dinsdag 18 september 2018

Kom uit uw comfortzone! Of toch maar liever niet?


Wees meester en vormgever van uzelf. U bent zelf verantwoordelijk voor de persoon die u bent. Het zijn uw eigen keuzes die u maken tot wat u bent en zult zijn. Daag uzelf uit en plan uw carrière. Stippel voor uzelf een glorieuze toekomst uit. Kom uit uw comfortzone en toon durf. Allemaal kreten die u ongetwijfeld bekend voor zullen komen. Kreten die uitgaan van de volledige maakbaarheid van uw persoon en levensloop.

De stoïcijnen zagen het anders. Uw leven en levensloop zijn helemaal niet maakbaar. Ook uw karakter is dat niet. De wereld, de grote allesomvattende universele natuur, stelt nu eenmaal beperkingen aan uw mogelijkheden. Maar niet alleen dit noodlot beperkt u, ook uzelf. U beschikt nu eenmaal over een bepaalde hoeveelheid talenten. Er zijn een aantal dingen waar u heel goed in bent en een ontelbaar aantal zaken waar u maar beter nooit aan moet beginnen. Het is niet een kwestie van het kiezen van de persoon die u wilt worden. Nee het gaat erom dat u ontdekt wat uw persoonlijke sterke eigenschappen zijn. U moet uw eigen individuele vaardigheid opsporen. Richt u daar op en probeer die te versterken. De beste manier om daar achter te komen is door te kijken naar de dingen waar u plezier aan beleeft. U wordt het gelukkigst en voelt u het meest op uw gemak op de momenten waarop u uw vermogens weet te verwezenlijken. Let dus op de momenten waarop u plezier in het leven hebt en kijk naar de dingen waar u van houdt. Het is heel waarschijnlijk dat nu net de dingen zijn waar u talent voor hebt. Let ook op de dingen waar u een hekel aan hebt en de momenten waarop u uzelf rottig voelt, dat zijn de dingen die u moet proberen te ontlopen.

Uw individuele natuur bepaalt waar u goed in bent. Het gaat er de stoïcijnen om dat u ontdekt wat dat is. Aan de hand van die zelfkennis kunt u uzelf levensdoelen stellen en richting aan uw carrière geven. Het gaat er daarbij niet alleen om dat u weet waar uw talenten liggen, u moet ook uw zwakke kanten goed in de gaten houden. Het zijn ook die zwakke kanten en ‘gebreken’ die richting aan uw leven kunnen geven. Als u eenmaal weet waar u goed in bent moet u u daar ook op gaan richten. U moet uzelf ontwikkelen en steeds meer kennis en ervaring proberen te verwerven. De stoïcijnse zelfverwerkelijking is allesbehalve een excuus voor gemakzucht of luiheid. Integendeel u moet serieus aan de bak met uw talenten.

De management goeroes houden u juist voor dat u zou moeten werken aan uw gebreken. U moet uw zwaktes opheffen om verder te kunnen groeien. Alleen door uw comfortzone te verlaten kunt u tot volle ontplooiing komen. Alles is mogelijk voor wie maar zijn best doet. Alles is haalbaar als je het maar echt wilt. Voor een stoïcijn is dat dus klinkklare onzin. Als u uw comfortzone verlaat zult u vooral ongelukkig worden en dingen van uzelf eisen die u helemaal niet kunt waarmaken. Dergelijke adviezen zijn een recept voor burn-outs en depressies. U maakt uzelf er alleen maar ongelukkig mee en laat daardoor de dingen waar u wel goed in bent versloffen. Een stoïcijn ontwikkelt zijn talenten en blijft ver van zijn defecten. Hij kent zijn zwakke en sterke punten en probeert daar optimaal gebruik van te maken. Dat voorkomt heel wat frustratie en leidt tot een veel gelukkiger en virtuozer leven.

donderdag 6 september 2018

EEN BEWUST UNIVERSUM?


De stoïcijnse metafysica ziet de natuur als een bewust en zelfs goddelijk wezen. In onze seculiere tijden kan dat een moeilijk te verteren idee zijn. Voor mij was (is) het dat in elk geval wel. Ik beschouw mezelf eigenlijk als een atheïst, maar de bestudering van het stoïcisme brengt me wel hoe langer hoe meer aan het twijfelen. Ik ben er niet meer zo zeker van dat er niet een soort van bewustzijn in ons universum huist. En zelfs de moderne wetenschap is er tegenwoordig niet zo heel zeker meer van.

De hele stoïcijnse filosofie is gebouwd op de vooronderstelling dat de kosmos een doelgericht en bewust wezen is dat sturing geeft aan alles wat er in die kosmos gebeurt. Ook de dingen die een mens overkomen zijn allemaal ‘bedacht’ door dit kosmisch bewustzijn. De stoa kent niet een soort heilsleer en er bestaat in hun ‘geloof’ ook geen leven na de dood. Van rituelen, offers, altaars en godenbeelden is al helemaal geen sprake. Het enige gebed dat een stoïcijn kent is misschien wel een gevoel van ontzag voor de natuur. Er ontstaat een gevoel van ontzag als u kijkt naar het hemelgewelf bij nacht, naar de zee, naar een bergketen, een verstild bos, de cyclus van leven en dood of als u de kracht van een woeste rivier, een storm of een aardbeving aanschouwt.

Dit ontzag doet stoïcijnen denken dat er in die overweldigende natuur een creatief en bewust wezen schuilt. Het gaat daarbij niet om een oude man met een lange baard op een wolk, of een Zeus die zijn bliksemschichten vanaf de Olympus op zondige mensen doet neerkomen. Nee het is het totale bestaande, het geheel van materie, ruimte en tijd, met zijn wetten en regelmatigheden dat door de stoïcijnen als god wordt gezien. Volgens hen wordt de kosmos niet door toeval geregeerd, maar is zij het gevolg van een samenhangend geheel van regels en wetten.

Stoïcijnen zijn dan ook pantheïsten, ze geloven dat de hele kosmos, bewust is, van zich zelf weet dat het bestaat en weet wat er gebeurt. Zelfs aan de bron ligt van alles wat er gebeurt en misschien ook wel een soort wil heeft en daardoor wil dat de dingen die gebeuren, gebeuren. Ze zeggen dat iets dat zo complex en zo veel omvattend is wel bewust moet zijn. De mens zelfs is immers een complex en zelfbewust wezen. Als de mens al over zelfbewustzijn beschikt dan moet iets zo immens als het universum dat toch ook hebben? De mens is zich niet alleen bewust van zijn eigen bestaan, maar is zich ook bewust van de wereld om hem heen en vergaart steeds meer kennis van het universum waarin hij leeft. Doordat een ontegenzeggelijk zelfbewust wezen als de mens onderdeel is van de kosmos is die kosmos zich ook bewust van zichzelf. Alleen al door het bestaan van zoiets als de mens is het universum zich dus in zekere zin van zichzelf bewust. De mens is een stukje van het universum dat zich bewust is van de wereld om hem heen. Hij is zich in elk geval bewust van een deel van het universum. Een bewustzijn dat met de groeiende kennis zich steeds verder uitbreidt. Zo bekeken kun je er eigenlijk niet meer omheen dat het universum over een soort van bewustzijn beschikt. Zelfs al is dat niet meer dan het beperkte menselijke bewustzijn.

In de moderne tijd lijkt er een keuze te bestaan tussen theïsme, het geloof in een persoonlijke god of goden, en reductionistisch materialisme, de leer dat er niets meer is dan door natuurwetten geregeerde materie. Een andere keuze lijkt niet te bestaan of je bent religieus, christen, moslim, pagan het maakt niet uit, of je bent een reductionistisch materialist. Toch is er nog een alternatief. Het pantheïsme van de stoïcijnen neemt wel degelijk een tussenpositie in. Het stoïcisme is materialistisch, maar niet op dezelfde manier als de moderne materialisten. Het universum bestaat in hun ogen inderdaad uit door natuurwetten geregeerde materie, maar die materie en natuurwetten zijn zich bewust van het eigen bestaan. Die tussenpositie heeft wel tot gevolg dat de stoïcijnen aan de ene kant door gelovigen als atheïsten worden beschouwd en aan de andere kant door reductionistische materialisten tot naïeve gelovers in sprookjes worden gebombardeerd. Een middenpositie kan zo zijn nadelen hebben.


maandag 20 augustus 2018

NEEM UW REPTIELENBREIN IN DE MALING

Instincten en de daaraan verbonden emoties kunnen behoorlijk lastig zijn. In de oertijd waren ze misschien handig om aan een sabeltandtijger of de kwade echtgenoot van een minnares te ontkomen, maar nu zijn ze vooral vervelend. Stoïcijnen zijn zich er van bewust dat onze natuurlijke instincten uit de pas lopen met de uitdagingen en behoeften van de moderne tijd. Ze weten ook dat hun natuurlijke denkvermogen hen de mogelijkheid biedt om het verstoorde evenwicht weer te herstellen. Makkelijk is anders. Onze emoties zitten diep verankerd in onze genen en in onze hersenen. De hersenstam, de plek waar onze reflexen vandaan komen, is evolutionair het oudste deel van de hersenen. Dit deel van het brein is verantwoordelijk voor het automatisch regelen van dingen als reflexen, ademhaling, bloedsomloop, hartslag en temperatuur. Daarnaast zitten hier ook onze primaire overlevingsinstincten zoals honger, dorst, lust en pijn. Met andere woorden onze meest primitieve levensfuncties die noodzakelijk zijn voor ons eigen voortbestaan en het voortbestaan van de menselijke soort. Het stamt nog uit de tijd dat van de dinosauriërs en krokodillen. Daarom wordt het ook wel eens het reptielenbrein genoemd. Dit is het gebied waar de indrukken van de buitenwereld het eerst de hersenen bereiken. Hier wordt onmiddellijk een reflex aan de dingen en gebeurtenissen uit de buitenwereld verbonden.

Het reptielenbrein veroorzaakt wat de stoïcijnen pre-emoties of driften noemen. Een haast automatische neiging die tot lichamelijke reacties die ons van gevaar weg moeten leiden, of juist richting een beloning moeten voeren. Dit soort driften worden voortdurend in ons opgewekt, al zijn we ons daarvan meestal niet bewust. Onze driften zijn universeel en gelden voor alle tijden en alle plaatsen. Ze liggen vast in onze biologie en zijn genetisch bepaald. De bron van deze driften of pre-emoties is heel moeilijk te beïnvloeden. Via het reptielenbrein komen indrukken uit de buitenwereld terecht in wat ik maar het mensenbrein zal noemen. Pas op het moment dat een indruk het mensenbrein bereikt heeft wordt u zich bewust van die indruk. Het mensenbrein bekijkt de pre-emotie en verbindt er een mening aan. Vanaf dat moment ontstaat er een echte emotie.Maar door geduldig over langere tijd vanuit het mensenbrein corrigerend op te treden kunt u dit oerbrein toch een beetje in het gareel krijgen en daarmee uw persoonlijkheid aanpassen.

De pre-emotie van ons reptielenbrein is, zoals we zagen, onvermijdelijk. U zult die input gewoon moeten aanvaarden. Er zit niets anders op. Maar voorlopig zult u ook het waardeoordeel dat uw mensenbrein daar aan verbindt nog niet weten te beheersen. Een jaren lange praktijk van automatische gedachtetreinen en bijpassende negatieve emoties leert u niet zo één, twee, drie weer af. Probeer maar eens niet aan die o zo bekende roze olifant te denken. Dat lukt u niet. Vooralsnog kunt u er dan ook mee volstaan om de aanwezigheid van uw negatieve emoties gewoon te accepteren. Probeer er niet tegen te vechten. Als u zich verzet dwingt u uw hersenen juist er extra aandacht aan te schenken. In plaats van te verminderen zal het vervelende gevoel nu of in de toekomst u met hernieuwde kracht weten te raken. Aanvaard het gevoel, maar besef tegelijkertijd dat het maar een gedachte is. Het is niet meer dan een mening over iets in de buitenwereld. Een mening die misschien helemaal niet klopt met de werkelijkheid.

Verzet u dus niet, laat het gevoel er gewoon zijn. Verzet kost u alleen maar energie die u veel beter voor iets anders kunt gebruiken. Wees ook niet kwaad op uzelf. Het leren voorkomen van negatieve emoties is geen kleinigheid. U kunt uzelf beter vergeven voor de aanwezigheid van dit vervelende gevoel. Net als iedereen denkt u vermoedelijk dat uw negatieve emoties een absoluut en reëel beeld van de werkelijkheid geven. Uw mensenbrein dikt uw pre-emoties nog eens extra aan met akelige herinneringen uit het verleden en zelf gefabriceerde toekomstvoorspellingen. Hierdoor wordt de indruk uit uw reptielenbrein omgezet in een zich zelf versterkende en behoorlijk vervelende emotie. Volgens u is dit gevoel echt en helemaal waar. Wees u er echter van bewust dat die vervelende gedachten en gevoelens, maar een mening zijn. Een mening die kan kloppen, maar die naar alle waarschijnlijkheid niet volledig met de werkelijkheid overeenstemt en voor een belangrijk deel het gevolg is van uw op hol geslagen mensenbrein.

