Volgens de stoïcijnen zijn mensen van nature rationele en sociale dieren. Een mens komt in hun ogen pas echt tot zijn recht door met andere mensen samen te werken. Dat neemt niet weg dat die andere mensen voor u waarschijnlijk ook de grootste bron van ergernis zijn. Uw irritatie over het gedrag van uw medemensen vormt echter geen objectief feit over de werkelijkheid. In de wereld bestaat niet zoiets als een irritant mens. Wat wel bestaat zijn mensen waar ù zich aan ergert. Het is uw oordeel over het gedrag van een ander dat maakt dat iemand door u als ergerlijk wordt ervaren.
De stoïcijnen wisten natuurlijk ook wel dat alleen hun adagium dat het uw eigen oordeel is dat maakt dat u zich ergert onvoldoende is om de frustratie ook echt weg te nemen. Ze hadden dan ook een aantal simpele adviezen die ze konden inzetten om hun omgang met de anderen wat te vereenvoudigen. Zo had Marcus Aurelius voor zichzelf een puntenlijstje gemaakt om beter voorbereid te zijn op de dagelijkse frustraties van het menselijk bedrijf (Boek 11; hoofdstuk 18 van zijn Dagboeken). Hij noemde het zijn negen muzen en drukte zichzelf op het hart om niet te snel kwaad te worden op andere mensen. Tegelijkertijd waarschuwde hij zich zelf om mensen ook niet naar de mond te praten. Zowel boosheid als toegefelijkheid zijn improductief. Hij voegde er nog een tiende advies van Apollo, de leider van de muzen, aan toe. Om u te helpen bij uw volgende confrontatie met een irritant persoon zal ik u hieronder een aangepaste versie van Marcus’ muzenlijstje geven zodat ook u beter voorbereid de confrontatie met de anderen kunt aangaan.
1. We zijn een sociaal dier en hebben elkaar nodig om ons te kunnen ontplooien. U bent afhankelijk van uw medemens. Zonder de anderen kunt u niet overleven.
2. Elk mens heeft een eigen levensgeschiedenis en een eigen karakter. Dat bepaalt de redenen waarom hij doet wat hij doet. Misschien dat u zich minder zou ergeren als u wist waarom iemand doet wat hij doet. Probeer zijn motieven te achterhalen.
3. Mensen doen wat ze doen, omdat ze denken dat het goed is wat ze doen. Zelfs de meest verschrikkelijke dingen worden gedaan door mensen die er van overtuigd zijn dat ze iets goeds doen.
4. Weet u trouwens wel zeker dat ze een fout maken? Misschien bent u niet goed geïnformeerd en is het voor u zo ergerlijke gedrag gewoon een heel rationele reactie.
5. Ook u bent niet onfeilbaar en maakt fouten. Waarschijnlijk bent u zelf ook een bron van ergernis voor andere mensen.
6. Is al die ergernis wel de moeite waard. Een mensenleven is kort. U kunt uw tijd wel beter gebruiken.
7. Het is niet het gedrag van anderen dat tot ergernis leidt, maar uw mening over de ergerlijkheid van het gedrag. Over het gedrag van anderen hebt u geen controle, maar over uw mening wel.
8. Wat is er nu echt gebeurd? Is het werkelijk zo erg? Bedenk dat uw woede en verdriet u waarschijnlijk veel meer schade toebrengen dan het door u zo verfoeide gedrag zelf.
9. Als iemand u ten onrechte irriteert, moet u proberen hem van zijn vergissing bewust te maken. Zorg er echter voor dat u dat op een vriendelijke manier doet, zonder ironisch of hooghartig te worden.
10. Bedenk tenslotte dat er nu eenmaal slechte mensen bestaan. Het is dom om te verlangen dat er alleen maar aardige en vriendelijke mensen zouden bestaan. Zo zit de wereld nu eenmaal niet in elkaar.
De volgende keer dat u met een vervelend figuur te maken krijgt kunt u, voordat u boos wordt, tot tien tellen om ondertussen het muzenlijstje even langs te lopen. Het is geen wondermiddel, die bestaan niet, maar misschien helpt het u wel een beetje om niet te snel kwaad of verdrietig te worden. Het leven is te kort om uw tijd te verspillen aan allerlei overbodige irritaties.
Welkom op deze blog over moderne stoïcijnse filosofie als praktische levenskunst. Hier ontdekt u toegankelijke inzichten en mindfulness oefeningen, geïnspireerd op deze tweeduizend jaar oude wijsheid, maar vertaald naar hedendaagse uitdagingen. Ik bied een actuele en op nieuwe inzichten gebaseerde interpretatie van het stoïcisme, die u helpt meer richting, innerlijke rust en persoonlijke groei in uw leven te vinden. Leer hoe u zelf stoïcijnse principes kunt toepassen om een beter mens te worden.
donderdag 30 april 2020
woensdag 29 april 2020
HOE TE DEALEN MET LASTPAKKEN EN ZEURPIETEN?
Jammer genoeg zijn niet alle mensen makkelijk in de omgang. Er lopen daar buiten heel wat lastpakken en vervelende klieren rond. Een confrontatie met dat soort personen kan behoorlijk frustrerend zijn en is bepaald niet goed voor uw gemoedsrust. Toch zult u een manier moeten vinden om ook met dit soort sujetten om te gaan. Ze zijn er nu eenmaal en hoe u ook uw best doet, u zult ze uiteindelijk niet allemaal kunnen ontwijken.
Stoïcijnen proberen iedereen die ze ontmoeten vriendelijk en mild te bejegenen, maar hoe doe je dat als iemand het bloed onder je nagels vandaan haalt? Zelfs onze stoïcijnse keizer, Marcus Aurelius, had het niet altijd even makkelijk met zijn medemens en dat terwijl hij ongetwijfeld met de nodige omzichtigheid benaderd werd. Stoïcijn of niet, hij was wel de machtigste man van het rijk die met een enkele vingerknip over leven en dood kon beschikken. Toch hield hij zich om zich voor te bereiden op de nukken van zijn medemens iedere ochtend het volgende iedere voor:
Vandaag zal ik mensen ontmoeten die zeuren, ondankbaar zijn, lange tenen hebben, onbetrouwbaar, jaloers of egoïstisch zijn. Ze zijn zo geworden omdat ze niet goed weten wat in het leven echt belangrijk is. Ik heb echter geleerd wat van nature goed en slecht voor me is, en ik weet ook dat we aan elkaar verwant zijn omdat we allemaal beschikken over dezelfde rationele vermogens. Een klein stukje van de goddelijke natuur. Ik ben me er van bewust dat niemand me werkelijk kan schaden. Daarom kan ik niet echt boos worden op die lastpakken en kan ik anderen ook niet haten. Van nature zijn we geboren om samen te werken zoals de twee ogen, de handen met de voeten en de onder- met de boventanden. Elkaar dwarszitten, ruziemaken en je ergeren aan die anderen is dus in strijd met de natuur. (Marcus Aurelius; Dagboeken; boek 2; hoofdstuk 1)
Stoïcijnen proberen iedereen die ze ontmoeten vriendelijk en mild te bejegenen, maar hoe doe je dat als iemand het bloed onder je nagels vandaan haalt? Zelfs onze stoïcijnse keizer, Marcus Aurelius, had het niet altijd even makkelijk met zijn medemens en dat terwijl hij ongetwijfeld met de nodige omzichtigheid benaderd werd. Stoïcijn of niet, hij was wel de machtigste man van het rijk die met een enkele vingerknip over leven en dood kon beschikken. Toch hield hij zich om zich voor te bereiden op de nukken van zijn medemens iedere ochtend het volgende iedere voor:
Vandaag zal ik mensen ontmoeten die zeuren, ondankbaar zijn, lange tenen hebben, onbetrouwbaar, jaloers of egoïstisch zijn. Ze zijn zo geworden omdat ze niet goed weten wat in het leven echt belangrijk is. Ik heb echter geleerd wat van nature goed en slecht voor me is, en ik weet ook dat we aan elkaar verwant zijn omdat we allemaal beschikken over dezelfde rationele vermogens. Een klein stukje van de goddelijke natuur. Ik ben me er van bewust dat niemand me werkelijk kan schaden. Daarom kan ik niet echt boos worden op die lastpakken en kan ik anderen ook niet haten. Van nature zijn we geboren om samen te werken zoals de twee ogen, de handen met de voeten en de onder- met de boventanden. Elkaar dwarszitten, ruziemaken en je ergeren aan die anderen is dus in strijd met de natuur. (Marcus Aurelius; Dagboeken; boek 2; hoofdstuk 1)
Wat bedoelt Marcus als hij zegt dat hij niet echt geschaad kan worden? Dat klinkt een niet-stoïcijn ongetwijfeld nogal vreemd in de oren. Maar u zult ondertussen wel begrijpen dat het gedrag van anderen iets is waar u geen invloed op hebt. Het is bij uitstek één van die dingen die buiten uw macht liggen. U kiest uw eigen normen en waarden, u maakt uw eigen oordelen en bepaalt zelf wat u wel en niet doet. Dat zijn de dingen die u in uw macht hebt, de dingen die u volledig kunt controleren. De waarden, oordelen en handelingen van anderen zijn hun eigen verantwoordelijkheid, niet die van u. Als u zich dat volledig eigen hebt gemaakt kan niemand u nog kwetsen of dwarszitten.
Marcus schrijft ook nog dat mensen van nature met elkaar samenwerken. Een mens is nu eenmaal een sociale diersoort. Hij heeft zijn medemens nodig om te kunnen overleven. En omdat een mens van nature met rede is begiftigd kan hij ook nog eens begrijpen dat het verstandig is om ruzies te vermijden en met anderen samen te werken.
Om u een beetje te helpen met de klieren van deze wereld geef ik u alvast een paar stoïcijnse adviezen om in de geest van Marcus met ergerlijke mensen te kunnen om gaan:
· Herinner uzelf er iedere ochtend aan dat u waarschijnlijk lastige mensen zult gaan ontmoeten. Dan bent u er alvast een beetje op voorbereid.
· Bedenk daarbij dat lastpakken nu eenmaal bestaan en dat een wereld zonder zeurpieten en vervelende mensen ondenkbaar is.
· Bedenk dat ook vervelende mensen doen wat ze denken dat het beste is. Dat ze daarbij foute keuzes maken is hun eigen probleem en niet het uwe.
· Bedenk dat u alleen uw eigen waarden, oordelen en handelingen volledig kunt controleren. Over wat andere doen en laten hebt u geen noemenswaardige invloed.
· Bedenk tenslotte dat de mens een sociale diersoort is en dat u hoe dan ook beter af bent door zoveel mogelijk met ze samen te werken.
Marcus schrijft ook nog dat mensen van nature met elkaar samenwerken. Een mens is nu eenmaal een sociale diersoort. Hij heeft zijn medemens nodig om te kunnen overleven. En omdat een mens van nature met rede is begiftigd kan hij ook nog eens begrijpen dat het verstandig is om ruzies te vermijden en met anderen samen te werken.
Om u een beetje te helpen met de klieren van deze wereld geef ik u alvast een paar stoïcijnse adviezen om in de geest van Marcus met ergerlijke mensen te kunnen om gaan:
· Herinner uzelf er iedere ochtend aan dat u waarschijnlijk lastige mensen zult gaan ontmoeten. Dan bent u er alvast een beetje op voorbereid.
· Bedenk daarbij dat lastpakken nu eenmaal bestaan en dat een wereld zonder zeurpieten en vervelende mensen ondenkbaar is.
· Bedenk dat ook vervelende mensen doen wat ze denken dat het beste is. Dat ze daarbij foute keuzes maken is hun eigen probleem en niet het uwe.
· Bedenk dat u alleen uw eigen waarden, oordelen en handelingen volledig kunt controleren. Over wat andere doen en laten hebt u geen noemenswaardige invloed.
· Bedenk tenslotte dat de mens een sociale diersoort is en dat u hoe dan ook beter af bent door zoveel mogelijk met ze samen te werken.
zondag 26 april 2020
SCHELDEN DOET GEEN PIJN
Het lijkt wel alsof we tegenwoordig veel lichtgeraakter zijn
dan vroeger. Mensen trekken het zich erg aan wat anderen van hen denken. Of het
nu gaat om hun virtuele image in de sociale media of om het beeld dat hun
vrienden van hen hebben, de opinie van de anderen is voor velen van cruciaal
belang. Als dat op de één of andere manier geschonden wordt is de boot aan en
worden ze kwaad of verdrietig.
Het spreekt vanzelf dat een stoïcijn iedereen vriendelijk en
met respect behandelt, maar hij verwacht niet dat anderen hem net zo zullen
behandelen. Wat anderen van u vinden doet er niet toe. Het is onbelangrijk en
kan genegeerd worden. Maar wat nu als u echt aangevallen wordt en als iemand u
bewust beledigt en probeert te kwetsen? De meeste mensen proberen hun aanvaller
direct met gelijke munt terug te betalen en dan het liefst nog net ietsje
slimmer of harder. Het wordt tegenwoordig zelfs als goed beschouwd om voor
jezelf op te komen en je het kaas niet van je brood te laten eten. Iedereen
moet toch zelfredzaam zijn en zich kunnen verdedigen?
Een dergelijke assertiviteit spreekt een stoïcijn niet aan.
Hij zal zich zelf niet verdedigen. Hij kan zich natuurlijk niet tot een
ordinaire scheld- of vechtpartij verlagen, maar hij laat ook niet over zich
heen lopen. Als stoïcijn zult u zich daarom een heel eigen manier van reageren
moeten aanwennen. Een doorsnee belediging verloopt in drie fases. Eerst zegt
iemand iets tegen u om u te kwetsen. Vervolgens moet u het gezegde ook echt als
kwetsend opvatten. En tenslotte moet u op de belediging reageren. De eerste
fase ligt volledige buiten uw macht het is de ander die beslist of hij u al dan
niet wil beledigen. Dat iemand u respectloos bejegent is zijn zaak en zijn
probleem. Als stoïcijn moet het u koud laten.
In de tweede fase gaat het om de innerlijke verwerking van
wat er is gezegd. Dat is iets waar u bij uitstek controle over hebt. U moet u
nu gaan afvragen wat de bedoeling was van de opmerking. Wilde de ander u
werkelijk beledigen of had hij alleen maar kritiek op iets wat u gedaan hebt? Als
het laatste het geval is dan kunt u de afzender van de opmerking bedanken voor
zijn poging om u te waarschuwen voor een fout. Dit ongeacht de manier waarop
hij het heeft gebracht. Niet iedereen is altijd even subtiel als hij een ander
voor een vergissing wil waarschuwen. Het is vermoedelijk de moeite waard om
even te kijken of de kritiek al dan niet terecht was. Misschien kunt u zo een
vergissing voorkomen. Als de kritiek onterecht is dan kunt u het daar bij
laten. Het is ook dan weer iets wat buiten uw macht ligt. De fout en het
probleem ligt bij de kritiekgever en niet bij u.
Alleen als de opmerking echt als een belediging bedoeld was komen
we in fase drie terecht. U moet op de belediging reageren. Uw reactie is weer
iets wat volledig binnen uw macht ligt. Maar moet u echt reageren? De ander wil
dat u reageert, dat is waar hij op uit is. Zonder reactie treft de belediging
geen doel. Epictetus leerde zijn leerlingen dat ze een persoonlijke aanval niet
als een belediging maar als een uitdaging moesten beschouwen. Hij zei het zo:
Stap eens naar een steen en scheld
die uit. Wat heeft dat voor effect? Als jij nu eens net zo naar dat gescheld
zou luisteren als die steen, wat voor lol heeft degene die jou uitscheldt daar
dan nog van? (Epictetus, Colleges, boek I, hoofdstuk 25)
Als u niet reageert op een belediging zal de ander zich
opgelaten voelen. Heeft hij het wel goed gedaan of was zijn belediging zo
klungelig dat het u niet eens is opgevallen? Of vindt u hem echt zo onbenullig
dat u het niet eens de moeite waard vindt om op hem te reageren? U berooft hem
niet alleen van het genoegen om te zien dat hij u van uw stuk heeft gebracht. U
laat hem en eventuele omstanders ook nog eens merken dat u geen zin en tijd
hebt om op zijn kinderachtige gedrag te reageren. U heeft wel iets belangrijkers
te doen dan u bezig te houden met zo’n Neanderthaler. Niemand vindt het prettig
om genegeerd te worden en uw aanvaller zal zich vernederd voelen. Hij zal zich
wel twee keer bedenken voor hij zich weer aan u vergrijpt.
Volgens de stoïcijnen is ook humor en zelfspot een prima reactie op een
belediging. Door met humor te reageren op een belediging of aanval vertelt u de
dader dat hij niet in zijn opzet is geslaagd. Het was natuurlijk zijn bedoeling
om u kwaad of verdrietig te maken en dat is duidelijk niet gelukt. Sterker nog
zonder in de val te lopen hem terug te beledigen, beledigt u hem op een
subtiele wijze toch door te laten zien dat zijn handelingen u niets doen. Zo
vertelt Seneca over een voorval met de stoïcijnse politicus en jurist Cato:
Toen onze Cato een keer een pleidooi
voor de rechtbank hield werd hij door de gevreesde Lentullus, onze ouders
herinneren zich hem nog als een enorme vlegel, met opgerocheld slijm in het
gezicht gespuugd. Hij veegde het spuug kalm van zijn gezicht en zei: ‘Lentullus,
ik zal iedereen die zegt dat jij je mond niet weet te gebruiken vertellen dat
ze het mis hebben. (Seneca; Over de woede; Boek III-38)
Epictetus adviseert een leerling om als iemand over hem
roddelt te zeggen dat de kletskous hem wel heel slecht moet kennen als dat het
ergste is wat hij over hem weet te vertellen.
Als iemand je vertelt dat die-en-die
kwaad over je spreekt, ga je dan niet verdedigen maar zeg liever: ‘Al mijn
andere fouten kent hij zeker niet anders had hij nog wel iets anders te
vertellen gehad.’ (Epictetus, Handboekje; hoofdstuk 33)
Humor is dus een prima manier om uw belager te ergeren
zonder uw waardigheid te verliezen. U laat zien dat u volstrekt ongevoelig bent
voor wat hij doet. De meeste mensen zijn echter niet zo eloquent en geestig dat
ze een belediging direct met een kwinkslag kunnen beantwoorden. Ik kan het in
elk geval niet en het overkomt me vaak dat ik pas uren na het voorval bedenk
hoe ik had moeten reageren. Ik realiseer me dat ik beledigd ben, en wordt meestal
niet kwaad maar kom toch niet verder dan een verbaasd en ongemakkelijk zwijgen.
Niet iedereen is dus in staat om een belediging met humor te pareren. Maar het totaal
negeren van een belediging werkt altijd en is meestal een stuk makkelijker uit
te voeren. Schelden doet geen pijn, maar negeren wel.
vrijdag 24 april 2020
WAAR JE MEE OMGAAT WORD JE MEE BESMET
Stoïcisme heeft niet alleen gevolgen voor de manier waarop u
tegen de wereld aankijkt, het heeft ook gevolgen voor uw sociale leven. Het
verlangt van u dat uw keuze van vrienden en kennissen eens kritisch tegen het licht
houdt. In een eerdere blog hadden we het over vrienden die u inspireren, die u
helpen bij het ontplooien van uw virtuositeit. U hoeft van uw vrienden niet te
verwachten dat ze perfect zijn, maar het is weldegelijk van belang dat uw
vriendschappen wederzijds lonend zijn.
Anderen kunnen uw gedachten en gedrag sterk beïnvloeden. Wij
zijn biologisch voorgeprogrammeerd om ons te conformeren aan de groep waarin we
verkeren. Die drang is enorm sterk en kan maar moeilijk weerstaan worden. Het
is dan ook van belang om de mensen waar u mee omgaat goed te selecteren.
Sommige relaties kunnen behoorlijk destructief zijn. Ook Epictetus was zich
daar van bewust. In zijn Handboekje zei hij het zo:
Sla uitnodigingen voor feestjes af
zowel van mensen die je niet kent als van mensen die je wel kent maar die niets
van filosofie af weten. En als je er toch een keer naar toe moet, pas dan op
dat je je niet net zo gaat gedragen als zij. Ook al ben je zelf gezond als je
vrienden besmet zijn is het onmogelijk om niet ook besmet te raken op het
moment dat je bij hen bent. (Epictetus; Handboekje; hoofdstuk 33)
Dit klinkt nogal elitair en zelfs een beetje hooghartig,
maar hij zegt hier eigenlijk niets anders dan dat u bent met wie u omgaat. En
dat is een waarheid als een koe. Probeer mensen die u laag halen zoveel
mogelijk te vermijden en zoek het contact met mensen waar u iets van kunt
leren. Dat betekent niet dat u u boven anderen verheven mag voelen omdat u
stoïcijn bent. Integendeel als stoïcijn bent u zich juist extra bewust van uw
eigen tekortkomingen. U weet dat u kwetsbaar en makkelijk te beïnvloeden bent.
Dat maakt de kwaliteit van uw sociale netwerk juist zo belangrijk.
Voor een stoïcijn is vriendschap dan ook een serieuze zaak.
Ze noemen iemand pas een vriend als hun relatie diepgang heeft en wederzijds
stimulerend is. Vriendschappen uit de kroeg, oppervlakkige kennissen of uw
vriendenkring op sociale media tellen in stoïcijnse ogen helemaal niet mee. Het
is dat deel van de anderen waar u toevallig het gezicht van kent, meer niet.
Dat betekent niet dat u het contact met de mensen die niet
aan de eis van wederzijds lonendheid kunnen voldoen volledig moet verbreken. Het
is nu eenmaal onmogelijk om elk slecht gezelschap te vermijden. Om sommige
mensen, familie en collega’s, kunt u niet heen en van andere mensen is het
gewoon onverantwoord om ze laten stikken. U moet wel bij al uw relaties bedenken
wat ze u opleveren. Sommige van uw vriendschappen zijn voor beide zijden
stimulerend, sommige zijn juist destructief en andere leiden helemaal nergens
toe. Van de laatste twee soorten moet u zich serieus gaan afvragen of ze de
moeite van het onderhouden nog wel waard zijn. Uw tijd van leven is immers te
beperkt om die aan hen te besteden.
Misschien is het de moeite waard om eens een lijstje te
maken van uw beste vrienden. De mensen die u vrolijk maken, die u weten op te
beuren als u zich rot voelt en die u stimuleren tot beter gedrag. Maak daarnaast
ook een lijstje van de mensen waarvan u weet dat ze uw negatieve gewoontes of
stemmingen versterken. De vrienden in wiens gezelschap u altijd te veel drinkt
of waarmee u geen andere gespreksonderwerpen dan sportwedstrijden en de slechte
eigenschappen van andere mensen kunt aansnijden. Als u eenmaal weet welke
vrienden een slechte invloed op u hebben kunt u er een begin mee maken om hun
uitnodigingen af te wijzen. En als u er dan toch niet onderuit kunt komen om
hen te ontmoeten zorg er dan voor dat u niet besmet raakt met hun slechte
gewoonte. Let in hun gezelschap extra goed op uw gedrag.
donderdag 23 april 2020
EEN LAAIEND VUUR
Als trouwe lezer van deze blog weet u inmiddels dat stoïcijnen de nadruk leggen op het accepteren van
externe dingen en alleen onder voorbehoud handelen. U zou kunnen denken dat stoïcijnen daardoor saaie en nogal passieve grijze muizen zijn. Het tegendeel is echter waar. Veel beroemde
stoïcijnen staan juist bekend om hun activisme in de wereld. Het handelen onder
voorbehoud betekent niet meer dan dat stoïcijnen de buitenwereld accepteren zoals hij is. Ze
zeggen bij alles wat ze doen tegen zich zelf: ‘ik ga dit of dat doen, onder
voorwaarde dat niets mij belemmert’.
Stoïcijnen maken weldegelijk grootste plannen en stellen zichzelf, binnen de kaders
van hun deugdenlijstje, ambitieuze doelen. Deze zijn van de onbelangrijke
onverschillige zaken het meest nastrevenswaardig. Ook de stoïcijnse keizer Marcus
Aurelius zegt dat de juiste manier om om te gaan met de wereld het 'onder
voorbehoud' hebben van nastrevenswaardige bedoelingen is. En als u
dan ondanks al uw inspanningen toch niet krijgt wat u had nagestreefd, zult u
zich onmiddellijk op een creatieve en verantwoorde manier aan de nieuwe
situatie aanpassen. U zoekt een alternatief, sluit een compromis, of
ziet helemaal van uw bedoelingen af. U gebruikt tegenslag als grondslag voor
nieuwe plannen. Marcus zei het zo:
“Als ons
‘hegemonikon’ [zelfbewustzijn] goed functioneert dan maakt hij gebruik van alles wat voorhanden
is. Hij is immers volkomen vrij en kan alles wat op zijn weg komt gebruiken.
Hij zet alle omstandigheden om in iets wat voor hem van nut is. Zoals een vuur
alles verteert wat er in geworpen wordt. Een kaarsvlammetje kan makkelijk
gedoofd worden, maar wat in een laaiend vuur wordt geworpen dient als brandstof
en doet het vuur alleen maar hoger oplaaien”. (Marcus Aurelius, Dagboeken IV-1)
Inderdaad, zoals Marcus zegt, moeten we in ons vermogen om om te gaan
met nieuwe ontwikkelingen, vooral na een teleurstelling of mislukking, niet als
een 'kaarsvlammetje', maar als een 'laaiend vuur' zijn. Om u daar een beetje bij te helpen geef ik u hieronder een oefening uit mijn 'cursus praktisch stoïcisme'.
Oefening: Handelen onder voorbehoud
U zou voortaan bij alles wat u onderneemt een onderscheid
kunnen gaan maken tussen wat u in de externe wereld wilt bereiken, uw bedoeling,
en wat u voor uzelf wilt bereiken, uw doeling. In uw interne wereld wilt u uw
best doen om uw externe doel te bereiken en niets anders. Het is uw interne
doel om alles in het werk te stellen wat redelijkerwijs in uw vermogen ligt om
uw externe bedoeling te bereiken. Besef daarbij dat u over het bereiken van uw
externe bedoeling maar een heel beperkte invloed kunt uitoefenen, terwijl u
over uw interne doel een absolute en onfeilbare controle hebt.
Beschrijf in uw dagboek een activiteit die niet zo uitpakte
als u had verwacht en gehoopt. Was u verrast door het
uiteindelijke resultaat? Had u de
andere uitkomst kunnen voorzien als u er beter over had nagedacht? Had u het anders kunnen aanpakken? Was er
een compromis mogelijk, een alternatief dat hoewel niet ideaal toch
aanvaardbaar was? Hoe zou het er hebben uitgezien als u een scheiding had aangebracht
tussen uw bedoeling en uw doel. Als u in de
toekomst een soortgelijke activiteit wilt uitvoeren, pakt u het dan anders aan?
Houd u dan meer rekening met eventualiteiten die uw plannen in de war kunnen
schoppen?
Kies nu drie of vier activiteiten die u heeft gepland voor de
komende weken.
Bedenk hoe u kunt proberen die activiteiten
'onder voorbehoud' uit te voeren. Denk niet alleen over wat u
wilt bereiken, wat uw bedoeling is, maar ook hoe u het wilt gaan doen. Wat
zou er kunnen gebeuren waardoor uw bedoelingen worden gedwarsboomd? Benadruk
dat het vooral uw doel is om uw best te doen. Dat is iets waar u controle over
hebt. Het is echter maar de vraag of u ook zult bereiken wat u wilt bereiken.
Daar heeft u geen (volledige) controle over. Als u deze taken eenmaal hebt
uitgevoerd, beschrijf dan in uw dagboek hoe goed of slecht het gegaan is. Gingen de zaken zoals u had verwacht? Lukte het u om 'onder voorbehoud' te handelen?
Heeft u er voordeel van gehad?
Tijdens de voorbereiding van uw dag
in uw ochtendmeditatie kunt u zich alvast de mogelijkheid van tegenslag en
tegenwerking voor de geest halen. Natuurlijk ook een stoïcijn heeft liever dat
alles gladjes en volgens planning verloopt, maar hij houdt altijd in zijn achterhoofd de mogelijkheid open dat
de uitkomst van zijn handelen niet het gewenste resultaat oplevert. Alleen de
intentie waarmee hij iets doet ligt wel volledig in zijn macht. Een stoïcijn
probeert dan ook goedgemutst en ethisch verantwoord in overeenkomst met de
natuur te handelen. Zeg dus voortaan in uw ochtendmeditatie: ‘ik wil x, y en z
gaan doen, maar ik doe het onder voorwaarde dat niets mij belemmert om het ook
echt uit te voeren’. Bedenk allerlei dingen die aan uw plannen in de weg kunnen
staan en zeg tegen uzelf dat u die tegenslagen gelijkmoedig zult accepteren als
ze ook echt gebeuren. Het gaat erom dat je je best doet. Doe uw best en laat
verder gebeuren wat er gebeurt.
woensdag 22 april 2020
SPREKEN IS ZILVER, MAAR ZWIJGEN IS GOUD
Spreken is één van de belangrijkste bezigheden waarmee u uw
dag vult. U staat de hele dag door in contact met anderen. U bent nooit meer
verbonden geweest met de mensen om u heen dan tegenwoordig. Sociale media maken
het u mogelijk om 24-uur per dag contact te houden met ‘vrienden’ van over de
hele wereld. Iedere stap die u zet, iedere hap die u eet, ieder flintertje nepnieuws,
elk leuk kattenfilmpje deelt u terstond met uw vriendenkring. En uw vrienden
delen hun eigen leukigheidjes en wederwaardigheden weer met u. Online en bij
contacten in levenden lijve wordt u met heel wat onzinnige en totaal overbodige
interacties geconfronteerd. Interacties waar u als stoïcijn iets mee zult
moeten of u dat nu wilt of niet. Tweeduizend jaar geleden had Epictetus al een
advies voor ons.
Leg voor jezelf een houding en
levensstijl vast waar je je aan houdt zowel als je alleen bent als wanneer je
in gezelschap verkeert.
Houd in gezelschap liever je mond en zeg alleen het hoogst noodzakelijke. Praat alleen als de situatie het eist, maar dan niet over ditjes en datjes: niet over gladiatorengevechten, paardenrennen, sporters, eten en drinken of één van de andere dingen waar mensen zo graag over praten. Roddel niet over anderen ook niet om ze te prijzen. Probeer het gesprek indien mogelijk op zinnigere onderwerpen te brengen. Als mensen het niet met je eens zijn, val ze dan niet aan en houd je mond. (Epictetus; Handboekje; Hoofdstuk 33)
Houd in gezelschap liever je mond en zeg alleen het hoogst noodzakelijke. Praat alleen als de situatie het eist, maar dan niet over ditjes en datjes: niet over gladiatorengevechten, paardenrennen, sporters, eten en drinken of één van de andere dingen waar mensen zo graag over praten. Roddel niet over anderen ook niet om ze te prijzen. Probeer het gesprek indien mogelijk op zinnigere onderwerpen te brengen. Als mensen het niet met je eens zijn, val ze dan niet aan en houd je mond. (Epictetus; Handboekje; Hoofdstuk 33)
In dit hoofdstuk uit zijn Handboekje geeft Epictetus
voorbeelden van de houding die zijn leerlingen in hun openbare leven zouden
moeten aannemen. Het is duidelijk geen complete lijst. Het geeft een indicatie
van de manier waarop een stoïcijn in opleiding zich hoort te gedragen. Op het
eerste gezicht lijkt het er vooral op neer te komen dat de leerling sociale
contacten zo veel mogelijk moet zien te vermijden. Vooral niet in filosofie
geïnteresseerde personen moeten worden ontlopen en als de leerling dan toch met
andere mensen in contact komt geldt het gezegde ‘spreken is zilver, maar
zwijgen is goud’ en kan hij maar beter zoveel mogelijk zijn mond houden.
De gladiatorengevechten en wagenrennen waar Epictetus het
over heeft zullen tegenwoordig geen belangrijk onderwerp van gesprek meer zijn,
maar daar staan tegenwoordig voetbalwedstrijden en autoraces tegenover. Er is
sinds Epictetus dit schreef niet zo heel veel veranderd. Natuurlijk betekenisloos
gebabbel en geroddel zijn ook nu nog een belangrijk sociaal bindmiddel, maar
dat betekent niet dat u daar als aspirant stoïcijn aan mee moet doen. Er zijn
ontelbaar veel boeiendere en belangrijkere gespreksonderwerpen. Onderwerpen waarmee
u uw inzicht in de wereld en haar problemen kunt vergroten. U mag gerust
proberen het niveau van uw conversaties een beetje op te krikken.
Dat zal trouwens niet makkelijk zijn. Er zijn nu eenmaal
minder mensen in filosofie geïnteresseerd dan in de laatste roddels over Pietje
en Klaasje. Domme en irritante mensen zijn nu eenmaal een onderdeel van onze
werkelijkheid. Jammer genoeg weten we vaak niet van te voren wanneer we met een
exemplaar van deze categorie te maken hebben. Epictetus wil dat zijn leerlingen
een manier ontwikkelen om met mensen van wat voor categorie dan ook om te
kunnen gaan. Een stoïcijn komt er niet onderuit om deel te nemen aan het
sociale verkeer. Hij raadde zijn leerlingen daarom aan om zichzelf een bepaalde
vaste houding tegenover andere mensen aan te wennen. Hij wil dat ze vriendelijk
en beleefd tegen anderen zijn. Tegen iedereen zelfs tegen domme mensen en
mensen waar ze eigenlijk een hekel aan hebben. Ze worden geacht een beetje
afstand te houden, niemand tegen te spreken, zelfs niet als ze zeker weten dat
ze het bij het verkeerde eind hebben. Dat betekent niet dat Epictetus wil dat
zijn leerlingen over zich heen laten lopen, het betekent dat hij wil dat de
mening van ‘domme’ mensen hen koud laat. Als onbelangrijke en oninteressante
onderwerpen, voetbal, auto’s, roddels, seks, vakanties en dergelijken,
besproken worden kunnen ze zich beter stil houden of hooguit zo nu en dan met
een geïnteresseerde blik doen alsof ze het besprokene interessant vindt. Er is tenslotte
geen enkele reden om onvriendelijk te worden en anderen te beledigen.
Voor de buitenwereld spelen ze een rol en lijken ze binnen
de groep te passen, maar het is ondertussen wel de bedoeling dat de leerlingen
zich steeds minder gaan aantrekken van wat anderen over ze denken. Ze leven ten
slotte niet om applaus te krijgen voor wat ze doen en al helemaal niet om de
afkeuring van anderen te ontwijken. Stoïcijnen zullen altijd proberen zo min
mogelijk op te vallen en houden zich ogenschijnlijk dus zo veel als mogelijk
aan de normen en zeden van de samenleving waar ze in leven. Maar het is
onvermijdelijk dat ze toch met enige regelmaat dingen zullen doen of zeggen die
hun gemiddelde medemens niet aanstaan. Epictetus weet dat het niet makkelijk is
om dingen te doen die de groep afkeurt, maar hij wil dat zijn leerlingen er aan
wennen dat zij het zelf zijn die uiteindelijk bepalen wat ze wel en niet willen
doen. Om dat makkelijker te maken moeten ze zich van hem een vriendelijke, aristocratische,
maar wel wat afstandelijke houding tegenover hun medemensen aanleren.
dinsdag 21 april 2020
TIJD OM TE SNOEIEN
Zoals u uit de vorige blog begrepen zult hebben gaat het in
het stoïcisme niet alleen om het aanleren van virtuoze karaktereigenschappen,
maar ook om het wegsnoeien van nutteloze handelingen. Het leven is veel te kort
en uw tijd is veel te kostbaar om u druk te maken en in te spannen voor
allerlei futiliteiten. Het is de hoogste tijd om uw dagelijkse gang van zaken
eens na te lopen om te onderzoeken of er niet wat dor hout valt weg te snoeien.
Neem vandaag eens even de tijd om na te gaan wat u zoal op
een dag doet en wat de waarde is van de dingen die u doet. Maak gewoon een
lijstje met alles wat u zoal op een dag uitspookt. Het gaat dan vooral om heel
gewone banale dingen als opstaan, naar uw werk gaan, vergaderen, kletsen bij de
koffieautomaat en uw mail checken. Neem ook kleine kortdurende activiteiten
mee. Kleine onbelangrijke gewoontes die elke dag weer terugkeren kunnen
uiteindelijk ongemerkt enorm veel van uw levenstijd opsnoepen.
U zult merken dat het niet altijd even makkelijk is om te
bepalen wat de waarde is van die activiteiten. Daarom geef ik u alvast een paar
criteria die u kunnen helpen. U kunt daar natuurlijk altijd een aantal van uw
eigen criteria aan toevoegen. In de eerste plaats moet u uzelf afvragen of de
betreffende handeling iets doet voor de ontwikkeling van uw virtuositeit. Wordt
u er een beter mens van? Leert u er iets van? Vervolgens moet u uzelf afvragen
wat het belang is van die handeling. Wordt de maatschappij beter door wat u
doet? Hebt uzelf of anderen profijt van wat u doet of is het iets dat u alleen ten
eigen bate doet? Vraag u tenslotte af of het om iets gaat dat u ook zou doen
als u wist dat u nog maar een paar dagen te leven had.
Voor een stoïcijn is zijn virtuositeit de maatstaf van alle
dingen. Hij zal dus vooral belang hechten aan handelingen die hem een beter
mens kunnen maken. Dit betekent niet dat handelingen die u ontspannen of waar u
plezier aan beleeft geen waarde zouden hebben. U zult uiteindelijk zelf moeten
bepalen of uw activiteiten u voldoende opleveren om er mee door te gaan. Bedenk
daarbij dat niet al uw tijd gevuld moet zijn met ‘nuttige’ activiteiten. Er is
geen enkele reden om u schuldig te voelen over een uurtje mijmeren in de zon. Ook
momentjes van dagdromen en niksen zijn voor een stoïcijn van grote waarde.
Zorg er in elk geval wel voor dat de dingen die u doet een
bewuste keuze zijn. U bepaalt zelf wat u met uw kostbaarste bezit, uw
levenstijd, wilt doen. Door zo nu en dan uw activiteiten onder de loep te nemen
kunt u weloverwogen beslissingen nemen over het pad dat u volgt. U zult
ongetwijfeld heel wat activiteiten ontdekken waar u geen noemenswaardig plezier
aan beleeft en die u zeker niet dichterbij uw doel brengen. Neem dan de snoeisnaar
ter hand en knip al dat overbodige tijdverslindende dorre hout weg.
Abonneren op:
Posts (Atom)