zaterdag 3 januari 2026

Schaduwen op de wand

 Wie zijn we? Waarom bestaan we? Waarom moeten wij, als een minuscuul deeltje van de eeuwigheid, een kort, doorgaans onaangenaam leven doorlopen? Wat is onze plaats in het grote geheel? Is er een plan, een bepaald doel? Of is alles volkomen zinloos en heeft het geen enkele betekenis? Ontwikkelt alles zich volgens blinde en volstrekt neutrale in de natuur verscholen krachten zonder enig gevoel? Eeuwige vragen waar de mensheid al sinds haar bestaan mee worstelt.

Waarom stellen we deze vragen? Waarom doen we aan wetenschap? Kennis en inzicht geeft ons natuurlijk meer controle over onze omgeving. We kunnen de toekomst beter voorspellen en kunnen machines bouwen die ons helpen te overleven in dit nogal ruwe universum. Maar dat is niet de enige en misschien zelfs niet de belangrijkste reden waarom we ons dergelijke vragen stellen. Mensen hebben een aangeboren innerlijke neiging om hun sterfelijkheid, hun oorsprong en hun wezen beter te leren kennen. Hoe en waarom dat zo gekomen is weten we niet. Tot nu toe hebben we geen stem gehad in onze eigen evolutie. We zijn geëvolueerd tot een rationeel wezen, geprogrammeerd om te overleven door problemen op te lossen. Dit vermogen tot rationeel nadenken geeft ons een enorm evolutionair voordeel. Een voordeel dat zo groot is dat er tijd en ruimte overblijft om onze ratio in te zetten voor andere dingen dan het vinden van voedsel of het ontsnappen aan een hongerige sabeltandtijger. Zo kunnen vragen gesteld worden naar het hoe en waarom van ons bestaan en het bestaan van het universum.

Daardoor weten we nu dat we zijn beland op een 4,5 miljard jaar oude planeet die rond zweeft in een 13,2 miljard jaar oud melkwegstelsel in een uitdijend 13,8 miljard jaar oud universum met een ongewisse toekomst. Wat moeten we met al die kennis? Helpt dat inzicht in de werking en het bestaan van dat onmetelijke universum ons om ons te verzoenen met de grandeur en tragiek van ons eigen bestaan? Hebben we er wat aan bij het beantwoorden van onze vragen over het menselijk verhaal?

Ondanks wat de meeste religies ons willen vertellen is het onaannemelijk dat dit immense universum speciaal voor ons is gemaakt. Religies komen elk met hun eigen pasklare antwoord op de eeuwige vragen. Zogenaamd gedicteerd door hun god of goden, maar in werkelijkheid opgeschreven door hun aanhangers. Antwoorden die verschillen naar plaats en cultuur en die met het verloop van de geschiedenis volop mee evolueren. Van een door geesten en demonen bewoonde platte Aarde, met heksenvervolgingen en onvolwaardige ongelovigen tot het humanitaire wetenschappelijke wereldbeeld van de moderne mens. Zelfs religies als het christendom zijn in de loop der eeuwen onherkenbaar veranderd. Zo zou de huidige paus in de Middeleeuwen, alleen al omdat hij niet in heksen gelooft, als ketter op de brandstapel zijn beland. Toch houden velen nog steeds vast aan de oude vertrouwde sprookjes en mythes van hun voorouders. Voortschrijding in menselijk inzicht gaat traag en er zijn lange periodes van achteruitgang. In de donkere Middeleeuwen ging veel van de inzichten en humaniteit die in de klassieke wereld was ontdekt weer verloren in de barbarij van het christelijke geloof.

Het idee dat het universum speciaal voor ons geschapen is, is wel een geruststellende en verleidelijke gedachte die hoop geeft in een wereld waarin alles om strijd, dood en verderf lijkt te draaien. Een stoïcijn kiest echter niet voor troost en hoop, maar voor wat aannemelijk en redelijk is. Al die religieuze mythen en verhalen, die allemaal anders zijn en veranderen al naargelang de tijd en cultuur, zijn allesbehalve aannemelijk. Een kennelijk doelloos, gewelddadig en vijandig universum maakt ons eigen bestaan niet opeens waardeloos en onbetekenend. Ook een niet speciaal voor ons gemaakt universum blijft ontzagwekkend, wonderlijk en waardevol. Het is juist onze rationaliteit die het mogelijk maakt om dat universum te leren kennen en onderzoeken. Alleen dat al is voldoende om zin te geven aan het menselijk bestaan.

Ook de stoïcijnen hebben een antwoord op de eeuwige vragen van het hoe en waarom van het universum en ons eigen bestaan. Een antwoord dat gelukkig heel wat minder dogmatisch is dan dat van de meeste religies. Een antwoord dat open staat voor en zelfs rekening houdt met veranderingen en nieuwe inzichten. Voor een stoïcijn is niets heilig. Geen enkel idee, geen enkele religie is onaantastbaar. Het verhaal van het universum en het verhaal van ons verleden en onze toekomst is niet af. Ook zonder dogma’s is dat verhaal niet gespeend van spiritualiteit en poëzie. Een spiritualiteit die niet alleen gericht is op het bevredigen van onze dromen en hoop, maar die gericht is op de werkelijke wereld. Een wereld die veel vreemder en fantastischer is dan de wildste religieuze dromen. Het stoïcisme staat dan ook open voor herziening en baseert zich op wetenschap en het beginsel van causaliteit. Alles heeft een oorzaak en alles in het universum verloopt volgens natuurlijke processen. Seneca verwoordt het in zijn boek ’Natuurverschijnselen’ als volgt:

“Er zal een tijd komen dat de dingen die we nu niet weten en die nog verborgen blijven, aan het licht gebracht zullen worden door het nauwkeurige onderzoek van latere generaties. Voor de bestudering van zulke belangrijke dingen is één mensenleven niet genoeg, zelfs al zou je je met niets anders dan de sterrenhemel bezighouden. Wat moeten we dan als we ons korte leven in een onevenwichtige verhouding verdelen tussen ernstige en onbenullige zaken? Daarom zullen veel kwesties pas door studie van een reeks aan generaties opgelost worden. Er zal een tijd komen dat onze nakomelingen zich verbazen dat wij zulke overduidelijke zaken niet geweten hebben”. (Natuurverschijnselen Boek VII, 25).

Het stoïcisme is de wetenschap vriendelijk gezind, maar kent wel degelijk een eigen spirituele metafysica. De moderne wetenschap zelf is echter ook een stuk spiritueler dan u misschien denkt. Zij leert ons dat de wereld van onze dagelijkse ervaring niet meer dan een schaduw van de echte werkelijkheid is. Kosmologie en kwantummechanica laten ons zien dat wat wij als de werkelijkheid zien misschien genoeg kennis geeft om te kunnen overleven, maar nauwelijks iets met de realiteit te maken heeft. We leven in een wereld vol illusies. Plato’s allegorie van de grot blijkt de huidige wetenschappelijke inzichten over wat als werkelijk en waar kan worden aangemerkt prima te verwoorden. Voor wie die schitterende vergelijking nog niet kent of een beetje vergeten is volgt hier een korte samenvatting.

In zijn boek ‘De Staat’ vertelt Plato bij monde van zijn held Socrates zijn beroemde allegorie. Hij wil daarmee laten zien dat de werkelijkheid zich onttrekt aan wat vanzelfsprekend lijkt en buiten het bereik ligt van wat onze directe zintuigen ons vertellen. Socrates vergelijkt daartoe onze beleving van de werkelijkheid met een groep gevangenen die al hun hele leven vastgebonden zitten in een grot. Het enige wat ze kunnen zien zijn bewegende schaduwen op een muur die wordt verlicht door een vuur dat zich achter hen bevindt. De schaduwen worden veroorzaakt door voorwerpen die voor het vuur langs worden gedragen. De gevangenen zien de schaduwen als hun enige werkelijkheid en geven zelfs namen aan de verschillende vormen die ze langs zien komen. Socrates zegt dat mensen net zulke gevangenen zijn die schaduwen als hun werkelijkheid beschouwen, maar dat er zo nu en dan onder hen een filosoof opstaat die zich van zijn boeien weet te bevrijden. Die filosoof ontsnapt, klimt naar boven en ziet het vuur en de voorwerpen zoals ze werkelijk zijn. Hij gaat zelfs nog verder naar boven en verlaat de grot. Hier wordt hij eerst verblind door het felle zonlicht, maar langzaam maar zeker lukt het hem, als zijn ogen aan het licht gewend raken, om de echte werkelijkheid te onderscheiden. Als onze filosoof terugkeert naar de gevangenen in de grot zullen er volgens Socrates twee dingen gebeuren. In de eerste plaats zal hij de schaduwen op de muur minder goed kunnen zien omdat zijn ogen niet meer aan het donker gewend zijn. Daardoor zullen zijn lotgenoten hem uitlachen en dom vinden. En in de tweede plaats zal hij de discussies van zijn medemensen over de schaduwen voortaan als onbelangrijk geneuzel zien. De onbelangrijke prioriteiten en de kortzichtigheid van de andere gevangenen zullen hem voortaan koud laten. Dat maakt hem wel eenzaam en levert het risico op dat de anderen hem als een afvallige en ongelovige zullen willen vervolgen.

Het is volgens Socrates, en de stoïcijnen zijn dat roerend met hem eens, de taak van de filosofie en wetenschap om te onderzoeken wat er achter de schaduwen steekt en om aan het licht te brengen wat niet verdwijnt als je je vooroordelen laat vallen. We zijn ons er niet van bewust dat we leven in een wereld van illusies, maar achter onze dagelijkse werkelijkheid ligt een onvoorstelbaar en fantastisch universum verscholen. De stoïcijnen gaan ervan uit dat de werkelijkheid rationeel in elkaar steekt en in principe met de rede te begrijpen valt. In hun ogen bestaat er geen transcendente wereld vol met goden en godinnen, maar bestaat er weldegelijk een ordenend principe. Een principe dat zij de natuur of de logos en soms zelfs God noemden. Het is geen persoonlijke god, maar wel het ordenende, rationele bewustzijn van het universum.


woensdag 31 december 2025

Modern stoïcijnse goede voornemens voor het komende jaar

Aan het begin van een nieuw jaar maken veel mensen goede voornemens. Minder scrollen, meer sporten, gezonder eten, productiever zijn. Vaak houden ze het een paar weken vol, daarna zakt het weg. Niet omdat ze zwak zijn, maar omdat veel voornemens gericht zijn op controle over dingen die we uiteindelijk niet volledig beheersen. Het stoïcisme pakt dat anders aan. Deze oude filosofie, die verrassend goed past bij het moderne leven, draait niet om perfectie of zelfkastijding. Het gaat om helder denken, emotionele stabiliteit en aandacht voor wat echt binnen je invloed ligt. Wat betekenen goede voornemens als je ze bekijkt door een stoïcijnse bril?

1. Richt u op wat u wél kunt beïnvloeden

Een kernidee uit het stoïcisme is het onderscheid tussen wat binnen uw controle ligt en wat daarbuiten valt. U kunt niet bepalen of u dit jaar succesvoller, rijker of populairder wordt. U kunt wel bepalen hoe u handelt, denkt en reageert.

Een stoïcijns voornemen klinkt dus niet als:
“Ik wil dit jaar succesvol worden.”
Maar eerder als:
“Ik wil dit jaar consequent handelen volgens mijn waarden, ongeacht de uitkomst.”

Dat verschuift de focus van resultaat naar proces. En dat maakt volhouden een stuk realistischer.

2. Oefen dagelijkse mentale discipline

Stoïcijnen zagen zelfbeheersing niet als iets groots en heroïsch, maar als een dagelijkse oefening. Kleine momenten tellen.

Een modern stoïcijns voornemen kan zijn:


  • Elke dag even pauzeren voordat je reageert op irritatie.

  • Niet meteen je telefoon pakken bij verveling.

  • Eerst nadenken, dan pas spreken.


Dit zijn geen spectaculaire doelen, maar ze hebben op lange termijn veel effect. Ze maken u rustiger, minder reactief en vaak ook prettiger voor de mensen om u heen.

3. Verwacht tegenslag en wees er klaar voor

Waar veel goede voornemens uitgaan van een ideaal scenario, gaat het stoïcisme juist uit van tegenslag. Niet pessimistisch, maar realistisch.

Een stoïcijn vraagt zich af:
“Wat kan er misgaan, en hoe wil ik daarop reageren?”

Dat kan heel praktisch zijn. Als u bijvoorbeeld vaker wilt sporten, neem dan alvast mee dat u soms te moe zult zijn, weinig tijd hebt of geen zin. Het voornemen is dan niet “ik ga altijd sporten”, maar “ik accepteer dat het soms niet lukt, zonder mezelf op te geven”.

Deze houding voorkomt het bekende alles-of-niets-denken dat veel voornemens laat mislukken.

4. Meet succes anders

In een stoïcijns jaar meet u succes niet aan likes, cijfers of applaus, maar aan karakter. Heeft u eerlijk gehandeld, ook toen het lastig was? Bent u kalm gebleven onder druk? Hebt u gedaan wat juist was, ook zonder erkenning?

Een sterk stoïcijns voornemen is:
“Aan het einde van dit jaar wil ik kunnen zeggen dat ik mijn principes serieus heb genomen.”

Dat is minder meetbaar, maar veel betekenisvoller.

5. Investeer in eenvoud

Stoïcijnen waren kritisch op overdaad. Niet omdat luxe slecht is, maar omdat afhankelijkheid ervan je kwetsbaar maakt. Moderne stoïcijnse eenvoud betekent niet dat u alles moet opgeven, maar dat u bewuster kiest.

Goede voornemens in die geest:

  • Minder spullen kopen, meer gebruiken wat u al hebt.

  • Minder verplichtingen, meer ruimte voor focus.

  • Minder ruis, meer aandacht.

In een wereld die constant trekt aan uw aandacht is eenvoud geen tekort, maar een vorm van vrijheid.

6. Wees streng voor uzelf, mild voor anderen

Een opvallend stoïcijns principe is dat u hoge eisen stelt aan uw eigen gedrag, maar begripvol bent richting anderen. Mensen zijn onvolmaakt, en dat geldt ook voor u.

Een waardevol voornemen is daarom:
“Ik neem verantwoordelijkheid voor mijn eigen keuzes, zonder anderen voortdurend te veroordelen.”

Dat vermindert frustratie en maakt relaties vaak rustiger en eerlijker.


Stoïcijnse goede voornemens zijn geen lijstje om af te vinken. Het zijn richtlijnen voor hoe u wilt leven, ook wanneer het rommelig wordt. Ze vragen geen perfectie, maar aandacht en herhaling. Misschien is dat wel het meest stoïcijnse voornemen van allemaal: niet proberen een ander leven te krijgen, maar beter om te gaan met het leven dat u al hebt.


zaterdag 27 december 2025

Liefde en intimiteit bij de stoïcijnen

 In het populaire beeld zijn stoïcijnen afstandelijk, streng en wantrouwig tegenover iedere vorm van passie. Liefde en seks zouden dan vooral bronnen van verstoring zijn. Dat beeld klopt maar half. Wie dieper kijkt, vooral naar de vroege Stoa, ziet een veel rijkere en vrijere visie op intimiteit. Passie stond voor de oude stoïcijnen gelijk aan de vervelende emoties en had niets te maken met de intense en positieve emoties van lichamelijke liefde. Deze stoïcijnse passie moest zo veel mogelijk voorkomen worden, maar intense positieve emoties mochten juist bevorderd worden. Plezier en extase waren op z’n minst indifferent, maar nastrevenswaardig. Mogelijk speelden ze zelfs een belangrijkere rol. Voor moderne stoïcijnen kan liefde en erotiek daarom juist een verlengde zijn van vriendschap en een oefenplaats voor wijsheid.

Bij de stoïcijnen staat vriendschap centraal. Een echte vriend is iemand met wie je samen groeit in virtuositeit, inzicht en zelfkennis. Liefde is daar geen uitzondering op, maar een verdieping van hetzelfde principe. Liefde wordt dan het verlengde en een verdieping van vriendschap. Wie je liefhebt, is niet iemand die je bezit of nodig hebt om gelukkig te zijn, maar iemand met wie je vrijwillig samen oploopt op weg naar een beter leven.

Zeno van Citium, de grondlegger van het stoïcisme, ging hierin opvallend ver. In zijn verloren gegane werk De Republiek schetste hij een ideale samenleving die radicaal afweek van de conventies van zijn tijd. Mensen leefden er in een soort gemeenschap zonder privébezit, zonder vaste huwelijksstructuren en zonder scherpe scheidslijnen tussen vriendschap, liefde en erotiek. Relaties waren niet gebaseerd op jaloezie of exclusiviteit, maar op wederzijdse toewijding aan wijsheid. In deze polyamoureuze gemeenschap versterkten mensen elkaar bewust. Liefde en seksuele intimiteit waren geen doelen op zich, maar middelen. Ze hielpen individuen om ego, angst en gehechtheid los te laten. Door nabijheid, verlangen en kwetsbaarheid te delen, leerden mensen zichzelf kennen en overstijgen. Vriendschap, liefde en erotiek vloeiden in elkaar over als verschillende vormen van dezelfde oefening. Ook voor andere vroege stoïcijnen als Cleanthes en Chrysippus was liefde een belangrijk onderwerp. Chrysippus schijnt zelfs meerdere boeken geschreven te hebben over de kunst van het beminnen.

Opvallend is ook de gelijkheid tussen de genders in Zeno’s visie. Mannen en vrouwen waren fundamenteel gelijkwaardig in hun vermogen tot rede en virtuositeit. Ook seksuele voorkeur speelde voor stoïcijnen geen enkele rol. Iedereen die bereid was virtuositeit na te streven was welkom in een stoïcijnse polyamoureuze relatie. Traditionele tempels en godenbeelden waren in Zeno’s utopie overbodig geworden, behalve die van Eros. Niet de oorlogsgod of Zeus de heerser stond centraal, maar de kracht van lichamelijke liefde. Eros werd gezien als een kosmisch beginsel dat mensen verbindt met elkaar en met het grotere geheel.

Seks en intimiteit hadden in dit denken een spirituele dimensie. Niet in de zin van ontsnapping aan het lichaam, maar juist door het lichaam heen. In de gedeelde ervaring van verlangen, aanraking en extase kon men een glimp opvangen van de Logos, de redelijke orde die alles doordringt. Het was een tijdelijke eenheid met de wereldziel, ervaren niet door afstand, maar door nabijheid.

Voor moderne stoïcijnen hoeft dit geen pleidooi te zijn voor een specifieke relatievorm. Het gaat om de onderliggende houding. Liefde en seks zijn geen bezit, geen ruilmiddel en geen vlucht. Ze zijn praktijken waarin aandacht, zelfbeheersing en wederzijds respect samenkomen. Intimiteit wordt dan een manier om de ander te zien zoals hij of zij is, en tegelijk jezelf scherper te leren kennen. In die zin is moderne stoïcijnse liefde nuchter en intens tegelijk. Ze vraagt geen verzaking van verlangen, maar ook geen overgave aan impulsen. Liefde en erotiek worden oefeningen in mens-zijn. Niet om op te gaan in de ander, maar om samen helderder, vrijer en wijzer te worden.


zaterdag 20 december 2025

Hoe overleef je Kerst?

De kerstperiode staat voor velen synoniem aan gezelligheid, lichtjes en samenzijn. Voor u waarschijnlijk ook, maar wees eens eerlijk is dat echt zo? Of is het misschien de commerciële en sociale druk die u dat laat zeggen? Zijn de feestdagen niet juist vooral een bron van stress? Familiebijeenkomsten kunnen onderhuidse spanningen blootleggen, de druk om ‘perfecte’ maaltijden te bereiden is hoog, en de consumptie van eten, drank en cadeaus lijkt soms meer op een verplichting dan op genot. Voor veel mensen is kerst daarom allang geen rustige periode meer. Het is een opeenstapeling van drukke winkels en verplichtingen. Familiebijeenkomsten waarin oude spanningen onder de oppervlakte blijven borrelen. Overvolle winkels. Te veel eten, te veel drank. En daarbovenop de druk om het vooral gezellig te maken. Tegelijkertijd kunnen de feestdagen voor wie alleen is, of wie een dierbare mist, juist een pijnlijke herinnering zijn aan wat er niet (meer) is. Het stoïcijnse denken helpt ons om deze eenzaamheid en chaos niet alleen te verdragen, maar er zelfs kracht uit te putten. Misschien dat u er dan eens een echt gezellige tijd van kunt maken.


Laat u om te beginnen niet beïnvloeden door de commerciële druk en de verwachtingen van anderen, maar maak uw eigen keuzes. U bepaalt zelf wat u plezierig vindt en niet de commercie of uw familie en vrienden. Dat betekent niet dat u geen feest mag vieren. Stoïcisme roept vaak het beeld op van kille zelfbeheersing of een ascetisch leven zonder plezier. Dat beeld klopt helemaal niet. De klassieke stoïcijnen genoten van eten, vriendschap, schoonheid en zeker ook van de meer sensuele genoegens, maar ze waarschuwden wel voor overdaad en verlies van maat. Niet omdat luxe slecht is, maar omdat ze zagen wat het met mensen doet wanneer genot de regie overneemt. Modern stoïcisme draait om een paar eenvoudige ideeën. U richt uw aandacht op wat binnen uw invloed ligt. U accepteert wat daarbuiten valt. En u probeert met verstand en karakter te reageren in plaats van impulsief. Het gaat niet om het wegdrukken van emoties, maar om het voorkomen dat ze u meesleuren. Niet om streng zijn voor uzelf, maar om leven met maat en helderheid. Precies dat maakt het toepasbaar tijdens de feestdagen.


Kerst brengt mensen samen. Dat klinkt warm, maar het betekent ook dat oude rollen en irritaties al dan niet onder invloed van drank weer opduiken. Die ene opmerking van een schoonouder. Die irritatie uit het verleden. Dat gevoel van niet gehoord worden. Of de stille competitie over wie het ‘beter voor elkaar heeft’. Een stoïcijn zou hier eerst de vraag stellen: ‘Heb ik hier controle over?’ U heeft geen controle over wat anderen zeggen, vinden of suggereren. Wel over hoe u reageert. Of u meegaat in de emotie of een stap terug doet. Dat betekent soms bewust zwijgen. Soms het gesprek verleggen. En soms simpelweg accepteren dat niet elke familierelatie warm of harmonieus hoeft te zijn. Acceptatie is geen zwakte. Het is stoppen met vechten tegen wat nu eenmaal zo is.


Drukke winkels, volle agenda’s en eindeloze to-do-lijsten horen bij december. Stoïcisme betekent hier niet dat u alles moet schrappen, maar dat u bewust pauzes inbouwt. Even ademhalen. Even niets. Dat kan zo simpel zijn als een korte wandeling. Of een moment stilte voordat u aan tafel gaat. Kleine momenten waarin u uzelf herinnert: ‘ik hoef niet alles tegelijk te dragen’. De feestdagen staan bol van overvloed. Lange tafels, meerdere gangen, glazen die steeds opnieuw worden bijgevuld. Het hoort erbij, zeggen we dan. En tot op zekere hoogte is dat ook zo. Maar het stoïcisme pleit voor maat. Niet voor onthouding, maar voor bewust genieten. De vraag is niet of u mag eten of drinken, maar of u nog zelf kiest, of al op de automatische piloot zit. Een modern stoïcijn geniet van goed eten, maar stopt wanneer verzadiging plaatsmaakt voor loomheid. Hij drinkt een glas wijn omdat het smaakt, niet omdat het ongemak wegdrukt of omdat iedereen het doet. Overdaad maakt zelden gelukkiger. Vaak maakt het alleen doffer.


Kerst moet gezellig zijn. Warm. Bijzonder. Dat idee alleen al kan stress veroorzaken. Alles moet kloppen. Het menu, de sfeer, de cadeaus. En als dat niet lukt, voelt het als falen. Stoïcisme nodigt uit om verwachtingen te herzien. U kunt uw best doen, maar u kunt geen perfect resultaat afdwingen. Een gerecht kan mislukken. Een gesprek kan stroef lopen. Dat zegt niets over uw waarde of inzet.

Doe wat binnen uw vermogen ligt. Laat de rest los. Epictetus zei het al: 'Geluk hangt niet af van wat er gebeurt, maar van hoe we ermee omgaan’


Het kan geen kwaad om u tot slot nog een paar praktische tips om de Kerst te overleven mee te geven:

1. Focus op wat u kunt beïnvloeden

Kerstmis brengt vaak verwachtingen met zich mee: het perfecte diner, de ideale cadeaus en harmonieuze familiebijeenkomsten. Maar veel hiervan ligt buiten onze controle. Stoïcijnen zouden adviseren: richt uw energie op wat u wél kunt sturen. Dat betekent bijvoorbeeld:

  • Realistische planning: Accepteer dat niet alles perfect hoeft te zijn. Een eenvoudige maaltijd met aandacht is beter dan een overdadig feest met stress.

  • Grenzen stellen: Voel u vrij om ‘nee’ te zeggen tegen verplichtingen die u energie kosten. Kies bewust waar u uw tijd en aandacht aan besteedt.

  • Accepteer wat buiten uw controle ligt: De stoïcijnen leren ons dat we alleen invloed hebben op onze eigen gedachten en acties, niet op externe omstandigheden. Stress en eenzaamheid zijn soms een feit, maar de manier waarop we ermee omgaan, is een keuze. Marcus Aurelius schreef: “Je hebt macht over je geest, niet over externe gebeurtenissen. Realiseer je dit, en je zult sterk zijn.” Dit betekent niet dat u uw gevoelens moet onderdrukken, maar wel dat u ze kunt erkennen zonder u erdoor te laten overweldigen. Eenzaamheid en stress horen bij het menselijk bestaan, het is een emotie, geen vonnis.

2. Matigheid in genot

Stoïcijnen waarderen genot, maar waarschuwen voor overdaad. Tijdens de feestdagen kunt u hieraan denken door:

  • Bewust te eten en drinken: Geniet van lekkernijen, maar laat u niet meeslepen door de ‘vreetcultuur’. U hoeft heus niet sober te zijn maar luister naar uw lichaam.

  • Cadeaus met betekenis: In plaats van dure geschenken, kies voor attenties die echt waarde toevoegen voor de ontvanger. Een persoonlijk gesprek, een zelfgemaakt cadeau of een gedeelde ervaring kan meer betekenen dan iets materieels.

3. Omgaan met familiedynamiek

Familiebijeenkomsten kunnen spanningen opleveren. Stoïcijnen benadrukken het belang van uw eigen reacties:

  • Accepteer verschillen: Niet iedereen hoeft het met u eens te zijn. Focus op wat u zelf bijdraagt aan de sfeer.

  • Wees empathisch: Probeer te begrijpen waar anderen vandaan komen, zonder uw eigen grenzen uit het oog te verliezen.

4. Tijd voor reflectie

De kerstperiode is ook een goed moment om terug te blikken op het afgelopen jaar en na te denken over uw waarden. Vraag uzelf af:

  • Wat was echt belangrijk voor me dit jaar?

  • Waar ben ik dankbaar voor? Zelfs in chaos en eenzaamheid zijn er vaak kleine dingen waarvoor u dankbaar kunt zijn: een warm huis, een goed boek, of de mogelijkheid om te reflecteren. Maak elke dag een korte lijst van drie dingen waar u dankbaar voor bent. Dit helpt om u focus te verleggen van wat ontbreekt naar wat er wel is.

  • Hoe kan ik het komende jaar meer in lijn leven met mijn waarden?

  • Welke herinneringen wil ik koesteren? Voor wie een dierbare mist, kunnen de feestdagen extra pijnlijk zijn. Het stoïcijnse idee van memento mori (gedenk dat je sterfelijk bent) leert ons dat verlies onvermijdelijk is, maar dat herinneringen waardevol blijven. U kunt een ritueel creëren om uw dierbare te eren: een kaars aansteken, een speciaal gerecht bereiden, of een brief schrijven met wat u hen zou willen vertellen. Epictetus zei: “Hij die zijn verlies heeft aanvaard, heeft het overwonnen.” Dit betekent niet dat u het gemis moet vergeten, maar dat u het een plaats kunt geven in uw leven.

5. Zorg voor uzelf

Tussen alle drukte door is het essentieel om tijd voor uzelf te nemen. Dat kan betekenen:

  • Een dagelijkse wandeling in de natuur.

  • Stoïcijnen benadrukken dat we deel uitmaken van een groter geheel, zelfs als we ons alleen voelen. Dit betekent niet dat u uw stress of eenzaamheid moet negeren, maar wel dat u actief kunt zoeken naar verbinding op manieren die bij u passen.

  • Even alleen zijn met een boek of muziek.

  • Meditatie of ademhalingsoefeningen om tot rust te komen.

  • Wees mild voor uzelf. Het stoïcisme is geen oproep tot emotieloosheid, maar tot veerkracht. Als u zich eenzaam of gestrest voelt, geef u dan toestemming om dat te ervaren. U hoeft niet ‘perfect’ te zijn. Zoals Seneca schreef: “Zacht zijn voor jezelf is geen zwakte, maar een daad van wijsheid.”


Vanuit modern stoïcisme gezien zijn de feestdagen geen obstakel, maar een oefening. Een oefening in geduld, maat en aandacht. In het loslaten van controle. In genieten zonder doorschieten. Niet alles zal prettig zijn. Dat hoeft ook niet. Wat telt, is hoe u zich verhoudt tot wat zich aandient. Misschien is dat wel de kern van een stoïcijnse kerst: minder streven naar perfecte gezelligheid, meer rust in hoe u aanwezig bent. En soms is dat al meer dan genoeg.



zaterdag 13 december 2025

‘To be or not to be’, een onbelangrijke vraag?

 De natuur heeft ons met een bewustzijn opgezadeld dat ons onze sterfelijkheid doet beseffen, maar lijkt te zijn vergeten ons daarbij de emotionele vaardigheden te schenken om daarmee om te kunnen gaan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meeste mensen grote moeite hebben met hun eigen sterfelijkheid. Ze praten en denken niet graag over de dood. Het wordt ver weggestopt en zo veel mogelijk genegeerd. Sterven en meestal ook levensbedreigende ziektes zijn eng. Het is zelfs vaak een taboe onderwerp waarover je het niet hebt. Stoïcijnen zijn daarentegen juist veel met de dood bezig. Dat betekent niet dat ze zich er zorgen over maken. Ze hebben een misschien wel wat vreemde en afwijkende, maar toch vooral heel gezonde visie op het onvermijdelijke einde van ieder levend wezen. Wat de meeste mensen het ergste vinden dat je kan overkomen was voor Epictetus iets luchtigs. Hij nam de dood niet al te zwaar op. In zijn Colleges vertelt Epictetus het verhaal van de stoïcijn Agrippinus die te horen kreeg dat hij in opdracht van de keizer door de Senaat ter dood was veroordeeld. Hij zou het volgende gezegd hebben:

“Eens moet ik sterven: moet het nu direct al? Dan sterf ik nu meteen. Moet het straks pas? Dan eet ik nog even een hapje. Het is nu immers etenstijd. Ik sterf dan wel na het eten.” (Epictetus, Colleges, boek I).

Waarom neemt Epictetus de dood zo luchthartig op? Zo leuk is het toch niet om te moeten sterven? De stoïcijnen hadden zo hun redenen om zich niet al te druk te maken over hun sterfelijkheid. Iedere keer als ze van zichzelf merkten dat ze toch weer wat angstig werden bij de gedachte aan hun eigen dood, haalden ze zich een paar dingen voor de geest. Zie hier een paar van de redenen waarom een stoïcijn vindt dat hij niet bang voor de dood zou moeten zijn:

  • In de eerste plaats is de dood iets natuurlijks. Voor de stoïcijnen is sterven de normaalste zaak van de wereld. Het is nu eenmaal de natuurlijke biologische gang van zaken. We zijn een sterfelijke diersoort. Als we een bacterie of een virus waren geweest hadden we vermoedelijk het eeuwige leven gehad, maar in dat geval waren we ons nauwelijks bewust geweest van onszelf en onze omgeving. Gelukkig zijn we geen virus, maar een bewust en rationeel wezen. Doodsangst komt voort uit onwetendheid, als we echt doordrongen zouden zijn van de menselijke conditie zou die angst vanzelf verdwijnen. Een mens die eeuwig wil blijven leven heeft niet begrepen wat het is om een mens te zijn. Wie niet oud wil worden en niet wil sterven, snapt niet dat een mensenleven een bepaald patroon volgt, waar de dood een onlosmakelijk onderdeel van vormt. Wie niet wil sterven wil ook niet echt leven.

  • In de tweede plaats is het niet de dood zelf waar we zo bang voor zijn. Dat het vooruitzicht van onze eigen dood ons zo ontzettend angstig maakt, komt vooral doordat we over ons eigen einde kunnen nadenken. We zijn misschien wel de enige soort op aarde die zich bewust is van zijn eigen sterfelijkheid. Dit bewustzijn verandert natuurlijk niets aan die sterfelijkheid, maar maakt de dood wel een stuk akeliger. Het akelige aan onze doodsangst is niet de dood zelf, maar onze houding tegenover de dood. Het zijn dus uw eigen gedachten en gevoelens die de dood zo erg maken. Hier komt weer de stoïcijnse hooivork om de hoek kijken, de tweedeling tussen dingen waar we geen en dingen waar we wel invloed op hebben. Epictetus zei al dat je alles in het leven op twee manieren kunt aanpakken: er is een goed en een verkeerd handvat om iets op te pakken. Over het goede handvat heeft u controle over het slechte niet. Op uw sterfelijkheid heeft u nu eenmaal geen invloed, maar op de manier waarop u er mee omgaat wel. Dat is het stoïcijnse handvat waaraan u de dood moet aanpakken.

  • En tenslotte zien stoïcijnen de dood vooral als een motivator. De bewustwording van uw sterfelijkheid kan dienen als een krachtige motivator om uw leven te leven volgens uw principes en doelen. Het moedigt u aan om niet uit te stellen wat belangrijk is en om te streven naar persoonlijke groei en bijdrage aan de wereld. Door u te concentreren op het huidige moment en het beste te maken van de tijd die u nog hebt, kunt u een vervullend leven leiden. Moderne stoïcijnen benadrukken dat het nutteloos is om je zorgen te maken over de toekomst of spijt te hebben van het verleden. Het gaat erom wat je nu doet. De praktijk van memento mori (herinner je eraan dat je sterfelijk bent) is hierbij een veelgebruikt concept. Door u bewust te zijn van uw sterfelijkheid, wordt u aangemoedigd om elke dag bewuster en betekenisvoller te leven. Het helpt om prioriteiten te stellen en je niet te laten afleiden door triviale zorgen.

Het zogenaamde afschuwelijke kwaad van de dood kan ons niet raken. Zolang wij bestaan is de dood er niet en zodra de dood komt, zijn wij er niet. Doodsangst wordt niet veroorzaakt door de dood zelf, maar door onze mening dat het om iets verschrikkelijks gaat. Iets wat hoe dan ook vermeden moet worden. Het gaat om een natuurlijke angst gericht op het zo goed mogelijk beschermen en in stand houden van uw lichaam. Het is heel rationeel en dus stoïcijns om dat te willen doen, maar het is niet rationeel om te verwachten dat u het eeuwige leven hebt en daar dan ook nog eens die niet aflatende angstgevoelens bij te hebben. Pas op het moment dat u zich ervan doordrongen hebt dat de dood niets vreeswekkends heeft, kunt u echt volledig vrij leven. De aanvaarding van uw eigen sterfelijkheid opent voor u de weg om echt met leven te beginnen. Zonder doodsangst kan niemand u echt bedreigen. U kunt dan vrijelijk uw eigen keuzes maken, zonder nog voor iets of iemand bang te hoeven zijn.

Maar, zult u misschien wel tegenwerpen, het is niet zozeer de dood zelf waar ik bang voor ben. Het is de pijn en het stervensproces waar ik bang voor ben. Ik kan ziek worden en er kan me een lange lijdensweg te wachten staan. Een leerling van Epictetus kwam met dezelfde bezwaren:

“Leerling Maar wat als ik ernstig ziek word?
Epictetus Dan zul je die ziekte goed verdragen.
Leerling Maar wie zal er dan voor me zorgen?
Epictetus Je vrienden of anders de natuur zelf.
Leerling Dan lig ik misschien wel ergens in de goot te creperen.
Epictetus Maar wel als een virtuoos mens.
Leerling Ik heb niet eens een goed huis.
Epictetus Dan ben je maar ziek in een lekkend krot.”
(Epictetus, Colleges boek 3, hoofdstuk 26)

Epictetus laat het daar niet bij. Hij gaat zelfs nog een stap verder:

“Waarom heb je het toch steeds zo omzichtig over ‘heen gaan’ en ‘overlijden’? Man, maak er niet zo’n drama van en noem de dingen bij hun naam. De dood is het moment waarop je lichaam begint te rotten en in stukken uit elkaar valt. Wat is daar eng aan? Vergaat de wereld? Wat voor bijzonders gebeurt er? Niets dat in strijd is met de natuur.” (Epictetus, Colleges boek 4, hoofdstuk 7).

Behoorlijk confronterend, niet waar? Toch past een dergelijke choquerende reactie perfect binnen de stoïcijnse filosofie. Ziektes en dood horen nu eenmaal bij het leven. U kunt niet verzekerd zijn van liefhebbende vrienden om u te verzorgen, van een comfortabel huis en een zacht bed op het moment dat u ziek wordt en uw leven zijn einde nadert. Dat zijn allemaal dingen die verkieslijk zijn, maar waar u geen zekerheid over kunt hebben. Het enige waar u zeker van kan zijn is de manier waarop u reageert. Dat is het enige waar u volkomen zeker en vrij in bent. Dat is dan ook waar u zich op moet richten. Oefen uw wilskracht, uw oordeelsvermogen en uw daadkracht, leidt een virtuoos leven en zorg dat ook uw dood virtuoos zal zijn.