Door automatisch achter al uw gevoelens aan te rennen verliest u het contact met de werkelijkheid en construeert u in uw hoofd een eigen schijnwerkelijkheid vol met verschrikkingen en fantasieën. Ons brein probeert ons een beeld van de werkelijkheid te geven dat ons moet helpen om te overleven in een harde, woeste prehistorische wereld. Het is van nature nogal pessimistisch ingesteld. De overlevingskansen van een angstig en voorzichtig mens zijn nu eenmaal groter dan die van een blijmoediger persoon. Het is echter een beeld van de buitenwereld dat niet meer klopt. Uw brein denkt ‘better safe than sorry’, maar zadelt u daarmee wel met een vals wereldbeeld en de daarbij behorende vervelende emoties op.

Het is dan ook belangrijk om u te realiseren dat dit automatische emotioneel gekleurde beeld niet de werkelijkheid zelf is. Het is maar een mening en hoe echt het ook lijkt te voelen het is niet de realiteit. Benader deze met emoties gekleurde gedachten als wat ze zijn: een mening. Realiseer u dat het om een volkomen normale en onschuldige automatische reactie op de buitenwereld gaat. Accepteer hun aanwezigheid, maar doe wel een stapje terug en vraag uzelf af of u iets aan dit gevoel hebt. Kunt u er iets mee? Bekijk de situatie nog eens van een afstandje. Blijft het hetzelfde of verandert er iets? Is het gevoel bij nader inzien misschien minder reëel dan het zich in eerste instantie liet aanzien?

De pre-emoties van uw reptielenbrein zijn onontkoombaar, daar kunt u niet omheen en zit u gewoon mee opgescheept. Maar uw reptielenbrein is niet de slimste thuis. Met wat handigheid valt het soms te bedotten. Met de bodyscan oefening uit de vorige les heeft u geleerd dat emoties gepaard gaan met bepaalde lichamelijke toestanden. Zo spannen uw spieren zich, gaat u sneller ademen en slaat uw hart op hol wanneer u ergens bang voor bent of boos over wordt. Uw reptielenbrein bereidt uw lichaam daarmee voor op een vecht of vlucht reactie. Deze lichamelijke reactie kunt u echter met uw mensenbrein overrulen. U kunt uw spieren bewust ontspannen en u kunt rustiger door uw buik gaan ademhalen. Door dit te doen raakt uw reptielenbrein in de war. Het weet niet wat het er mee aan moet, uw lichaam reageert anders dan zou moeten. Het krijgt tegenstrijdige signalen en vermindert de uitstoot van de stresshormonen die bij de emotie horen. Dwing uw mond in een glimlach als u verdrietig bent, uw wat dommige reptielenbrein denkt dat u vrolijk bent en stopt enigszins verward met de uitstoot van ‘verdriethormonen’. Accepteer de aanwezigheid van de emotie, maar laat uw lichaam een tegengesteld signaal afgeven. U kunt zo de emotie niet helemaal uitschakelen, maar wel de intensiteit beperken.

Door uw spieren niet te spannen wanneer u angstig bent, door te glimlachen wanneer u verdrietig bent accepteert u de aanwezigheid van de negatieve emotie eigenlijk nog vollediger. Uw reptielenbrein denkt dat u er van afziet om te vluchten of te vechten, dat u er van afziet om met huilen de troostende aandacht van uw stamgenoten te trekken. Het krijgt zo de indruk dat de emotie overbodig is geworden. De volgende stap op weg naar het zo veel mogelijk verminderen van uw negatieve emoties, uw ‘patheiai’ is het leren beheersen van uw gedachten.


maandag 6 augustus 2018

ZIJN GEVOEL EN RATIONALITEIT EIGENLIJK HETZELFDE?


Volgens de stoïcijnen kun je alleen helemaal je zelf zijn door een leven te leiden in harmonie met de natuur. Dat is iets anders dan terug naar de natuur. Het is ook iets anders dan het toegeven aan uw instincten. Als baby en peuter gedraagt u zich nog volgens uw instincten en dat is doorgaans nogal zelfzuchtig. Op het moment dat u de jaren des onderscheids bereikt krijgt u het, niet minder natuurlijke vermogen om over de werkelijkheid te reflecteren en gaat u het verschil tussen uw zelfzuchtige overlevingsinstincten en rationele handelingen ontdekken. Dat betekent niet dat de kille rede de plaats gaat innemen van uw instinctieve emoties. Zo werkt het niet. Ook emoties zijn een vorm van rationaliteit. Het zijn oordelen over de mate van wenselijkheid van een bepaalde situatie. Oordelen die juist of fout kunnen zijn. Door het steeds beter ontwikkelen van uw rationele vermogens zal ook uw oordeelsvermogen steeds beter worden. Dat betekent dat uw emoties steeds rationeler en verstandiger worden. Het betekent niet dat er iets aan de inhoud of intensiteit van die emoties verandert. De emoties zelf blijven hetzelfde. De momenten waarop u ze ondergaat worden wel anders.

Zo zult u nog steeds bang zijn voor een wilde man die u met bijl achter na zit, dat is een heel redelijke angst. Maar u zult uw irrationele angst voor een klein muisje kwijtraken. Dit is een nogal banaal voorbeeld, maar een beter oordeelsvermogen kan er ook voor zorgen dat u uw angsten om af te gaan en voor een groep te spreken verliest. Rationele oordelen helpen u om minder onnodige stress te ervaren, omdat u zich niet langer druk maakt om de dingen waar u van weet dat u er toch geen invloed op kunt uitoefenen.

Het moet natuurlijk niet blijven bij het puur intellectuele besef dat uw vervelende emoties vaak het gevolg zijn verkeerde oordelen. U zult er ook naar moeten handelen en daar zit nou net de kneep. We weten vaak wel hoe de vork in de steel zit, maar het volstaat nu eenmaal niet om ergens de waarheid van in te zien. U zult keer op keer, in het begin tegen uw gevoel in, moeten handelen alsof u een rationeel oordeel geveld hebt. In werkelijkheid zult u nog steeds een angstig gevoel hebben bij het zien van dat muisje. Door echter telkens weer te handelen alsof u niet bang bent zal uw rationele oordeel steeds verder verweven raken met uw automatische instinctieve handelingsrepertoire. Uw reptielenbrein zal aan uw nieuwe manier van omgaan met muisjes (of andere irrationele emoties) gaan wennen en op een gegeven moment is uw muizenangst volledig verdwenen.

Het leren leven als een stoïcijn heeft wel wat weg van het leren fietsen of een muziekinstrument leren bespelen. In het begin moet u ontzettend opletten en heel bewust bezig zijn met wat u doet. U moet aan alles aandacht besteden en u constant afvragen waarom u het ook al weer op die manier moest doen. U maakt voortdurend fouten en tot uw ergernis gaat het telkens toch weer fout. Maar op een gegeven moment zorgt de herhaling er voor dat uw handelingen automatisch verlopen en wordt fietsen, muziek maken of het vellen van een correct emotioneel oordeel een tweede natuur. Op eens beseft u dat u uw muizenfobie kwijt bent. Het echte stoïcisme komt neer op een ‘beetje’ theorie en een heleboel oefening. Met de nodige zelfspot formuleerde Epictetus het zo:

“Je kijkt er niet vreemd van op dat je om timmerman of stuurman te worden iets moet leren. Waarom denk je dan dat je een virtuoos mens kunt worden zonder dat je daar iets voor hoeft te doen? […] De boeken van de stoïcijnse filosofen staan vol met interessante praatjes, maar wat hebben we daar aan? Stoïcijnen moeten hun theorieën niet alleen opschrijven, maar vooral in praktijk brengen en daar wil het nog wel eens aan schorten.” (Epictetus; Colleges; boek IV; hoofdstuk 4)

Voor een mens is rationaliteit volkomen natuurlijk. Het is niet minder natuurlijk dan uw overlevingsinstincten. Sterker nog het is uw sterkste en meest effectieve instinct. Dat neemt echter niet weg dat u er iets voor moet doen. Om er goed gebruik van te kunnen maken zult u het moeten trainen. Hoe beter uw rationele oordeelsvermogen functioneert hoe beter u zich zult gaan voelen. Rationaliteit en gevoel vormen geen tegenstelling. Ze zijn in wezen hetzelfde.

vrijdag 3 augustus 2018

EEN STOÏCIJNSE ZANGER MET PLANKENKOORTS




Angst is het ADHD broertje van piekeren en zorgen. Eigenlijk zijn dat alleen in gradatie minder sterke angstgevoelens. Ze zijn als het ware wat minder druk en urgent dan de echte angstgevoelens die luidkeels om aandacht vragen. Angst is een evolutionair oude en belangrijke emotie die noodzakelijk is om te kunnen overleven en gevaarlijke situaties te vermijden. Zodra uw reptielenbrein meent dat er gevaar dreigt wordt er een stoot adrenaline in uw bloed gepompt, gaan uw hartslag en bloeddruk omhoog en spannen uw spieren zich. Uw lichaam is klaar om te vluchten of vechten. U kunt er niet zonder om een aanstormende sabeltandtijger, of een, in deze tijd wat waarschijnlijkere, vrachtwagen, op tijd te kunnen vermijden.

Het is één van de vier basisemoties van de stoïcijnen (de anderen zijn: emotionele pijn, genot en verlangen). Ook zij zagen in dat angst onder bepaalde omstandigheden gepast is en dan best een ‘eupatheia’ kan zijn om acute dreiging het hoofd te kunnen bieden. De ellende begint echter op het moment dat er helemaal geen acuut gevaar dreigt. Als u bang wordt van muizen, open ruimtes, mensenmassa’s of als u door stress een onbestemd angstgevoel hebt is er sprake van een bijzonder vervelende ‘patheia’. Ook plankenkoorts, faalangst en meer van dat soort angsten zijn buitengewoon vervelend en kunnen uw functioneren flink beïnvloeden. Angst wordt in de woorden van de stoïcijnen dan de irrationele verwachting dat er iets onaangenaams gaat gebeuren of dat iets aangenaams niet verkregen kan worden. Tegenwoordig is de meeste angst allesbehalve rationeel en is het een akelige emotie die uw plannen en levenskwaliteit heel negatief kan beïnvloeden. Kortom het is een emotie waar u doorgaans liever van af wilt.

Veel angsten worden aan de verkeerde dingen besteed. U bent bang voor wat uw collega’s, uw baas, uw vrienden van u denken. U bent bang om allerlei ernstige ziektes en gebreken op te lopen. U bent bang voor muizen, hoogtes of kleine ruimtes. U bent bang voor uw inkomen, huis en andere bezittingen. Een kenmerk van de meeste van deze angsten is dat u er geen noemenswaardige invloed op kunt uitoefenen. Dat betekent niet dat ze totaal onbelangrijk zijn en dat u kunt eten wat u wilt, dat u langs het randje van de afgrond kunt lopen en dat u uw huis en baan kunt laten versloffen. Het betekent wel dat ze onbelangrijk zijn voor een gelukkig en virtuoos leven. Dat is niet het zelfde als dat ze niet van belang zouden zijn. Het zijn echter dingen waar u geen volledige controle over hebt en die dus niet nodig zijn voor een virtuoos leven. Wat voor een gelukkig en virtuoos leven wel van belang is zijn en waar u wel wat aan kunt doen is het voldoende zorg aan uw gezondheid, uw relaties en bezittingen besteden. Daar draait het om en als u dat op orde hebt hoeft u zich over de uitkomst van uw inspanningen niet druk meer te maken.

