vrijdag 2 november 2012

EEN TYPISCH AMERIKAANSE FILOSOFIE?


Willen de Amerikanen werkelijk geleid worden door mensen die egoïsme en het nastreven van eigenbelang willen promoten. Mensen die denken dat solidariteit en mededogen slecht zijn en moeten worden bestreden. Als je de invloed van de Amerikaanse filosofe Ayn Rand (1905-1982) op de Republikeinse aanhang bekijkt zou je het haast gaan geloven.
Ayn Rand is de grondlegster van het zogenaamde objectivisme en schrijfster van het boek ‘Atlas Shrugged’. Dit boek is in een onderzoek van Time Magzine door Amerikaanse lezers, na de bijbel, als belangrijkste boek van de twintigste eeuw betiteld. In Europa is deze pleitbezorgster van het egoïsme zo goed als onbekend, maar aan de andere kant van de Atlantische Oceaan wordt zij alom geroemd. Ze heeft haar theorie van het objectivisme neergelegd in het boek ‘De deugd van het egoïsme’ (‘The virtue of selfishness’). Ook dit boek behoort volgens Time Magazine tot de meest invloedrijke boeken in de Verenigde Staten. Onder meer Alan Greenspan, voormalig voorzitter van de Board of Governors van de Federal Reserve system ("Fed”) en de oud presidenten Reagan en Bush waren aanhangers van haar gedachtegoed. De huidige republikeinse vicepresidentskandidaat Paul Ryan verplicht zelfs al zijn medewerkers haar boeken te bestuderen.

Ayn Rand gelooft niet dat we allemaal van nature egoïstisch zijn, maar ze vindt dat we dat wel zouden moeten zijn. Altruïsme is volgens haar niet alleen onwenselijk, maar zelfs immoreel. Volgens haar is mededogen met andere mensen een masochistische ondeugd die ten koste van alles bestreden moet worden. Een sociaal voelend persoon zou zich verlagen tot een slaaf van de minder bedeelden en daardoor zich zelf en de maatschappij schaden. Ze verwoordt het zelf als volgt: “I consider altruism as evil… It is immoral … because you are asked to love everybody indiscriminately… to love them regardless of whether they have any value”. Voor haar heeft blijkbaar het grootste deel van het menselijke ras geen waarde. Ze beschouwt: “the vast majority of human beings as mediocre, stupid, and irrational”. Ethiek en altruïsme moeten worden teruggebracht tot een simpele ruilhandel: “the principle of trade is the only rational ethical principle for all human relationships. Love, friendship, respect and admiration are just a payment given in exchange for personal, selfish pleasure”. De menselijke waardigheid (vriendschap, liefde, onderlinge bijstand) wordt zo teruggebracht tot een handelsobject waarvoor betaald moet worden.
Haar ideeën bieden een ideologische en theoretische ondersteuning voor iedereen die vindt dat noch de regering, noch iemand anders zich zou moeten bekommeren om de armen, zieken of ouderen. Of zoals Mitt Romney het onlangs in zijn beroemde ‘47%’ speech zei: ”My job is not to worry about those people”. Ook vormt het een filosofische excuus voor de epidemie van narcisme die zich vanuit Amerika over de wereld lijkt te verspreiden.

Rand is van mening dat het ultieme doel van ieder mens ligt in het nastreven van zijn eigen geluk. Op dit punt is de Stoa het volledig met haar eens. Maar daar houdt de overeenkomst met het stoïcisme ook wel op. Het najagen van persoonlijk genot is volgens Rand het meest natuurlijke uitgangspunt voor de mens. Volgens de Stoa geldt dat alleen voor dieren en jonge kinderen, niet voor volwassen ontwikkelde mensen. De oorspronkelijkste drift in ons is die naar zelfbehoud, en op grond daarvan maken we een eerste onderscheid tussen goed (voor ons) en slecht (voor ons). Maar de mens is een sociaal dier dat andere mensen nodig heeft om te overleven. In de loop van ons leven ontwikkelt zich het besef dat niet alleen maar aan zelfbehoud moet worden gedacht. Ook het welzijn van al onze soortgenoten is belangrijk. Een stoïcijn wordt dan ook geacht bij alles wat hij doet te denken aan wat goed is voor de hele mensheid. Dit wordt gezien als een natuurlijk bestanddeel van het leven in de menselijke gemeenschap. Ook uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat altruïsme en een empathische houding tegenover onze mede mens veel eerder tot geluk leidt dan het egoïsme van mevrouw Rand. Zo blijkt uit een recent onderzoek van, onder andere, psychologe Barbara Fredrickson dat het helpen en bijstaan van anderen positieve gevoelens opwekken die mensen gelukkig maken.
Hoe weerzinwekkend haar ideeën ons ook in de oren mogen klinken, mevrouw Rand kan niet zomaar als een vreemd en onbelangrijk randverschijnsel van de filosofie terzijde worden geschoven. Ze is buitengewoon invloedrijk en haar gedachtegoed van egoïsme en narcisme verspreidt zich als een ware epidemie over de wereld. Een epidemie waarop een antwoord gevonden moet worden.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten