zaterdag 28 februari 2026

Spijt: Hoe maakt u van een negatieve emotie een aanzet tot verbetering

 Spijt is een van de meest menselijke emoties, een bittere cocktail van zelfverwijt, gemiste kansen en het gevoel dat de tijd niet terug te draaien is. Maar wat als we spijt niet zien als een last, maar als een leraar? De stoïcijnse filosofie biedt een radicaal perspectief: spijt is een verspilling van energie, tenzij we er actief van leren. In deze moderne interpretatie verkennen we hoe we spijt kunnen ombuigen van een verlammende emotie (een passie)  naar een katalysator voor groei (een eupatheia).

Spijt is de emotie waarbij u wenst dat u iets op een andere manier had aangepakt. U verwijt uzelf hierbij dat u een fout hebt gemaakt of iets hebt nagelaten. U gaat er bij deze negatieve emotie vanuit dat u invloed op de uitkomst had kunnen uitoefenen, dat u het anders had kunnen doen. Evolutionair gezien speelt spijt een rol bij het versterken van de groepsbinding. Door spijt te voelen en vooral te betonen nadat u iets ten nadele van de groep of een ander groepslid hebt gedaan, laat u zien er toch aan te hechten dat anderen u waarderen. Het is een poging om verstoting uit uw groep te voorkomen. U probeert de anderen voor u in te nemen en de zwaarte van eventuele represailles te verlichten.

Voor stoïcijnen is spijt een totale verspilling van emotionele energie. Het verleden is bij uitstek een van die dingen waar u geen enkele invloed meer op kunt uitoefenen. Het is dus iets dat u links kunt laten liggen. Maar helemaal onbelangrijk is het toch niet. Zoals we eerder zagen heeft iedere negatieve emotie een rationele en positieve tegenhanger. U kunt namelijk weldegelijk iets leren van uw spijtgevoelens, sterker nog een stoïcijn moet er zelfs van proberen te leren. Uw spijt is daarom vrijwel geheel zinloos, maar niet helemaal.

Het verleden ligt buiten uw bereik. Hetzelfde geldt trouwens ook voor de toekomst. Het enige moment in de immense zee van de tijd waar u invloed op kunt uitoefenen is het hier en nu. Als u uw best gedaan hebt dan is er geen enkele reden om spijt te hebben, maar ook als u echt iets te verwijten valt blijft het hebben van spijt nog steeds verspilde energie. U kunt u hooguit voornemen om voortaan beter uw best te zullen gaan doen. Spijt is een zinloze en totaal overbodige passie. Wat uw situatie ook is, het beste wat u kunt doen is het resultaat van uw handelen gewoon accepteren. U kunt er toch niets meer aan doen. De stoïcijnse acceptatie en het stoïcijnse fatalisme kunnen u hierbij helpen. Ook de oefeningen van het afstand nemen, de panoramablik, de blik in de eeuwigheid en de staf van Hermes kunnen u van uw spijtgevoelens afhelpen. Dat betekent trouwens niet dat u maar gewoon in de situatie moet berusten. Stoïcijnen zijn geen fatalisten, integendeel. Als de uitkomst van uw handelingen u niet zint, moet u aan de slag om uit te zoeken wat u zou kunnen ondernemen om de schade te herstellen. Denk er daarbij wel aan dat u altijd onderscheid moet maken tussen uw interne doelen en de resultaten van uw inspanningen. Het gaat altijd alleen om uw bedoeling en uw inzet en niet om de externe resultaten, die u toch niet in uw macht hebt. U doet uw best, meer wordt er niet van u verwacht.

Laten we eens kijken wat het moderne stoïcisme u kan leren om van de vervelende emotie spijt uw bondgenoot te maken. Spijt is de emotie waarbij u wenst dat u in het verleden anders had gehandeld. Het valt onder de stoïcijnse categorie van "bedroefdheid", een van de vier hoofdpassies (naast begeerte, vrees (bangheid) en genot (blijheid) die volgens de stoïcijnen onze rede vertroebelen. Spijt kenmerkt zich door:

  • Zelfverwijt: U houdt uzelf verantwoordelijk voor een fout of nalatigheid.

  • Illusie van controle: U gaat ervan uit dat u had kunnen ingrijpen, alsof het verleden nog te veranderen is.

  • Sociale functie: Evolutionair gezien versterkt spijt groepsbinding. Door spijt te tonen (bijvoorbeeld na een conflict), signaleert u dat u de groep waardeert en probeert u verstoting te voorkomen. Het is een overlevingsmechanisme, geen moreel kompas.

"Spijt is als een pijl die je op jezelf afschiet, je kunt hem niet meer tegenhouden, maar je kunt wel beslissen waar je hem laat landen." (eigen paraphrase van Epictetus).

Spijt is voor de stoïcijnen een meestal zinloze maar soms toch nuttige emotie. U zult wel denken: “Waar slaat dit nu weer op?". Zinloos, maar toch nuttig? Het verleden is niet van u. Stoïcijnen benadrukken het simpele feit dat het verleden niet meer bestaat. Het is een verzameling gebeurtenissen waar u geen enkele invloed meer op hebt. Spijt is dus een emotionele investering in iets dat niet langer bestaat, alsof u zou rouwen om een vervlogen droom. Maar dat betekent niet dat spijt helemaal waardeloos is. Het kan een signaal zijn. Zo is het een leermoment: Wat zou u nu anders doen? (Denk aan de premeditatio malorum). En het is een waarschuwing: Het helpt u patronen te herkennen die tot spijt leiden (bijvoorbeeld impulsiviteit, uitstelgedrag).

Maar ook de toekomst komt u niet toe. Net als het verleden ligt de toekomst buiten uw directe controle. Het enige wat u wel kunt beïnvloeden, zijn uw acties in het heden. Spijt over gisteren leidt zelden tot betere keuzes vandaag, tenzij u het nu op dit moment omzet in concrete stappen. Als stoïcijn zou u zich bij een gevoel van spijt moeten afvragen: "Wat kan ik nu doen om deze situatie te verbeteren of te voorkomen dat het opnieuw gebeurt?" Als stoïcijn zou u nergens spijt van moeten hebben, maar wel voor alles wat u doet verantwoordelijkheid nemen. Spijt is een passieve emotie ("Had ik maar…"). Het nemen van verantwoordelijkheid is daarentegen actief ("Wat doe ik eraan?"). Spijt: "Ik had die relatie niet moeten verpesten." Verantwoordelijkheid: "Ik ga vandaag contact zoeken en mijn excuses aanbieden, maar dan wel zonder verwachtingen over het resultaat."

Spijt lost u niet op door erin te blijven hangen, maar wel door u er doorheen te werken. Een mooie oneliner die makkelijker gezegd dan gedaan is, maar hoe pakt u dat aan?  Laten we maar eens kijken hoe dat zit en wat het voor u in de praktijk van uw, ongetwijfeld, hectische leven betekent. Er zijn een aantal stoïcijnse technieken die u daarbij kunnen helpen:

1. Acceptatie: Het verleden is nu eenmaal een feit

  • Schrijfoefening: Schrijf de situatie op en voeg eraan toe: "Dit is gebeurd. Ik kan het niet veranderen, maar ik kan wel kiezen hoe ik er nu mee omga."

  • Panoramablik: Stel u voor dat u vanaf een bergtop naar uw leven kijkt. Hoe ziet deze "fout" eruit in het grotere geheel? (Denk aan de gelijknamige oefening).

2. De staf van Hermes: Scheid feiten van oordelen

De staf van Hermes kan alles wat er mee in aanraking komt in goud veranderen. Met die staf kunt u iedere situatie in uw voordeel omzetten. Spijt ontstaat vaak door onze interpretatie van gebeurtenissen, niet door de gebeurtenissen zelf.

  • Vraag uzelf daarom af:

    • Wat zijn de feiten? (Bijvoorbeeld: "Ik heb een deadline gemist.")

    • Wat is mijn oordeel? (Bijvoorbeeld: "Ik ben een mislukkeling.")

  • Hermes’ staf: Gebruik uw rede om het oordeel te ontkrachten. "Een gemiste deadline maakt me niet tot een mislukkeling, het maakt me menselijk. Misschien kan ik er zelfs van leren hoe ik het een volgende keer beter kan doen".

3. Herstel wat herstelbaar is

Stoïcijnen zijn geen fatalisten. Als u spijt hebt over iets dat nog te herstellen valt dan moet u dat zeker niet nalaten:

  • Handel (bijvoorbeeld: excuses maken, schade vergoeden).

  • Laat het resultaat los. U kunt tenslotte alleen uw inzet controleren, niet hoe anderen reageren.

"Doe wat je kunt, met wat je hebt, waar je bent." (Theodore Roosevelt (geïnspireerd door stoïcijnse principes).

4. Premeditatio Malorum: Voorkom toekomstige spijt

We leven in een wereld van keuze overload. Tegenwoordig hebben we meer keuzes dan ooit en dus meer kans op spijt. Visualiseer vooraf hoe spijt zou voelen bij bepaalde keuzes. Bijvoorbeeld:

  • "Als ik dit project uitstel, zal ik later spijt hebben van de gemiste kans."
    Dit is geen piekeren, maar een strategische voorbereiding.

  • "Grass is Greener"-spijt (bijvoorbeeld: een andere baan, partner, woonplaats)? Stoïcijnse antwoord: Focus op wat u wel hebt gekozen, niet op de alternatieven die u hebt laten liggen.

  • Sociale media-spijt (bijvoorbeeld: vergelijken met anderen). Oefen de negatieve visualisatie: "Wat als ik dit allemaal niet had?"

Spijt is niet het probleem maar hoe we ermee omgaan wel. De stoïcijnse benadering leert ons: Te accepteren wat niet te veranderen valt. Nieuwe dingen te leren zonder uzelf te straffen. Te handelen waar mogelijk, maar hecht u niet aan de uitkomst. Spijt is als een schaduw, hij verdwijnt als u het licht van het heden opzoekt. Laat u dan ook niet door spijt overmannen maar ga er onmiddellijk mee aan de slag. Welke spijt houdt u nu bezig? Kunt u er een concrete actie aan koppelen? Hoe zou uw leven eruitzien als u spijt zou zien als een leraar in plaats van een vijand?



zaterdag 21 februari 2026

Over bewuste ervaring, logos en morele verantwoordelijkheid in een modern stoïcisme

 De oude stoïcijnen begonnen hun psychologie niet bij emoties of gedrag, maar bij iets subtielers: de indruk (phantasia). Alles wat wij ervaren, verschijnt via onze zintuigen eerst als indruk in het bewustzijn. Pas daarna volgt instemming (synkatathesis): het rationele oordeel dat bepaalt wat die indruk betekent. In moderne termen: Bewustzijn is het veld waarin ervaringen verschijnen. Begrip, het stoïcijnse oordeel, is de rationele structurering van die ervaringen. Pas op het moment dat het ‘begrip’ tot u doordringt ontstaat een ‘echte’ emotie.  Maar is dat onderscheid wel houdbaar in het licht van hedendaagse neurowetenschap? En wat betekent het voor vrijheid en verantwoordelijkheid?

Voor de oude stoïcijnen was de kosmos doordrongen van logos, een rationeel principe dat zowel natuur als menselijke rede ordent. Die logos is materieel, niet in de zin van tastbare, fysieke materie zoals een steen of water, maar als een actief, rationeel principe dat de kosmos doordringt en ordent. Het heeft wel iets weg van wat wij tegenwoordig energie zouden noemen. Voor de stoïcijnen is de logos de redelijke structuur van het universum zelf, een soort "vuur" of "pneuma" (levensadem/energie) dat alles verbindt en bestuurt. Bewustzijn is geen mystiek bijproduct; het is een natuurlijke functie van een rationeel georganiseerd organisme.

De stoïcijnen zagen rationaliteit niet als iets dat losstaat van de materie, maar als een fundamenteel aspect van de natuur. De logos is de rede die in alles aanwezig is, van de beweging van de sterren tot de groei van een plant. Het zijn de 'natuurwetten' die structuur aan de wereld geven. Dit betekent dat rationaliteit niet iets "bovennatuurlijks" is, maar een eigenschap van de materie zelf, althans, van de materie zoals de stoïcijnen die begrepen: als iets dynamisch en doordrongen van rede. Voor de stoïcijnen is bewustzijn een uitdrukking van de logos. De menselijke rede is een vonk van de universele logos. Dit betekent dat bewustzijn niet iets is dat "toevallig" ontstaat uit materie, maar een natuurlijke manifestatie van de rationele orde in het universum. Het is alsof de logos zichzelf in de mens reflecteert. Belangrijk is dat de stoïcijnse materie niet passief is, zoals in moderne materialistische opvattingen. Het is actief, levend en doordrongen van rede. De logos is dus niet iets dat "aan" materie wordt toegevoegd, maar het is de wijze waarop materie zich organiseert en functioneert.

Het menselijk bewustzijn wordt dan een manifestatie van de natuurlijke orde van het universum. De stoïcijnen maakten bij hun beschrijving van het menselijk bewustzijn onderscheid tussen:

  • Indruk (phantasia) – dat wat zich via onze zintuigen aandient.

  • Instemming (synkatathesis) – het oordeel dat wij eraan geven.

En precies daar waar wij de mogelijkheid hebben om te oordelen, situeerden zij onze vrijheid. Het stukje van de universele logos dat u bent is ook de plek waar uw vrijheid ligt. De instemming met uw zintuiglijke input is de bron van uw emoties. Voordat er zo’n echte emotie ontstaat heeft zich echter al een pre-emotie gevormd. Die pre-emotie is volledig automatisch en kan niet vermeden worden. Pas op het moment dat u instemming aan de indruk geeft, heeft u invloed op wat u voelt. Dit lijkt verbazingwekkend veel op moderne inzichten. 

Hedendaagse cognitieve wetenschap beschrijft het brein als een predictieve engine: een systeem dat voortdurend hypothesen genereert over de wereld, nog voordat we ons daarvan bewust zijn. Volgens de predictive processing-theorie (Clark, 2013; Friston, 2010) is wat we ervaren geen passieve weergave van de werkelijkheid, maar een actieve constructie, een mix van sensorische input (de indruk) en voorspellende modellen. Deze inzichten hebben diepgaande implicaties:

  1. Bewustzijn als nabeschouwing
    Veel van ons "begrip" ontstaat pre-reflectief: het brein interpreteert patronen voordat we ze bewust verwerken. Emoties, bijvoorbeeld, zijn vaak het resultaat van automatische betekenisverlening (Damasio, 1999), een snelle, onbewuste evaluatie van "veilig" of "bedreigend". Reflectieve rede komt meestal pas achteraf in actie, als een correctiemechanisme. De stoïcijnen kenden dit patroon en hadden het over automatische pre-emoties en echte emoties die pas ontstaan na instemming. 

  2. De illusie van directe controle
    De klassieke Stoa stelde dat wij onze instemming (assent) bewust kunnen beheersen: we kunnen kiezen hoe we op indrukken reageren. Maar moderne psychologie toont aan dat veel oordelen impliciet en geconditioneerd zijn:

    • Evolutionaire bias: Ons brein is geëvolueerd om snel te reageren op bedreigingen (bv. vooroordelen als "vlucht-of-vecht"-heuristieken).

    • Emotionele conditionering: Trauma, beloningspatronen en herhaalde ervaringen vormen onze reacties zonder dat we het merken (LeDoux, 1996).

    • Culturele programmering: Normen, taal en sociale structuren sturen onze perceptie (bv. hoe we "succes" of "geluk" definiëren).

Dit lijkt de stoïcijnse vrijheid te ondermijnen: als instemming vaak voortkomt uit onbewuste processen, wat blijft er dan over van uw vrijheid en verantwoordelijkheid? Wat wij ervaren is al deels interpretatie. Dat heeft grote implicaties:

  • Veel “begrip” ontstaat voordat wij ons daarvan bewust zijn.

  • Emoties zijn vaak het gevolg van automatische betekenisverlening.

  • Reflectieve rede corrigeert meestal pas achteraf.

Hier lijkt het te schuren met de klassieke Stoa. De stoïcijnen dachten dat wij onze instemming bewust konden beheersen. Zoals we zagen maakten ze wel onderscheid tussen de onvermijdelijke pre- emoties en de pas daarna gevormde ‘echte’ emoties, maar toch dachten de oude stoïcijnen meer invloed op hun emoties te hebben dan de moderne wetenschap tegenwoordig voor mogelijk houdt. Moderne psychologie laat zien dat veel van onze oordelen impliciet en geconditioneerd zijn. Vrijheid blijkt minder absoluut dan gedacht. Toch passen de moderne inzichten weldegelijk binnen het stoïcijnse patroon van pre-emoties en ‘echte’ emoties. Alleen lijken de mogelijkheden van bewuste instemming met uw pre-emoties minder makkelijk dan de oude stoïcijnen dachten.

Een hedendaagse stoïcijn moet daarom erkennen dat volledige controle een illusie is. Maar dat beïnvloeding en training weldegelijk  mogelijk zijn. Neuroplasticiteit laat zien dat herhaalde reflectie en oefening het brein daadwerkelijk veranderen. Er moet eerst een gewoonte worden aangeleerd, een karakter worden opgebouwd, voordat u ook daadwerkelijk meer controle over uw gevoelens kunt krijgen. U kunt uw karakter zodanig aanpassen dat u minder snel het slachtoffer wordt van de minder prettige emoties. Dat sluit opmerkelijk goed aan bij de stoïcijnse nadruk op dagelijkse oefening (askesis). Vrijheid wordt dan geen absolute autonomie, maar een gradueel proces van verfijning.

De beroemde stoïcijnse “pauze” tussen indruk en instemming bestaat daarmee nog steeds, maar is kleiner en kwetsbaarder dan gedacht. Mindfulness-onderzoek toont echter aan dat metacognitieve aandacht die ruimte kan vergroten. Cognitieve gedragstherapie bevestigt dat overtuigingen herstructureerbaar zijn. De moderne stoïcijn moet daarom twee dingen doen:

Het bewustzijn trainen (aandacht, observatie van indrukken)
Dit kan door metacognitie als correctiemechanisme te gebruiken. Hoewel veel processen automatisch verlopen, kunnen we onze tweede-orde oordelen trainen:

  • Mindfulness oftewel stoïcijnse prosochē (aandacht) helpt om automatische reacties te herkennen voordat ze escaleren.

  • Neurowetenschap toont aan dat het brein plastisch is: herhaalde reflectie kan impliciete patronen herschrijven (bijvoorbeeld door cognitieve gedragstherapie).

  • Voorbeeld: Een stoïcijn die merkt dat woede opkomt, kan die niet direct stoppen, maar wel de tijd tussen prikkel en reactie vergroten (een kernidee uit de Stoa).

Het begrip trainen (logische analyse van overtuigingen).
De spanning tussen predictieve cognitiewetenschap en stoïcijnse ethiek is geen contradictie, maar een uitnodiging tot herformulering: 

  • Erken de beperkingen: Ons oordeelsvermogen is inderdaad gekleurd door bias, emotie en cultuur. Dat neemt niet weg dat we kunnen leren die kleuring te zien.

  • Train de reflectieve laag: Stoïcijnse praktijken (zoals premeditatio malorum of dagelijkse zelfevaluatie) zijn in feite tools om predictieve modellen bij te stellen.

  • Train uw rationaliteit: Oefen u in kritisch denken en logica. Door uw eerste reacties consequent te bevragen en tegen de lat van de rationaliteit te leggen kunt u iets van uw vrijheid herwinnen.

  • Vrijheid als vaardigheid: Net zoals een musicus zijn instrument leert bespelen binnen de wetten van de fysica, kunnen wij leren binnen onze cognitieve beperkingen een betekenisvol leven te leiden.

