De filosofie van de afgelopen eeuwen staat wel erg ver af van de filosofie in de Griekse en Romeinse tijd. Vandaag de dag wordt filosofie vooral onderwezen als een puur theoretisch vak. Leerlingen krijgen de theorie van een oude of moderne filosoof voorgeschoteld en worden vervolgens met een proefwerk of een scriptie getest of ze zich die kennis voldoende hebben ingeprent. In de antieke tijd was filosofie een veel praktischere aangelegenheid.Van een leerling werd meer dan alleen een intellectuele prestatie verwacht. Van hem (slechts zelden een haar) werd verwacht dat hij zich een geheel nieuwe manier van leven zou aanleren. Een manier van leven die hem een gelukkig en voorspoedig leven moest garanderen.
Volgens Socrates bestaat er een rechtstreeks verband tussen de filosofie die iemand aanhangt en zijn geestelijke en lichamelijke gezondheid. Hoe je de wereld ziet en wat je denkt dat belangrijk in je leven is bepaalt hoe je je voelt. Socrates spoorde zijn leerlingen aan om zich om hun 'ziel' te bekommeren. Het ging hem niet alleen om de theorie, maar ook om hoe zijn leerlingen zich voelden, om hoe ze in het leven stonden en om wat ze met hun leven deden. Antieke filosofie ging dus heel wat verder dan alleen het bestuderen van theoretische modellen.
Socrates. en met hem de meeste latere Griekse en Romeinse filosofen, ging uit van de optimistische vooronderstelling dat we in staat zijn onszelf te genezen. Door onze meningen en manier van kijken te veranderen kunnen we ook onze emoties aanpassen en kunnen we gelukkiger worden. We hoeven niet te knielen voor de priesters van één of andere religie, of ons uit te strekken op de divan van Freud, evenmin hoeven we naar de apotheek te rennen voor de allernieuwste anti-deppresiva. Nee het vermogen om een gelukkig leven te leiden ligt in onszelf. We zijn alleen vergeten dat dat vermogen in ons zit en daarom zoeken we de oplossing in allerlei externe middeltjes.
Maar is dit niet een al te optimistische inschatting van het menselijk denkvermogen? Zijn we echt in staat om met ons vermogen tot redelijk denken onze emoties te beïnvloeden? Veel moderne psychologen en neurowetenschappers wijzen ons er telkens weer op dat ons hele doen en laten bepaald wordt door onze genen en door de toevallige chemische samenstelling in onze hersenen. Onze besluiten worden vooral onbewust genomen en de menselijke rationaliteit heeft geen of hooguit een verwaarloosbare invloed op onze emoties. We zijn materiële wezens in een materiële wereld en net als alle andere materiële dingen zijn we onderworpen aan de natuurwetten. Volgens deze wetenschappers hebben we geen vrije wil en kunnen we onze gebruikelijke manier van denken en handelen niet veranderen. We zijn gedoemd om dezelfde fouten telkens opnieuw te maken. Als je de pech hebt aanleg te hebben voor depressies of stress rest alleen nog maar een materiële oplossing. Je kunt hooguit proberen met chemicaliën de chemische disbalans in je hersenen te neutraliseren. Een materiële oplossing voor een materieel probleem.
Er zijn echter steeds meer psychologen en neurologen die denken dat Socrates en zijn opvolgers toch gelijk hadden. Er lijkt hoe langer hoe meer bewijs te komen voor de stelling dat we door ons denken te veranderen ook onze emoties veranderen. Neurowetenshappers noemen dit 'cognitive reappraissel'. Volgens hen hebben we dan misschien wel geen directe controle over onze emoties, maar kunnen we in de loop der tijd onze ingesleten emotionele reacties veranderen. Het duurt een paar maanden, maar door consequent een andere rationele boodschap aan onze hersenen te sturen verandert ook de neurochemische situatie in ons brein en daarmee onze semi-automatische emoties.
Daarnaast blijkt uit studies naar de zogenaamde 'cognitieve gedragstherapie' dat deze, op de uitgangspunten van de stoïcijnse filosofie gebaseerde, psychotherapie bij depressiviteit en paniekaanvallen een genezingspercentage van ongeveer 70% weet te bewerkstelligen. Met dit percentage verslaat de antieke filosofie ruimschoots onze moderne anti-depressiva. Als we volledig materieel gedetermineerd zouden zijn, zou dit niet mogelijk zijn.
Veel hedendaagse psychologen en neurologen denken dat we twee manieren van denken hebben. Een denksysteem dat snel, onbewust en volautomatisch reageert op alles wat ons overkomt en zich daarbij vooral richt op vaste ingesleten gedragspatronen en gewoontes. En een ander denksysteem dat langzamer en rationeel reflecteert op wat er is gebeurd. Met dit bewuste reflectieve denksysteem, dat trouwens ook meer energie blijkt te kosten en daarom misschien minder populair is, kunnen we op den duur onze gewoontes en gedragspatronen aanpassen. Dit heeft tot gevolg dat ook ons onbewuste en automatische denksysteem anders gaat reageren en dat onze emotionele reacties anders worden.
De oude stoïcijnen zeiden al dat we ons niet kunnen verschuilen achter mooie theorieën. Filosofie is een dagelijkse mentale en vaak ook fysieke training die er toe moet leiden dat we op den duur van nature positieve emoties gaan ervaren. De ingesleten irrationele reactie op wat ons overkomt kan dan vervangen worden door een rationele en veel prettigere reactie. De oude Grieken en Romeinen waren zo gek nog niet toen ze hun kinderen niet alleen naar school stuurden om feitjes te leren, maar ook om een goede manier van leven te leren.
Welkom op deze blog over moderne stoïcijnse filosofie als praktische levenskunst. Hier ontdekt u toegankelijke inzichten en mindfulness oefeningen, geïnspireerd op deze tweeduizend jaar oude wijsheid, maar vertaald naar hedendaagse uitdagingen. Ik bied een actuele en op nieuwe inzichten gebaseerde interpretatie van het stoïcisme, die u helpt meer richting, innerlijke rust en persoonlijke groei in uw leven te vinden. Leer hoe u zelf stoïcijnse principes kunt toepassen om een beter mens te worden.
zaterdag 23 februari 2013
donderdag 29 november 2012
THE OLD STOIC
THE OLD STOIC
Riches I hold in ligth esteem,
And love I laugh to scorn,
And lust of fame was but a dream
That vanished with te morn.
And if I pray, the only prayer
That moves my lips for me is,
"Leave the heart that now I bear,
And give me liberty"
Yes, as my swift days near their goal,
'tis all that I implore'
In life and death, a chainless soul,
With courage to endure
Uit 'Poems of Solitude' van Emily Brontë
Yes, as my swift days near their goal,
'tis all that I implore'
In life and death, a chainless soul,
With courage to endure
Uit 'Poems of Solitude' van Emily Brontë
zaterdag 24 november 2012
VRIJE WIL EN DETERMINISME BIJ DE STOÏCIJNEN
In het Stoïcijnse wereldbeeld
gebeurt alles volgens de wet van oorzaak en gevolg. De Stoïcijnen noemen dat de
ratio of de Logos. Dit oorzakelijkheidsbeginsel is wezenlijk voor al het
bestaande. De wereld is daardoor een samenhangend, rationeel geheel. In die
wereld gebeurt niets volgens het toeval, want de wet van oorzaak en gevolg (de Logos)
bestuurt alles. Alles heeft een doel. Alles wat gebeurt, moest ook gebeuren, en
gebeurt dus noodzakelijkerwijs.
Alles heeft een oorzaak. Weliswaar is de oorzaak van een gebeurtenis soms onbekend of zo complex dat hij onherleidbaar is, maar het zou absurd zijn om te veronderstellen dat er helemaal geen oorzaak voor die gebeurtenis is. Als alles dus een oorzaak heeft, is alles ook bepaald door zijn oorzaken. Zou een gebeurtenis immers niet bepaald zijn door zijn oorzaken, dan zou die gebeurtenis niet veroorzaakt zijn en dus geen oorzaken hebben, en dat is absurd. Als een gebeurtenis bepaald wordt door zijn oorzaken, betekent dit dat die gebeurtenis ook noodzakelijk plaatsvindt. Het idee dat alle gebeurtenissen noodzakelijk door hun oorzaken bepaald zijn, heet determinisme.
Het idee van noodzakelijkheid speelt een belangrijke rol in de ethiek van de Stoïcijnen. Een goed leven is een leven in overeenstemming met de natuur. Je moet inzien dat alles wat gebeurt noodzakelijk gebeurt in overeenstemming met de wet van oorzaak en gevolg (de rationele Logos). Ook omdat je noodzakelijke gebeurtenissen toch niet kan veranderen, dien je je ‘neer te leggen’ bij die gebeurtenissen. Of beter gezegd: je moet je niet door de gebeurtenissen van streek laten brengen. Dit kan bijvoorbeeld door geen waarde te hechten aan allerlei externe goederen, omdat die immers door het lot zomaar ‘afgenomen’ kunnen worden. Zaken als rijkdom, gezondheid en eer zijn volkomen onbelangrijk. Het enige wat telt, is de eigen mentaliteit. De eigen mentaliteit bepaalt immers, hoe je op bepaalde gebeurtenissen reageert. Dit is ook het enige waar je zelf greep op hebt en wat niet door het lot bepaald wordt.
Zeno vergeleek de menselijke situatie daarom met die van een hond die als extra trekkracht ingespannen was onder een handkar. Die hond kon "kiezen', om of spontaan mee te lopen (en het zich dus "gemakkelijk" te maken), of om tegen te stribbelen om uiteindellijk tócht, met geweld, meegsleurd te worden. Zo gaat het volgens Zeno ook met mensen: zelfs als ze het niet willen zullen ze toch gedwongen worden om wat voorbestemd is te volgen.
Nu ontstaat er echter een probleem. De Stoïcijnse ethiek verlangt dat we op een bepaalde manier reageren op de gebeurtenissen om ons heen, maar zijn die gebeurtenissen niet de oorzaken van onze reactie? Als alles immers bepaald is door oorzaken, is ook het gedrag van mensen bepaald. Maar als ons gedrag bepaald is, hoe kunnen we dan ooit verantwoordelijk zijn voor ons gedrag? Verantwoordelijkheid impliceert dat we een vrije (dus niet van tevoren bepaalde) keuze gemaakt hebben, en dat we ook anders hadden kunnen handelen. Het lijkt er dus op, dat het binnen het Stoïcijnse wereldbeeld niet mogelijk is, mensen op hun verantwoordelijkheid aan te spreken. Als alle handelingen van mensen bovendien noodzakelijk in overeenstemming met de wet van oorzaak en gevolg gebeuren, dan zijn ook alle handelingen goed. Het wordt onmogelijk om nog te spreken over goed en kwaad. Je kan iemand onmogelijk veroordelen voor iets waar hij geen enkele invloed op heeft kunnen uitoefenen. Hoe kan je zonder de begrippen goed en kwaad en verantwoordelijkheid nog het bestaan van wetten en van een rechtssysteem rechtvaardigen?
Al in de periode van de Oude Stoa kwam Chrysippus met een oplossing. Volgens hem gebeurde alles weliswaar volgens het noodlot, maar niet alles gebeurde met noodzakelijkheid. Oftewel: alles heeft een oorzaak, maar niet alles gebeurt noodzakelijk. Dit lijkt strijdig met wat we hierboven over het oorzakelijkheidsbeginsel gezegd hebben. Chrysippus maakt echter een onderscheid tussen verschillende oorzaken, en zijn begrip van noodzakelijkheid heeft slechts betrekking op één soort oorzaak. Chrysippus onderscheidt dus twee soorten oorzaken: externe directe oorzaken, en interne indirecte oorzaken. Externe directe oorzaken zijn onder andere de gebeurtenissen die iemand overkomen en de prikkels uit zijn omgeving; het zijn de indrukken van buiten die iemand aandrijven tot een bepaalde handeling. De interne indirecte oorzaken zijn de kwaliteiten en de mentaliteit van de persoon.
Chrysippus vergelijkt dit met een cilinder, die aan het rollen wordt gebracht doordat er een steen tegen aan stoot (directe externe oorzaak). De cilinder blijft rollen door zijn eigen ronde vorm (interne indirecte oorzaak). Zo wordt ook een mens tot een bepaalde handeling aangezet door een oorzaak van buiten, maar is die handeling alleen mogelijk als hij er zelf mee instemt. Dit instemmen is een interne handeling van de geest, en wordt alleen bepaald door de mentaliteit van de betreffende persoon. Omdat de mens zelf meedoet met zijn handelingen is hij er ook verantwoordelijk voor. Nu wordt ook duidelijk wat Chrysippus bedoelt, als hij zegt dat niet alles met noodzakelijkheid gebeurt: onze handelingen worden niet uitsluitend bepaald door oorzaken die buiten ons liggen.
Een mens is niet vrij om te bepalen wat er in de externe wereld om hem heen gebeurd.Hij heeft geen macht over de externe directe oorzaken. Hij is wel vrij om te bepalen wat hij van een gebeurtenis vindt. Hij kan kiezen wat hij voelt, hij kan zijn eigen interne reactie, en daarmee uiteindelijk ook zijn mentaliteit, zelf bepalen. uit die interne reactie komt een handeling voort, een handeling die voortvloeit uit een interne indirecte oorzaak: de persoonlijke mentaliteit. In zoverre is de mens dus weldegelijk vrij.
Alles heeft een oorzaak. Weliswaar is de oorzaak van een gebeurtenis soms onbekend of zo complex dat hij onherleidbaar is, maar het zou absurd zijn om te veronderstellen dat er helemaal geen oorzaak voor die gebeurtenis is. Als alles dus een oorzaak heeft, is alles ook bepaald door zijn oorzaken. Zou een gebeurtenis immers niet bepaald zijn door zijn oorzaken, dan zou die gebeurtenis niet veroorzaakt zijn en dus geen oorzaken hebben, en dat is absurd. Als een gebeurtenis bepaald wordt door zijn oorzaken, betekent dit dat die gebeurtenis ook noodzakelijk plaatsvindt. Het idee dat alle gebeurtenissen noodzakelijk door hun oorzaken bepaald zijn, heet determinisme.
Het idee van noodzakelijkheid speelt een belangrijke rol in de ethiek van de Stoïcijnen. Een goed leven is een leven in overeenstemming met de natuur. Je moet inzien dat alles wat gebeurt noodzakelijk gebeurt in overeenstemming met de wet van oorzaak en gevolg (de rationele Logos). Ook omdat je noodzakelijke gebeurtenissen toch niet kan veranderen, dien je je ‘neer te leggen’ bij die gebeurtenissen. Of beter gezegd: je moet je niet door de gebeurtenissen van streek laten brengen. Dit kan bijvoorbeeld door geen waarde te hechten aan allerlei externe goederen, omdat die immers door het lot zomaar ‘afgenomen’ kunnen worden. Zaken als rijkdom, gezondheid en eer zijn volkomen onbelangrijk. Het enige wat telt, is de eigen mentaliteit. De eigen mentaliteit bepaalt immers, hoe je op bepaalde gebeurtenissen reageert. Dit is ook het enige waar je zelf greep op hebt en wat niet door het lot bepaald wordt.
Zeno vergeleek de menselijke situatie daarom met die van een hond die als extra trekkracht ingespannen was onder een handkar. Die hond kon "kiezen', om of spontaan mee te lopen (en het zich dus "gemakkelijk" te maken), of om tegen te stribbelen om uiteindellijk tócht, met geweld, meegsleurd te worden. Zo gaat het volgens Zeno ook met mensen: zelfs als ze het niet willen zullen ze toch gedwongen worden om wat voorbestemd is te volgen.
