zondag 23 maart 2014

De metgezel met een big smile


Kijk eens achterom. U zult een voortdurende metgezel zien: Uw eigen dood. U kunt deze metgezel vrezen of hem tot uw eigen voordeel gebruiken. De keus is aan u. Onze dagen zijn geteld. Iedere minuut worden er duizenden mensen geboren. Sommigen zullen maar een paar dagen leven anderen zullen honderd worden. Maar of we maar een dag of misschien honderd jaar te leven hebben. De vraag blijft: wat maakt ons leven zinvol? De zin van ons bestaan is, zoals we eerder al hebben vastgesteld, de zoektocht naar geluk.
Daar de dood een eeuwigdurend gegeven is en het leven adembenemend kort, moet u uzelf eens afvragen: ‘Moet ik dingen laten die ik eigenlijk doen wil? Moet ik mijn leven leiden zoals anderen dat van mij verwachten? Is bezit vergaren echt zo belangrijk als de maatschappij me wil doen geloven?’ U kunt vruchteloos de dood vrezen of u kunt hem gebruiken om te leren effectief te leven.

De volgende keer dat u wikt en weegt en u afvraagt wanneer u eindelijk eens het heft van uw leven in eigen hand zult nemen stelt u dan eens de volgende vraag: ‘Hoe lang zal ik dood zijn en hoe lang ben ik dood geweest? Het antwoord zal zijn eeuwig. De eeuwen voor uw geboorte heeft u niet bestaan en de eeuwen van uw dood zult u opnieuw niet bestaan. Met dat eeuwige perspectief voor ogen kunt u nu een eigen keus maken en al dat getob, de angst, de vraag of u het u al dan niet kunt veroorloven en al uw schuldgevoelens overlaten aan hen die wel het eeuwige leven hebben.
Als u dergelijke stappen niet gaat zetten, staat u te wachten dat u uw leven uw hele leven zult leiden zoals anderen zeggen dat u leven moet. Uw verblijf op Aarde is slechts kort. Het is uw leven doe ermee wat u wilt.

dinsdag 18 februari 2014

GEDACHTEN KUNNEN JE PIJN DOEN


Het ene moment lijkt alles nog koek en ei en ben je eigen beste vriend, en even later ben je eigen ergste vijand. Je gedachten hebben zich tegen je gekeerd. Als je gedachten je voortdurend vertellen dat de hele wereld tegen je is, wordt iedere ontmoeting of waarneming al gauw een kwelling. In een lange stoet trekken je gedachten door je hoofd, ze buitelen over elkaar heen en brengen allemaal hun eigen schaduwen met zich mee. Je gedachten hebben zich tegen je gekeerd en ook in de buitenwereld gaat alles mis nu je innerlijke wereld totaal ontregeld is.
Bekijk je de tendens van je dagelijkse gedachten wat nauwkeuriger dan zie je hoe ze de innerlijke film kleuren die je op de buitenwereld projecteert. Zo schrikt een angsthaas van iedere onverwachte beweging. Als hij met het vliegtuig gaat is hij er van overtuigd dat het toestel zal neerstorten. Gaat hij naar de huisarts dan weet hij al haast zeker dat hij kanker heeft. Iemand die jaloers is vindt elk uitje van zijn of haar geliefde verdacht, elk lachje naar een ander is een dolksteek in de rug. In de hoofden van deze types (en in die van de driftkikkers, de gulzigaards, de seksmaniakken en de geldwolven onder ons) wakkeren de gedachten dagelijks aan tot een enorme storm. En dat heeft heel wat gevolgen voor hun levensvreugde en die van hun naasten.
Toch is die knoop in je darmen en die brok in je keel niet het gevolg van een oneerlijke echtgenoot of van wie of wat dan ook in de buitenwereld. Je eigen gedachten zijn de oorzaak. Zo’n verkramping is het resultaat van je eigen denkactiviteiten, die door vermenigvuldiging en uitkristallisering de indruk wekken dat ze van buiten komen en voortkomen uit de realiteit.
Het absolute onvermogen om je gedachten in bedwang te houden is de belangrijkste oorzaak van je lijden. Als je ophoudt je verstorende gedachten zo’n belangrijke plaats te geven, zou dat een enorme stap in de richting van innerlijke rust zijn. Je gedachten zijn het enige waar je volledige controle over kunt uitoefenen. Een oude man die naar spelende kinderen kijkt weet heel goed dat wat er gebeurt maar spel is en helemaal niet belangrijk is. De kinderen nemen hun spel wel heel serieus voor hen is het spel de werkelijkheid. Wij doen precies hetzelfde met onze gedachten. Net als kinderen verwarren we onze gedachten met de werkelijkheid. We moeten worden als de oude man die glimlachend naar het kinderspel van onze gedachten kijkt.

maandag 6 januari 2014

The Epictetus Rap

The Epictetus Rap
(From The Epictetus Club by Jeff Traylor)

My name is Epictetus, here's what I'm puttin' down,
If you ain't got your cog[nitive] skills, you're nothin' but a clown....
You know I was a prisoner, you know I was a slave,
It took all of my mind to control how I behave.
But I used my brain to live, I used my brain to get through,
I let go of entitlement, thinking I was due
Whatever I wanted, whatever anyone had,
I learned to focus elsewhere, then I didn't feel so bad.
I took my better feelings and opened up my mind,
I saw I used closed thinking, I saw that I was blind
To all my choices, all my options, all my possibility
And I made a vow right then that I knew I could be free
In my mind and in my heart
And in my thoughts is where to start.

So let me tell you what to do if you truly want to live
A life you can be proud of, a life where you can give
Instead of taking all the time, doing booze and drugs and
Clear your head, clear your conscience,
Clear your record, clear your mind,
Ain't no satisfaction in immediate grati-faction.

Now I know you think your circumstance
Is the reason for your victimstance,
But you know it ain't like that
You can survive like a cat.
Turn it on its ear, turn it upside down,
Instead of being crushed, ask how you can turn it 'round.
Don't just do the time, don't be a stupid fool,
This here is a place where if you play it cool,
You'll be stronger in your thinking, stronger in your heart,
When you come up out of here, you'll now know where to
To live a life of purpose, to live the life you need,
To let go of your past, your demands and your greed.

Instead of robbin' in the hood, but sayin' you are good,
Get yourself on home, forget that Robin Hood syndrome.
Don't be makin' no excuses, don't be blamin' no one else,
Take responsibility and be Master of Yourself.

DE REDE ALS EMOTIE


Mensen zijn net als alle andere levende wezens uitgerust met een genetisch vastgelegd pakket van fysieke en gedragskenmerken nodig om te kunnen overleven. Affecten (emoties en gevoelens) als honger, geilheid en saamhorigheid leveren bij vervulling een gevoel van genot op. De mens streeft van nature naar genot en probeert pijn te vermijden. Net als ieder ander levend wezen trachten wij op deze wijze te overleven. Hiertoe streven we, gedreven door onze emoties, het leven bevorderende zaken als gezondheid, macht, schoonheid en welvaart na. Onze egoïstische genen dingen daar nog het een en ander op af door het streven naar genot te laten samenvallen met de drang zo veel mogelijk van ons genetisch materiaal te verspreiden. Dit leidt tot gedrag dat niet altijd strookt met de belangen van het individu, maar meer met de belangen van de soort of de stam. Dat noemen we dan sociaal of altruïstisch.

Het toegeven aan je affecten levert genot op. Dat dit niet altijd het belang van het voortbestaan van het individu bevordert doet hier niet aan af. De neiging tot genot lijkt welhaast onweerstaanbaar, maar het eenmaal bereikte genot leidt al gauw tot verveling. Bij het nuttigen van junkfood en bij het snel er op en eraf wordt het zelfde biologische genotsgevoel ervaren als bij de meer gecultiveerde vormen van voeding en sex. Het simpel en snel te verkrijgen genot wordt al snel saai en vervelend. Alleen door de rede bij het genot te betrekken kan verveling voorkomen worden. Zo kan voeding in gastronomie en sex in erotiek veranderen. Voor een gelukkig leven is dan ook meer nodig dan biologisch genot alleen. Maar ook een gecultiveerd en beheerst genot is niet voldoende voor een gelukkig leven.

Het meest efficiënte overlevingsaffect waar de mens over beschikt is zijn rede, zijn vermogen tot reflectie en beoordeling. Veel beter dan welke snuit om in de modder naar wortels te zoeken of welk ingebouwd overlevingsgedrag dan ook is de rede in staat het overleven van het menselijk individu te bevorderen. De rede stelt de mens in staat onder de meest uiteenlopende omstandigheden voedsel en beschutting te vinden. Hij stelt hem in staat roofdieren af te weren, prooidieren te bejagen die zijn fysiek in principe ver te boven gaan, voedsel te verbouwen en zelfs onder extreme kou warmte en beschutting te vinden. Toch is de rede, hoe succesvol ook, in oorsprong niets anders dan een evolutionair ontwikkelde overlevingstactiek. En als zodanig in niets verschillend van andere emoties.

woensdag 18 december 2013

IS APENMORAAL HET EINDE VAN DE NATURALISTIC FALACY?


Uit onderzoek naar apen door bijvoorbeeld de Nederlander Frans de Waal en de Amerikaanse Sarah Hrdy komt naar voren dat de basisprincipes van onze moraal ook bij apen voorkomen. We kunnen van apen leren hoe diep sommige vormen van moraal in ons gebakken zitten. Uit onderzoek naar apen komt naar voren dat de mens evolutionair zo succesvol is geweest dankzij vergaande vormen van samenwerking. Wat goed is voor de instandhouding van de groep wordt door mensen net als door andere primaten als goed ervaren. We worden door biologische mechanismen gedreven in de richting van duurzame samenwerking binnen een groep. Moraal komt niet van buiten ons, maar zit in ons, is de boodschap. Onze religieuze en ethische systemen bevestigen slechts wat we al in ons hebben.
Biologen en evolutionair psychologen gaan er tegenwoordig vanuit dat al het menselijk gedrag, en dus ook het normensysteem, uiteindelijk in dienst staat van reproductie en verspreiding van genetisch materiaal. Het morele gevoel is evolutionair al vroeg ontstaan en is bij de mens sterk doorontwikkeld. Moraalbiologen zijn het er over eens dat de groepssamenhang de belangrijkste drijfveer achter moraal en het ontstaan van normen is. Die samenhang is noodzakelijk om zich te handhaven en vormde de basis voor het ongeëvenaarde evolutionaire succes van de menselijke soort. Dat succes is zo groot dat de aarde inmiddels gebukt gaat onder deze soort.
Door samen te werken kunnen mensen meer voedsel verzamelen en in tijden van schaarste delen. Ook kunnen roofdieren en concurrerende groepen mensen beter op een afstand worden gehouden. De mens is evolutionair zo succesvol doordat hij in staat is tot zeer complexe vormen van samenwerking. Door samen te werken heeft hij zich te midden van allerlei bedreigende omstandigheden weten te handhaven. Aanvankelijk in kleine groepen van jager-verzamelaars, maar al gauw in complexere eenheden als dorpen, steden en staten. Met een steeds complexer wordend systeem van waarden.

De vorming van een hechte groep was dus van levensbelang voor de mensen. Iedere vaardigheid die het groepsverband kon versterken, maakte het succes van de menselijke soort groter: herkenning van elkaars gevoelens en wensen, het vertonen van betrouwbaar gedrag, het op elkaar afstemmen van gedrag, gezamenlijke rituelen, de ontwikkeling van taal, het vertellen van verhalen, het maken van muziek, het opstellen van regels, het gezamenlijk geloof in voorouders en goden, etc. etc. De leden van de groep die elkaar het meest hielpen en daardoor het meeste voordeel aan samenwerking konden ontlenen, kregen het grootste nageslacht en hadden de grootste kans op verspreiding van hun genetisch materiaal. Mensen die zich aan de groepsnormen onttrokken, raakten geïsoleerd en werden uitgestoten of gedood. Kortom groepssamenwerking en de daaruit voorvloeiende moraal bevorderen de verspreiding van het genetisch materiaal van de desbetreffende groep.

Het handhaven van de groepsorde is zo een tweede natuur van de mens geworden. Zonder zich ervan bewust te zijn zet hij allerlei middelen in om die samenhang te bevorderen. Men zou kunnen zeggen dat de natuur een mens heeft voortgebracht die normen kan ontwikkelen. Die normen maken het voor dit organisme mogelijk om zich als groep onder de meest uiteenlopende omstandigheden te handhaven.

Het afleiden van normen uit biologische feiten was voor de stoïcijnen iets vanzelfsprekends. Een leven in overeenstemming met de natuur is immers één van de basisideeën van het stoïcisme. Maar sinds Hume is dit voor moderne filosofen een heikele kwestie. Volgens Hume kan een ‘ought’ niet van een ‘is’ worden afgeleid. De zogenaamde ‘naturalistic falacy’: het afleiden van normen uit feiten wordt nog steeds als een filosofische doodzonde beschouwd. Grondslagen van de moraal mogen niet gezocht worden in andere relaties dan de moraal zelf. Dat mag volgens de regels van de logica kloppen, maar moraal valt niet alleen uit de logica af te leiden. Juist doordat de menselijke moraal een genetische basis heeft spelen ook gevoelens en emoties een rol. We doen meestal vol automatische zonder daarover na te denken wat goed is voor de groep. We voelen wat goed is. De keuze voor een bepaald gedrag wordt gemaakt doordat mensen zich goed voelen als zij in het belang van de samenleving en haar leden handelen. We maken die keuze niet met onze rede maar vertalen dat onbewuste gevoel met behulp van onze rede in normen.

Als mensen zich altruïstisch gedragen voelen ze zich gelukkig. Het brein produceert bij dergelijk gedrag endorfinen waardoor we ons prettig gaan voelen. Het gaat zelfs zo ver dat we ons verdrietig kunnen gaan voelen als anderen verdrietig kijken en vrolijk worden als iemand naar ons glimlacht. Dit alles bevordert de groepscoherentie en samenwerking. De stoot endorfinen die sociaal gedrag met zich meebrengt maakt dat wij ons prettig voelen bij moraal gedrag. Emoties en gevoel worden dus veroorzaakt door fysieke processen in ons brein. Het zijn biologische mechanismen die feitelijke omstandigheden vertalen in normen. Dankzij onze emoties en gevoelens weten we in een flits hoe we moeten handelen om te kunnen overleven en de grootste kans op reproductie te hebben. Mensen worden gedreven door een zucht naar voedsel, seks en veiligheid, maar hun moraal zorgt voor een begrip van de ander. Wij voelen een verplichting om bij het streven naar voedsel, seks en veiligheid de belangen van die ander mee te wegen. De functie van moraal is het bevorderen van samenwerking omdat de overleving daarvan afhankelijk is. Ons erfelijk materiaal drijft ons tot samenwerking, omdat wij daardoor datzelfde genetische materiaal beter kunnen verspreiden.
Wat voor ons als rechtvaardig wordt beschouwd leiden wij af uit een evenwicht tussen eigenbelang en groepsbelang. Het is rechtvaardig als iemand die zich inzet voor het welzijn van de groep wordt beloond. Het is ook rechtvaardig als iemand die de groep of leden van de groep schade toebrengt gestraft wordt. De biologische emoties van mensen zorgen ervoor dat mensen datgene goed vinden wat de samenwerking verbetert en dus hun genetisch materiaal beter zal verspreiden. Mensen voelen dat zij in het belang van de verspreiding van hun genetisch materiaal behoren te handelen. Omdat ze zich daarbij goed voelen, zullen ze elkaar die normen opleggen. Onbewust sluiten ze zo een soort sociaal contract. Voor mensen voelt het alsof die normen een eeuwigheidswaarde hebben. Alsof ze heilig zijn. De mens wordt tot deze illusie gedreven door zijn gevoelens, die op hun beurt gegenereerd worden door het onderliggende genetisch materiaal.

Een mens kan zich daar met behulp van zijn reden aan ontrekken. Hij kan tot de conclusie komen dat onze biologische moraal niet onder alle omstandigheden optimaal functioneert. Maar hij zal merken dat dat sterk tegen zijn gevoel in gaat. Tegelijkertijd zal hij een sterke groepsdruk ervaren om zich aan de biologische groepsmoraal te onderwerpen. Toch is dat wel iets wat het stoïcisme van ons eist. Het is heel natuurlijk om de biologische moraal te volgen, maar ook onze rede is een onderdeel van de menselijke natuur. Ons denkvermogen wijst ons erop dat er omstandigheden bestaan die ons noodzaken om van de biologische moraal af te wijken. Zo is het niet alleen onze eigen groep die eerlijk en goed behandeld moet worden. Op grond van onze vermogen tot redelijk denken hebben ook andere groepen recht op een dergelijke behandeling. Ook al gaat dit tegen het biologische gevoel van eigen groep eerst in.

donderdag 12 december 2013

DE DESIDERATA VAN MAX EHRMAN


 
DESIDERATA

Max Ehrmann


Go placidly amid the noise and haste,
and remember what peace there may be in silence.
As far as possible without surrender
be on good terms with all persons.
Speak your truth quietly and clearly;
and listen to others,
even the dull and the ignorant;
they too have their story.

Avoid loud and aggressive persons,
they are vexations to the spirit.
If you compare yourself with others,
you may become vain and bitter;
for always there will be greater and lesser persons than yourself.
Enjoy your achievements as well as your plans.

Keep interested in your own career, however humble;
it is a real possession in the changing fortunes of time.
Exercise caution in your business affairs;
for the world is full of trickery.
But let this not blind you to what virtue there is;
many persons strive for high ideals;
and everywhere life is full of heroism.

Be yourself.
Especially, do not feign affection.
Neither be cynical about love;
for in the face of all aridity and disenchantment
it is as perennial as the grass.

Take kindly the counsel of the years,
gracefully surrendering the things of youth.
Nurture strength of spirit to shield you in sudden misfortune.
But do not distress yourself with dark imaginings.
Many fears are born of fatigue and loneliness.
Beyond a wholesome discipline,
be gentle with yourself.

You are a child of the universe,
no less than the trees and the stars;
you have a right to be here.
And whether or not it is clear to you,
no doubt the universe is unfolding as it should.

Therefore be at peace with God,
whatever you conceive Him to be,
and whatever your labors and aspirations,
in the noisy confusion of life keep peace with your soul.

With all its sham, drudgery, and broken dreams,
it is still a beautiful world.
Be cheerful.
Strive to be happy.


 

DESIDERATA

MAX EHRMAN

Wees kalm temidden van lawaai en haast,
en bedenk, welke vrede er in stilte kan heersen.
Sta op goede voet met alle mensen, zonder uzelf geweld aan te doen.
Zeg uw waarheid rustig en duidelijk, en luister naar anderen;
ook zij hebben hun verhaal.

Mijdt luidruchtige en agressieve mensen,
zij belasten de geest.
Wanneer u uzelf met anderen vergelijkt,
zou u ijdel of verbitterd kunnen worden,
want er zullen altijd kleinere en grotere mensen zijn dan uzelf.
Geniet zowel van wat u hebt bereikt als van uw toekomstplannen.

Blijf belangstelling hebben voor uw werk, hoe onbelangrijk dat ook moge lijken;
het is een waar bezit in het veranderlijke fortuin van de tijd.
Wees voorzichtig in alles wat u doet,
want de wereld is vol bedrog.
Maar laat dit u niet verblinden voor de bestaande deugd;
veel mensen streven hoge idealen na, en overal is het leven vol heldendom.

Wees uzelf.
Veins vooral geen genegenheid.
Maar wees evenmin cynisch over de liefde,
want bij alle dorheid en ontevredenheid is zij eeuwig als het gras.

