dinsdag 20 september 2016

EEN STOÏCIJNSE GELOOFSBELIJDENIS


 Zoals u ondertussen wel begrepen zult hebben is het stoïcisme een niet religieuze filosofie die er naar streeft een zo veelomvattend mogelijk begrip van de kosmos te bereiken. Het stoïcisme wordt zelfs vaak als atheïstisch aangemerkt. Maar dat is het in wezen niet. Het heeft weliswaar weinig op met de dogma’s van de moderne en oude godsdiensten, maar kent weldegelijk een soort godheid. Een god die gelijk gesteld wordt met de natuur, met al het bestaande.

Het stoïcisme is daarmee pantheïstisch, wat betekent dat een stoïcijn al het bestaande, waar hij zowel het voor de mens kenbare als het niet kenbare onder verstaat, beschouwt als een bewust wezen. Dat bewuste wezen is dan zeker niet een welwillende en vriendelijke man met een baard die vanuit een hemel de wereld bestiert. Het is een bewustzijn dat zich niet laat vangen in de menselijke opvattingen van goed en kwaad en dat in menselijke ogen waarschijnlijk wreed en onverschillig zal overkomen. De natuur op Aarde is immers al een behoorlijk gewelddadig en hardvochtige aangelegenheid. Een ‘struggle for life’, een wereld van eten of gegeten worden waar ziektes en een permanente hongersnood lijken te heersen. En ook de dingen die wij van het universum buiten de Aarde weten wijzen nou niet direct naar een vreedzame en vriendelijke plaats. Exploderende sterren, zwarte gaten een van gevaarlijke straling vergeven omgeving die alles behalve bedoeld lijkt om het bestaan van bewuste levende wezens te bevorderen. Toch zijn wij mensen ontstaan en zijn wij ons bewust van het enorme beangstigende universum waarin wij bestaan. Een universum dat zich volgens de stoïcijnen bewust is van zijn eigen bestaan en daardoor ook van ons bestaan.

Persoonlijk heb ik geen idee of het stoïcijnse pantheïsme ook echt met de werkelijkheid overeenkomt. Het past in elk geval in het filosofisch systeem en vormt er zelfs de basis van. Het zit niet onlogisch in elkaar en lijkt in mijn ogen niet op voorhand onaannemelijk. Wat u er mee wilt doen is natuurlijk uw eigen keus. Stoïcisme biedt ook zonder de pantheïstische basis voldoende stof tot nadenken. Maar het pantheïsme vormt in elk geval wel het logische sluitstuk van het systeem en kan daarom niet helemaal buiten beschouwing worden gelaten. Een stoïcijnse geloofsbelijdenis zou er ongeveer als volgt uit kunnen zien:Een stoïcijnse geloofsbelijdenis zou er ongeveer als volgt uit kunnen zien:

  • De stoïcijnen geloven dat het universum al het bestaande omvat, zowel materie en energie, als ruimte en tijd. Ook geest en bewustzijn maken deel uit van deze allesomvattend kosmos.
  • Het universum is rationeel ingericht. De dingen die bestaan en gebeuren zijn allemaal het gevolg van een, al dan niet, voorafgaande oorzaak. Alles wat er is en alles wat er gebeurt verloopt dan ook volgens bepaalde rationele regels. Dit geldt zowel in de universele natuur als op de menselijke schaal.
  • Doordat de kosmos rationeel is ingericht is hij in principe ook kenbaar. De oude stoïcijnen dachten dat het universum daarmee volledig kenbaar is voor de menselijke geest. Ik heb zelf zo mijn twijfels of het menselijk verstand inderdaad in staat is alles te begrijpen. Maar dat staat er niet aan in de weg dat het universum rationeel is ingericht en in principe kenbaar is.
  • Het universum is niet ‘dood’, maar is zich van zijn eigen bestaan bewust. Al was het maar doordat de mens, een zelfbewust wezen, zelf onderdeel is van dat universum. Door de mens en mogelijk andere zelfbewuste wezens (wie weet misschien bestaan er inderdaad aliens en daimonions), kent het universum zichzelf. Voor de stoïcijnen blijft het daar niet bij, zij denken dat ook het geheel een eigen bewustzijn heeft. Een bewustzijn dat dan wel heel anders is dan het individuele menselijke bewustzijn. Vergelijkbaar met het verschil tussen het bewustzijn van een plant en dat van een mens. De stoïcijnen noemen dit zelfbewuste universum: de Natuur, God maar vooral de Logos.
  • Elk menselijk individu is dus een klein stukje van die universele Logos. Hij is als een enkele cel in het enorme lichaam van het zelfbewuste universum (de Logos).
  • Als stukje van de Logos kan hij zich ‘bewust’ zijn van zijn rol in het grotere geheel. Hij kan gaan beseffen dat de wereld zich op een bepaalde door de Logos ‘gewilde’ manier ontvouwt. Een ontvouwing waarop hijzelf, als klein celletje van het grote organisme van de kosmos, geen of slechts een zeer beperkte invloed heeft.
  • Met zijn rationaliteit en mogelijk ook nog via andere wegen, zoals bijvoorbeeld meditatie of een extatische ervaring, kan een individu zijn kennis van en zijn contact met de Logos vergroten. Die eigen individuele rationaliteit is het enige stukje van de universele Logos waar een mens werkelijk invloed over heeft.
  • Het besef van deze situatie inspireert een stoïcijn ertoe om te proberen zijn kennis van dit universum te optimaliseren door zoveel mogelijk in overeenstemming met de universele natuur te leven. Dus door een zo virtuoos mogelijk leven te leiden. Een dergelijk leven is tevens het dichtst dat een menselijk individu bij het geluk kan komen.


zondag 28 augustus 2016

IJS EN WEDER DIENENDE



Het is niet verstandig om er altijd maar van uit te gaan dat het geluk aan uw zijde staat. Het lijkt tegenwoordig wel alsof positivisme een soort heilige plicht is. De televisie en zelfhulpboeken staan er vol mee: als je er in gelooft en je best doet, kun je alles bereiken wat je maar wilt. Het is een gigantische leugen waar iedereen tegenwoordig in lijkt te geloven. Het is niet waar. Er zijn nu eenmaal ziektes waar u aan dood gaat, er zijn opleidingen die boven uw niveau liggen, de meeste topsporters winnen nooit de Olympische Spelen, van krantenjongen tot miljonair is een mythe en nee u kunt niet dat perfecte en gelukkige leven leiden door alleen maar positief te zijn. Het enige wat u met dergelijk ongepast optimisme bereikt is dat u zich als de dingen niet lopen zoals gehoopt en verwacht schuldig gaat voelen. Ben ik wel positief genoeg geweest, heb ik wel goed genoeg mijn best gedaan? Ik heb vast in mijn achterhoofd nog een beetje getwijfeld waardoor alles fout is gegaan. Een stoïcijn is geen optimist, maar al evenmin een pessimist, hij is vooral een realist.

U kunt nu eenmaal niet verwachten dat de wereld zich zonder morren aan al uw wensen en grillen zal aanpassen. U heeft fysieke en geestelijke beperkingen, er zijn domme en slechte mensen en er zijn beperkingen in de kansen die u krijgt. De wereld is zoals ze is, u daar druk om maken is verspilde moeite. Kies uw doelen zorgvuldig uit. Bekijk of ze haalbaar zijn en of ze niet alleen in uw belang, maar ook in het belang van de mensheid zijn. Als stoïcijn moet u zinnige en rechtvaardige doelstellingen kiezen. Ga er dan vol enthousiasme mee aan de slag, maar houd steeds in uw achterhoofd dat het anders kan lopen dan u hoopt. Het gaat erom dat u uw best doet, dat is uw hoofddoel al het andere ligt in handen van de natuur.

Overdreven optimisme en geloof in u zelf geeft weldegelijk een kick, maar die kick staat niet in verhouding tot de teleurstelling als blijkt dat de wereld zich niet aan uw positieve verwachtingen houdt. Een mens raakt immers heel makkelijk van streek als de dingen niet gaan zoals hij wil dat ze gaan. Als u er alles aan gedaan hebt om uw werk voor het weekend af te krijgen, maar een uur voordat u naar huis wil gaan komt uw baas met een hele stapel dossiers binnen lopen, of u wilde vandaag de slaapkamer van uw dochter geschilderd hebben, maar de kleur verf die ze persé wil hebben is op, dan loopt u een enorme kans zich behoorlijk gefrustreerd te voelen. Een onaangename emotie en een stoïcijn zou geen stoïcijn zijn als hij niet zou proberen iets te bedenken om die vervelende emotie te voorkomen. Dat is de techniek van het handelen onder voorbehoud of in ouderwets maar mooi Nederlands ‘ijs en weder dienende’.

Als leerling stoïcijn moet u zich er in oefenen om alles wat u onderneemt ‘onder voorbehoud’ te doen. De wereld zit vol met vervelende truckjes en onverwachte gebeurtenissen die u dwarszitten en belemmeren in uw plannen. Door afstand te nemen van de bedoeling van uw handelingen en u meer te concentreren op de manier waarop u ze onderneemt kunt u de frustraties van een mislukking voorkomen. Als het uw bedoeling was uw best te doen en dat is ook wat u hebt gedaan, dan kunt u alleen nog maar slagen in uw bedoelingen. Wat ook de uitkomst van uw handeling mag zijn. Stoïcijnen moeten dan ook leren onder voorbehoud te handelen. Ze doen hun best (hun uiterste best zelfs), maar raken niet gefrustreerd als hun handelingen niet het beoogde effect hebben.

zondag 21 augustus 2016

DE WIJZE EN ANDERE SUPERHELDEN

De wijze is het ideaalbeeld voor de stoïcijnen. Het antieke concept van de wijze is een beetje te vergelijken met wat in het Oosten de verlichte Boeddha is. De wijze is perfect gelukkig onder alle omstandigheden, hij leeft niet alleen in harmonie met de universele natuur maar kent die ook door en door, hij is het toonbeeld van virtuositeit in alles wat hij doet en hij is absoluut goedertieren, sereen en verlicht. Kortom hij bestaat niet. De stoïcijnen zeiden dat de wijze net zo zeldzaam was als een Ethiopische Phoenix. Heel goed wetend dat een dergelijke vogel helemaal niet bestaat. Voor de stoïcijnen was de wijze vooral een hypothetisch figuur.

Toch staan de stoïcijnse teksten vol met verwijzingen naar de wijze. Dat lijkt een beetje raar als je er aan twijfelt of er ooit een wijze heeft bestaan en er al helemaal geen hoge verwachtingen van hebt dat er in de toekomst ooit één zal bestaan. De wijze is dan ook vooral een rolmodel, een ideaal dat nagestreefd moet worden, ook al is het onbereikbaar. Een imaginair voorbeeld, een onhaalbaar einddoel dat het desondanks waard is om na te jagen.

Een brutale leerling durfde Epictetus ooit eens te vragen of hij dacht dat hij zelf een wijze was. Epictetus gaf hem geen draai om zijn oren maar antwoordde:
“Bij de goden, ik wou dat ik dat was, maar ik kan mijn meesters nog niet in de ogen kijken. Ik hecht nog te veel waarde aan mijn lichaam, Ik vind het belangrijk het gaaf te houden, hoewel het dat nu niet eens is. (Epictetus was kreupel) Maar ik kan je wel iemand aanwijzen die in elk geval vrij was, dan hoef je niet meer naar een rolmodel te zoeken. Diogenes was vrij.” (Epictetus, Colleges, Boek 4, hoofdstuk 1).
Het ideaal van de verlichte wijze was soms ook in de ogen van de stoïcijnen wat te abstract. Bij gebrek aan een wijze van vlees en bloed werd in de stoïcijnse lessen regelmatig gewezen op historische en mythische personen die in hun gedrag bepaalde stoïcijnse deugden hadden laten zien. Zo was de hierboven door Epictetus genoemde cynische filosoof Diogenes, die van de ton, een belangrijke stoïcijnse held. Ook de wat mystieke natuurfilosoof Heraclitus was één van hun grootste helden en natuurlijk Zeno, de oprichter van de school. Voor de Romeinen was ook de stugge en sobere Cato een belangrijk rolmodel en in de mythologie werd veel naar de superheld Heracles verwezen. Maar het belangrijkste rolmodel was zonder enige twijfel Socrates.

Socrates was naast de natuurfilosoof Heraclitus en de cynici dus één van de grote voorbeelden voor de stoïcijnen. De weg naar de cynici loopt via Antihistenes, een vriend en leerling van Socrates, en de grondlegger van de cynische school, via Diogenes en Crates rechtstreeks naar Zeno. Van Zeno, de grondlegger van de stoïcijnse school, wordt gezegd dat hij door het lezen over Socrates in Xenophon’s ‘Memorabilia’ tot de filosofie werd bekeerd. Tijdens een bezoek aan Athene zou hij bij een boekenstalletje in de ‘Memorabilia’ hebben gebladerd en aan de boekverkoper gevraagd hebben waar je zo’n man als Socrates kon vinden. Net op dat moment liep de toenmalige leider van de cynici Crates, voorbij. Volg die man, zei de boekverkoper. En zo werd Crates de eerste filosofieleraar van Zeno.

zondag 14 augustus 2016

DE DRIE VAKKEN OP EEN STOÏCIJNSE SCHOOL

De filosofie wordt traditioneel in drie onderdelen verdeeld: de fysica. de logica en de ethiek. Het was Zeno die voor het eerst deze driedeling toepaste. De stoïcijnen omschreven de filosofie vaak als een tuin, waarbij de logica een beschermende muur om de tuin vormt, de fysica de grond en de planten symboliseert en de ethiek de bloemen en vruchten die door de planten worden voortgebracht. De stoïcijnse leraren gaven les in alle drie de vakken. De overgebleven stoïcijnse boeken behandelen echter voornamelijk de ethiek.

De fysica gaat niet alleen over wat we nu de natuurwetenschappen zouden noemen, maar omvat ook zaken als metafysica en theologie. De stoïcijnse logica stond op hoog niveau. Sommige onderdelen van deze logica zijn tweeduizend jaar in de vergetelheid gebleven en zijn pas in de twintigste eeuw herontdekt. De antieke logica, omvatte ook onderwerpen die tegenwoordig onder de wiskunde, epistemologie (kennisleer) en rethorica (spraakkunst) zouden worden gerangschikt. Ook de ethiek omvatte meer dan wat we tegenwoordig als ethiek aanmerken. Vakgebieden als psychologie, antropologie en zelfs politiek zouden door de Stoïcijnen onder het kopje ethiek worden gerangschikt. Ethiek had ook te maken met karaktervorming. Het werd zelfs gezien als een soort training. Aan de ene kant trainde je je lichaam met gymnastiekoefeningen en aan de andere kant trainde je je karakter met ethische oefeningen.

Uit deze driedeling destilleerden de stoïcijnse leraren drie thema’s waar hun leerlingen zich op moesten richten. Het gaat hier om de drie dingen waar we volledige controle over kunnen uitoefenen: onze verlangens en afkeren, ons oordeel en denken en ons handelen en willen. Ons zelfbewustzijn kan alleen deze dingen beheersen, al het ander ligt buiten ons vermogen. De stoïcijnen noemden het bewuste deel van de menselijke geest het ‘hegemonikon’. Het is alleen dit ‘hegemonikon’ waar we controle over kunnen uitoefenen. In de rest van dit boek zal ik het ‘centrum van zelfbewustzijn’ of ‘hegemonikon’ noemen. Het ‘hegemonikon’ wordt ook in een deel dat verlangt, een deel dat denkt en een deel dat wil (handelen) verdeeld. De thema’s en doelstellingen op een stoïcijnse school vormen dus tegelijkertijd een soort onderverdeling van ons zelfbewustzijn. De drie disciplines werden naast elkaar gegeven en niet achter elkaar. Ze kunnen niet los van elkaar bestudeerd worden. Epictetus formuleert het als volgt.

“Er zijn drie gebieden waarop je je moet bekwamen om een volwaardig mens te worden. Het eerste is het gebied van het streven en het vermijden, om te voorkomen dat je niet bereikt waar je naar streeft en terechtkomt in wat je wilt vermijden. Het tweede gebied heeft betrekking op de impulsen en in het algemeen op de plichten, om te zorgen dat je daarbij ordelijk, rationeel en niet zorgeloos te werk gaat. Het derde gebied is erop gericht dat je je niet laat misleiden en niet lukraak oordeelt, kortom het gaat over instemming. Het belangrijkst en meest urgent is het terrein van de emoties: emoties ontstaan immers alleen wanneer je niet bereikt waar je naar streeft of terechtkomt in wat je wilt vermijden. Daardoor ontstaan verwarring, onrust, frustraties, mislukkingen, verdriet, gejammer, afgunst, angsten en jaloezie, waardoor we de stem van de rede niet eens meer kunnen horen. Op de tweede plaats komt het handelen: ik moet immers niet gevoelloos zijn als een standbeeld, maar de natuurlijke en sociale verhoudingen in het oog houden, als mens, als zoon, als broer, als burger. Op de derde plaats komt het terrein dat toebehoort aan hen die al een eind gevorderd zijn: de onwankelbare zekerheid betreffende al die genoemde dingen, zodat je zelfs in je slaap of in dronkenschap of in een sombere bui niet ongemerkt een indruk accepteert zonder die eerst te onderzoeken.” (Epictetus, Colleges 3, hoofdstuk 2).

Hieronder eerst een korte uiteenzetting van deze leerdoelen op een stoïcijnse school.

1.      Het thema van het juiste verlangen en de juiste afkeer
In de eerste plaats moesten de leerlingen leren hun verlangens en aversies onder controle te krijgen. Het gaat hier dus om de klassieke deugd van de zelfbeheersing. De beginnende stoïcijnen moesten hun negatieve emoties, oftewel hun passies, onder de duim zien te krijgen. Ze moesten hun verlangens beperken tot die dingen waar ze ook werkelijk controle over hadden. Met andere woorden: hun verlangens moesten gericht worden op het worden van een virtuoos mens. Al het andere is onbelangrijk en moet ook als zodanig worden behandeld. Het zal u misschien op het eerste gezicht verbazen, maar deze doelstelling relateerden de stoïcijnen aan de fysica. Zoals we hiervoor al zagen moet een beginnend stoïcijn leren om zoveel mogelijk in overeenstemming met de natuur te leven. In overeenstemming met de universele natuur, de wereld van natuurwetten en oorzaak en gevolg. Een wereld waarvan hij moet gaan beseffen dat hij er nauwelijks of geen invloed op kan uitoefenen. En daarnaast ook in overeenstemming met zijn individuele, menselijke natuur. De wereld van het denken, de ratio en de wil. Over deze wereld kan hij weldegelijk beschikken. Hij zal dus moeten leren zijn verlangens en aversies uitsluitend op zijn individuele natuur te richten
.
2.      Het thema van het juiste oordeel
In de tweede plaats moesten de leerlingen hun denkvermogen trainen. Het gaat hier om de aan de logica gerelateerde deugd van de wijsheid. Misschien wel de belangrijkste van de doelstellingen, omdat deze ook behulpzaam moet zijn bij de andere twee doelstellingen. De aspirant stoïcijnen moesten hun hersens en redeneervermogen aanscherpen, zodat ze in staat zijn om iedere gebeurtenis op zijn waarde te schatten. Als een leerling iets overkomt, om het even wat, moet hij onmiddellijk en eigenlijk automatisch de afweging maken of het gaat om iets wat binnen zijn vermogen ligt, of om iets wat daarbuiten ligt en dus in wezen onbelangrijk is. Daarbij moeten ze leren alle situaties en problemen die zich voordoen op een rationele manier te analyseren. Ongeacht de mate waarin ze daar zelf emotioneel bij betrokken zijn. Hier leren ze om niet onmiddellijk met iedere indruk van buiten in te stemmen, maar die indruk eerst grondig te onderzoeken voordat er iets mee gedaan wordt.

3.      Het thema van de juiste handeling
In de derde plaats moeten de beginnend stoïcijnen leren hun handelen onder controle te krijgen. Deze doelstelling vloeit voort uit de ethiek en vertegenwoordigt de klassieke deugd van de rechtvaardigheid. De uit de vorige twee doelstellingen voortkomende juiste verlangens en juiste oordelen moeten hier omgezet worden in de juiste actie. De leerlingen moeten zich aanleren de juiste dingen te doen voor zichzelf, hun gemeenschap en de mensheid in zijn geheel. Ze moeten zich hierbij terdege realiseren dat het gaat om hun intentie en niet om het eindresultaat. Hoe ze ook hun best doen de universele natuur, waaronder ook tegenwerking door medemensen valt, kan roet in het eten gooien. Als, al hun goede bedoelingen ten spijt, het beoogde resultaat van hun handelen tegenvalt mogen ze zich daardoor niet uit het veld laten slaan. Hun verlangen (de eerste doelstelling) was er immers op basis van hun beste oordeelsvermogen (de tweede doelstelling) op gericht om te doen wat redelijkerwijs in hun vermogen lag (de derde doelstelling) en niet op het bereiken van een bepaald resultaat. De universele natuur kan de gewilde handelingen zelfs totaal onmogelijk gemaakt hebben. Maar daar gaat het een stoïcijn niet om. Het gaat om de wil om iets te doen, niet om de handeling zelf of het resultaat.


Deze thema’s waren onlosmakelijk met elkaar verbonden. De ene discipline kon niet behandeld worden zonder ook naar de anderen te verwijzen. Epictetus zegt in bovenstaand citaat dat in het begin de nadruk op het beheersen van de verlangens van de leerling moet worden gelegd. Als daar niet eerst een begin van controle over bereikt wordt heeft de bestudering van de andere onderdelen niet zo veel nut meer. Iemand die door allerlei passies (negatieve emoties en verlangens) in beslag wordt genomen heeft ook zijn gedachten niet goed op orde. Om die passies onder controle te krijgen moet je echter ook leren de situatie juist te beoordelen en daar dan naar te handelen. Hier ziet u al meteen dat de drie vakken niet los van elkaar onderwezen kunnen worden, maar onlosmakelijke met elkaar verbonden zijn.

donderdag 19 mei 2016

PRAKTISCHE TIPS OM EEN BEETJE STOICIJN TE WORDEN



Het woord "stoïcijns" wordt vaak gebruikt om stille en rustige mensen te omschrijven die hun emoties maar weinig laten zien of zelfs onderdrukken. Hoewel dit de gebruikelijk betekenis van het woord is geworden, was het Stoïcisme een denkrichting die door Grieken en Romeinen uit de oudheid werd gevolgd. Het was echter niet wat wij tegenwoordig onder het begrip filosofie zouden verstaan. Het had betrekking op alle aspecten van het menselijk bestaan en was dan ook eerder een manier om in het leven te staan, een levenswijze. Deze levenswijze was bedoeld om mensen gelukkiger te maken door ze te leren hun negatieve emoties te beheersen. Een bijzonder succesvolle methode, die eeuwenlang de belangrijkste filosofie van de antieke wereld is geweest. De laatste jaren worden er in het psychologisch onderzoek steeds meer aanwijzingen gevonden dat de oude stoïcijnen het bij het rechte eind hadden. Hun levensfilosofie kon wel eens daadwerkelijk de beste weg naar een gelukkig en zinvol leven kunnen zijn.

Het doel van Stoïcisme is dan dus niet het uitbannen van alle emoties, maar het tot een minimum terugbrengen van negatieve emoties. Deze filosofie wil u gelukkiger in het leven laten staan, door de uitwerking van emoties zoals verdriet, boosheid, angst en jaloezie terug te dringen. Het is niet persé een eenvoudige filosofie die zich in een paar zinnen laat samenvatten. De stoïcijnen hadden de pretentie een alles omvattend wereldbeeld te hebben. De theorie is dan ook behoorlijk complex, maar dat betekent niet dat u zonder die theorie geen verbetering in uw welbevinden kunt bereiken. Er bestaan een groot aantal eenvoudige praktijken en oefeningen die, zonder allerlei theoretische ballast, onmiddellijk resultaat kunnen opleveren. Hieronder volgen een paar van die eenvoudige tips en oefeningen waarmee u een begin kunt maken om een beetje stoïcijn te worden.

Tip 1 Word een binnenvetter
Internaliseer uw emoties en laat ze niet aan de buitenwereld zien. Wanneer er iets gebeurd waardoor er een emotionele respons bij u wordt opgewekt, probeer dan fysiek zo weinig mogelijk te reageren. Houd uw gezichtsuitdrukking in bedwang, laat niet merken dat u boos of verdrietig wordt. Uit onderzoek blijkt dat ons reptielenbrein, de bron van onze emoties, sterk reageert op de lichaamsgesteldheid. Als je verdrietig bent en je mond in een glimlach dwingt, vermindert dit je verdriet. Als je gespannen bent kun je rustig gaan ademen en je lichaam dwingen zich te ontspannen. Dit geeft je reptielenbrein automatisch het signaal om de negatieve emotie af te zwakken of misschien zelfs te stoppen. Probeer uw reptielenbrein af te leiden. Neurie in gedachten een liedje of herhaal een van te voren ingestudeerde zin.

Tip 2 Spreken is zilver, maar zwijgen is goud
Beperk ook uw verbale reactie. Door mondeling te reageren op een emotionele situatie bevestigt u dat er iets aan de hand is. Klaag niet en vraag niet meteen om hulp, maar probeer een probleem zoveel mogelijk zelf op te lossen. Als u verbaal reageert zien niet alleen de mensen om u heen dat iets u aangrijpt, maar ook uw reptielenbrein wordt bevestigd in zijn overtuiging dat er iets mis is, en doet er dan zelfs nog een schepje boven op. Door weinig te zeggen lokt u ook geen tegenreactie van uw omgeving uit. Een negatieve reactie maakt u alleen maar emotioneler, maar ook een vriendelijke begrijpende reactie is olie op het vuur van uw reptielenbrein. Dat reageert meteen: zie je wel er is toch iets aan de hand. En uw negatieve emoties krijgen een extra impuls.

Tip 3 Stel een zorgenuurtje in
Dit alles betekent niet dat u uw emoties moet onderdrukken. Ervaar ze wel, maar laat ze niet zien. Houd het ondergaan van uw emoties beperkt tot uw innerlijk. Emoties onderdrukken is zinloos. Ze komen gegarandeerd op een ander moment weer terug en dat is altijd een moment dat u het nou net niet kunt gebruiken. Emoties opkroppen en die niet aanpakken, iets waar de bovengenoemde methoden toe zouden kunnen leiden, is bovendien erg ongezond. Neem iedere dag een moment om uw emoties de vrije loop te laten. Zorg dat u alleen bent en niet gestoord kunt worden en laat alle zorgen en emoties van de dag op u afkomen. Zorg dat je een gezonde manier vindt om uw emoties te uiten. Dit kan betekenen dat u in een kussen schreeuwt, uw gevoelens en gedachten opschrijft in een dagboek, of wat voor u maar een geschikte manier is. Beperk het uiten van emoties tot uw zorgenuurtje en stel emoties ook uit tot dit vaste tijdstip. Zeg tegen uw reptielenbrein zodra u een negatieve emotie voelt opkomen: even wachten jij komt straks wel aan de beurt.

Tip 4 Word een realist
Onze negatieve emoties kunnen ervoor zorgen dat we verkeerde beslissingen nemen die ons leven slechter maken. Omdat emoties vaak onlogische reacties zijn op gebeurtenissen, zoekt het Stoïcisme naar oplossingen voor emotionele problemen door logica toe te passen. Misschien klopt uw oordeel dat iets slecht, verdrietig of angstaanjagend is wel helemaal niet. Als u bang bent voor muizen zal dat weliswaar niet zo maar verdwijnen door alleen te denken dat een muis geen enkel gevaar oplevert, maar door dat consequent te blijven volhouden dringt het uiteindelijk toch ook tot uw reptielenbrein door dat er niets aan de hand is. Zodra u merkt dat u negatieve emoties krijgt over iets dat in uw omgeving gebeurt: stop dan even. Denk na. Zal die emotie de situatie oplossen? Ja, als er een neushoorn op u af komt stormen dan is een emotionele reactie zeker op zijn plaats. Maar meestal zal de emotionele reactie weinig uithalen om de situatie te verbeteren. Het gaat om uw daden die de veranderingen teweeg zullen brengen die u wilt zien. Wanneer dingen u emotioneel maken, ga dan op zoek naar wat er zal moeten worden gedaan om het probleem op te lossen en doe dat.

Tip 5 Laat uw vooroordelen varen
Veel van onze emotionele reacties zijn het gevolg van een vaste ingesleten manier van denken en reageren. Een bepaalde situatie leidt dan automatisch tot een negatieve emotionele reactie. U heeft u zelf ongemerkt bepaalde manieren van reageren aangeleerd, maar die manier van denken kan veel negatieve emoties in de hand werken. Vooral wanneer de dingen niet gaan zoals u wilt of als mensen niet doen wat u van ze verwacht of het niet met u eens zijn. Denk na over uw vooroordelen en automatische reacties en over andere manieren om naar die situaties te kijken. Dit zal het makkelijker maken om met de daaraan verbonden emoties om te gaan.

Tip 6 Ervaar het leven door de ogen van de ander
Als een persoon u boos maakt of frustreert, probeer dan het probleem door diens ogen te bekijken. Realiseer u dat we allemaal fouten maken. Mensen doen slechts zelden iets om kwaadaardig te zijn of opzettelijk problemen te veroorzaken. Meestal denken ze dat ze het juiste doen. Probeer te begrijpen waarom ze de fout in zijn gegaan en vergeef ze daarvoor. Ook u bent niet perfect en maakt geregeld fouten. Realiseer u dat en ga verder met het verbeteren van de situatie.

Tip 7 Stimuleer positieve emoties
De mens neigt er van nature naar om zich wat ongelukkig te voelen, ongeacht wat we doen, maar u kunt zich tegen dat gevoel verzetten door de situatie waarin u nu verkeert te waarderen. Vergeet gewoon niet dat de wereld een geweldige plek is, ongeacht hoe slecht de dingen lijken te gaan. Net zo goed als u kunt leren om negatieve emoties te verminderen kunt u ook leren om positieve emoties te stimuleren. Negativiteit en het uitbannen van blije gedachten is voor sommige mensen bijna een gewoonte geworden. Doorbreek die gewoonte en koester uw positieve momenten

Tip 8 Leef in het moment
De mens heeft de neiging om steeds plannen te maken voor de toekomst en zo te vergeten waar hij hier en nu mee bezig is. Sta zo nu en dan even stil en laat de malle molen van het leven en de stroom van uw gedachten even voor wat ze zijn. Door dit regelmatig te doen zult u merken dat u veel meer van het leven geniet. Laat jezelf overstelpt raken door verbazing en verwondering. Geniet van dat wat u op het moment aan het doen bent, terwijl u het aan het doen bent.

Tip 9 Word een zwartkijker
Mensen hebben de neiging om altijd ontevreden te zijn. Hoe goed het ook gaat, we vinden altijd wel iets om ontevreden over te zijn. Stoïcisme probeert uw brein opnieuw te trainen zodat u leert om gelukkiger te zijn met de dingen die u wel hebt. Een onderdeel van leren om gelukkiger te zijn met de dingen die we hebben is leren om geluk te vinden in de wereld om ons heen. Mensen raken snel verveeld als ze iets nieuws hebben, of dat nu een nieuwe auto of een nieuwe partner is. Stel u zo nu en dan eens voor hoe het zou zijn als u al die dingen niet meer zou hebben. Als u geen auto had, geen koelkast en als uw partner zou komen te overlijden. Hoe zou uw leven er dan uitzien? Door daar zo nu en dan bij stil te staan gaat u de dingen die u nu hebt veel meer waarderen. Dit heet negatieve visualisatie. Negatieve visualisatie is een veel gebruikte trainingsmethode en dagelijkse oefening voor Stoïcijnen. Hierbij maakt u zich er een voorstelling van hoe uw leven eruitziet zonder iets dat erg belangrijk voor u is. Deze oefening klinkt als iets waar je erg van streek door kunt raken en is zeker niet leuk om te doen, maar het kan er wel voor zorgen dat u meer geniet van de goede dingen in uw leven, en het zal u leren om te gaan met verlies door u erop voor te bereiden.

Tip 10 Neem afstand
Probeer jezelf los te maken van de situatie. Dit wordt projectieve visualisatie genoemd. Als er iets vervelends gebeurt en u te maken hebt met iets waardoor u van streek raakt, kunt u een stap terug doen en er van een afstandje naar kijken. Het idee hierbij is dat u zich een voorstelling maakt waarbij het vervelende dat u overkomt iemand anders overkomt. Wat voor advies zou u die persoon geven. Wordt de situatie hierdoor anders? Meestal zullen we, als iemand iets vervelends overkomt, diegene vertellen dat we het erg naar voor hem/haar vinden, maar dat dit soort dingen nu eenmaal gebeuren. En dat is de waarheid: er gebeuren dingen waar we geen controle over hebben en je er overmatig zorgen over maken zal de zaken niet verbeteren. Pas deze ideeën toe op uw eigen situatie en wie weet helpt het u om u beter te voelen

Tip 11 Ook dit zal voorbij gaan
Stoïcijnen vechten tegen het gevoel van bestendigheid, tegen het gevoel dat dingen altijd hetzelfde zullen of horen te blijven. Wanneer we gehecht raken aan dingen, mensen of situaties zijn we meer ontvankelijk voor grote emotionele schommelingen op het moment dat we dingen verliezen. De Stoïcijnse filosofie leert ons open te staan voor veranderingen en deze te accepteren, het gevoel van bestendigheid opgevend welke vernietigend kan zijn wanneer we te maken krijgen met verlies. We moeten onthouden dat verandering onlosmakelijk met het leven verbonden is. Wanneer dingen waar we van houden ophouden te bestaan, dan kan dat moeilijk zijn om te accepteren, maar het is wel onvermijdelijk. Wanneer het allemaal tegenzit en het lijkt alsof er nooit een eind aan komt, dan blijft het belangrijk om eraan te denken dat ook dit niet klopt. De wereld is constant in beweging, niets blijft zoals het is.

En als laatste tip: Leer meer over het Stoïcisme. Er zijn veel interessante dingen geschreven over en door stoïcijnen. Beroemde historische figuren als Cicero, Seneca, Epictetus en Marcus Aurelius waren toegewijde stoïcijnen die uitvoerig over hun overtuiging schreven. Veel van hun werken behoren tot op de dag van vandaag tot de wereldliteratuur. Zoek ze op en lees ze!

maandag 18 april 2016

STOICISME, ZEUS EN DE EVOLUTIETHEORIE

De stoïcijnen dachten dat ze konden bewijzen dat hun filosofie de beste weergave van de werkelijkheid gaf. Ze hadden zich natuurlijk ook op het standpunt van de religies kunnen stellen en simpelweg kunnen zeggen dat het een kwestie van geloof was. Wat in de heilige boeken van Zeno en Chrysippus staat is per definitie waar en moet onvoorwaardelijk geaccepteerd worden. Maar als zich zelf respecterende filosofen konden ze er niet om heen om een poging te wagen hun levensfilosofie ook echt te bewijzen. De rivaliserende scholen, zoals de epicuristen, academici en peripatetici, lieten trouwens ook geen gelegenheid voorbij gaan om te proberen om de stoïcijnse redeneringen onderuit te halen. Om serieus genomen te worden moesten ze dus wel met bewijzen komen.

Het is u waarschijnlijk wel opgevallen dat in de stoïcijnse geschriften regelmatig de naam Zeus valt. Dat wekt misschien zelfs de indruk dat het stoïcisme een religieuze filosofie is. Dat is echter maar in zeer beperkte mate het geval. Bij het stoïcijnse bewijs dat hun levensfilosofie de enig juiste is komt Zeus inderdaad regelmatig om de hoek kijken. Dit is echter niet de Zeus die met bliksemschichten vanaf de Olympus de wereld regeert, nee een Zeus die net zo goed Natuur of Noodlot genoemd had kunnen worden. Iets wat trouwens ook vaak gebeurt. Toch zit er weldegelijk een religieus tintje aan deze Zeus. Het mag dan wel geen man met een baard op een bergtop zijn, het is toch een soort universeel bewustzijn. Het waren immers pantheïsten. Voor de antieke stoïcijnen is de natuur dus iets levends en bewusts met een wil en een bedoeling met de wereld.

In hun bewijsvoering stellen de stoïcijnen dat Zeus de mens heeft geschapen met de bedoeling om een belangrijke rol te spelen in de ontwikkeling van de geschiedenis van het universum. Zeus is de mens vriendelijk gezind en wil graag dat hij gelukkig is. Hij is echter niet in staat om de mens zo te scheppen dat hij altijd gelukkig is. Om dit toch mogelijk te maken heeft Zeus de mensheid een stukje van zichzelf gegeven: het vermogen tot rationeel nadenken. Door zelf na te denken kunnen mensen een manier van leven ontdekken die het hen mogelijk maakt om onder alle omstandigheden een goed leven te leiden. Een leven dat in overeenstemming met de Natuur is. Dat wil zeggen een leven dat zowel in overeenstemming met de universele natuur van Zeus is als met de specifieke menselijke natuur van het desbetreffende individu. Zo doorredenerend komen de antieke stoïcijnen tot de conclusie dat hun levensfilosofie de beste garantie voor een gelukkig leven is.

Voor een moderne stoïcijn is dit misschien toch een beetje te kort door de bocht. Iemand uit de eenentwintigste eeuw zal niet snel geloven dat een welwillende Zeus aan de bron van het menselijk intellect en handelen staat. Het is waarschijnlijker dat hij zich op de wetenschap baseert dat de mens het resultaat is van een evolutionair proces. Dat betekent dat het menselijk bestaan helemaal geen doel heeft, en dat er dus ook geen enkele reden is om te geloven dat we door in overeenstemming met de bedoeling van de natuur te leven gelukkig zouden worden. Als mens kun je er dan veel beter voor kiezen hedonist te worden en proberen uit ons korte en doorgaans nogal onaangename bestaan toch nog zoveel mogelijk plezier te putten. Ik denk echter dat je ook met gebruikmaking van de hedendaagse wetenschappelijke inzichten tot een conclusie komt die erg dicht bij de stoïcijnse levensfilosofie uitkomt.

De mens is het resultaat van een hele serie evolutionaire ongelukjes. Hierdoor zijn we het kale aapachtige op zijn achterpoten lopende zoogdier geworden dat we nu zijn. We zijn uitgerust met een aantal psychologische eigenaardigheden die bedoeld zijn om onze overlevingskansen te vergroten. Zo hebben we de neiging om onder bepaalde omstandigheden, zoals een aanstormende sabeltandtijger, bang te worden of, onder andere omstandigheden, honger te krijgen. We kunnen pijn voelen om er voor te zorgen dat we voorkomen gewond te raken en we zijn wellustig om seks te hebben en ons te willen voortplanten. Niet omdat Zeus wil dat we al deze onaangename en aangename sensaties kunnen ervaren. Nee alleen omdat dit het voortbestaan van de soort ten goede komt.

Dit soort natuurlijke neigingen hebben we dus niet ontwikkeld om een goed en prettig leven te kunnen leiden, maar om te kunnen overleven en om ons voort te planten. Zonder de neiging om weg te rennen van een hongerige sabeltandtijger zou de menselijke soort immers al gauw zijn uitgestorven. Zo wordt een ongelukkig persoon die er in slaagt om in leven te blijven en zich voort te planten een evolutionair succes, terwijl een gelukkig en blij mens die er voor kiest om geen nageslacht te produceren vanuit een evolutionair standpunt een totale mislukking is.

Onze voorouders die bang waren voor een sabeltandtijger en die zich zorgen maakten of ze de volgende dag nog wel te eten hadden, hadden een evolutionaire voorsprong op hun zorgeloze soortgenoten. De ontevreden voorouder die steeds meer voedsel wilde hebben en die maar bleef zoeken naar een nog betere grot had een grotere kans zijn genen door te geven. De kapitalistische deugd van de hebzucht heeft dan ook een duidelijke evolutionaire oorsprong.

Ook de meer plezierige ervaringen zijn gericht op het doorgeven van ons erfelijk materiaal. Daarom vinden we vet en zoet voedsel zo lekker. In een tijd dat hongersnood de regel was, was het een uitstekend idee om gek te zijn op calorierijke voeding. Als de honger eenmaal gestild is komt seks in beeld als het volgende pleziertje. Als seks ons koud liet, of als we het zelfs onplezierig zouden vinden, zou er van het doorgeven van onze genen niet veel terecht komen. De voorvaderen die een hekel aan seks hadden zijn al lang geleden uitgestorven. We zijn een sociaal dier niet omdat dat gezelliger is, maar omdat we in groepsverband een grotere overlevingskans hebben. Om dezelfde reden houden we van onze naasten en zorgen we voor ze. Tegelijkertijd hebben we een hekel aan buitenstaanders. Dat zijn concurrenten die het schaarse voedsel voor onze neus wegkapen. Ook de populistische vreemdelingenhaat, die tegenwoordig weer zo in de mode is, heeft dus een evolutionaire oorsprong.

We zijn biologisch geprogrammeerd om groepen te vormen. Tegelijkertijd zijn we ook geprogrammeerd om binnen zo’n groep te streven naar een zo hoog mogelijke status. Net als in een groep apen lopen de individuen met de laagste status het risico om uit de groep gestoten te worden. Ze hebben op zijn best toegang tot de restjes en het slechtste voedsel en bij de keuze voor een partner staan ze al helemaal achter in de rij. De voorouders die het fijn vonden om populair te zijn en zich rot voelden als hun sociale status in het nauw kwam hadden een betere toegang tot voedsel en sekspartners. Het zijn dus opnieuw hun genen die we hebben overgeërfd en die nu onze neigingen bepalen.

De antieken dachten dat ons vermogen tot denken en redeneren een gift van Zeus was, die het ons mogelijk maakte een klein beetje god te zijn. Het bovenstaande in ogenschouw nemend kan je er echter niet om heen dat ook onze ratio een evolutionaire oorsprong heeft. Een slimme en handige voorouder die een goede boog kon maken had een betere kans om te overleven en zich voort te planten dan zijn wat sullige en onhandige stamgenoot. Deze prehistorische intellectueel kon ook nog de beste tactiek bedenken om een prooi te vangen. Onze intellectuele vermogens hebben dus niets te maken met een soort transcendentale semi goddelijke neiging die ons de mogelijkheid biedt als een engel of heilige afstand te nemen van het dierlijke deel van ons wezen. In tegendeel zelfs het intellect heeft zich ontwikkeld om slimme plannen te kunnen smeden om onze behoeften aan voedsel, seks en sociale status beter te bevredigen.

Dat de menselijke rationele vermogens een heel wereldse oorsprong hebben betekent echter niet dat ze alleen inzetbaar zijn voor overleving en voortplanting. Ons denkvermogen kan ook ‘misbruikt’ worden en worden ingezet voor heel andere dingen dan waar het oorspronkelijk voor bedoeld is. Neem bijvoorbeeld ons vermogen tot lopen. Heel handig om te overleven. Je kan wegrennen voor een sabeltandtijger of sneller bij een stuk voedsel komen dan de concurrent. Maar je kan dit vermogen ook misbruiken door het te gebruiken om de Mount Everest te beklimmen. Een activiteit die niet bepaald bijdraagt aan je overlevingskansen. Als bergbeklimmer loop je een levensgroot risico van de berg te vallen zodat het je niet zal lukken je genen aan een andere generatie door te geven. Zo kun je dus je denkvermogen ‘misbruiken’ en het aanwenden voor zaken die niets meer te maken hebben met het zo efficiënt mogelijk doorgeven van je genen.

Zo zou u uw denkvermogen kunnen gebruiken om te beslissen dat het misschien verstandiger is om uw natuurlijke drang tot voedselvergaring in te perken en wat minder te eten of om een gelegenheid om seks te hebben voorbij te laten gaan. U zou er zelfs voor kunnen kiezen om celibatair te blijven en zo uw kans op voortplanting tot nul terugbrengen. U kunt uw ratio gebruiken om u zelf bepaalde doelen te stellen en een bepaalde levenswijze op te leggen. U kunt het gebruiken om te beslissen dat veel van de programmering tot overleven en voortplanten helemaal niet in overeenstemming met uw persoonlijke doelstellingen zijn. U kunt bijvoorbeeld tot de conclusie komen dat die programmering u een hoop ellende oplevert die helemaal niet leidt tot een prettig en gelukkig leven.

Het is misschien wel een beetje ironisch dat onze evolutie en de daaruit voortvloeiende genetische programmering tot overleven en voortplanten ons een instrument in handen heeft gegeven dat ons de keuze geeft om tegen die programmering in te gaan. Een programmering die zich de afgelopen eeuwen steeds meer tegen ons welzijn en tegenwoordig zelfs tegen ons overleven lijkt te keren. Het is gek maar ons vermogen om door te denken tegen onze natuurlijke neigingen in te gaan is in deze tijd van klimaatsverandering en uit de hand gelopen consumentisme waarschijnlijk onze enige kans om als soort te overleven.

Als we ons richten op een gelukkig leven en niet alleen op overleven en voortplanten worden zaken als onze sociale status op eens een stuk minder belangrijk. We kunnen beslissen dat het niet perse nodig is om maar steeds meer spullen te verzamelen. Door te denken zult u vanzelf tot de conclusie komen dat na het vervullen van uw verlangen naar de laatste smartphone er algauw weer een nieuw verlangen op komt dagen. We zijn kampioen piekeren, een prima eigenschap als je niet weet waar je volgende maaltijd vandaan gaat komen of waar de volgende sabeltandtijger zich verstopt heeft. Maar in een tijd dat je je daar niet druk over hoeft te maken is het voor een prettig leven verstandiger om je wat minder zorgen te maken door je programmering met je denkvermogen te overrulen. Er zijn tegenwoordig gewoon minder redenen om je terecht zorgen te maken.

Om terug te komen op Zeus en het onderwerp van dit verhaaltje. Volgens de antieken heeft Zeus (of de natuur) ons met een doel geschapen. Hij heeft ons het vermogen gegeven om door rationeel na te denken een gelukkig leven te leiden. De stoïcijnen trekken hieruit de conclusie dat het mogelijk is door het gebruik van bepaalde technieken onaangename emoties te vermijden. Tegenwoordig kan een andere redenering gevolgd worden. Door de evolutie (of de natuur) heeft de mens bepaalde emoties en neigingen gekregen die de kans op overleven en voortplanten vergroten. Dezelfde evolutie heeft ons daarbij ook het vermogen gegeven om door onze ratio te ‘misbruiken’ deze voorprogrammering opzij te zetten. De technieken die de oude stoïcijnen ontwikkeld hebben om minder negatieve emoties te ervaren kunnen nu nog steeds ingezet worden om ons welzijn te verhogen. De redenering is niet heel anders en leidt tot dezelfde conclusie. Namelijk dat de stoïcijnse levensfilosofie nog steeds een heel goede optie is om een goed en prettig leven te leiden.


dinsdag 12 april 2016

INVICTUS


Out of the night that covers me,
Black as the pit from pole to pole,
I thank whatever gods may be
For my unconquerable soul.

In the fell clutch of circumstance
I have not winced nor cried aloud.
Under the bludgeonings of chance
My head is bloody, but unbow'd.

Beyond this place of wrath and tears
Looms but the Horror of the shade,
And yet the menace of the years
Finds and shall find me unafraid.

It matters not how strait the gate,
How charged with punishments the scroll,
I am the master of my fate:
I am the captain of my soul.


Wiliam Henley (1875)