Nu ontstaat er echter een probleem. De Stoïcijnse ethiek verlangt dat we op een bepaalde manier reageren op de gebeurtenissen om ons heen, maar zijn die gebeurtenissen niet de oorzaken van onze reactie? Als alles immers bepaald is door oorzaken, is ook het gedrag van mensen bepaald. Maar als ons gedrag bepaald is, hoe kunnen we dan ooit verantwoordelijk zijn voor ons gedrag? Verantwoordelijkheid impliceert dat we een vrije (dus niet van tevoren bepaalde) keuze gemaakt hebben, en dat we ook anders hadden kunnen handelen. Het lijkt er dus op, dat het binnen het Stoïcijnse wereldbeeld niet mogelijk is, mensen op hun verantwoordelijkheid aan te spreken. Als alle handelingen van mensen bovendien noodzakelijk in overeenstemming met de wet van oorzaak en gevolg gebeuren, dan zijn ook alle handelingen goed. Het wordt onmogelijk om nog te spreken over goed en kwaad. Je kan iemand onmogelijk veroordelen voor iets waar hij geen enkele invloed op heeft kunnen uitoefenen. Hoe kan je zonder de begrippen goed en kwaad en verantwoordelijkheid nog het bestaan van wetten en van een rechtssysteem rechtvaardigen?
Al in de periode van de Oude Stoa kwam Chrysippus met een oplossing. Volgens hem gebeurde alles weliswaar volgens het noodlot, maar niet alles gebeurde met noodzakelijkheid. Oftewel: alles heeft een oorzaak, maar niet alles gebeurt noodzakelijk. Dit lijkt strijdig met wat we hierboven over het oorzakelijkheidsbeginsel gezegd hebben. Chrysippus maakt echter een onderscheid tussen verschillende oorzaken, en zijn begrip van noodzakelijkheid heeft slechts betrekking op één soort oorzaak. Chrysippus onderscheidt dus twee soorten oorzaken: externe directe oorzaken, en interne indirecte oorzaken. Externe directe oorzaken zijn onder andere de gebeurtenissen die iemand overkomen en de prikkels uit zijn omgeving; het zijn de indrukken van buiten die iemand aandrijven tot een bepaalde handeling. De interne indirecte oorzaken zijn de kwaliteiten en de mentaliteit van de persoon.
Chrysippus vergelijkt dit met een cilinder, die aan het rollen wordt gebracht doordat er een steen tegen aan stoot (directe externe oorzaak). De cilinder blijft rollen door zijn eigen ronde vorm (interne indirecte oorzaak). Zo wordt ook een mens tot een bepaalde handeling aangezet door een oorzaak van buiten, maar is die handeling alleen mogelijk als hij er zelf mee instemt. Dit instemmen is een interne handeling van de geest, en wordt alleen bepaald door de mentaliteit van de betreffende persoon. Omdat de mens zelf meedoet met zijn handelingen is hij er ook verantwoordelijk voor. Nu wordt ook duidelijk wat Chrysippus bedoelt, als hij zegt dat niet alles met noodzakelijkheid gebeurt: onze handelingen worden niet uitsluitend bepaald door oorzaken die buiten ons liggen.
vrijdag 2 november 2012
EEN TYPISCH AMERIKAANSE FILOSOFIE?
Willen de Amerikanen werkelijk geleid worden door mensen die
egoïsme en het nastreven van eigenbelang willen promoten. Mensen die denken dat
solidariteit en mededogen slecht zijn en moeten worden bestreden. Als je de invloed
van de Amerikaanse filosofe Ayn Rand (1905-1982) op de Republikeinse aanhang
bekijkt zou je het haast gaan geloven.
Ayn Rand is de grondlegster van het zogenaamde objectivisme
en schrijfster van het boek ‘Atlas Shrugged’. Dit boek is in een onderzoek van
Time Magzine door Amerikaanse lezers, na de bijbel, als belangrijkste boek van
de twintigste eeuw betiteld. In Europa is deze pleitbezorgster van het egoïsme
zo goed als onbekend, maar aan de andere kant van de Atlantische Oceaan wordt
zij alom geroemd. Ze heeft haar theorie van het objectivisme neergelegd in het
boek ‘De deugd van het egoïsme’ (‘The virtue of selfishness’). Ook dit
boek behoort volgens Time Magazine tot de meest invloedrijke boeken in de
Verenigde Staten. Onder meer Alan Greenspan, voormalig voorzitter van de Board
of Governors van de Federal Reserve system ("Fed”) en de oud presidenten
Reagan en Bush waren aanhangers van haar gedachtegoed. De huidige republikeinse
vicepresidentskandidaat Paul Ryan verplicht zelfs al zijn medewerkers haar
boeken te bestuderen.