Eén van Epictetus’ leerlingen was een in zijn tijd populaire muzikant. Het was een zanger die zichzelf op de citer begeleidde. Dit popidool uit de eerste eeuw na Christus kreeg op een gegeven moment last van plankenkoorts en durfde tot wanhoop van zijn fans nauwelijks meer op te treden. Ten einde raad zocht hij hulp bij de filosoof Epictetus. Die zei dit tegen hem:

“Als ik iemand zie die bang is, vraag ik me altijd af: ‘wat wil hij nou eigenlijk?’ Dat moet wel iets zijn dat buiten zijn macht ligt, anders zou hij niet zo bang zijn. Als je in je eentje aan het repeteren bent, ben je niet bang en zing je prachtig, maar op het podium sta je doodsangsten uit. Het gaat je er dus niet alleen om dat je mooi kunt zingen en spelen. Je wilt ook applaus hebben en daar heb je nu net geen invloed op.” (Epictetus; Colleges; boek II; hoofdstuk 13)

De stoïcijnse tweedeling tussen de dingen waar we wel en geen macht over hebben komt ook hier weer tevoorschijn. De zanger verstaat zijn kunst en hij heeft zich goed voorbereid. Hij heeft alles gedaan wat in zijn macht ligt om een mooie voorstelling te geven. Er is geen enkele reden om bang te zijn. De angst moet dus wel veroorzaakt worden door de onderliggende vrees dat het publiek zijn optreden niet mooi zal vinden. Het enige wat hij daartegen kan doen heeft hij al gedaan: hij heeft gerepeteerd en zich naar zijn beste vermogen voorbereid. Er is geen enkele rationele reden om bang te zijn. Epictetus wil de muzikant laten zien dat hij een duidelijk onderscheid moet maken tussen de dingen waar hij zich wel druk over moeten maken (zijn repetities) en de dingen waar hij niets aan kan doen en zich geen zorgen over hoeft te maken (het applaus van het publiek).

Natuurlijk kan er ook als je goed voorbereid het podium op gaat iets mis gaan. De zanger van Epictetus kan een kikker in zijn keel krijgen, of er kan een snaar van zijn citer springen. Maar wat is nu eigenlijk het ergste wat er kan gebeuren. Een zaal met mensen die hem uitfluiten en boe roepen. Meer niet. Een groep mensen die het kennelijk nodig vinden om hun ongenoegen te uiten. Misschien vervelend, maar in stoïcijnse ogen nou niet direct een ramp. Als stoïcijnse zanger was hij er toch al niet op uit om de waardering van anderen te verkrijgen. Het enige wat hij echt wilde was zijn best doen om mooi te zingen en spelen.

dinsdag 17 juli 2018

Goede manieren, etiquette en andere heilige huisjes


Zeden en gewoonten, gangbare omgangsvormen, goede manieren en etiquette zijn in de ogen van stoïcijnen allemaal zinloze en betekenisloze conventies. Ze verschillen qua tijd en cultuur en zijn allesbehalve rationeel, maar zijn daarom niet minder dwingend. Dwingende regeltjes die dikwijls leiden tot een vervelende en knellende groepsdwang. Zo werd het schudden van handen hier vroeger als onbeschaafd en kleinburgerlijk aangemerkt, totdat het op een gegeven moment de algemene regel werd. Tegenwoordig ziet de rechter het zelfs als een geldige ontslaggrond als mensen geen handen willen schudden want dat zou gelden als een teken van disrespect. Sinds wanneer zijn conventies heilig en rationeel?

Voor een stoïcijn in elk geval niet. Preoccupatie met goede manieren is kenmerkend voor kleinburgerlijkheid. Toch beseffen ook stoïcijnen dat leven en samenleven niet goed mogelijk zijn zonder deze nogal willekeurige omgangsvormen. Het zijn maatschappelijke feiten waar rekening mee moet worden gehouden als je deel wilt blijven uitmaken van een samenleving. In tegenstelling tot hun inspiratiebron de antiburgerlijke hippies van de cynici aanvaarden stoïcijnen goede manieren als een soms zinvol smeermiddel noodzakelijk voor een goede verstandhouding. De conventies van de goede manieren moeten zo nu en dan tegen wil en dank geaccepteerd worden. Toch moet niet vergeten worden dat het in wezen niets anders is dan irrationele groepsdwang die zelfs tot uitsluitingen en uitstoting uit de maatschappij kan leiden. Een stoïcijn moet kiezen tussen weglopen of meedoen op grond van niet meer dan de hypothetische imperatief dat wie niet eenzaam wil zijn zich tot op zekere hoogte aan de gangbare zeden en gewoonten moet houden. Neem er in elk geval af en toe afstand van, al hoeft dat niet altijd duidelijk te blijken. Blijf er van doordrongen dat ‘goede manieren’ nooit meer zijn dan willekeurige maatschappelijke feiten.


donderdag 12 juli 2018

DE WIJZE ALS ROLMODEL


Net als kinderen hielden veel stoïcijnen er een denkbeeldig vriendje op na. Het was geen speelkameraadje voor eenzame uurtjes, maar een steun en toeverlaat om ze te helpen met hun stoïcijnse praktijk. Ze maakten zich een voorstelling van een stoïcijnse wijze die hen bij alles wat ze deden ondersteunden. Bij alles wat op hun pad kwam, bij ieder obstakel en probleem haalden ze zich deze imaginaire wijze voor de geest om hem te vragen wat hij gedaan zou hebben. Tijdens de ‘ochtendmeditatie’ bespraken ze met hem de uitdagingen van de komende dag, en bij de ‘avondmeditatie’ keken ze naar de belevenissen van die dag. Wat was er goed gegaan en wat zou een volgende keer anders aangepakt moeten worden. Ze noemden hem of haar in navolging van Socrates hun ‘daimonion’. Deze ‘daimonion’ was steeds op de achtergrond aanwezig om hen als imaginaire vriend of vriendin te helpen een betere stoïcijn te worden. Om hen bij te staan op hun queeste op weg naar wijsheid.

Voor de stoïcijnen heeft die wijsheid natuurlijk vooral veel te maken met de goede werking van de ratio, het menselijke verstand. Een wijze is voor de stoïcijnen iemand met een uitmuntend stel hersenen. Hij kent zijn eigen, de menselijke en de universele natuur als geen ander. Hij is daardoor volledig afgestemd op de natuurwetten en de loop van de geschiedenis. Wat de natuur of zijn medemensen ook doen hij ziet het van te voren aankomen. Hij weet precies hoe hij moet reageren en wat het beste is voor hem zelf en de mensheid als geheel. Geen enkele gebeurtenis komt voor hem als een verrassing, niets en niemand kan hem dan ook uit zijn evenwicht halen. Iemand die zijn rede volkomen heeft weten te perfectioneren en in volledige harmonie met de natuur leeft.

De stoïcijnse wijze is dus een soort mengeling tussen superman en de verlichte Boeddha. In tegenstelling tot boeddhisten is heiligenverering niets voor stoïcijnen. Ze waren zich er veel te goed van bewust dat in de echte wereld perfecte mensen niet bestaan. Voor de stoïcijnen was de wijze dan ook vooral een hypothetisch figuur. Een ideaalbeeld dat, hoewel onhaalbaar, toch nagestreefd moest worden. Zelfs de stoïcijnen zelf geloofden niet dat een wijze bestaat of ooit bestaan had. Ook stoïcijnse helden als Socrates, Diogenes en Zeno waren volgens hen geen echte wijzen. Misschien goed op weg, maar toch nog steeds geen wijze. De wijze was volgens hen net zo zeldzaam als de Ethiopische Phoenix en er waren maar heel weinig stoïcijnen die in het bestaan van dit mythische dier geloofden. Dat klinkt misschien ontmoedigend, maar een stoïcijn hoeft niet persé de top te bereiken om toch goed bezig te zijn. Hij is volkomen tevreden met het besef dat hij zijn best heeft gedaan. Epictetus zei het zo:

“Ik zal nooit een Milo worden [destijds een beroemde sportheld en kampioen op de Olympische Spelen], maar ik train mijn lichaam wel. Ik zal ook nooit een nieuwe Croesus [een in de Oudheid bekende multimiljardair] worden, maar ik heb mijn zaakjes wel op orde. Een stoïcijn geeft niet op, alleen omdat hij ergens nooit de beste in zal worden.” (Epictetus; Colleges Boek I, hoofdstuk 2)

Toch staan de stoïcijnse teksten vol met verwijzingen naar de wijze. Dat lijkt een beetje raar als je er aan twijfelt of er ooit een wijze heeft bestaan en er al helemaal geen hoge verwachtingen van hebt dat er in de toekomst ooit één zal bestaan. De wijze is niets meer dan een rolmodel, een ideaal dat nagestreefd moet worden, ook al is het onbereikbaar. Een imaginair voorbeeld, een onhaalbaar einddoel dat het desondanks waard is om na te jagen. Het is hier voor een stoïcijn niet het einddoel dat telt, maar de weg er naar toe. De weg is het doel. Het is ook het enige doel dat haalbaar is.