zaterdag 26 augustus 2023

21.4 Eerste hulp bij somberheid

 Een vorm van verdriet die tegenwoordig wel een epidemie lijkt te zijn geworden is somberheid. Talloze mensen leiden aan één of andere vorm van deze negatieve emotie die kan variëren van een zware depressie tot onbestemde gevoelens van onbehagen. Somberheid is een emotie die de kansen om uw talenten en mogelijkheden te ontplooien ernstig beperkt. En zelfontplooiing is nu juist iets waar stoïcijnen zich bij uitstek op horen te richten. Stoïcisme is natuurlijk geen wondermiddel, en het is maar zeer de vraag of het u van een serieuze depressie kan genezen. Daar zijn psychiaters en medicamenten voor nodig. Maar toch heeft het ook op dat soort zwaardere obstakels weldegelijk een antwoord.

Het is natuurlijk niet zo dat alles zo maar weer in orde komt als u een paar stoïcijnse boeken leest en wat van de in dit boek beschreven oefeningen uitvoert. Zo werkt het nu eenmaal niet. Het stoïcisme werkt alleen voor mensen die ermee aan de slag gaan en er over blijven lezen en nadenken. Ook in de antieke tijd werd al beseft dat alleen aandachtige herhaling in staat was een langzame maar wel gestage verandering in gedrag en gemoedsbeweging te bewerkstelligen. Stoïcijnse filosofie is dus geen Haarlemmerolie maar helpt uiteindelijk wel.

Als u vatbaar bent voor gevoelens van somberheid of zelfs depressie is het van het grootste belang om uzelf en uw psychische conditie continu in de gaten te houden. Een kleine verandering in uw gemoedstoestand kan immers al leiden tot een nieuwe crisis. Als er iets is waar het stoïcisme de nadruk op legt dan is het wel op het constant alert zijn op uw eigen reacties en het permanent kritisch kijken naar de wijze waarop u op de wereld reageert. ‘Wat gebeurt er nu echt? Hoe interpreteer ik dat en vooral wat voel ik daarbij?’, zijn typische vragen die een stoïcijn zich telkens weer stelt. De stoïcijnen hebben dan ook een heel scala aan technieken waarmee u uw conditie in de gaten kunt houden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan oefeningen als de emotiecheck, het turven van passies, de bladeren in een beek meditatie en de bodyscan. Door deze stoïcijnse gerichtheid op het heden (vergeet de ‘hic et nunc’ oefening niet) kunt een nieuwe aanval zien aankomen en misschien zelfs in de kiem smoren.

Depressieve mensen zijn zich vaak, net als een stoïcijn, sterk bewust van zichzelf. Daar stopt de overeenkomst echter al meteen. Het verschil tussen een lijder aan depressies en een stoïcijn ligt vooral in het negatieve zelfbeeld dat door een depressie wordt opgeroepen. Als u aan somberheid lijdt, kunt u nooit voldoen aan de hoge eisen die u aan uzelf stelt. U piekert eindeloos over mislukkingen in het verleden, wat weer nieuwe echte of vermeende mislukkingen in het heden tot gevolg heeft. Ook de wereld zal zich nooit aan uw eisen van perfectie kunnen aanpassen. En hoe goed ze ook hun best doen, ook de mensen om u heen kunnen niet aan uw verwachtingen voldoen. Daarmee loopt u het levensgrote risico dat uw geliefden zich van u af zullen keren. Wat u dan alleen maar weer bevestigt in uw sombere zelfbeeld. Kortom, u komt in een vicieuze cirkel terecht waarbij uw beeld van uzelf en de wereld om u heen steeds negatiever wordt.

Het stoïcijnse onderscheid tussen de dingen waar u controle over hebt, zoals uw meningen, gevoelens en intenties, en de dingen waar u geen controle over hebt, zoals de externe wereld en andere mensen, kan helpen die vicieuze cirkel te doorbreken. De overtuiging dat u niet verantwoordelijk bent voor het overgrote deel van de dingen die er om u heen en met u gebeuren kan een gevoel van opluchting geven. Over uw bedoelingen hebt u macht, over de resultaten van uw inspanningen gaat de wereld en hebt u geen macht. Laat het universum, en daarbij horen ook andere mensen, doen wat ze moeten doen en beperk uzelf tot de dingen waar u wel invloed op hebt: uw intenties, uw meningen en uw gevoelens. Zodra u dat gaat beseffen heeft u al een belangrijke stap op weg naar een verbetering gezet.

De stoïcijnse doctrine dat u uw gevoelens zelf kunt kiezen, dat u door te denken wat u wilt ook kunt voelen wat u wilt, is voor sombere en depressieve mensen moeilijk te verteren. U herinnert zich waarschijnlijk nog wel het onderscheid tussen de pre-emoties van uw reptielenbrein die pas met de instemming van uw mensenbrein tot echte emoties worden. Het zijn uw gedachten, meningen en overtuigingen die uiteindelijk gaan bepalen of u instemt met de pre-emoties die uw reptielenbrein u voorschotelt. U denkt waarschijnlijk dat somberheid iets is wat u overkomt, het is een ziekte, een soort besmetting waar u niets tegenin te brengen hebt. Dat klopt echter niet, het zijn toch echt uw eigen gedachten die bepalen hoe u zich voelt en uw gedachten hebt u zelf in de hand. Met uw gedachten en overtuigingen kunt u uw gevoelens leren beheersen. Dat is allesbehalve makkelijk, maar niet onmogelijk.

De tegengiftechniek zou u hierbij kunnen helpen. Als u somber bent, zou u bijvoorbeeld kunnen proberen vrolijkere gedachten te hebben. U zou misschien hardop of in gedachten een vrolijk deuntje kunnen neuriën. Ik besef dat dat wel heel makkelijk klinkt en dat een dergelijke nep vrolijkheid enorm geforceerd over moet komen. Toch is het de moeite waard om het eens te proberen. Uw reptielenbrein is enorm sterk, maar heeft ze niet allemaal op een rijtje. Het is, bij wijze van spreken, het wat achterlijke neefje van uw mensenbrein. Door uw gezicht in een glimlach te dwingen en door geforceerd rustige en positieve gedachten te koesteren brengt u uw reptielenbrein in verwarring. Het kan het niet rijmen dat u glimlacht terwijl u zich rot voelt en uw reptielenbrein zal de afgifte van ‘somberheidshormonen’ doen afnemen. Met dit soort geforceerde oefeningetjes kunt u langzaam maar zeker uw sombere gedachten en daarmee uw sombere gevoelens terugdringen. Het is geen wondermiddel en helpt ook niet snel, maar het helpt wel. De hier beschreven variant van de tegengiftechniek werkt natuurlijk niet alleen bij somberheid maar kan ook bij de andere passies gebruikt worden.

Een ander aspect van het stoïcisme dat zou kunnen helpen is de gerichtheid op gemoedsrust. Het bereiken van gemoedsrust is één van de belangrijkste doelen van deze filosofie en dat is precies wat ook sombere en depressieve mensen wanhopig proberen te bereiken. Een stoïcijn probeert dit, zoals we hierboven zagen, te verwezenlijken door alert te zijn op negatieve emoties en die in de kiem te smoren en door iedere positieve emotie te koesteren. Een stoïcijn probeert alles wat er uit een prettig gevoel te halen valt er ook echt uit te persen. Klinkt behoorlijk hedonistisch, niet waar? En dat voor een filosofie die bekendstaat om zijn strengheid en somberheid.

Nog een aspect van het stoïcisme dat bij somberheid kan helpen is de techniek om tegenspoed bewust te gebruiken als een karakter oefening. Marcus Aurelius zei het zo:

“Het leven heeft meer weg van een partijtje worstelen dan van dansen. Je moet altijd bedacht zijn op een onverwachte aanval en stevig in je schoenen staan.” (Marcus Aurelius, Meditaties, boek VII, hoofdstuk 61)

Het stoïcisme beschouwt het leven als een trainingspartner bij het worstelen. Zo iemand wil je niet verslaan, maar probeert je wel sterker te maken. Hij haalt allerlei onverwachte trucjes met je uit om je te trainen en beter te maken. Kortom om je karakter te vormen. Door tegenslagen als een training te gaan zien, worden ze misschien wel minder moeilijk te dragen. De staf van Hermes verandert zo iedere tegenslag in een gouden kans om uw karakter te stalen.

Soms gebeurt er iets onverwachts waardoor u van slag raakt. Een dergelijke donderslag bij heldere hemel kan iemand die gevoelig is voor somberheid een flinke terugslag bezorgen. Voor dergelijke situaties helpt de stoïcijnse techniek die wel de ‘premeditatio malorum’, letterlijk ‘het slechte zien’ wordt genoemd. Het idee daarachter is, zoals we zagen, dat u zich regelmatig voorstelt dat er iets helemaal fout gaat. Door deze vorm van negatieve visualisatie een aantal malen te doen gaat u zich als vanzelf realiseren dat het voorgestelde scenario misschien wel wat minder erg is dan het op het eerste gezicht lijkt. U doet deze oefening bovendien onder het voorbehoud dat u zich realiseert dat u beschikt over de benodigde innerlijke veerkracht om met de situatie om te gaan. Een ‘erge’ gebeurtenis wordt een stuk minder erg als u er op voorbereid bent.

U kunt deze oefening het best met kleine ergernissen beginnen. Bijvoorbeeld met een lange rij voor de kassa op een moment dat u eigenlijk ontzettend veel haast hebt. Maar de oefening kan u ook voorbereiden op akeligere gebeurtenissen zoals de dood van een geliefde of zelfs uw eigen dood. Dat klinkt een depressief persoon misschien wel wat erg morbide in de oren. Ik voel me al somber, waarom moet ik me dan opzettelijk het ‘allerergste’ voor de geest gaan halen? Simpelweg omdat het helpt. Door u regelmatig een vervelende situatie in te beelden vermindert uw angst voor die situatie en bereidt u zich mentaal voor op een crisis. U bent er minder bang voor en bovendien ook nog eens beter tegen opgewassen. Daarnaast heeft de ‘premeditatio malorum’ ook nog een vrolijkere kant. Ze versterkt uw waardering voor de keren dat het allemaal wel goed gaat. Voor de keren dat u wel succes hebt en niet angstig of somber wordt.

Soms staan we onszelf in de weg. We willen ons leven wel verbeteren en weten zelfs waar we naartoe willen en hoe we dat zouden kunnen doen, maar toch kunnen we ons daar op de één of andere manier niet toe zetten. Somberheid en zelfs depressies houden ons tegen om een beter en prettiger leven te leiden. Stoïcisme wil mensen een andere manier bieden om tegen het leven aan te kijken. Het wil uw perspectief op uzelf en de wereld veranderen. Zo’n perspectiefwisseling maakt dat u zich beter staande kunt houden. Het stoïcisme biedt vaardigheden die u daarbij kunnen helpen. Vaardigheden die niet alleen van nut zijn voor sombere mensen, maar voor ons allemaal. Iedereen zal immers geconfronteerd worden met tegenslagen en moeilijkheden. Het is de moeite waard om ook bij sombere gevoelens eens een blik op het Stoïcisme te werpen.


dinsdag 15 augustus 2023

21.3a Stoïcijnse technieken om verdriet te verzachten

In de vorige paragraaf zagen we dat verdriet een moeilijke en vervelende passie is. De stoïcijnen zouden de stoïcijnen niet zijn als ze daar niet een paar praktische oplossingen voor hadden gevonden. Een wondermiddel bestaat niet, maar elke hulp is welkom. De hierboven beschreven ‘premeditatio malorum’ en de negatieve visualisatie zijn de belangrijkste technieken om verdriet niet te hard aan te laten komen. Bij deze technieken neemt u zo nu en dan de tijd om u te realiseren dat de personen en dingen waar u van houdt niet onkwetsbaar zijn. Ongelukken gebeuren nu eenmaal, spullen kunnen breken, mensen kunnen ziek worden en overlijden. Het onverwachte van een verlies of een ongeluk maakt het verdriet doorgaans nog een stuk intenser. Door de ‘premeditatio malorum’ regelmatig uit te voeren bent u er in elk geval een klein beetje op voorbereid. Bovendien zult u zich door deze techniek beter bewust worden van de waarde van uw bezittingen en, belangrijker, van de contacten met uw geliefden.

Een andere techniek bestemd voor bij het overlijden van een geliefde, die nu misschien wat afgezaagd over komt maar in de oudheid nog nieuw en revolutionair was, is het zich afvragen of de verloren geliefde gewild zou hebben dat u over hem of haar zou blijven treuren. In plaats van te blijven treuren, kunt u zich beter de goede tijden die u samen heeft doorgebracht herinneren. Of u voorstellen hoe het zou zijn geweest als uw overleden geliefde nooit in uw leven zou zijn geweest. U heeft tenslotte een periode van elkaar kunnen genieten. Dat plezier had niet kunnen bestaan zonder het verdriet dat u nu voelt. Eenzelfde redenering kunt u gebruiken voor een scheiding. Het verbreken van een relatie kan heel verdrietig zijn (of een enorme opluchting natuurlijk), maar dat neemt niet weg dat u samen ook gelukkigere tijden heeft gekend. Herinner u vooral die goede tijden, slechte tijden zijn er al genoeg.

Maar niet alleen uw eigen verdriet kan er voor zorgen dat u zich ellendig voelt. Wij mensen hebben de neiging om het verdriet van anderen op onze schouders te nemen. Sympathiek misschien, maar noch uzelf noch uw medemens schiet er iets mee op. Epictetus waarschuwde zijn leerlingen er dan ook voor om ervoor te waken dat zij niet het verdriet van anderen overnemen. Hij raadt ze aan om wel te sympathiseren met het leed van anderen en zo nodig zelfs te doen alsof ze, letterlijk, met ze mee voelen, maar in elk geval te voorkomen dat leed ook echt mee te voelen.

“Pas op dat je je niet laat meeslepen als je iemand ziet huilen van verdriet omdat zijn kind in het buitenland woont of omdat hij zijn geld is kwijtgeraakt. Houd jezelf voor dat die ander niet verdrietig is door de gebeurtenis zelf (anderen zijn er immers niet verdrietig over), maar door zijn mening over die gebeurtenis. Toch moet je wel doen alsof je met hem meeleeft en je kunt zelfs met hem mee huilen als het zo uitkomt, maar zorg er voor dat je van binnen niet huilt.” (Epictetus, Handboekje 16)

Dat klinkt nogal hardvochtig en zelfs een beetje onecht. ‘Als je niet meevoelt met het leed van uw vrienden, wat is vriendschap dan nog waard?’, zou u zich kunnen afvragen. Epictetus zou zo’n reactie belachelijk hebben gevonden. Je helpt een zieke vriend toch ook niet door expres zelf ook besmet te raken? Je vriend heeft niets aan je als je zelf ook ziek bent. Je moet proberen hem beter te maken, niet zelf ook ziek worden. Hetzelfde geldt voor een negatieve emotie. Als uw vriend verdrietig is, moet u juist uw best doen om hem van dat verdriet af te helpen. Als het nodig is dat u daarbij doet alsof u ook verdrietig bent, dan is dat natuurlijk prima. Door zelf ook besmet te raken met zijn verdriet schieten noch u, noch uw vriend iets op.

Seneca weet als geen ander dat het ontzettend moeilijk is om jezelf tot de conclusie te brengen dat het verlies van een geliefde tot de indifferente dingen behoort, waar je geen volledige macht over hebt. Hij vertelt dat hij zelf ontroostbaar was toen zijn jongere vriend Serenus onverwacht kwam te overlijden. HIj geeft toe dat zijn verdriet zo overweldigend was dat het allesbehalve gepast was. Om dat te voorkomen raadt hij zijn lezers aan om voorbereid te zijn op de dood. De jeugd van zijn vriend was geen enkele garantie dat hij langer in leven zou blijven dan hij zelf. Verder zegt hij dat de dood geen werkelijk kwaad is. Het is neutraal, goed noch kwaad en maakt ook nog eens een einde aan al het lijden. Verlies is natuurlijk. Alles is vergankelijk, niets is bedoeld voor de eeuwigheid. De dood is dan misschien wel het einde van het lichaam, maar de herinneringen en daden van de geliefde blijven bestaan en blijven een bron van een zeker melancholiek geluk voor de nabestaanden.

Dit klinkt een stuk zachtaardiger en vriendelijker dan wat u waarschijnlijk van een stoïcijn had verwacht. Seneca deed zijn uiterste best om in de roerige en verdrietige tijden waarin hij leefde voor zichzelf een basis van kalmte en gemoedsrust te creëren. Hij mag rijk en machtig zijn geweest, maar zijn leven en dat van zijn geliefden hing constant aan een zijden draad. Verbanningen, gedwongen zelfmoord, terdoodveroordelingen, permanente oorlogen, ziektes, onteigeningen, een levensgevaarlijk leven aan het hof van Nero; Seneca’s bestaan was allesbehalve rustig. Zijn geschriften zijn dan ook niet alleen bedoeld om anderen te ondersteunen. Nee, ze waren ook voor zichzelf bedoeld. Hij schreef zijn eigen zelfhulp en troost boeken en had ze nodig ook. Seneca was een filosofisch raadsman. Maar in zijn brieven geeft hij dikwijls toe dat hij net zoveel dokter als patiënt is. Het is daarom misschien een goed idee om zijn geschriften er eens op na te slaan als u zich verdrietig voelt. Seneca geeft geen enkele garantie maar zijn ideeën helpen allicht een beetje.


maandag 14 augustus 2023

21.3 Stoïcijnse tranen, eerste hulp bij verdriet

 Verdriet is een ondersoort van de hoofdemotie psychische pijn en valt bij de stoïcijnse vier B’s dus onder de bedroefdheid. Het is het gevoel dat u iets slechts is overkomen. Iedereen weet het: echte stoïcijnen huilen niet. Ze zijn de meesters van de ‘stiff upper lip' en ondergaan alles flegmatisch en onbewogen. Althans dat denken de meeste mensen, en dat is niet zo gek want verdriet is een passie die doorgaans het gevolg is van een verlies van iets waar we geen volledige controle over hebben. En alles waar een stoïcijn niet de volledige controle over kan uitoefenen is in principe onbelangrijk. Het bewijst dat er buiten onze macht iets is wat ons gegijzeld houdt. Geliefden, bezittingen, huizen en wat niet meer zijn allemaal voorbeelden van zaken waar we wel graag onbelemmerd over zouden willen beschikken, maar waar we geen werkelijke invloed op hebben. Dat betekent dat stoïcijnen vinden dat het verlies ervan ons niet volledig in de ellende zou mogen storten. Verdriet is volgens de stoïcijnen dan ook een teken dat we te veel waarde hechten aan iets of iemand waar we geen controle over hebben.

Alles wat we niet volledig in onze macht hebben is onbelangrijk en ons verdriet niet waard. Dit lijkt het keiharde officiële stoïcijnse standpunt. Maar dat is voor een ‘normaal’ mens toch zeker veel te hardvochtig en ongevoelig? Niemand kiest er immers voor om een ongeluk te krijgen, bestolen te worden, zijn geliefden te zien lijden of zelfs te zien sterven. We willen vrij over onze bezittingen kunnen beschikken, en willen dat onze geliefden vrolijk en gezond in ons gezelschap blijven. Als de stoïcijnen ons nu zouden willen wijsmaken dat onze geliefden onbelangrijk zouden moeten zijn, en dat hun pijn en verlies ons geen verdriet zou mogen doen omdat we hun bestaan niet volledig in onze macht hebben, dan betekent dat toch dat we nooit echt om ze gegeven hebben? Hoe zouden we ooit het verlies van een geliefde als iets onverschilligs kunnen beschouwen? Natuurlijk, de dood van iemand die u niet kent zal u ongetwijfeld veel minder verdriet doen dan het overlijden van uw partner. Maar is het stoïcisme werkelijk zo’n harde filosofie dat we niet echt om onze geliefden mogen geven, dat we ze als onbelangrijk zouden moeten afschrijven?

De stoïcijnse wijze zou inderdaad onbewogen blijven onder het verlies van een geliefde. Een wijze is doordrongen van de gedachte dat het enig werkelijk verdrietige gelegen is in het maken van foutieve waardeoordelen. Een verlichte wijze is perfect en maakt nooit een verkeerd waardeoordeel. Een dergelijk persoon hoeft niet getroost te worden, want hij kent geen verdriet. Maar de stoïcijnen geloofden zelf niet eens in het bestaan van zo’n mythisch figuur als hun eigen wijze. En sommige stoïcijnse filosofen beweerden dat verdriet als natuurlijke pre-emotie ook voor een wijze een passende emotie kan zijn. Hoe moet een normale sterveling dan omgaan met zo’ n enorme passie als verdriet? De stoïcijnen hadden daar gelukkig wel wat ideeën over.

Chrysippus dacht ons te kunnen helpen door er nog maar eens op te wijzen dat ons verdriet net als elke andere emotie het resultaat is van een waardeoordeel. Maar daar schiet je natuurlijk niet zo heel veel mee op. Het is nogal wat om iemand ervan te overtuigen dat zijn verdriet het gevolg is van het falen van zijn eigen oordeelsvermogen. Weinig kans dat dat veel zal helpen. Seneca doet een betere poging. Hij heeft heel wat troostschriften geschreven waarin hij mensen die een pijnlijk verlies geleden hebben weer op de been probeert te krijgen. Hij schrijft dat hij het helemaal niet eens is met mensen die zeggen dat je geen verdriet mag hebben. Een dergelijke mens kan volgens hem helemaal niet bestaan. Een gemis en het daaraan verbonden verdriet is natuurlijk en alleen daarom al ook voor een stoïcijn aanvaardbaar. Alleen het excessieve, irrationele verdriet moet bestreden worden. Het ‘normale’ verdriet is natuurlijk en moet als zodanig geaccepteerd worden.

Als u denkt dat een stoïcijn nooit verdrietig is, dan heeft u het dus mis. Er bestaan geen technieken die kunnen voorkomen dat u zo nu en dan bedroefd zult zijn. Verdriet is de pre-emotie die uw reptielenbrein aan een verlies verbindt. Het is onvermijdelijk en onder bepaalde omstandigheden ook helemaal niet irrationeel om verdrietig te zijn. In zijn troostbrief aan zijn vriend Polybius die treurde om de dood van zijn broer, zei Seneca het zo:

“De natuur eist een bepaalde hoeveelheid verdriet van ons, wat daar bovenuit gaat is ijdelheid. Ik zal je dan ook nooit vragen om helemaal niet verdrietig te zijn. Ik weet wel dat er mensen zijn die eerder een harde dan een virtuoze levenswijze aanhangen. Deze mensen zeggen dat een wijze nooit verdriet zal voelen. Maar dit soort mensen weet niet waar ze het over hebben. Ze hebben nooit een echt verdrietige situatie meegemaakt, anders zouden ze wel anders praten en gemerkt hebben dat het verdriet hen dan ook tegen hun wil meesleurt. De rede kan ons verdriet beperken door alles wat overbodig en teveel is tegen te gaan, maar kan verdriet niet helemaal verdrijven.” (Seneca, Troostschrift voor Polybius XVIII)


De eerste stap is dus het aanvaarden van het verlies en het bijbehorende verdriet. Seneca verwacht absoluut niet dat je niet verdrietig bent en niet rouwt. Voor een normaal mens is dat onmogelijk. Zelfs een wijze zal huilen bij het verlies van een geliefde. De pre-emotie van het verdriet is immers onvermijdelijk. Het is het natuurlijke antwoord van het lichaam op een verlies. Seneca schrijft zelfs dat een wijze sneller huilt dan de meeste gewone mensen. Als wijze weet hij immers dat ook de pre-emotie van het verdriet natuurlijk en onvermijdelijk is. Het is helemaal niet nodig om je daar tegen te verzetten en je tranen te verbijten.

Een gevoel van emotionele kalmte komt pas later op het moment dat je een waardeoordeel aan de droevige gebeurtenis verbindt. Maar ook dan zijn tranen van verdriet niet ondenkbaar. Het waardeoordeel dat je iets droevigs is overkomen is immers juist. Op het moment dat je terugdenkt aan de fijne momenten en gesprekken die je met je geliefde gedeeld hebt komen de tranen als vanzelf weer terug. Seneca zegt dat je je ook voor deze tranen niet hoeft te schamen, onderdruk ze niet omdat je in het gezelschap van andere mensen bent, laat ze gewoon komen. De goede emotie slaat pas om in een passie op het moment dat je je verdriet koestert en je tranen dwangmatig probeert op te wekken. Het probleem zit hem in het overmatig, irrationeel en zelfs theatraal uiten van verdriet. Het is het excessieve irrationele verdriet dat met een passend waardeoordeel voorkomen moet worden.

De stoïcijnen zeggen dus dat het onmogelijk is om verdriet volledig uit uw leven te bannen. Dat geldt eigenlijk voor elke emotie. Waar het de stoïcijnen om gaat is de vraag of een emotie onder de gegeven omstandigheden rationeel is. Zoals we in eerdere lessen zagen, denken stoïcijnen dat vervelende gevoelens gewoon bij het leven horen. Ze zijn onvermijdelijk en horen er bij. Maar dat neemt niet weg dat het wel mogelijk is om die vervelende emoties in te perken. Het gaat er om ervoor te zorgen dat een exces aan emoties (passies) wordt voorkomen. Dat geldt zeker ook voor verdriet. Er zijn tenslotte al genoeg redenen om verdrietig te worden. Het heeft wel degelijk zin om deze emotie een beetje binnen de perken te houden en ervoor te zorgen dat het niet uitgroeit tot een echte passie.


zaterdag 5 augustus 2023

21.2 Eerste hulp bij spijt

Spijt is de emotie waarbij u wenst dat u iets op een andere manier had aangepakt. Het valt dus onder de B van bedroefdheid, één van de vier stoïcijnse hoofdpassies. U verwijt uzelf hierbij dat u een fout hebt gemaakt of iets hebt nagelaten. U gaat er bij deze negatieve emotie vanuit dat u invloed op de uitkomst had kunnen uitoefen, dat u het anders had kunnen doen. Evolutionair gezien speelt spijt een rol bij het versterken van de groepsbinding. Door spijt te voelen en vooral te betonen nadat u iets ten nadele van de groep of een ander groepslid hebt gedaan, laat u zien er toch aan te hechten dat anderen u waarderen. Het is een poging om verstoting uit uw groep te voorkomen. U probeert de anderen voor u in te nemen en de zwaarte van eventuele represailles te verlichten.

Voor stoïcijnen is spijt een totale verspilling van emotionele energie. Het verleden is bij uitstek één van die dingen waar u geen enkele invloed meer op kunt uitoefenen. Het is dus iets dat u links kunt laten liggen. Maar helemaal onbelangrijk is het toch niet. U kunt er natuurlijk wel iets van leren, sterker nog een stoïcijn moet er zelfs van proberen te leren, maar u kunt er niets meer aan veranderen. Uw spijtgevoelens zijn daarom vrijwel geheel zinloos. Het verleden ligt buiten uw bereik. Hetzelfde geldt trouwens ook voor de toekomst. Het enige moment in de immense zee van de tijd waar u invloed op kunt uitoefenen is het hier en nu. Als u uw best gedaan hebt dan is er geen enkele reden om spijt te hebben, maar ook als u echt iets te verwijten valt blijft het hebben van spijt nog steeds verspilde energie. U kunt u hooguit voornemen om voortaan beter uw best te zullen gaan doen. Spijt is een zinloze en totaal overbodige passie.

Wat uw situatie ook is, het beste wat u kunt doen is het resultaat van uw handelen gewoon accepteren. U kunt er toch niets meer aan doen. De stoïcijnse acceptatie en het stoïcijnse fatalisme kunnen u hierbij helpen. Ook de oefeningen van het afstand nemen, de panoramablik, de blik in de eeuwigheid en de staf van Hermes kunnen u van uw spijtgevoelens afhelpen. Dat betekent trouwens niet dat u maar gewoon in de situatie moet berusten. Stoïcijnen zijn geen fatalisten, integendeel. Als de uitkomst van uw handelingen u niet zint, moet u aan de slag om uit te zoeken wat u zou kunnen ondernemen om de schade te herstellen. Denk er daarbij wel aan dat u altijd onderscheid moet maken tussen uw interne doelen en de resultaten van uw inspanningen. Het gaat altijd alleen om uw bedoeling en uw inzet en niet om de externe resultaten, die u toch niet in uw macht hebt. U doet uw best, meer wordt er niet van u verwacht.


maandag 31 juli 2023

IS HET MENSELIJK BEWUSTZIJN EEN FOUTJE VAN DE NATUUR?

De stoïcijnen roepen ons op om onze rede in te zetten om wat orde te scheppen in de chaos van de wereld die ons omringt. Ze sporen ons daarmee aan om een leven te leiden dat zij in overeenstemming met de natuur noemen. Eigenlijk is dat gek. Alle dieren lijken volautomatisch een natuurlijk leven te leiden. Varkens, vliegen, apen en dolfijnen lijken er geen enkel probleem mee te hebben om zo’n soort leven te leiden, en die rare stoïcijnen denken dan opeens dat wij onze hersenen moeten gebruiken om hetzelfde te doen. Dat is toch raar. Waarom zou dat bij ons mensen anders zijn dan bij de rest van de levende natuur?

De stoïcijnen zeggen dat ons menselijk denkvermogen, onze rede, nu juist de oorzaak is dat we over de natuur moeten nadenken om een meer natuurlijk leven te leiden. De hele natuur lijkt probleemloos een natuurlijk leven te leiden en wij moeten moeilijk doen om onszelf een beetje in harmonie met het universum te brengen. Sommigen van de oude stoïcijnen beweren zelfs dat de mensheid speciaal is en dat het ‘Universum’ ons nu juist heeft uitgerust met rationele vermogens om daarmee een hoger niveau van bewustzijn te kunnen bereiken. We zouden daardoor boven het ‘instinctmatige’ bewustzijnsniveau van de normale natuur kunnen uitstijgen. De mens als een door de natuur doelbewust gecreëerd wezen, uitgerust met een speciale gave en een door het ‘Universum’ gekozen doel. Voor de meer religieus ingestelden onder u misschien een verleidelijk idee, maar mij gaat dat te ver.

De oude stoïcijnen waren slim en hadden een aantal fantastische inzichten, maar hun fysica botst met onze moderne inzichten. Als Zeno, Chrysippus of Seneca nu hadden geleefd dan waren ook zij ongetwijfeld met heel andere theorieën gekomen. De hedendaagse inzichten over de werking van de natuur zijn nu eenmaal heel anders dan vroeger. Geen oude stoïcijn had ooit van evolutie of het ruimte-tijd continuüm gehoord. Laat staan van kwantummechanica. Het menselijk redeneer vermogen lijkt tegenwoordig meer een evolutionaire bijkomstigheid. Een heel handige ‘snuit’ om mee naar voedsel te wroeten.

De oude stoïcijnen zouden daar niet moeilijk over hebben gedaan. Ze beschouwden hun levensfilosofie altijd al als een werk in uitvoering. Nieuwe generaties zouden met nieuwe en betere ideeën komen. En zo moet het ook zijn. Als een welwillend ‘Universum’ die bedoelingen met de mensheid heeft niet lijkt te kloppen, dan is dat jammer voor dat ‘Universum’. Hun stelling dat het universum bewustzijn heeft lijkt mij echter nog steeds onontkoombaar. Wij mensen zijn immers bewuste wezens en maken deel uit van dat universum. Op z’n minst een deel van het universum heeft dus bewustzijn en is in staat tot rationeel denken. Misschien maakt dat mensen wel tot het bewustzijn van het universum. Dan zijn we toch nog een beetje speciaal. De stelling dat dat bewuste universum de mensen doelbewust heeft uitgerust met een denkvermogen gaat me toch echt een brug te ver.


zaterdag 29 juli 2023

21.1 Eerste hulp bij eerzucht en faalangst

 LES 21

EERSTE HULP BIJ PASSIES


21.1 Eerste hulp bij eerzucht en faalangst

De stoïcijnen denken dat de meeste mensen ongelukkig zijn omdat ze niet goed weten wat echt belangrijk en waardevol is. Ze brengen hun dagen door met het najagen van dingen waar ze ten onrechte van denken dat ze belangrijk zijn voor hun geluk. Het is juist vaak het najagen van die dingen dat de voornaamste oorzaak is van hun ellende. Het verlangen gezien te worden is daarbij zeker niet de minste bron van stress. Net als woede valt ook eerzucht, of het verlangen naar bekendheid en populariteit, onder de grotere groep emoties van de begeerte. Zoals u zich zult herinneren is de begeerte één van de vier B’s. De onwenselijke passies van de Bedroefdheid, Bangheid, Blijheid en Begeerte.

Het lijkt tegenwoordig wel een epidemie, die hedendaagse zucht naar zichtbaarheid. Je hoeft niet per se iets te kunnen, het gaat er gewoon om dat anderen je kennen en leuk vinden. Bijvoorbeeld op YouTube, Facebook, Instagram of televisie. Hoe meer ‘likes’ je weet te verzamelen, hoe beter je je voelt. Het gaat bij deze emotie niet alleen om het streven naar internationale of nationale bekendheid, ook de drang om populair te zijn binnen de eigen vriendenkring valt hier onder. Zelfs de mensen die niet actief op zoek zijn naar hun ‘moment of fame’ in de media, streven toch nog naar populariteit binnen hun eigen vriendenkring en verlangen daarnaast ook nog eens naar erkenning via hun werk.

Ze denken dat dit soort roem, in de ruimste zin van het woord, hen gelukkig zal maken. Ook deze eerzucht vindt zijn biologische oorsprong weer in het reptielenbrein. Voor uw overleven is het belangrijk om een gewaardeerd lid van uw stam te zijn. Hoe populairder en machtiger u bent, hoe groter de kans dat anderen u helpen als het even tegen zit. Een heel natuurlijke en sociale emotie, die volgens de stoïcijnen toch een voorname bron van ongemak en negatieve gevoelens kan worden. Zelfs het simpelweg populair blijven binnen uw eigen vriendenkring kost heel wat energie. U moet op feestjes verschijnen, complimentjes maken, doen alsof u lelijke dingen mooi vindt, op het juiste moment berichtjes of facebook liken en al de activiteiten van uw vrienden op de voet blijven volgen. Kortom, een heel gedoe dat u heel wat van uw vrijheid en energie kost. En dan gaat het alleen nog maar om uw populariteit bij uw directe vrienden, om lokale of nationale bekendheid te verwerven moeten er nog veel meer inspanningen worden verricht.

Een stoïcijn maakt zich niet druk om zijn sociale status. Dat scheelt een hoop frustraties en levert een heleboel extra vrijheid op. Epictetus zei het zo:

“Wat betaal je voor een krop sla. Een euro? Denk niet dat je niets hebt als iemand anders een euro betaalt en daar een krop sla voor krijgt terwijl jij die euro niet betaalt en geen sla krijgt. Hij heeft zijn krop sla, maar jij hebt een euro. Zo is het ook met populariteit. Je bent niet uitgenodigd voor een feestje? Natuurlijk niet: je hebt de prijs niet betaald die je daarvoor moet betalen. De uitnodiging wordt verkocht voor complimentjes en attenties. Betaal de prijs als je daar beter van wordt. Je bent onverzadigbaar en dom als je de prijs niet wilt betalen en toch wilt worden uitgenodigd.” (Epictetus; Handboekje 25)

Stoïcijnen hechten aan hun vrijheid en zijn erg terughoudend met het betalen van de prijs voor wat doorgaans als goede sociale contacten wordt aangemerkt. Door die prijs niet te betalen hoeft u de inspanningen die populariteit vereist niet te maken, en tegelijkertijd bespaart u zich de frustraties van het ondanks al die inspanningen niet uitgenodigd worden. Populariteit is afhankelijk van de reactie van anderen. Als u sociale status najaagt, geeft u zich over aan de anderen. U levert uw welzijn en uw geluksgevoel uit aan de instemming van mensen waar u geen grip op hebt. Epictetus formuleert het zo:

“Je bent de slaaf van degenen die de macht hebben om je te geven of ontnemen wat je wel of niet wil. Wie vrij wil zijn, moet dus niets verlangen wat in de macht van een ander ligt, anders word je onvermijdelijk zijn slaaf.” (Epictetus; Handboekje 14)

Als u met andere mensen in contact komt moet u, om te voorkomen dat u iemands slaaf wordt, dus oppassen dat u geen belang gaat hechten aan wat die anderen over u denken. Of ze u nu leuk vinden of een hekel aan u hebben, moet u volkomen koud laten. Epictetus raadt u aan om u niet te verdedigen als u wordt aangevallen en in uw vuistje te lachen als iemand u prijst. Pas wel op dat u niet laat merken dat hun mening u niet interesseert. Dat zou door de anderen best wel eens als een belediging kunnen worden opgevat en het is nu ook weer niet uw bedoeling anderen te beledigen. Pas ook op dat u niet te arrogant wordt. Dat u niet probeert om populair te worden betekent niet dat u de kritiek van andere verstandige mensen zonder meer naast u neer kunt leggen. De publieke opinie heeft de wijsheid zeker niet in pacht, maar het is nog maar de vraag of u dat zelf wel hebt. Als iemand waar u respect voor hebt u waarschuwt of bekritiseert is het alleen maar verstandig om aandacht aan hem te schenken.

Ook keizer Marcus Aurelius vindt dat het zinloos is om je druk te maken over wat anderen van je denken. Hij zei het zo:

“Hoeveel tijd win je niet als je niet let op wat je omgeving doet, denkt of zegt, maar je er alleen op toelegt dat wat jezelf doet rechtvaardig en virtuoos is.” (Marcus Aurelius; Dagboeken IV-18)

Door u te beperken tot uw eigen gedrag en ervoor te zorgen dat dat gedrag virtuoos is, voorkomt u de stress van het alsmaar proberen bij anderen in de gunst te komen of te blijven. Daar komt nog eens bij dat u nauwelijks invloed hebt op wat anderen over u denken. U kunt nog zo uw best doen om aardig en leuk gevonden te worden, maar uiteindelijk beslissen die anderen er toch zelf over of ze u wel of niet mogen. Het enige waar u wel echte invloed op hebt is op uw eigen gedrag. Zorg er dus gewoon voor dat u de dingen doet waarvan u zelf vindt dat ze goed en virtuoos zijn en laat de mening van anderen aan hen over.

Het stoïcijnse advies om de mening van anderen te negeren is niet makkelijk. Waarschijnlijk doet u uw hele leven al uw best om bij andere mensen in de smaak te vallen en te blijven vallen. Zoals we zagen heeft de neiging om dat te doen een natuurlijke oorsprong, maar het is wel een bron van veel stress en frustratie. Maar niet alleen uw populariteitsdrang heeft een natuurlijke oorsprong, ook uw denkvermogen is natuurlijk. Ook uw vermogen om die neiging met behulp van de rede onder controle te houden is dus natuurlijk en bovendien noodzakelijk om een virtuoos leven te kunnen leiden. Als dat betekent dat uw sociale netwerk wat minder gevuld raakt, dan zij dat zo.

Om de waardering van anderen te winnen moet u zich conformeren aan hun waarden en aan hun ideeën over een goed leven. Het is maar de vraag of hun ideeën wel met die van u overeenstemmen. U moet zich net zo gedragen, net zo kleden en dezelfde dingen leuk en niet leuk vinden als die anderen. Zeden en gewoonten, gangbare omgangsvormen, goede manieren en etiquette zijn in de ogen van stoïcijnen allemaal zinloze en betekenisloze conventies. Ze verschillen in de tijd en cultuur en zijn allesbehalve rationeel, maar zijn daarom niet minder dwingend. Dwingende regeltjes die dikwijls leiden tot een vervelende en knellende groepsdwang. Zo werd het schudden van handen hier vroeger als onbeschaafd en kleinburgerlijk aangemerkt, totdat het op een gegeven moment de algemene regel werd. Tegenwoordig ziet de rechter het zelfs als een geldige ontslaggrond als mensen geen handen willen schudden want dat zou gelden als een teken van disrespect. Sinds wanneer zijn conventies heilig en rationeel? De meeste van onze zeden en gewoontes zijn volkomen onzinnig.

Voor een rechter zijn ze misschien belangrijk maar voor een stoïcijn in elk geval niet. Preoccupatie met goede manieren is kenmerkend voor kleinzieligheid. Toch beseffen ook stoïcijnen dat leven en samenleven niet goed mogelijk zijn zonder onze nogal willekeurige omgangsvormen. Het zijn maatschappelijke feiten waar rekening mee moet worden gehouden als je deel wilt blijven uitmaken van een samenleving. In tegenstelling tot hun inspiratiebron, de anti burgerlijke hippies van de cynici aanvaarden stoïcijnen goede manieren als een soms zinvol smeermiddel noodzakelijk voor een goede verstandhouding. De conventies van de goede manieren moeten zo nu en dan tegen wil en dank geaccepteerd worden. Toch moet niet vergeten worden dat het in wezen niets anders is dan irrationele groepsdwang die zelfs tot uitsluitingen en uitstoting uit de maatschappij kan leiden. Een stoïcijn moet kiezen tussen weglopen of meedoen op grond van niet meer dan het hypothetische imperatief dat wie niet eenzaam wil zijn zich tot op zekere hoogte aan de gangbare zeden en gewoonten moet houden. Neem er in elk geval af en toe afstand van, al hoeft dat niet altijd duidelijk te blijken. Blijf ervan doordrongen dat ‘goede manieren’ nooit meer zijn dan willekeurige maatschappelijke feiten. Hoe verder u het stoïcijnse pad betreedt, hoe onwaarschijnlijker het wordt dat het gangbare beeld van een geslaagd en succesvol leven met het uwe overeenstemt. Als u probeert om bij de ‘gewone’ mensen in de smaak te vallen door te leven op een manier die aan hun voorwaarden voldoet, zult u er zeker niet in slagen om ook een gelukkig en virtuoos leven te leiden.

Een ander veel voorkomend nadelig gevolg van het te veel waarde hechten aan andermans oordeel is de emotie faalangst. Mensen die hier aan lijden zijn bang voor de sociale vernedering en afkeuring als ze niet slagen in een project dat ze als moeilijk en uitdagend beschouwen. Ze vrezen niet aan de verwachtingen van anderen te kunnen voldoen. Dit maakt dat ze de neiging hebben om altijd aan de veilige kant te blijven en alleen maar nieuwe dingen te ondernemen waar ze vrij zeker van zijn dat ze ze kunnen volbrengen. Door niet langer populair en geliefd te willen zijn bij anderen, durft u veel sneller het risico van een mislukking te nemen. U durft makkelijker een uitdaging aan te nemen en bent niet langer bang dat het ook fout kan gaan. De oefening van de ‘premeditatio malorum’ heeft u tenslotte al voorbereid op een mogelijke mislukking van uw plannen. Misschien heeft u tijdens deze oefening al een ontsnappingsplan voorbereid voor het geval dat het allemaal gruwelijk misloopt.

Als stoïcijn vindt u het trouwens helemaal niet erg als er eens iets mis gaat. Het gaat er tenslotte voor een stoïcijn alleen om dat u weet dat u uw uiterste best gedaan hebt. Met de oefening van het internaliseren van uw doelen heeft u immers geleerd er alleen naar te streven om uw best te doen. Dat is echt uw enige bedoeling en ook het enige dat u zelf in de hand hebt en volkomen zelfstandig kunt beheersen. Al het overige dus ook de vraag of uw plan wel of niet slaagt, ligt buiten uw invloed en is dus onbelangrijk.

Net als bij eerzucht gaat het bij faalangst dus om het onterechte belang dat u hecht aan de mening van anderen. Gek genoeg kan het niet langer streven naar de instemming van uw omgeving juist het onbedoelde gevolg hebben dat anderen u gaan waarderen. U komt zelfverzekerd en vastberaden over en durft berekende risico’s te nemen. Dergelijke eigenschappen willen door andere mensen nog wel eens bewonderd worden. Alleen iemand die ‘helemaal zichzelf is’ en zelfbewust zijn zelf gekozen doelen nastreeft durft het immers aan om de algemene opinie te negeren.

Het is u mogelijk opgevallen dat ‘faalangst’ eigenlijk net zo goed onder de B van ‘Boosheid’ zou kunnen vallen en dus niet bij de begeerte naar populariteit behandeld hoort te worden. Voor de stoïcijnen zijn alle passies eigenlijk één: het is de irrationele reactie op een gebeurtenis. De indeling van de vier B’s heeft vooral een didactische waarde. U zult dan ook in het vervolg van deze les merken dat de vier B’s zo hier en daar wat door elkaar heen zullen gaan lopen. Dat is in dit stadium van de cursus helemaal niet erg. Uw stoïcijnse praktijk moet nu zo langzaam maar zeker een geheel gaan vormen.


zaterdag 22 juli 2023

20.4 Hoe te reageren op een persoonlijke aanval?

 Als het u met de zojuist beschreven technieken lukt om niet meer kwaad, verdrietig of teleurgesteld te raken bij een aanval op uw persoon bent u al een heel eind op dreef. Toch bent u er nog niet helemaal. U blijft dan wel rustig maar weet nog steeds niet hoe u het best op zo’n situatie kunt reageren. De meeste mensen proberen hun aanvaller met gelijke munt terug te betalen en dan het liefst nog net ietsje slimmer of harder. Het wordt tegenwoordig zelfs als goed beschouwd om voor jezelf op te komen en je de kaas niet van je brood te laten eten. Iedereen moet toch zelfredzaam zijn en zich kunnen verdedigen. Een dergelijke assertiviteit spreekt een stoïcijn niet aan. Hij zal zichzelf niet verdedigen. Hij kan zich natuurlijk niet tot een ordinaire scheld- of vechtpartij verlagen, maar hij laat ook niet over zich heen lopen. Als stoïcijn zult u zich daarom een heel eigen manier van reageren moeten aanwennen.

Epictetus leerde zijn leerlingen dat ze een persoonlijke aanval niet als een belediging maar als een uitdaging moesten beschouwen. Hij zei het zo:

“Stap eens naar een steen en scheld die uit. Wat heeft dat voor effect? Als jij nu eens net zo naar dat gescheld zou luisteren als die steen, wat voor lol heeft degene die jou uitscheldt daar dan nog van? (Epictetus, Colleges, boek I, hoofdstuk 25)

In dit kader wijzen stoïcijnen er op dat we veel te snel conclusies trekken over de dingen die ons overkomen. Uw eerste reactie op een gebeurtenis is niet meer dan een snelle automatische interpretatie van een gebeurtenis. U zou er een gewoonte van moeten maken om telkens even stil te staan bij die eerste impressie en u gaan realiseren dat het niet meer is dan een snelle en slordige interpretatie van de werkelijkheid. Het is niet die werkelijkheid zelf. Stel dat iemand u zegt dat u dik bent. Misschien zegt hij zelfs wel dat u een dik varken bent. Uw eerste reactie is dan waarschijnlijk dat u zich beledigd voelt. Maar stel nu eens dat het waar is? Okay ik neem aan dat dit boek niet door varkens wordt gelezen, dus dat deel is in elk geval niet waar. Maar het zou best kunnen dat u inderdaad te dik bent. Waarom zou u zich dan beledigd voelen? Kun je je eigenlijk wel beledigd voelen door een feit? En stel nu eens dat het niet waar is. Is dan de persoon die dat naar uw hoofd slingert niet gewoon een kinderachtig figuur, die bovendien nog ongelijk heeft ook? Hoe zou u door een dergelijk persoon beledigd kunnen worden? Als er iemand echt in zijn hemd staat dan is het wel degene die zich zo kinderachtig gedraagt.

Volgens de stoïcijnen is humor een prima reactie op een belediging. Door met humor te reageren op een belediging of aanval vertelt u de dader dat hij niet in zijn opzet is geslaagd. Het was natuurlijk zijn bedoeling om u kwaad of verdrietig te maken en dat is duidelijk niet gelukt. Sterker nog, zonder in de val te lopen hem terug te beledigen, beledigt u hem op een subtiele wijze toch door te laten zien dat zijn handelingen u niets doen. Zo vertelt Seneca over een voorval met de stoïcijnse politicus en jurist Cato:

“Toen onze Cato een keer een pleidooi voor de rechtbank hield werd hij door de gevreesde Lentullus, onze ouders herinneren zich hem nog als een enorme vlegel, met opgerocheld slijm in het gezicht gespuugd. Hij veegde het spuug kalm van zijn gezicht en zei: ‘Lentullus, ik zal iedereen die zegt dat jij je mond niet weet te gebruiken vertellen dat ze het mis hebben.” (Seneca; Over de woede; Boek III-38)

Epictetus adviseert een leerling om als iemand over hem roddelt te zeggen dat de kletskous hem wel heel slecht moet kennen als dat het ergste is wat hij over hem weet te vertellen. Humor is dus een prima manier om uw belager te ergeren zonder uw waardigheid te verliezen. U laat zien dat u volstrekt ongevoelig bent voor wat hij doet.

De meeste mensen zijn echter niet zo eloquent en geestig dat ze een belediging direct met een kwinkslag kunnen beantwoorden. Ik kan het in elk geval niet en het overkomt me vaak dat ik pas uren na het voorval bedenk hoe ik had moeten reageren. Ik realiseer me dat ik beledigd ben, en wordt meestal niet kwaad maar kom toch niet verder dan een verbaasd en ongemakkelijk zwijgen. Niet iedereen is dus in staat om een belediging met humor te pareren.

De stoïcijnen wisten dit en hadden voor mijn soort mensen dus ook een methode bedacht. Gewoon niet reageren. U hoeft niet uw best te doen om een slimme en grappige reactie te verzinnen, u kunt gewoon doorgaan met waar u mee bezig was en doen alsof er niets gebeurd is. Negeer wat er gezegd of gedaan is. Het negeren van een aanval of belediging is de best denkbare reactie. Zelfs nog beter dan een grappige reactie. Een humoristische reactie laat zien dat de belediging u niets doet, het negeren van de belediging laat zien dat de persoon van uw aanvaller u koud laat. Uw aanvaller zal hierdoor van zijn stuk raken en zich afvragen of zijn belediging wel goed is overgekomen. Heeft hij het wel goed gedaan of was zijn belediging zo klungelig dat het u niet eens is opgevallen? Of vindt u hem echt zo onbenullig dat u het niet eens de moeite waard vindt om op hem te reageren?

U berooft hem niet alleen van het genoegen om te zien dat hij u van uw stuk heeft gebracht. U laat hem en eventuele omstanders ook nog eens merken dat u geen zin en tijd hebt om op zijn kinderachtige gedrag te reageren. U heeft wel iets belangrijkers te doen dan u bezig te houden met zo’n Neanderthaler. Niemand vindt het prettig om genegeerd te worden en uw aanvaller zal zich vernederd voelen. Hij zal zich wel twee keer bedenken voor hij zich weer aan u vergrijpt.

Zoals al eerder gezegd betekent dit alles niet dat u over zich heen moet laten lopen. Sommige mensen zijn echter zo dom dat ze het uitblijven van een reactie niet begrijpen. Het zal ze alleen maar nog kwader maken en u zult een stortvloed van scheldwoorden of misschien zelfs van klappen te verwerken krijgen. Sommige mensen zijn nu eenmaal echte Neanderthalers die bij het minste geringste naar hun knots grijpen. In zo’n geval zal ook een stoïcijn corrigerend moeten optreden. Maar dan niet omdat hij boos of beledigd is, maar als een ouder die zijn kind tot de orde roept. Een kind wordt immers ook gecorrigeerd als die iets verkeerds doet. Het kan zelfs nodig zijn om het voor zijn eigen bestwil met gepast geweld te verhinderen om, bijvoorbeeld, een pan kokend water om te stoten. U reageert dan niet omdat u kwaad bent, maar om te voorkomen dat u of anderen in de toekomst door zijn verkeerde gedrag worden gehinderd.