Welkom op deze blog over moderne stoïcijnse filosofie als praktische levenskunst. Hier ontdekt u toegankelijke inzichten en mindfulness oefeningen, geïnspireerd op deze tweeduizend jaar oude wijsheid, maar vertaald naar hedendaagse uitdagingen. Ik bied een actuele en op nieuwe inzichten gebaseerde interpretatie van het stoïcisme, die u helpt meer richting, innerlijke rust en persoonlijke groei in uw leven te vinden. Leer hoe u zelf stoïcijnse principes kunt toepassen om een beter mens te worden.
donderdag 19 mei 2016
PRAKTISCHE TIPS OM EEN BEETJE STOICIJN TE WORDEN
Het woord "stoïcijns" wordt vaak gebruikt om stille en rustige mensen te omschrijven die hun emoties maar weinig laten zien of zelfs onderdrukken. Hoewel dit de gebruikelijk betekenis van het woord is geworden, was het Stoïcisme een denkrichting die door Grieken en Romeinen uit de oudheid werd gevolgd. Het was echter niet wat wij tegenwoordig onder het begrip filosofie zouden verstaan. Het had betrekking op alle aspecten van het menselijk bestaan en was dan ook eerder een manier om in het leven te staan, een levenswijze. Deze levenswijze was bedoeld om mensen gelukkiger te maken door ze te leren hun negatieve emoties te beheersen. Een bijzonder succesvolle methode, die eeuwenlang de belangrijkste filosofie van de antieke wereld is geweest. De laatste jaren worden er in het psychologisch onderzoek steeds meer aanwijzingen gevonden dat de oude stoïcijnen het bij het rechte eind hadden. Hun levensfilosofie kon wel eens daadwerkelijk de beste weg naar een gelukkig en zinvol leven kunnen zijn.
Het doel van Stoïcisme is dan dus niet het uitbannen van alle emoties, maar het tot een minimum terugbrengen van negatieve emoties. Deze filosofie wil u gelukkiger in het leven laten staan, door de uitwerking van emoties zoals verdriet, boosheid, angst en jaloezie terug te dringen. Het is niet persé een eenvoudige filosofie die zich in een paar zinnen laat samenvatten. De stoïcijnen hadden de pretentie een alles omvattend wereldbeeld te hebben. De theorie is dan ook behoorlijk complex, maar dat betekent niet dat u zonder die theorie geen verbetering in uw welbevinden kunt bereiken. Er bestaan een groot aantal eenvoudige praktijken en oefeningen die, zonder allerlei theoretische ballast, onmiddellijk resultaat kunnen opleveren. Hieronder volgen een paar van die eenvoudige tips en oefeningen waarmee u een begin kunt maken om een beetje stoïcijn te worden.
Tip 1 Word een binnenvetter
Internaliseer uw emoties en laat ze niet aan de buitenwereld zien. Wanneer er iets gebeurd waardoor er een emotionele respons bij u wordt opgewekt, probeer dan fysiek zo weinig mogelijk te reageren. Houd uw gezichtsuitdrukking in bedwang, laat niet merken dat u boos of verdrietig wordt. Uit onderzoek blijkt dat ons reptielenbrein, de bron van onze emoties, sterk reageert op de lichaamsgesteldheid. Als je verdrietig bent en je mond in een glimlach dwingt, vermindert dit je verdriet. Als je gespannen bent kun je rustig gaan ademen en je lichaam dwingen zich te ontspannen. Dit geeft je reptielenbrein automatisch het signaal om de negatieve emotie af te zwakken of misschien zelfs te stoppen. Probeer uw reptielenbrein af te leiden. Neurie in gedachten een liedje of herhaal een van te voren ingestudeerde zin.
Tip 2 Spreken is zilver, maar zwijgen is goud
Beperk ook uw verbale reactie. Door mondeling te reageren op een emotionele situatie bevestigt u dat er iets aan de hand is. Klaag niet en vraag niet meteen om hulp, maar probeer een probleem zoveel mogelijk zelf op te lossen. Als u verbaal reageert zien niet alleen de mensen om u heen dat iets u aangrijpt, maar ook uw reptielenbrein wordt bevestigd in zijn overtuiging dat er iets mis is, en doet er dan zelfs nog een schepje boven op. Door weinig te zeggen lokt u ook geen tegenreactie van uw omgeving uit. Een negatieve reactie maakt u alleen maar emotioneler, maar ook een vriendelijke begrijpende reactie is olie op het vuur van uw reptielenbrein. Dat reageert meteen: zie je wel er is toch iets aan de hand. En uw negatieve emoties krijgen een extra impuls.
Tip 3 Stel een zorgenuurtje in
Dit alles betekent niet dat u uw emoties moet onderdrukken. Ervaar ze wel, maar laat ze niet zien. Houd het ondergaan van uw emoties beperkt tot uw innerlijk. Emoties onderdrukken is zinloos. Ze komen gegarandeerd op een ander moment weer terug en dat is altijd een moment dat u het nou net niet kunt gebruiken. Emoties opkroppen en die niet aanpakken, iets waar de bovengenoemde methoden toe zouden kunnen leiden, is bovendien erg ongezond. Neem iedere dag een moment om uw emoties de vrije loop te laten. Zorg dat u alleen bent en niet gestoord kunt worden en laat alle zorgen en emoties van de dag op u afkomen. Zorg dat je een gezonde manier vindt om uw emoties te uiten. Dit kan betekenen dat u in een kussen schreeuwt, uw gevoelens en gedachten opschrijft in een dagboek, of wat voor u maar een geschikte manier is. Beperk het uiten van emoties tot uw zorgenuurtje en stel emoties ook uit tot dit vaste tijdstip. Zeg tegen uw reptielenbrein zodra u een negatieve emotie voelt opkomen: even wachten jij komt straks wel aan de beurt.
Tip 4 Word een realist
Onze negatieve emoties kunnen ervoor zorgen dat we verkeerde beslissingen nemen die ons leven slechter maken. Omdat emoties vaak onlogische reacties zijn op gebeurtenissen, zoekt het Stoïcisme naar oplossingen voor emotionele problemen door logica toe te passen. Misschien klopt uw oordeel dat iets slecht, verdrietig of angstaanjagend is wel helemaal niet. Als u bang bent voor muizen zal dat weliswaar niet zo maar verdwijnen door alleen te denken dat een muis geen enkel gevaar oplevert, maar door dat consequent te blijven volhouden dringt het uiteindelijk toch ook tot uw reptielenbrein door dat er niets aan de hand is. Zodra u merkt dat u negatieve emoties krijgt over iets dat in uw omgeving gebeurt: stop dan even. Denk na. Zal die emotie de situatie oplossen? Ja, als er een neushoorn op u af komt stormen dan is een emotionele reactie zeker op zijn plaats. Maar meestal zal de emotionele reactie weinig uithalen om de situatie te verbeteren. Het gaat om uw daden die de veranderingen teweeg zullen brengen die u wilt zien. Wanneer dingen u emotioneel maken, ga dan op zoek naar wat er zal moeten worden gedaan om het probleem op te lossen en doe dat.
Tip 5 Laat uw vooroordelen varen
Veel van onze emotionele reacties zijn het gevolg van een vaste ingesleten manier van denken en reageren. Een bepaalde situatie leidt dan automatisch tot een negatieve emotionele reactie. U heeft u zelf ongemerkt bepaalde manieren van reageren aangeleerd, maar die manier van denken kan veel negatieve emoties in de hand werken. Vooral wanneer de dingen niet gaan zoals u wilt of als mensen niet doen wat u van ze verwacht of het niet met u eens zijn. Denk na over uw vooroordelen en automatische reacties en over andere manieren om naar die situaties te kijken. Dit zal het makkelijker maken om met de daaraan verbonden emoties om te gaan.
Tip 6 Ervaar het leven door de ogen van de ander
Als een persoon u boos maakt of frustreert, probeer dan het probleem door diens ogen te bekijken. Realiseer u dat we allemaal fouten maken. Mensen doen slechts zelden iets om kwaadaardig te zijn of opzettelijk problemen te veroorzaken. Meestal denken ze dat ze het juiste doen. Probeer te begrijpen waarom ze de fout in zijn gegaan en vergeef ze daarvoor. Ook u bent niet perfect en maakt geregeld fouten. Realiseer u dat en ga verder met het verbeteren van de situatie.
Tip 7 Stimuleer positieve emoties
De mens neigt er van nature naar om zich wat ongelukkig te voelen, ongeacht wat we doen, maar u kunt zich tegen dat gevoel verzetten door de situatie waarin u nu verkeert te waarderen. Vergeet gewoon niet dat de wereld een geweldige plek is, ongeacht hoe slecht de dingen lijken te gaan. Net zo goed als u kunt leren om negatieve emoties te verminderen kunt u ook leren om positieve emoties te stimuleren. Negativiteit en het uitbannen van blije gedachten is voor sommige mensen bijna een gewoonte geworden. Doorbreek die gewoonte en koester uw positieve momenten
Tip 8 Leef in het moment
De mens heeft de neiging om steeds plannen te maken voor de toekomst en zo te vergeten waar hij hier en nu mee bezig is. Sta zo nu en dan even stil en laat de malle molen van het leven en de stroom van uw gedachten even voor wat ze zijn. Door dit regelmatig te doen zult u merken dat u veel meer van het leven geniet. Laat jezelf overstelpt raken door verbazing en verwondering. Geniet van dat wat u op het moment aan het doen bent, terwijl u het aan het doen bent.
Tip 9 Word een zwartkijker
Mensen hebben de neiging om altijd ontevreden te zijn. Hoe goed het ook gaat, we vinden altijd wel iets om ontevreden over te zijn. Stoïcisme probeert uw brein opnieuw te trainen zodat u leert om gelukkiger te zijn met de dingen die u wel hebt. Een onderdeel van leren om gelukkiger te zijn met de dingen die we hebben is leren om geluk te vinden in de wereld om ons heen. Mensen raken snel verveeld als ze iets nieuws hebben, of dat nu een nieuwe auto of een nieuwe partner is. Stel u zo nu en dan eens voor hoe het zou zijn als u al die dingen niet meer zou hebben. Als u geen auto had, geen koelkast en als uw partner zou komen te overlijden. Hoe zou uw leven er dan uitzien? Door daar zo nu en dan bij stil te staan gaat u de dingen die u nu hebt veel meer waarderen. Dit heet negatieve visualisatie. Negatieve visualisatie is een veel gebruikte trainingsmethode en dagelijkse oefening voor Stoïcijnen. Hierbij maakt u zich er een voorstelling van hoe uw leven eruitziet zonder iets dat erg belangrijk voor u is. Deze oefening klinkt als iets waar je erg van streek door kunt raken en is zeker niet leuk om te doen, maar het kan er wel voor zorgen dat u meer geniet van de goede dingen in uw leven, en het zal u leren om te gaan met verlies door u erop voor te bereiden.
Tip 10 Neem afstand
Probeer jezelf los te maken van de situatie. Dit wordt projectieve visualisatie genoemd. Als er iets vervelends gebeurt en u te maken hebt met iets waardoor u van streek raakt, kunt u een stap terug doen en er van een afstandje naar kijken. Het idee hierbij is dat u zich een voorstelling maakt waarbij het vervelende dat u overkomt iemand anders overkomt. Wat voor advies zou u die persoon geven. Wordt de situatie hierdoor anders? Meestal zullen we, als iemand iets vervelends overkomt, diegene vertellen dat we het erg naar voor hem/haar vinden, maar dat dit soort dingen nu eenmaal gebeuren. En dat is de waarheid: er gebeuren dingen waar we geen controle over hebben en je er overmatig zorgen over maken zal de zaken niet verbeteren. Pas deze ideeën toe op uw eigen situatie en wie weet helpt het u om u beter te voelen
Tip 11 Ook dit zal voorbij gaan
Stoïcijnen vechten tegen het gevoel van bestendigheid, tegen het gevoel dat dingen altijd hetzelfde zullen of horen te blijven. Wanneer we gehecht raken aan dingen, mensen of situaties zijn we meer ontvankelijk voor grote emotionele schommelingen op het moment dat we dingen verliezen. De Stoïcijnse filosofie leert ons open te staan voor veranderingen en deze te accepteren, het gevoel van bestendigheid opgevend welke vernietigend kan zijn wanneer we te maken krijgen met verlies. We moeten onthouden dat verandering onlosmakelijk met het leven verbonden is. Wanneer dingen waar we van houden ophouden te bestaan, dan kan dat moeilijk zijn om te accepteren, maar het is wel onvermijdelijk. Wanneer het allemaal tegenzit en het lijkt alsof er nooit een eind aan komt, dan blijft het belangrijk om eraan te denken dat ook dit niet klopt. De wereld is constant in beweging, niets blijft zoals het is.
En als laatste tip: Leer meer over het Stoïcisme. Er zijn veel interessante dingen geschreven over en door stoïcijnen. Beroemde historische figuren als Cicero, Seneca, Epictetus en Marcus Aurelius waren toegewijde stoïcijnen die uitvoerig over hun overtuiging schreven. Veel van hun werken behoren tot op de dag van vandaag tot de wereldliteratuur. Zoek ze op en lees ze!
maandag 18 april 2016
STOICISME, ZEUS EN DE EVOLUTIETHEORIE
De stoïcijnen dachten dat ze konden bewijzen dat hun
filosofie de beste weergave van de werkelijkheid gaf. Ze hadden zich natuurlijk
ook op het standpunt van de religies kunnen stellen en simpelweg kunnen zeggen
dat het een kwestie van geloof was. Wat in de heilige boeken van Zeno en
Chrysippus staat is per definitie waar en moet onvoorwaardelijk geaccepteerd
worden. Maar als zich zelf respecterende filosofen konden ze er niet om heen om
een poging te wagen hun levensfilosofie ook echt te bewijzen. De rivaliserende
scholen, zoals de epicuristen, academici en peripatetici, lieten trouwens ook geen
gelegenheid voorbij gaan om te proberen om de stoïcijnse redeneringen onderuit
te halen. Om serieus genomen te worden moesten ze dus wel met bewijzen komen.
Het is u waarschijnlijk wel opgevallen dat in de stoïcijnse
geschriften regelmatig de naam Zeus valt. Dat wekt misschien zelfs de indruk
dat het stoïcisme een religieuze filosofie is. Dat is echter maar in zeer
beperkte mate het geval. Bij het stoïcijnse bewijs dat hun levensfilosofie de
enig juiste is komt Zeus inderdaad regelmatig om de hoek kijken. Dit is echter
niet de Zeus die met bliksemschichten vanaf de Olympus de wereld regeert, nee
een Zeus die net zo goed Natuur of Noodlot genoemd had kunnen worden. Iets wat
trouwens ook vaak gebeurt. Toch zit er weldegelijk een religieus tintje aan
deze Zeus. Het mag dan wel geen man met een baard op een bergtop zijn, het is
toch een soort universeel bewustzijn. Het waren immers pantheïsten. Voor de
antieke stoïcijnen is de natuur dus iets levends en bewusts met een wil en een
bedoeling met de wereld.
In hun bewijsvoering stellen de stoïcijnen dat Zeus de mens
heeft geschapen met de bedoeling om een belangrijke rol te spelen in de
ontwikkeling van de geschiedenis van het universum. Zeus is de mens vriendelijk
gezind en wil graag dat hij gelukkig is. Hij is echter niet in staat om de mens
zo te scheppen dat hij altijd gelukkig is. Om dit toch mogelijk te maken heeft
Zeus de mensheid een stukje van zichzelf gegeven: het vermogen tot rationeel nadenken.
Door zelf na te denken kunnen mensen een manier van leven ontdekken die het hen
mogelijk maakt om onder alle omstandigheden een goed leven te leiden. Een leven
dat in overeenstemming met de Natuur is. Dat wil zeggen een leven dat zowel in overeenstemming
met de universele natuur van Zeus is als met de specifieke menselijke natuur
van het desbetreffende individu. Zo doorredenerend komen de antieke stoïcijnen
tot de conclusie dat hun levensfilosofie de beste garantie voor een gelukkig leven
is.
Voor een moderne stoïcijn is dit misschien toch een beetje
te kort door de bocht. Iemand uit de eenentwintigste eeuw zal niet snel geloven
dat een welwillende Zeus aan de bron van het menselijk intellect en handelen
staat. Het is waarschijnlijker dat hij zich op de wetenschap baseert dat de
mens het resultaat is van een evolutionair proces. Dat betekent dat het
menselijk bestaan helemaal geen doel heeft, en dat er dus ook geen enkele reden
is om te geloven dat we door in overeenstemming met de bedoeling van de natuur
te leven gelukkig zouden worden. Als mens kun je er dan veel beter voor kiezen
hedonist te worden en proberen uit ons korte en doorgaans nogal onaangename
bestaan toch nog zoveel mogelijk plezier te putten. Ik denk echter dat je ook
met gebruikmaking van de hedendaagse wetenschappelijke inzichten tot een
conclusie komt die erg dicht bij de stoïcijnse levensfilosofie uitkomt.
De mens is het resultaat van een hele serie evolutionaire
ongelukjes. Hierdoor zijn we het kale aapachtige op zijn achterpoten lopende
zoogdier geworden dat we nu zijn. We zijn uitgerust met een aantal
psychologische eigenaardigheden die bedoeld zijn om onze overlevingskansen te
vergroten. Zo hebben we de neiging om onder bepaalde omstandigheden, zoals een
aanstormende sabeltandtijger, bang te worden of, onder andere omstandigheden,
honger te krijgen. We kunnen pijn voelen om er voor te zorgen dat we voorkomen
gewond te raken en we zijn wellustig om seks te hebben en ons te willen
voortplanten. Niet omdat Zeus wil dat we al deze onaangename en aangename sensaties
kunnen ervaren. Nee alleen omdat dit het voortbestaan van de soort ten goede
komt.
Dit soort natuurlijke neigingen hebben we dus niet
ontwikkeld om een goed en prettig leven te kunnen leiden, maar om te kunnen
overleven en om ons voort te planten. Zonder de neiging om weg te rennen van
een hongerige sabeltandtijger zou de menselijke soort immers al gauw zijn
uitgestorven. Zo wordt een ongelukkig persoon die er in slaagt om in leven te
blijven en zich voort te planten een evolutionair succes, terwijl een gelukkig
en blij mens die er voor kiest om geen nageslacht te produceren vanuit een
evolutionair standpunt een totale mislukking is.
Onze voorouders die bang waren voor een sabeltandtijger en
die zich zorgen maakten of ze de volgende dag nog wel te eten hadden, hadden
een evolutionaire voorsprong op hun zorgeloze soortgenoten. De ontevreden voorouder
die steeds meer voedsel wilde hebben en die maar bleef zoeken naar een nog
betere grot had een grotere kans zijn genen door te geven. De kapitalistische deugd
van de hebzucht heeft dan ook een duidelijke evolutionaire oorsprong.
Ook de meer plezierige ervaringen zijn gericht op het
doorgeven van ons erfelijk materiaal. Daarom vinden we vet en zoet voedsel zo
lekker. In een tijd dat hongersnood de regel was, was het een uitstekend idee
om gek te zijn op calorierijke voeding. Als de honger eenmaal gestild is komt
seks in beeld als het volgende pleziertje. Als seks ons koud liet, of als we
het zelfs onplezierig zouden vinden, zou er van het doorgeven van onze genen
niet veel terecht komen. De voorvaderen die een hekel aan seks hadden zijn al
lang geleden uitgestorven. We zijn een sociaal dier niet omdat dat gezelliger
is, maar omdat we in groepsverband een grotere overlevingskans hebben. Om dezelfde
reden houden we van onze naasten en zorgen we voor ze. Tegelijkertijd hebben we
een hekel aan buitenstaanders. Dat zijn concurrenten die het schaarse voedsel
voor onze neus wegkapen. Ook de populistische vreemdelingenhaat, die
tegenwoordig weer zo in de mode is, heeft dus een evolutionaire oorsprong.
We zijn biologisch geprogrammeerd om groepen te vormen. Tegelijkertijd
zijn we ook geprogrammeerd om binnen zo’n groep te streven naar een zo hoog
mogelijke status. Net als in een groep apen lopen de individuen met de laagste
status het risico om uit de groep gestoten te worden. Ze hebben op zijn best
toegang tot de restjes en het slechtste voedsel en bij de keuze voor een partner
staan ze al helemaal achter in de rij. De voorouders die het fijn vonden om
populair te zijn en zich rot voelden als hun sociale status in het nauw kwam
hadden een betere toegang tot voedsel en sekspartners. Het zijn dus opnieuw hun
genen die we hebben overgeërfd en die nu onze neigingen bepalen.
De antieken dachten dat ons vermogen tot denken en redeneren
een gift van Zeus was, die het ons mogelijk maakte een klein beetje god te
zijn. Het bovenstaande in ogenschouw nemend kan je er echter niet om heen dat ook
onze ratio een evolutionaire oorsprong heeft. Een slimme en handige voorouder
die een goede boog kon maken had een betere kans om te overleven en zich voort
te planten dan zijn wat sullige en onhandige stamgenoot. Deze prehistorische
intellectueel kon ook nog de beste tactiek bedenken om een prooi te vangen. Onze
intellectuele vermogens hebben dus niets te maken met een soort transcendentale
semi goddelijke neiging die ons de mogelijkheid biedt als een engel of heilige afstand
te nemen van het dierlijke deel van ons wezen. In tegendeel zelfs het intellect
heeft zich ontwikkeld om slimme plannen te kunnen smeden om onze behoeften aan
voedsel, seks en sociale status beter te bevredigen.
Dat de menselijke rationele vermogens een heel wereldse
oorsprong hebben betekent echter niet dat ze alleen inzetbaar zijn voor
overleving en voortplanting. Ons denkvermogen kan ook ‘misbruikt’ worden en
worden ingezet voor heel andere dingen dan waar het oorspronkelijk voor bedoeld
is. Neem bijvoorbeeld ons vermogen tot lopen. Heel handig om te overleven. Je kan
wegrennen voor een sabeltandtijger of sneller bij een stuk voedsel komen dan de
concurrent. Maar je kan dit vermogen ook misbruiken door het te gebruiken om de
Mount Everest te beklimmen. Een activiteit die niet bepaald bijdraagt aan je
overlevingskansen. Als bergbeklimmer loop je een levensgroot risico van de berg
te vallen zodat het je niet zal lukken je genen aan een andere generatie door
te geven. Zo kun je dus je denkvermogen ‘misbruiken’ en het aanwenden voor
zaken die niets meer te maken hebben met het zo efficiënt mogelijk doorgeven
van je genen.
Zo zou u uw denkvermogen kunnen gebruiken om te beslissen
dat het misschien verstandiger is om uw natuurlijke drang tot voedselvergaring
in te perken en wat minder te eten of om een gelegenheid om seks te hebben
voorbij te laten gaan. U zou er zelfs voor kunnen kiezen om celibatair te
blijven en zo uw kans op voortplanting tot nul terugbrengen. U kunt uw ratio
gebruiken om u zelf bepaalde doelen te stellen en een bepaalde levenswijze op
te leggen. U kunt het gebruiken om te beslissen dat veel van de programmering
tot overleven en voortplanten helemaal niet in overeenstemming met uw
persoonlijke doelstellingen zijn. U kunt bijvoorbeeld tot de conclusie komen
dat die programmering u een hoop ellende oplevert die helemaal niet leidt tot
een prettig en gelukkig leven.
Het is misschien wel een beetje ironisch dat onze evolutie
en de daaruit voortvloeiende genetische programmering tot overleven en
voortplanten ons een instrument in handen heeft gegeven dat ons de keuze geeft
om tegen die programmering in te gaan. Een programmering die zich de afgelopen
eeuwen steeds meer tegen ons welzijn en tegenwoordig zelfs tegen ons overleven
lijkt te keren. Het is gek maar ons vermogen om door te denken tegen onze
natuurlijke neigingen in te gaan is in deze tijd van klimaatsverandering en uit
de hand gelopen consumentisme waarschijnlijk onze enige kans om als soort te
overleven.
Als we ons richten op een gelukkig leven en niet alleen op
overleven en voortplanten worden zaken als onze sociale status op eens een stuk
minder belangrijk. We kunnen beslissen dat het niet perse nodig is om maar
steeds meer spullen te verzamelen. Door te denken zult u vanzelf tot de
conclusie komen dat na het vervullen van uw verlangen naar de laatste smartphone
er algauw weer een nieuw verlangen op komt dagen. We zijn kampioen piekeren,
een prima eigenschap als je niet weet waar je volgende maaltijd vandaan gaat
komen of waar de volgende sabeltandtijger zich verstopt heeft. Maar in een tijd
dat je je daar niet druk over hoeft te maken is het voor een prettig leven verstandiger
om je wat minder zorgen te maken door je programmering met je denkvermogen te
overrulen. Er zijn tegenwoordig gewoon minder redenen om je terecht zorgen te
maken.
Om terug te komen op Zeus en het onderwerp van dit
verhaaltje. Volgens de antieken heeft Zeus (of de natuur) ons met een doel
geschapen. Hij heeft ons het vermogen gegeven om door rationeel na te denken
een gelukkig leven te leiden. De stoïcijnen trekken hieruit de conclusie dat
het mogelijk is door het gebruik van bepaalde technieken onaangename emoties te
vermijden. Tegenwoordig kan een andere redenering gevolgd worden. Door de evolutie
(of de natuur) heeft de mens bepaalde emoties en neigingen gekregen die de kans
op overleven en voortplanten vergroten. Dezelfde evolutie heeft ons daarbij ook
het vermogen gegeven om door onze ratio te ‘misbruiken’ deze voorprogrammering
opzij te zetten. De technieken die de oude stoïcijnen ontwikkeld hebben om
minder negatieve emoties te ervaren kunnen nu nog steeds ingezet worden om ons
welzijn te verhogen. De redenering is niet heel anders en leidt tot dezelfde
conclusie. Namelijk dat de stoïcijnse levensfilosofie nog steeds een heel goede
optie is om een goed en prettig leven te leiden.
dinsdag 12 april 2016
INVICTUS
Out of the night that covers me,
Black as the pit from pole to pole,
I thank whatever gods may be
For my unconquerable soul.
In the fell clutch of circumstance
I have not winced nor cried aloud.
Under the bludgeonings of chance
My head is bloody, but unbow'd.
Beyond this place of wrath and tears
Looms but the Horror of the shade,
And yet the menace of the years
Finds and shall find me unafraid.
It matters not how strait the gate,
How charged with punishments the scroll,
I am the master of my fate:
I am the captain of my soul.
Wiliam Henley (1875)
maandag 4 april 2016
STOICISME IN HET KORT
In het oude Athene was het Stoïcisme één van de vier grote filosofische scholen. Naast Plato's Academie, het Lyceum van Aristoteles en de tuin van Epicurus was de Stoa de vierde 'universiteit' van de antieke wereld. De enige universiteit die zijn lessen gratis en in het openbaar aanbood. Een kleine driehonderd jaar na zijn oprichting werd de Stoa polair bij de Romeinen. Aanhangers waren bijvoorbeeld de politicus, filosoof, wetenschapper annex zakenman Seneca, de slaaf Epictetus en de keizer Marcus Aurelius. We kennen het Stoïcisme vooral uit de werken van deze drie auteurs, die van de Oudheid via de Renaissance tot op heden onverminderd populair zijn gebleven.
Het Stoïcisme is een allesomvattende en behoorlijke complexe filosofie die alles omvat van metafysica, logica, fysica, astronomie tot grammatica en retoriek toe. Het werk van deze drie beroemde stoïcijnen richt zich echter vooral op de ethiek. Ethiek leek in die tijd nogal op wat wij tegenwoordig psychotherapie en levenscoaching zouden noemen. Ze geven advies over alles wat nodig is om een prettig, betekenisvol en gelukkig leven te kunnen leiden. De volgende vier centrale ideeën geven, volgens mij, een aardig beeld van de kern van het stoïcisme.
Deugd
Voor de stoïcijnen had deze term niets te maken met netjes en fatsoenlijk, de term stond voor een optimale mentale toestand. Een toestand van geestelijk welbevinden en intellectuele scherpte. Deugdzaamheid of, zoals ik het in een eerdere blog noem, virtuositeit, is het enige wat ons geluk kan garanderen. Dingen als geld, succes en roem zijn misschien wel leuk, maar hebben niets met een gelukkig leven te maken. Er is absoluut niets mis met deze zaken en ze kunnen zeker deel uitmaken van een goed leven, Seneca was zelfs een multimiljardair, maar ze hebben niets te maken met uw geluk. Het obsessioneel nastreven van dit soort zaken is doorgaans zelfs slecht voor uw mentaal welbevinden en leidt alleen maar tot stress en negatieve gevoelens.
Emoties
Volgens de stoïcijnen zijn onze emoties het gevolg van een waardeoordeel. Ze zijn het gevolg van de gedachte dat er iets slechts of goed gebeurd is of op het punt staat om te gebeuren. Veel vervelende en negatieve emoties zijn echter het gevolg van een verkeerde inschatting van de situatie. Maar doordat ze het gevolg zijn van ons eigen oordeel kunnen we er invloed op uit oefenen. Verander uw waardeoordeel en u verandert uw gevoelens. Er wordt altijd gedacht dat een stoïcijn zijn emoties onderdrukt of zelfs het bestaan ervan ontkent. Niets is echter minder waar, een stoïcijn kan een heel emotioneel mens zijn. Hij streeft er echter naar om zo min mogelijk vervelende emoties te voelen. Hij probeert zijn waardeoordelen over dingen en gebeurtenissen zo aan te passen dat hij zo veel mogelijk in een prettige mentale toestand verkeert.
De natuur
Een stoïcijn streeft ernaar in harmonie met de natuur te leven. Dit betekent niet dat hij ieder ochtend een praatje maakt met zijn geraniums of de boom om de hoek knuffelt. Nee hij is zich er sterk van bewust dat wij maar een heel klein onderdeel van een groter geheel vormen. Dat grotere geheel, de natuur, het universum, god of hoe je dat ook wilt noemen, is dan wel weer een organische bewust iets. Geen man met een baard op een wolk, nee dat nou ook weer niet. Maar wel iets met een vorm van bewustzijn en een soort doelgerichtheid. Iets dat veel meer omvattende is dan ons eigen bewustzijn, maar desalniettemin vormt ons eigen bewustzijntje een minuscuul onderdeel van dat veel grotere en totaal andere ultieme, want alles omvattend, geheel. Een geheel waar we geen enkele invloed op kunnen uitoefenen. Het volgt zijn eigen (natuur)wetten en processen waar de betekenis ons doorgaans van ontgaat en waar we niets aan kunnen veranderen. Voor een stoïcijn is het een troostende gedachte te beseffen dat er veel dingen zijn waar we geen of zo goed als geen invloed op kunnen uitoefen. Dingen die we gewoon moeten accepteren of ze nu leuk zijn of niet. Het leidt alleen maar tot totaal overbodige in zinloze negatieve emoties als je probeert tegen de loop van de dingen in te gaan. En het leven is al moeilijk genoeg zonder dat je achter windmolens aanjaagt.
Controle
Een aandachtig lezer zag het al aankomen. Het volgende en laatste kernpunt ziet op controle. Waar heb je als mens nog controle over als er zoveel dingen zijn die je volgens de stoïcijnen beter aan zich zelf kunt overlaten? Volgens de stoïcijnen hebben we uitsluitend controle over onze waardeoordelen en onze wil. Dat lijkt heel weinig, maar het betekent wel dat ons mentaal welbevinden, met andere woorden ons geluk, iets is waar we wel volledige zeggenschap over hebben. De ellendige toestand van de menselijke staat is grotendeels het gevolg van onze verwarring over de dingen die we controleren en de dingen die onze macht te boven gaan. Doordat we menen invloed te kunnen uitoefenen op de externe wereld raken onze verwachtingen telkens weer gefrustreerd en vallen we telkens weer terug in negatieve emoties. Emoties die we helemaal niet willen voelen en die we als we onze oordelen aanpassen ook helemaal niet hoeven te voelen.
Er valt nog heel veel meer over het Stoïcisme te vertellen en alles wat ik hier in kort bestek aankaart ligt oneindig genuanceerder dan ik het hier voorstel. Toch denk ik dat dit korte stukje een aardig beeld geeft van de manier waarop een stoïcijn tegen de wereld aan kijkt. Een manier van kijken die zoals uit hoe langer hoe meer onderzoek blijkt, de grootste kans biedt om een gelukkig leven te leiden.
Het Stoïcisme is een allesomvattende en behoorlijke complexe filosofie die alles omvat van metafysica, logica, fysica, astronomie tot grammatica en retoriek toe. Het werk van deze drie beroemde stoïcijnen richt zich echter vooral op de ethiek. Ethiek leek in die tijd nogal op wat wij tegenwoordig psychotherapie en levenscoaching zouden noemen. Ze geven advies over alles wat nodig is om een prettig, betekenisvol en gelukkig leven te kunnen leiden. De volgende vier centrale ideeën geven, volgens mij, een aardig beeld van de kern van het stoïcisme.
Deugd
Voor de stoïcijnen had deze term niets te maken met netjes en fatsoenlijk, de term stond voor een optimale mentale toestand. Een toestand van geestelijk welbevinden en intellectuele scherpte. Deugdzaamheid of, zoals ik het in een eerdere blog noem, virtuositeit, is het enige wat ons geluk kan garanderen. Dingen als geld, succes en roem zijn misschien wel leuk, maar hebben niets met een gelukkig leven te maken. Er is absoluut niets mis met deze zaken en ze kunnen zeker deel uitmaken van een goed leven, Seneca was zelfs een multimiljardair, maar ze hebben niets te maken met uw geluk. Het obsessioneel nastreven van dit soort zaken is doorgaans zelfs slecht voor uw mentaal welbevinden en leidt alleen maar tot stress en negatieve gevoelens.
Emoties
Volgens de stoïcijnen zijn onze emoties het gevolg van een waardeoordeel. Ze zijn het gevolg van de gedachte dat er iets slechts of goed gebeurd is of op het punt staat om te gebeuren. Veel vervelende en negatieve emoties zijn echter het gevolg van een verkeerde inschatting van de situatie. Maar doordat ze het gevolg zijn van ons eigen oordeel kunnen we er invloed op uit oefenen. Verander uw waardeoordeel en u verandert uw gevoelens. Er wordt altijd gedacht dat een stoïcijn zijn emoties onderdrukt of zelfs het bestaan ervan ontkent. Niets is echter minder waar, een stoïcijn kan een heel emotioneel mens zijn. Hij streeft er echter naar om zo min mogelijk vervelende emoties te voelen. Hij probeert zijn waardeoordelen over dingen en gebeurtenissen zo aan te passen dat hij zo veel mogelijk in een prettige mentale toestand verkeert.
De natuur
Een stoïcijn streeft ernaar in harmonie met de natuur te leven. Dit betekent niet dat hij ieder ochtend een praatje maakt met zijn geraniums of de boom om de hoek knuffelt. Nee hij is zich er sterk van bewust dat wij maar een heel klein onderdeel van een groter geheel vormen. Dat grotere geheel, de natuur, het universum, god of hoe je dat ook wilt noemen, is dan wel weer een organische bewust iets. Geen man met een baard op een wolk, nee dat nou ook weer niet. Maar wel iets met een vorm van bewustzijn en een soort doelgerichtheid. Iets dat veel meer omvattende is dan ons eigen bewustzijn, maar desalniettemin vormt ons eigen bewustzijntje een minuscuul onderdeel van dat veel grotere en totaal andere ultieme, want alles omvattend, geheel. Een geheel waar we geen enkele invloed op kunnen uitoefenen. Het volgt zijn eigen (natuur)wetten en processen waar de betekenis ons doorgaans van ontgaat en waar we niets aan kunnen veranderen. Voor een stoïcijn is het een troostende gedachte te beseffen dat er veel dingen zijn waar we geen of zo goed als geen invloed op kunnen uitoefen. Dingen die we gewoon moeten accepteren of ze nu leuk zijn of niet. Het leidt alleen maar tot totaal overbodige in zinloze negatieve emoties als je probeert tegen de loop van de dingen in te gaan. En het leven is al moeilijk genoeg zonder dat je achter windmolens aanjaagt.
Controle
Een aandachtig lezer zag het al aankomen. Het volgende en laatste kernpunt ziet op controle. Waar heb je als mens nog controle over als er zoveel dingen zijn die je volgens de stoïcijnen beter aan zich zelf kunt overlaten? Volgens de stoïcijnen hebben we uitsluitend controle over onze waardeoordelen en onze wil. Dat lijkt heel weinig, maar het betekent wel dat ons mentaal welbevinden, met andere woorden ons geluk, iets is waar we wel volledige zeggenschap over hebben. De ellendige toestand van de menselijke staat is grotendeels het gevolg van onze verwarring over de dingen die we controleren en de dingen die onze macht te boven gaan. Doordat we menen invloed te kunnen uitoefenen op de externe wereld raken onze verwachtingen telkens weer gefrustreerd en vallen we telkens weer terug in negatieve emoties. Emoties die we helemaal niet willen voelen en die we als we onze oordelen aanpassen ook helemaal niet hoeven te voelen.
Er valt nog heel veel meer over het Stoïcisme te vertellen en alles wat ik hier in kort bestek aankaart ligt oneindig genuanceerder dan ik het hier voorstel. Toch denk ik dat dit korte stukje een aardig beeld geeft van de manier waarop een stoïcijn tegen de wereld aan kijkt. Een manier van kijken die zoals uit hoe langer hoe meer onderzoek blijkt, de grootste kans biedt om een gelukkig leven te leiden.
donderdag 11 februari 2016
DE ONTWIKKELING VAN HET STOÏSCHE DENKEN
Kalmte en rust een synoniem voor Stoïcisme?
Om het marktplein voor iedere zichzelf respecterende Griekse stad in de Hellenistische rijken stond een zuilengang, naar het voorbeeld van Athene. De zuilengang van Athene was de plek waar Zeno met zijn aanhangers filosofeerde. Die zuilengang heette de Stoa, en dit is dan ook de reden dat de filosofische school waar Zeno de fundamenten van legde zo heet. De Stoa zou vijf eeuwen lang dominant worden in de westerse filosofie: van de Hellenistische tijd tot diep in de Romeinse cultuur. Ze heeft ook een hele ontwikkeling doorgemaakt: van de Oude Stoa, via de Midden-Stoa, naar de Late Stoa.
Het woord ‘stoïcijns’ staat in onze taal voor “onbewogen”. Dit woord is afgeleid van de stoïcijnse filosofie. De stoïcijnse filosofen staan er dan ook om bekend dat ze pleitten voor een onbewogen leven, door het vermijden van al te heftige emoties. Maar zij waren zeker niet de enige filosofen die in de Hellenistische tijd en daarvoor pleitten voor een dergelijke levenswijze. Ook Plato vond dat de geest zich van emoties maar niet zoveel moest aantrekken. Emoties horen volgens hem bij het lichaam. Plato’s leerling Aristoteles pleitte voor een evenwichtig leven: extreme emoties keurt hij daarom af. En ook Epicurus, de filosoof van het genot, pleitte uiteindelijk voor kalmte en soberheid, omdat na wijn de kater komt. Het wantrouwen van heftige emoties was dan ook een kenmerk van de gehele Griekse cultuur. Alleen de hedonist Aristippos, week hiervan af. Kalmte en soberheid zijn dan ook niet door de Stoïcijnen uitgevonden, en het is ook niet waarin de Stoïcijnen zich van andere Griekse filosofen onderscheiden. Maar waarin dan wel? We zullen het zien als we de eerste stoïcijn gaan volgen. De stichter van de Stoa is Zeno. Om hem van zijn eerdere naamgenoot Zeno van Elea, de Zeno van Achilles en de schildpad, te onderscheiden noemen we hem ‘Zeno van Citium’, of simpelweg ‘Zeno de Stoïcijn’.
Zeno van Citium
Zeno komen we tegen in Athene ten tijde van Epicurus, ongeveer 300 jaar voor Christus. Hij wordt omschreven als een lange, dunne, getinte en – weinig verrassend – sobere man. Hij was lichamelijk niet sterk, en was nors, teruggetrokken, kort van stof, en gierig. Desondanks werd hij in Athene alom gewaardeerd als een buitengewoon respectabel burger, en een wijs man. Zeno was zo’n soort persoon waar niets op aan te merken viel. Hebberigheid en arrogantie waren hem volkomen vreemd. Athene was niet zijn geboortestad. Hij was zoals zijn ‘nickname’ al doet vermoeden geboren in Citium, een stad op Cyprus die destijds onder de heerschappij van Athene viel, maar door Feniciërs werd bewoond. Daar werd hij koopman, en begon te varen. Door een schipbreuk belandde hij vervolgens in Athene. In Athene raakte hij zo onder de indruk van de verhalen over Socrates die hij las, dat hij besloot een leraar te zoeken en zijn verdere leven te wijden aan de filosofie. Omdat hij meende dat de Cynici Socrates’ ware erfgenamen waren, omdat ze het meest sober waren, ging hij in de leer bij de cynicus Crates. Van alle filosofen waren de Cynici met hun totale aversie van bezit misschien wel de koningen van de soberheid onder de filosofen toen: ze wezen in ieder geval iedere luxe af.
Crates de Cynicus was gesteld op linzen: eenvoudig voedsel dat voor hem symbool stond voor de eenvoud die de Cynici bepleitten. Hij raadde mensen aan om zich met linzen te voeden: goedkoop en eenvoudig voedsel. Omdat de Cynici nogal van het uitvoeren van stunts als statements waren, had Crates bedacht dat zijn leerling bij wijze van statement maar met grote potten linzensoep moest gaan rondsjouwen. Zeno voelde zich daarbij echter duidelijk opgelaten. De cynicus Crates lachte hem daarop uit. Een echte Cynicus kent geen schaamte. Hij sloeg de pot kapot, waardoor Zeno besmeurd werd met het voedsel. Maar in plaats van de les te begrijpen en om het voorval te lachen, nam Zeno met het schaamrood op de kaken de benen, terwijl de linzen langs zijn kuiten stroomden.
Leven volgens de natuur, dat was voor deze leerling Zeno toch te hoog gegrepen. Aldus het strenge oordeel van Crates. Maar toch is deze uitspraak, ‘leven naar de natuur’, juist hét credo geworden van de Stoïcijnse school, die door Zeno gesticht werd. Alleen verstond Zeno onder het motto ‘leven naar de natuur’ iets totaal anders dan het terugkeren naar een schaamteloze animale staat van de Cynici. Als het gaat om de Natuur, zag Zeno meer in standpunt van de tweehonderd jaar oudere filosoof Heraclitus. Van hem leent Zeno het idee dat onze wereld een continu veranderende wereld is, die zich laat leiden door natuurwetten. Deze natuurwetten vormen volgens Heraclitus de ware aard van de Natuur.
De Hellenistische tijd was een tijd van grote natuurwetenschappelijke vooruitgang, en ook dit beïnvloedde Zeno’s denken. Net als zijn medefilosoof, tijd- en plaatsgenoot Epicurus stelt Zeno dat er niets anders is dan materie. Niet alleen de zichtbare verschijnselen, ook onzichtbare zaken als de ziel en de goden moeten volgens Zeno uit materie zijn opgebouwd. In de theorie die Epicurus aanhing was echter een grote rol toegedicht aan het toeval. De wereld en de atomen, in het Epicurisme is alles wat er is puur het gevolg van toeval. Zeno en zijn volgelingen geloofden daar niet in. Zij geloofden in fundamenteel determinisme. Alles heeft een oorzaak. Alles wat gebeurt, gebeurt noodzakelijk als gevolg van het voorgaande. Alles hangt dan ook samen met elkaar. De wereld zit causaal in elkaar. Wat wij als toeval zien, is volgens de Stoïcijnen geen toeval, maar een verschijnsel met een logische oorzaak, die voor ons verborgen is, zodat we het als toeval ervaren. Uiteindelijk gebeurt alles volgens de wil van de Natuur. En alles wat gebeurt, staat eigenlijk al van tevoren vast. Het hele wereldgebeuren is een vaststaande keten van reacties, en als we alle informatie over het nu hadden, dan konden we de hele geschiedenis en toekomst doorzien.
De logos volgens Zeno
De Stoïcijnen spreken van de natuurwetten als van de wereldrede, de Logos. ‘Logos’ is in de stoïcijnse filosofie dan ook een synoniem voor ‘Natuur’. Volgens de Stoïcijnen zit de Natuur fundamenteel logisch en redelijk in elkaar. Let op het woord redelijk: de Stoïcijnen zagen de Natuurwetten niet alleen als fundamenteel begrijpelijk, maar ook als rechtvaardig. ‘Natuur’ is bij de Stoa ook synoniem voor ‘God’. Bij het woord God hebben veel mensen een bepaalde associatie, die op de stoïcijnse God niet van toepassing is. De Stoïcijnse God lijkt niet op een mens, zoals bij de traditionele Griekse goden. En ook lijkt de stoïcijnse God niet op de christelijke God. De christelijke God staat los van de wereld en oordeelt daarover. De stoïcijnse God heeft de wereld niet geschapen en velt daarover geen oordeel: hij is daaraan gelijk.
De Stoïcijnse God verschilt ook van de God van de Plato. Plato meent dat God ‘het goede’ belichaamt, dat meteen ook gelijk valt met het ware. Daarbij is het Goede en het Ware in de filosofie van Plato een vorm die buiten de fysische wereld staat. De fysische wereld vormt er slechts een projectie van. Ook is de Stoïcijnse God niet gelijk aan de God van Aristoteles, die de uiteindelijke oorzaak is van alles wat is, datgene waar alles naartoe streeft, de zogenaamde ‘onbewogen beweger’.
Voor de Stoïcijnen is ook het slechte en het bedrog deel van de Godheid: alles valt ermee samen. De Stoïcijnse God staat daarbij niet naast het universum als een soort richtingaanwijzer. De God van de Stoïcijnen is niets meer en niets minder dan het hele universum. Iedereen en alles wat er is maakt volgens de Stoa deel uit van één samenhangend Goddelijk wezen. We noemen dit pantheïsme.
De wereld luistert naar natuurwetten, en de natuurwetten zijn volgens de Stoïcijnen fundamenteel redelijk. God is dus niet alleen alomvattend, het is ook een redelijk wezen. Om dit te benadrukken wordt deze God dan ook wel aangeduid met de term ‘Logos’. De drie termen ‘Natuur’, ‘Logos’ en ‘God’ worden door de Stoïcijnen door elkaar gebruikt, om verschillende aspecten van hetzelfde aan te duiden. Als een Stoïcijn het heeft over fysica, dan ligt het woord Natuur voor de hand. Heeft hij het over de logica, dan is het logisch om het woord Logos te gebruiken. Gaat het over ethiek, dan is het woord God gepast. Zeno deelde de filosofie dan ook in deze drie gebieden in: fysica, logica en ethiek, en zijn volgelingen namen die indeling over. Maar voor de beantwoording van de vragen binnen die drie disciplines verwijzen ze dus naar steeds hetzelfde uitgangspunt: God, de Logos en de Natuur zijn voor de Stoïcijn hetzelfde.
Zeno als asceet
Zeno was een asceet. Net als de Cynici leefde hij sober. Maar hij verschilde met de Cynici door zijn serieuze en minder provocatieve, meer conformistische karakter. Hij hield er niet van de aandacht te trekken, en ook hield hij er niet van zich te omgeven met veel mensen. Hij lijkt in veel opzichten op een Epicurist. Maar op theoretische gronden verschilt hij daar sterk mee. Het verwerpen van het geloof in toeval is fundamenteel voor het Stoïcijnse deterministische geloof. Deze verwerping staat aan de basis van de Stoïcijnse overtuiging van de fundamentele verbondenheid van de mens met de wereld – een verbondenheid die bij Epicurus helemaal niet voorkomt, alleen bij zijn filosofie van de vriendschap zien we hem terug als vreemde eend in de bijt. Over het algemeen onderstreept Epicurus juist het fundamentele toeval en de fundamentele nutteloosheid van alles. Bij Epicurus is iedereen feitelijk een losgeslagen deeltje, vrij van alles.
De Stoïcijnen konden daar zoals we zagen niet radicaler van afwijken dan dat ze deden. Voor hen bestaat er geen toeval, integendeel, alles hangt met elkaar samen via strikt determinisme. Alles wat gebeurt, heeft invloed op ons leven, en ons leven heeft invloed op alles wat gebeurt. Haal één radar uit het systeem weg, en het systeem is niet meer hetzelfde. Wij als mensen zijn zo onlosmakelijk verbonden met de hele Kosmos. Een Kosmos die bovendien naar redelijke wetten luistert. Het is volgens Zeno dan ook allerminst toevallig dat wij mensen begiftigd zijn met de capaciteit die logische rede te begrijpen. We zijn er immers deel van. Zodoende hebben wij mensen het vermogen om de natuurwetten te doorgronden en ons daarnaar te richten. De menselijke logica is volgens de Stoïcijnen dan ook een natuurgegeven. Daarmee leren wij de oorzaak-gevolg-ordening van de wereld begrijpen.
Er is ook een moreel verschil tussen Epicurus en de Stoa. Epicurus stelde het genot als uiteindelijke maatstaf. Maar Epicurus laat zich hier volgens de Stoïcijnen afleiden van de werkelijke zin van ons bestaan. Het is niet zo dat Stoïcijnen zich afwendden van alle genot, wat soms gedacht wordt, maar door zich te richten op genot, laat men zich volgens hen maar afleiden van waar het werkelijk om gaat. Genot is maar tijdelijk. Werkelijk geluk valt volgens de Stoa alleen maar te bereiken als we ons richten op de wetten van de Natuur. Een wijze vecht volgens de Stoïcijnen niet tegen de gebeurtenissen. Hij beseft dat iedere gebeurtenis plaatsvindt omdat het moet gebeuren, volgens de wet van de Natuur. En hij beseft dat het aanvaarden van de Natuur zoals zij is, de enige manier is om gelukkig te worden. Dit is de kern van de stoïcijnse filosofie.
Zeno’s leerling Cleanthes zette de school, die ‘de Stoa’ genoemd werd, voort. Hij voegde er niet veel nieuwe dingen aan toe. Zijn leerling Chrysippos echter schreef meer dan honderd boeken, en is uiteindelijk de geschiedenis ingegaan als degene die het Stoïcisme verder vorm gaf. Hij is daarmee samen met Zeno de belangrijkste filosoof van de vroege Stoa. Hoe gaven zijn volgelingen die Stoïcijnse filosofie praktisch handen en voeten?
Negatieve emoties in de beklaagdenbank
De Stoïcijnen wordt soms emotieloosheid verweten, maar er is geen Stoïcijn die dingen als blijdschap en zelfs genot fundamenteel zou veroordelen. De strijd van de Stoïcijnen betreft vooral die tegen de negatieve emoties. Maar wat is een negatieve emotie? Volgens Chrysippos berusten negatieve emoties op fouten in onze redeneringen. Iemand ziet dat iets gebeurt, en is daar niet tevreden mee. Hij zegt dus eigenlijk dat het anders had moeten zijn. Volgens de Stoïcijnen kunnen wij die negatieve emoties tegengaan door na te gaan hoe de dingen ontstaan zijn. Dan zien we dat dat wat gebeurt een noodzakelijk iets is. En over een noodzakelijk iets kan men volgens Chrysippos onmogelijk boos of kwaad zijn. Als wij kortom kennis hebben van wat staat te gebeuren, zijn we onze negatieve emoties de baas.
Dit klinkt allemaal nogal abstract, daarom een voorbeeld. Stel dat ik zit te wachten op een vriendin met wie ik om acht uur heb afgesproken. Het is half negen en dan word ik Nederlander zijnde natuurlijk al ongeduldig. Om negen uur ben ik narrig, en om half tien ben ik zelfs kwaad. Om tien uur gaat mijn telefoon met haar nummer en zwaar geïrriteerd neem ik op… waarna mij wordt meegedeeld dat mijn vriendin op weg naar mij is omgekomen in een auto-ongeluk. Welke emoties mij dan ook bespelen, mijn kwaadheid – een negatieve emotie – is in één klap verdwenen. Het enige wat ik dus nodig had om mijn kwaadheid weg te krijgen was kennelijk meer informatie. En zo geldt dat voor iedere negatieve emotie.
De wijze of de dwaas er is geen middenweg
De vroege Stoïcijnen waren zeer streng in de leer. Zij stelden dat er eigenlijk maar twee soorten mensen zijn: de wijze en de dwaas. Dit is een zwart-wit onderscheid: er is geen verschil tussen een beetje dwalen en volkomen dwaas zijn. Iedereen die dwaalt is even slecht af. Chrysippos verduidelijkte dit met de volgende metafoor: als een mens tien centimeter onder water ligt of tien meter, dat maakt niets uit – verzuipen doet hij in beide gevallen toch.
Terug naar mijn voorbeeld: de kritische lezer heeft natuurlijk opgemerkt dat ik misschien wel van mij woede, maar nog niet van al mijn negatieve emoties af ben. Integendeel. Ik heb extra kennis gekregen en daardoor is mijn kwaadheid weliswaar verdwenen, maar nu heb ik verdriet. Maar dit verdriet is er echter omdat ik niet accepteer dat het overlijden van mijn vriendin kennelijk een noodzakelijk gebeuren was. Ik zie het als een rampzalige toevalligheid en daarom ben ik nog steeds ongelukkig. Ik zal pas ‘genezen’ als ik alles accepteer zoals het is, het hele wereldgebeuren, en niet slechts een deel ervan. Dit klinkt natuurlijk als een machtige strijd, en geen van de vroege Stoïcijnen heeft dan ook van zichzelf aangegeven dat hij de staat van de absolute wijsheid en daarmee het geluk bereikt had. Maar toch was dit voor de Stoïcijnen geen reden om bij de pakken neer te zitten. Als negatieve emoties berusten op een gebrek aan kennis, stelden zij, dan is de beste strategie om gelukkig te worden: het vergaren van kennis.
En over het vergaren van kennis waren de Stoïcijnen gelukkig voor hen een stuk optimistischer. Volgens de Stoïcijnen is de wereld zoals we zagen fundamenteel logisch. Omdat de mens een deel van de wereld is, zo redeneerden de Stoïcijnen, moet ook de mens fundamenteel doordrongen zijn met dezelfde rede. Dit gelukkige verschijnsel betekent dat hij met behulp van zijn rede dan ook in staat is fundamentele kennis van de wereld te verkrijgen. De vroege Stoïcijnen richtten zich daarom op de wetenschap, en op de logica. Maar in het soort logica dat zij toepasten verschilden zij fundamenteel van insteek met eerdere filosofische scholen die zich daarmee bezig hielden.
Naar een nieuwe logica
Eerder waren de Platoonse Academie en vooral het Lyceum van Aristoteles dé autoriteiten op het gebied van wetenschapsfilosofie en logica. Wat die beide scholen bindt, is dat zij geïnspireerd door hun voorganger Parmenides naar de essentie der dingen zochten, naar een onveranderlijke waarheid achter de veranderlijke verschijnselen. Plato deed dat door te vertrouwen op de ratio. Aristoteles vertrouwde meer op de waarneming. Daarin zit tussen die twee filosofen trouwens het grote verschil. Maar beide waren zij typische dualisten: er staat volgens hen een onveranderlijke geestelijke wereld achter de wereld van de materiële verschijnselen. En die onveranderlijke wereld van essenties proberen zij met hun filosofie te ontmaskeren.
Het klassieke en overbekende voorbeeld van de Aristotelische logica is: ‘Als Socrates een mens is, dan weten we dat hij sterfelijk is, want mensen zijn sterfelijk’. Met dit voorbeeld zien we perfect hoe Aristoteles probeert door middel van logica de essentie van zaken te begrijpen. Deze logica is gericht op classificeren: ze richt zich op de relatie tussen het algemene (de mens) en het bijzondere (Socrates). Daarmee beschrijft zij het wezen der dingen, de essentie van de verschijnselen. De Stoïcijnen hadden echter hele andere uitgangspunten. Zij waren niet zozeer geïnspireerd door Parmenides, maar door diens tijdgenoot Heraclitus. En volgens Heraclitus is het kenmerk van de verschijnselen juist dat ze veranderlijk zijn. De Stoïcijnen richtten zich daarom niet op het Zijn, maar op het Worden. Zij zochten niet naar de onveranderlijke kenmerken van de dingen, maar naar de logica achter de samenhang van gebeurtenissen. En daarom ontwikkelden de Stoïcijnen een eigen vorm van logica: de propositielogica.
De propositielogica vertaalt oorzaak-gevolg relaties naar als-dan relaties tussen simpele uitspraken: Als dit wel of niet gebeurt, dan gebeurt dat wel… of juist niet. Alles valt volgens de Stoïcijnen terug te voeren op als-dan relaties. Door de keten van oorzakelijke reacties in kaart te brengen probeert de propositielogica van de Stoïcijnen de natuurlijke gang van zaken te begrijpen. Want begrip van de samenhang der dingen leidt volgens de vroege Stoïcijnen vanzelf tot acceptatie van het zijnde. Wie alles weet, kan vrede vinden met het bestaan.
Het Stoïcisme ontdekt de psychologie
Misschien dat een aantal lezers zal vinden dat de vroege Stoïcijnen met hun 1-2-3’tje van negatieve emoties naar kennis een belangrijke stap in het emotionele proces overslaan. Ze zullen vinden dat het één ding is om alles te kennen, maar dat dit nog niet hetzelfde is als alles zomaar accepteren. Kennen en accepteren zijn voor veel van ons twee totaal verschillende dingen. Terug naar ons eerdere voorbeeld: ook al kon ik de dood van mijn vriendin al jaren voorspellen en is het voor mij een volkomen logisch gevolg van eerdere gebeurtenissen dat zij sterft, dan nog kan ik er toch wel verdrietig om zijn? Dit is een onderscheid dat in de vroege Stoa nog geen rol speelt. De Stoa valt uiteen in de vroege Stoa, die wij zojuist bekeken, de midden-Stoa en de late Stoa. Voor de vroege Stoïcijnen vallen kennis en acceptatie daadwerkelijk samen. Daarbij maakten zij zich sterk voor de veronderstelling dat de menselijke kennis onfeilbaar is.
Maar ook de sprong van de logische wereld naar een brein dat die fundamentele logica ook snapt is natuurlijk wat al te snel gemaakt. Soms bleek de Stoïcijnse filosofie met zijn weinig kritische blik tegenover het menselijk denken dan ook vatbaar voor zeker door onze ogen dubieuze methoden van kennisvergaring, zoals waarzeggerij. In de midden-Stoa waren er echter denkers als Posidonius, die beïnvloed door met name Plato rekening hielden met het mogelijk falen van het brein, en daarmee aandacht gaven aan psychologische aspecten. De midden-Stoa kenmerkt zich doordat de Stoïcijnse denkers de Stoïcijnse denkbeelden vermengden met uitgangspunten uit andere filosofieën, zoals bijvoorbeeld dus het Platonisme. Dit waren Griekse denkers die in Rome leefden, en de Stoa feitelijk geschikt maakten voor het Romeinse denken.
Uit de midden-Stoa ontwikkelt zich vervolgens de filosofie van de late Stoa, die haar bloei had in de eerste periode van het Romeinse keizerrijk. Dit waren Romeinse denkers die helemaal niet zoveel hadden met het starre kennisdenken van de vroege Stoïcijnen. Zij richtten zich juist op dat moeizame proces van de acceptatie. Waar hun voorgangers als Chrysippos en ook Posidonius zich vooral richtten op de wetenschap en de logica, richtten zij zich op de emoties zelf. De Stoa wordt daarbij een soort meditatieve oefening in het leren-accepteren van de dingen zoals ze zijn.
God speelt niet met dobbelstenen
Vroege Stoa of late Stoa, het gaat er in de Stoïcijnse filosofie uiteindelijk om vrede te vinden met een volkomen deterministisch wereldbeeld. Die deterministische wereld is voor een Stoïcijn een gegeven. We kunnen echter bedenken dat de meeste andere filosofen die we in deze serie zagen hier met hun relativisme hun vraagtekens bij zetten, en dat deden ze dan ook. De Epicuristen, tijdgenoten van de Stoïcijnen, verschilde op dit punt zoals we zagen fundamenteel van de Stoïcijnen, omdat hij nu juist uitgaat van het fundamentele toeval.
Het is een interessante vraag om nog eens bij stil te staan: Is de wereld een gesloten geheel van samenhangende gebeurtenissen die simpelweg moeten gebeuren, of is er, hoeveel samenhang we ook kunnen ontdekken, ondertussen nog altijd sprake van meerdere mogelijkheden, van toeval? Deze tegenstelling komt in de moderne tijd terug in de discussie tussen de natuurkundigen Einstein en Bohr. Zoals veel natuurkundigen was Einstein op zoek naar de fundamentele wereldwetten. Zijn relativiteitstheorie, hoe moeilijk ook, is een deterministische theorie. Einstein zocht naar een fundamentele code achter de verschijnselen. Maar tijdens Einstein zijn leven had ook de kwantummechanica zijn opkomst. Deze wetenschap gaat juist uit van de onvoorspelbaarheid van materie, en stelt wetten op die uitgaan van kansberekening.
De natuurkundige Niels Bohr, een belangrijke denker van de kwantummechanica, stelde daarbij dat deze onvoorspelbaarheid niet zozeer een kenmerk was van zijn manier van natuurkunde bedrijven, maar dat dit toeval een fundamenteel kenmerk van de wereld moest zijn. Dit ging Einstein echter te ver. ‘Ik ben ervan overtuigd dat God niet met dobbelstenen speelt’, was de beroemde beeldspraak die hij hiertegen vaak als verweer gebruikte. Hiermee verwees Einstein niet naar de christelijke of Joodse God (wat soms gedacht wordt), maar naar een wereldwet die hij veronderstelde, zoals die ook voor hem verondersteld werd door de Stoïcijnen. De wereld als een logisch te begrijpen geheel.
Wie heeft gelijk? Uiteindelijk weten we het niet. Het is Einstein aan te prijzen dat hij door de manier waarop hij zijn stelling naar voren bracht gelijk onderstreepte dat zijn overtuiging uiteindelijk een geloof is, en geen kennis. Toeval of determinisme, er is geen bewijs voor. Het determinisme heeft ons veel kennis gebracht, misschien dan wel geen fundamentele kennis, maar dan toch wel veel praktische kennis, en van de verlichting tot in de twintigste eeuw was het mechanisch determinisme dan ook het overheersende wereldbeeld. Maar met de kwantummechanica lijkt de stand weer 1-1.
woensdag 3 februari 2016
AMOR FATI
Eén van de belangrijkste eigenschappen van een mens is zijn
wilskracht, zijn discipline, kortom zijn vermogen om beslissingen te nemen. Dat
is tenminste wat ons verteld wordt en wat we denken te ervaren. Alles wat je
tot nog toe bereikt hebt is tenslotte het resultaat van hard werken en het goed
inzetten van je wilskracht. Eigenlijk verwachten we ook dat de wereld ons
beloont voor onze inspanningen. Als we maar hard genoeg ons best doen dan
krijgen we wat we willen. We krijgen een goede baan, een mooie partner en leuke
kinderen. Sterker nog als we maar goed genoeg ons best doen vinden we zelfs dat
we er recht op hebben.
Deze hele cultuur van wilskracht, hard werk en ambitie maakt
het zo verdomd moeilijk om te accepteren dat de werkelijkheid niet zo in elkaar
zit. Sterker nog in onze wereld van ‘jonge’, dynamische en vooral ambitieuze mensen
is het ondenkbaar en zelfs een taboe om te verkondigen dat het zo niet werkt. Als
je maar hard genoeg je best doet dan gaat alles je toch voor de wind. Het voelt
zwak en je voelt jezelf een enorme loser als de dingen niet zo lopen als je
wilt.
De stoïcijnse psycholoog Albert Ellis noemde dit ‘musturbation’.
De foutieve en schadelijke overtuiging dat de dingen moeten (must) gaan zoals
je wilt dat ze gaan. Een overtuiging net zo onproductief als echte masturbatie.
Het voelt lekker, maar het brengt niets voort. ‘Musturbation’ weerhoudt je
ervan om de dingen te zien zoals ze werkelijk zijn. Het geeft je een fata morgana
van de wereld die telkens weer tot nieuwe teleurstellingen aanleiding geeft.
Het ergste is dat je niet met de werkelijkheid aan de slag gaat zoals die echt
is. Of die nu leuk is of juist heel vervelend.
Er gebeuren nu eenmaal vervelende dingen, het is niet altijd
zonnig, mensen zijn nu eenmaal grof en soms zelfs kwaadaardig. Kortom: ‘shit
happens’. Het is zinloos om je hier tegen te verzetten. Dat kost alleen maar
energie en levert een hoop ergernis en verdriet op, zonder dat er ook maar iets
in de wereld door verandert. De enige remedie hiertegen is acceptatie of te wel
‘Amor fati’. De Yoda van de klassieke wereld Epictetus zei het als volgt: ‘probeer niet
alles volgens je wil te laten gebeuren, maar laat het gebeuren zoals het komt.
Daar vaar je wel bij’. De stoïcijnen noemden dit de kunst van ‘apatheia’, de
kunst van berusting. Horatio schreef hierover: ‘feras non culpes quod vitari
non potest’, wat niet genezen kan worden, moet doorstaan worden.
Het begint ermee dat je accepteert wat het noodlot op je pad
brengt. Je hoeft het niet leuk te vinden, maar je zal het ermee moeten doen. De
werkelijkheid is het materiaal waar je mee aan de slag moet of je het nu wilt of niet. De stoïcijnen gebruikten nog een andere metafoor om dit te
beschrijven. Je bent als een aan een kar vastgebonden hond. Je wordt
meegetrokken waar die kar ook naar toe gaat. Je kunt je verzetten en naar links
of naar rechts trekken of je hakken in het zand zetten, maar meegesleurd wordt
je uiteindelijk toch. Die hond zou het een stuk prettiger hebben als hij in
plaats van zich te verzetten met de kar mee zou gaan lopen. Misschien komen er
onderweg nog wel wat interessante dingen langs.
Je hebt dus twee mogelijkheden: of je verzet je vanuit de
stompzinnige illusie dat je de wereld kunt controleren, of je laat je mee
voeren, geniet van het uitzicht en pikt onderweg zo hier en daar nog iets leuks
mee. Want de volgende stap is dat je niet alleen maar accepteert wat de wereld
je brengt, maar dat je zelfs leert te genieten van wat er gebeurt. Hoe moeilijk
dat soms ook kan zijn. Dat is de echte stoïcijnse Amor fati.
zondag 6 december 2015
Anakhoresis een stoïcijnse meditatietechniek
De bibliotheek van Alexandrië was meer dan alleen een
verzameling boeken. Het was een studiecentrum en universiteit waar geleerden
van over de gehele toen bekende wereld naar toe kwamen. In die bibliotheek werden
ook boeken vertaald uit het destijds nog niet zo lang bestaande Boeddhisme en
ook de toen al legendarische hindoeïstische boeken waren te raadplegen. Er werd
volop gediscussieerd en lesgegeven. En natuurlijk werd er naast allerlei
wetenschappen en filosofische stromingen ook les gegeven in de stoïcijnse
filosofie. In de vierde eeuw na Christus kregen de Christen fundamentalisten echter
de overhand in Egypte en werd de als heidens aangemerkte bibliotheek in brand
gestoken. De laatste bibliothecaresse Hypathia werd door de Christen terroristen
gestenigd en in stukken gescheurd. Dat Hypatia niet alleen een vooraanstaand
geleerde maar ook nog eens een vrouw was maakte het in hun ogen allemaal nog
veel erger.
Toch heeft de Oosterse en stoïcijnse filosofie weldegelijk
invloed gehad op deze Christen barbaren. De stoïcijnse geleerden uit Alexandrië
hadden onder invloed van Boeddhistische geschriften een al bestaande
meditatietechniek weten te perfectioneren. Deze zogenoemde Anakhoresis techniek
vormde later de basis van een psychosomatische gebedspraktijk die populair werd
onder dezelfde woestijnvaders (ook wel anchoreten genoemd) die later Hypathia
lynchten en haar boeken verbrandden. De praktijk kwam terecht in de traditie
van het Hesychasme. Het woord Hesychasme is afgeleid van het Griekse ‘hesychia’
wat rust stilte en onbewogenheid betekent. Het is een gebedspraktijk uit de
beginperiode van de Orthodox Christelijke traditie waarbij getracht wordt de
menselijke ratio het zwijgen op te leggen om een toestand van innerlijke
mentale stilte te bereiken.
Het Griekse woord Anakhoresis betekent het je terugtrekken in
jezelf. Deze meditatietechniek wordt bij de Romeinse stoïcijnen genoemd, maar
nergens echt uitgewerkt. Zo heeft Marcus Aurelius het in Meditatie 4.3 over
‘anakhôrêsis eis heauton’. Het je terugtrekken in jezelf. Er wordt op een groot
aantal plaatsen in de overgeleverde teksten verwezen naar een heel scala aan
technieken, maar een volledige omschrijving van bijvoorbeeld de Ankoresis
meditatie is nergens overgeleverd. De beste benadering lijkt in de op dit punt
sterk door het stoïcisme beïnvloede Hesychastische traditie te liggen.
Wat moet een stoïcijn eigenlijk met meditatie? Een stoïcijn
probeert een leven in overeenstemming met de natuur te leiden. Maar dat werd je
in het oude Rome net zo goed als tegenwoordig behoorlijk moeilijk gemaakt. Een druk
leven volgepropt met werk, vermaak en sociale verplichtingen en dat alles te midden
van een hectische maatschappij is tegenwoordig eerder regel dan uitzondering. In
de Romeinse tijd was het leven in één van de grote steden niet veel anders. Een
leven dat allerlei ongemakken en zowel lichamelijke als psychische aandoeningen
met zich meebrengt vraagt om een tegenwicht.
Een dergelijk tegenwicht was de Anakhoresis meditatie die
gericht was op het herstel van het contact met zowel de menselijke natuur van
het individu als het contact met de universele Natuur. Deze meditatie probeert
in vier stappen het contact met de natuur te herstellen. In die tijd werd de
natuur vaak ingedeeld in een materieel deel (de hexis), een plantaardig deel
(de phusis), een dierlijk deel (de psuchê) en een menselijk deel (de noûs). De dode
natuur bestaat dan alleen uit ‘hexis’, de planten uit zowel ‘hexis’ als ‘phusis’
(groeikracht), dieren krijgen daar dan nog de ‘psuchê (gevoel) bij en de mens
en eventuele andere ‘hogere’ wezens zoals de goden voegen daar dan nog de ‘noûs’
(de geest het denkvermogen) aan toe.
Hieronder geef ik een vagelijk op de Hesychastische traditie
gebaseerde meditatie. Er bestaat geen enkel bewijs dat de stoïcijnen deze
meditatie echt zo uitvoerden. Alles hangt van losse aanwijzingen uit de
literatuur en, soms nogal wilde aannames van mijn kant, aan elkaar. De wetenschappelijke
basis van wat nu volgt is dan ook wankel. Ik heb in elk geval het gevoel dat de
hier gegeven routine niet al te ver van de originele Anakhoresis afligt.
Zoals bij de meeste meditaties moet je eerst een rustige
plek op zoeken waar je je veilig en geborgen voelt. De temperatuur moet
aangenaam zijn. Niet te koud, maar zeker ook niet te warm. Je moet niet
doezelig worden. Verzeker je ervan dat je het komende half uur niet gestoord
zult worden. Zet je telefoon uit en laat het ‘world wide web’ maar een poosje
aan zichzelf over.
Het eerste deel van de Anakhoresis richt zich op het lichaam
gesymboliseerd door de ‘hexis’ de materie. Volgens de stoïcijnen heb je je
lichaam slechts heel beperkt onder controle. Dat neemt echter niet weg dat je
er wel zo goed mogelijk voor moet zorgen. Ga recht op zitten. Dat kan op een
stoel met rechte leuning, maar mag ook op een meditatiekussen of de grond. Zolang
je maar aangenaam en met een rechte rug zit. Overdrijf niet je bent geen militair
die in de houding staat, maar ontspan je spieren. Loop je hele lichaam van
kruin tot voeten langs en probeer je zoveel mogelijk te ontspannen. Probeer je
een tijdje op je lichaam, op je massa, op je minerale bestaan te concentreren.
In het tweede deel van de Anakhoresis gaat de aandacht uit
naar de ‘phusis’. Naar het feit dat je leeft, groeit en een bepaalde levende
vorm hebt. Ook over je ‘phusis’ heb je nauwelijks controle. Je kunt proberen
het goed te onderhouden, maar meer niet. Je bent je hier extra bewust van je
houding en van het levend zijn van het organisme dat je bent. Concentreer je op
het moment. Op het nu. Je kunt niets met het verleden, maar ook niet met de
toekomst. Je bent hier en nu dat is alles wat er is. Je bestaat, je leeft. Wat is
het dat je laat je groeien? Wat betekent het om een levend wezen te zijn? Wees je
bewust van je kwetsbaarheid en je sterfelijkheid. Één moment van
onoplettendheid in het verkeer, een verkeerde bacterie op het verkeerde moment
op de verkeerde plek, meer is er niet nodig om je te verwonden of te doden.
In het derde deel van de Ankhoresis verschuift de aandacht
naar de ‘psuchê’, naar je gevoel. Wat dringt er van de buitenwereld door tot je
geest? Geef aandacht aan alles wat je ziet, hoort, ruikt, proeft en voelt. Langzaam
verleg je de aandacht van uiterlijke indrukken naar je innerlijke
gewaarwordingen. Wat gebeurt er in je lichaam? Wat gebeurt er in je
binnenwereld? Wat voel je? Heb je ergens pijn of jeuk? Merk je ademhaling op,
misschien voel je je hartslag. In de oudheid was de adem (de pneuma) het medium
waarlangs de informatie uit de buitenwereld in de binnenwereld van de geest
terecht kwam. Je kunt je aandacht een poosje op je ademhaling richten en die
rustiger maken. Daardoor zul je merken dat ook je hartslag rustiger wordt. Bekijk
alles alsof het niet van jou is, maar alsof het ergens anders gebeurt. Over de ‘pshuchê’
heb je volgens de stoïcijnen al iets meer controle dan over de eerste twee
delen.
In het vierde deel van de Ankhoresis wordt de aandacht
gericht op de ‘noûs’, de gedachten. Ook hier neem je een stapje terug en kijk
je naar de heksenketel van je denken. Laat alles maar komen en laat je
gedachten maar over elkaar heen buitellenen. Het is een permanente stroom van
gewaarwordingen die niet gestopt kan worden, maar wel gestuurd. Bekijk ze van
een afstandje, wees er bewust van dat ze bestaan en als uit het niets in je lijken
op te komen, maar laat ze je niet meevoeren. Er is een verschil tussen je
bewust zijn van een gedachte en je vereenzelvigen met die gedachte. Hierbij kijk
je ook naar je emoties. Ben je vrolijk of verdrietig? Rustig of juist gestrest?
Besef je dat het niet meer dan gedachtes, oordelen over een gebeurtenis zijn. Wees
je ervan bewust, maar laat ze niet een volgende gedachte uitlokken.
Alleen dat wat de stoïcijnen het ‘hegemonikon’ noemen, je denken, je oordeelsvermogen is echt van jou. Bekijk eens wat dat betekent. Kun je in deze fase je gedachten, oordelen en emoties een beetje tot rust laten komen. Met wat oefening zou je ze misschien zelfs kunnen richten. Je kunt je dan beter ergens op concentreren, zonder dat je gedachten meteen weer met je op de loop gaan. Je kunt dan misschien zelfs even rationeel nadenken in plaats van direct vanuit je onderbuik te oordelen over wat er om je heen gebeurt. Je kunt misschien ook gaan beseffen dat je emoties niets anders zijn dan een oordeel over de wereld. Oordelen en gedachtes waar je je alleen maar van bewust bent zijn licht. Ze vervliegen en worden vervangen door nieuwe gedachten. Gedachten die je je eigen maakt en waar je mee instemt daarentegen zijn zwaar en worden opgevolgd door een stroom van gerelateerde gedachten en emoties.
De stoïcijnen denken dat het ‘hegemonikon’ het enige deel
van het menselijk bestaan is waar je echt invloed op kunt uitoefenen. Met de
Ankoresis willen ze hun concentratievermogen en daarmee hun controle over het ‘hegemonikon’
trainen. Ze willen leren hun gedachten en oordelen zoveel mogelijk zelf in de
hand te houden. Het zal niet meteen lukken, maar door regelmatig een oefening
als de Ankhoresis te doen zul je die vaardigheid langzaam maar zeker steeds
beter gaan beheersen.
Abonneren op:
Posts (Atom)