Het gaat er hierbij niet om emoties te onderdrukken, maar om interpretaties te verfijnen. Een modern stoïcisme erkent dat wij niet volledig vrij beginnen, maar wel vrijer kunnen worden. Misschien is dit de diepste verschuiving: De klassieke Stoa zag rede als de kern van onze natuur. Ze wisten dat er bij het ontstaan van emoties een automatische voorfase komt kijken, maar overschatten onze vrijheid om daar al dan niet mee in te stemmen. De moderne wetenschap toont dat rede ingebed is in een oceaan van onbewuste processen. Toch blijft het stoïcijnse ideaal relevant: Niet omdat wij volledig rationeel zijn, maar omdat wij in toenemende mate rationeel kunnen worden. Bewustzijn is dus geen perfecte heerser, maar een potentieel centrum van integratie. En misschien is dat voldoende.



zaterdag 14 februari 2026

Epictetus en de zanger met plankenkoorts


Een van Epictetus’ leerlingen was een in zijn tijd populaire muzikant. Het was een zanger die zichzelf op de citer begeleidde. Dit popidool kreeg op een gegeven moment last van plankenkoorts en durfde tot wanhoop van zijn fans nauwelijks meer op te treden. Ten einde raad zocht hij hulp bij de filosoof Epictetus. Die zei dit tegen hem:

“Als ik iemand zie die bang is, vraag ik me altijd af: 'Wat wil hij nou eigenlijk?’ Dat moet wel iets zijn dat buiten zijn macht ligt, anders zou hij niet zo bang zijn. Als je in je eentje aan het repeteren bent, ben je niet bang en zing je prachtig, maar op het podium sta je doodsangsten uit. Het gaat je er dus niet alleen om dat je mooi kunt zingen en spelen. Je wilt ook applaus hebben en daar heb je nu net geen invloed op.” (Epictetus; Colleges; boek II; hoofdstuk 13)

De stoïcijnse tweedeling tussen de dingen waar we wel en geen macht over hebben komt ook hier weer tevoorschijn. De zanger verstaat zijn kunst en hij heeft zich goed voorbereid. Hij heeft alles gedaan wat in zijn macht ligt om een mooie voorstelling te geven. Er is geen enkele reden om bang te zijn. De angst moet dus wel veroorzaakt worden door de onderliggende vrees dat het publiek zijn optreden niet mooi zal vinden. Het enige wat hij daartegen kan doen heeft hij al gedaan: hij heeft gerepeteerd en zich naar zijn beste vermogen voorbereid. Er is geen enkele rationele reden om bang te zijn. Epictetus wil de muzikant laten zien dat hij een duidelijk onderscheid moet maken tussen de dingen waar hij zich wel druk over moeten maken (zijn repetities) en de dingen waar hij niets aan kan doen en zich geen zorgen over hoeft te maken (het applaus van het publiek).

Natuurlijk kan er ook als je goed voorbereid het podium op gaat iets mis gaan. De popidool van Epictetus kan een kikker in zijn keel krijgen, of er kan een snaar van zijn citer springen. Maar wat is nu eigenlijk het ergste wat er kan gebeuren. Een zaal met mensen die hem uitfluiten en boe roepen. Meer niet. Een groep mensen die het kennelijk nodig vinden om hun ongenoegen te uiten. Misschien vervelend, maar in stoïcijnse ogen nou niet direct een ramp. Als stoïcijnse zanger was hij er toch al niet op uit om de waardering van anderen te verkrijgen. Het enige wat hij echt wilde was zijn best doen om mooi te zingen en spelen. Epictetus’ les voor onze bange zanger komt hierop neer:

1. Focus u op wat u kunt beïnvloeden (uw voorbereiding, uw inzet).

2. Aanvaard dat de rest onzeker is (het oordeel van het publiek, toeval, pech).

Ook tegenwoordig is angst een van de belangrijkste passies. Soms lijkt het wel alsof er een angstepidimie heerst. Angst, piekeren en zorgen zijn familie van elkaar: ze verschillen alleen in intensiteit. Waar piekeren en zorgen als een zeurend stemmetje in uw achterhoofd zitten, eist angst uw volledige aandacht op. Angst is een evolutionair oude en belangrijke emotie die noodzakelijk is om gevaarlijke situaties te kunnen vermijden. Zodra uw reptielenbrein meent dat er gevaar dreigt wordt er een stoot adrenaline in uw bloed gepompt, gaan uw hartslag en bloeddruk omhoog en spannen uw spieren zich. Uw lichaam is klaar om te vluchten of vechten. Handig als er een sabeltandtijger (of waarschijnlijker een vrachtwagen) aankomt stormen, maar vervelend als de dreiging alleen in uw hoofd bestaat.

Voor de stoïcijnen was angst (bangheid) één van de vier basisemoties (naast bedroefdheid, blijdschap en begeerte). Ze erkenden dat angst soms gepast is als een ‘eupatheia’, een gezonde reactie op echt gevaar. Maar als angst irrationeel wordt (angst voor muizen, hoogtes, sociale afwijzing of vaag toekomstig onheil) dan is het een ‘passie’: een destructieve emotie die uw leven kan vergallen. De stoïcijnen zagen dus in dat angst onder bepaalde omstandigheden gepast is. De ellende begint echter op het moment dat er helemaal geen acuut gevaar dreigt. Als u bang wordt van muizen, open ruimtes, mensenmassa’s of als u door stress een onbestemd angstgevoel hebt, is er sprake van een bijzonder vervelende passie. Ook plankenkoorts, faalangst en meer van dat soort angsten zijn buitengewoon vervelend en kunnen uw functioneren nadelig beïnvloeden en uw leven bijzonder onaangenaam maken. Angst wordt in de woorden van de stoïcijnen dan de irrationele verwachting dat er iets vervelends gaat gebeuren of dat iets aangenaams niet verkregen kan worden.

Moderne angst is zelden rationeel. Tegenwoordig is angst vooral een akelige passie die uw plannen en levenskwaliteit heel negatief kan beïnvloeden. Kortom, het is een emotie waar u doorgaans liever van af wilt. Angst wordt irrationeel wanneer we bang zijn voor:
  • Oordelen van anderen (collega’s, baas, vrienden).
  • Hypothetische rampen (ziektes, ongelukken, financiële tegenslag).
  • Dingen waar we geen controle over hebben (muizen, kleine ruimtes, het weer).
Deze angsten belemmeren ons zonder enige praktische waarde. Ze maken ons leven kleiner, terwijl ze niets toevoegen aan ons welzijn of onze virtuositeit. Dat is niet hetzelfde als dat het onderwerp van uw irrationele angsten niet van belang zou zijn. Het zijn echter dingen waar u geen volledige controle over hebt en die dus niet nodig zijn voor een virtuoos leven. Wat voor een gelukkig en virtuoos leven wel van belang is en waar u wel wat aan kunt doen, zijn bijvoorbeeld het voldoende zorg aan uw gezondheid, uw relaties en bezittingen besteden. U doet uw best. Daar draait het om en als u dat op orde hebt, hoeft u zich over de uitkomst van uw inspanningen niet druk meer te maken.

Veel angsten lenen zich prima voor een rationele relativering. De zanger van Epictetus kan zich met de ‘premeditatio malorum’ oefening wel voorbereiden op een wereld waarin er nu eenmaal dingen fout lopen. En als het dan toch uit de hand dreigt te lopen en de angst zijn plek opeist, kan onze zanger met stoïcijnse mantras tegen de angst nog een laatste poging doen om zichzelf toch nog onder controle te krijgen. Als angst toeslaat, hebben de stoïcijnen twee krachtige technieken:

1.De ‘Premeditatio Malorum’ (Voorbereiding op het ergste).
Stel u voor wat er mis kan gaan. Door u allerlei rampscenario's voor de geest te halen bent u voorbereid als er werkelijk iets fout zou gaan. Vraag u daarbij wel af of het waarschijnlijk is dat al die ellende ook echt gaat gebeuren. Bedenk vervolgens of u er iets tegen kunt ondernemen als het toch gebeurt. Dit ontkracht de angst door hem concreet en hanteerbaar te maken.

2. De stoïcijnse mantra
Herhaal in gedachten: "Dit is een indruk en niet de werkelijkheid" of “Ik sta sterk in het heden en aanvaard wat is zonder angst of twijfel.”

Angst is niet uw vijand, maar is een signaal. Het is een alarmsignaal dat veel te scherp staat afgesteld. Soms waarschuwt het voor echt gevaar; vaak is het een valse alarmbel. Het stoïcijnse antwoord: Accepteer wat u niet kunt veranderen. Handel daar waar u wel invloed hebt. Relativeer uw angst met rede in plaats van mee te gaan in paniek. Zo wordt angst niet uw meester, maar uw leraar, een herinnering om uw focus te houden op wat er echt toe doet.

zondag 8 februari 2026

Sympatheia: de stoïcijnse verbondenheid van alles met alles

 Dat de stoïcijnse metafysica ook een praktische kant heeft die zelfs consequenties voor uw dagelijks leven heeft komt naar voren in de stoïcijnse ‘sympatheia’. Het Griekse woord ‘sympatheia’ (συμπάθεια) betekent letterlijk "mede-gevoel" of "samen-voelen". Bij de stoïcijnen verwijst het naar het idee dat alles in het universum met elkaar verbonden is door een gemeenschappelijke, rationele en goddelijke kracht: de Logos. 'Sympatheia' is het besef dat alle dingen, van de kleinste deeltjes tot de grootste sterrenstelsels, deel uitmaken van één groot, harmonisch geheel. Het was niet alleen een filosofisch concept, maar ook een spirituele ervaring: het gevoel dat we niet losstaande individuen zijn, maar onderling afhankelijke delen van een kosmos die doordrenkt is van betekenis en orde. De wereld is een levend organisme, en elke gebeurtenis in één deel heeft invloed op het geheel. Marcus Aurelius beschreef het zo:


“Alles is met elkaar verweven, en het ene ding is verbonden met het andere door onverbrekelijke banden.”


Voor de oude stoïcijnen was dit geen poëtische metafoor, maar een natuurfilosofisch principe. Ze geloofden dat het universum werd bezield door Logos, een rationele, goddelijke orde die alles doordringt. Omdat wij deel uitmaken van dat grotere geheel, betekent dit dat onze handelingen nooit losstaan van het geheel van de natuur en de mensheid. ‘Sympatheia’ vormde daarmee de basis voor het kosmopolitisme van de stoïcijnen: het idee dat we burgers zijn van de wereld, niet slechts van een stad of land. Wie begrijpt dat alles met alles verbonden is, handelt met zorg voor het geheel. Voor een stoïcijn is virtuositeit niet alleen zelfbeheersing, maar ook bewust leven als onderdeel van het web van oorzaak en gevolg dat alle wezens omvat.