Ayn Rand gelooft niet dat we allemaal van nature egoïstisch
zijn, maar ze vindt dat we dat wel zouden moeten zijn. Altruïsme is volgens
haar niet alleen onwenselijk, maar zelfs immoreel. Volgens haar is mededogen
met andere mensen een masochistische ondeugd die ten koste van alles bestreden
moet worden. Een sociaal voelend persoon zou zich verlagen tot een slaaf van de
minder bedeelden en daardoor zich zelf en de maatschappij schaden. Ze verwoordt
het zelf als volgt: “I consider altruism as evil… It is immoral … because
you are asked to love everybody indiscriminately… to love them regardless of
whether they have any value”. Voor haar heeft blijkbaar
het grootste deel van het menselijke ras geen waarde. Ze beschouwt: “the vast majority of
human beings as mediocre, stupid, and irrational”. Ethiek en altruïsme moeten
worden teruggebracht tot een simpele ruilhandel: “the principle of trade
is the only rational ethical principle for all human relationships. Love,
friendship, respect and admiration are just a payment given in exchange
for personal, selfish pleasure”. De menselijke
waardigheid (vriendschap, liefde, onderlinge bijstand) wordt zo teruggebracht
tot een handelsobject waarvoor betaald moet worden.
Haar ideeën bieden een
ideologische en theoretische ondersteuning voor iedereen die vindt dat noch de
regering, noch iemand anders zich zou moeten bekommeren om de armen, zieken of
ouderen. Of
zoals Mitt Romney het onlangs in zijn beroemde ‘47%’ speech zei: ”My job is not
to worry about those people”. Ook vormt het
een filosofische excuus voor de epidemie van narcisme die zich vanuit Amerika
over de wereld lijkt te verspreiden.
Rand is van mening dat het ultieme
doel van ieder mens ligt in het nastreven van zijn eigen geluk. Op dit punt is
de Stoa het volledig met haar eens. Maar daar houdt de overeenkomst met het
stoïcisme ook wel op. Het najagen van persoonlijk genot is volgens Rand
het meest natuurlijke uitgangspunt voor de mens. Volgens de Stoa geldt dat
alleen voor dieren en jonge kinderen, niet voor volwassen ontwikkelde mensen.
De oorspronkelijkste drift in ons is die naar zelfbehoud, en op grond daarvan
maken we een eerste onderscheid tussen goed (voor ons) en slecht (voor ons).
Maar de mens is een sociaal dier dat andere mensen nodig heeft om te overleven.
In de loop van ons leven ontwikkelt zich het besef dat niet alleen maar aan
zelfbehoud moet worden gedacht. Ook het welzijn van al onze soortgenoten is
belangrijk. Een stoïcijn wordt dan ook geacht bij alles wat hij doet te denken
aan wat goed is voor de hele mensheid. Dit wordt gezien als een natuurlijk
bestanddeel van het leven in de menselijke gemeenschap. Ook uit
wetenschappelijk onderzoek blijkt dat altruïsme en een empathische houding
tegenover onze mede mens veel eerder tot geluk leidt dan het egoïsme van
mevrouw Rand. Zo blijkt uit een recent onderzoek van, onder andere, psychologe Barbara Fredrickson dat het helpen en bijstaan van anderen positieve
gevoelens opwekken die mensen gelukkig maken.
Hoe weerzinwekkend haar ideeën ons ook in de oren mogen
klinken, mevrouw Rand kan niet zomaar als een vreemd en onbelangrijk randverschijnsel
van de filosofie terzijde worden geschoven. Ze is buitengewoon invloedrijk en
haar gedachtegoed van egoïsme en narcisme verspreidt zich als een ware epidemie
over de wereld. Een epidemie waarop een antwoord gevonden moet worden.dinsdag 28 augustus 2012
WAAROM IK STOÏCIJN BEN
Stoïcijnen dat zijn toch die norse, chagrijnige zuurpruimen
uit de antieke oudheid die hun leven wijden aan een sober en somber leven,
wachtend op de volgende tegenslag om die dan onbewogen als een standbeeld te
ondergaan? Dat dacht ik tenminste altijd. Totdat mijn leraar antieke talen me
de werken van Seneca, Marcus Aurelius en Epictetus liet lezen. Er ging een
wereld voor me open. Ze bleken heel anders te zijn dan ik had gedacht. Alles wat
ik meende te weten over de stoïcijnen was fout. Stoïcijnen waren alles behalve
‘stoïcijns’ in de moderne betekenis van het woord. Als ik ze nu zou moeten
beschrijven dan zou ik ze juist vrolijk en optimistisch noemen. Voor ik het
wist was ik aan het experimenteren met de stoïcijnse technieken voor een
prettig leven.
Zo gebeurde het dat ik op weg naar huis weer eens op een
winderig en regenachtig perron stond te wachten op een hopeloos vertraagde
trein plotseling aan het advies van Epictetus moest denken. Ik vroeg me af welk
aspect van de situatie in mijn macht lag en welk aspect niet. Ik had al snel
door dat hoe kwaad en geërgerd ik ook werd, ik de trein daar geen seconde
eerder het station mee binnen zou krijgen. Ik kon mijn energie veel beter
steken in dingen waar ik wel controle over had. Zoals het voorkomen dat de
vertraagde trein mijn humeur zo zou verpesten dat ook mijn hele avond bedorven
zou zijn.
Ik ging ook de stoïcijnse techniek van de ‘negatieve
visualisatie’ gebruiken. Ik stelde me het verlies voor van vrienden en
geliefden. Als ik ’s ochtends naar mijn werk vertrok bedacht ik me dat dit wel
eens de laatste keer zou kunnen zijn dat ik mijn vrouw had gekust. Of als ik in
een trein stapte dacht ik dat die trein wel eens een frontale botsing met een
tegenligger zou kunnen krijgen. Dit klinkt natuurlijk nogal morbide en zelfs
vrij afschuwelijk. Maar het helpt je er tegen om de wereld en de mensen in je
omgeving als vanzelfsprekend te beschouwen. Negatieve visualisatie kan je helpen
om te genieten van ieder moment in je leven en van ieder moment dat je samen
bent met je geliefden.
Dit betekent niet dat je als stoïcijn de hele dag bezig bent
te bedenken wat er nu weer allemaal mis zou kunnen gaan. Dat soort gedachten
zouden je inderdaad een miserabel leven geven. Wat de stoïcijnen aanraden is
niet dat je blijft hangen in pessimistische vooruitzichten, maar dat je in
gedachten houdt dat het niet uitgesloten is dat dingen fout gaan, ‘’Shit happens’. Een paar keer per dag een korte
gedachte is genoeg om je te laten realiseren hoe gelukkig je wel niet bent.
Op deze manier ‘reset’ negatieve visualisatie het
referentiekader waaraan je je geluk afmeet. Dingen die je tot nu toe als
vanzelfsprekend beschouwde kunnen nu een onverwachte bron van geluk worden. Je
baan, je huis, je vrouw, je gezondheid, je bestaan, een zonnestraal door de
wolken al die heel gewone dingen kunnen plotseling de basis gaan vormen voor
een diep gevoel van innerlijk geluk.
Stoïcisme kent geen dingen als verlichting of het na jaren
van meditatie opgaan in het nirwana, er wacht geen hemel na een leven van
bidden en hard werken. Niets van dat alles. Het geeft een set van adviezen en
strategieën voor het dagelijks leven (negatieve visualisatie is maar één van de
vele adviezen). Adviezen die je leven in het hier en nu aangenamer kunnen maken
en ook nog eens betekenis kunnen geven. De adviezen zijn eenvoudig en makkelijk
te gebruiken (het zou me niets verbazen als u als lezer stiekem al een poging
tot negatieve visualisatie heeft gedaan). Dat neemt niet weg dat het behoorlijk
moeilijk kan zijn om de stoïcijnse filosofie ook echt een deel van je leven te
laten worden. Om hun volledige werking te krijgen zouden de adviezen een soort
reflex een automatisme moeten worden.
