ander en meeromvattend bewustzijn natuurlijk, maar weldegelijk een soort van bewustzijn. Dat klinkt vreemd, maar wordt al wat minder raar als u bedenkt dat alleen al door het bestaan van de zelfbewuste mens ook het heelal zich via die mens, die daar immers deel van uitmaakt, bewust moet zijn van zijn eigen bestaan. Stoïcijnen worden daarom ook wel pantheïsten genoemd, de leer dat al het bestaande in de natuur als goddelijk en bewust kan worden aangemerkt.

De stoïcijnse leraren vinden dat een leerling niet alleen theoretisch moet beseffen dat hij een onderdeel van dat bewuste universum is, hij moet zich ook echt een onderdeel van het geheel gaan voelen. Er bestaan zelfs een paar speciale stoïcijnse meditatietechnieken, ‘de panoramablik’ ook wel ‘het kosmische gezichtspunt’ genoemd en de ‘anakhoresis-meditatie’, om dat gevoel op te wekken. Het besef dat er iets groters bestaat waar we aan onderworpen zijn kan troostend werken. We zijn niet voor alles verantwoordelijk, een groot deel van de dingen die ons overkomen vallen buiten ons bereik. Het enige dat we kunnen doen is het accepteren.

Dood, natuurrampen, ziektes en dergelijken zijn zo geen straffen van een boze godheid. Het zijn gewoon de manier waarop de dingen in de natuur zich ontvouwen. De manier waarop een van zichzelf bewuste natuur zich realiseert. De stoïcijnen lijken soms zelfs te suggereren dat die universele natuur ons expres allerlei tegenslag laat ondergaan om ons ‘hegemonikon’ zo de kans te geven zich te trainen. Op die manier biedt het universum ons de mogelijkheid om te laten zien dat we de les over wat wel en wat niet onder onze controle is goed hebben geleerd. Het christendom heeft deze gedachte later in zijn doctrines opgenomen. Een dergelijk ‘geloof’ zou inderdaad troost kunnen brengen in moeilijke omstandigheden, maar desondanks lijkt het mij persoonlijk waarschijnlijker dat een universeel bewustzijn, als dat al echt zou bestaan, onverschillig staat tegenover het wel en wee van een individuele mens.

De individuele natuur van de mens is een onderdeel van die grote universele natuur. Hij omvat zowel de fundamentele eigenschappen die alle mensen met elkaar delen, de dingen die een mens tot mens maken, als uw hoogst persoonlijke eigenschappen, de eigenschappen en talenten die u maken tot wie u bent. U beschikt net als ieder ander mens over de algemene eigenschappen en karaktertrekken die eigen zijn aan ons mensen en ons doen verschillen van bijvoorbeeld een orang-oetan. Dit noemen de stoïcijnen, heel origineel, de menselijke natuur. Daarnaast heeft u uw eigen persoonlijke eigenschappen, talenten en levensgeschiedenis die u maken tot wie u als individueel persoon bent. Uw eigen individuele natuur. Ook met die unieke eigenschappen moet u terdege rekening houden bij de keuzes die u maakt. Voor u iets onderneemt moet u zich rekenschap geven van uw talenten en beperkingen. Van een leerling stoïcijn wordt verwacht dat hij op zoek gaat naar zijn rol op het wereldtoneel. Epictetus zegt het als volgt:

“Als je een rol op je neemt die je niet ligt, dan faal je twee keer: je slaagt niet in de rol die je op je genomen hebt, en je hebt de rol laten lopen die je wel had kunnen vervullen.” (Epictetus, Handboekje 37).

 

Oefening: Zelfwaardering

Doe eens een stap achteruit en kijk zo onbevangen mogelijk naar uw eigen capaciteiten. Doe een klein zelfonderzoekje. Wat heeft de natuur u gegeven? Waar bent u goed in? Wat zijn de dingen die u leuk vindt? Zijn er sporten waar u goed in bent? Wat zijn uw hobby’s? Hoe heeft uw leven zich tot nu toe ontwikkeld? Zit er misschien een patroon in, waar u iets uit kunt opmaken? Vergeet daarbij niet ook te kijken naar de dingen die u niet kunt, waar u een hekel aan heeft. Wat zijn uw beperkingen? Heeft u bepaalde lichamelijke, geestelijke of sociale handicaps? Heeft u een hekel aan wiskunde, maar hebt u wel een talenknobbel? Of is het juist omgekeerd?

Misschien heeft u vroeger wel eens een beroepskeuzetest of iets soortgelijks gemaakt. U moet niet al teveel waarde aan een dergelijke test hechten. Zo’n test is niet meer dan een momentopname, maar het kan zijn dat u toch dingen herkent.

Maak bijvoorbeeld een tabel met dingen waar u echt goed in bent, dingen die u wel redelijk kunt en dingen die u absoluut niet liggen. U zou het volgende schema als voorbeeld kunnen gebruiken.

 

GOED IN

MATIG

SLECHT IN

Handig. Ik ben praktisch ingesteld en ben een goede klusser.

 

 

 

Formulieren. Ik heb een hekel aan administratieve rompslomp.

 

 

 

Studeren. Ik ben absoluut geen studiebol. Mijn schooltijd was één grote ramp.

 

 

 

 

Het wil ook wel eens helpen om iemand anders te vragen hoe hij of zij u ziet. De blik van een derde is vaak objectiever. Wees daarbij echter wel voorzichting. Het risico bestaat dat die ander u alleen maar vertelt wat hij denkt dat u graag wilt horen. Noteer uw bevindingen in uw dagboek en kijk er zo nu en dan eens naar. Waarschijnlijk zult u in de loop der tijd nog wel wat veranderingen willen aanbrengen.

 

De algemene menselijke natuur kent een aantal duidelijke verlangens en angsten. We hebben, honger en dorst, vermijden kou, pijn en andere onprettige gewaarwordingen. Allemaal verlangens en aversies die belangrijk zijn om te kunnen overleven. Ze hebben een natuurlijke en voornamelijk genetische oorsprong. We delen ze met de andere dieren en ze zijn nuttig voor het voortbestaan van de soort. Het zijn onze natuurlijke neigingen, onze instincten. Tot zover gaat alles goed. De problemen beginnen echter met de menselijke intelligentie. Door zijn creativiteit en technologische vooruitgang slaan de menselijke verlangens flink op hol. Ons natuurlijk verlangen naar vet en suikerrijk voedsel, maakt ons dik, onze natuurlijke angst voor roofdieren en afgronden ontspoort en leidt tot allerlei vervelende fobieën en angststoornissen. Ons groepsgevoel, essentieel voor de prehistorische jager-verzamelaar, wordt nu een bron van voetbalgeweld, populisme, nationalisme en oorlogen. Kortom de eens zo belangrijke en nuttige instincten keren zich tegen ons. Adverteerders en politici weten geraffineerd gebruik te maken van onze op hol geslagen verlangens en angsten. Als je de reclamemakers zou moeten geloven dan bestaat het menselijk welzijn uit niets anders dan materieel bezit, gemaksvoedsel, sexappeal en macht. Onze vroeger o zo nuttige natuurlijke neigingen veroorzaken nu heel wat moeilijkheden. Het ongebreideld najagen van uw instincten leidt niet alleen tot lichamelijke problemen. Het veroorzaakt ook veel onnodige psychische ellende en leidt tot tragische conflicten. Dit probleem bestond ook al in de relatief welvarende antieke tijd en de stoïcijnen probeerden er met hun filosofie een oplossing voor te vinden.

De stoïcijnen erkennen het belang van de menselijke instincten, maar boren een andere natuurlijke eigenschap van de mens aan om deze instincten binnen redelijke grenzen te houden: het menselijk denkvermogen, zijn ratio. De ratio maakt het voor mensen mogelijk om zijn meningen en oordelen op redenen en feiten te baseren. Met zijn ratio kan een mens zijn op drift geraakte instincten binnen de natuurlijke grenzen houden. Zodat ze niet langer zelfvernietigend zijn, maar weer hun oorspronkelijke bijdrage aan een gelukkig en gezond leven kunnen gaan leveren. Dit betekent niet dat u uw driften en verlangens met geweld moet gaan onderdrukken. Stoïcijnen zijn geen asceten en willen niet dat u verder leeft op een dieet van rauwe bonen, brood en water. Evenmin willen zij dat u uw seksuele activiteiten beperkt tot het voor de voortplanting uiterst noodzakelijke. Nee, ze willen u leren om uw instincten weer terug te dringen binnen de grenzen die voor een gezond en natuurlijk leven nodig zijn. Ze maken daar een begin mee door u aan te leren te accepteren wat er gebeurt.

Om natuurlijk te leven moet u dus leren uw wensen in overeenstemming met de natuur te brengen. Dat betekent dat u voortaan moet gaan willen wat er gebeurt. Dat lijkt op het eerste gezicht niet zo moeilijk, maar gaat bij nader inzien behoorlijk ver. De meeste mensen willen dat er gebeurt wat zij graag willen dat er gebeurt. Ze hebben een heel duidelijk beeld van hoe de wereld zich moet ontwikkelen. Als de wereld daar geen boodschap aan blijkt te hebben en de dingen niet lopen zoals gewenst, dan is de boot aan. We worden kwaad, gaan op zoek naar een zondeboek en slaan soms volledig op tilt. Allemaal negatieve emoties die een leerling stoïcijn moet proberen te vermijden.

Daar blijft het echter niet bij. Het is niet alleen zo dat u niet opstandig en boos of verdrietig moet worden als er dingen tegen zitten. Nee u moet zelfs willen dat die dingen ook echt gebeuren zoals ze gebeuren. Uw trein heeft vertraging, waardoor u een belangrijke afspraak mist. Het lijkt een heel normale reactie om dan te gaan mopperen en schelden op het spoorwegbedrijf. U wordt ongeduldig en misschien zelfs angstig. Hoe zal mijn baas reageren als ik deze belangrijke afspraak mis? Het zou al een hele vooruitgang zijn als u zich nu realiseert dat u hier niets aan kan doen en dat die negatieve emoties de situatie niet zullen veranderen. Uw woede, ergernis of angst zal de trein geen seconde eerder op het perron laten verschijnen en heeft niet de minste invloed op de reactie van uw baas. Het gaat om dingen waar u niets aan kunt veranderen, die volstrekt buiten uw invloed liggen. Het zou al prachtig zijn als u het zo voor elkaar kunt krijgen om die emoties niet te krijgen. De stoïcijnen gaan zelfs nog een stap verder en, hier wordt het extreem, ze willen dat u leert om ook echt te wensen dat de trein vertraging heeft. Een stoïcijn moet niet alleen accepteren wat er gebeurt, hij moet ook willen dat dat gebeurt. Ik weet het, waarde leerling, dat klinkt wel heel gek. Toch valt het wel mee en is het geen rare gedachte om niet alleen te accepteren dat de wereld is zoals hij is, maar zelfs te willen dat de natuurwetten zijn zoals ze zijn. Je kunt maar beter willen dat er gebeurt wat er gebeurt, dat is wel zo gemakkelijk, je kunt er toch niets aan veranderen. De stoïcijnse filosoof keizer Marcus Aurelius formuleert het in zijn dagboek als volgt:

“O, Universum, ik stem in met iedere toon van uw grote harmonie. Niets dat voor u op tijd is, komt voor mij te vroeg of te laat. O, Universum, alles wat uw seizoenen brengen, is mij van nut. Uit u komt alles voort, in u is alles aanwezig, tot u keert alles weer terug.” (Marcus Aurelius, Dagboeken Boek 3-24).

Het lijkt wel een gebed en dat was het voor onze stoïcijnse keizer misschien ook wel een beetje. U herinnert zich misschien nog wel dat het universum voor de stoïcijnen een levend en bewust wezen is. Een stoïcijn is dus niet iemand die met een uitgestreken gezicht, maar toch min of meer tandenknarsend accepteert wat er gebeurt. Nee hij wil dat er gebeurt wat er gebeurt. Op deze manier bestaat er dan ook een subtiel maar belangrijk verschil tussen een fatalist en een stoïcijn. Een stoïcijn is dus niet een wagenmenner die al zijn kracht moet gebruiken om de wilde paarden van zijn emoties in toom te houden. Hij gebruikt zijn rede om te zorgen dat die emoties helemaal niet ontstaan. Een stoïcijn weet dat zijn natuurlijke instincten uit de pas lopen met de uitdagingen en behoeften van de moderne tijd. Hij weet ook dat zijn natuurlijke denkvermogen hem de mogelijkheid biedt om het verstoorde evenwicht weer te herstellen. En hij herstelt dat evenwicht door ook echt te willen wat er gebeurd.

In dit deel van de cursus leren de leerlingen hun verlangens en angsten onder controle te krijgen. U gaat uw wilskracht trainen. Het gaat hier om de klassieke deugden van matigheid en moed. De matigheid om uw verlangens in toom te houden en alleen datgene te willen wat u ook echt kunt bereiken. En de moed om de werkelijkheid onder ogen te zien en te accepteren, of misschien zelfs wel te willen, wat u toch niet kunt veranderen. In het vervolg van deze cursus neem ik deze twee klassieke waarden of deugden samen en noem ze de zelfbeheersing.

De beginnende stoïcijnen moesten hun negatieve emoties, ontspoorde verlangens en angsten, dus onder de duim zien te krijgen. Ze moesten hun verlangens en wil beperken tot die dingen waar ze ook werkelijk controle over hadden. Met andere woorden: hun wil moest gericht worden op het worden van een virtuoos mens. Om dit voor elkaar te krijgen gaan we kijken naar de prettige en onplezierige emoties en zullen we ontdekken dat emoties voor stoïcijnen een oordeel zijn dat kan kloppen of fout kan zijn. Vervolgens worden een aantal methodes om de controle over onze emoties en gedachten terug te krijgen onderzocht.

 

zaterdag 29 mei 2021

4.5 Tenslotte

 



Zo dat was een behoorlijke brok theorie. Voor u misschien vooral een hoop abstract geneuzel. Ik hoop dat ik u met deze les niet al te erg heb afgeschrikt met mijn verhaaltjes over indelingen van de filosofie, stoïcijnse drietanden en de vier klassieke hoofddeugden. In de komende lessen gaan we de drie stoïcijnse lesvakken eens van wat dichterbij bekijken. Ik kan u echter niet beloven dat het nu afgelopen is met de theorie en abstractie, maar het gaat in elk geval wel een behoorlijke stuk praktischer worden. In de volgende les wordt een begin gemaakt met de stoïcijnse leer van de juiste wilskracht.

Als klein zoenoffer voor dit nogal abstract hoofdstuk wil ik u tot slot toch alvast een voorproefje geven van de stoïcijnse praktijk. Daarom wil ik deze nogal theoretische en abstracte les niet afsluiten zonder u al wat stoïcijnse wapens in handen te geven om u meteen al de goede kant op te sturen. Volgens Epictetus is het leven datgene wat er nu om u heen gebeurt. Hij vergeleek het leven vaak met de Olympische Spelen. U bent allemaal Olympisch atleet. De wedstrijden zijn al bezig, u moet oefenen en leren terwijl de strijd om u heen al in alle hevigheid gaande is. Om u daar meteen een beetje bij te helpen volgen hieronder een paar eenvoudige tips en oefeningen waarmee u een begin kunt maken om alvast een beetje stoïcijn te worden. Het zijn wel oefeningen in de stijl van ‘lifestyle magazines’ en zelfhulpboeken, verwacht er dan ook niet te veel van. Stoïcisme is geen ‘quick fix’, maar het zal u allicht een beetje op weg helpen. Voor de komende twee weken kunt u eens aan de slag gaan met de stoïcijnse tips. Kijk wat ze voor u doen en kom er achter welke tips u het meest aanspreken. Vergeet ondertussen niet om ook aan uw nieuwe deugdenlijstje ingedeeld naar de vier kardinale deugden te werken.

Oefening: Tien stoïcijnse tips

Tip 1 Word een binnenvetter
Houd uw emoties binnen en laat ze zo min mogelijk aan de buitenwereld zien. Wanneer er iets gebeurt waardoor er een emotionele respons bij u wordt opgewekt, probeer dan fysiek zo weinig mogelijk te reageren. Houd uw gezichtsuitdrukking in bedwang, laat niet merken dat u boos of verdrietig wordt. Uit onderzoek blijkt dat ons reptielenbrein, zoals u later zult zien de bron van onze emoties, sterk reageert op onze lichaamsgesteldheid. Als u verdrietig bent en uw mond toch tot een glimlach dwingt, vermindert dat uw verdriet. Als u gespannen bent kunt u rustig gaan ademen en uw lichaam dwingen zich te ontspannen. Dit geeft uw reptielenbrein automatisch het signaal om de negatieve emotie af te zwakken of misschien zelfs te stoppen. Probeer uw reptielenbrein af te leiden. Neurie in gedachten een liedje of herhaal een van te voren ingestudeerde zin. Dwing uw gezicht in een rustige plooi, probeer te glimlachen en zeg in uw zelf zoiets als: ‘Dit raakt me niet en doet me niks. Ik ben volkomen rustig en ontspannen’.

Tip 2 Zeur niet
In het verlengde van de vorige tip kunt u ook proberen uw verbale reactie in te perken. Door mondeling te reageren op een emotionele situatie bevestigt u dat er iets aan de hand is. Klaag niet en vraag niet meteen om hulp, maar probeer een probleem zoveel mogelijk zelf op te lossen. Als u verbaal reageert zien niet alleen de mensen om u heen dat iets u aangrijpt, maar ook uw reptielenbrein wordt bevestigd in zijn overtuiging dat er iets mis is, en doet er dan zelfs nog een schepje boven op. Door niet te zeuren en weinig te zeggen lokt u ook geen tegenreactie van uw omgeving uit. Een negatieve reactie maakt u alleen maar emotioneler, maar ook een vriendelijke begrijpende reactie is olie op het vuur van uw reptielenbrein. Dat reageert meteen: ‘Zie je wel er is toch iets mis’. En uw negatieve emoties krijgen een extra impuls.

Tip 3 Stel uit tot morgen
Dit alles betekent niet dat u uw emoties volledig moet wegstoppen en onderdrukken. Ervaar ze wel, maar laat ze niet zien. Houd het ondergaan van uw emoties beperkt tot uw innerlijk. Emoties onderdrukken is zinloos. Ze komen gegarandeerd op een ander moment weer terug en dat is altijd een moment dat u het nou net niet kunt gebruiken. Emoties opkroppen en die niet aanpakken, iets waar de bovengenoemde methoden toe zouden kunnen leiden, is bovendien erg ongezond. Uitstellen is echter wat anders dan onderdrukken. Kies een vast tijdstip uit waarop u uw emoties de vrije loop kunt laten. Zorg dat u alleen bent en niet gestoord kunt worden en laat alle zorgen en emoties van de afgelopen dagen op u afkomen. Zorg dat u een gezonde manier vindt om uw emoties te uiten. Dit kan betekenen dat u in een kussen schreeuwt, uw gevoelens en gedachten opschrijft in een dagboek, of wat voor u maar een geschikte manier is. Beperk het uiten van emoties tot dit zorgenuurtje en stel emoties ook uit tot dit vaste tijdstip. Zeg tegen uw reptielenbrein zodra u een negatieve emotie voelt opkomen: ‘Even wachten jij komt straks wel aan de beurt’.

Tip 4 Word een realist
Onze negatieve emoties kunnen ervoor zorgen dat we verkeerde beslissingen nemen die ons leven slechter maken. Omdat emoties vaak onlogische reacties zijn op gebeurtenissen, zoekt het stoïcisme naar oplossingen voor emotionele problemen door logica toe te passen. Misschien klopt uw oordeel dat iets slecht, verdrietig of angstaanjagend is wel helemaal niet. Als u bang bent voor muizen zal dat weliswaar niet zo maar verdwijnen door alleen te denken dat een muis geen enkel gevaar oplevert, maar door dat consequent te blijven volhouden dringt het uiteindelijk toch ook tot uw reptielenbrein door dat er niets aan de hand is. Zodra u merkt dat u negatieve emoties krijgt over iets dat in uw omgeving gebeurt: stop dan even. Denk na. Zal die emotie de situatie oplossen? Ja, als er een neushoorn op u af komt stormen dan is een emotionele reactie zeker op zijn plaats. Maar meestal zal de emotionele reactie weinig uithalen om de situatie te verbeteren. Het gaat om uw daden, die kunnen eventueel de veranderingen teweeg brengen die u wilt zien. Wanneer dingen u emotioneel maken, ga dan op zoek naar wat er gedaan zal moeten worden om het probleem op te lossen en doe dat vervolgens dan ook.
Veel van uw emotionele reacties zijn trouwens het gevolg van een vaste ingesleten manier van denken en reageren. Een bepaalde situatie leidt dan automatisch tot een negatieve emotionele reactie. U heeft uzelf ongemerkt een bepaalde standaard reactie aangeleerd, maar die manier van denken kan veel onnodige negatieve emoties in de hand werken. Dat gebeurt vooral wanneer de dingen niet gaan zoals u wilt, of als mensen niet doen wat u van ze verwacht, of het niet met u eens zijn. Denk na over uw vooroordelen en automatische reacties en verzin andere manieren om naar die situaties te kijken. Dit zal het makkelijker maken om met de daaraan verbonden emoties om te gaan.

Tip 5 Sta eens in de schoenen van een ander
Wees mild voor anderen. Als een persoon u boos maakt of frustreert, probeer dan het probleem door diens ogen te bekijken. Realiseer u dat we allemaal fouten maken. Mensen doen slechts zelden iets om bewust kwaadaardig te zijn of opzettelijk problemen te veroorzaken. Meestal denken ze dat ze het juiste doen. Probeer te begrijpen waarom ze in uw ogen de fout in zijn gegaan en vergeef ze daarvoor. Ook u bent niet perfect en maakt geregeld fouten. Realiseer u dat en ga verder met het verbeteren van de situatie. Zeg bij uzelf: ‘Hij maakt een fout, maar beseft het niet en denkt dat hij het goed doet’.

Tip 6 Leef in het moment
De mens heeft de neiging om steeds plannen te maken voor de toekomst en zo te vergeten waar hij hier en nu mee bezig is. Sta zo nu en dan even stil en laat de malle molen van het leven en de stroom van uw gedachten even voor wat ze zijn. Door dit regelmatig te doen zult u merken dat u veel meer van het leven geniet. Laat uzelf overstelpt raken door verbazing en verwondering. Geniet van dat wat u op het moment aan het doen bent, terwijl u het aan het doen bent. Geniet even van wat u nu ziet, proeft, hoort, ruikt en voelt. Het verleden is voorbij, de toekomst moet nog komen, het enige moment en de enige plaats is het hier en nu.

Tip 7 Word een zwartkijker
Stoïcisme probeert uw brein opnieuw te trainen zodat u leert om gelukkiger te zijn met de dingen die u hebt. Een onderdeel van leren om gelukkiger te zijn met de dingen die we hebben is leren om geluk te vinden in de wereld om ons heen. Mensen raken snel verveeld als ze iets nieuws hebben, of dat nu een nieuwe auto of een nieuwe partner is. Stel u zo nu en dan eens voor hoe het zou zijn als u al die dingen niet meer zou hebben. Als u geen auto had, geen koelkast en als uw partner zou komen te overlijden. Hoe zou uw leven er dan uitzien? Door daar zo nu en dan bij stil te staan gaat u de dingen die u nu hebt veel meer waarderen. Dit is de hierboven behandelde techniek van de negatieve visualisatie. Negatieve visualisatie is een veel gebruikte trainingsmethode en dagelijkse oefening voor stoïcijnen. Hierbij maakt u zich er een voorstelling van hoe uw leven er uit zou zien zonder iets dat erg belangrijk voor u is. Deze oefening klinkt als iets waar je erg van streek door kunt raken en is zeker niet leuk om te doen, maar het kan er wel voor zorgen dat u meer geniet van de goede dingen in uw leven, en het zal u leren om te gaan met verlies door u er op voor te bereiden.

Tip 8 Geniet van kleine dingen
De mens neigt er van nature naar om zich een beetje ontevreden en ongelukkig te voelen, ongeacht wat we doen. Die neiging maakt u rusteloos, het is nooit genoeg. Handig voor een oermens die pakken moet wat hij pakken kan, maar voor onze tijd toch vooral vervelend. U kunt zich hier tegen verzetten door de situatie waarin u nu verkeert te waarderen. Vergeet gewoon niet dat de wereld een geweldige plek is, ongeacht hoe slecht het lijkt te gaan. Net zo goed als u kunt leren om negatieve emoties te verminderen kunt u ook leren om positieve emoties te stimuleren. Negativiteit en het uitbannen van blije gedachten is voor sommige mensen bijna een gewoonte geworden. Doorbreek die gewoonte en koester uw positieve momenten. Leer te genieten van kleine dingen als een zingende vogel, de regen die op het dak tikt of een slok warme thee.

Tip 9 Neem afstand
Probeer uzelf los te maken van de situatie. Als er iets vervelends gebeurt en u te maken hebt met iets waardoor u van streek raakt, kunt u een, echte of denkbeeldige, stap achteruit doen en er van een afstandje naar kijken. Het idee hierbij is dat u zich een voorstelling maakt waarbij het vervelende dat u overkomt iemand anders overkomt. Dit is, zoals u misschien al is opgevallen, een variant op de hierboven behandelde techniek van de projectieve visualisatie. Wat voor advies zou u die persoon dan geven? Wordt de situatie hierdoor anders? Meestal zullen we, als iemand iets vervelends overkomt, diegene vertellen dat we het erg naar voor hem/haar vinden, maar dat dit soort dingen nu eenmaal gebeuren. En dat is de waarheid: er gebeuren dingen waar we geen controle over hebben en u er overmatig zorgen over maken zal de zaken niet verbeteren. Pas deze ideeën toe op uw eigen situatie en wie weet helpt het u om u beter te voelen.

Tip 10 Weet dat ook dit voorbij zal gaan
Stoïcijnen vechten tegen het gevoel van bestendigheid, tegen het gevoel dat dingen altijd hetzelfde zullen of horen te blijven. Wanneer we gehecht raken aan dingen, mensen of situaties zijn we meer ontvankelijk voor grote emotionele schommelingen op het moment dat we dingen verliezen. De stoïcijnse filosofie leert ons open te staan voor veranderingen en deze te accepteren. Geef het ingebakken gevoel van bestendigheid op. Dit gevoel is desastreus op een moment dat u te maken krijgt met verlies. Hoe groot of klein dat verlies ook is. U moet onthouden dat verandering onlosmakelijk met het leven verbonden is. Wanneer dingen waar u van houdt ophouden te bestaan, dan kan dat moeilijk zijn om te accepteren, maar het is wel onvermijdelijk. Wanneer het allemaal tegenzit en het lijkt alsof er nooit een eind aan de ellende komt, dan blijft het belangrijk om eraan te denken dat ook dit niet klopt. De wereld is constant in beweging, niets blijft zoals het is.

En als laatste tip:
Leer meer over het stoïcisme. Er zijn veel interessante dingen geschreven over en door stoïcijnen. Beroemde historische figuren als Cicero, Seneca, Epictetus en Marcus Aurelius waren toegewijde stoïcijnen die uitvoerig over hun overtuiging schreven. Veel van hun werken zijn prettig leesbaar en behoren tot op de dag van vandaag tot de wereldliteratuur. Kijk nog eens naar het lijstje met boeken dat u de vorige les hebt gemaakt, zoek de boeken op op het internet, leen ze in de bibliotheek of koop ze, en lees ze! Het is de moeite waard.

Ik hoop dat u iets aan deze eerste serie tips hebt. Het zijn in dit stadium niet veel meer dan een rijtje stoïcijnse tegeltjeswijsheden. Nietszeggend en soms misschien zelfs een beetje banaal. Toch raad ik u aan om deze tien tegeltjes uit uw hoofd te leren en ze de komende tijd zo nu en dan eens voor de geest te halen. In het vervolg van deze cursus zullen deze tegeltjeswijsheden verder worden uitgewerkt en komen er nog heel wat tips bij. Er worden theoretische uiteenzettingen afgewisseld met allerlei oefeningen en technieken die het u mogelijk maken om het geleerde direct ook echt in de praktijk te gaan brengen. U heeft er in het voorgaande al met een paar kennis gemaakt. Eigenlijk vormen de oefeningen de kern van de cursus, stoïcisme leer je nu eenmaal niet uit een boek of van een leraar, maar door het te doen. Ik raad u dan ook aan de cursus niet in één keer te doorlopen. De cursus kan in een half jaar worden doorlopen, maar heeft het meeste effect als u er meer dan een jaar voor uittrekt. Neem de tijd om de oefeningen te doen en u vertrouwd te maken met de technieken. Lees de lessen een paar keer door zodat u zich de theorie eigen kunt maken en tot u door kunt laten dringen.

In de volgende les maken we een begin met de topos van de juiste wilskracht. Deze eerste topos van het stoïcijnse lesprogramma gaat, zoals we zagen, over lust en angst. Het wordt in verband gebracht met de fysica omdat de leerling hier moet leren hoe hij in overeenstemming met de natuur kan leven. Hij moet een harmonie met de universele, de menselijke en zijn eigen persoonlijke natuur zien te bereiken. In het kader van een leven in harmonie met de universele natuur zou u moeten leren alles wat de universele natuur op uw bordje legt te accepteren. Daarnaast hebben mensen een aantal natuurlijke neigingen gemeen. Die neigingen waren in de prehistorie essentieel om te kunnen overleven, maar ze veroorzaken in de moderne tijd heel wat moeilijkheden. Het ongebreideld najagen van uw instincten leidt niet alleen tot lichamelijke problemen. Het veroorzaakt ook veel onnodige psychische ellende. De stoïcijnen gebruiken de menselijke ratio om deze op drift geraakte instincten binnen de voor onze moderne tijd natuurlijke grenzen te houden. Op die manier kunt u leren om in harmonie met uw menselijke natuur te leven. Tenslotte moeten de leerlingen ook leren om in harmonie met hun eigen persoonlijke natuur te leven. Om dit te kunnen moet u uzelf eerst goed leren kennen.

 

Stoïcijnse tegeltjeswijsheden

De stoïcijnse tegeltjeswijsheden van deze les. Het is een onderdeel van de oefening van de stoïcijnse hersenspoeling, waarbij het de bedoeling is dat u er één van uitkiest en uit uw hoofd leert. Kies het aforisme dat u het meest aanspreekt en herhaal het regelmatig in gedachten op verloren momenten. Bijvoorbeeld als u op de WC zit, als u op de trein staat te wachten, in de file staat of tijdens het reclameblok voor de nieuwsberichten. De tien tips uit de oefening van deze les lenen zich natuurlijk ook uitstekend om als tegeltjes wijsheid te worden gebruikt.

·        Alles stroomt, niets is blijvend.

·        Ook dit gaat weer voorbij.

·        Blijf bij de feiten. De wereld is zo als ze is.

·        Dit raakt me niet en doet me niets. Ik ben volkomen rustig en ontspannen.

·        Zeur niet.

·        Bij een vervelende emotie: Even wachten jij komt straks aan de beurt.

·        De toekomst moet nog komen, het verleden is al voorbij. Leef in het heden.

 

Overzicht van stoïcijnse technieken per les

Les 0

De stoïcijnse belofte

 

 

·        Een paar fundamentele vragen

·        De stoa-meter

Les 1

Wat is stoïcisme?

 

1.6

·        Negatieve visualisatie

·        Projectieve visualisatie

1.7

·        Wat maakt u gelukkig en wat maakt u ongelukkig

Les 2

Virtuositeit

 

2.2

·        Wat zijn uw onbewuste doelen?

2.3

·        Een onderzoek naar uw waarden en deugden

Les 3

Een eerste ontmoeting met de stoïcijnen

 

3.3

·        De stoïcijnse hersenspoeling

3.4

·        De spiegel en de pen

3.7

·        Stoïcijnse aforismen

Les 4

De stoïcijnse drietand

 

4.2

·        Kijk nog eens naar uw deugdenlijstje

4.5

·        Tien stoïcijnse tips

 

 

zaterdag 22 mei 2021

4.4 De vier deugden en de stoïcijnse drietand gecombineerd

 

Er werd door de stoïcijnen een verband gelegd tussen de antieke deugden en de indeling van de filosofie in ethiek, logica en fysica. Deze combinatie leverde de drie hoofdthema’s van hun lesprogramma op. Een lesprogramma dat bestond uit de leer van de juiste wilskracht, de leer van de juiste denkkracht en de leer van de juiste daadkracht. Dit waren de thema’s waarop de stoïcijnse leraren hun lessen richtten. Die thema’s staan dus rechtstreeks in verband met de stoïcijnse drietand. Het is in feite de praktische uitwerking van de theoretische verdeling van de filosofie in fysica, ethiek en logica. Deze lesthema’s werden de drie ‘topoi’ genoemd. ‘Topoi’ is het meervoud van het Griekse woord ‘topos’ dat plaats of plek betekent (denk maar aan ons woord topografie). Het gaat hier om de drie dingen waarover u volgens de stoïcijnen een directe en volledige controle kunt uitoefenen: namelijk uw verlangens en angsten (uw wilskracht), uw meningen en oordelen (uw denkkracht) en uw doen en laten (uw daadkracht). Ons zelfbewustzijn kan alleen deze drie dingen echt helemaal beheersen, al het ander ligt op z’n minst gedeeltelijk buiten ons vermogen. Dat menselijk zelfbewustzijn komt later nog uitgebreid aan de orde maar het speelt een zo’n belangrijke rol in de stoïcijnse filosofie dat het nu al een klein nader onderzoekje verdient.

Zelfbewustzijn is dat deel van onze geest waarmee we ons eigen bestaan beseffen. Het omvat herinneringen aan gebeurtenissen uit het verleden, gedachten over de toekomst, maar vooral ook de beleving van lichamelijke gevoelens, het besef van een beeld van de omgeving, actuele stemmingen en gedachten. Het is het vermogen waarmee ik niet alleen de mok met thee hier op mijn bureau zie staan, maar ook het vermogen waarmee ik besef wat het is wat ik zie (het begrip dat het om een mok thee gaat) en het vermogen om te denken ‘ik zie een mok met thee’. De stoïcijnen noemden dit bewuste deel van de menselijke geest het ‘hegemonikon’, letterlijk het leidende deel (denk maar aan ons woord ‘hegemonie’). Het is alleen dit ‘hegemonikon’ waar we een volledige controle over kunnen uitoefenen. Dichter bij uzelf dan uw ‘hegemonikon’ kunt u niet komen. Als u al iets bent dan bent u uw ‘hegemonikon’. In de rest van dit boek zal ik dit deel van de menselijke geest het ‘centrum van zelfbewustzijn’, maar vooral net als de stoïcijnen het ‘hegemonikon’ noemen. Het ‘hegemonikon’ wordt door de stoïcijnen ook weer in een deel dat wil, een deel dat denkt en een deel dat handelt verdeeld. De thema’s en doelstellingen op een stoïcijnse school vormen tegelijkertijd een soort onderverdeling van ons zelfbewustzijn. Bij het stoïcisme draait het dus voor een belangrijk deel om het zo goed mogelijk gebruik te leren maken van uw eigen ‘hegemonikon’. U gaat in deze cursus dan ook vooral dat deel van uzelf oefenen dat de kern van uw wezen vormt.

Zoals we zagen stond de onderverdeling van het ‘hegemonikon’ niet alleen aan de basis van de indeling van de filosofie maar ook van de lesstof op een stoïcijnse school. Er bestond niet een bepaalde volgorde of voorkeur in de vakken die de leerlingen moesten bestuderen. De drie ‘topoi’ werden naast en door elkaar heen gegeven en niet achter elkaar. Er lopen dwarsverbanden tussen alle drie de gebieden. Ze kunnen dan ook niet los van elkaar bestudeerd worden. Toch zijn, volgens Epictetus, bepaalde ‘topoi’ belangrijker voor een beginnend stoïcijn dan andere. Een leerling moet overal les in krijgen, maar sommige dingen verdienen in het begin wat meer nadruk. Hij formuleert het als volgt.

“Er zijn drie gebieden waarin je je moet oefenen om een virtuoos mens te worden. Het eerste is het gebied van het streven en het vermijden, om te voorkomen dat je niet bereikt waar je naar streeft of terechtkomt in wat je wilt vermijden. Het tweede gebied heeft betrekking op je handelen, om te zorgen dat je daarbij gericht, rationeel en niet zorgeloos te werk gaat. Het derde gebied gaat over je denkvermogen en zorgt ervoor dat je je niet laat misleiden en niet lukraak alles gelooft. Het belangrijkst en meest urgent is het terrein van wat je wilt: passies ontstaan immers alleen wanneer je niet bereikt waar je naar streeft of terechtkomt in wat je wilt vermijden. Daardoor ontstaan verwarring, onrust, frustraties, mislukkingen, verdriet, gejammer, afgunst, angsten en jaloezie. Luidruchtige passies waardoor we de rustige stem van de rede niet eens meer kunnen horen. Op de tweede plaats komt het handelen: ik moet immers niet gevoelloos zijn als een standbeeld, maar de natuurlijke en sociale verhoudingen in het oog houden, en mijn rol als mens, als zoon, als broer, als burger spelen. Op de derde plaats komt het terrein dat toebehoort aan hen die al wat verder gevorderd zijn: de onwankelbare zekerheid betreffende al die genoemde dingen, zodat je zelfs in je slaap of in dronkenschap of in een sombere bui niet ongemerkt een indruk accepteert zonder die eerst te onderzoeken.” (Epictetus; Colleges 3; hoofdstuk 2).

Op een stoïcijnse school werd naast de meer traditionele vakken als retorica, geschiedenis, wiskunde en natuurwetenschap dus vooral les gegeven in de drie ‘topoi’. Om het u goed in te prenten volgt hieronder eerst nog een korte schematische uiteenzetting van de leerdoelen op zo’n school. Later zal dan in de volgende lessen dieper op het een en ander ingegaan worden.

 

·        De topos van de stoïcijnse wilskracht (verbonden met de fysica)
In de eerste plaats moesten de leerlingen dus leren hun verlangens en angsten onder controle te krijgen. Het gaat hier dus om de klassieke deugden van matigheid en moed (ik noem ze samen de zelfbeheersing). De beginnende stoïcijnen moesten hun negatieve emoties, ontspoorde verlangens en angsten, onder de duim zien te krijgen. Ze moesten hun verlangens beperken tot die dingen waar ze ook werkelijk controle over hadden. Met andere woorden: hun verlangens moesten gericht worden op het worden van een virtuoos mens. Al het andere is onbelangrijk en moet ook als zodanig worden behandeld. Het zal u misschien op het eerste gezicht verbazen dat de stoïcijnen deze doelstelling relateerden aan de fysica. Toch zit er, zoals altijd bij de stoïcijnen, wel degelijk een logische redenering achter. Hierboven zagen we al dat een beginnend stoïcijn moet leren om zoveel mogelijk in overeenstemming met de natuur te leven. In overeenstemming met de universele natuur, de wereld van natuurwetten en oorzaak en gevolg. Een wereld waarvan hij moet gaan beseffen dat hij er nauwelijks of geen invloed op kan uitoefenen. En daarnaast moet hij ook in overeenstemming met zijn individuele en met zijn menselijke natuur leren leven. De fysica is nu juist het deel van de filosofie waarin de natuur wordt bestudeerd. Het is dus best logisch dat de topos van de juiste wilskracht onder de fysica wordt geschaard. In dit boek zijn met name de lessen vijf tot en met tien aan dit vak gewijd.

·        De topos van de stoïcijnse denkkracht (verbonden met de logica)
In de tweede plaats moesten de leerlingen hun denkvermogen trainen. Het gaat hier om de aan de logica gerelateerde deugd van de wijsheid. Misschien wel het belangrijkste vak, omdat deze ook behulpzaam moet zijn bij de andere twee vakken. De aspirant stoïcijnen moeten hun hersenen en redeneervermogen aanscherpen, zodat ze in staat zijn om iedere gebeurtenis op zijn waarde te schatten. Als een leerling iets overkomt, om het even wat, moet hij onmiddellijk en eigenlijk automatisch de afweging maken of het gaat om iets wat binnen zijn vermogen ligt, of om iets wat daarbuiten ligt en dus in wezen onbelangrijk is. Daarbij moeten ze leren alle situaties en problemen die zich voordoen op een rationele manier te analyseren. Ongeacht de mate waarin ze daar zelf emotioneel bij betrokken zijn. Hier leren ze om niet onmiddellijk met iedere indruk van buiten in te stemmen, maar die indruk eerst grondig te onderzoeken voordat er iets mee gedaan wordt. Stoïcijnen worden vaak met de emotieloze mr. Spock uit Star Trek vergeleken. U weet ondertussen dat de stoïcijnse wijze meer op een Jedi-ridder uit de concurrent Star Wars lijkt. Alleen bij de topos van de stoïcijnse denkkracht komt de vergelijking met de Star Trek held wat beter tot zijn recht. In de rest van dit boek zal ik dit vak vooral de leer van het stoïcijnse denkkracht noemen. In de lessen elf tot en met dertien zal dieper op dit vak worden ingegaan.

·        De topos van de stoïcijnse daadkracht (verbonden met de ethiek)
In de derde plaats moeten de beginnend stoïcijnen leren hun handelen onder controle te krijgen. Deze doelstelling vloeit voort uit de ethiek en vertegenwoordigt de klassieke deugd van de rechtvaardigheid. De uit de vorige twee doelstellingen voortkomende juiste verlangens en juiste oordelen moeten hier omgezet worden in de juiste actie. De leerlingen moeten zich aanleren de juiste dingen te doen voor zichzelf, hun gemeenschap en de mensheid in zijn geheel.
Dit is geen oproep om altruïstisch te worden en van alles in uw leven ten behoeve van anderen op te geven. Het is evenmin een oproep om u volledig terug te trekken in een innerlijk kasteel en een rustig teruggetrokken leven te leiden. Het is een oproep om midden in de maatschappij virtuoos van het leven te genieten of zoals Seneca het zei.

“Filosofie is niet een kunststukje voor het publiek, het is niet iets dat als een vertoning bedoeld is; zij ligt niet in woorden, maar in de praktijk. Zij wordt niet gebruikt om de dag een beetje genoeglijk door te brengen, om verveling in de vrije tijd te voorkomen; zij vormt en bewerkt de geest, ordent het leven, geeft richtlijnen voor ons handelen, laat zien wat wij moeten doen en laten, neemt plaats aan het roer en houdt vaste koers door verraderlijke stromen. Zonder haar kan niemand vrij van angst en zorgen leven: er gebeuren elk uur talloze dingen die vragen om een advies dat alleen van haar te verwachten valt.” (Seneca, Brieven aan Lucilius 16-3)

Seneca laat hier zien dat ethiek niet voor de buitenkant, niet voor de show is. Het gaat zelfs niet om het resultaat. Een stoïcijn moet zich terdege realiseren dat het gaat om de intentie en niet om het eindresultaat. Hoe u ook uw best doet de universele natuur, waaronder ook tegenwerking door medemensen valt, kan roet in het eten gooien. Als, alle goede bedoelingen ten spijt, het beoogde resultaat van het handelen tegenvalt mag u zich daardoor niet uit het veld laten slaan. Uw wil (het eerste vak) was er immers op basis van uw beste oordeelsvermogen (het tweede vak) op gericht om te doen wat redelijkerwijs in uw vermogen lag (het derde vak) en niet op het bereiken van een bepaald resultaat. De universele natuur kan de gewenste handelingen zelfs totaal onmogelijk gemaakt hebben. Maar daar gaat het een stoïcijn niet om. Het gaat om de intentie om iets te doen, niet om de handeling zelf of het resultaat. In de rest van deze cursus zal ik dit dan ook de stoïcijnse leer van het juiste handelen of de stoïcijnse daadkracht noemen. In de lessen veertien tot en met achttien wordt extra aandacht aan dit onderwerp geschonken. De daarop volgende lessen worden gebruikt om de drie thema’s weer samen te laten vloeien tot een harmonieus geheel.

Het gaat u misschien wat duizelen, maar toch zit de stoïcijnse filosofie behoorlijk logisch in elkaar. Voor de duidelijkheid geef ik u hier eerst een overzichtje en vervolgens ook een schema.

Het overzicht

·        De stoïcijnse drietand

1.      De fysica: Hoe steekt de kosmos in elkaar? Gaat over de universele natuur.

2.      De logica: Hoe werkt het menselijke verstand? Gaat over de persoonlijke natuur.

3.      De ethiek: Wat moet je doen om een goed leven te leiden? Gaat over de menselijke natuur.

·        De vier stoïcijnse deugden en ondeugden:

1.      Wijsheid tegenover domheid.

2.      Rechtvaardigheid tegenover onrecht.

3.      Matigheid tegenover overdaad.

4.      Moed tegenover lafheid.

·        Het stoïcijnse lesprogramma of de drie ‘topoi’ (thema’s):

1.      De leer of ‘topos’ van de juiste wilskracht verbonden met de fysica en de deugden moed en matigheid.

2.      De leer of ‘topos’ van de juiste denkkracht verbonden met de logica en de deugd wijsheid.

3.      De leer of ‘topos’ van de juiste daadkracht verbonden met de ethiek en de deugd rechtvaardigheid.

Schematisch komt de verbinding tussen de stoïcijnse lesthema’s, de kapitale deugden en de indeling van de antieke filosofie er dan zo uit te zien:

DE TOPOI

HOOFDDEUGDEN

DRIETAND

NATUUR

PSYCHE

De stoïcijnse wilskracht

Zelfbeheersing

(Moed/Matiging)

Fysica

Universele natuur

Verlangen, afkeer, emotie,

gevoel

De stoïcijnse denkkracht

Wijsheid

Logica

Persoonlijke natuur

Denken, oordelen,

verstand

De stoïcijnse daadkracht

Rechtvaardigheid

Ethiek

Menselijke natuur

Handelen, doen,

intentie

 

De drie ‘topoi’ waren in het stoïcijnse lesprogramma gescheiden maar toch volledig met elkaar verweven. De ene discipline kon niet behandeld worden zonder ook naar de anderen te verwijzen. Epictetus zegt in het hierboven behandelde citaat wel dat in het begin de nadruk op het beheersen van de wil van de leerling moet worden gelegd. Als daar niet eerst een begin van controle over bereikt wordt heeft de bestudering van de andere onderdelen niet zo veel nut meer. Iemand die door allerlei passies (negatieve emoties, verlangens en angsten) in beslag wordt genomen kan ook zijn gedachten niet goed op orde krijgen en wie zijn gedachten niet op orde heeft weet ook hoe hij moet handelen. Om de passies onder controle te krijgen moet je echter ook leren de situatie juist te beoordelen en daar dan naar te handelen. Hier ziet u al meteen dat de drie ‘topoi’ niet los van elkaar onderwezen kunnen worden, maar door elkaar heenlopen en onlosmakelijke met elkaar verbonden zijn.

De ‘topoi’ verwijzen dus telkens weer naar onderwerpen die onder de andere twee thema’s thuis horen. In de stoïcijnse scholen werden ze dan ook niet na elkaar, maar naast elkaar onderwezen. Stoïcisme is een levensfilosofie een filosofie die gericht is op het leven in het hier en nu van de huidige maatschappij. Daarbij moeten alle aspecten van de drie disciplines steeds voor ogen worden gehouden. De ‘topoi’ van de denkkracht (het juiste oordeel) en de wilskracht (de juiste verlangens en aversies) zijn nodig om uw karakter te vormen en om een stevige basis te hebben van waaruit u uw virtuoze handelingen (de stoïcijnse daadkracht) kunt uitvoeren.