Onderga de loop der jaren met gratie,
verlang niet naar een tijd die achter u ligt.
Kweek geestkracht om bij onverwachte tegenslag beschermd te zijn.
Maar verdriet uzelf niet met spookbeelden.
Vele angsten worden uit vermoeidheid of eenzaamheid geboren.
Leg uzelf een gezonde discipline op,
maar wees ook zacht voor uzelf.

U bent een kind van het heelal, net als de bomen en de sterren.
U hebt het recht hier te zijn.
En ook al is het niet altijd duidelijk,
toch ontvouwt het heelal zich zoals het zich ontvouwen moet, en dat is goed.

Heb daarom ook vrede met de Natuur,
hoe u ook denkt dat hij moge zijn,
en wat uw werk en aspiraties ook mogen zijn;
houdt vrede met uw geest in de lawaaierige verwarring van het leven.

Met al zijn klatergoud, somberheid en vervlogen dromen is dit toch nog steeds een prachtige wereld.
Streef naar geluk.

 

dinsdag 19 november 2013

WEES GEWOON JEZELF DAN KOMT ALLES GOED, toch?


Het is tegenwoordig in om naar jezelf op zoek te zijn. Veel mensen zeggen dat je om echt gelukkig te worden moet leren van jezelf te houden zoals je bent. Maar wat wordt er dan bedoeld met dat ‘jezelf’? Wat als dat nu iemand is die voortdurend heen en weer stuitert van tevredenheid naar onvrede, van rust naar stress, van enthousiasme naar verveling?
Er wordt dan gezegd: ‘Zo ben ik nu eenmaal, ik kan het ook niet helpen’, en daarmee is de kous af. In heel wat zelfhulpboeken wordt gezegd dat je zowel je zwakke als je sterke kanten moet leren accepteren. Als je je niet meer opwindt over je beperkingen en vrede hebt met jezelf zouden al je innerlijke conflicten worden opgelost en zou je eindelijk het leven ontspannen en vol vertrouwen tegemoet kunnen treden.
Erin berusten dat je bent zoals je bent en onderhand al je neigingen en impulsen botvieren, lijkt verdacht veel op gemakzucht, een compromis met jezelf of gewoon berusting in een totale mislukking. Door te stellen dat je je toch moet kunnen ‘uiten’ en daarmee elke ‘natuurlijke’ neiging de ruimte geven bereik je misschien wel een tijdelijk afvloeiing van je innerlijke spanningen, maar zit je toch nog steeds muurvast in een reeks bepaald niet verheffende eigenschappen. Het zijn in feite nog steeds de zelfde gewoonten, maar dan, met de zegen van de management goeroe, in een leuke verpakking. Zo’n toegeeflijke houding biedt geen enkele oplossing voor dit soort problemen. Als je gewoon jezelf wilt zijn blijf je steken in gewoon zijn.
Dat doet me denken aan vogels die heel lang in een kooi hebben gezeten: als je de deur openzet vliegen ze een rondje en komen uit zichzelf weer terug, in plaats van de wijde wereld in te vliegen. De meeste mensen zijn zo gewend aan hun fouten en beperkingen, dat ze zich een leven zonder niet kunnen voorstellen. Van zoveel verandering en bewegingsvrijheid worden ze duizelig.
Toch ontbreekt het ons niet aan energie. Als je ziet hoeveel inspanning mensen vaak leveren op allerlei gebieden. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat zijn ze met van alles in de weer,  zonder dat er ooit een einde aan komt. Maar bij de gedachte dat we ons zouden moeten toeleggen op kwaliteiten als geduld, rechtvaardigheid, moed en wijsheid schrikken we terug en zeggen dat zoiets veel te veel tijd kost. Of dat het niet zo belangrijk is zonder die dingen hebben we het tenslotte tot nu toe prima gered.
Natuurlijk valt er heel wat te leren van de wisselvalligheden die het leven ons voorschotelt. Levenservaring is zeker niet onbelangrijk. Maar zonder gerichte inspanning blijft het aanmodderen. Er is nog nooit iemand concertpianist geworden zonder heel veel oefening. Geluk is een manier van zijn en voor elke manier of methode geldt dat die eerst aangeleerd moet worden.