vrijdag 25 september 2020

RATIONALITEIT EN STOÏCIJNSE VRIENDELIJKHEID

 

Stoïcijnen proberen zo redelijk en rationeel mogelijk in het leven te staan. Veel mensen zijn bang voor deze stoïcijnse rationaliteit. Ze vinden mensen die zich in de eerste plaats door hun rede laten leiden vaak kil en ongevoelig. Gevoelige en emotionele mensen worden doorgaans inderdaad aardiger en sympathieker gevonden. Maar zou de wereld nu echt beter af zijn als we allemaal gevoeliger en emotioneler zouden worden? Vraag uzelf eens eerlijk af of de wereld op dit moment lijdt aan een overmaat aan rationaliteit? En hoe zit dat met uzelf? Zijn u en de wereld echt beter af als u emotioneel reageert op de problemen waar u mee geconfronteerd wordt? Natuurlijk niet! Een objectieve kijk op de werkelijkheid is een veel beter uitgangspunt om de wereld tegemoet te treden. Ook de stoïcijnse keizer Marcus Aurelius riep zichzelf in zijn dagboek op om iedere keer dat hij met een probleem geconfronteerd werd voor een rationele aanpak te kiezen:

Alles wat je overkomt moet je voor jezelf omschrijven, zodat je los van de omstandigheden in detail ziet wat het werkelijk is. Noem het bij de naam en ontleed het in de onderdelen waar het uit is opgebouwd. Er is niets dat je geestelijk sterker maakt dan je vermogen om alles wat er in je leven gebeurt systematisch en eerlijk te onderzoeken. Zo kun je onderzoeken welke plaats het in het universum inneemt, wat het betekent in het grote geheel en voor de mens als deel van dat universum. Ik onderzoek wat het werkelijk is dat nu die problematische voorstelling in mijn brein opwekt, waaruit het is samengesteld, hoe lang het blijft bestaan en welke deugd ik kan aanspreken om er mee om te gaan. Dingen als bijvoorbeeld: zachtmoedigheid, moed, waarheidsliefde, betrouwbaarheid, eenvoud, onafhankelijkheid en al die andere deugden. Zeg iedere keer weer tegen jezelf: ‘Dit komt uit de natuur en is het gevolg van de onderlinge verbonden natuurwetten, van de verknoping van alles met alles. En dit komt van mijn soortgenoten, verwanten en medemensen ook al zijn ze zich er niet van bewust dat de natuur hen aanstuurt. Maar ik weet dat wel en daarom behandel ik ze mild en rechtvaardig volgens de natuurwet van de medemenselijkheid. Ik besef dat die dingen in wezen noch goed, noch slecht zijn, maar zorg er toch voor dat ieder van mij krijgt wat hij verdient. (Marcus Aurelius; Dagboeken; boek 3, paragraaf 11)

In dit citaat roept Marcus u op om problemen systematisch en eerlijk te onderzoeken. Dat geldt des te meer voor problemen met of veroorzaakt door uw medemensen. De anderen zijn nu eenmaal niet de minste bron van problemen. Hij wil dat u op een rationele manier naar de feiten kijkt. Feiten spreken niet voor zichzelf ze moeten met behulp van uw redelijke vermogens worden geïnterpreteerd. Niets helpt u beter bij het aanpakken van de uitdagingen waar het leven u voor stelt dan het innemen van een dergelijk rationeel perspectief. Onze stoïcijnse keizer wil dat u ieder probleem dat de wereld op u los laat ontleedt en onderzoekt wat voor rol dat in het grotere geheel speelt. Welke plek neemt het in, in ruimte en tijd? Welke rol speelt het in de menselijke geschiedenis? Wat betekent het voor de maatschappij? Wat betekent het voor uw relaties en de rollen die u speelt? En wat betekent het voor uzelf? Hoe past het binnen de dingen die u persoonlijk belangrijk vindt? Om dat een beetje makkelijker te maken hanteren de stoïcijnen een vierstappenplan om met problemen om te gaan:

1.      Onderzoek het probleem en beschrijf het op een zo objectief mogelijke manier.

2.      Doe een stapje achteruit en zet het probleem in perspectief. Welke rol speelt het in een maatschappelijk, historisch of zelfs kosmisch perspectief?

3.      Bedenk welke van je persoonlijke waarden en deugden een rol spelen bij het probleem.

4.      Beslis welke acties je gaat ondernemen en wat voor zin die acties hebben.

Als laatste stap moet u dus beslissen of er bepaalde acties zijn die u zou willen, of misschien in het licht van uw persoonlijke deugden, zelfs zou moeten ondernemen? Vraag u ook af of de acties die u overweegt te ondernemen wel zinvol zijn. Sommige dingen waar u naar verlangt en die u wilt ondernemen zijn nu eenmaal onbereikbaar. Zo is het bijvoorbeeld onvermijdelijk dat u lastige en vervelende mensen zult ontmoeten. Mensen die u dwarszitten en soms zelfs bewust kwaad willen doen. Het heeft geen nut om u daar druk om te maken. Marcus zegt over dit soort zaken: ‘Een bittere augurk? Gooi hem in de prullenbak. Doornstruiken op je pad? Loop er om heen. Dat is genoeg. Je hoeft je niet af te vragen waarom dit soort dingen bestaan’. Het leven is al moeilijk genoeg zonder dat u zich druk maakt over dingen die u toch niet kunt voorkomen. U hoeft er niets mee. Er is geen enkele reden om in actie te komen. Doe niets en mik alle vervelende en zinloze gedachten in de denkbeeldige vuilnisbak waar uw overbodige en akelige emoties thuishoren.

Onderzoek dus of de acties die u wilt ondernemen nut hebben. Niet alleen voor uzelf, maar ook voor de mensheid in het algemeen. U maakt deel uit van wat de stoïcijnen de ‘kosmopolis’ noemen: de wereldstad van de mensheid, een diersoort waar we als lid trouw aan verschuldigd zijn. U handelt niet alleen voor uzelf. Al uw acties hebben ook consequenties voor anderen. Alles wat u doet of nalaat heeft gevolgen voor andere mensen. Mensen uit uw omgeving, mensen aan de andere kant van de planeet, maar ook mensen in de toekomst. Het voedsel dat u eet, de kleding die u draagt, de keuzes die u maakt, al uw acties hebben consequenties voor anderen. Anderen waar u rekening mee moet houden. Niets wat u doet is vrijblijvend. Niet iedereen zal altijd begrijpen hoe de natuur in elkaar steekt en zal ook zijn verantwoordelijkheid tegenover zijn medemens niet altijd inzien. Het is haast onmogelijk om al de consequenties van uw acties te kunnen overzien en ook van anderen kunt u dat niet steeds verlangen. Dat is volgens Marcus voor iemand die net iets beter inziet wat echt belangrijk is, een reden te meer om zijn medemensen met mildheid en vriendelijkheid tegemoet te treden. Ook voor uzelf mag u mild zijn. Niemand is perfect en u mag noch van uzelf, noch van anderen perfectie eisen. Dit is de stoïcijnse rationaliteit in actie. Is die stoïcijnse rationaliteit in uw ogen nog steeds zo kil en afstandelijk?

 

 

dinsdag 15 september 2020

UW WERKELIJKHEID IS EEN GLAZENBOL

 

U kijkt naar een scherm met een ronddraaiend masker. Aan de voorkant zitten een neus, de ogen en de lippen, en de achterkant is hol. Daar is niets bijzonders aan, of toch wel? Gek genoeg zien bijna alle mensen op het moment dat de holle achterkant langs komt toch weer het gezicht van de voorkant. Op de één of andere manier lukt het uw brein niet om de holle achterkant van het masker te zien. Hoe u ook uw best doet om de realiteit te zien, uw hersenen schotelen u telkens weer het gezicht voor. Dit is één van de illusies waarmee wordt aangetoond dat uw hersenen u niet laten zien wat er echt in de wereld buiten u gebeurt, maar wat ze verwachten dat er gaat gebeuren. Uw brein is als het ware al een soort plaatje van het gezicht aan het maken op het moment dat de holle kant van het masker naar u toedraait. Dit experiment toont ook aan dat uw brein is voorgeprogrammeerd om overal gezichten in te herkennen. U hebt de neiging om overal om u heen gezichten of ook dieren in te herkennen. Het gezicht van u schoonmoeder of een beertje in de wolken, gezichten of kleine beestjes in de foto’s van het oppervlak van Mars en zelfs een haakje met twee puntjes op een beeldscherm wordt herkent als een lachend gezichtje. Gezichten en verborgen dieren zijn zo belangrijk voor het overleven van de menselijke soort dat uw hersenen ze overal en nergens denken te ontwaren.

Dit soort proefjes bewijzen dat u niet alleen met uw ogen kijkt maar voor een belangrijk deel met uw brein. Het zijn niet uw ogen die als een soort camera alles registreren wat er om u heen gebeurt. Nee, het zijn uw hersenen die uw waarnemingen interpreteren en er een voor uw overleven belangrijk beeld van maken. Hetzelfde geldt voor al uw andere zintuigen. Uw brein registreert beeld, geluid, gevoel, geur en smaak niet objectief en passief, maar vormt actief een model van de buitenwereld. Een model dat wordt ingekleurd door de verwachtingen die uw brein heeft van wat er gaat gebeuren. En daar blijft het niet bij, uw brein knoopt er ook alvast een gevoel aan vast. Door alvast dingen in te vullen die er nog niet zijn en daar direct al een emotie aan te verbinden bent u misschien net iets beter voorbereid op die in de bosjes verborgen sabeltandtijger, of ziet u net iets eerder dat dat hert u in de gaten heeft. Uw brein is een voorspellingsmachine, een soort glazenbol die u voorbereid op dingen die mogelijk staan te gebeuren. Het voorspellend vermogen van uw brein geeft u een enorm evolutionair voordeel. Als u in staat bent gebeurtenissen in de wereld om u heen te voorspellen dan kunt u ook sneller en adequater reageren op het gedrag van andere mensen en dieren. Een sabeltandtijger mag dan sneller kunnen rennen en een grotere en krachtigere bek hebben dan een mens, als u het gedrag van dit roofdier kunt voorspellen weet u meteen ook wat u moet doen om niet in zijn bek terecht te komen.

Een brein als glazenbol betekent niet alleen dat u sneller de juiste conclusies kunt trekken over de toestand in uw omgeving, het betekent ook dat u veel meer dingen op de automatische piloot kunt doen. Dat scheelt kostbare energie die dan weer aan andere belangrijkere dingen kan worden besteed. Zo kon ik altijd blindelings de deurknoppen in mijn huis vinden, tot de aannemer een week geleden de deuren opnieuw, en beter, had opgehangen. De eerste keren greep ik telkens mis, het automatisme was verstoord. Dergelijke kleine ‘ongelukjes’ laten zien dat het ons brein is dat bepaalt hoe ons model van de werkelijkheid er uit ziet en niet de werkelijkheid.

Een adequaat, maar wel ingekleurd model. Een model dat daardoor niet persé kloppend is. Het is bovendien een emotioneel model. De glazenbol van uw brein laat u niet alleen in plaats van de realiteit een toekomstvoorspelling zien, maar plakt daar meteen ook een gevoel aan vast. Het schaduwspel in de struiken wordt u voorgeschoteld als een sabeltandtijger met de emotie angst als toegift. Prettig als u in de wildernis wilt overleven, maar in de hedendaagse stadswildernis vooral lastig en dikwijls zelfs vervelend.

De oude stoïcijnen wisten hier natuurlijk niets van af. Toch hadden ze wel een intuïtief beeld van de werking van het menselijk brein. Hun veronderstelling dat onze indrukken uit de buitenwereld gekleurd zijn en lang niet altijd kloppen blijkt tweeduizend jaar na dato aardig te kloppen. Wat ook klopt is de stoïcijnse stelling dat we dan weliswaar niets kunnen doen aan de eerste indruk, maar dat ons brein ook gebruikt kan worden om in tweede instantie een correctie op die eerste indruk uit te voeren. Na een eerste verassingsmoment was de veranderende hoogte van de deurkrukken voor mijn brein geen enkel probleem meer. Hetzelfde geldt voor alle andere soorten indrukken. We zijn weldegelijk in staat datzelfde brein dat ons een gekleurd model van de werkelijkheid voorschotelt te gebruiken om dat model aan te passen en realistischer te maken. U kunt er niet om heen dat uw brein u met een voorspellend en emotioneel ingekleurd model van de werkelijkheid opzadelt, maar u kunt dat zelfde brein ook inzetten om dat model een beetje rationeler en realistischer te maken. En dat is nu precies wat de stoïcijnen willen dat u doet.

 

vrijdag 11 september 2020

LEVEN OM TE STERVEN

Sterven is niet moeilijk. Het is inslapen, wegglijden, het langzaam wegvloeien van het bewustzijn. Het sterven zelf is eigenlijk best aangenaam. Het bewustzijn is weg en tegelijkertijd is ook het lijden verdwenen. Door het verdwijnen van alle bewustzijn en alle rede is ook alle pijn onmogelijk geworden Alleen de achterblijvers, familie en vrienden, lijden. Zij zijn verdrietig, weten dat ze het gezelschap van de dode moeten missen en worden weer eens met hun neus op het feit van hun eigen sterfelijkheid gedrukt. Voor de overledene is het makkelijk alle lijden is voorbij.

De dood zelf is niet het probleem, het probleem ligt in het besef te moeten sterven, te weten dat u moet sterven en te moeten leven met deze kennis. De stoïcijnen weten dat ze geen enkele invloed hebben op de werkelijkheid van hun sterfelijkheid. Die materiële werkelijkheid zelf is fundamenteel ontoegankelijk, maar de beelden die we ons er van vormen kunnen we wel beïnvloeden. Het zijn alleen de beelden die we in ons hoofd vormen van de buitenwereld waar we toegang toe hebben. Weten dat u moet sterven is zo’n beeld. U kunt u een voorstelling maken van uw sterven, maar van uw dood zelf kunt u dat niet. U kunt uzelf alleen maar een voorstelling van uw eigen dood maken door gebruik te maken van capaciteiten waarover alleen de levenden beschikken. U hebt er uw vijf zintuigen en een helder en goed functionerend bewustzijn en verstand voor nodig. Capaciteiten waar u als u eenmaal gestorven bent per definitie niet meer over beschikt. Als u dood bent zijn de middelen om u iets voor te stellen verdwenen en daarmee dus ook de middelen om pijn en lijden te ondergaan.

De stoïcijnen raden u dan ook aan om, zolang u nog tijd hebt, tijdens uw leven over de dood na te denken. Leef niet alsof u nooit zult sterven, geloof niet dat de dood alleen anderen aan gaat en van latere zorg is. Iets voor in een verre toekomst. Treed de dood, nu het nog kan, in optimale conditie tegemoet en niet op een later tijdstip gedwongen door ouderdom, ziekte of een plotselinge doodstrijd. Grijp daarbij terug op wijsheden van stoïcijnse filosofen die zelf inderdaad al heel lang dood zijn: De dood zelf is niet slecht, maar slecht leven wel. U hoeft de dood niet te vrezen: als de dood er is bent u er niet, als u er bent is de dood er niet. Verdrietig zijn om wat u in de toekomst niet zult beleven is net zo belachelijk als verdrietig zijn om al die dingen die u in het verleden niet hebt meegemaakt. U bent toch ook niet verdrietig dat u de Middeleeuwen niet hebt meegemaakt? Waarom zou u dan verdrietig zijn omdat u de tweeëntwintigste eeuw nooit zult meemaken? In vergelijking met de eeuwigheid zijn alle levens kort. Waarom zou u het dan nog dat ene kleine beetje willen verlengen? De dood treft iedereen. Miljarden voor ons zijn gestorven en miljarden na ons zullen sterven. Waarom zou u die ene uitzondering moeten zijn? Als u een goed en prettig leven hebt gehad valt er niets te vrezen. Als uw leven slecht of zelfs akelig is, waarom zou u uw lijdensweg dan willen verlengen? Het is egoïstisch om eeuwig te willen leven. Waarom gunnen we de mensen na ons geen plaats, net zoals de mensen voor ons ruimte voor ons hebben gemaakt? Een onsterfelijk leven zou een straf zijn. Inderdaad het lijkt een rijtje oude tegeltjeswijsheden uit een grijs verleden, maar ze zijn daarom nog niet minder waar. Het probleem is niet veranderd dus waarom zouden remedies dan wel moeten veranderen?

Misschien dat de dood voor u nog geen acuut probleem is. U hoeft nog niet onmiddellijk te sterven, u heeft nog tijd. Althans dat denkt u. Toch zult u hoe dan ook moeten leven met het besef van uw eigen sterfelijkheid. Wees u bewust van de werkelijkheid zoals die is. Stromend, vloeiend, constant in beweging en onderweg naar de dood. Dat geldt voor alles en iedereen. Als u eenmaal doordrongen bent van de noodzaak van uw dood, dan doemt onmiddellijk een andere noodzakelijkheid op. De noodzaak om iets van uw leven te maken. Haal uit het beetje leven dat u nog rest, wat er uit te halen valt! Woeker met uw talenten en onderzoek al uw mogelijkheden! Leef uw leven ten volle!

  

woensdag 9 september 2020

ECHTE STOÏCIJNEN ZIJN HEDONISTISCHER DAN EPICURISTEN

 Eigenlijk staan vooral de epicuristen er om bekend hedonistisch te zijn. De stoïcijnen worden doorgaans als saai, sober en streng gezien. Het zijn de calvinisten van de Oudheid. Dit beeld klopt van geen kanten. Stoïcijnen waren niet minder hedonistisch dan de epicuristen. De epicuristen waren natuurlijk wel de grootste concurrenten van de stoïcijnen. In het oude Rome stuurde de beter gesitueerde Romein hun zonen (meisjes telden niet mee) of naar een stoïcijnse, of naar een epicuristische ‘universiteit’. Ambitieuze ouders die een carrière in de senaat voor hun kroos in gedachten hadden kozen voor de stoïcijnen, en ouders die hun kind een wat rustigere en veiligere toekomst toewensten kozen voor de epicuristen. Je zou denken dat er daarom een wereld van verschil tussen die twee scholen zou moeten bestaan. Als je de twee scholen wat van dichterbij bekijkt blijkt dat verschil nog al mee te vallen.

Bij nadere beschouwing blijkt de tegenstelling tussen stoïcisme en epicurisme vooral kunstmatig te zijn. De bekende filosoof en politicus Cicero heeft er, vaak om politieke redenen, veel aan bijgedragen om de verschillen tussen de scholen uit te vergroten. Seneca was een stuk objectiever en in zijn ‘Brieven aan Lucilius’ spelen Epicurus en zijn filosofie een belangrijke rol. Volgens Seneca is het gewoon dom om andere bronnen van wijsheid te negeren om de enkele reden dat ze van een concurrent afkomstig zijn. Hij ziet er dan ook geen enkel probleem in om de ideeën van Epicurus te gebruiken als hem dat zo uitkomt. Zijn brieven staan dan ook vol met citaten en verwijzingen naar het epicurisme.

Over onderwerpen als de dood, euthanasie en het leiden van een sober en gelukkig leven hebben de zuilengalerij en de tuin van Epicurus dezelfde mening. De dood raakt ons niet, zolang we leven is de dood er niet, en als we dood zijn is het leven er niet. Elke leeftijd, ieder moment is geschikt om te filosoferen. Alle pijn is dragelijk, als het te erg wordt sterven we er aan. Sommige begeertes zoals honger en dorst zijn natuurlijk en noodzakelijk, andere begeertes, zoals seks, zijn natuurlijk, ze vallen te prefereren maar zijn niet persé noodzakelijk. Tenslotte zijn er begeertes, zoals het verlangen naar rijkdom, die noch noodzakelijk, noch natuurlijk zijn. Dit soort begeertes kan je maar beter helemaal links laten liggen. Dit zijn uitspraken van Epicuristen, maar ze hadden net zo goed door een stoïcijn gezegd kunnen zijn. Toch staat alleen Epicurus bekend om zijn hedonisme. Het woord epicurisme is zelfs synoniem aan een leven gericht op genot en plezier. Het gaat Epicurus echter vooral om het vermijden van onnodig leed en het daardoor leiden van een zo prettig en gelukkig mogelijk leven. De stoïcijnen streven in de eerste plaats naar het leiden van een virtuoos leven. Een levenswijze die volgens hen dan weer wel een prettig en gelukkig leven tot gevolg heeft. Stoïcisme is daarmee nauwelijks minder op geluk gericht dan het epicurisme. Zelfs de stoïcijnse gedachte dat leed en pijn niet iets objectiefs zijn, maar een subjectieve en geconstrueerde waarneming heeft een hedonistische achtergrond. De werkelijkheid is een door ons zelf gecreëerd beeld, een beeld waar we invloed op hebben. Zelfs als die invloed niet absoluut is, dan is die toch voldoende om een heleboel pijn en leed te verzachten en zo ondanks allerlei tegenslag een zekere mate van sereniteit te bereiken.

Het is vooral de stoïcijn Epictetus die de nadruk legt op zaken waar we wel macht over hebben en zaken waarover we dat niet hebben. Het heeft geen enkele zin om je druk te maken of boos te worden over de dingen die aan je wil ontsnappen. Je bent beter af als je jezelf aanleert om deze dingen gewoon te ondergaan en doorstaan zonder er op te reageren. De scheiding tussen een deel van de wereld waar je het maar mee moet doen en een deel van de wereld waar actie op mogelijk is voorkomt overbodig leiden en is daarmee eigenlijk behoorlijk hedonistisch. Sommige stoïcijnen gaan nog een stap verder en beweren dat het ondergaan van pijn zelfs een positieve kant heeft omdat het een manier is om je eigen kracht op de proef te stellen. Dat zou Epicurus nooit gezegd hebben, maar dat neemt niet weg dat deze gedachte voor sommige mensen weldegelijk troostend zou kunnen werken.

Er zijn natuurlijk ook belangrijke verschillen tussen de epicuristen en stoïcijnen. Epicurus gelooft in het bestaan van de goden, de stoïcijnen zijn pantheïsten die alleen in de natuur geloven. Volgens Epicurus bestaat de wereld uit atomen die zich volstrekt toevallig en willekeurig bewegen. De stoïcijnen zijn energetisch materialisten die denken dat de natuur zich volgens bepaalde wetten ontwikkelt. De epicuristen willen zich terugtrekken uit de maatschappij. De stoïcijnen weten dat dat geen zin heeft, de maatschappij weet je ook in de tuin van Epicurus te vinden. Voor een epicurist staat het vermijden van leed voorop. Een stoïcijn weet dat dat altijd op een teleurstelling uitloopt en richt zich op het leiden van een virtuoos leven. Dat maakt een stoïcijn niet minder hedonistisch, maar wel een stuk realistischer dan een epicurist.

Stoïcisme heeft niets met ascetisme te maken en een stoïcijn is geen monnik. Veel mensen denken ten onrechte dat een leven als stoïcijn betekent dat je hard moet werken en sober en spaarzaam in een klein koud kamertje deugdzaam moet zitten wezen. Stoïcisme wordt vaak gezien als een strenge en sobere filosofie waarbij je de geneugten van het leven wel kan vergeten. In werkelijkheid zijn stoïcijnen nauwelijks minder hedonistisch dan epicuristen. Ze zijn echter wel een stuk realistischer en hanteren technieken die effectiever zijn en een grotere kans op het leiden van een gelukkig en goed leven bieden.

maandag 17 augustus 2020

VERLANGENS CONTROLEREN

 

‘Stoïcijnen dat zijn toch die saaie grijze muizen die de hele dag bezig zijn hun emoties en verlangens te onderdrukken? Kijk maar naar wat Marcus Aurelius er over schrijft in zijn dagboeken:

Je moet er een gewoonte van maken om bij het zien van een mooi opgemaakte visschotel of andere lekkere dingen te denken: ‘Dit is een dode vis, dit is het kadaver van een kip en dit van een speenvarken. Falernische wijn is niets anders dan gegist druivensap en je purperen keizerstoga is niets anders dan haar van een schaap geverfd met het bloed van een weekdier. En seks dat is niets meer dan het langs elkaar heen wrijven van lichaamsdelen en het in een kramp uitscheiden van wat slijm. Dat soort gedachten raken de kern van de zaak en vertellen je precies wat iets werkelijk is. Dit moet je altijd en overal doen als je iets tegenkomt wat je begeerte opwekt. Doorzie wat het in werkelijkheid is en laat je niet verblinden door schone schijn. Het lijkt allemaal geweldig en ontzettend belangrijk, maar in werkelijkheid heeft het geen enkele echte  waarde. (Marcus Aurelius; Dagboeken; boek 6, hoofdstuk 13)

Zie je wel jullie keizer zegt het zelf, stoïcijnen vermoorden het plezier in het leven. Alles wat leuk en prettig is moet met naargeestige gedachtes om zeep worden geholpen’.

Als u denkt dat Marcus dat bedoelt dan heeft u hem totaal verkeerd begrepen. Dat is zeker niet zijn intentie. Stoïcijnen willen uw plezier in een heerlijke zalmschotel met een glaasje wijn niet bederven, en het zijn ook geen monniken die u uw erotische genoegens willen ontzeggen. Hij noemt lekker eten, Falernische wijn en seks juist omdat hij er zelf ontzettend gek op was. Falernische wijn was destijds trouwens de duurste en meest exquise wijn die te koop was en daarmee waarschijnlijk de dagelijkse tafelwijn van onze keizer. Ook van seks was Marcus niet vies. Het schijnt dat zijn tent tijdens de langdurige veldtochten die hij moest voeren om de rijksgrenzen te beschermen regelmatig bezoek van aantrekkelijke concubines ontving.

Nee de stoïcijnen willen u niets ontzeggen, wat ze wel willen is dat u zich realiseert dat al die genietingen ethisch neutraal zijn. U mag ze best met mate najagen, maar moet zich er van bewust zijn dat ze voor een gelukkig en virtuoos leven niet werkelijk van belang zijn. Ze zijn neutraal, leuk en de moeite waard om na te streven, maar niet echt belangrijk. Waarschijnlijk noemt Marcus lekker eten en drinken en seks juist omdat hij van zichzelf weet dat hij er eigenlijk een beetje te verzot op is. Verlangens naar allerlei genietingen zijn prima, maar het mogen geen obsessies worden. Als uw verlangens een te grote rol in uw leven gaan spelen en misschien zelfs uw leven gaan beheersen dan veranderen volstrekt normale neigingen in vervelende passies. Passies die uw leven er niet beter op maken, maar juist verstieren. Dat laat een beetje stoïcijn zich natuurlijk niet gebeuren. In het geciteerde stukje herinnert Marcus zichzelf dan ook aan een stoïcijnse techniek om met ontspoorde verlangens om te gaan.

Bij deze techniek is het de bedoeling dat u zichzelf aan een ‘reality check’ onderwerpt. Wat is het nu echt waar u zo enorm naar verlangt? Ontleed het onderwerp van uw verlangen tot op het bot, tot waar het echt om draait. Is het nu nog steeds zo begerenswaardig? We hechten vaak veel waarde aan dingen die objectief bekeken helemaal niet zo bijzonder zijn en misschien zelfs walgelijk. Denk bijvoorbeeld aan de uit weekdieren gemaakte purperen kleurstof uit het citaat. Wat we van iets vinden staat vaak ver af van wat het werkelijk is. Zeker als het gaat om iets waar we gevoelens bij hebben. Veel van onze waardeoordelen zijn het gevolg van onbewust ingesleten gedachtenketens. U loopt langs een mooi meisje of een mooie jongen. U schrikt op en er gaat onmiddellijk een oude ingesleten gedachtenketen bij u van start. Uw reptielenbrein vertelt u: ‘Wat een stuk, daar wil ik wel mee naar bed!’ Uw seksuele verlangens worden gewekt op een moment en een plek waar u daar waarschijnlijk helemaal niets mee kunt. Die aantrekkelijke dame of heer heeft u uw gemoedsrust doen verliezen. Maar is het wel die schoonheid die u van uw stuk heeft gebracht?

Iedere indruk uit de buitenwereld wordt automatisch van een emotioneel oordeel voorzien. Dit oordeel noemden de stoïcijnen een pre-emotie. Om die pre-emotie kan niemand heen, maar het moment van de instemming met die pre-emotie is cruciaal voor de vraag of u bij de feiten kunt blijven of dat u uw emoties met u op de loop laat gaan. Met het geven van een waardeoordeel verlaat u de feitelijke situatie. U plakt een etiket op de externe wereld. Een etiket dat echter niets over die wereld zegt. Het zegt alleen iets over u en uw karakter. Het vertelt wat u van de werkelijkheid vindt, niet wat die echt is. Een stoïcijn probeert met een objectieve onpartijdige blik naar de werkelijkheid te kijken. Hij probeert zijn waardeoordeel even uit te stellen om de gelegenheid te krijgen om eerst eens goed naar de situatie te kijken. Het is dan ook goed om bij alles wat uw gemoedsrust lijkt te gaan verstoren, eerst even tot tien te tellen en een ‘reality check’ uit te voeren.

 

dinsdag 11 augustus 2020

EEN STOÏCIJNS VIERSTAPPENPLAN TEGEN ANGST

 

Angst is misschien wel de vervelendste van alle negatieve emoties of passies zoals de stoïcijnen ze noemen. Het maakt dat je je rot voelt en zorgt er voor dat je niet meer goed kunt nadenken. Alles zie je negatief en door een donkere bril. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de stoïcijnen een heel arsenaal aan technieken tegen allerlei gradaties van bangheid hebben ontwikkeld. Technieken die zo succesvol bleken te zijn dat u ze tegenwoordig kunt terugvinden bij de mindfulness en cognitieve gedragstherapie. Wetenschappelijk onderzoek toont tegenwoordig aan dat de oude stoïcijnse methoden prima werken bij het tegengaan van zorgen en andere negatieve gedachten.

Angstgevoelens hebben betrekking op iets wat zich of in het heden, of in de toekomst of in zowel het heden als in de toekomst afspeelt. De stoïcijnen wijzen er op dat veel van onze angsten het gevolg zijn van onzorgvuldig denkwerk. Zeker als het om de dingen gaat waar we ons zorgen over maken hebben wij mensen de neiging om niet al te kritisch te zijn. We gaan maar al te makkelijk en snel uit van het slechtste scenario. En dat is uit evolutionair oogpunt helemaal niet zo verwonderlijk. De voorouders die onbezorgd en flierefluitend door het leven gingen liepen een aanzienlijke kans om in de maag van de lokale sabeltandtijger te eindigen. Zorgelijkheid en bangigheid geeft een evolutionair voordeel en is dus ingebakken geraakt in de menselijke aard. We zijn daardoor gek op slecht nieuws, hoe sensationeler en onwaarschijnlijker hoe beter.

Het is dan ook niet zo raar dat mensen verontrustend nieuws en zorgelijke gedachten doorgaans niet al te kritisch tegen het licht houden. Als we dat wel zouden doen zouden we er achter komen dat we helemaal niet zoveel weten over de toekomst. Al die vermeende aanwijzingen dat ons iets verschrikkelijks staat te wachten zijn bij nadere beschouwing heel wat minder realistisch dan we in eerste instantie dachten. Het is dus maar zeer de vraag of uw op de toekomst betrekking hebbende angsten wel reëel zijn. Het loont de moeite om voordat u zich weer eens overgeeft aan uw zorgen eerst even goed te kijken of u ook echt goede gronden hebt om bang te zijn. Als u eerlijk bent zult u moeten concluderen dat u regelmatig maar heel weinig gegronde redenen hebt om u ergens zorgen over te maken. Natuurlijk dingen gaan fout, maar nu u toch bezig bent eerlijk te zijn zult u moeten toegeven dat de werkelijkheid dikwijls beter uitpakt dan u verwacht had.

Deze rationele eerlijkheid betekent natuurlijk niet meteen dat u geen enkele reden tot ongerustheid meer hebt. Toch is het wel zo dat u zich op het moment dat u zich ongerust voelt doorgaans nog in redelijk comfortabele omstandigheden bevindt. U bent misschien wel bang om met Corona besmet te raken, maar op dit moment voelt u zich nog niet ziek. Of u bent bang om uw baan te verliezen, maar nu hebt u nog steeds werk. Of uw negatieve toekomstverwachtingen nu reëel zijn of niet in het heden hebt u waarschijnlijk geen reden om u rot te voelen. Op dit moment bent u gezond, hebt u geen pijn en wordt u geen onrecht aangedaan. Eigenlijk is er dus niets mis. Stoïcijnen raden u dan ook aan om zo veel mogelijk in het hier en nu te leven. Het heden is het enige moment in de enorme uitgestrektheid van de tijd waarin u werkelijk bestaat. Zonde van uw tijd om dat moment te verspillen aan allerlei angstgevoelens.

Om het makkelijker te maken hun angsten het hoofd te bieden ontwikkelden de stoïcijnen een stappenplan. Ze raden u aan om uw angstgevoelens in vier stappen aan te pakken.

Stap 1 Laat uw zorgen even voor wat ze zijn en richt u op het heden.

Stap 2 Bedenk hoe reëel uw zorgen werkelijk zijn.

Stap 3 Stel een plan de campagne op en kom in actie.

Stap 4 Stel de vraag wat uw angst u nu eigenlijk oplevert.

Bij de eerste stap moet u dus proberen te aarden, zoals dat tegenwoordig wordt gezegd. U moet zich bewust worden van het hier en nu. Daarvoor kunt u bijvoorbeeld de stoïcijnse ademmeditatie (pneuma meditatie) gebruiken, u richten op een voorwerp in de omgeving, op de geluiden die u hoort of één van de door de mindfulness aanbevolen technieken. Ook kunt u proberen uw angstgevoelens even uit te stellen tot een daar speciaal voor in het leven geroepen moment: het zorgenuurtje. Als u zichzelf met één van deze technieken terug hebt gebracht in het hier en nu bedenk dan of er op dit moment al iets mis is. Meestal is dat niet het geval, maar als u op dit moment al wel ziek bent, pijn hebt of op een andere manier wordt belemmerd kunt u gebruik maken van uw stoïcijnse beginselen en de daar aan verbonden technieken om met de vervelende situatie om te gaan. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de ‘premeditatio malorum’, de tegengiftechniek of de verdeel en heers methode. Als er in het heden niets vervelends aan de hand is, wordt het tijd voor de volgende stap.

Bij stap twee gaat u uw angsten concreet maken. Veel angstgevoelens zijn diffuus en niet helemaal duidelijk. Kijk daarom naar wat het echt is waar u bang voor bent. Maak het zo concreet en helder als u maar kunt. U bent bijvoorbeeld bang om ontslagen te worden en door geldgebrek uit uw huis gezet te worden, of u bent bang dat bij een bloedonderzoek een akelige ziekte bij u wordt geconstateerd. U hebt een heldere en duidelijk omschreven angst nodig om beter te kunnen onderzoeken of die angst terecht is of niet. Onderzoek of er serieuze aanwijzingen zijn dat uw negatieve toekomstverwachtingen ook echt zullen uitkomen. Wees daarbij zo eerlijk mogelijk en zoek ook naar aanwijzingen en bewijzen dat uw verwachtingen niet zullen uitkomen. Kijk naar uw ervaringen in vergelijkbare situaties. Ging het toen fout of viel het achteraf toch nog mee? De kans is groot dat u er zo achter komt dat uw angsten minder realistisch zijn dan u denkt.

Bij de derde stap gaat u vervolgens op zoek naar alternatieve uitkomsten van uw negatieve toekomstverwachtingen. U zoekt naar oplossingen en gedragsstrategieën om een meer gewenste uitkomst mogelijk te maken. Stel een ‘plan de campagne’ op en neem u voor om in actie te komen. Een actieplan biedt natuurlijk geen enkele garantie voor een gunstige uitkomst, maar alleen al het besef dat u een plan achter de hand hebt kan u helpen uw zorgen het hoofd te bieden. Stoïcijnen zijn nu eenmaal actief en niet passief. Ook als uw angst geen duidelijke handelingen mogelijk lijkt te maken, kunt u toch nog in actie komen. U kunt bij uzelf nagaan over welke eigenschappen u beschikt of zou moeten beschikken om de situatie te accepteren en op een waardige manier te doorstaan wat doorstaan moet worden.

Bedenk bij de vierde stap tenslotte bij uzelf wat het u oplevert om nu bang te zijn. Angst is een emotie die bedoeld is om u tot actie op te roepen. Als dat éénmaal bij stap drie gelukt is vervalt daarmee de reden om bang te zijn. U kunt uw angst bedanken en een begin maken met de uitvoering van uw actieplan. Mochten de zorgelijke gevoelens toch nog de kop op steken dan kunt u zichzelf verwijzen naar uw actieplan, of uw zorgen even uitstellen tot uw zorgenuurtje. Tijdens dit uurtje kunt u zo nodig uw problemen nog eens opnieuw doordenken en uw plan van aanpak aanpassen. Los van de vraag wat er uiteindelijk echt gaat gebeuren en wat u uiteindelijk gaat doen leveren uw angstgevoelens u waarschijnlijk helemaal niets op. U kunt uw zorgen beter laten voor wat ze zijn en overgaan tot de orde van de dag.

 

woensdag 5 augustus 2020

GELOOF DE OUDE STOÏCIJNEN NIET OP HUN BLAUWE OGEN

We leven in vreemde en verwarrende tijden. Tijden die veel van u en uw medemensen vragen. De drukte en stress van het moderne bestaan maakt dat veel mensen op zoek zijn naar bruikbare regels voor een prettiger en beter leven. De mensheid heeft nog nooit zoveel kennis gehad, toch is ons zicht op wat nodig is voor een goed en gelukkig leven gebrekkig. Op zoek naar bruikbare levenslessen grijpen we steeds meer terug op antieke wijsheid. Boeddha, Confucius, Lao-zi, Socrates, Augustinus en ook de oude stoïcijnen. Het stoïcisme is weer hot. Moderne boeken over de stoïcijnen gaan tegenwoordig als warme broodjes over de toonbank. Zo proberen we de uitdagingen die het moderne leven ons stelt het hoofd te bieden met ideeën uit oude teksten. Het is natuurlijk prachtig om in de geest te kunnen kijken van oude filosofen, of om te kunnen leren van de ervaringen van een Romeinse keizer als Marcus Aurelius. Hun woorden voelen, zelfs in de zoveelste moderne vertaling, waardevol. Ze lijken een diepe kwaliteit te bezitten. Zoals goede wijn of gerijpte kaas.

Eigenlijk is dit vreemd, want al hebben die antieke denkers ons best zinnige zaken te vertellen, al zijn hun introspectieve vermogens ontegenzeggelijk groot en al is het altijd een goed idee de geschiedenis van het denken te bestuderen, toch is het wonderlijk dat we fundamenteel richtinggevende suggesties aannemen van mannen, het zijn bijna nooit vrouwen, die leefden in volstrekt onvergelijkbare tijden, culturen en maatschappelijke verhoudingen. Van mannen die, als het gaat om de fundering van hun mens en wereldbeeld, een kennisniveau hadden dat slechts een fractie is van de kennis die vandaag de dag een middelbare scholier heeft. Evolutietheorie? Astronomie? Relativiteitstheorie? Kwantumfysica? Elektronica? Psychologie? Genetica? Neurologie? Die oude denkers hadden werkelijk geen idee waar dat allemaal over ging. Hun wereldbeeld was zeer onvolkomen en ook hun mensbeeld was alles behalve perfect.

Net als ik hebt u misschien toch de neiging om alles wat die oude stoïcijnse filosofen beweren voor zoete koek aan te nemen. Dat is niet verstandig en eigenlijk ook in strijd met het stoïcisme zelf. Sinds de oudheid heeft noch de wetenschap, noch de filosofie stilgezeten. Er zijn heel veel nieuwe inzichten die de moeite waard zijn om in de moderne stoïcijnse levenskunst opgenomen te worden. En dat moet ook. Stoïcisme is immers een levende filosofie die zelf de mogelijkheid van rationele aanpassingen en veranderingen open laat. Ook in de Oudheid was het al geen starre maar juist een heel bewegelijke traditie. Er is zelfs een oud stoïcijns gezegde over Zeno, de oprichter van de stoïcijnse school, dat zegt: ‘Zeno is onze vriend, maar de waarheid is een grotere vriend’.

In onze zoektocht naar wijsheid kunnen we dan ook niet domweg blijven leunen op de levenslessen van dode filosofen. Het stoïcisme verlangt dan ook van u dat u oude stoïcijnse ideeën kritisch toetst en dat u op eigen kracht probeert nieuwe, moderne wijsheden te formuleren. Moderne kennis en ervaring zouden daar dan dus de basis van moeten zijn.

Waarom zijn we dan toch nog zo gecharmeerd van die oude wijsgeren? Hoe kan het dat we zo veel waarde hechten aan hun inzichten bij onze pogingen om invulling te geven aan ons moderne leven? Hiervoor zijn vele redenen aan te wijzen. In de eerste plaats omdat die oude stoïcijnen de menselijke conditie op een aantal punten gewoon goed door hadden. Maar ook omdat we in onze nog maar zo kort geleden geseculariseerde samenleving op zoek zijn naar alternatieven voor predikant, preekstoel en Bijbel. Maar er speelt meer dan goede ideeën en religieuze verweesdheid. Dat we zo openstaan voor oude wijsheden heeft ook te maken met een aantal al te menselijke denkfouten. Denkfouten die u zoveel mogelijk zou moeten proberen te vermijden.

Allereerst natuurlijk de diepgevoelde romantische drogreden ‘argumentum ad antiquitatem’. Dit ‘beroep op de traditie’ stelt dat we oude wijsheden voor zoete koek moeten aannemen. Wat de oude filosofen beweren is per definitie goed. Ongeacht de vraag of ze inhoudelijk nog up to date zijn. Deze denkfout kan tot rare conclusies leiden. Zo was Zeno, de Griekse grondlegger van de stoïcijnse filosofie, er bijvoorbeeld van overtuigd dat de mens wordt geboren als een ‘tabula rasa’, een onbeschreven blad. Hij dacht destijds dat ieder mens volledig kneedbaar was en tot alles gevormd kon worden We weten inmiddels dat dit onzin is: uw persoonlijkheid en talent liggen voor een belangrijk deel al vast bij uw geboorte. Maar Zeno kon dat nog niet weten. En al zijn Zeno’s adviezen dan ruim tweeduizend jaar oud, ze worden daar niet kloppend van, zeker niet als ze gebaseerd zijn op onjuiste ideeën over hoe mens en samenleving in elkaar steken. U moet de oude filosofen dus altijd met een korreltje zout nemen en hun adviezen kritisch tegen het licht houden.

Dat betekent niet dat de oude teksten hun waarde verloren hebben. Er staat genoeg in dat zeer de moeite waard is. Maar niet alles wat de stoïcijnen schrijven is even waar. Sommige dingen zijn zelfs ronduit verwerpelijk. Zo stond de lhbt-gemeenschap in de Romeinse tijd niet al te hoog aangeschreven. De oudere Griekse stoa was op dat punt trouwens een stuk moderner dan de latere Romeinen. Dat neemt niet weg dat u, als de door ons zo bewonderde stoïcijnse keizer Marcus Aurelius trots schrijft dat hij toch maar mooi paal en perk heeft weten te stellen aan de homoseksuele activiteiten van Romeinse jongelingen, waarschijnlijk de neiging hebt om daar snel overheen te lezen. Een prachtig voorbeeld van wat de ‘confirmation bias’ wordt genoemd. De denkfout waarbij u bij de oude wijsgeren gezaghebbende formuleringen zoekt en ook vindt die passen bij inzichten die u al had. Pure zelfbevestiging waar u eigenlijk niet zo heel veel mee opschiet.

Een andere denkfout die samenhangt met onze waardering van oude wijsheden is de ‘human nature bias’. Dit is het populaire idee dat er zoiets als een ‘onveranderlijke menselijke natuur’ bestaat. Wie de leefregels van Boeddha, van de cynici of de stoïcijnen op zichzelf van toepassing acht, gaat er stilzwijgend vanuit dat de mens de afgelopen eeuwen niet echt veranderd is. En dat de psyche van de Nepalezen, Grieken en Romeinen die ruim tweeduizend jaar geleden leefden, gelijk is aan de psyche van een moderne mens. Dat is tot op zekere hoogte natuurlijk waar, want ja, mensen waren destijds biologisch niet anders dan tegenwoordig en hadden toen ook te maken met liefde, macht, tegenslag en dood. Maar de maatschappij en de manier van leven van de moderne mens is volstrekt onvergelijkbaar. Onze ideeën over de wereld zijn totaal anders. We leven anders, denken anders, voelen ons anders.

Dit alles maakt de oude stoïcijnse filosofen niet minder waardevol, maar u moet wel zien te voorkomen dat u zich kritiekloos door de klassieken laat meeslepen. Wijsheid zou dan een grabbelton worden waaruit je onmogelijk een samenhangend, betekenisvol verhaal over het goede leven kunt samenstellen. Het hedendaagse stoïcisme is anders dan het antieke stoïcisme. We hebben levenslessen nodig die passen bij onze eigen tijd. We hebben wijsheid nodig die gebaseerd is op kloppende, wetenschappelijke kennis over de wereld en de mens, in plaats van op achterhaalde mythische beelden. We leven in een tijdperk van ongekende economische, wetenschappelijke en culturele vooruitgang. Het moderne stoïcisme verwacht daarom van u dat u zelf nadenkt en op eigen kracht naar wijsheid op zoek gaat. Hoog tijd om het stoïcisme in een moderner en passender jasje te steken.