'Sympatheia' had ook een mystieke dimensie. Het is het gevoel dat u, door u bewust te worden van de verbondenheid met het geheel, deelneemt aan iets groters dan uzelf. Dit komt overeen met wat in andere tradities "eenheidservaring" wordt genoemd, het besef dat de scheiding tussen "ik" en "de wereld" een illusie is. De stoïcijnen zagen dit niet als een vlucht uit de werkelijkheid, maar als een diep inzicht dat leidt tot innerlijke rust en wijsheid. ‘Sympatheia’ blijft niet beperkt tot een theoretisch concept maar vraagt ook om actie: als u schade toebrengt aan een ander, schaadt u uiteindelijk uzelf, omdat u deel uitmaakt van hetzelfde weefsel. Dit idee vindt u terug in de stoïcijnse deugden zoals rechtvaardigheid, moed en matigheid. Het is een spirituele praktijk die u dagelijks kunt toepassen, bijvoorbeeld door u te bekommeren om het welzijn van anderen of door u te verwonderen over de schoonheid en complexiteit van de natuur.


Voor de stoïcijnen was de kosmos dus geen leegte bezaaid met objecten, maar een levend, rationeel en samenhangend organisme. Hun wereldbeeld was holistisch ‘avant la lettre’: alles bestaat binnen één en hetzelfde lichaam, het universum, dat bezield wordt door pneuma (adem, levensgeest) en geordend wordt door Logos (rede, wetmatigheid). De pneuma is daarbij de Logos in actie. Het lijkt wel wat op het moderne onderscheid tussen materie en energie, waarbij materie gestolde energie is. Chrysippus beschreef de kosmos als een levend wezen met een eigen ziel, waarin elk onderdeel zijn functie heeft ten dienste van het geheel. De mens was volgens hem niet het centrum, maar een uitdrukking van diezelfde kosmische rede. Wat ons onderscheidde, was dat we het vermogen hebben om dat grotere geheel te begrijpen en ermee in harmonie te leven. Daarom was 'sympatheia' voor de stoïcijnen geen sentimentele verbondenheid, maar een ontologische: alles beïnvloedt elkaar omdat alles voortkomt uit dezelfde bron. De beweging van een ster, de groei van een plant, de gedachten van een mens, ze waren manifestaties van één en dezelfde universele orde.


De stoïcijnen waren deterministen. Elke gebeurtenis was het noodzakelijke gevolg van voorafgaande oorzaken, als schakels in een oneindige keten.’Sympathia' betekende daarom dat  alles samenhangt omdat alles voortkomt uit dezelfde causale structuur. Wat wij vandaag de dag ‘complexe systemen’ noemen, noemden zij ‘de orde van de natuur’. Een stoïcijn leeft goed wanneer hij zijn wil afstemt op die orde. Niet door passief te berusten, maar door te handelen in overeenstemming met het grotere patroon. Marcus Aurelius zegt hierover:


“Wat het web van het universum weeft, weeft ook jou. Wat gebeurt, gebeurt niet tegen jou, maar door jou als deel van het geheel.”


De moderne kosmologie heeft dat wereldbeeld fundamenteel veranderd. Wat vroeger mystiek was, is nu wetenschap geworden. We weten dat het universum niet gevuld is met levend pneuma, maar met energievelden, materie en lege ruimte die zich ontwikkelen sinds de oerknal. Toch duikt, verrassend genoeg, het idee van onderlinge verwevenheid opnieuw op in de taal van de hedendaagse fysica. Denk daarbij bijvoorbeeld aan:


  • De relativiteitstheorie: In de fysica van het allergrootste vormen ruimte en tijd geen decor, maar een dynamisch veld dat kromt onder invloed van massa. Alles bestaat binnen één continuüm: ruimte-tijd.

  • De kwantumfysica: Op het subatomaire niveau van het allerkleinste vervaagt het onderscheid tussen afzonderlijke objecten. In de kwantumfysica blijkt dat deeltjes die ooit met elkaar in contact zijn geweest, elkaar blijven beïnvloeden, ongeacht de afstand. Dit fenomeen, dat Einstein "spookachtige actie op afstand" noemde, lijkt te wijzen op een diepere verbondenheid in de natuur die de stoïcijnen al intuïtief begrepen.

  • De kosmologie: Alles, van sterrenstelsels tot atomen in ons lichaam, is voortgekomen uit hetzelfde oerplasma van de oerknal. Al het bestaande is afkomstig uit die ene singulariteit. Astrofysici benadrukken dat alle atomen in ons lichaam ooit deel uitmaakten van sterren. We zijn letterlijk gemaakt van "sterrenstof". Dit wetenschappelijke feit echoot het stoïcijnse idee dat we allemaal deel uitmaken van één kosmos. Dat is een fysieke echo van het stoïcijnse idee dat alles één oorsprong heeft.


De metafysische pneuma en logos zijn verdwenen, maar het onderscheid tussen energie en massa en de structuur van een verbonden universum blijft overeind. De stoïcijnse intuïtie dat niets volledig op zichzelf staat blijkt opnieuw een rationele kern te hebben, zij het nu natuurwetenschappelijk onderbouwd.