Uw eigen sterfelijkheid wordt zo, door de stoïcijnse staf van Hermes, iets waardoor u uw leven beter en prettiger kunt maken. Voor een stoïcijn is de dood dan ook niet iets slechts. Het leven valt doorgaans wel te verkiezen boven de dood, maar er zijn ook omstandigheden waaronder de dood beter is dan het leven. De oude stoïcijnen wezen er op dat er ook veel niet stoïcijnen zijn die zich gedragen alsof dat zo is. Er zijn talloze mensen die hun leven riskeren om iets dat ze belangrijk vinden te bereiken. Bergbeklimmers wagen hun leven om een bergtop te beklimmen, acrobaten halen halsbrekende toeren uit bij wijze van broodwinning, ouders offeren hun leven op voor hun kinderen en soldaten zijn bereid hun leven te geven voor zoiets etherisch als volk en vaderland. Kennelijk zijn er dingen die voor mensen belangrijker zijn dan hun eigen voortbestaan. Is de dood dan wel zo afschuwelijk als we lijken te denken? Is het niet vooral de passie ‘doodsangst’ waar hier het probleem ligt? Dit leidt tot het, ondertussen vertrouwde, stoïcijnse standpunt dat het niet de dood zelf is die ons angst inboezemt, maar onze mening dat de dood iets slechts is. De passie doodsangst is iets slechts en irrationeels niet de dood zelf.

Voor een stoïcijn is de dood dus onbelangrijk. Wat maakt dan dat we de dood toch als iets verschrikkelijks blijven zien? Er zijn mensen die bang zijn dat ze er aan het eind van hun leven achter komen dat ze hun leven verlummeld en verkwanseld hebben aan onbelangrijke dingen. Ze hebben hun hele leven achter rijkdom en roem aangejaagd, of renden van het ene kortstondige pleziertje naar het andere, zonder ook maar een seconde stil te staan. Veel te laat beseffen ze zich dat dit niet de belangrijkste dingen van het leven zijn. Als u tot deze groep behoort heeft u gelijk, u hebt uw leven inderdaad weggegooid en de rijkdom, roem of het kortstondige plezier dat u zo begeerde heeft u in de praktijk waarschijnlijk geen of maar heel weinig duurzaam geluk opgebracht.

Als u een stoïcijn bent zal u dit niet snel overkomen. U weet dat het niet gaat om een lang of kort leven, met veel of weinig pleziertjes, maar om een vervuld virtuoos bestaan. Leven en dood zijn voor een stoïcijn onbelangrijk, wat wel van belang is is de manier waarop u leeft en sterft. Voor een stoïcijn valt de dood zelfs te prefereren boven een slecht leven. U kunt beter dood zijn dan een wrede dictator. U kunt beter dood zijn dan een psychopathische seriemoordenaar. Ja, u kunt zelfs beter dood zijn dan een vegeterende plezierzoeker. Net als bij alle andere indifferente maar te verkiezen dingen kan het leven zowel goed als slecht worden gebruikt. Een virtuoos mens moet zijn leven besteden aan het zo goed mogelijk ontplooien van zijn talenten en hij moet trachten een rol in de wereld te spelen. Shakespeare zegt het in ‘As you like it’ heel stoïcijns zo: ‘All the world’s a stage; And all the men and women merely players’, waarvan Vondel weer maakte: ‘De wereld is een speeltoneel; Elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel.’ De natuur heeft iedereen een rol in het leven toegewezen. Het gaat erom die rol zo goed mogelijk te spelen. Een goede acteur (de wijze) kan zich even goed bewijzen als koning als als slaaf. Het beeld van het leven als een toneelspel maakt niet alleen duidelijk dat iedereen de rol die hem door de grote natuurregisseur is toegewezen naar beste vermogen moet spelen, maar wijst ook op de onbestendigheid van het leven. In de oudheid kon de regisseur van een toneelstuk als het spel hem niet aanstond een speler midden in een toneelstuk op staande voet ontslaan zonder oor te hebben voor diens klacht: ‘Maar ik heb nog maar twee van de vier bedrijven gespeeld’. Zo moest ook de wijze levensacteur steeds bereid zijn om te sterven. ‘Omdat je op elk moment kunt sterven, moet je in overeenstemming daarmee handelen, spreken en denken’ schreef Marcus Aurelius in zijn stoïcijnse dagboek (Dagboeken, boek 2 hoofdstuk 11).

Als stoïcijn zult u uw leven gericht hebben op het bereiken van virtuositeit en zult u uw talenten in de beschikbare tijd en binnen uw persoonlijke mogelijkheden ten volle hebben ontwikkeld. Als uw dood nadert zult u weten dat u uw best hebt gedaan om de dingen te bereiken die voor u belangrijk zijn. Door uw levensfilosofie zult u met een gerust gevoel uw dood tegemoet kunnen treden. Tot slot nog een laatste woord van Musonius Rufus:

“Zoals ik al eerder zei is de beste bagage voor de oude dag een virtuoos en natuurlijk leven. Op die manier kan een oude man opgewekt, waardig en gelukkig sterven. Maar als je denkt dat rijkdom de beste troost voor oude mensen vormt, omdat dat je de mogelijkheid geeft om zonder problemen te leven, vergis je je schromelijk. Rijkdom kan je wel korte pleziertjes geven als het om dingen als eten, drinken, seks en zo gaat, maar blijvend geluk en het vermijden van verdriet kan niet met geld gekocht worden. Kijk maar eens naar al die rijke mensen die verdriet hebben, depressief zijn en zich ongelukkig voelen. Rijkdom zal dan ook nooit een goede steun zijn voor de oudedag.” (Musonius Rufus; Colleges XVII-4)