vrijdag 24 juni 2022

Redelijkheid als belangrijkste eigenschap van de wijze

In de vorige blog zagen we dat de stoïcijnen dachten dat een wijze net zo zeldzaam was als de mythische phoenix vogel. Extreem zeldzaam dus. En ze waren toch al niet zo van de mythische toverwezens. Dat betekent echter niet dat het niet de moeite waard is om te proberen een wijze te worden. De weg naar de wijsheid is geplaveid met waardevolle eigenschappen.

De belangrijkste eigenschap van een stoïcijnse wijze is, zoals we zagen, zijn rede. Het vermogen tot redelijk denken is voor een stoïcijn dan ook datgene wat een mens tot iets bijzonders maakt. U wordt door het noodlot van hort naar her geslingerd, u heeft geen of nauwelijks invloed op wat er met u, uw bezittingen en uw geliefden gebeurt, maar over uw ratio kunt u altijd en overal vrij beschikken. Ieder gezond mens beschikt immers over het vermogen tot redelijk nadenken. Daarin zijn alle mensen gelijk, rijk of arm, blank of zwart, man of vrouw het maakt allemaal niets uit. Het vermogen tot redelijkheid, de menselijke intelligentie is voor iedereen hetzelfde. Dat maakt dat er voor een stoïcijn geen wezenlijk verschil tussen mensen onderling bestaat. Iedereen is gelijk en iedereen beschikt over die ratio. Dat is iets heel bijzonders want daarmee zijn zij de eerste filosofische stroming die uitgaat van de fundamentele gelijkwaardigheid van alle mensen. In de oudheid was dat behoorlijk radicaal, afstamming, rijkdom en geslacht speelden een cruciale rol in de manier waarop er tegen iemand werd aangekeken. Een slaaf was een absolute nul, een vrouw nauwelijks meer dan dat en hetzelfde gold natuurlijk ook voor al die barbaren die tot een andere cultuur behoorden. Zelfs in onze moderne tijd is dat voor de meeste mensen niet anders. Ook in onze zogenaamd zo egalitaire Westerse maatschappij bepaalt je geslacht, huidskleur, culturele achtergrond en vooral de omvang van je bankrekening nog steeds wie en wat je bent. De stoïcijnen zijn daar dus anders in. Iedereen is gelijk, omdat iedereen tot redelijk denken in staat is.

Die rede legt u de plicht op om uw overtuigingen te onderbouwen. De dooddoener: ‘Dat voel ik nu eenmaal zo, ik weet niet goed waarom en heb er eigenlijk ook geen argumenten voor, maar het is wat ik voel en daarom is het waar’, is voor een stoïcijn een doodzonde. Zeker, het kan best zin hebben om ergens zonder sluitende onderbouwing in te geloven. U hoeft niet iedere wetenschappelijke theorie of uitspraak van een specialist persoonlijk te gaan controleren. En ook in het dagelijks leven is het meestal voldoende dat iets aannemelijk is. U hebt als u ’s-ochtends slaapdronken uit uw bed stapt geen absoluut sluitende gronden voor de vooronderstelling dat er zich naast uw bed geen afgrond, maar gewoon de slaapkamervloer bevindt. Toch is de aanwezigheid van een solide vloer een stuk geloofwaardiger dan een onpeilbare diepte. Dat iets aannemelijk is betekent echter nog niet dat u zomaar iets kunt gaan beweren zonder daar een onderbouwing voor te hebben. Voor een stoïcijn is en blijft het verstand altijd de leidraad.

Dat vermogen tot redelijk nadenken brengt wel verplichtingen met zich mee. Het moet gekoesterd en getraind worden. Zeker van u als stoïcijn in opleiding wordt verwacht dat u uw oordeelsvermogen en redeneerkunst en ontwikkelt. De kunst van het redeneren wordt ook wel de logica genoemd. De logica geeft regels voor het helder en kloppend nadenken en argumenteren. Logica speelt dan ook een belangrijke rol in het stoïcijnse curriculum. Van Epictetus wordt wel gezegd dat hij zich vooral op de ethiek richt en de fysica en logica links laat liggen. Het is echter maar de vraag of dat wel klopt. Dat de overgebleven collegeaantekeningen van Arrianus voornamelijk over ethiek gaan betekent nog niet dat vakken als logica en fysica in het lesplan van Epictetus geen belangrijke rol speelden. Misschien zijn Arrianus’ aantekeningen over die vakken wel verloren gegaan, of heeft hij ze gewoon weggegooid. Ik vermoed zelfs dat het op de school van Epictetus behoorlijk belangrijke vakken waren. In Arrianus zijn aantekeningen staat namelijk ook het volgende:

“Net als ik vroeger, realiseren de meeste mensen zich niet dat redeneringen met dubbelzinnige premissen, hypothetische redeneringen, redeneringen in vraag-en-antwoord vorm, en al dat soort redeneringen relevant zijn voor de discussie over een virtuoos leven. Bij elke gelegenheid onderzoeken we immers hoe een virtuoos mens op een manier van doen en een soort gedrag kan uitkomen dat bij die gelegenheid past.” (Epictetus, Colleges I, hoofdstuk 7)

In de oudheid stonden de stoïcijnen er juist om bekend de meest geavanceerde logica van alle filosofiescholen te hebben. Tegenwoordig wordt logica bijna uitsluitend op universiteiten of tijdens programmeercursussen onderwezen. Een doorsnee mens komt niet of nauwelijks met deze leer van het helder denken in aanraking. En dat is raar en eigenlijk best wel jammer. Bij alles wat u doet wordt er van u verwacht dat u nadenkt. Er is geen enkel beroep, studie of bezigheid te verzinnen die niet gebaat is bij helder en rationeel denken. En dan te bedenken dat u met een paar simpele tips en weetjes al een enorme verbetering in uw capaciteit tot logisch denken kunt maken. Daarom is het ook zo gek dat op geen enkele school les gegeven wordt in de vrij eenvoudige basis technieken van de logica.

Deze cursus gaat vooral over technieken waarmee u kunt leren wat u moet doen om u prettiger te voelen. U zou hierdoor de indruk kunnen krijgen dat stoïcijnen zich vooral bezighouden met het vinden van methoden die gericht zijn op het verbeteren van hun welzijn. Virtuositeit gaat echter om meer. Het doel van virtuositeit is excelleren in de levenskunst, en daar hoort ook het helder leren denken en redeneren bij. Bij de topos van het juiste oordeelsvermogen wordt dan ook de nadruk gelegd op de kunst van het rationeel denken en oordelen. Dat is meer dan alleen logisch nadenken, de logica in de oudheid omvatte ook dingen die we tegenwoordig onder de retorica, kennisleer en zelfs spiritualiteit zouden rangschikken. Een stoïcijn werd geacht ook op deze terreinen behoorlijk virtuoos te zijn.

U weet inmiddels dat helder denken bepalend is voor hoe u zich voelt. Zoals u in een eerdere les gezien heeft, waarde lezer, is het van het grootste belang om een binnenkomende pre-emotie van een juist oordeel te voorzien. Het is tenslotte dat oordeel dat uiteindelijk gaat bepalen hoe u zich voelt. De volgende logische redenering zou u ondertussen bekend voor moeten komen.

  • Wat een mens denkt bepaalt hoe hij zich voelt.

  • Een mens kan denken wat hij wil.

  • Dus kan een mens ook voelen wat hij wil.

Op de achtergrond spelen de rationaliteit en de principes van de logica een belangrijke rol in de stoïcijnse filosofie. Zelfs een korte inleiding in de logica gaat het kader van deze cursus te buiten. Ik kan u echter zeker aanraden om eens een boek over logica en drogredeneringen open te slaan. Het zal niet alleen uw studie van het stoïcisme ten goede komen, maar zal bij alles wat u ook maar zou willen ondernemen van nut zijn.



zaterdag 18 juni 2022

11.1 Wat is dat een wijze?

 LES 11

DE ONMOGELIJKE STOÏCIJNSE WIJZE


11.1 Wat is dat een wijze?

We laten de ‘leer of topos van de juiste wilskracht’ even voor wat hij is en komen nu toe aan de tweede van de drie hoofdonderdelen van het stoïcijnse curriculum: de topos of leer van de juiste denkkracht. Het zal u ondertussen wel zijn opgevallen dat stoïcijnen het steeds maar hebben over de ratio, de rede of gewoon over het verstand. U heeft vast wel een idee van wat daar zo ongeveer mee bedoeld wordt, maar het is voor het stoïcisme iets dat zo belangrijk is dat het de moeite waard is om er wat dieper op in te gaan. Het zal u tijdens uw stoïcijnse studies ook wel zijn opgevallen dat als het woord ratio opduikt een verwijzing naar de wijze nooit veraf is. De wijze zou dan iemand moeten zijn die zijn rationele vermogens perfect weet te beheersen. Daar schiet u natuurlijk niet echt veel mee op. Wat bedoelen de stoïcijnen nu eigenlijk echt als ze het over de ratio hebben en wat heeft dat met een wijze te maken?

We beginnen met een wat formele definitie van de ratio of rede. Als de stoïcijnen het begrip ratio gebruiken gaat het ze om het zowel bewust als onbewust analyseren van een situatie of een gebeurtenis, die zich uit de buitenwereld aan het bewustzijn van een persoon opdringt. Het vermogen tot analyse, tot het geven van een bewust of onbewust oordeel over die impressie is dan de menselijke ratio. Over elke impressie uit de externe wereld moet in de binnenwereld een oordeel geveld worden voordat er iets mee gedaan kan worden. Een oordeel dat als het even kan zo redelijk en rationeel mogelijk moet zijn. Meningen en oordelen over bepaalde situaties zijn volgens de stoïcijnen pas redelijk als ze gebaseerd zijn op, op feiten gebaseerde redeneringen. In tegenstelling tot oordelen die op niets anders dan een gevoel zijn gebaseerd, worden op de rede gestoelde meningen ondersteund door goede gronden. Dergelijke oordelen vallen te verdedigen. Je kunt uitleggen waarom je ze aanhangt. Dat betekent niet dat ze ook correct zijn. Het kan heel goed zijn dat de feiten achteraf niet blijken te kloppen of dat er iets mis is met de redenering, maar dat neemt niet weg dat een op de rede gebaseerde mening veel beter te verdedigen valt dan een simpel: ‘Zo voel ik dat nu eenmaal’ of ‘zo ben ik nu één keer’.

Alleen de wijze heeft altijd een kloppende mening, zijn denkkracht is ongeëvenaard. Een wijze kan zich nooit vergissen en heeft het altijd bij het rechte eind. Een wijze heeft een perfecte ratio en komt altijd tot een kloppend oordeel. De stoïcijnen verwijzen vaak als ideaalbeeld naar deze wijze filosoof. Het is de bedoeling dat iedere stoïcijn probeert om wijs te worden. Ook van u als beginnend stoïcijn wordt dus verwacht dat u er naar streeft om een wijze te worden. Maar wat is dat eigenlijk een wijze? Is het iemand met een grote algemene ontwikkeling? Iemand die goede cijfers op school en op de universiteit heeft gehaald, en bovendien ook nog eens verstandige dingen doet en zegt? Of misschien iemand die carrière weet te maken en mensen makkelijk naar zijn hand kan zetten? Of dan toch iemand die goed kan bluffen en overtuigen waardoor hij een rijke zakenman is geworden? Dat is in elk geval niet wat in het dagelijks taalgebruik onder een wijze wordt verstaan. Praktische kennis en kunde zijn dus niet echt de eerste dingen waar je aan denkt bij het begrip wijze. Integendeel een wijze wordt vaak gezien als verstrooid, als iemand die niet al te handig en praktisch is. Maar een wijze is ook niet iemand die zich alleen maar volgestopt heeft met theoretische kennis of iemand die professor aan een universiteit is. Een wijze is meer iemand die antwoorden heeft gevonden op de grote levensvragen. Iemand die het grote plan van het universum begrijpt. Maar ook iemand die dat inzicht niet voor zichzelf houdt en het deelt met anderen. Wijsheid heeft dus zeker een sociale kant. Maar daar blijft het niet bij wijsheid heeft ook nog een spirituele kant. Een wijze is iemand die een bijzonder contact met de kosmos onderhoudt. Hij weet of voelt wat het universum is en van plan is. Hij is wat in boeddhistische termen een verlichte of bodhisattva wordt genoemd.

Voor de stoïcijnen heeft wijsheid natuurlijk vooral veel te maken met de goede werking van de ratio, het menselijke verstand. Een wijze is voor de stoïcijnen iemand met een uitmuntend stel hersenen, die bovendien weet wat hij daar mee moet doen. Hij kent zijn eigen, de menselijke en de universele natuur als geen ander. Hij is daardoor volledig afgestemd op de natuurwetten en de loop van de geschiedenis. Wat de natuur of zijn medemensen ook doen hij ziet het van te voren aankomen. Hij (of zij natuurlijk, gender speelt hierbij geen enkele rol) beheerst zijn lichaam, emoties en gedachten volkomen. Hij weet precies hoe hij moet reageren en wat het beste is voor hem zelf in het bijzonder en de mensheid als geheel in het algemeen. Geen enkele gebeurtenis komt voor hem als een verrassing, niets en niemand kan hem dan ook uit zijn evenwicht brengen. Hij is iemand die zijn rede volkomen heeft weten te perfectioneren en in volledige harmonie met de natuur leeft. Al zijn handelingen zijn onfeilbaar gericht op het algemeen welzijn.

Volgens de stoïcijnen is het bestaan van een dergelijk perfect persoon eigenlijk onmogelijk. Dat klinkt misschien ontmoedigend, maar een stoïcijn hoeft niet persé de top te bereiken om toch goed bezig te zijn. Hij is volkomen tevreden met het besef dat hij zijn best heeft gedaan. Epictetus zei het zo:

“Ik zal nooit een Milo worden [destijds een beroemde sportheld en kampioen op de Olympische Spelen], maar ik train mijn lichaam wel. Ik zal ook nooit een nieuwe Croesus [een in de oudheid bekende multimiljardair] worden, maar ik heb mijn zaakjes wel op orde. Een stoïcijn geeft niet op, alleen omdat hij weet dat hij ergens nooit de beste in zal worden.” (Epictetus; Colleges Boek I, hoofdstuk 2)

De stoïcijnse wijze is dus een soort mengeling tussen superman en de verlichte Boeddha. Een ideaalbeeld dat, hoewel onhaalbaar, toch nagestreefd moet worden. Zelfs de stoïcijnen zelf geloofden niet dat een wijze bestaat of ooit bestaan had. Ook stoïcijnse helden als Socrates, Diogenes en Zeno waren volgens hen nog steeds geen echte wijzen. Misschien goed op weg, maar toch nog geen wijze. De wijze was volgens hen net zo zeldzaam als de Ethiopische Phoenix en er waren maar heel weinig stoïcijnen die in het bestaan van deze mythische vuurvogel geloofden.


zaterdag 11 juni 2022

Stoïcijns determinisme en quantummechanica

 De oude stoïcijnen gingen er van uit dat het universum volledig deterministisch was. Dit betekent dat er volgens hen een aantal natuurwetten moeten bestaan die ons, althans in principe, de mogelijkheid bieden om alles wat er in het universum gebeurt te voorspellen. Als we zouden beschikken over een volledige beschrijving van de toestand van het heelal op dit moment, dan zouden we daaruit met behulp van die natuurwetten letterlijk alles wat er nog te gebeuren staat kunnen berekenen. Dat was natuurlijk wel even een probleempje. We beschikken nu eenmaal niet over een compleet stelsel van natuurwetten, en ook de exacte toestand waarin het heelal zich bevindt is voor ons mensjes een beetje lastig te bevatten. Maar dat doet niet af aan het principe.

Als de stoïcijnen gelijk hebben zouden de natuurwetten, uitgaande van de toestand waarin het heelal zich nu bevindt, kunnen vertellen hoe het heelal in het verleden is geweest en hoe het er in de toekomst zal uitzien. Zo kunnen we bijvoorbeeld met behulp van de zwaartekrachtwetten van Newton en de huidige positie en snelheid van de zon en de planeten op elk willekeurig tijdstip in het verleden of de toekomst berekenen wat de toestand van het zonnestelsel zal zijn. Het stoïcijnse determinisme lijkt in het geval van het zonnestelsel aardig te kloppen. Maar de stoïcijnen gingen nog een stap verder. Ze gingen er van uit dat er ook natuurwetten bestaan die het menselijke gedrag beheersen.

Dat klinkt absurd. Zou het werkelijk mogelijk zijn om te ‘berekenen’ hoe al onze toekomstige handelingen eruit zullen zien? Het is natuurlijk onmogelijk om zelfs maar de positie en eigenschappen van al de moleculen in een mensenlichaam te kennen laat staan van alle atomen en moleculen in het heelal. Maar als we er van uit gaan dat het universum zich aan natuurwetten houdt dan beweren we toch echt ook dat onze toekomst, ook al beschikken we niet over de mogelijkheid om alles te bevatten, toch gepredestineerd is.

Het stoïcijns determinisme wekt veel weerstand op. Het druist in tegen het gevoel dat we over een vrije wil beschikken en dat we tot op zekere hoogte ons eigen lot kunnen bepalen. Toch was het determinisme tot het begin van de twintigste eeuw de heersende wetenschappelijke opvatting. Dat het wetenschappelijk determinisme inderdaad niet helemaal leek te kloppen kwam pas met de ontdekking van de quantummechanica aan het licht. De Duitse natuurkundige Heisenberg introduceerde zijn beroemde onzekerheidsprincipe. Zijn onzekerheidsprincipe leert dat de natuur, in tegenstelling tot wat de oude stoïcijnen meenden, beperkingen oplegt aan ons vermogen om met behulp van natuurwetten de toekomst te voorspellen. Dit komt doordat we om de toekomst te kunnen voorspellen de exacte snelheid en positie van elk willekeurig deeltje in het universum zouden moeten kennen. Om de positie van een deeltje te kunnen bepalen zullen we het echter met lichtdeeltjes (fotonen) moeten beschijnen. Om de positie van een deeltje echt nauwkeurig te kunnen bepalen moeten we dan ook nog fotonen met veel energie gebruiken. Maar zelfs slechts één enkele foton zal al een storende invloed uitoefenen op het te onderzoeken deeltje. Het zal de snelheid van het deeltje op een onvoorspelbare wijze beïnvloeden. Hoe meer energie het foton bevat waarmee we het deeltje bestralen, hoe nauwkeuriger we de positie van het deeltje kunnen bepalen. Maar hoe meer energie het foton bevat, hoe heftiger het deeltje zal reageren. Dat betekent dat we als we de exacte positie van een deeltje willen weten de snelheid van dat deeltje zo zal veranderen dat we die snelheid niet meer nauwkeurig kunnen vaststellen. Hoe nauwkeuriger we de positie van een deeltje willen meten, hoe minder nauwkeurig de meting van de snelheid zal uitvallen. Hetzelfde gaat op voor het omgekeerde geval.

Heisenberg toonde aan dat de onzekerheid over de positie van een deeltje in verhouding tot de snelheid van dat deeltje nooit kleiner kan zijn dan een bepaalde hoeveelheid. Dit betekent dat je om de onzekerheid omtrent de positie van een deeltje te halveren je de onzekerheid omtrent de snelheid van dat deeltje moet verdubbelen en vice versa. Voor dit compromis dat het universum ons oplegt bestaan er geen uitzonderingen. De grenzen die het onzekerheidsprincipe van Heisenberg aan ons oplegt zijn niet afhankelijk van de manier waarop we de positie en snelheid van het deeltje proberen te meten en evenmin van het soort deeltje. Het onzekerheidsprincipe is een fundamentele, onontkoombare, eigenschap van het universum. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de manier waarop wij de wereld ervaren. Het is funest voor de stoïcijnse leer dat we een volstrekt deterministisch model van het heelal zouden kunnen maken. Het onzekerheidsprincipe betekent dat het voor ons onmogelijk is om gebeurtenissen in de toekomst exact te voorspellen. Dit komt niet alleen omdat we niet alle natuurwetten kennen, maar vooral doordat we de huidige toestand van het heelal niet exact kunnen vaststellen.

Maar is het onzekerheidsprincipe wel zo dodelijk voor het stoïcijnse determinisme als je op het eerste gezicht zou denken? We kunnen ons nog altijd voorstellen dat er een verzameling natuurwetten bestaat die alles volledig bepaalt. Ook kunnen we ons voorstellen dat er één of ander bovennatuurlijk wezen bestaat dat al die wetten ook kent en de huidige toestand van het heelal kan waarnemen zonder daarmee die toestand te verstoren. Daar heb je als gewoon sterfelijk mensje natuurlijk niet zo heel veel aan, maar uitgesloten is het determinisme daarmee nog niet. Dat wij mensen niet in staat zijn de toekomst exact te voorspellen betekent immers nog niet dat die toekomst niet toch gedetermineerd zou kunnen zijn.

Met het onzekerheidsprincipe van de quantummechanica zitten de stoïcijnen dus wel opgescheept met een voor normale mensen onvermijdelijke onvoorspelbaarheid van de natuur. Dat neemt niet weg dat de kwantummechanica vooral opgaat voor de kleinste deeltjes, zodra één en ander wordt opgeschaald naar het niveau van biljartballen, tafels en stoelen gelden de ‘normale’, niet aan het toeval onderhevige regels. Maar dat is nog niet alles. Ondanks het onzekerheidsprincipe bestaat er geen noodzaak om het geloof in een door natuurwetten geregeerde wereld op te geven. De kwantummechanica is een zeer geslaagde theorie die de grondslag vormt voor vrijwel de gehele moderne natuurwetenschap en techniek. Het redt zich uit het principe dat de positie en de snelheid van een deeltje onmogelijke beide met volledige nauwkeurigheid kunnen worden bepaald door deeltjes geen welomschreven positie en snelheid te geven en ze uit te beelden als een golf. De kwantummechanica is in zekere zin ook deterministisch omdat het de regels geeft voor de ontwikkeling van die deeltjesgolf in de tijd. Als we een deeltjesgolf op een bepaald tijdstip kennen kan de kwantumtheorie hem voor alle andere tijdstippen berekenen. Het onvoorspelbare komt alleen om de hoek kijken als we een exacte positie en snelheid willen vaststellen. Maar wie zegt dat het universum niet uit golven of velden bestaat en dat onze pogingen het tot puntdeeltjes met een bepaalde snelheid te reduceren niet gewoon abuis zijn. Dat onze ideeën niet aansluiten bij de werkelijkheid zou heel goed de oorzaak kunnen zijn voor de ogenschijnlijke onvoorspelbaarheid. Dat ons mensenbrein niet in staat is een voorstelling te maken van wat deeltjes in werkelijkheid zijn betekent immers nog niet dat het universum toch in zekere zin gedetermineerd zou kunnen zijn. Het determinisme zoals de stoïcijnen zich dat voorstelden lijkt daarmee nog helemaal niet verloren te zijn.






zaterdag 4 juni 2022

U kunt uw emoties beheersen

Volgens de stoïcijnen zijn emoties voornamelijk cognitief. Het is een oordeel over een bepaalde gebeurtenis of situatie in de werkelijkheid. Er gebeurt iets en u plakt een etiket op die gebeurtenis. Het is iets goeds of iets slechts. U kiest er volgens de stoïcijnen dus bewust voor om een bepaalde emotie te hebben. Stoïcijnen willen dat u er voor kiest om die emoties helemaal niet te hebben. Dit lijkt duidelijk onmogelijk. Wij mensen hebben gewoon een aantal primitieve emotionele reacties, die kunnen worden geactiveerd als reflexen. Ze worden veroorzaakt door het loslaten van bepaalde chemicaliën in het bloed. Onvermijdelijke en niet altijd even leuk. Maar Mens zijn betekent emoties hebben. Wat zou een mensenleven zijn zonder gevoelens? Deze emoties zijn de sjeu van het leven en maken een mensenleven de moeite waard. “De stoïcijnen willen me veranderen in een gevoelloze robot. Een filosofie die dat van me verlangt is niets voor mij’. Ik hoor dit soort bezwaren vaak, maar mensen die dit zeggen slaan de plank volledig mis.

De stoïcijnen wisten al lang dat reflexmatige emoties helemaal niet voorkomen kunnen worden. Ze introduceerden zelfs een technische terminologie om onderscheid te maken tussen cognitief gevormde emoties en deze zogenaamde "eerste bewegingen" of "pre-emoties". Ze noemden deze vorm van emoties: ‘propatheiai’. Dit zijn primitieve emoties of voorlopers van wat zij volwaardige emoties noemen. Deze pre-emoties delen we met dieren en met kleine baby's, die nog niet kunnen praten.

Als er onverwacht iemand achter uw rug BOE! roept, veroorzaakt dat onvermijdelijk een schrikreflex. Als u plotseling een slang door het gras naar u toe ziet glijden leidt dat vol automatisch tot symptomen van angst. Die reacties zijn duidelijk meer fysiologisch dan cognitief. De stoïcijnen wisten dit en geven soortgelijke voorbeelden. Zo vergelijkt, bijvoorbeeld, Seneca deze primitieve emotionele reacties met de "knipperreflex" die optreedt wanneer iemand zijn vinger naar je oogbal steekt.

Dezelfde "kritiek" (het is niet eens een echte kritiek) wordt ook vaak geuit op de moderne, op het stoïcisme gebaseerde, cognitieve gedragstherapie. Ook de cognitieve gedragstherapie natuurlijk wel dat reflexmatige emoties helemaal niet voorkomen kunnen worden. Het is zelfs onmogelijk voor iemand om dit niet te beseffen. Het is duidelijk dat we reflexachtige emotionele reacties hebben. Dat is echter niet waar de stoïcijnen of cognitieve therapeuten het over hebben.

Zij zeggen dat volwassen mensen veel meer onder invloed staan ​​van cognitief gecreëerde (je kunt zeggen "volwaardige") emoties zoals piekeren, depressie, angst, enz. dan nodig is. Er zijn veel onderzoeken die duidelijk aantonen dat onze cognities deze volwaardige emoties, of passies zoals de stoïcijnen ze noemen, diepgaand beïnvloeden. Eerste reflexmatige reacties, de pre-emoties van de stoïcijnen, zijn onvermijdelijk. Ze overkomen u. Maar wat u vervolgens met die pre-emoties doet hangt af van uw houding en verwachtingen. Het hangt af van het cognitieve oordeel dat u velt over wat u is overkomen. Het is uw cognitie die uiteindelijk bepaalt wat u blijft voelen. Het is uw cognitie die uw volwaardige emoties of passies definieert en op de langere termijn in stand houdt.

Er zijn dan ook talloze klinische onderzoeken die aantonen dat we onze emoties kunnen veranderen door onze cognities aan te passen. Als mensen achter u aan blijven rennen om BOE! te roepen blijft u schrikken. Daar kunt u niets aan doen. Maar dat u zich zorgen maakt dat het nog een keer gebeurt, en er heel boos over wordt als u eraan denkt, kunt u weldegelijk voorkomen. Het maakt een groot verschil of u zich druk maakt, of dat u een filosofische houding aanneemt en tegen uzelf zegt dat het onschadelijk is, en erom lacht. Dit is wat de stoïcijnen en de cognitieve gedragstherapeuten bedoelen als ze u vertellen dat u uw emoties kunt beheersen.

zaterdag 28 mei 2022

Stoïcijnse vrijheid en determinisme

 Stoïcijnen zijn dus geen fatalisten maar deterministen. Dat betekent dat ze van mening zijn dat alles wat er gebeurt een achterliggende oorzaak heeft. Of eigenlijk en in de meeste gevallen een heel netwerk van samenwerkende oorzaken en voorwaarden. Dat betekent dat de stoïcijnen uit de fuik van het fatalisme uit het vorige blog weten te ontsnappen ontsnappen, maar helemaal vrijuit gaan ze nog steeds niet. Er ligt nog een ander probleem op de loer dat de stoïcijnse vrijheid alsnog onderuit zou kunnen halen.

Zoals we zagen zeggen de stoïcijnen dat geluk een keuze is. Dat komt doordat we het in onze macht hebben om al dan niet onze instemming te verlenen met wat voor stelling dan ook. Dat klinkt nogal cryptisch, niet waar? Laten we daarom weer terugkeren naar onze treinreiziger uit het vorige blog. De reiziger kan met de stelling instemmen dat de trein niet op tijd op Schiphol zal aankomen en dat hij daardoor zijn vlucht zal missen, zonder ook in te stemmen met de stelling dat het verschrikkelijk is dat hij zijn vliegtuig mist en dat hij alle reden heeft om woedend te zijn. De eerste stelling gaat over een feitelijke situatie in de werkelijkheid, de tweede stelling gaat over een gemoedstoestand in de geest. Door te weigeren om in te stemmen met de tweede, waardegeladen, stelling kan een stoïcijn zijn gemoedsrust bewaren.

U zou zich echter kunnen afvragen of het hele proces van instemming of afwijzing van een stelling niet zelf een illusie is. Iedere gebeurtenis heeft een oorzaak. Er is een voorafgaande voldoende oorzaak voor de gebeurtenis. Als deze wet van de causaliteit opgaat dan betekent het dat ook mijn beslissing om al dan niet in te stemmen met een stelling een voorafgaande oorzaak heeft. In het geval van onze reiziger staat het dus eigenlijk al vast hoe hij op het mislopen van zijn vlucht zal reageren.  

Daar zou tegen kunnen worden ingebracht dat het onmogelijk is om alle oorzaken van een bepaalde gemoedstoestand te kennen. Dat we niet van tevoren weten of we al dan niet zullen instemmen met een bepaalde propositie betekent echter nog niet dat het voor een alwetende in principe onmogelijk zou zijn om alle oorzaken te kennen en daarmee ook te weten tot welke conclusie we zullen komen. De feiten van alle relevante omstandigheden zijn er al en daarmee zou ook onze keuze om met een propositie in te stemmen al vastliggen. Het stoïcijnse determinisme komt hier frontaal in botsing met de stoïcijnse vrijheid. Geformaliseerd ziet de redenering tegen de stoïcijnse vrijheid er dan als volgt uit.

  1. Als onze stoïcijn (S) besluit om al dan niet in te stemmen met een propositie dan wordt die instemming door voorafgaande oorzakelijke feiten veroorzaakt.

  2. Als de instemming van S aldus gedetermineerd is dan heeft S geen eigen causale invloed op zijn besluit.

  3. Als S geen eigen causale bijdrage levert aan zijn besluit om al dan niet met een propositie in te stemmen dan is S niet vrij.

  4. Als de beslissing van S vantevoren gedetermineerd is dan is het  stoïcijnse determinisme onverenigbaar met de stoïcijnse vrijheid.

  5. Determinisme en menselijke vrijheid gaan niet samen.

Als elke gebeurtenis causaal gedetermineerd is dan is ook onze stoïcijn niets meer dan een dominosteen in een lange rij van stenen waarin de ene steen door de andere steen wordt omgegooid. We kunnen dan wel denken en voelen dat we zelf beslissingen nemen, maar in wezen zijn we gewoon een dominosteen die op het moment dat hij omgegooid wordt bij zichzelf denkt: ‘ik geloof dat ik er nu net zin in heb om om te vallen’.

Varianten op deze redenering domineren nog steeds de discussie over de compatibiliteit van determinisme en de vrijheid van de menselijke wil. De stoïcijn Chrysippus dacht iets gevonden te hebben op de schijnbare tegenstelling tussen  het stoïcijnse determinisme en de stoïcijnse vrijheid. Cicero verwoordde Chrysippus’ redenering als volgt:

Chrysippus grijpt terug op zijn voorbeelden van een cilinder en een tol. Deze kunnen niet in beweging komen zonder een duw te krijgen, maar als ze eenmaal bewegen is het hun eigen natuurlijke vorm die er voor zorgt dat ze blijven bewegen. De persoon die de cilinder een duw geeft brengt het voorwerp in beweging, maar is niet verantwoordelijk voor de capaciteit van het voorwerp om te bewegen. Hetzelfde geldt voor de menselijke geest. Net als bij de cilinder geeft iets uit de buitenwereld  de aanzet tot een gemoedstoestand, maar het is de vorm van de geest zelf die bepaalt of de gemoedstoestand ook echt van de grond komt. (Cicero; De Fato; hoofdstuk 42-3)

Chrysippus ontkent niet dat een keten van oorzaken tot de gemoedstoestand van onze luchtreiziger aanleiding geeft, maar wat die gemoedstoestand uiteindelijk zal worden is vooral afhankelijk van de geestelijke toestand van de reiziger. Chrysippus verwijst naar de vorm van de cilinder om dit te verduidelijken. Als het voorwerp een kubus was geweest dan kan je er tegen duwen wat je wil, maar hij zal hooguit een stukje verschuiven. Rollen zit er niet in. De vorm maakt dat onmogelijk. Ook de instemming met een bepaalde gemoedstoestand kan alleen plaatsvinden als gevolg van een gebeurtenis uit de buitenwereld, maar of die instemming ook daadwerkelijk zal plaatsvinden is afhankelijk van de vorm van de geest die met die gebeurtenis wordt geconfronteerd. Dit verklaart ook waarom niet iedereen op dezelfde manier reageert op eenzelfde stressvolle ervaring.

Stoïcijnen maken onderscheidt tussen verschillende soorten oorzaken. Sommige oorzaken zijn in hun eentje voldoende om een bepaald gevolg te bewerkstelligen andere oorzaken dragen bij aan een bepaald gevolg zonder dat gevolg alleen te kunnen veroorzaken. Neem bijvoorbeeld een auto die zonder benzine is komen te zitten. Het betreffende automobiel is loodzwaar en kan niet door de chauffeur alleen naar het benzinestation worden geduwd. Maar met behulp van twee passagiers kan het vehikel wel in beweging worden gebracht. Alleen samen kunnen de passagiers het voertuig voortduwen. Ze zijn dus co-oorzaken van het in beweging komen van de auto. Als we het over de oorzaak van een gebeurtenis hebben moeten we dus nooit over de oorzaak van die gebeurtenis spreken. Volgens de stoïcijnen bestaat er altijd een web van met elkaar samenhangende oorzaken en voorwaarden die tot de gebeurtenis aanleiding geven. Het is dus altijd nodig om goed te onderscheiden wat voor soort oorzaken aan de gebeurtenis ten grondslag liggen om te kunnen aanwijzen wat verantwoordelijk is voor wat er gebeurt.

In zijn voorbeeld wijst Chrysippus op nog een ander soort oorzaak: externe voorwaarden. Ons automobiel kan alleen vooruit geduwd worden doordat het over wielen beschikt. Als een groep vandalen de wielen onder de auto vandaan heeft gehaald lukt het ook de twee passagiers niet om de wagen van zijn plaats te halen. Op dezelfde wijze draagt ook de cilinder bij aan zijn eigen beweging. De natuurlijke vorm van de cilinder is mede verantwoordelijk voor de beweging. Zonder die vorm zou de cilinder niet kunnen rollen. De eigen vorm draagt dus wezenlijk bij aan het in beweging komen van de cilinder. Hetzelfde geldt voor een mens. Het is zijn rationele natuur die bepaalt of een mens zal instemmen met een aan hem voorgedragen gemoedstoestand. De eigen rationele natuur van de menselijke geest draagt dus wezenlijk bij aan het al dan niet  instemmen met een bepaalde gemoedstoestand.

Deze redenering redt de stoïcijnse geestelijke vrijheid. Toch is ook een perfecte stoïcijnse wijze op deze manier in zekere zin nog steeds beperkt in zijn keuze mogelijkheden. Zijn perfecte virtuositeit schrijft hem namelijk voor hoe hij op een bepaalde gebeurtenis moet reageren. Hij is een onfeilbaar rationeel wezen en weet exact hoe hij moet reageren op elke gebeurtenis die het universum hem presenteert. Hij had niet anders kunnen reageren omdat zijn reactie de enig mogelijke reactie is die zijn virtuositeit hem voorschrijft. Het is ook de enige reactie waarmee hij zou willen instemmen, omdat het ook de enige reactie is die hem geluk garandeert. Dit is nu precies wat het betekent om een onfeilbare stoïcijnse wijze te zijn. Een verlichte combinatie van Boeddha en superman die, zelfs volgens de stoïcijnen, alleen in sprookjes  bestaat.

Deze stoïcijnse verdediging van de menselijke vrijheid tegenover determinisme overtuigt niet helemaal. De stoïcijnen lijken te betogen dat mensen innerlijk vrij zijn in het al dan niet instemmen met een oordeel over een toestand in de buitenwereld. In hun metafysica gaan ze zelfs nog een stapje verder en zeggen ze dat het menselijk bewustzijn als onderdeel van het universele bewustzijn een soort mede vormgever van het universum wordt. Of hier iets in zit weet ik niet. Logisch klopt de redenering in elk geval wel. Wat uw oordeel ook moge zijn, de stoïcijnen hebben hiermee de discussie over het bestaan van de menselijke vrijheid eerst goed in gang gezet.

 



zaterdag 14 mei 2022

Het verschil tussen fatalisme en determinisme

 In de vorige blog had ik u de stoïcijnse reactie op het verwijt dat stoïcijnen  ‘onmenselijk’ zijn beloofd. Je kunt toch van niemand verwachten dat hij onbewogen blijft als de realiteit hem confronteert met de ziekte en dood van een geliefde? De stoïcijnen hadden hier een antwoord op, maar voordat ik u dat kan geven moet er eerst nog een ander probleem aan de orde worden gesteld. Het probleem van de stoïcijnse vrijheid.

In de vorige blog zagen we dat de stoïcijnen van u verlangen dat u de wereld accepteert zoals die zich aan u presenteert. De realiteit is zoals die is en daar zult u het mee moeten doen. Maar wat betekent dat voor de stoïcijnse vrijheid. Als alles volgens bepaalde wetmatigheden verloopt, dan is ook uw reactie op de dingen die er gebeuren het gevolg van soortgelijke wetmatigheden. Kortom alles is gedetermineerd. U kunt er niets aan doen dat u boos wordt als u uw vliegtuig mist. Eigenlijk bent u niets meer dan een soort biologische robot die zijn voorgeprogrammeerde riedeltje afwerkt. En toch beweren de stoïcijnen dat u vrij bent om uw reactie te kiezen. Hoe kan dat?

Cicero presenteert in zijn boek ‘Over het noodlot’ een versie van dit determinisme dat de stoïcijnen relatief makkelijk kunnen pareren.

Als het je lot is om te genezen van deze ziekte, dan wordt je beter ongeacht de vraag of je de dokter laat komen of niet. Als het je lot is om aan de ziekte te sterven dan zul je sterven of je er nu wel of niet een dokter bij roept. Eén van deze uitkomsten staat immers al vast. Het heeft dan ook geen enkele zin om naar de dokter te gaan. (Cicero; Over het noodlot; paragraaf 28)

Deze redenering staat ook wel bekend als ‘het luie argument’ of de ‘redenering van de luilak’. Laten we een wat eigentijdser voorbeeld bekijken. Een student overweegt of ze een avond zal studeren of met vrienden de kroeg in zal gaan. Haar redenering is als volgt.

  • Er zijn twee mogelijke uitkomsten van mijn examen. Noodzakelijkerwijs staat daarom al vast dat ik slaag of zak voor mijn examen.

  • Als vast staat dat ik slaag dan heeft het geen enkel nut om nu nog te gaan studeren.

  • Als vast staat ik dat zak dan is iedere verdere studie totaal zinloos.

  • Het is dus zonde van mijn tijd om te gaan studeren.

Op naar de kroeg! Onze luie student heeft goed naar Cicero gekeken en denkt een onweerlegbaar argument te hebben om de kroeg in te duiken. Als alles van te voren vast staat heeft het immers geen enkele zin meer om wat dan ook te ondernemen. Onze student moet gewoon accepteren wat de wereld haar aan examenresultaten te bieden heeft. Jammer genoeg voor deze kroegtijgerin hadden de stoïcijnen een antwoord op deze redenering. Het is inderdaad zo dat er maar twee mogelijke uitkomsten van het examen bestaan: slagen of zakken, maar onze student ziet over het hoofd dat er nog een stap aan de redenering ontbreekt. Ze kan alleen slagen als ze ook studeert. Natuurlijk het valt niet uit te sluiten dat ze zelfs dan nog voor het examen zakt, maar het staat wel vast dat de voorwaardelijke redenering: je moet studeren om te kunnen slagen, onontbeerlijk is voor het succesvol kunnen afsluiten van haar examen.

De stoïcijnen zouden onze luie student er op wijzen dat ze een belangrijk onderscheid over het hoofd ziet. Het onderscheid tussen determinisme en fatalisme. Bij fatalisme ga je er van uit dat de wereld zich hoe dan ook ontwikkelt zoals hij zich ontwikkelt. Het doet er niet toe wat je doet, je hele leven is door het lot uitgestippeld, alles ligt op voorhand vast. Fatalisten denken met de volgende argumentatie hun fatalistische denkbeelden te kunnen bewijzen. Ze redeneren zo:

  • Als p nu waar is dan is het noodzakelijk dat p het geval is.

  • Als niet p nu waar is dan is het noodzakelijk dat niet p het geval is.

  • Het is altijd het geval dat p waar is, of niet waar is.

  • Het is noodzakelijk dat p waar is, of noodzakelijk dat niet p waar is.

In de fatalistische bewijsvoering zit een dubbelzinnigheid. Je kunt het interpreteren als: ‘het is noodzakelijk waar dat als X dan Y’, of je kunt het interpreteren als: ‘als X dan noodzakelijk Y’.  Als je de eerste interpretatie volgt dan is de conclusie van de redenering onjuist en als je de tweede redenering volgt dan vooronderstel je het fatalisme waardoor je een ongeldige cirkelredenering krijgt.

Betekent dit nu dat de stoïcijnen het bij het verkeerde eind hadden? Gaat hun redenering uit de vorige blog dat je maar beter kunt accepteren wat er gebeurt niet langer op? Nee, deze weerlegging van het fatalisme raakt de stoïcijnen niet. De stoïcijnen waren geen fatalisten, maar deterministen. Zij zeggen dat iedere gebeurtenis een oorzaak heeft. Dat is iets heel anders dan wat onze fatalistische student beweert. Sommige dingen gebeuren alleen maar doordat ik er voor zorg dat ze gebeuren. Mijn handelingen zijn de oorzaak van de gebeurtenis. Dat de student zich in de bibliotheek terugtrekt in plaats van in de kroeg is de oorzaak van haar succes tijdens het examen. In zoverre hebben de stoïcijnen dus niets te vrezen van de fatalistische redenering van de luie student.

Er ligt echter nog een dieper probleem achter het stoïcijnse vrijheidsbegrip verscholen dan het onderscheid tussen fatalisme en determinisme. Maar daarover meer in de volgende blog. 


zaterdag 23 april 2022

RATIONALITEIT ALS HET GOEDE

 In de vorige blog hebben we het over het  ‘oikeiosis’ proces gehad. De ‘oikeiosis’ is daarmee een proces dat onlosmakelijk verbonden is met het je ontwikkelen tot een beter mens. ‘Oikeiosis’ staat gelijk aan het worden van een volwaardig lid van de menselijke soort. Stapsgewijs krijg je dan de volgende redenering:

1. Het is eigen aan ieder menselijk wezen (M) om na te streven wat goed is voor zijn welzijn.

2. Om zijn welzijn te bevorderen moet M het proces van ‘oikeiosis’ doorlopen.

3. Het is dus in het belang van iedere M om een proces van ‘oikeiosis’ te doorlopen.

4. Om aan een ‘oikeiosis’ proces deel te kunnen nemen moet M de aard van de werkelijkheid en in het bijzonder de menselijke natuur begrijpen, en beseffen dat die natuur waardegeladen is.

5. M moet in harmonie met die waardegeladen menselijke natuur willen leven.

6. Om in overeenstemming met de waardegeladen menselijke natuur te kunnen leven en daarmee een proces van ‘oikeiosis’ te volgen moet M alleen instemmen met rationele uitspraken over die natuur.

7. Het is dus in het belang van iedere M om alleen in te stemmen met rationele uitspraken.

8. Om dat mogelijk te maken moet M er mee instemmen dat rationaliteit het enige ware goede is.

9. Ieder menselijk wezen moet daarom tot de conclusie komen dat rationaliteit het enig ware goede voor hem is.

Dit verklaart Cicero’s uitspraak dat aan het eind van het ‘oikeiosis’ proces de wijze een volkomen rationeel  leven in harmonie met de natuur leidt. De stoïcijnse wijze begrijpt de waardegeladen natuur volledig in al zijn  complexiteit en ziet de verbanden die die natuur heeft met de menselijke aard. Hij beseft dat zijn eigen rationele natuur deel uitmaakt van de alomvattende rationele natuur van het universum in zijn geheel. De wijze leeft volgens het ritme van het universum en voelt zichzelf verenigt met dat universum.

Proposities 4, 5 en 9 vormen de kern van het stoïcisme. HIer stellen de stoïcijnen dat een mens om voortgang te kunnen boeken in een proces van ‘oikeiosis’ de waardegeladen aard van het universum moet leren kennen en in overeenstemming met die aard moet willen leven. Dit moet ieder menselijk wezen er uiteindelijk toe brengen dat hij erkent dat rationaliteit het enig ware ‘goede’ is. Deze proposities zijn contra intuÏtief, maar dat neemt niet weg dat ze weldegelijk uit algemeen aanvaarde proposities voortvloeien.

De redenering geeft in grote lijnen het grote stoïcijnse programma weer. Een enorm veeleisend programma met vele sub programmaś en parallele lijnen, maar wel allemaal gericht op het grote programma van de ‘oikeiosis’. Propositie 1. van de redenering creëert een stevig fundament van het bouwsel. Het is een natuurlijk feit dat ieder menselijke wezen vanaf zijn geboorte streeft naar het maximaliseren van wat hij als goed voor zichzelf beschouwt. De stoÏcijnen  wisten ook wel dat lang niet iedereen daar altijd even goed in slaagt. Veel mensen beseffen niet wat werkelijk in hun belang is en maken fouten bij hun streven naar het maximaliseren van hun eigen welzijn. Dat zijn dan echter geen fouten in de menselijke natuur, maar fouten in hun rationaliteit. Als mensen er niet in slagen om het ‘goede’ te doen is er sprake van een gebrek in hun feitenkennis of in hun vermogen tot goed redeneren. Het is hun feitenkennis of rationaliteit die tekort schiet. Dat valt hen te verwijten, maar is in principe reparabel.

Proposities 4 en 5 zijn al wat controversiëler. Hier stellen de stoïcijnen dat ieder mens om zichzelf te kunnen realiseren als mens de natuur moet bestuderen en bereid moet zijn om een leven te leiden conform de zo ontdekte aard van die natuur. Dit betekent dat u moet aanvaarden dat de wereld is zoals hij is en dat het ook rationeel is om de dingen te accepteren zoals ze zijn. Dat is iets anders dan de traditionele betekenis van ‘stoïcijns’ waarbij mensen ‘stoïcijns’ worden genoemd als ze tegenslag tandenknarsend maar onbewogen weten te incasseren. Het is niet zo dat een stoïcijn de wereld ziet als een tranendal waar je je met een ‘stiff upper lip’ doorheen moet zien te worstelen. Integendeel het universum is niet slecht en stom, maar juist goed en rationeel. Het is iets wat je met vreugde in al zijn aspecten moet doorleven.

Laten we eens een voorbeeld bij de hand nemen. Stel u moet een vliegtuig halen voor een heel belangrijk sollicitatiegesprek in een ver land. U bent  ruim van tevoren op een trein naar Schiphol gestapt. Zo ver van tevoren dat u nog alle tijd zou moeten hebben om nog wat taxfree te shoppen in het winkelcentrum. Vlak voor u station Schiphol binnenrijdt komt uw trein met een enorm gepiep van remmen in de tunnel tot stilstand. Na een poosje roept de machinist om dat er een rem is vastgelopen en dat er pas weer verder gereden kan worden als één en ander gerepareerd is. De tijd tikt door en na een uur begint het tot u door te dringen dat u uw vliegtuig niet meer gaat halen. U mist niet alleen uw vliegtuig maar ook een kans op die fantastische carrièrestap waar u al zo lang van droomt. Er is een bepaalde stand van zaken in de wereld ontstaan die uw plannen lijkt te dwarsbomen. U kunt nu op twee manieren reageren. U kunt kwaad worden en de conducteur de huid vol schelden en bij uw medepassagiers klagen over de belabberde staat van de Nederlandse spoorwegen. Of u kunt de wereld accepteren zoals hij nu eenmaal is. Het stoïcijnse antwoord is duidelijk. Het ligt in uw macht om één van de twee reacties te kiezen en een stoïcijn zal zeker kiezen voor de richting die hem het meeste geluk zal opleveren. Cicero verwoordde het zo:

Het antwoord van de stoïcijnen is simpel. Omdat het altijd goed is om in harmonie met de natuur te leven, en de wijze dat ook wil en kan, heeft hij het geluk altijd binnen handbereik. Daardoor is het leven van een wijze altijd gelukkig. (Cicero; Gesprekken in Tusculum; boek 5-82)

De keuze is aan u. De wereld heeft u niet opgedragen om boos en ongelukkig te zijn. Het heeft u verteld dat uw trein niet op tijd op Schiphol zal aankomen, meer niet. Als u daaraan het oordeel verbindt dat dit frustrerend is en dat de stand van zaken in het universum u niet bevalt, dan komt dat omdat u aan iets waarde verbindt waar dat niet thuishoort. U hecht waarde aan iets dat buiten uw sfeer van invloed ligt. Dat is irrationeel en maakt u alleen maar ongelukkig. Zonder enige hoop op succes gaat u woedend tekeer en verlangt u tevergeefs van de wereld dat die een koers vaart die u beter bevalt. Kortom u heeft de controle over uw geluk opgeofferd aan een overbodige en zinloze emotionele oprisping.

Dat klinkt redelijk, niet waar? Als er iets in uw wereld gebeurt waar u niet op zat te wachten maar waar u ook helemaal niets aan kunt veranderen dan lijkt de stoïcijnse keuze om één en ander bedaard te accepteren de meest verstandige. Redelijk ja, maar is het ook menselijk? U zult wel denken: allemaal leuk en aardig die rationele redeneringen van de stoïcijnen, maar ik ben een mens van vlees en bloed en geen mr. Spock. Het is volkomen normaal om kwaad en verdrietig te worden als je hoop en verwachtingen door de realiteit de grond in worden geboord. Vooral als die specifieke realiteit het gevolg is van stompzinnig of kwaadaardig gedrag van andere mensen. En wat als je kind door zo’n realiteit komt te overlijden, moet je als stoïcijn dan ook zo onbewogen blijven? Moet je dat als stoïcijnse ouder dan ook zo maar accepteren en zonder verdriet verder gaan met je leven? Ik wist dat mijn kind sterfelijk was, zoals Epictetus het zegt. De stoïcijnen zijn minder onmenselijk dan zo op het eerste gezicht lijkt. Ze hebben hier een antwoord op, maar dat moet wachten tot een volgende blog.