zaterdag 19 augustus 2017

EEN SPOEDCURSUS STOÏCISME DEEL III

Stoïcijnse ethiek

De in het vorige deel van deze spoedcursus besproken wereldrede vormt eigenlijk de basis waarop de stoïcijnse ethiek is gebouwd. Omdat de mens deel uitmaakt van de natuur en dus ook van die onpersoonlijke maar wel bewuste wereldrede, moet hij in harmonie met die natuur leven. Als deel van de natuur ben je als mens dus ook een deel van de wereldrede. De stoïcijnen zeggen zelfs dat de natuur alleen al door het bestaan van bewuste wezens als de mens een zelfbewustzijn heeft. De mens is zich bewust van de werkelijkheid om hem heen en maakt zelf deel uit van die werkelijkheid. Per definitie is die werkelijkheid zich dus bewust van zich zelf.

Waar de rest van de natuur zonder al te veel problemen in harmonie met zichzelf verkeert, moet de mens, juist omdat hij deel van de wereldrede is, actief meewerken om die harmonie te bereiken. De hele stoffelijke wereld is gebonden aan de (natuur)wetten van de wereldrede. Alles gebeurt noodzakelijkerwijs in overeenstemming met de wet van oorzaak en gevolg. Alleen een bewust wezen als de mens is niet volledig onderworpen aan die wet. Door deel te zijn van de wereldrede heeft de mens een beperkte vorm van vrije wil. Die vrije wil kan hij gebruiken om in harmonie met de wereldrede te komen en gelukkig te worden. Dit kan alleen door deugdzaam te leven.


Virtuositeit als doel van het leven

Voor de stoïcijnen had de term deugdzaam niets te maken met netjes en fatsoenlijk, de term stond voor een optimale mentale toestand. Een toestand van geestelijk welbevinden en intellectuele scherpte. Deugdzaamheid of, zoals de stoïcijnen het noemen, virtuositeit, is het enige wat ons geluk kan garanderen. Dingen als geld, succes en roem zijn misschien wel leuk, maar hebben volgens de stoïcijnen niets met een gelukkig leven te maken. Er is absoluut niets mis met deze zaken en ze kunnen zeker deel uitmaken van een goed leven, de stoïcijnse filosoof Seneca was naar moderne maatstaven zelfs een multimiljardair, maar ze hebben niets te maken met geluk. Het obsessioneel nastreven van dit soort dingen is doorgaans zelfs slecht voor het mentaal welbevinden en leidt alleen maar tot stress en negatieve gevoelens.

De stoïcijnen hadden een heel systeem van deugden en ondeugden uitgedokterd. De wijsheid is de belangrijkste deugd. Wanneer je wijs bent heb je inzicht en heb je automatisch ook andere deugden als moed, rechtvaardigheid en matigheid. Tegenover de genoemde hoofddeugden staan de belangrijkste ondeugden: de domheid, lafheid, onrechtvaardigheid en hebzucht. Alleen een wijze kan volledig deugdzaam of eigenlijk zoals de stoïcijnen het noemen, virtuoos zijn. Een stoïcijnse wijze heeft een perfect inzicht in de wereldrede, hij kan niet misleid worden en leeft in perfecte harmonie met de natuur. Hij heeft wel wat weg van een boeddhistische verlichte, maar is daarbij ook nog eens praktisch aangelegd. Een dergelijke persoon bestaat natuurlijk niet en de stoïcijnen wisten dat zelf ook wel. Ze zeiden dat een wijze net zo zeldzaam was als de Ethiopische Phoenix en zelfs de stoïcijnen wisten dat een dergelijke magische vuurvogel niet bestond. Zoals we zagen ging het hen sinds Panaetius dan ook niet meer om het bereiken van echte perfecte wijsheid, maar om de weg daar naar toe. De weg is het doel zoals de taoïsten het zeggen. Ook weer zo’n Oosterse filosofie met stoïcijnse trekjes.

De virtuositeit is voor de stoa de weg naar wijsheid. Omdat virtuositeit het enige goede is dient zij alleen al om haarzelf te worden nagestreefd. Alle andere dingen moeten de naar virtuositeit strevende mens onverschillig laten. Het zijn de zogenaamde ‘adiaphora’ de onbelangrijke dingen. Daaronder vallen dingen als genot en pijn, rijkdom en armoede, gezondheid en ziekte, maar ook leven en dood. Dat betekent niet dat het een stoïcijn niet uitmaakt of hij leeft of dood is, rijk of arm is. Een deel van de ‘adiaphora’ verdienen sterk de voorkeur. Een stoïcijn mag rijkdom, schoonheid, leven en gezondheid best nastreven en het is voor een stoïcijn volkomen normaal om dingen als armoede, lelijkheid, dood en ziekte te vermijden. Hij moet zich er echter steeds van bewust blijven dat het dingen zijn die voor een virtuoos en gelukkig leven niet persé nodig zijn. Een stoïcijn kan er net zo makkelijke zonder.
Nauw verbonden met de term ‘adiaphora’ is het woord ‘apatheia’. ‘Apatheia’ betekent vrij zijn van vervelende negatieve emoties. Negatieve emoties of ‘patheiai’ beïnvloeden het welzijn negatief. Volgens de stoïcijnen zijn onze emoties het gevolg van een waardeoordeel. Ze zijn het gevolg van de gedachte dat er iets slechts of goeds gebeurd is of op het punt staat om te gebeuren. Veel vervelende en negatieve emoties zijn echter het gevolg van een verkeerde inschatting van de situatie. Maar juist doordat ze het gevolg zijn van ons eigen oordeel kunnen we er invloed op uit oefenen. Verander je waardeoordeel en je verandert je gevoelens.

Zoals we eerder zagen worden onze waarnemingen automatisch door ons reptielenbrein (de hersenstam) van een pre-emotie voorzien. Ons verstand dat in de hersenschors zetelt, krijgt dus een al door het reptielenbrein voorgekleurde indruk van de buitenwereld voorgeschoteld. Bij de meeste mensen wordt deze pre-emotie zonder morren overgenomen en door het verstand in een volwaardige emotie omgezet. Stoïcijnen willen echter dat je je van deze omzetting bewust wordt. Je moet de pre-emotie wegen en je verstand bewust laten beslissen of je al dan niet met die pre-emotie mee wilt gaan. Dat geeft een stoïcijn de kans om te kijken of een pre-emotie rationeel of irrationeel is. Je zult er dan achter komen dat veel van onze vervelende emoties niet zo rationeel zijn en best door het verstand verworpen kunnen worden.


Vervelende emoties zijn echter niet onder alle omstandigheden ook negatieve emoties of ‘patheiai’. Als je bang wordt voor een op je af lopende muis is er duidelijk sprake van een irrationele pre-emotie. Deze vervelende emotie moet absoluut worden verworpen. Als er echter een vrachtwagen op je af komt denderen is dezelfde emotie heel rationeel en heb je alle reden om bang te zijn. Er wordt altijd gedacht dat een stoïcijn zijn emoties onderdrukt of zelfs het bestaan ervan ontkent. Niets is echter minder waar, een stoïcijn kan een heel emotioneel mens zijn. Geen enkele emotie wordt uitgesloten. Hij streeft er echter wel naar om zo min mogelijk vervelende emoties te voelen en om alleen de emoties te voelen die ook echt passen bij de omstandigheden. Hij probeert zijn waardeoordelen over dingen en gebeurtenissen dan ook zo aan te passen dat hij zo veel mogelijk in een prettige mentale toestand verkeert. ‘Apatheia’ duidt op innerlijke rust op harmonie met de wereld en zichzelf. Het is geen ongevoelige passieve levenshouding, maar juist een plezierige en uiterst actieve.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten