In het vorige blog heeft u gelezen hebt dat zelfsaboterend gedrag geen teken van zwakte is, maar van een brein dat veiligheid hoger waardeert dan groei. Het probleem is niet dat dit systeem bestaat, maar dat het in de moderne wereld vaak te scherp afgesteld staat. Wie dat begrijpt, hoeft zichzelf niet te bevechten, maar kan leren samenwerken met zijn eigen beschermingsmechanismen. Niet door geweld of zelfverwijt, maar door begrip, geleidelijke verandering en het herwaarderen van wat “falen” werkelijk betekent.
Nu u dit weet kunnen we eens wat praktische stoïcijnse oefeningen bekijken die ons hierbij kunnen helpen. Voor de stoïcijnen was filosofie meer dan alleen een systeem van overtuigingen, maar vooral een dagelijkse training (askēsis). Zelfsaboterend gedrag werd niet bestreden met zelfverwijt, maar onderzocht, ontmanteld en geleidelijk heropgevoed. De volgende oefeningen zijn geïnspireerd op Epictetus, Seneca en Marcus Aurelius, en vertaald naar een moderne context.
De dichotomie van controle
Doel: Het herdefiniëren van risico en het brein loskoppelen van irreële angsten rondom falen.
Oefening:
Wanneer u merkt dat u uitstelt of vastloopt in perfectionisme, stel uzelf dan twee vragen:
Wat ligt hier werkelijk binnen mijn controle?
(bijvoorbeeld: beginnen, aandachtig werken, mijn intentie)Wat ligt buiten mijn controle?
(bijvoorbeeld: beoordeling, succes, reacties van anderen)
Schrijf dit letterlijk op. Zelfs één zin is voldoende.
Stoïcijnse kern: Epictetus leerde dat lijden ontstaat wanneer we proberen controle uit te oefenen over wat niet van ons is. Zelfsaboterend gedrag verdwijnt vaak vanzelf zodra het risico wordt teruggebracht tot alleen datgene wat werkelijk onder uw invloed valt.
‘Premeditatio malorum’: Falen ontgiften
Doel: Het alarmsysteem van het brein kalmeren door het ergste scenario bewust toe te laten.
Oefening:
Neem een taak die u angst aanjaagt en telkens uitstelt en stel uzelf de volgende vragen:
Wat is het ergste realistische gevolg als dit mislukt?
Hoe groot is de schade écht?
Hoe zou ik hiermee omgaan als het gebeurt?
Ga niet dramatiseren, maar ook niet bagatelliseren. Blijf feitelijk.
Stoïcijnse kern: Seneca adviseerde om rampscenario’s vooraf te oefenen, niet om jezelf bang te maken, maar om ze hun macht te ontnemen. Wat mentaal doorleefd is, schrikt minder af. Veel zelfsabotage verdwijnt zodra het “onuitsprekelijke” uitgesproken is.
Micro-actie: Handelen onder de radar van de angst
Doel: Vooruitgang boeken zonder het evolutionaire alarmsysteem te activeren.
Oefening:
Kies een handeling die:
Maximaal 5 minuten duurt,
Geen meetbaar succes vereist,
niet “goed of perfect” hoeft te zijn.
Bijvoorbeeld:
Eén alinea schrijven.
Eén bestand openen.
Eén e-mailconcept beginnen zonder te versturen.
Stop na die actie, zelfs als u door zou kunnen.
Stoïcijnse kern: De stoïcijnen waren meesters in graduele training. Grote morele sprongen zijn zeldzaam; karakter wordt gevormd door kleine, herhaalde handelingen. Door de lat radicaal te verlagen, omzeilt u het beschermingsmechanisme zonder het te forceren. Ook met babystapjes kunt u uw doel bereiken.
Ontmasker uw innerlijke criticus
Doel: Zelfkritiek transformeren van vijand naar signaal of zelfs naar vriend.
Oefening:
Wanneer zelfkritiek opkomt, noteer letterlijk wat de stem zegt. Vraag uzelf daarna:
Probeert deze stem mij te beschermen?
Waar tegen dan precies?
Is deze bescherming nog nodig in deze situatie?
Herformuleer de boodschap in een realistische, mildere vorm.
Voorbeeld:
“Als dit mislukt, ben je een loser.”
“Ik wil niet afgewezen worden, maar één poging bepaalt mijn waarde niet.”
Stoïcijnse kern: Marcus Aurelius benadrukte dat het niet de indrukken zelf zijn die ons kwellen, maar onze instemming ermee. Door uw innerlijke criticus te onderzoeken in plaats van te gehoorzamen, herwint u uw keuzevrijheid. U kunt uw innerlijke criticus zelfs transformeren tot een coach, die u vriendelijk en mild aanspoort om stapje voor stapje virtuoser te worden. Verander uw criticus in de ‘daimonion’ van de eerder behandelde oefening.
Avondreflectie: zelfsabotage zonder oordeel
Doel: Leren zonder zelfbestraffing.
Oefening (dagelijks, 5 minuten):
Beantwoord ’s avonds drie vragen:
Waar vermeed ik vandaag actie?
Welke angst of bescherming zat daaronder?
Wat zou morgen een iets veiligere eerste stap zijn?
Geen conclusies. Geen “ik had beter moeten…”.
Stoïcijnse kern: Seneca beschreef deze oefening als een innerlijke boekhouding. Niet om schuld op te bouwen, maar om bewustzijn te vergroten. Zelfkennis was voor de stoïcijnen het begin van vrijheid, niet van schaamte.
Vrijwillige imperfectie
Doel: Perfectionisme actief verzwakken.
Oefening:
Kies één kleine handeling per dag waarin u bewust niet optimaliseert:
Een mail die duidelijk maar niet elegant is.
Een taak afronden zonder laatste check.
Iets delen dat niet perfect is maar “goed genoeg”.
Observeer wat er daadwerkelijk gebeurt.
Stoïcijnse kern: Door vrijwillig comfort en controle los te laten (voluntary discomfort), traint u het zenuwstelsel om onzekerheid te verdragen. Perfectionisme verliest zijn macht wanneer het geen gevoel van catastrofe meer kan afdwingen.
Voor de stoïcijnen was innerlijke weerstand geen vijand, maar trainingsmateriaal. Zelfsaboterend gedrag is geen karakterfout, maar een oud beschermingssysteem dat heropvoeding nodig heeft, maar niet hoeft te worden uitgeroeid. Wie leert handelen met zijn angst in plaats van ertegen, ontdekt iets paradoxaal stoïcijns: moed is niet de afwezigheid van angst en terughoudendheid, maar het vermogen om ondanks die angst toch verstandig te handelen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten