Volgens de oude Grieken kon je ethische vragen niet scheiden van
wetenschappelijke vragen. De wereld van goed en kwaad was voor hen dezelfde
wereld als de wereld van sterren, planeten en tafelpoten. Toen de eerste
filosofen de verhalen over goden en godinnen niet meer voor zoete koek aannamen
en naar andere verklaringen voor de dingen in de wereld begonnen te zoeken
ontstond er meteen een groot ethisch probleem. Als natuurwetten de gang van
zaken bepalen en niet de wil van de goden, hoe moeten de mensen zich dan
gedragen?
Heraclitus was één van die eerste
Griekse filosofen en wetenschappers die op die vraag een antwoord probeerde te
vinden. Hij leefde 2.500 jaar geleden in Efeze,
een destijds Griekse stad, in het huidige Turkije. Hij moest niet veel hebben
van zijn medemens, die hij beschouwde als een kudde koeien die alleen maar
bezig waren met eten, seks en dom vermaak. Andere mensen zouden hem zelfs zo
hebben tegengestaan dat hij op een gegeven moment in zijn eentje de wildernis
in wilde trekken. De hoge priesteres van Artemis
hield hem tegen en vroeg hem om voor zijn vertrek zijn ideeën op te schrijven
om het resulterende boek voor het nageslacht in de tempel van Artemis te bewaren. Na dat gedaan te hebben
vertrok hij uit de stad en is nooit meer iets van hem vernomen.
Een enkele lezer zal dit verhaal ongetwijfeld aan de grondlegger van het
Chinese Taoïsme, Lao Zi, doen denken. Gek genoeg houdt de
overeenkomst daar niet op. De overgebleven fragmenten van Heraclitus zijn net zo raadselachtig als de Tao Te Ching,
en lijken vaak naar dezelfde dingen te verwijzen.
Zijn beroemdste uitspraak is de stelling dat je nooit twee keer in dezelfde
rivier kunt stappen. Als je een tweede keer in de rivier stapt stroomt er
immers ander water doorheen. Alles is
voortdurend in stroming; niets bestaat, niets is blijvend, maar alles vloeit en
vervloeit. Alles wat we om ons heen zien, bestaat niet onafhankelijk van de
rest van het universum, maar ontstaat, groeit 'stroomt' in verbinding met al
het andere. Het universum is een dans van tegengestelden die permanent in elkaar
overvloeien (these en antithese, yin en yang).
De Stoïcijnen namen deze dynamische kosmologie over en voegden er nog iets
aan toe. Volgens hen zette het universum uit en zou het steeds groter worden
tot het moment dat alles in een enorme vlammenzee uiteen gereten zou worden.
Waarna alles weer opnieuw zou beginnen. Een idee dat na een paar duizend jaar
in de vergetelheid te zijn geraakt, met de moderne astronomie weer helemaal
terug is.
Achter de eeuwige beweging van tegenstellingen ligt volgens Heraclitus, en de Stoïcijnen, een verenigend principe. Achter de schijnbare
chaos verschuilt zich een universele intelligentie, die Heraclitus de logos noemde. Alles verloopt in
een vaste orde, volgens een universele natuurwet, die zich bewust is van zich
zelf. Deze logos is eigenlijk 'de ziel van de wereld', de wereld is een
openbaring van die logos. Al het bestaande, het hele universum is een uitkristallisering van de logos. Maar de
logos is meer dan alleen het bestaande, het is zich ook nog eens bewust van
zich zelf. Het weet dat het bestaat en het weet wat het is.
Deze 'theorie van alles' vormt de basis voor een ethisch systeem. De mens
heeft (iets van) die logos in zichzelf. Hij is niet alleen een materieel
onderdeel van het universum, hij is zich ook bewust van zich zelf en dat
universum. Hij kan daardoor tot op zekere hoogte de orde in de wereld
begrijpen, en zich één voelen met die wereld en de logos.
In navolging van Heraclitus is
volgens de Stoïcijnen het doel van het leven het ontwikkelen van ons
bewustzijn. We moeten onze egoïstische beperkingen overstijgen en ons
bewustzijn uitbreiden om zo contact te kunnen leggen met het universele
bewustzijn. Om dit kosmisch bewustzijn te bereiken moet je afstand nemen van
egocentrische verlangens en afkeren. Vanuit een kosmisch perspectief bestaat er
geen "goed of kwaad". Alles is zoals het behoort te zijn. Volgens
Heraclitus kan alleen de wijze, verlichte mens boven de chaos van
tegenstellingen uitstijgen en zo de schoonheid van de logos als geheel
aanschouwen.
Zelfs voor een filosoof is Heraclitus een vreemde snuiter. Toch hebben
vooral de Stoïcijnen veel van zijn ideeën overgenomen. Gelukkig zijn ze niet zo
chagrijnig geworden als hun voorbeeld. Waar Heraclitus bekend staat als de
"huilende filosoof" staat de Stoïcijn Chryssipus juist bekend als de
"lachende filosoof".