Mijn experimenten met stoïcisme waren zo succesvol dat
ik besloot er mee door te gaan en in de voetsporen te treden van Zeno van
Citium. De Griek die in 300 voor onze jaartelling de stoïcijnse school heeft
opgericht. Ik besloot een levend anachronisme te worden. Een eenentwintigste
eeuwse aanhanger van een al geruime tijd als dood beschouwde filosofie. In dit
blog wil ik een verslag geven van mijn worstelingen op het pad van de Stoa.
zondag 19 augustus 2012
Leerling:
Bewijs eens dat logica nut heeft.
Epictetus: Goed, maar vertel me dan eerst hoe ik dat zou moeten doen zonder logica te gebruiken?
Epictetus: Goed, maar vertel me dan eerst hoe ik dat zou moeten doen zonder logica te gebruiken?
TIEN VRAGEN OM EEN BETOOG KRITISCH TE BEOORDELEN
Veel mensen
twijfelen aan het nut van logica. Alleen al omdat de menselijke denkwijze helemaal niet logisch
is. Wij denken niet volgens strakke onweerlegbare regels, wij denken vooral
door middel van vaak onlogische associaties en tegenstellingen. Logica is een
geabstraheerde kunstmatige taal die alleen klopt binnen een strak gedefinieerd
domein, en dan alleen maar als je je aan strakke regels houdt. Toch kan het erg handig zijn
om iets van logica te weten. Als je de beperkingen ervan goed in het oog houdt
kan logica je helpen een betoog (van een ander of van jezelf) kritisch te
beoordelen.
Logica
speelde in de stoïcijnse filosofie een belangrijke rol. Ook al omvatte logica
destijds ook wat we nu retorica en taalkunde zouden noemen. De stoïcijnen
deelden de filosofie op in logica, fysica en ethiek. Daarbij vergeleken ze de filosofie
met een boomgaard: de logica zagen ze als de omheining, de fysica als de bomen
en de ethiek als de vruchten. De onderstaande tien regels vind ik zelf erg
handig om een lastige tekst, waar ik het gevoel bij heb dat er ergens iets niet
deugd, eens grondig door de mangel te halen.
1.
Wat is het doel van de auteur? Wat wil hij bereiken?
Heeft hij misschien ook nog een verborgen agenda?
2.
Bestaat er onduidelijkheid over de betekenis van
bepaalde woorden of uitdrukkingen? Worden er vage of multi-interpretabele
woorden gebruikt en wat betekent dat dan voor het betoog?
3.
Wat wordt er beweerd? Welke conclusies worden er
getrokken?
4.
Zit er een contradictie verborgen in wat er
wordt beweerd? Een inconsistentie is dodelijk voor ieder betoog.
5.
Welke argumenten (premissen) worden aangevoerd
om de conclusies te ondersteunen?
6.
Zijn de argumenten acceptabel? Kloppen de
argumenten inhoudelijk?
7.
Is de gevolgde redenering juist? De argumenten
kunnen nog zo waar zijn, zonder een logisch kloppende redenering is de
conclusie onjuist.
8.
Liggen er impliciete vooronderstellingen aan het
betoog ten grondslag? Let daarbij vooral op verzwegen waarde oordelen. Dit kan
wijzen op een verborgen agenda.
9.
Welke tegenargumenten bestaan er die de
conclusie zouden kunnen ontkrachten? Heeft de auteur die genoemd en voldoende
weerlegd?
10.
Hoe eerlijk heb je het betoog beoordeeld? Ben je
zelf niet bevooroordeeld en heb je wel voldoende op de bedoeling van de auteur
gelet? Misschien is niet alles even helder geformuleerd en moet je soms tussen
de regels door lezen. De kritische beoordeling van een tekst is geen wedstrijd
of debat. Het is niet de bedoeling om elkaar vliegen af te vangen, maar om
verder te komen in het begrip van het onderwerp van het betoog.
Abonneren op:
Posts (Atom)