De moderne fysica leert ons ook iets wat de oude stoïcijnen nog niet wisten: de kosmos is onvoorstelbaar groot, oud, en lijkt grotendeels onverschillig voor ons bestaan. Waar zij in het universum een welwillende doelgerichte orde zagen, zien wij eerder orde zonder bedoeling, patronen, maar geen plan. Een haast Schoperiaanse universele wil zonder richting of gevoel. Toch kan juist dát een hedendaagse vorm van ‘sympatheia’ voeden. Als we erkennen dat we voortkomen uit hetzelfde kosmische proces als alles om ons heen, dan kan daaruit een nuchtere eerbied ontstaan, een gevoel van verbondenheid dat niet religieus is, maar existentieel. We hoeven echt niet te geloven dat het universum ons kent of stuurt. Het is genoeg te beseffen dat we deel zijn van een zelforganiserend geheel dat ons overstijgt, en dat ons leven betekenis krijgt door de manier waarop we onze kleine plaats daarin vormgeven.


Naast de fysica vinden we ook in andere wetenschappen echo’s van de stoïcijnse ‘sympatheia’:


  • Ecologie en systeemdenken: Moderne ecologie leert ons dat ecosystemen complexe netwerken zijn waarin elke soort een rol speelt. Het beschadigen van één onderdeel kan het hele systeem ontwrichten. Dit heeft een directe parallel met het stoïcijnse idee van ‘sympatheia’. Ecosystemen functioneren als netwerken waarin elke soort en elke ingreep invloed heeft op het geheel. Dat is ‘sympatheia’ in biologische vorm: onderlinge afhankelijkheid als feit, niet slechts als filosofisch idee.

  • Neurowetenschap en empathie: Onderzoek naar spiegelneuronen toont aan dat ons brein automatisch reageert op de emoties en acties van anderen. Dit wetenschappelijke inzicht bevestigt dat we biologisch gepredisponeerd zijn om ons met anderen te verbinden. In onze hersenen tonen spiegelneuronen en sociale neurobiologie aan dat we letterlijk “meetrillen” met anderen. Onze biologie is gebouwd voor verbinding. De stoïcijnen vermoedden dit intuïtief: wij gedijen niet als eiland, maar als deel van een gemeenschap.

  • Sociologie en complexiteit: Moderne netwerktheorie en systeemdynamica laten zien dat ook menselijke samenlevingen functioneren als complexe, verweven systemen. Wat individueel rationeel lijkt, kan collectief desastreus zijn, een les die de stoïcijnen als morele waarheid al kenden.

Kortom: de oude Logos is vervangen door interactie, feedback en complexiteit, maar het onderliggende inzicht blijft geldig: alles hangt samen. Een eigentijdse interpretatie van 'sympatheia' hoeft dus geen beroep te doen op een goddelijke orde. We kunnen het herformuleren als rationele empathie: het besef dat wat we doen invloed heeft op anderen, en dat hun welzijn ons eigen welzijn raakt.

Een moderne praktische toepassing zou kunnen rusten op drie pijlers:


  1. Ecologisch bewustzijn: Begrijpen dat ons handelen deel uitmaakt van een groter ecosysteem; duurzaamheid als rationele deugd.  Realiseer dat uw keuzes gevolgen hebben voor het geheel. Dit kan variëren van eenvoudig en duurzaam leven tot het opkomen voor sociale rechtvaardigheid.

  2. Sociaal verantwoordelijk leven: Beseffen dat rechtvaardigheid niet abstract is, maar ingebed in menselijke netwerken; compassie als uitdrukking van redelijkheid. Dit kunt u bevorderen door elke dag een moment te nemen om u bewust te zijn van uw verbondenheid met anderen en met de natuur. Dit kan door meditatie, een wandeling in het bos, of simpelweg door vriendelijkheid te tonen aan vreemden.

  3. Acceptatie en veerkracht: ‘Sympatheia’ leert ons dat tegenslagen en veranderingen onderdeel zijn van het grotere geheel. Door dit te accepteren, kunt u innerlijke rust vinden, zelfs in moeilijke tijden.


Zo gezien is ‘sympatheia’ niet langer een mystiek principe, maar een praktische levenshouding: leven met besef van context, relaties en gevolgen. ‘Sympatheia’ is de stoïcijnse herinnering dat we nooit echt afgescheiden zijn, niet van elkaar, niet van de wereld, niet van de kosmos. Waar de oude stoïcijnen dit zagen als een goddelijk plan, kunnen wij het zien als een wetenschappelijke en morele realiteit: we zijn knooppunten in een levend netwerk. Een modern stoïcijns leven betekent dat besef omzetten in gedrag met wijsheid, rechtvaardigheid en zorg voor het geheel waarvan we deel uitmaken. Niet door de kosmos te aanbidden, maar door haar te begrijpen en door in die kennis een wijze manier van leven te vinden. 'Sympatheia' is daarom geen verouderd concept, maar een tijdloos inzicht dat zowel spiritueel als wetenschappelijk relevant is. Het herinnert ons eraan dat we niet alleen staan, maar deel uitmaken van een groter, betekenisvol geheel. In een tijd waarin individualisme en polarisatie vaak de overhand hebben, biedt ‘sympatheia’ een krachtig tegengeluid: we zijn allemaal met elkaar verbonden, en ons welzijn hangt af van het welzijn van de wereld om ons heen.